Wijziging Horecaverordening en Algemene plaatselijke verordening vanwege actualisering en aanpak ondermijning- Bijlage 2 Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Tekst van het document
d.
escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
e.
sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
f.
raamprostitutiebedrijf: een inrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen;
g.
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;
h.
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf;
i.
bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1.
de exploitant;
2.
de beheerder;
3.
de prostituee;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
21/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
4.
het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
5.
toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;
6.
andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel 3.1.3 Nadere regels Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Paragraaf 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3.2.1 Seksinrichtingen 1.
Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
2.
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: b.
de persoonsgegevens van de exploitant;
c.
de persoonsgegevens van de beheerder;
d.
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;
e.
het aantal werkzame prostituees;
f.
plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;
g.
de plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening met een schaal van tenminste 1:100;
h.
bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; en
i.
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting.
3.
Indien de aanvraag handelt om een exploitatievergunning voor een escortbedrijf, kan volstaan worden met het overleggen van de gegevens zoals vermeldt onder lid 2 sub a, b en c.
4.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 3.2.2 Gedragseisen exploitant en beheerder 1.
De exploitant en de beheerder: a.
staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;
b.
zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
c.
hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
22/41
26-10-2022 10:32
2.
3.
4.
5.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Naast de gestelde eisen in het eerste lid zijn de exploitant en de beheerder niet: a.
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
b.
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door een rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
c.
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 Euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: -
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
-
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273a,250a, 252, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
-
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
-
de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;
-
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
-
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a.
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
b.
een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a.
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;
b.
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van intrekking van deze vergunning.
De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor tenminste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft.
Artikel 3.2.3 Sluitingstijden 1.
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op alle dagen van de week tussen 02.00 uur en 06.00 uur.
2.
Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1.4 van deze verordening, voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
3.
Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4, eerste lid, gesloten dient te zijn.
4.
Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voorzover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
23/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Artikel 3.2.4 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1.
2.
Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a.
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;
b.
van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt hetbevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 1.
Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.
2.
De exploitant en beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting: a.
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),XIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; en
b.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Artikel 3.2.6 Straat- en raamprostitutie 1.
Het is verboden op of aan de weg, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.
2.
Het is verboden een raamprostitutiebedrijf te exploiteren.
3.
Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Artikel 3.2.7 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college van burgemeester en wethouders in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3.2.8 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografischegoederen, afbeeldingen e.d. 1.
2.
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a.
indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
b.
anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
24/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.
Paragraaf 3 Beslistermijn en weigeringsgronden Artikel 3.3.1 Beslistermijn 1.
Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid binnen zestien weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
2.
Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste zestien weken verdagen.
Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden 1.
2.
De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt geweigerd indien: a.
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;
b.
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
c.
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
d.
door inwilliging van de aanvraag het aantal verleende vergunningen ex artikel 3.2.1, eerste lid, meer zal bedragen dan twee.
De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid kan worden geweigerd: a.
in het belang van de openbare orde;
b.
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
c.
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
d.
in het belang van de veiligheid van personen of goederen;
e.
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
f.
in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;
g.
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Paragraaf 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie 1.
De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
2.
Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 3.4.2 Wijziging beheer 1.
Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid, onder b, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
25/41
26-10-2022 10:32
2.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien de exploitant het bestuursorgaan hiervan vooraf in kennis heeft gesteld onder vermelding van de persoonsgegevens als bedoeld in artikel 3.2.1, tweede lid, onder b, en het bevoegde bestuursorgaan na toetsing van de melding aan het gestelde in artikel 3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a de melding heeft aanvaard, dan wel na de melding 12 weken zijn verstreken.
HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Afdeling 1 Geluid- en lichthinder Artikel 4.1.1 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer.
b.
Inrichting: een inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit.
c.
Houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.
d.
Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden, zoals Koninginnedag, carnaval, kermis, etc..
e.
Incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.
Artikel 4.1.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.
