CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bp De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7 (1299851)- Bijlage 2b4 bij toelichting Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a (NAW).pdf

Raadsvergadering Boxtel 20 december 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 72.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch

1 Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

In opdracht van: F.M.A.M. van Wagenberg De Ruiting 4a 5296 KE Esch

Contactpersoon: Marjon Bakermans- Van den Heuvel Crijns rentmeesters BV Uitgevoerd door: H. Vennix IVN / Vogel- en Natuurwacht 's-Hertogenbosch . Veldwerk: M. Lomans; Quickscan flora en Fauna en H. Vennix ; onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen. Aanvulling Rapportage: Henk vennix en Frank v Wagenberg Projectnr: 2019 Bijlage inzake de Ruiting 4 en 4a extra onderzoek. Datum: 17-08-2020

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

2

Inhoud 1. AANLEIDING ................................................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED .........................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ............................................................................................4 2.2 Beoogde ontwikkeling ................................................................................................................5 2.3 Voorgenomen activiteiten en doel nader onderzoek ................................................................7 3. TOETSINGSKADER………………………………………………………………………………………………………….8 4. LEEFWIJZE STEENMARTER EN KLEINE MARTERACHTIGEN BEKNOPT ..........................................9 5. METHODE NADER ONDERZOEK STEENMARTER EN KLEINE MARTERACHTIGEN……………………10 6. ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................ 14 7. FOTO’s ...................................................................................................................................... 15 8. CONCLUSIE ............................................................................................................................... 17 9.

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING ..................................................................... 18 10. GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................... 20

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

3

1.

Aanleiding

In opdracht van de initiatiefnemers is door H. Vennix van IVN / Vogel- en Natuurwacht 'sHertogenbosch een nader onderzoek uitgevoerd naar de steenmarter en kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Aanleiding tot dit nader onderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van de locatie De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch en de uitgevoerde QuickScan Flora en Fauna door Lomans Ecoworks op 18 juni 2020 met rapportnummer 2019. Uit dit verkennende natuurwaardenonderzoek en een habitatsonderzoek ter plaatse is gebleken dat het plangebied potenties heeft voor de steenmarter en dat de aanwezigheid van kleine marters als wezel, bunzing en hermelijn aannemelijk is. De steenmarter en kleine marterachtigen zijn in NoordBrabant beschermd op basis van de Wet natuurbescherming art. 3.10. Dit betekent dat zonder vrijstelling, of d.m.v. een goedgekeurde gedragscode of ontheffing deze soorten niet mogen worden verwond of gedood, en dat vaste rust- en verblijfplaatsen niet mogen worden beschadigd of vernield.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

4

2.

BESCHRIJVING PLANGEBIED

2.1

Ligging en beschrijving plangebied

Het plangebied De Ruiting 4 en 4a ligt even ten zuidwesten van de kern Esch in de gemeente Haaren in het buitengebied. Het perceel is kadastraal bekend bij de gemeente Haaren als Sectie B, perceel nummer 2977. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het beekdal van De Essche stroom. Ten westen ligt open agrarisch landschap met productiegraslanden en akkers. Deze sluiten weer aan het natuurgebied Helvoirts broek . Rondom de locatie zijn nagenoeg geen grootschalige agrarische activiteiten meer aanwezig .

Figuur 1. Globale begrenzing (rood) plangebied De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch. Earth.

Bron: Google

Op het adres De Ruiting 4a staat een vlaamsche schuur met stallen. De stallen zijn voorbereid voor de sloop. De toegangsweg en het erf is grotendeels verhard met betonklinkers. Er is opgaand groen aanwezig in de vorm van volwassen houtsingels rondom boerderij. Op het achtererf liggen verspreid gestapelde pannen, hopen puin en stenen, stapels snoeihout en depot van zwarte grond deels begroeid met ruigtevegetatie. Op het adres De Ruiting 4 is de oude bedrijfswoning met een grote groene tuin aanwezig met plantenborders, heggen, hagen, struwelen, en solitaire bomen. Achter de bedrijfswoning ligt een stallencomplex met een mestsilo. Ook hier liggen diverse hopen zwarte grond opgeslagen.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

5

2.2

Beoogde ontwikkeling

De oude bedrijfswoning is verbouwd en bewoond , de vlaamsche schuur is ook bewoond . De voormalige varkenstallen zijn grotendeels ontmanteld en worden de komende tijd gesloopt, op een stal na, die na de functiewijziging gebruikt gaat wordt voor de zorgboerderij met recreatie en kleinschalige landbouw. Nu is dit gebouw in gebruik voor opslag. Op de plaats waar nu de stallen staan wordt de ruimte ingevuld voor de functie zorg/recreatie die met het nieuwe bestemmingsplan wordt gerealiseerd . Alle gronden en akkers rondom de boerderij worden ingezet voor nieuwe natuur, namelijk bloemrijke graslanden en kleinschalige akkertjes en de bestaande houtwallen en beplanting gaan mee in de ontwikkeling van het totale plan voor de natuurontwikkeling .

