Vaststelling bp Nieuw Koolwijk (1299756)- Bijlage 2b13 Bijlage bij toelichting Aanvullend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 364141 Referentienummer: SWNL0257510 Datum: 02-03-2020
Aanvullend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek De Ruiting te Esch
Definitief
Opdrachtgever: Ruimte voor Ruimte Postbus 79 5201 AB ‘s-Hertogenbosch
Sweco Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven Postbus 1265 5602 BG Eindhoven Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V.
Sander Derks
Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
T +31 88 811 66 83 M +31 6 21 17 14 64
Verantwoording Titel
Aanvullend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek
Subtitel
De Ruiting te Esch
Projectnummer
364141
Referentienummer
SWNL0257510
Datum
02-03-2020
Auteur(s)
Sander Derks
E-mailadres
Sander.Derks@sweco.nl
Gecontroleerd door
Maarten Lathouwers
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij
Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
1.1
Algemeen ................................................................................................................. 4
1.2
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 4
1.3
Opbouw van het rapport .......................................................................................... 4
2
Vooronderzoek....................................................................................................... 5
2.1
Algemeen ................................................................................................................. 5
2.2
Onderzoeksstrategie ............................................................................................... 6
3
Veldonderzoek ....................................................................................................... 8
3.1
Onderzoeksstrategie ............................................................................................... 8
3.2
Maaiveldinspectie ten behoeve van asbest bodemonderzoek ................................ 9
3.3
Visuele beoordeling grond ....................................................................................... 9
4
Laboratoriumonderzoek ..................................................................................... 12
5
Resultaten verkennend bodemonderzoek asbest............................................ 14
6
Nader asbestonderzoek ...................................................................................... 17
6.1
Opzet nader asbestonderzoek .............................................................................. 17
6.2
Berekening asbestgehalte ..................................................................................... 18
7
Resultaten bodemonderzoek chemische parameters ..................................... 20
7.1
Toetsingskader ...................................................................................................... 20
7.2
Toetsingsresultaten ............................................................................................... 21
8
Interpretatie onderzoeksresultaten.................................................................... 23
8.1
Verontreinigingssituatie ......................................................................................... 23
8.2
Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 24
9
Conclusie en advies ............................................................................................ 26
Protocollen en onderzoeksnormen ................................................................................... 27
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Situatie met gaten en boringen
Bijlage 3
Veldonderzoek
Bijlage 4
Analysecertificaten
Bijlage 5
Toetsingstabellen en berekening asbestgehalten
Bijlage 6
Toetsingskader bodemkwaliteit
Bijlage 7
Kwaliteitsborging
1
Inleiding
1.1 Algemeen In opdracht van Ruimte voor Ruimte C.V. heeft Sweco Nederland B.V. een aanvullend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van De Ruiting te Esch. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend bodemonderzoek en nader asbestonderzoek is de voorgenomen herinrichting van de locatie en uitgifte met de bestemming wonen op het terrein. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Het aanvullend bodemonderzoek geeft inzicht in de algemene bodemkwaliteit. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: · het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); · het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); · het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); · de resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 5); · het nader asbestonderzoek (hoofdstuk 6); · de resultaten van de chemische parameters van het bodemonderzoek (hoofdstuk 7); · de interpretatie van alle resultaten (hoofdstuk 8); · conclusie en advies (hoofdstuk 9). Na hoofdstuk 9 is een lijst opgenomen met gebruikte normen en protocollen. De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
2
Vooronderzoek
2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de informatie uit de volgende onderzoeken: · inspectie van de bodem middels verkennend bodemonderzoek ter plaatse van een perceel aan de Ruiting 2b te Esch, rapport 15061329, d.d. 28 augustus 2015, omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB); · nader asbestonderzoek Ruiting 2B te Esch, projectnummer 405253, d.d. 5 oktober 2015, Anteagroup. Op basis van bovengenoemde onderzoeken zijn de volgende conclusies te trekken: · ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltanks zijn in de grond geen overschrijdingen voor de onderzochte parameters aangetoond, in het grondwater is een streefwaarde overschrijding voor barium aangetoond; · ter plaatse van de voormalige bestrijdingsmiddelen opslag zijn in de grond geen overschrijdingen voor de onderzochte parameters aangetoond; · ter plaatse van het voormalig mengbassin is in de bodem geen overschrijding van de onderzochte parameters aangetoond; · in het grondwater is op diverse locaties een streefwaarde overschrijding van barium en molybdeen aangetoond; · in het verkennend bodemonderzoek is op twee locaties een interventiewaarde overschrijding aan asbest aangetoond.
Bij het nader asbestonderzoek is geen interventiewaarde overschrijding aan asbest aangetoond; · bij het uitgevoerd nader asbestonderzoek is van de toplaag ten noorden (RE1) en ten zuiden (RE2) van de (destijds nog aanwezige) schuur tevens onderzocht op de aanwezigheid van respirabele vezels. Per RE is een analyse op respirabele vezels ingezet (SEM-analyse). In beide monsters zijn geen respirabele vezels aangetroffen. Na uitvoering van voorgenoemde onderzoeken is de aanwezige bebouwing en verharding (kas, waterbassin en puinverharding) gesloopt en verwijderd. Naar aanleiding van een uitgevoerd locatiebezoek van Sweco B.V. (de heer B. Van den Berkmortel) op 11 oktober 2018 zijn er op het terrein nog potentieel verdachte locaties en ”witte vlekken” aanwezig. Dit betreft onder andere: · het in het zuiden gelegen waterbassin is gedempt met onbekend materiaal; · het in het noorden gelegen waterbassin is tijdens eerder onderzoek niet onderzocht; · er zijn aardenwallen aanwezig met bijmengingen aan puin; · op het terrein zijn paden rondom de schuur aanwezig met mogelijk puinfundering welke niet onderzocht is; · mogelijk is ten oosten van de aanwezige schuur nog oude fundering aanwezig (n.a.v. gesprek met eigenaar). Na het locatie bezoek van 11 oktober 2018 zijn door de voormalige eigenaar binnen de onderzoekslocatie werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van de oplevering.
De aardewallen zijn verwijderd, het waterbassin in het noorden is verwijderd, de poeren van de oude kas inclusief de puinfunderingen zijn verwijderd en de aanwezige begroeiing is voor een groot deel verwijderd. Tevens zijn de hierboven onder vierde en vijfde bullit genoemde puinfunderingen rondom de schuur van de locatie verwijderd. Het terrein is daarna geëgaliseerd. Hierbij is puinhoudende grond (waarschijnlijk uit de verwijderde grondwallen) verspreid over het terrein. Omdat de kwaliteit van de grond uit de grondwallen niet bekend is, is niet uit te sluiten dat door het egaliseren verontreinigde grond is verspreid over het maaiveld.
Daarnaast is in het voorjaar van 2019 de schuur (waarin asbest was verwerkt) gesloopt. Tijdens de sloopwerkzaamheden zijn rondom de schuur op diverse plaatsen in sterke mate bijmenging aan puin, asfalt en andere bodemvreemde materialen in de grond aangetroffen. Via de sloopaannemer is vernomen dat de (voormalige) eigenaar gezegd zou hebben dat er op verschillende plaatsen bodemvreemde materialen in de grond zijn gestopt. Het is niet bekend of dit feitelijk gebeurd is. Op verzoek van Ruimte voor Ruimte heeft op 3 mei 2019 wederom een terreininspectie plaatsgevonden. Hierbij is geconstateerd dat op het overgrote deel van het terrein voornamelijk puin op het maaiveld aanwezig is. Ter plaatse van de voormalige aardenwal (noordzijde van de locatie) is op een aantal plaatsen asbestverdacht plaatmateriaal op het maaiveld aangetroffen. Het is niet uit te sluiten dat er in de grond (van de voormalige aardenwal) ook asbestverdacht plaatmateriaal heeft gezeten wat als gevolg van het egaliseren over (een gedeelte) van de locatie is verspreid. Door de uitgevoerde werkzaamheden (door zowel de voormalige eigenaar als door de sloopaannemer) is de situatie dusdanig veranderd dat het noodzakelijk is om op het gehele terrein (als verificatie van de voorgaande onderzoeken, danwel als aanvulling op de voorgaande onderzoeken) bodemonderzoek uit te voeren.
Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied, verdeeld over diverse deellocaties. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Onderzoeksstrategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in paragraaf 2.1, is de onderzoeklocatie opgedeeld in de volgende negen deellocaties: · gedempt waterbassin (zuidzijde). Deze deellocatie zal worden onderzocht, aangezien de kwaliteit van de grond waarmee het waterbassin gedempt is onbekend is. De grond zal worden onderzocht op chemische parameters en op asbest; · grond onder asbestdak. Bij het voorgaand uitgevoerd verkennend asbestonderzoek was ten noorden van de gevel (onder het dak) gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (> 100 mg) aangetroffen. Het verkennend asbestonderzoek bestond uit het graven van asbestgaten aan de noordzijde van de schuur. Aan de zuidzijde waren toen geen asbestgaten gegraven. Bij het nader asbestonderzoek waren (onder het dak) ten noorden en ten zuiden van de schuur gehalten aan asbest beneden de interventiewaarde aangetroffen. Ter verificatie van het gehalte aan asbest dat bij het verkennend asbestonderzoek was aangetroffen, zal bij onderhavig onderzoek asbestonderzoek worden uitgevoerd; · voormalige schuur.
Deze deellocatie zal worden onderzocht op chemische parameters, aangezien deze deellocatie bij het voorgaand verkennend bodemonderzoek nog niet was onderzocht; · voormalige klinkerverharding (deelgebied 1 en deelgebied 2). Deze deellocatie zal worden onderzocht aangezien mogelijk bodemvreemde bijmenging onder de klinkers aanwezig is (geweest). De grond zal worden onderzocht op chemische parameters en op asbest; · sloten. De waterbodem ter plaatse van drie sloten (sloot 1, sloot 2 en sloot 3) zal worden onderzocht op chemische parameters; · voormalig weiland en grasveld. Ter plaatse van deze locatie is geen puin bij de egalisatiewerkzaamheden terechtgekomen. Bij het voorgaand verkennend bodemonderzoek is alleen onderzoek naar de bovengrond verricht. Bijgevolg zal bij onderhavig onderzoek zowel de bovengrond als de ondergrond worden onderzocht op chemische parameters.
·
vlak geschoven terreindelen en bossage (incl. voormalig waterbassin aan de noordzijde). Bij deze deellocatie is als gevolg van de egalisatiewerkzaamheden puin over de locatie verspreid. De grond zal worden onderzocht op chemische parameters en op asbest. Tevens zal ter verificatie op het mogelijk gebruik van bestrijdingsmiddelen de bovengrond worden onderzocht op OCB’s.
In tabel 2-1 zijn de deellocaties met hypotheses gedefinieerd. Tabel 2-1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Deellocatie
Oppervlakte / lengte
Bodemlaag (m -mv)
Hypothese
Strategie 1
Gedempt waterbassin Grond onder asbestdak Voormalige schuur Voormalige klinkerverharding (deelgebied 1 en 2) Sloot 1 Sloot 2 Sloot 3 Vml wei/grasveld Vlak geschoven + bossage
1.310 m² 15 m² 735 m² 500 m²
0-2 0-0,5 0-2 0-2
Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht
NEN 5740 (VED-HE), NEN 5707 (VED-HE) NEN 5707 (maatwerk) NEN 5740 (VED-HE) NEN 5740 (maatwerk), NEN 5707 (maatwerk)
0-2 0-2
Onverdacht Onverdacht Onverdacht Onverdacht Verdacht
Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning NEN 5740 (maatwerk) NEN 5740 (VED-HE)
1
80 m¹ 180 m¹ 240 m¹ 3.460 m² 18.135 m²
strategie VED-HE: verdachte locatie, heterogeen voorkomen op monstername-niveau
De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.
3
Veldonderzoek
Het veldonderzoek is opgedeeld in een aantal deellocaties, deze deellocaties zijn bepaald op basis van het al dan niet verdacht zijn. Het betreft hierbij de volgende deellocaties: 1. Gedempt waterbassin. 2. Grond onder voormalig asbestdak. 3. Voormalige schuur. 4. Voormalige klinkerverharding. 5. Sloot 1. 6. Sloot 2. 7. Sloot 3. 8. Voormalig weiland/grasveld. 9. Vlak geschoven deel en bossage. 3.1 Onderzoeksstrategie Het veldwerk voor de onderzoeksstrategieën zijn ingevuld, zoals in tabel 3-1 beschreven: Tabel 3-1:
Uitgevoerd veldwerk
Deellocatie
Bodemlaag (m-mv)
Omvang (m1 / m²)
Strategie
1
0-2
1.310 m2
NEN 5740 (VED-HE), NEN 5707 (VED-HE)
2
0-1
15 m2
NEN 5707 (maatwerk)
3
0-1,5
735 m2
NEN 5740 (VED-HE)
4
0-2
500 m2
NEN 5740 (maatwerk), NEN 5707 (maatwerk)
5
0-0,5
80 m1
6
0-0,5
7
Gat minimaal 30x30 cm
Boring minimaal Ø12 cm in gat
Sleuf minimaal 2,0x0,5
Slibsteken in waterbodem
Aantal 5
Aantal 5
Aantal 4
Diepte 1,0 à 1,5
Aantal
Diepte
3
1,0
7
1,0 à 1,5
Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning
10
0,5
180 m1
Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning
10
0,5
0-0,5
240 m1
Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning
15
0,5
8
0-2
3.460 m2
NEN 5740 (maatwerk)
9
0-2
18.135 m2
NEN 5740 (VED-HE)
Diepte 0,5
7
29
0,5
Diepte 2,0
2,0
5
2,0
21 8
1,0 2,0
Het veldwerk is uitgevoerd door Sweco Nederland BV en Tritium Advies op 5, 6 en 7 augustus 2019 en Geofoxx op 3 oktober 2019. Het veldwerk is uitgevoerd door persoonlijk gecertificeerde veldwerkers waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 3. De locaties van de boringen, asbestgaten en sleuven zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van het terreingebruik en de maaiveldinspectie. Bij de uitvoering van het veldwerk van 5 augustus 2019 tot en met 3 oktober 2019 zijn geen afwijkingen van de NEN5740 en NEN5707 opgetreden. 3.2 Maaiveldinspectie ten behoeve van asbest bodemonderzoek Uitvoering Het maaiveld is geïnspecteerd door de verdachte deellocaties 1, 2 en 4 in stroken van 1,5 m haaks op elkaar te belopen. Bij de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Bemonstering Daar er geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen, is geen asbestverdacht plaatmateriaal bemonsterd van het maaiveld. 3.3 Visuele beoordeling grond Uitvoering Bij het verrichten van boringen en het graven van asbestgaten en sleuven is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en afwijkende kenmerken. Voor het asbest-bodemonderzoek is de grond gezeefd over een zeef met maaswijdte van 2 cm en is de uitgezeefde grove fractie geïnspecteerd op asbestverdachte materialen.
Hierbij zijn de asbestverdachte stukken verzameld, geteld en gewogen per type materiaal. De boringen en gaten zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Tijdens het uitvoeren van het waterbodemonderzoek (deellocatie 5, 6 en 7) is geconstateerd dat in sloot 1 (deellocatie 5) geen sliblaag aanwezig is. Ter plaatse van deze sloot is een mengmonster samengesteld uit de grond vrijkomend uit de slootbodem. In sloot 3 (deellocatie 7) is ter plaatse van de steken S26 t/m S30 eveneens geen slib aangetroffen, de hieruit vrijkomende grond is eveneens als mengmonster geanalyseerd. Het resterende deel van sloot 3 is middels 10 slibsteken onderzocht, hier zijn dus vijf extra slibsteken genomen. Zintuiglijke waarnemingen De resultaten van de visuele inspectie c.q. de zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in tabel 3-3.
