Vaststelling bp Nieuw Koolwijk (1299756)- Bijlage 2b7 Bijlage bij toelichting Programma van Eisen Addendum t_b_v_ archeologische opgraving.pdf
Tekst van het document
Programma van Eisen Addendum Projectnummer: 364141 Referentienummer: SWNL0251556 Datum: 27-5-2020
PvE | SW458 Plangebied De Ruiting te Esch, gemeente Haaren Een archeologisch onderzoek door middel van opgraven
Sweco K.P. van der Mandelelaan 41-43 3062 MB Rotterdam Postbus 4381 3006 AJ Rotterdam Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Projectleider archeologie Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Wouter Weerheijm T +31 88 811 67 40 M +31 6 5737 94 63
Verantwoording Titel
PvE Opgraving Plangebied De Ruiting te Esch, gemeente Haaren Addendum
Projectnummer
364141
Referentienummer
SWNL0251556
Revisie
C1
Datum
27-05-2020
Auteur
Leonie Ouwerkerk, MSc Senior KNA archeoloog (actornummer 92218907)
E-mailadres
Leonie.ouwerkerk@sweco.nl
Gecontroleerd door
Hilde Boon MA Senior KNA archeoloog (actornummer 39446695)
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij MA Teammanager
Paraaf goedgekeurd
2 (11)
Programma van Eisen Addendum Format conform KNA versie 4.1 Locatie Esch Projectnaam De Ruiting te Esch Plaats binnen archeologisch proces 0 IVO Proefsleuven (IVO-P) 0 IVO Overig (IVO-O) X Opgraven Landbodems 0 IVO-P - variant Archeologische Begeleiding 0 Opgraven Landbodems variant Archeologische Begeleiding Opsteller Naam, adres, telefoon, e-mail datum Senior KNA BO Leonie Ouwerkerk MSc 27-05Archeoloog senior KNA-archeoloog 2020 actornummer 92218907 Sweco Nederland B.V. K.P. van der Mandelelaan 41-43 3062 MB Rotterdam 088-8116929 Mail: Leonie.Ouwerkerk@sweco.nl controle/goedkeuring Sweco Nederland B.V. 27-05Senior KNA Archeoloog Rozenburglaan 11 2020 9727 DL Groningen Mevr. H. Boon MA Actornummer 39446695 06-51312782 Hilde.boon@sweco.nl Opdrachtgever Naam, adres, telefoon, e-mail datum Ruimte voor Ruimte Postbus 79 -Hertogenbosch Mevr. C. Smets 073-6154959 c.smets@ruimtevoorruimte.com Goedkeuring bevoegde overheid Naam, adres, telefoon, e-mail datum 0 Gemeente Gemeente Haaren 0 Provincie Postbus 44 5076 ZG Haaren 0 Rijk Dhr. T. van Son 0 Overig 0411-627282 t.v.son@haaren.nl
paraaf
paraaf
paraaf
Deskundige namens de bevoegde overheid: -Hertogenbosch Dhr. J. van der Roest 073-6155517 j.vanderroest@shertogenbosch.nl
3 (11)
Kennisgeving Depothouder/eigenaar
Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (PDB) Waterstraat 16 5211 JD ’s-Hertogenbosch Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Dhr. R. Louer 06-18303225 archeologie@brabant.nl
datum
paraaf
4 (11)
HOOFDSTUK 1 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ONDERZOEKSGEBIED Projectnaam
De Ruiting te Esch
Provincie
Noord-Brabant
Gemeente
Haaren
Plaats
Esch
Toponiem
De Ruiting
Kaartbladnummer
45C
x,y–coördinaten
147700 / 402540
CMA/AMK-status
n.v.t.