De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit gelden niet voor door de burgemeester per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
2.
De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening op sportterreinen als bedoeld in artikel 4.113 van het Besluit, geldt niet voor door de burgemeester per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
3.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en tweede lid, kan de burgemeester bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.
4.
De burgemeester maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
5.
De burgemeester kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.
Artikel 4.1.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1.
Het is een inrichting toegestaan maximaal 6 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting tenminste twee weken voor de aanvang van de festiviteit de burgemeester daarvan in kennis heeft gesteld.
2.
De beperking met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening op sportterreinen als bedoeld in artikel 3.148 van het Besluit, geldt niet voor de in het eerste lid bedoelde incidentele festiviteit.
3.
Incidentele festiviteiten zijn alleen mogelijk op vrijdag en zaterdag en daarnaast op zondag tot uiterlijk 23.00 uur.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
26/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
4.
De burgemeester wijst een festiviteit niet aan als incidentele festiviteit indien aan de inrichting ten tijde van de kennisgeving een last onder dwangsom dan wel last onder bestuursdwang is opgelegd met betrekking tot overtreding van geluidsvoorschriften.
5.
De burgemeester stelt een formulier vast voor het doen van de kennisgeving als bedoeld in het eerste lid.
6.
De kennisgeving wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het in het vijfde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
7.
De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer de burgemeester op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
Artikel 4.1.4 Verboden incidentele festiviteiten Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of openbare orde op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.
Artikel 4.1.5 Overige geluid- of lichthinder 1.
Het is verboden zonder ontheffing van het college buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanig wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid- of lichthinder wordt veroorzaakt.
2.
Diegene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.
3.
Het verbod geldt niet voor zover de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 of het Vuurwerkbesluit van toepassing is.
Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4.2.1 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 4.2.2 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting of plaats.
Artikel 4.2.3 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Artikel 4.2.4 Oplaten van ballonnen 1.
Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
27/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
2.
Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, sfeerballon, gelukslampion, Thaise wensballon, papierballon, geluksballon, dan wel een ander voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft.
3.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een heteluchtballon, zijnde een luchtvaartuig.
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden Artikel 4.3.1 Definities 1.
2.
In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen;
b.
hakhout: één of meer bomen of boomvormers die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen;
c.
dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de houtopstand;
d.
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwars doorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld worden voor plant materiaal kleiner dan 10 centimeter dwars doorsnede op 1,30 meter boven maaiveld;
e.
knotten/kandelaberen: het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takken bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek onderhoud;
f.
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld op grond van artikel 4.1, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming;
g.
boomwaarde: het bedrag dat gevonden wordt door het product van de volgende factoren: -
de oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,30 meter boven het maaiveld;
-
de geïndexeerde eenheidsprijs per cm²;
-
de standplaatswaarde;
-
de conditiewaarde;
-
de waarde van de plantwijze;
h.
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (synCerato cystisulmi (Buism.) C. Moreau);
i.
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytuscolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus.
In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4.3.2 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.
2.
Het verbod geldt niet voor: a.
wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
28/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
b.
fruitbomen, tenzij als hoogstamboomgaarden van meer dan 4 exemplaren en windschermen om boomgaarden;
c.
fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor bestemde terreinen;
d.
kweekgoed;
e.
houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
f.
houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: -
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
-
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen;
g.
houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of op last van het college dan wel het bevoegd gezag;
h.