Tabel 3-3:
Resultaten visuele inspectie en zintuiglijke waarnemingen
Boringnummer
Maximale boordiepte (m -mv)
Diepte (m -mv)
Grondsoort
Zintuiglijke waarneming
SL01¹
1,10
SL01A1 SL02
1,00 1,00
SL03 SL041 SL05 SL06¹
1,00 1,00 1,00 1,50
SL06A1 SL07 SL08 SL09 SL10
1,00 1,00 1,00 1,00 1,20
SL11
1,50
SL12 A01 A02 A03 A04 A05 A06 A07 A08 A09 A10 A11 A12 A13 A14 A15 A16¹ AB16A1 A17
1,50 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,20 0,50 1,20
A18 A19 A21 A22 A23 A24 A25 A26 A27
1,00 1,00 2,00 2,00 2,00 1,00 2,00 2,00 2,00
0,00 - 0,30 0,30 - 0,60 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,20 0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,10 0,00 - 0,10 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,10 0,00 - 0,30 0,00 - 0,10 0,00 - 0,50 0,00 - 0,70 0,00 - 0,50 0,50 - 1,50
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
sterk puinhoudend, 1x av 6gr zwak puinhoudend zwak puinhoudend sporen puin sporen puin zwak puinhoudend sporen puin, 1x av 6 gr sporen puin matig puinhoudend, 2x av 79 gr sporen puin, 8x av 899gr zwak puinhoudend sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin, sporen glas sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin zwak puinhoudend, 2x av 12gr zwak puinhoudend, 4x av 280gr sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin zwak puinhoudend sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin
A28
2,00
A30 A31 A33 01
2,00 2,00 2,00 2,00
02
2,00
03
2,00
04
2,00
05 06
2,00 2,00
07
2,00
09 10 12
2,00 2,00 2,00
0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 0,00 - 0,70 0,00 - 0,70 0,00 - 0,30 0,00 - 0,40 0,40 - 0,80 0,00 - 0,50 0,50 - 0,70 0,70 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,30 0,70 - 2,00 0,35 - 0,80 0,80 - 1,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,65 - 2,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,20 0,00 - 0,70 0,00 - 0,25 0,00 - 0,90
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
zwak puinhoudend sporen puin sporen puin sporen puin matig puinhoudend zwak baksteenhoudend, brokken beton, sporen tempex Sporen tempex brokken beton, resten kolen, resten puin matig puinhoudend, brokken beton resten baksteen sporen baksteen resten baksteen Sporen tempex brokken beton brokken beton resten baksteen sporen baksteen, sporen puin brokken beton, sporen baksteen resten kolen resten kolen, resten baksteen resten plastic, zwak koolhoudend resten baksteen resten kolen zwak baksteenhoudend, tempex resten
¹ Ten aanzien van de sleuven SL01, SL04, SL06 en asbestgat A16 is de betreffende grond in het laboratorium abusievelijk niet onderzocht op asbest. Bijgevolg zijn ten behoeve van de analyse asbest in grond de sleuven SL01A, SL06A en gat A16A opnieuw verricht.
Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. Voor het bodemonderzoek naar asbest is de opgegraven grond bemonsterd door het samenstellen van mengmonsters per deellocatie, na verwijdering van de grove fractie >2 cm. Van de asbestverdachte materialen zijn per type monsters genomen.
4
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse (zie tabel 4-1). Tabel 4-1: Monster
Monsterselectie Monstertraject Deelmonsters (m -mv)
Analyse
Motivatie
Deellocatie 1, Gedempt waterbassin MM05 0,00 - 0,50 SL09, SL10, SL11, SL12 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM06 0,50 - 1,00 SL10, SL11, SL12 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM07 0,50 - 1,50 SL09, SL10, SL11, SL12 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM13 0,00 - 0,50 A30, A31, A32, A33 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM14 0,00 - 0,50 A30, A31, SL09, SL10, SL11, SL12 Standaardpakket Sporen puin MM15 0,00 - 0,80 A29, A32, A33 Standaardpakket Bepaling kwaliteit bovengrond MM16 0,50 - 1,50 A29, A30, SL09, SL10, SL11 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond MM17 0,70 - 1,50 A31, A32, A33, SL12 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond Deellocatie 2 en 4 (gecombineerd), Grond onder voormalig asbestdak en Voormalige klinkerverharding MM01 0,00 - 0,50 SL02, SL03, SL05, SL07, SL08 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM02 0,30 - 0,60 SL01, SL02 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM03 0,40 - 1,00 SL01, SL02, SL03, SL04, SL05 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM04 0,80 - 1,50 SL04, SL05, SL06, SL07, SL08 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM25 0,00 - 0,50 SL02, SL07, SL08 Standaardpakket Sporen puin MM26 0,50 - 1,50 SL01, SL02, SL06 Standaardpakket Sporen puin MM27 0,50 - 1,00 SL07, SL08 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond SL01A 0,00 - 0,50 SL01A Asbest
in grond Bepaling gehalte asbest in grond SL06A 0,00 - 0,50 SL06A Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond SL06A-1 0,50 - 1,00 SL06A Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond Deellocatie 3, Voormalige schuur MM18 0,00 - 0,50 01, 02, 06 Standaardpakket Puin bijmenging MM19 0,00 - 0,50 03, 05, 07 Standaardpakket Baksteen bijmening MM20 0,00 - 0,35 04 Standaardpakket Bepaling kwaliteit bovengrond MM21 0,70 - 1,50 01, 02, 03 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond MM22 1,00 - 1,80 04, 05, 06 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond MM23 1,20 - 1,70 07 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond Deellocatie 5, Sloot 1 WB02 0,00 - 0,90 S01 t/m S10 Standaardpakket Bepaling kwaliteit slootbodem Deellocatie 6, Sloot 2 WB03 0,00 - 0,45 S11, S12, S13, S14, s15, S16, S17, STAPs pakket Bepaling kwaliteit waterbodem S18, S19, S20 Deellocatie 7, Sloot 3 WB01 0,00 - 0,50 S26 t/m S30 Standaardpakket Bepaling kwaliteit slootbodem WB04 0,00 - 0,45 S21, S22, S23, S24, S25, S31, S32, STAPs pakket Bepaling kwaliteit waterbodem S33, S34, S35 Deellocatie 8, Voormalig weiland/grasveld MM24 0,00 - 0,50 SL01, SL06 Standaardpakket Puin bijmenging MM28 0,00 - 0,50 09, 11 Standaardpakket Bepaling kwaliteit bovengrond MM29 0,70 - 1,25 09, 10, 11 Standaardpakket Bepaling kwaliteit ondergrond Deellocatie 9, Vlak geschoven deel en bossage MM08 0,00 - 0,50 A01, A02, A03, A04, A22
Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM09 0,00 - 0,50 A05, A06, A09, A10, A21 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond MM10 0,00 - 0,50 A07, A08, A11, A12, A23 Asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond
Monster
Deelmonsters
Analyse
Motivatie
MM11 MM12 MM30 MM31 MM32 MM33 MM34 MM35 MM36 MM37 MM38 MM39 AB16A
Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,00 - 0,30 1,00 - 1,80 1,00 - 1,70 1,00 - 1,70 0,00 - 0,50
A13, A15, A19, A25, A26 A14, A17, A18, A24, A26, A27 A01, A02, A03, A04 A05, A06, A07, A22 A08, A09, A10, A21, A23 A11, A12, A13, A25 A14, A15, A19, A26 A17, A18, A20, A27 A16, A24, A28 A21, A22 A26, A27 A23, A25, A28 AB16A
Asbest in grond Asbest in grond STAP1+OCB STAP1+OCB STAP1+OCB STAP1+OCB STAP1+OCB STAP1+OCB STAP1+OCB Standaardpakket Standaardpakket Standaardpakket Asbest in grond
Bepaling gehalte asbest in grond Bepaling gehalte asbest in grond Sporen puin Sporen puin Sporen puin Sporen puin Sporen puin Sporen puin Zwak puinhoudend Bepaling kwaliteit Bepaling kwaliteit Bepaling kwaliteit Bepaling gehalte asbest in grond
AB16A-1
0,00 - 0,50
AB16A-1
Asbestonderzoek plaatmateriaal
Asbestgehalte
Het standaardpakket voor grond (landbodem) en het pakket STAPs voor slib (waterbodem) bestaat uit zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie. De grond- en slibmonsters zijn tevens geanalyseerd op organische stof en lutum, ten behoeve van de toetsing. De geselecteerde monsters voor de analyses op de standaardpakketten zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 5. In bijlage 5 zijn enkele afwijkingen op de analyseprotocollen vermeld, te weten: · Het volume de monsters MM05, MM06 en MM13 voor het asbestonderzoek was onvoldoende. Na drogen was respectievelijk 9,34 , 8,01 en 9,13 kg ds over, dit is minder dan de voorgeschreven 10 kg ds. De consequentie is dat de analyseresultaten van deze monsters in principe als indicatief moeten worden beschouwd. Echter gezien het feit dat er analytisch geen asbest is aangetoond worden deze monsters als voldoende representatief beschouwd.
