Vaststelling bp Nieuw Koolwijk (1299756)- Bijlage 2b14 Bijlage bij toelichting Aanmeldnotitie vormvrije m_e_r_-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Nieuw Koolwijk, De Ruiting 2B Februari 2021
1.
Aanleiding
1.1
Inleiding
De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten.
1.2
Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.:
Voor dit bestemmingsplan is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Geen van de beoogde ontwikkelingen komen voor op de C-lijst. Op de D-lijst staat een activiteit welke mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: -
D11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein.
Navolgend wordt bezien of wordt voldaan aan de drempelwaarde in kolom 2: ‘gevallen’: -
D11.2: In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.
Voorzien wordt in een zestal nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen. Daarmee blijft dit plan ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is derhalve niet m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten 1
van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.
1.3
Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling.
Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest dicht bij het plangebied gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en is gelegen op een afstand van circa 2,5 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het plangebied is wel direct tegen het Natuur Netwerk Brabant gelegen. De beoogde herontwikkeling ziet echter niet op negatieve effecten op het natuurnetwerk. Ter plaatse zullen zich enkel verbeteringen voordoen. Ter plaatse wordt een planten- en bomenkwekerij gesaneerd, met daarmee de sloop van alle daar bij behorende gebouwen en voorzieningen. Daarvoor in de plaats komt een zestal Ruimte voor Ruimte woningen met daarmee de aanleg van forse erfbeplanting. Ook tijdelijke effecten tijdens bijvoorbeeld de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Een passende beoordeling is dan ook niet aan de orde. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-MER als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat.
2
2.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
2.1
Inhoudsvereisten aanmeldnotitie
In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: -
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk;
-
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III bij de EU-richtlijn 2011/92/ER in artikel 4, lid 3. De criteria betreffen: 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: -
De omvang van het project (en duur),
-
De cumulatie met andere projecten,
-
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,
-
De productie van afvalstoffen,
-
Verontreiniging en hinder,
-
Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
2. Plaat van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: -
Het bestaande grondgebruik,
-
De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,
-
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. Wetlands b. Kustgebieden c. Berg- en bosgebieden d. Reservaten en natuurparken e. Gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (=Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn) f. Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden g. Gebieden met een hoe bevolkingsdichtheid h. Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen:
3
-
Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),
-
Het grensoverschrijdende karakter van het effect,
-
De waarschijnlijkheid van het effect,
-
De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
Deze thema’s worden in de navolgende hoofstukken nader uitgewerkt.
4
3.
Kenmerken van het project
3.1
Toetsingscriteria
Conform bijlage III van de EU-richtlijn dient in het bijzonder in overweging te worden genomen: −
de omvang van het project;
−
cumulatie met andere projecten;
−
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
−
de productie van afvalstoffen;
−
verontreiniging en hinder;
−
risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
3.2
Omvang van het project
Het plan heeft betrekking op sanering van een planten- en bomenkwekerij, met in samenhang de realisatie van een zestal Ruimte voor Ruimte woningen. De planlocatie De Ruiting 2B kent een oppervlakte van in totaal 24.253 m². De beoogde Ruimte voor Ruimte kavels kennen tezamen slechts een oppervlakte van circa 6.750 m². Dit betreft een geringe oppervlakte. Voor het overige wordt de planlocatie grotendeels landschappelijk ingepast.
3.3
Cumulatie met andere projecten
Er vindt cumulatie plaats met projecten op vier andere locaties in de straat, voornamelijk betrekking hebbende op recreatie en natuur. Deze ontwikkelingen vinden niet gelijktijdig plaats, maar de plannen hieromtrent zijn wel gelijktijdig gestart. Een gebiedsontwikkeling vindt plaats met een vergaande functiewijziging in het gebied. Nieuwe natuur wordt gecreëerd, bestaande natuur wordt verbeterd, nieuwe functies worden ingepast, landbouwactiviteiten verschuiven van productie naar kwaliteit, bestaande bebouwing wordt verwijderd, nieuwe bebouwing wordt toegevoegd en de ontwatering wordt aangepast aan het nieuwe gebruik. In totaal zal de oppervlakte bebouwing binnen de gebiedsontwikkeling afnemen. Door de sanering van een intensieve veehouderij in de straat neemt de verontreiniging
en
hinder
in
totaal
aanzienlijk
af.