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
i.
het periodiek knotten en kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte bomen en boomsoorten;
j.
het vellen van houtopstanden in achtertuinen waarvan de oppervlakte niet groter is dan 60 m² en/of de diepte niet groter is dan 10 meter;
k.
het vellen van de soorten berk, acacia, populier en wilg in voor- of zijtuinen die, gemeten vanaf de gevel, niet dieper zijn dan 4 meter;
l.
hagen in en om tuinen;
m.
alle schubconiferen;
n.
houtopstanden voor het vellen waarvan uit andere hoofde een vergunning is vereist;
o.
houtopstanden waarvan het bevoegd gezag in het kader van voorzieningen van openbaar nut, waaronder wegen en reconstructies van wegen begrepen, hebben aangegeven dat deze voor de uitvoering daarvan kunnen worden geveld;
p.
houtopstanden die in het kader van het Groenconvenant zijn aangelegd, mits een voorgenomen kap tenminste twee weken van tevoren schriftelijk is gemeld aan het bevoegd gezag en tevens is aangeduid dat de houtopstanden op grond van dit convenant zijn aangelegd.
Artikel 4.3.3 Aanvraag vergunning De vergunning moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
Artikel 4.3.4 Weigeringsgronden 1.
In afwijking van artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van onder meer: a.
de natuurwaarde van de houtopstand;
b.
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
c.
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
d.
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
e.
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
29/41
26-10-2022 10:32
f. 2.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering hanteren. De motivering verwijst zoveel mogelijk naar gemeentelijke bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.
Artikel 4.3.5 Openbaarmaking (vervallen)
Artikel 4.3.6 Intrekken vergunning Het bevoegd gezag kan de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na afgifte volledig gebruik is gemaakt.
Artikel 4.3.7 Bijzondere vergunningsvoorschriften 1.
Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant, alsmede financiële voorwaarden zoals jaarlijks vastgelegd in de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Bomentaxateurs.
2.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
3.
Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.
Artikel 4.3.8 Herplant-/instandhoudingsplicht 1.
Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn.
2.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
3.
Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor deze bedreiging wordt weggenomen.
4.
Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid is opgelegd alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 4.3.9 Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 2 meter voor bomen en nihil voor hagen en heesters.
Artikel 4.3.10 Bestrijding iepziekte
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
30/41
26-10-2022 10:32
1.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: a.
indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;
b.
de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
c.
of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
2.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren.
3.
Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter.
4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het tweede lid.
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering Artikel 4.4.1 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4.5.1 Definitie In deze afdeling worden onder kampeermiddel verstaan een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Artikel 4.5.2 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1.
Het is verboden zonder ontheffing van het college ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd.
2.
Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a.
natuur en landschap;
b.
een stadsgezicht.
Artikel 4.5.3 Aanwijzing kampeerplaatsen 1.
Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4.5.2, eerste lid, niet geldt.
2.
Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van de belangen, genoemd in artikel 4.5.2 derde lid.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
31/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE Afdeling 1 Parkeerexcessen Artikel 5.1.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
b.
voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van: 1.
treinen en trams;
2.
tweewielige fietsen en tweewielige bromfietsen;
3.
invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
4.
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen.
Artikel 5.1.2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1.
2.
3.
4.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden zonder ontheffing van het college: a.
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel
b.
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: a.
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of
b.
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend: a.
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of
b.
voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5.1.3 Te koop aanbieden van voertuigen 1.
Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
3.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
32/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Artikel 5.1.4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmede als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5.1.5 Voertuigwrakken 1.
Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te hebben.
2.
Onder voertuigwrak wordt verstaan: een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert.
3.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.
Artikel 5.1.6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 1.
2.
Het is verboden zonder ontheffing van het college een woonwagen, kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd: a.
langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;
b.
op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciaal wegenreglement.
Artikel 5.1.7 Reclamevoertuigen Het is verboden zonder ontheffing van het college een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
Artikel 5.1.8 Grote en uitzichtbelemmerende voertuigen 1.
Het is verboden zonder ontheffing van het college een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, te parkeren: a.
op een door het college aangewezen weg, waar dit naar hun oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;
b.
op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte;
c.
op de weg bij een voor bewoning of ander voor dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
2.
Het in het eerste lid verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
3.
Het in het eerste lid onder b gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 uur tot 18.00 uur.
Artikel 5.1.9 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen (vervallen)
Artikel 5.1.10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
33/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
1.