5
Resultaten verkennend bodemonderzoek asbest
Het maaiveld ter plaatse van de op asbest verdachte deellocaties 1, 2 en 4 zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Deze maaiveld inspectie heeft een goed beeld gegeven over de eventuele aanwezigheid van asbest. Als onderdeel van het verkennend asbestonderzoek zijn op de asbestverdachte locaties asbestgaten gegraven. Tevens zijn ook sleuven gegraven, dit enerzijds voor het bepalen of er asbestverdacht materiaal aanwezig is, en anderzijds voor het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en eventuele antropogene lagen. Bij de uitvoer van het veldwerk is ter plaatse van asbestgat A16 en sleuven SL01, SL04, SL06 asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Uit de analyse van het plaatmateriaal is gebleken dat het asbesthoudend is. De ter plaatse van A16, SL01, SL04 en SL06 separaat genomen grondmonsters zijn onverhoopt niet geanalyseerd; hierdoor is het niet mogelijk gebleken het gewogen gehalte aan asbest van deze trajecten te berekenen. Om alsnog de mogelijke aanwezigheid van een verontreiniging met asbest te achterhalen, is er voor gekozen ter plaatse van asbestgat A16 een nieuw asbestgat te graven (namelijk asbestgat AB16A) en ter plaatse van de sleuven SL01 en SL06 een nieuwe sleuf te graven (namelijk respectievelijk sleuf SL01A en sleuf SL06A).
Aansluitend is de grond ter plaatse van asbestgat AB16A en de grond ter plaatse van de sleuven SL01A en SL06A op asbest onderzocht. Tevens is het in asbestgat AB16A aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal op asbest onderzocht. Ter plaatse van de sleuven SL01A en SL06A is geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. In tabel 5-1 is het bij het verkennend asbestonderzoek aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal en het analyseresultaat opgenomen. Bij het in deze tabel vermeld gewicht is uitgegaan van het in het laboratorium bepaald gewicht. Tabel 5-1:
Waargenomen asbestverdachte plaatmaterialen
Asbestgat / sleufnummer
Codering monster
Traject Gewicht Aantal Analyseresultaat (m -mv) (gram) stuks
A16 SL01 SL04 SL06
PL A16 PL SL01 PL S04 PL SL06-1
0,0-0,7 0,0-0,3 0,0-0,4 0,0-0,5
SL06 AB16A
PL SL06-2 AB16A-1
0,5-1,0 0,0-0,5
12,4 6,2 6,0 35,6 41,1 905 10,6 150,2
2 1 1 1 1 8 1 2
3,5% chrysotiel (hechtgebonden) 12,5% chrysotiel (hechtgebonden) 12,5% chrysotiel (hechtgebonden), 3,5% crocidoliet (hechtgebonden) 12,5% chrysotiel (hechtgebonden) 7,5% chrysotiel (hechtgebonden) 12,5% chrysotiel (hechtgebonden) 3,5% chrysotiel (hechtgebonden) 12,5% chrysotiel (hechtgebonden)
Bij het verkennend asbestonderzoek zijn de onderstaande monsters grond op asbest onderzocht. De analyseresultaten zijn in tabel 5-2 weergegeven.
Tabel 5-2: Monster
Resultaat asbest in grond Monstertraject (m -mv)
Gaten/sleuven
Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)
Gemeten gehalte Amfibool (mg/kg)
Deellocatie 1, gedempt waterbassin MM05 0,0-0,5 SL09, SL10, SL11, SL12 <2 <2 MM06 0,5-1,0 SL10, SL11, SL12 <2 <2 MM07 0,5-1,5 SL09, SL10, SL11, SL12 <2 <2 MM13 0,0-0,5 A30, A31, A32, A33 <2 <2 Deellocatie 2, Grond onder voormalig asbestdak en Deellocatie 4, Voormalige klinkerverharding MM01 0,0-0,5 SL02, SL03, SL05,SL07,SL08 <2 <2 MM02 0,3-0,6 SL01, SL02 <2 <2 MM03 0,4-1,0 SL01, SL02, SL03, SL04, SL05 <2 <2 MM04 0,8-1,5 SL04, SL05, SL06, SL07, SL08 1,3 <2 SL01A 0,0-0,5 SL01A <2 <2 SL06A 0,0-0,5 SL06A 1,7 <2 SL06A-1 0,5-1,0 SL06A <2 <2 Deellocatie 9, Vlak geschoven deel en bossage MM08 0,0-0,5 A01, A02, A03, A04, A22 0,44 <2 MM09 0,0-0,5 A05, A06, A09, A10, A21 <2 2.7 MM10 0,0-0,5 A07, A08, A11, A12, A23 <2 <2 MM11 0,0-0,5 A13, A15, A19, A25, A26 <2 <2 MM12 0,0-0,5 A14, A17, A18, A24, A26, A27 <2 <2 AB16A-1 0,0-0,5 AB16A 0.034 <2
Gewogen totale gehalte voor asbest¹ (mg/kg) <2 <2 <2 <2 3 <2 <2 <2 1,3 <2 1,7 <2 0,44 3 26.6 3 <2 3 <2 3 <2 3 260 2 3
¹ Gecorrigeerd voor grove fractie en inclusief resultaat grove fractie asbesthoudende materialen. 2 Het gehalte is berekend met een excel-sheet; zie hiertoe bijlage 5. 3 Het berekende gehalte is indicatief, aangezien het gehalte gebaseerd is op monstername vanuit asbestgaten. Voor een
definitief gehalte is berekening van een definitief gehalte aan asbest alleen mogelijk op basis van monstername vanuit sleuven (overeenkomend met een onderzoeksintensiteit van een nader asbestonderzoek).
Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen zijn eerst de volgende stappen nodig: · omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond; · sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond; · berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, is de interventiewaarde asbest vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De met dit verkennend onderzoek verkregen asbestgehalten ter plaatse van de asbestgaten, moeten volgens de NEN 5707 beschouwd worden als indicatieve gehalten. Deze indicatieve gehalten asbest zijn getoetst aan de helft van de interventiewaarde, zijnde 50 mg/kg. Directe toetsing aan de interventiewaarde (100 mg/kg ds gg) is niet mogelijk door de lagere onderzoek intensiteit in het verkennend onderzoek. De verkregen gehalten aan asbest ter plaatse van de sleuven kunnen wel direct getoetst worden aan de interventiewaarde (100 mg/kg). Uit tabel 5-2 blijkt dat de grond ter plaatse van asbestgat AB16A een verhoogd gehalte aan asbest bevat; dit gehalte overschrijdt de bepalingsgrens waarbij noodzaak bestaat tot het verrichten van nader onderzoek (met het graven van sleuven).
Bijgevolg zal hier nader onderzoek worden uitgevoerd (door het verrichten van de sleuven SL16A, SL16B en SL16C; zie hiertoe hoofdstuk 6). Ter plaatse van de andere asbestgaten zijn slechts gehalten beneden de 50 mg/kg aangetroffen.
Ter plaatse van sleuf SL01A (0,0-0,5 m -mv) is geen asbesthoudend plaatmateriaal waargenomen en is tevens uit de analyse asbest in grond geen verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen. Sleuf SL01A was verricht ten behoeve van de verificatie van het gehalte aan asbest ter plaatse van sleuf SL01 (waar een asbesthoudend stuk plaatmateriaal van 6,2 gram op het traject 0,0-0,3 m -mv was aangetroffen). Ter plaatse van sleuf SL06A (0,0-1,0 m -mv) is geen asbesthoudend plaatmateriaal waargenomen. Uit de analyse asbest in grond is op het traject 0,0-0,5 m -mv een gehalte van 1,7 mg/kg aan asbest aangetroffen en is analytisch op het traject 0,5-1,0 m -mv geen asbest aangetroffen. Sleuf SL06A was verricht ten behoeve van de verificatie van het gehalte aan asbest ter plaatse van sleuf SL06 (waar een tweetal stuks asbesthoudend plaatmateriaal van in totaal 76,7 gram op het traject 0,0-0,5 m -mv was aangetroffen en waar 8 stuks asbesthoudend plaatmateriaal van 905 gram op het traject 0,5-1,0 m -mv was aangetroffen).
Aangezien ter plaatse van sleuf SL06 (traject 0,0-1,0 m -mv) nog relatief veel asbesthoudend plaatmateriaal was aangetroffen en daarna (bij het verifiërend onderzoek ter plaatse van sleuf SL06A) nauwelijks asbest is aangetroffen, is besloten ter plaatse van de omgeving van sleuf SL06 een nader onderzoek uit te voeren (door het verrichten van de sleuven SL06B, SL06C en SL06D; zie hiertoe hoofdstuk 6).
6
Nader asbestonderzoek
6.1 Opzet nader asbestonderzoek Ter plaatse van de omgeving van sleuf SL06 (deellocatie “voormalige klinkerverharding”) en asbestgat AB16A (deellocatie “Vlak geschoven deel en bossage”) is op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Op basis van de aangetroffen bijmengingen aan puin en plastic ter plaatse van een sleuf die is verricht in het kader van archeologisch onderzoek (voor situering, zie bijlage 2) zijn er in de nabijheid van deze sleuf nog drie extra sleuven verricht. De locaties van de gegraven sleuven zijn weergegeven in bijlage 2. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen van de NEN5707 opgetreden. Op 6 januari 2020 zijn sleuven (met een lengte van 2,0 meter en een breedte van 0,5 meter) gegraven in de verdachte lagen, zoals vastgesteld bij het verkennend (asbest)onderzoek en het archeologisch onderzoek. Bij het nader asbest onderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: · nabij sleuf SL06: nabij deze sleuf zijn drie sleuven geplaatst (SL06B, SL06C en SL06D); · asbestgat AB16A: nabij dit asbestgat zijn drie sleuven geplaatst (SL16A, SL16B en SL16C); · archeologische sleuf: nabij deze sleuf zijn drie sleuven geplaatst (SL13, SL14 en SL15).
Uitvoering Bij het graven van de sleuven is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen (met name asbestverdacht plaatmateriaal) en afwijkende kenmerken. De grond is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 2 cm en aansluitend is de uitgezeefde grove fractie geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. Hierbij zijn de asbestverdachte stukken verzameld, geteld en gewogen per type materiaal. De sleuven zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 3. In tabel 6-1 zijn de zintuiglijk waargenomen verontreinigingskenmerken opgenomen. Tabel 6-1: Sleufnummer
Zintuiglijke bijmengingen Maximale Diepte boordiepte (m -mv) (m -mv)
Grondsoort
Zintuiglijke waarneming
Deellocatie 2, grond onder voormalig asbestdak en deellocatie 4, Voormalige klinkerverharding SL06B 1,00 0,00 - 0,50 Zand zwak puinhoudend, matig plastichoudend, 1av 80gram 0,50 - 1,00 Zand zwak plastichoudend, sporen puin SL06C 1,00 0,00 - 0,50 Zand zwak puinhoudend SL06D 1,00 0,00 - 0,50 Zand zwak plastichoudend, zwak puinhoudend Nabij archeologische sleuf SL13 1,60 0,00 - 0,50 Zand sporen puin 0,50 - 1,00 Zand sporen puin SL14 1,60 0,00 - 0,50 Zand sporen puin, zwak plastichoudend 0,50 - 1,00 Zand sporen puin, matig plastichoudend SL15 2,00 0,00 - 0,50 Zand matig puinhoudend, zwak plastichoudend, matig glashoudend 0,50 - 1,00 Zand zwak puinhoudend, sterk plastichoudend 1,00 - 1,50 Zand sterk puinhoudend, sterk plastichoudend Deellocatie 9, valk geschoven deel en bossage SLA16-A 1,00 0,00 - 0,50 Zand matig puinhoudend, zwak plastichoudend SLA16-B 1,00 0,00 - 0,50 Zand zwak puinhoudend, zwak plastichoudend SLA16-C 1,50 0,00 - 0,50 Zand zwak puinhoudend, matig plastichoudend, 9av 159gram
0,50 - 1,00
Zand
sporen puin
In tabel 6-2 is het bij het nader asbestonderzoek aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal op asbest in het laboratorium onderzocht. Tevens is in deze tabel het analyseresultaat opgenomen. Bij het in deze tabel vermeld gewicht is uitgegaan van het in het laboratorium bepaald gewicht. Tabel 6-2:
Waargenomen asbestverdachte plaatmaterialen
Sleufnummer
Codering monster
Traject (m -mv)
Gewicht Aantal Analyseresultaat (gram) stuks
Deellocatie 2, grond onder voormalig asbestdak en deellocatie 4, Voormalige klinkerverharding SL06B SL06B-1 0,00 - 0,50 80,5 1 12,5% chrysotiel (hechtgebonden) Deellocatie 9, valk geschoven deel en bossage SLA16-C SLA16-C-1 0,00 - 0,50 28,5 5 3,5% chrysotiel (hechtgebonden) 126,9 4 12,5% chrysotiel (hechtgebonden)
Bij het nader asbestonderzoek zijn de onderstaande monsters grond op asbest onderzocht. Tabel 6-3:
Monsterselectie
Monster
Monstertraject Deelmonsters (m -mv)
Analysepakket
Motivatie
Deellocatie 2, grond onder voormalig asbestdak en deellocatie 4, Voormalige klinkerverharding MM40 0,00 - 0,50 SL06B Asbest in grond Asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen MM42 0,00 - 0,50 SL06C, SL06D Asbest in grond Verdachte laag met puin en plastic MM43 0,50 - 1,00 SL06B Asbest in grond Verdachte laag met puin en plastic Nabij archeologische sleuf MM44 0,00 - 0,50 SL13, SL14 Asbest in grond Verdachte laag met puin en plastic MM45 0,00 - 0,50 SL15 Asbest in grond Verdachte laag met puin, plastic en glas MM46 1,00 - 1,50 SL15 Asbest in grond Verdachte laag met puin en plastic Deellocatie 9, valk geschoven deel en bossage MM41 0,00 - 0,50 SLA16-C Asbest in grond Asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen MM47 0,00 - 0,50 SLA16-A, SLA16-B Asbest in grond Verdachte laag met puin en plastic MM48 0,50 - 1,00 SLA16-C Asbest in grond Verdachte laag met puin
De monsters zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses asbest in grond zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. De analysecertificaten met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 4. 6.2 Berekening asbestgehalte Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen zijn eerst de volgende stappen nodig: · omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond; · sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond; · berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. De berekeningen van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage 5. De berekende asbestgehalten zijn per bodemlaag opgenomen in tabel 6-4 (asbest in grond).