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

6

Figuur 2. Overzicht beoogde situatie met verkaveling in het plangebied.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

7

2.3

Voorgenomen activiteiten en doel nader onderzoek

De opdrachtgevers zijn voornemens het gebied te ontwikkelen naar een zorg en recreatielocatie. Om dit te kunnen realiseren zijn o.a. de volgende werkzaamheden noodzakelijk: • sloopwerkzaamheden, stallen en schuren • aanleggen ondergrondse infrastructuur • bouwrijp maken plangebied • aanleggen bovengrondse infrastructuur De beoogde herontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op de steenmarter en kleine marterachtigen. De voorgenomen sloop- en graafwerkzaamheden heeft mogelijk tot gevolg dat vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter of kleine marterachtigen worden vernietigd en daarbij dieren worden verwond of gedood. Het is volgens de wetgeving niet toegestaan om vaste verblijfplaatsen aan te tasten en dieren mogen niet verstoord of gewond raken tijdens de werkzaamheden. Dit kan overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming betekenen. Een overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming is te voorkomen door voorafgaand en tijdens de werkzaamheden voorzorgsmaatregelen te treffen. Het gaat dan om het behoud van de voortplanting- en/of vaste rust- of verblijfplaats van de soort. Dit kan o.a. zijn: werken buiten de kwetsbare periode, aanpassen van de werkwijze, werkzaamheden gefaseerd in tijd en ruimte uitvoeren, verbeteren van habitat in bestaand leefgebied of realiseren van nieuwe rust- en verblijfplaatsen.

Als door het tijdig nemen van (effectief bewezen) maatregelen een vaste rust- en verblijfplaats in stand blijft, en daardoor geen verbodsverboden uit de Wnb worden overtreden, is een ontheffingsaanvraag niet noodzakelijk. Wel is het dan van belang om een en ander onderbouwd vast te leggen in een mitigatieplan/ projectplan, voor het geval er een handhavingsverzoek of toezicht aan de orde is. Kan ondanks het nemen van maatregelen niet worden voorkomen dat verbodsbepalingen worden overtreden, dan is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

8

3.

TOETSINGSKADER

In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Hierbij onderscheiden we drie verschillende beschermingsregimes waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld. Hieronder een overzicht.

Steenmarter De steenmarter wordt landelijk beschermd onder het beschermingsregime van ‘andere soorten’, art. 3.10 Wnb. Het is verboden steenmarters te doden, te verwonden en hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) De kleine marters bunzing, wezel en hermelijn zijn in de provincies Noord- Holland, Drenthe en Noord- Brabant beschermd onder het beschermingsregime van ‘andere soorten,’ art 3.10 Wnb. Het is verboden om deze dieren te doden, te verwonden en hun vaste rust- of voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

9

4.

LEEFWIJZE STEENMARTER EN KLEINE MARTERACHTIGEN BEKNOPT

De steenmarter De steenmarter heeft het formaat van een huiskat maar dan met veel kortere poten. Deze soort is te vinden in de omgeving van dorpen, boerderijen en zelfs in grote steden. De voorkeur gaat uit naar gebieden met kleinschalige landbouw, oude schuren, en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang omdat hij zich hierlangs verplaatst en foerageert. Het leefgebied kan een grootte van 80 tot 700 ha. omvatten. Binnen het leefgebied heeft de steenmarter tientallen verblijfplaatsen die wisselend worden gebruikt. Van deze tientallen verblijfplaatsen zijn er enkele van groter belang als nestplek en/of voedselopslag. De steenmarter heeft verblijfplaatsen in boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, spouwmuren en ruimtes onder dakbedekking. De steenmarter eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Op zijn menu staan o.a. muizen, ratten, egels, jonge konijnen, vogels, eieren, kevers, rupsen, kikkers en regenwormen, bessen en fruit. Vaak wordt de prooi meegenomen naar een rustig plekje om daar verorberd te worden. Kleine marterachtigen Anders dan bij grote marters, is er nog veel onbekend over bunzing, hermelijn en wezel. Er zijn sterke aanwijzingen dat deze soorten in aantallen achteruitgaan.