Het is verboden zonder ontheffing van het college met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
2.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
wegen als bedoeld in artikel 5.1.1, onder a.;
b.
voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam;
c.
voertuigen, waarmede standplaats wordt of is ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.
Afdeling 2 Collecteren, verkoop van goederen aan huis, standplaatsen en snuffelmarkten Artikel 5.2.1 Inzameling van geld of goed (vervallen)
Artikel 5.2.2 Verkoop van goederen aan huis (vervallen)
Artikel 5.2.2 Definitie 1.
In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of huis.
2.
Onder venten wordt niet verstaan: a.
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
b.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of als bedoeld in artikel 5.2.6;
c.
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5.2.5.
Artikel 5.2.3 Ventverbod 1.
Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.
2.
Het is verboden te venten op zondagen en op maandag t/m zaterdag tussen een uur na zonsondergang tot een uur voor zonsopgang.
3.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
4.
De burgemeester kan voor de periode maart tot en met september aan een ijscoventer een ontheffing verlenen van het in lid 2 gestelde verbod. Hierop zijn van toepassing de in lid 2 genoemde tijden aangevuld met zondagen na 13.00 uur tot een uur voor zonsondergang.
Artikel 5.2.4 Vrijheid van meningsuiting https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
34/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
1.
Het verbod van artikel 5.2.3 geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
2.
Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het eerste lid beperken door een verbod in te stellen:
3.
a.
op of aan door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan, en/of
b.
voor bepaalde dagen en uren.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het tweede lid.
Artikel 5.2.5 Standplaatsen 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere – al dan niet met enige beperking – voor publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats: a.
met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken, dan wel diensten aan te bieden;
b.
anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek;
c.
tijdens de maandelijkse kleindierenmarkt goederen te koop te vragen, te kopen en te betrekken in de daarvoor door het college aan te wijzen wegen.
2.
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid.
3.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder b, geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Alsdan geldt ook het in het tweede lid gestelde verbod niet.
4.
De verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2.2.2, of voor het organiseren van een markt als bedoeld in artikel 5.2.6.
5.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciaal wegenreglement van toepassing is.
6.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.
in het belang van de openbare orde;
b.
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
c.
in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d.
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
e.
als een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang;
f.
vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan.
Artikel 5.2.6 Organiseren van een snuffelmarkt 1.
Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren: a.
wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
35/41
26-10-2022 10:32
2.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
b.
als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of
c.
als degene die voornemens is een snuffelmarkt te organiseren daarvan niet tevoren melding heeft gedaan.
De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c, binnen 10 werkdagen voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van: a.
naam en adres van de organisator;
b.
adres van het gebouw waar de snuffelmarkt gehouden wordt;
c.
de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden;
d.
de frequentie van het houden van de snuffelmarkt;
e.
het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld;
f.
het aantal standplaatsen; en
g.
het te verwachten aantal bezoekers.
3.
De snuffelmarkt kan worden gehouden als de burgemeester niet binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen 5 werkdagen weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.
4.
Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.
Afdeling 3 Openbaar water Artikel 5.3.1 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede lid of een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.
2.
Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
3.
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin voorzien wordt door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, de Verordening water Noord-Brabant of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Boxtel.
Artikel 5.3.2 Ligplaats vaartuigen 1.
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.
2.
Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a.
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente;
b.
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
36/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Verordening water Noord-Brabant.
4.
Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.
5.
De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Artikel 5.3.3 Aanwijzingen ligplaats (vervallen)
Artikel 5.3.4 Verbod innemen ligplaats (vervallen)
Artikel 5.3.5 Beschadigen van waterstaatswerken en oevers 1.
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.
2.
Het verbod geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de Verordening water Noord-Brabant van toepassing is.
Artikel 5.3.6 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel 5.3.7 Veiligheid op het water 1.
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
2.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de verordening op de waterhuishouding Noord-Brabant van toepassing is.
Afdeling 4 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5.4.1 Crossterreinen 1.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2.
Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Zij kan regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
b.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
37/41
26-10-2022 10:32
c.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het publiek.
3.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan hetgeen artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
4.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.
Het college kan voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen aanwijzen ten aanzien waarvan zij verklaren, dat het rijden met een motorvoertuig of met een bromfiets of met een fiets of een paard, aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden.
2.
Het is verboden zonder ontheffing van het college op krachtens het eerste lid aangewezen plaatsen:
3.
4.
a.
zich met een motorvoertuig of een bromfiets als bedoeld in het vorige lid of met een fiets of een paard te bevinden; dan wel
b.
zich met een motorvoertuig, met een bromfiets of met een fiets of een paard te bevinden op een in die aanwijzing aangeduid tijdstip.
Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
b.
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
c.
die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
d.
van de zakelijke gerechtigden en huurders en pachters van percelen, die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
e.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d. bedoelde personen.
Het verbod geldt voorts niet: a.
op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
b.
binnen de bij of krachtens de provinciale milieuverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
Afdeling 5 Verbod vuur te stoken Artikel 5.5.1 Verbod vuur te stoken 1.
Het is verboden zonder ontheffing van het college in de open lucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
2.
Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
38/41
26-10-2022 10:32
c.
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.
3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
4.
Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.
Afdeling 6 Verstrooiing van as Artikel 5.6.1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de Lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
b.
weg: weg in de zin van artikel 1.1, behoudens bossen en andere natuurterreinen.
Artikel 5.6.2 Plaatsen waar incidentele asverstrooiing verboden is 1.
Incidentele asverstrooiing is verboden op de weg.
2.
Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
3.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Het in deze afdeling bepaalde geldt niet voor zover de Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008 van toepassing is.
Artikel 5.6.3 Hinder of overlast voor derden Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6.1 Strafbepaling 1.
Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1.4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de eerste of tweede categorie.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het niet opvolgen van een op grond van deze verordening gegeven bevel.
3.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.1.5.1, vierde juncto eerste lid, 2.1.5.3, tweede lid en 4.3.2, eerste lid.
4.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
39/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
Artikel 6.2 Toezichthouders 1.
2.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: -
de ambtenaren die krachtens de Wet milieubeheer belast zijn met het toezicht op de naleving van voorschriften gegeven krachtens artikel 10.10 van die wet;
-
de ambtenaren die krachtens de Woningwet belast zijn met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens die wet gegeven voorschriften;
-
de ambtenaren die krachtens de Wegenverkeerswet 1994 zijn aangewezen;
-
de ambtenaren die krachtens het Wetboek van Strafvordering zijn aangewezen.
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.
Artikel 6.3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6.4 Inwerkingtreding De gewijzigde Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012 treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij bekend is gemaakt.
Artikel 6.5 Overgangsbepaling 1.
Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de verordening, voor de wijziging ervan, – indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
2.
Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening, voor de wijziging ervan, blijven – indien en voor zover de bepalingen in gevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.
3.
Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.
4.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van de verordening, voor de wijziging ervan, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, is daarop het geldend recht ten tijde van de aanvraag van toepassing.
5.
Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip van wijziging van verordening, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van het geldend recht ten tijde van de aanvraag.
6.
In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd – van kracht totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.
7.
Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening voor de wijziging ervan, tweede lid, zijn niet van toepassing:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
40/41
26-10-2022 10:32
Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012
a.
gedurende 26 weken na het in werking treden van deze verordening;
b.
ook na de onder a. bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.
8.
De wijzigingsverklaring als bedoeld in artikel 6.4, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken;
9.
Ten aanzien van verloven voor het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse, verleend op grond van de bij besluit van 24 september 1992 ingetrokken Drank- en Horecaverordening voor de gemeente Boxtel, is het bepaalde in de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012.
Ondertekening Aldus vastgesteld in zijn openbarevergadering van 15 december 2015. De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter,
Ziet u een fout in deze regeling? Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR392129/4
41/41