Tabel 6-4:
Resultaat asbest in grond (gewogen totale gehalte, gecorrigeerd voor grove fractie)
Monster
Monstertraject Sleuf (m-mv)
Gemeten gehalte Serpentijn (mg/kg)
Gemeten gehalte Amfibool (mg/kg)
Gewogen totale gehalte asbest¹
Deellocatie 2, Grond onder voormalig asbestdak en deellocatie 4, Voormalige klinkerverharding MM40 0,00 - 0,50 SL06B 6,8 1,9 39 MM42 0,00 - 0,50 SL06C, SL06D 0,4 0,24 2,8 MM43 0,50 - 1,00 SL06B <2 <2 <2 Deellocatie 9, vlak geschoven deel en bossage MM41 0,00 - 0,50 SLA16-C <2 0,49 25 MM47 0,00 - 0,50 SLA16-A, SLA16-B <2 <2 <2 MM48 0,50 - 1,00 SLA16-C 0,63 0,18 2,4 Nabij archeologische sleuf MM44 0,00 - 0,50 SL13, SL14 0,35 1,4 14 MM45 0,00 - 0,50 SL15 <2 <2 <2 MM46 1,00 - 1,50 SL15 <2 <2 <2
¹ Gecorrigeerd voor grove fractie en inclusief resultaat grove fractie asbesthoudende materialen. 2 Het gehalte is berekend met een excel-sheet; zie hiertoe bijlage 5.
Deellocatie 2, Grond onder voormalig asbestdak en deellocatie 4, Voormalige klinkerverharding In de bovengrond van sleuven SL06B, SL06C en SL06D is grond met bijmenging aan puin en plastic aanwezig. In MM40 (SL06B) en MM 42 (SL06C en SL06D) is asbest aangetroffen. Het gehalte aan asbest bevindt zich echter beneden de interventiewaarde (100 mg); deze grondlaag is daarom niet verontreinigd met asbest. Ter plaatse van de ondergrond van sleuf SL06B (0,51,0 m -mv) is geen verhoogd gehalte aan asbest (in MM43) aangetroffen en bijgevolg niet verontreinigd met asbest. Deellocatie 9, vlak geschoven deel en bossage In de bovengrond van sleuven SLA16-A, SLA16-B en SLA16-C is grond met bijmenging aan puin en plastic aanwezig. Op basis van de onderzoeksresultaten is gebleken dat de grond in MM47 (de bovengrond ter plaatse van de sleuven SLA16-A en SLA16-B) geen asbest bevat. Ter plaatse van sleuf SLA16-C is zowel in de bovengrond (MM41) als de ondergrond (MM48) asbest aangetroffen. Het gehalte aan asbest bevindt zich echter (zowel in de bovengrond als in de ondergrond) beneden de interventiewaarde; deze grondlaag is daarom niet verontreinigd met asbest. Nabij archeologische sleuf In zowel de boven- als de ondergrond van sleuven SL13, SL14 en SL15 is grond met bijmenging aan puin en plastic aanwezig.
Op basis van de onderzoeksresultaten is gebleken dat ter plaatse van de bovengrond van de sleuven SL13 en SL14 asbest is aangetroffen (MM44). Dit gehalte bevindt zich beneden de interventiewaarde (100 mg/kg), waardoor geen verontreiniging met asbest aanwezig is. Ter plaatse van de overige onderzochte grondlagen (sleuf SL15, 0,0-1,0 m mv) is geen asbest aangetroffen.
7
Resultaten bodemonderzoek chemische parameters
7.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Voor de toepassing van grond en bagger geldt het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. Het toetsingsresultaat is weergegeven in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport. In de Regeling bodemkwaliteit worden voor waterbodems de volgende toetsingswaarden onderscheiden: · AW: Achtergrondwaarde, het gehalte in onbelaste natuurgebieden en landbouwgronden.
Dit betekent dat de waterbodem vrij toepasbaar is (AW); · MWA: Maximale Waarde klasse A, het maximale gehalte, waarbij de bodemkwaliteit in waterbodemklasse A wordt ingedeeld; · MWB: Maximale Waarde klasse B, het maximale gehalte, waarbij de bodemkwaliteit in waterbodemklasse B wordt ingedeeld; · >MWB: de maximale waarde klasse B wordt overschreden. Dit betekent dat de waterbodem niet toepasbaar is (klasse NT). Tevens zijn de monsters getoetst op de toepasbaarheid op of in de landbodem en de verspreidbaarheid (msPAF) op aangrenzend perceel. De analyseresultaten van de waterbodemmonsters zijn beoordeeld met de volgende BoToVa toetsingen: · T1 ‘kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem’; · T.3 ‘Kwaliteit van baggerspecie en ontvangende bodem of oever bij toepassen in een oppervlaktewaterlichaam’; · T.5 ‘Beoordeling verspreidbaarheid van baggerspecie op aangrenzend perceel (landbodem) Bagger - Verspreiden/msPAF’.
