Wijzigingen gemeentelijke Verordening Sociaal Domein 2024- Bijlage 4 Toelichting inkomensnorm
Tekst van het document
Toelichting op wijziging verhoging inkomensnorm minimaregelingen naar 125% Inleiding Begin 2024 hebben we onderzocht wat de effecten zijn van een verhoging van de inkomensnorm voor minimaregelingen van 120% van de bijstandsnorm naar 130%. Met een Raadsinformatiebrief (verder: RiB) van 22 januari 2024 is de gemeenteraad geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek. Daaruit bleek dat een uitbreiding van de doelgroep zorgt voor een sterke financiële basis bij onze inwoners met een laag inkomen en vermogen. Ook worden inwoners beter geholpen wanneer zij te maken hebben met armoede of schulden. In de kadernota van 2025 heeft uw raad een structureel budget van € 200.000 beschikbaar gesteld om de normverhoging van de minimaregelingen naar 130% door te voeren. Er is onderzocht welke mogelijkheden er zijn binnen dat budget. Hieruit bleek dat de beschikbaar gestelde middelen ontoereikend zijn om de inkomensnorm structureel te verhogen naar 130% voor alle minimaregelingen. Daarom wordt nu voorgesteld om de inkomensnorm per 2025 te verhogen naar 125% in plaats van 130% van de bijstandsnorm. Het gaat daarbij wel nog steeds om een uniforme ophoging van alle gemeentelijke minimaregelingen. Argumentatie Ons voorstel om per 2025 de inkomensnorm voor minimaregelingen te verhogen naar 125% van de bijstandsnorm is gebaseerd op de volgende argumenten: 1.
Het is van belang dat de normverhoging een duurzame en toekomstbestendige oplossing is voor onze inwoners. Een normverhoging naar 125% kan structureel worden gedekt vanuit de €200.000 die voor de verhoging beschikbaar is gesteld (zie tabel 2). Bij een inkomensnorm van 130% zijn de middelen daarvoor ontoereikend. Door enkel uit te gaan van structurele dekking, bieden we zekerheid dat dezelfde doelgroep ook in de toekomst aanspraak kan maken op de minimaregelingen. Een incidentele verhoging van de inkomensnorm leidt tot verwarring en frustratie bij de doelgroep, en vergroot hun bestaansonzekerheid. Met een verhoging naar 125% behalen we het hoogst haalbare effect met de beschikbare middelen. De doelstelling om meer mensen te helpen doordat een grotere groep huishoudens toegang hebben tot de minimaregelingen wordt hiermee nog steeds behaald (zie tabel 1). 2. Het is belangrijk om een uniforme normverhoging door te voeren. Een overwogen alternatief was om één of een aantal minimaregelingen op te hogen naar 130%, en andere regelingen op 120% te laten staan. Dit is niet wenselijk. Differentiatie in inkomensnormen tussen de verschillende minimaregelingen kan voor verwarring zorgen bij inwoners, waarvan velen al onder grote (financiële) druk leven. Nu al zijn er signalen dat het voor inwoners soms lastig is om te bepalen waar zij recht op hebben.