Archis-monumentnummer
4.173
Archis-vondstlocatienummer
3088866100, 3262691100
Oppervlakte plangebied
3193 m2
Oppervlakte onderzoeksgebied
920 m2 verplicht, 2.273 m2 optioneel
Huidig grondgebruik
Braakliggend
HOOFDSTUK 2 AANLEIDING EN MOTIVERING VAN HET ONDERZOEK Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. Het Programma van Eisen is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4001. 2.1 Aanleiding en motivering Het plangebied ligt in Esch (gemeente Haaren) aan de weg De Ruiting aan de westzijde van de Essche Stroom. De aanleiding voor dit onderzoek is de geplande ontwikkeling van woningen binnen het plangebied. In het kader van deze ontwikkeling is reeds een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd (Boon/Overmars 2019), en een proefsleuvenonderzoek (Weerheijm/Boon/Paré 2020, in concept). Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek heeft de bevoegde overheid het selectiebesluit genomen dat een deel van het plangebied kan worden vrijgegeven, en een deel van het plangebied nader dient te worden onderzocht door middel van een opgraving (zie Bijlage 3). Onderhavig addendum dient als aanvulling op, en op sommige onderdelen vervanging van het Programma van Eisen dat voor het proefsleuvenonderzoek is opgesteld (Weerheijm 2019). In dit addendum PvE zijn alleen die delen weergegeven die worden aangepast.
5 (11)
HOOFDSTUK 5 DOELSTELLING EN VRAAGSTELLING 5.1 Doelstelling Het doel van de Opgraving is het documenteren en registreren van de in het plangebied aanwezige archeologische waarden. 5.3 Vraagstelling De onderzoeksvragen dienen puntsgewijs en beargumenteerd beantwoord te worden. De algemene vraagstelling is: “Welke archeologische waarden zijn in het plangebied aanwezig? “ 5.4 Onderzoeksvragen Voor de opgraving worden in aanvulling op de onderzoeksvragen van het proefsleuvenonderzoek de volgende additionele onderzoeksvragen gesteld: 1. Is er op grond van de aangetroffen indicatoren sprake van één of meerdere vindplaatsen? Zo ja, welke vindplaats of vindplaatsen zijn dat en hoe zijn deze van elkaar te onderscheiden? 2. Wat is de omvang en datering van de aangetroffen vindplaats(en)? Is er een fasering te onderscheiden? 3. Kan er een verband worden gelegd met de andere vondsten die eerder binnen het AMK-terrein zijn gedaan (villa, ovens etc.)? 4. Kan de tijdens het proefsleuvenonderzoek aangetroffen (huis)plattegrond nader woreen geduid/gedateerd? 5. Wat is per vindplaats de omvang en ligt deze enkel binnen het plangebied of strekt deze zich ook buiten het plangebied uit? 6. Wat is per vindplaats de conservering en gaafheid van aangetroffen sporen, structuren en de diverse vondst categorieën? 7.
Welke activiteiten zijn ten tijde van het in gebruik zijn van de locatie(s) in het gebied uitgevoerd? 8. Wat is per vindplaats de relatie met de omgeving, zowel wat betreft fysischgeografische elementen als vindplaatsen uit een gelijktijdige periode? HOOFDSTUK 6 METHODEN EN TECHNIEKEN 6.1 Methoden en technieken De Opgraving wordt uitgevoerd conform KNA 4.1 protocol 4004 Opgraven. Daarnaast zijn de volgende standaarden, leidraden en specificaties van toepassing: • KNA-Leidraad Veldhandleiding Archeologie; • KNA-Leidraad Opgraven; • KNA Leidraad Archeozoölogie; • KNA-Leidraad Eerste Hulp bij Kwetsbaar Vondstmateriaal. In plaats van een selectie van te couperen sporen worden nu alle sporen gecoupeerd, gefotografeerd en getekend en vervolgens afgewerkt. Dit met uitzondering van sporen die evident natuurlijk of zeer recent (na 1950) zijn. Al het vondstmateriaal (ten minste voor 1950) zal worden verzameld in plaats van een selectie.