7.2 Toetsingsresultaten De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in tabel 7-1 (landbodem) en tabel 7-2 (waterbodem). Tabel 7-1: Monster
Toetsingsresultaten grondmonsters (Wbb en Bbk) Monstertraject Boringnummers (m -mv)
> AW
>T
>I
Deellocatie 1, gedempte waterbassin MM14 0,00 - 0,50 A30 (0,00 - 0,50), A31 (0,00 - 0,50), Molybdeen SL09 (0,00 - 0,50), SL10 (0,00 - 0,50), SL11 (0,00 - 0,50), SL12 (0,00 - 0,50) MM15 0,00 - 0,80 A29 (0,00 - 0,50), A32 (0,20 - 0,70), Koper, Molybdeen A33 (0,30 - 0,80) MM16 0,50 - 1,50 A29 (1,00 - 1,50), A30 (1,00 - 1,50), PCB SL09 (0,50 - 1,00), SL10 (0,70 - 1,20), SL11 (1,00 - 1,50) MM17 0,70 - 1,50 A31 (0,70 - 1,20), A32 (0,80 - 1,30), Molybdeen A33 (0,90 - 1,30), SL12 (1,00 - 1,50) Deellocatie 2 en 4 (gecombineerd), Grond onder voormalig asbestdak en Voormalige klinkerverharding MM25 0,00 - 0,50 SL02 (0,00 - 0,30), SL07 (0,00 – 0,50), SL08 (0,00 -0,50) MM26 0,50 - 1,50 SL01 (0,60 – 1,10), SL02 (0,50 – 1,00), SL06 (1,00 – 1,50) MM27 0,50 - 1,00 SL07 (0,50 – 1,00), SL08 (0,50 – 1,00) Deellocatie 3, voormalige schuur MM18 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,40), 02 (0,00 - 0,50), PCB, Zink 06 (0,00 - 0,50) MM19 0,00 - 0,50 03 (0,00 - 0,30), 05 (0,00 - 0,30), Zink 07 (0,00 - 0,50) MM20 0,00 - 0,35 04 (0,00 - 0,35) MM21 0,70 - 1,50 01 (0,80 - 1,30), 02 (1,00 - 1,50), 03 (0,70 - 1,20) MM22 1,00 - 1,80 04 (1,30 – 1,80), 05 (1,10 – 1,60), 06 (1,00 – 1,30) MM23 1,20 - 1,70 07 (1,20 – 1,70) Deellocatie 5, sloot 1 WB02 0,00 – 0,90 S01 (0,00 - 0,90), S02 (0,00 - 0,90), S03 (0,00 - 0,80), S04 (0,00 - 0,65), S05 (0,00 - 0,55), S06 (0,00 - 0,65), S07 (0,00 - 0,80), S08 (0,00 - 0,70), S09 (0,00 -
0,50), S10 (0,00 - 0,80) Deellocatie 7, Sloot 3 WB01 0,00 - 0,50 S26 (0,00 - 0,50), S27 (0,0 - 0,50), S28 (0,0 - 0,50), S29 (0,0 - 0,50), S30 (0,0 - 0,50) Deellocatie 8, Voormalig weiland/grasveld MM24 0,00 - 0,50 SL01 (0,00 - 0,30), SL06 (0,00 - 0,50) PCB MM28 0,00 - 0,50 09 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50) MM29 0,70 - 1,25 09 (0,70 - 1,00), 10 (0,75 - 1,25), PCB 11 (0,80 - 1,15) Deellocatie 9, Vlak geschoven deel en bossage MM30 0,00 - 0,30 A01(0,0 - 0,30), A02 (0,0 - 0,30), -
Conclusie Bbk
Altijd Toepasbaar
Wonen Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Industrie Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
MM31
0,00 - 0,30
MM32
0,00 - 0,30
MM33
0,00 - 0,30
MM34
0,00 - 0,30
MM35
0,00 - 0,50
MM36
0,00 - 0,30
MM37 MM38 MM39
1,00 - 1,80 1,00 - 1,70 1,00 - 1,70
Tabel 7-2:
A03 (0,0 - 0,30), A04 (0,0 - 0,30) A05 (0,0 - 0,30), A06 (0,0 - 0,10), A07 (0,0 - 0,10), A22 (0,0 - 0,10) A08 (0,0 - 0,30), A09 (0,0 - 0,30), A10 (0,0 - 0,30), A21 (0,0 - 0,30), A23 (0,0 - 0,30) A11 (0,00 - 0,30), A12 (0,00 - 0,30), A13 (0,00 - 0,30), A25 (0,00 - 0,30) A14 (0,00 - 0,30), A15 (0,00 - 0,30), A19 (0,00 - 0,30), A26 (0,00 - 0,30) A17 (0,00 - 0,30), A18 (0,00 - 0,30), A20 (0,00 - 0,50), A27 (0,00 - 0,30) A16 (0,00 - 0,30), A24 (0,00 - 0,10), A28 (0,00 - 0,30) A21 (1,00 - 1,50), A22 (1,30 - 1,80) A26 (1,20 - 1,70), A27 (1,00 - 1,50) A23 (1,00 - 1,50), A25 (1,00 - 1,50), A28 (1,20 - 1,70)
-
-
-
Altijd Toepasbaar
-
-
-
Altijd Toepasbaar
Lood
-
-
Altijd Toepasbaar
DDD (som)
-
-
Wonen
PAK, beta-HCH
-
-
Industrie
Koper, Cadmium, Lood, PAK, Drins (som), Minerale olie Cadmium -
-
-
Industrie
-
-
Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar
Toetsingsresultaten waterbodemmonsters (Bbk)
Monstertraject Boringnummers Monster (m -mv) Deellocatie 6, Sloot 2 WB03 0,00 - 0,45
Deellocatie 7, Sloot 3 WB04 0,00 - 0,45
T1
T3
T5
S11 (0,00 - 0,30), S12 (0,00 - 0,45), S13 (0,00 - 0,40), S14 (0,00 - 0,20), S15 (0,00 - 0,20), S16 (0,00 - 0,10), S17 (0,00 - 0,25), S18 (0,00 - 0,30), S19 (0,00 - 0,45), S20 (0,00 - 0,45)
Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
Verspreidbaar
S21 (0,00 - 0,45), S22 (0,00 - 0,40), S23 (0,00 - 0,25), S24 (0,00 - 0,10), S25 (0,00 - 0,40), S31 (0,00 - 0,30), S32 (0,00 - 0,15), S33 (0,00 - 0,20), S34 (0,00 - 0,10), S35 (0,00 - 0,25)
Altijd Toepasbaar
Altijd Toepasbaar
Verspreidbaar
8
Interpretatie onderzoeksresultaten
8.1
Verontreinigingssituatie
Deelgebied 1 (gedempt waterbassin). Ter plaatse van de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aan molybdeen en/of koper aangetroffen. In de ondergrond is plaatselijk molybdeen en PCB aangetroffen. De bovengrond en ondergrond is over het algemeen “Altijd toepasbaar”. Asbest. Bij het verkennend asbestonderzoek is geen asbest in de grond aangetroffen. Deelgebied 2 (grond onder voormalig asbestdak) en deelgebied 4 (voormalige klinkerverharding). Ter plaatse van deze beide deellocaties zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte (chemische) parameters aangetroffen. De bovengrond en ondergrond is “Altijd toepasbaar”. Asbest. Ter plaatse van deze beide deellocaties is bij het verkennend asbestonderzoek asbest aangetroffen, maar zijn de gehalten aangetroffen beneden het criterium voor nader asbestonderzoek (= 50 mg/kg). Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek is nabij sleuf SL06 een nader asbestonderzoek uitgevoerd (door het verrichten van de sleuven SL06B, SL06C en SL06D). Bij het nader asbestonderzoek is geen verontreiniging met asbest aangetroffen. Asfalt Zoals in paragraaf 2.1 omschreven is zijn er diverse bijmengingen aan asfalt waargenomen. Om de teerhoudendheid van deze asfalt te bepalen is een indicatief asfaltmonster genomen. Op basis van de analyse blijkt dat de asfalt bijmengingen niet teerhoudend zijn. Deelgebied 3 (voormalige schuur).
Ter plaatse van de bovengrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan zink en PCB aangetroffen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetroffen. De bovengrond is over het algemeen “Altijd toepasbaar” en de ondergrond is “Altijd toepasbaar”. Deelgebied 5 (sloot 1). Ter plaatse van de waterbodem is geen slib aangetroffen. De toplaag (grond) van de waterbodem is daarom getoetst aan Wet bodembescherming; hierbij zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetroffen. De grond is “Altijd toepasbaar”. Deelgebied 6 (sloot 2). De sliblaag van de slootbodem is getoetst aan Besluit bodemkwaliteit; uit de toetsing is gebleken dat het slib: · “altijd toepasbaar” is bij toepassing op of in de landbodem; · “altijd toepasbaar” is bij toepassen in een oppervlaktewaterlichaam; · ”verspreidbaar” is op een aangrenzend perceel.
Deelgebied 7 (sloot 3). Ter plaatse van deze sloot is gedeeltelijk een sliblaag (boringen S21 t/m S25 en S31 t/m S35) aangetroffen en is gedeeltelijk een toplaag van grond (boringen S26 t/m S30) aangetroffen. De sliblaag van deze slootbodem is getoetst aan Besluit bodemkwaliteit; uit de toetsing is gebleken dat het slib: · “altijd toepasbaar” is bij toepassing op of in de landbodem; · “altijd toepasbaar” is bij toepassen in een oppervlaktewaterlichaam; · ”verspreidbaar” is op een aangrenzend perceel. De toplaag (grond) van de waterbodem is daarom getoetst aan Wet bodembescherming; hierbij zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte parameters aangetroffen. De grond is “Altijd toepasbaar”. Deelgebied 8 (voormalig weiland/grasveld). In zowel de bovengrond als de ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan PCB aangetroffen. De bovengrond en ondergrond is “Altijd toepasbaar”. Deelgebied 9 (vlak geschoven deel en bossage). In de bovengrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan koper, lood, cadmium, PCB, PAK, Beta-HCH, DDD (som), drins (som) en minerale olie aangetroffen. In de ondergrond is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan cadmium aangetroffen. De bovengrond op het noordelijk en centraal deel van de deellocatie is “Altijd toepasbaar” en de bovengrond op het zuidelijk deel van de locatie is “Industrie”. De ondergrond is “Altijd toepasbaar”. Asbest.