Ook bij de recente introductie van de schoolspullenpas was het voor inwoners fijn om te weten waar zij aan toe zijn. Contour de Twern benadrukt eveneens het belang van uniformiteit en stabiliteit in de verhoging van de minimanorm. Een uniforme normverhoging bespaart de uitvoering veel tijd en kosten, en voorkomt fouten in de beoordeling van aanvragen doordat één maatstaf wordt gehanteerd. Geschatte vergroting van de doelgroep De doelgroep die tussen 120% en 125% van de inkomensnorm valt, is niet volledig in beeld. Dit maakt het moeilijk om in te schatten hoeveel gebruik gemaakt wordt van de minimaregelingen bij een stijging van de inkomensnorm. Cijfers van het aantal huishoudens met toekenningen van de energietoeslag in 2023 en cijfers over het aantal huishoudens onder een bepaald inkomensniveau van het CBS geven
hier een schatting van.1 Onderstaande tabel laat de verwachte stijging van de doelgroep zien volgens de energietoeslagcijfers en de CBS-cijfers. Het aantal huishoudens dat gebruik kan maken van de minimaregelingen bij een verhoging van de inkomensnorm naar 125% zal naar schatting met 7,5 tot 15,4 procent stijgen. Tabel 1: Aantal huishoudens doelgroep
Doelgroep
Aantal volgens energietoeslagcijfers
120% 125% 130%
1194 1284 1374
Verwachte stijging t.o.v. 120% 7,5% 15,1%
Aantal volgens CBS-cijfers 1300 1500 1700
Verwachte stijging t.o.v. 120% 15,4% 30,8%
Bron: Cijfers toegekende energietoeslag gemeente Boxtel 2023 en Armoedemonitor Boxtel 2022
Kostenindicatie Tabel 2 geeft een kostenindicatie van een verhoging naar 125% op basis van zowel de energietoeslagencijfers als de CBS-cijfers. Ook de verwachte kosten bij een verhoging naar 130% zijn hierin opgenomen. Tabel 2: Kosten minimaregelingen Verwachte kosten*
Regeling
Huidige kosten (2023)
Verwachte kosten* Cijfers energietoeslag
Cijfers CBS
Bijzondere bijstand
€ 814.272
€ 875.343
€ 937.227
Welzijnsfonds
€ 222.530
€ 239.220
€ 256.132
Individuele Inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering minima
€ 147.349
€ 158.400
€ 169.599
€ 116.286
€ 125.008
€ 133.846
Stichting Leergeld2
€ 34.558
€ 37.150
€ 39.776
Totale kosten verstrekkingen
€ 1.334.996
€ 1.435.120
€ 1.536.580
Stijging kosten verstrekkingen
€ 100.125
€ 201.584
Stijging personele kosten3
€ 48.160
€ 48.160
Totale stijging bij 125%
€ 148.285
€ 249.774
Totale stijging bij 130%4
€ 249.745
€ 459.339
Zoals deze tabel laat zien wordt de structurele kostenstijging op basis van de CBS-cijfers geschat op € 249.774. De CBS-cijfers zijn echter een schatting die uitgaat van een rechtlijnige stijging in gebruik van 1
Bij de energietoeslag en de cijfers van het CBS is geen rekening gehouden met vermogen, terwijl dat bij veel minimaregelingen wel wordt gedaan. 2
Stichting Leergeld bepaalt zelf de normen van hun regelingen. Omdat het waarschijnlijk is dat ze dit conform normen van de gemeente doen, zijn ze meegenomen in dit overzicht. 3
Bij een verhoging van de inkomensnorm voor minimaregelingen neemt het benodigde werk toe bij verschillende onderdelen van de ambtelijke organisatie. Onder andere bij de minimaconsulenten (aanvragen beoordelen), WegWijs (eerste contact voor aanvraag), de ondersteuning (verwerken poststukken), kwaliteit (toetsing werkprocessen), de uitkeringsadministratie en applicatiebeheer. De verwachte toename aan capaciteit is hierbij conservatief geschat op maximaal 1 FTE op schaal 8 voor beide gemeenten, wat €86.000 kost. Daar wordt de 56/44 verdeling op toegepast, wat leidt tot €48.160 stijging aan personele kosten voor de gemeente Boxtel. 4
Deze bedragen zijn berekend op basis van de kosten van de minimaregelingen in 2023, vermenigvuldigd met de verwachte stijging van de doelgroep bij een verhoging naar 130%. Dat betekent een stijging van 15,1% of 30,8%, zoals aangegeven in tabel 1.
minimaregelingen tussen de doelgroep van 120% en die van 130%. De cijfers van het aantal toekenningen van de energietoeslag laten echter zien dat het in de praktijk lager uit kan vallen. Die cijfers schatten de stijging dan ook op € 148.285. Daarom wordt in de structurele bekostiging uitgegaan van een stijging in kosten die tussen deze twee bedragen in ligt, namelijk ongeveer € 199.029. Een stijging naar 130% zou daar ver boven liggen, daar geeft zelfs de lagere schatting een structureel tekort aan van bijna € 50.000.
Communicatie De normverhoging zal worden toegelicht tijdens het persgesprek. Ook zal er een communicatiestrategie worden uitgevoerd om de inwoners van de gemeente te informeren en de beoogde doelgroep van de normverhoging te bereiken. Daarbij zal onder andere worden ingezet op:
Verspreiding van informatie via gemeentelijke contactpersonen zoals bijvoorbeeld schuldhulpverleners en de wijkteams Verspreiden van informatie via maatschappelijke partners van het armoedenetwerk Social Media berichten Informatie op de website van de gemeente