De
overige
projecten
binnen
de
gebiedsontwikkelingen staan niet op de C- of D-lijst. Cumulatie van deze projecten met activiteit D11.2 als bedoeld in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling leidt niet tot negatieve gevolgen.
3.4
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie en onderhoud van de gebouwde omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. De woningen worden gerealiseerd met steenachtige materialen, staal en/of hout. Grondstoffen die niet bijzonder schaars zijn.
3.5
Productie van afvalstoffen
Het plan voorziet in de toevoeging van een zestal Ruimte voor Ruimte woningen. Het plan heeft daarmee dan ook de productie van afvalstoffen van zes nieuwe woningen tot gevolg. Daarmee komt echter de productie van afvalstoffen van de planten- en bomenkwekerij te vervallen.
5
3.6
Verontreiniging en hinder
Tijdens de realisatiefase is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en trillingen. Het (aannemers)bedrijf welke verantwoordelijk is voor de uitvoering van de realisatie zal zich moeten houden aan de algemene wet- en regelgeving en de geldende milieuwetgeving.
3.7
Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën
Woningen
zijn
geen
risicobron.
In
paragraaf
3.9,
deel
A
van
het
bestemmingsplan
‘Gebiedsontwikkeling De Ruiting’ is daarnaast geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen, transportassen en buisleidingen.
6
4.
Plaats van het plan/project
4.1
Toetsingscriteria
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overwegen worden genomen: −
het bestaande grondgebruik;
−
de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;
−
het opname vermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de gevoelige gebieden, in dit geval Natuur Netwerk Nederland, Natura-2000 en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
4.2
Het bestaande grondgebruik
Het plan vindt plaats binnen een bebouwingsconcentratie in het buitengebied van de gemeente Boxtel. Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die thans in gebruik is als planten- en bomenkwekerij. Ter plaatse is thans sprake van een kas met een oppervlakte van ruim 4.000 m², een loods met een oppervlakte van circa 750 m², containervelden en een waterreservoir met een oppervlakte van circa 1.600 m².
4.3
Natuurlijke hulpbronnen
Ter plaatse van het projectgebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project.
4.4
Opname vermogen/ gevoeligheid van het milieu
Het plan is gelegen binnen de Groenblauwe mantel en binnen het Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling wordt voorzien in de sanering van alle opstallen van de planten- en bomenkwekerij. In samenhang daarmee wordt een zestal Ruimte voor Ruimte woningen opgericht. Voorzien wordt in een forse erfbeplanting, waarmee een duidelijke afscheiding ontstaat tussen de woningbouwontwikkeling en het natuurnetwerk. Geen negatief effect zal ontstaan op het natuurnetwerk. Uit de beoordeling van de planologisch relevante milieuaspecten zal ook blijken dat het planvoornemen deze aspecten niet belemmert.
7
5.
Kenmerken van de potentiele effecten
5.1
Toetsingscriteria
Bij de potentiële effecten van het project wordt voor zover relevant gekeken naar: −
het bereik van het effect;
−
het grensoverschrijdende karakter van het effect;
−
de waarschijnlijkheid van het effect;
−
de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het project.
De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Vanwege de aard van de ingreep wordt nader aandacht besteed aan de potentiële (milieu)effecten die kunnen optreden.
5.2.