Ter plaatse van deze deellocatie is bij het verkennend asbestonderzoek asbest aangetroffen, maar zijn de gehalten aangetroffen meestal beneden het criterium voor nader asbestonderzoek (= 50 mg/kg). Alleen ter plaatse van asbestgat AB16A is bij het verkennend asbestonderzoek een indicatief gehalte aan asbest boven het criterium voor nader asbestonderzoek (= 50 mg/kg) aangetroffen (namelijk 260 mg/kg). Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek is nabij asbestgat AB16A een nader asbestonderzoek uitgevoerd (door het verrichten van de sleuven SL16A, SL16B en SL16C). Bij het nader asbestonderzoek is geen verontreiniging met asbest aangetroffen. Archeologische sleuf. Op basis van de aangetroffen bijmengingen aan puin en plastic ter plaatse van een archeologische sleuf is nabij deze sleuf een nader asbestonderzoek uitgevoerd (door het verrichten van de sleuven SL13, SL14 en SL15). Bij het nader asbestonderzoek is geen verontreiniging met asbest aangetroffen. 8.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek Of vervolgonderzoek nodig is, is afhankelijk van de toetsing van de onderzoekshypothese en de mate van bodemverontreiniging. Op basis van het aangetroffen asbest bij het verkennend asbestonderzoek is (als onderdeel van onderhavig onderzoek) op een drietal locaties reeds een nader asbestonderzoek uitgevoerd.
Op basis van het uitgevoerd onderzoek naar de chemische parameters is de kwaliteit van de bodem voldoende in beeld gebracht en is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Indien grond afgevoerd gaat worden van de locatie wordt een onderzoek naar PFAS-parameters aanbevolen.
9
Conclusie en advies
In opdracht van Ruimte voor Ruimte heeft Sweco Nederland B.V. een aanvullend bodemonderzoek en een nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van De Ruiting te Esch. Aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting van de locatie en uitgifte met de bestemming wonen op het terrein. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek is tevens een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Ter plaatse van de gehele locatie komt met name bijmenging aan puin en plastic in de grond voor en komt tevens incidenteel baksteen, beton en kolen in de grond voor. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn maximaal (plaatselijk) licht verhoogde gehalten aangetroffen aan zware metalen, PCB, PAK, DDD, beta-HCH, Drins en minerale olie. Over het algemeen voldoet zowel de bovengrond en de ondergrond aan de klasse “Altijd toepasbaar”.
De bovengrond op het zuidelijk deel van Deelgebied 9 (vlak geschoven deel en bossage) is hierop een uitzondering en betreft klasse “Industrie”. Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek en tevens een nader asbestonderzoek uitgevoerd; hierbij is gebleken dat er geen sprake is van een verontreiniging met asbest. Bij het uitwerken van het verder bouwrijp opleveren van de locatie dient er rekening gehouden te worden dat een eventuele grondbewerking (zeven) van de bovenlaag op puin en ander bijmengingen wenselijk is. Specifiek wordt hierbij opgemerkt dat, hoewel er geen sprake is van een verontreiniging met asbest op de locatie, aanbevolen wordt de zichtbare fractie van de asbesthoudende materialen eveneens af te zeven en aansluitend van de locatie af te voeren.
Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingssituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.
Protocollen en onderzoeksnormen Het veldwerk bij het milieuhygienisch bodemonderzoek is verricht onder: · het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5 van 12-12-2013); en de protocollen: · 2001 (versie 3.2), 2003 (versie 6.0) en 2018 (versie 3.2); Het veldwerk (NEN 5740) is uitgevoerd door Sweco (certificaatnummer VB-082/2). De uitvoering van het veldwerk is uitgevoerd door de volgende persoonlijk gecertificeerde veldwerker: · uitvoering boringen : de heer M.G.J.M. Barten het veldwerk (NEN5740) waterbodemonderzoek is uitgevoerd door Tritium (certificaatnummer EC-SIK-20270). De uitvoering is uitgevoerd door de volgende persoonlijk gecertificeerde veldwerker: · uitvoering waterbodemonderzoek: de heer D.H. van de Laar Het veldwerk (NEN 5707) is uitgevoerd door Tritium B.V. (cerificaatnummer EC-SIK-20279) en Geofoxx (certificaatnummer VB-064/8). De uitvoering van het veldwerk is uitgevoerd door de volgende persoonlijk gecertificeerde veldwerker: · uitvoering asbestgaten en sleuven: de heer J.F.C. Mathijssen en de heer V.P.M.J. Loderus (Tritium) en de heer H.K.B. Chiu (Geofox).
De gebruikte onderzoeksnormen zijn: · NEN 5707:2015/C1:2016 nl - Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond; · NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek; · NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Naar bovenstaande normen wordt verwezen in de Regeling bodemkwaliteit, zoals van toepassing vanaf 30-11-2018.
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
RvR Ruiting te Esch Opdrachtgever: 364141 Projectnummer: 364141 Status: Definitief Datum: 20-8-2019 Schaal: 1:15.000 Formaat: A3
Legenda Plangrens
0
150
300
450
600
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
750
900 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
P:\110\364141\2. Do Work\Bodem\364141_RvR_Ruiting_Esch_JW\364141_RvR_Ruiting_Esch\Projecten\364141_RvR_Ruiting_Esch_topografisch.mxd 20-8-2019 09:17:15
Topografische ligging
Bijlage 2
Situatie met gaten en boringen
Legenda Asbestsleuf nader onderzoek Sleuf archeologie ! (
Slib steek tot 0,5 m in vaste bodem
" )
Asbestgat tot 0,5 m-mv
! (
Asbestgat tot 2,0 m-mv
? " )
Asbestgat tot 2,0 m-mvincl milieu ! (
Boring tot 1,0 m-mv
A01
S02
S03
A02
( " ) S04
! ?
Boring tot 2,0 m -mv
! (
* #
Asbestsleuf
! (
Plangrens
S06 ! ( 1 Sloot
Deellocatie
A03
( " )
( " )
S05
( " )
S07
1. Gedempt waterbassin
A05
? " )
! (
2. Grond onder asbestdak
! (
A06
( " )
S08
S30
A22
( " )
! (
3. Voormalige schuur
! (
4. Voormalige klinkerverharding 5. Sloot 1
! (
A04
A07
( " )
S09
? " )
A08
A21
S10
( " )
6. Sloot 2
( " )
A10
? " )
S29
Sloot 3
! (
A23
S28
A09
! (
* * # #
SL01A
7. Sloot 3 8. Voormalig wei/grasveld
( " )
9. Vlakgeschoven deel en bossage
? " )
A11
( " )
A12
A24
( " )
SL02
* #
! ?
( " )
SL03
* #
01
A13 ! (
S27
A14
S26
! (
SL04
* #
? " )
A25
*SL05 # ! ?
03
! ?
04
SL S35 A1 6-A! (
05
06
! ?
! ?
* #
! ?
07
SL A1 6-B
! ?
02
SL0 6C SL0 6B
* SL06# * #
SL06A
( " )
SL 13
A15
SL07 SL 14
Sloot 2 ! (S11
( " ) S12
? " )
! (
A27
( " )
(
S25
A26
? " )
Contour voormalige kassen
A17
A16
" )
SL A1 6-C
* #
( " )
AB16A!
S34
! (
SL 15
A18 S24