6 (11)
Alle werkputnummers, spoornummers, vondstnummers en fotonummers zullen worden doorgenummerd vanuit het proefsleuvenonderzoek zodat de onderzoeken één geheel zullen vormen, en in een gezamenlijk rapport kunnen worden uitgewerkt. 6.2 Strategie In Bijlage 3 zijn in rood gearceerd de verplichte onderzoeksgebieden aangegeven die in eerste instantie opgegraven zullen worden. In blauw gearceerd is het uitbreidingsgebied te zien waarnaar uitgebreid kan worden indien gevonden sporen daar aanleiding toe geven. Voor de opgraving wordt uitgegaan van de volgende oppervlakten: - Zone 1 (noord): 1.300 m2 - Zone 2 (zuid): 1.893 m2 - Verplicht deel binnen zone 2: 780 m2 - Optioneel deel binnen zone 2: 1113 m2 In zone 1 zal in eerste instantie alleen een proefsleuf worden gegraven (ca. 140 m2). Als blijkt dat het gebied hier verstoord is door de plantenbedden van de kwekerij (misschien in combinatie met nog een paar controlevlakken) zal contact worden opgenomen met de bevoegde overheid om de opgraving binnen dat gebied na opgraving van de sleuf te staken. Binnen zone 2 is een vlak overeengekomen met de bevoegde overheid dat in zijn geheel wordt opgegraven (780 m2), met daar omheen 1.113 m2 aan optioneel gebied. De vraag in hoeverre de optionele delen onderzocht moeten worden hangt af van wat er wordt aangetroffen.
Als blijkt dat bij uitbreiding er geen sporen meer worden aangetroffen, dan kan het onderzoek ter plekke worden afgebroken. Hiervoor zal regelmatig contact zijn met de bevoegde overheid ter afstemming. Als eerste zal worden begonnen met het noodzakelijke en mogelijk optionele deel van zone 2, omdat de resultaten daarvan van invloed zijn bij de interpretatie van hetgeen in zone 1 wordt verwacht of aangetroffen, d.w.z. de resultaten van de proefsleuf die daar wordt getrokken en ook de locatie van mogelijke controlevlakken. 6.4 Structuren en grondsporen, scheepswrak of vliegtuig
• Alle aangetroffen grondsporen dienen in het vlak te worden ingetekend, ingemeten, beschreven en gefotografeerd. • De sporen worden gecoupeerd en in doorsnede getekend (zoveel als nodig is voor het beantwoorden van de betreffende onderzoeksvragen; dit ter beoordeling van de archeologische projectleider in het veld). Alle sporen worden in principe afgewerkt; tenzij bij sporen van sloten en greppels een representatieve selectie voldoende is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Alle vondsten daarin worden verzameld. Indien mogelijk worden sporen die gezamenlijk een structuur vormen als één geheel gecoupeerd of gedocumenteerd in het profiel, en vervolgens afgewerkt. 6.6 Aardwetenschappelijk onderzoek Langs twee zijden van elke werkput zal een volledig profiel worden gedocumenteerd. Bij het gelijk blijven van het profiel of bij grote verstoringen tot op diepte kan worden volstaan met twee profielen per zijde. HOOFDSTUK 7 UITWERKING EN CONSERVERING Na afsluiting van het veldwerk worden de vondsten, eventuele monsters en de gedocumenteerde sporen nader uitgewerkt tot het niveau waarop antwoord kan worden
7 (11)
gegeven op de gestelde onderzoeksvragen. De resultaten van het proefsleuvenonderzoek (sporen en vondsten) zullen worden uitgewerkt tot een gezamenlijke rapportage.
8 (11)
Bijlage 1 bij het PvE: Lijst met te verwachten aantallen
Onderzoek DO Omvang Vondstcategorie Aardewerk
Verwachting Late IJzertijd/Romeinse tijd Verwachte aantal m2 Ca. 3.193 m2 Verwachte aantallen (N) 500 stuks
Bouwmateriaal
10 stuks
Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen > 50 jaar
25 stuks 25 stuks 15 stuks 5 stuks 10 stuks 10 stuks 10 stuks 10 stuks 15 stuks 15 stuks 0 stuks 0 stuks 2 stuks 5 stuks 0 stuks 0 stuks 25 stuks
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) Vismonsters DNA Dendrochronologisch monster
Verwachte aantallen (N) 2 stuks 2 stuks 2 stuks 0 stuks 0 stuks 0 stuks 5 stuks 0 stuks 1 stuks 1 stuks
9 (11)
Bijlage 2 bij het PvE: Overzicht te raadplegen specialisten/ specialismen
Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA” nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk” nee nee nee nee nee nee nee nee Ja Ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
nee nee
nee nee
Ja Ja
nee
nee
Ja
nee
nee
Ja
nee
nee
Ja
nee
nee
Ja
nee nee nee
nee nee nee
Ja Ja Ja
10 (11)
Bijlage 3 bij het PvE: Puttenplan
11 (11)