Toets van het project aan de criteria
Het bereik van het effect betreft de zeer nabije directe omgeving van de planlocatie. Er is geen sprake van een grensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling. Uit het bestemmingsplan en de uitgevoerde onderzoeken zal blijken dat de kans op negatief effect op de omgeving zeer klein is. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. (Milieu)effecten
Beschrijving van de mogelijke effecten
Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk
Bodem
Verwezen wordt naar het uitgevoerde bodemonderzoek en paragraaf
4.8
van
de
bestemmingsplantoelichting
Nee
‘Nieuw
Koolwijk’. Bij het uitwerken van het verder bouwrijp opleveren van de locatie dient rekening te worden gehouden dat een eventuele grondbewerking (zeven) van de bovenlaag op puin en ander bijmengingen wenselijk is. Specifiek wordt hier opgemerkt dat er, hoewel er geen sprake is van een verontreiniging met asbest op de locatie, aanbevolen wordt de zichtbare fractie van de asbesthoudende materialen eveneens af te zeven en aansluitend van de locatie af te veoren Archeologie en
Verwezen wordt naar paragraaf 4.3 van de bestemmingsplan-
cultuurhistorie
toelichting ‘Nieuw Koolwijk’ en de uitgevoerde archeologische
Nee
onderzoeken. Afgraving heeft plaatsgevonden. De te bebouwen delen van het plangebied kunnen worden vrijgegeven. Geen archeologische waarden zijn verloren gegaan of gaan nog verloren. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling gaan ook geen cultuurhistorische waarden verloren. Water
Verwezen wordt naar paragraaf 4.1 van de bestemmingsplan
Nee
toelichting ‘Nieuw Koolwijk’. Na herontwikkeling zal sprake zijn van circa 3.050 m² oppervlakteverharding. Daar in de huidige situatie sprake is van circa 6.350 m², zal het verhard oppervlak ter plaatse
8
van de planlocatie De Ruiting 2B als gevolg van de beoogde herontwikkeling dan ook afnemen. In principe wordt dan ook geen compensatie vereist in de vorm van extra waterberging. Niettemin wordt binnen de planlocatie een gedeelte binnen de bestemming ‘Natuur’ ingericht voor waterberging. De realisatie van deze extra waterberging zal worden meegenomen in de watervergunning. De nieuwe woningen worden afgekoppeld en wateren oppervlakkig af richting greppels en sloten. Om wateroverlast te voorkomen wordt gedacht aan een nieuwe kade verderop langs de rand van de als nieuwe natuur te ontwikkelen aanliggende gronden. Dit betekent dat er achter deze kade een nieuwe verzamelsloot zal worden gemaakt om het water verder af te voeren en dat bestaande en eventuele nieuwe sloten hierop aangesloten zullen worden. Om deze planlocatie dezelfde hoogwaterbescherming te geven als de bestaande kade zal aansluitend op de nieuwe kade een steilrand worden gemaakt in combinatie met een terreinverlaging daarvoor. Zo wordt ook benodigde waterberging gerealiseerd. Natuur/Ecologie
Verwezen wordt naar paragraaf 4.2 van de bestemmingsplantoelichting
‘Nieuw
Koolwijk’,
het
uitgevoerde
Flora
Nee
en
faunaonderzoek en het Stikstofdepositie-onderzoek welke als bijlage bij het bestemmingsplan zijn gevoegd. Het meest dicht bij de planlocatie gelegen Natura 2000-gebied betreft ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en is gelegen op een afstand van circa 2,6 kilometer ten zuiden van de planlocatie. De planlocatie is op dusdanig grote afstand gelegen dat gesteld kan worden dat de beoogde herontwikkeling geen negatief effect heeft op dit Natura 2000-gebied. De planlocatie De Ruiting 2B is direct gelegen tegen het Natuur Netwerk Brabant. De beoogde sanering van het agrarisch bedrijf ter plaatse heeft een positief effect op het NNB. Met de beoogde herontwikkeling wordt voorzien in een forse erfbeplanting, waarmee een duidelijke afscheiding ontstaat tussen de woningbouwontwikkeling en het natuurnetwerk. Ter plaatse van de planlocatie De Ruiting 2B worden alle bestaande opstallen gesloopt, bestaande uit een kas, een loods, containervelden en een waterreservoir. Deze opstallen kennen geen ecologische waarden. Geen flora- en faunasoorten gaan verloren met de sloop. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt
voorzien
in
een
forse
erfbeplanting.
De
beoogde
herontwikkeling heeft dan ook enkel een positief effect op de floraen fauna ter plaatse. Geluid
Verwezen wordt naar paragraaf 4.6 van de bestemmingsplan-
Nee 9
toelichting ‘Nieuw Koolwijk’ en het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai welke als bijlage is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Een ontheffing hogere grenswaarde wordt aangevraagd.
Het
ontwerpbesluit
zal
gelijktijdig
met
het
ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd en de definitieve beschikking bij het vastgestelde bestemmingsplan. Voldaan wordt aan de regels zoals gesteld in de Wet geluidhinder. Luchtkwaliteit
Verwezen wordt naar paragraaf 4.7 van de bestemmingsplan-
Nee
toelichting ‘Nieuw Koolwijk’. Uit de conclusies blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
10
6.
Conclusies en advies
Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van realisatie van zes Ruimte voor Ruimte woningen aan De Ruiting 2B te Esch. Gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiele effecten moet worden geconcludeerd dat het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het plangebied en de directe omgeving ervan Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure. Voorgesteld wordt om geen milieueffectrapport voor het plan aan De Ruiting 2B te Esch op te stellen.
11