De oorzaak is complex, maar heeft in ieder geval te maken met de verandering van het agrarisch cultuurlandschap. Door de afname van kleinschaligheid en diversiteit en de toename van verkeersintensiteit komen populaties onder druk te staan. Als de soorten niet actiever worden beschermd bestaat de kans dat ze uitsterven. Dat zou nadelig zijn voor de biodiversiteit. Alle drie de soorten hebben een territoriumgrootte die afgestemd is op het voedselaanbod. Het leefgebied vervult de volgende ecologische functies: 1. foerageergebied met voldoende dekking, 2. verbindingen met andere leefgebieden en 3. rust- en voortplantingsplaatsen. En voor de hermelijn en in mindere mate ook voor de bunzing is van belang: 4. water. De hermelijn en de wezel zijn ook overdag actief, de bunzing voornamelijk s ’nachts. Ze zijn dan meestal op zoek naar voedsel. Het voedsel van de hermelijn bestaat uit konijnen, woelmuizen, maar ook ware muizen, ratten, vogels, inclusief hun jongen en eieren worden gegeten. De wezel is een specialist die voornamelijk op woelmuizen jaagt, maar op zijn menu staan ook ware muizen, spitsmuizen en ongewervelden. De bunzing jaagt voornamelijk op kleine zoogdieren zoals woelmuizen, ware muizen, en ratten maar ook amfibieën worden geregeld gegeten evenals bessen en fruit. Slapen doen ze in een verborgen hoekje, meestal in een hol.

Ze graven nooit zelf een hol, maar maken gebruik van bestaande gaten en holten, zoals mollennesten, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooien strobalen en alle andere mogelijke schuilplaatsen die een erf of een opslagplaats kan hebben. Elk dier beschikt over meerdere van zulke onderkomens.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

10

5.

METHODE NADER ONDERZOEK STEENMARTER EN KLEINE MARTERS

Methode Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming, provincie Noord- Brabant 2017,’ en de Stichting Kleine marters.

Veldonderzoek steenmarter Om verblijfsfuncties voor steenmarter vast te stellen zijn wildcamera’s (cameravallen) opgesteld op kansrijke plekken op het erf. Veldonderzoek kleine marterachtigen: bunzing, hermelijn en wezel Om de drie kleine marterachtigen vast te stellen zijn verschillende methoden gebruikt. Omdat mogelijke meerdere soorten aanwezig zijn twee methoden toegepast. In het plangebied is op de meest kansrijke plekken een cameraval/wildcamera en een zgn. Struikrover geplaatst omdat aanwezigheid van alle drie kleine marterachtigen aannemelijk is. • Met een cameraval/wildcamera worden korte filmpjes opgenomen. Op ca. 2,5 m van de cameraval staat een paaltje met een blikje sardines als lokstof. • De 'Struikrover' is een speciale buis waarmee marters met een wildcamera gefotografeerd of gefilmd kunnen worden. In de buis is een blikje sardines geplaats als lokstof. De camera is van een speciaal voorzetlensje voorzien om van dichtbij opnames te kunnen maken. Van elke beweging worden meerdere foto’s genomen. De Struikrover staat nog niet vermeld in de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming, provincie Noord- Brabant 2017.

Figuur 3. Geschiktheid van inventarisatiemethoden voor de verschillende soorten kleine marterachtigen. Bron: Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming, provincie Noord- Brabant 2017.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

11 Onderzoeksmaterialen Het te onderzoeken terrein is ruim 2 ha. groot. Op basis van de ‘Handreiking kleine marterachtigen’ zijn de wildcamera’s volgens onderstaande tabel ingezet.

Figuur 4. Minimale inzet per inventarisatiemethode gerelateerd aan de grootte van het terrein. Bron: Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming, provincie Noord- Brabant 2017.

Steenmarter Voor steenmarterinventarisatie is 1 cameraval met op 2,5 m afstand een paaltje met een blikje sardines als lokstof geplaatst op het erf achter de stallen waar pallets met stenen, dakpannen en bouwafval opgeslagen ligt. Kleine marterachtigen Voor de kleine marterachtigen is een Struikrover geplaatst met in de buis een blikje sardines als lokstof. Deze is geplaats achter in de beukenhaag.

Locatie van de Struikrover en rechts de Struikrover voor de kleine marterachtigen.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

12

Locatie van de wildcamera en rechts de wildcamera voor de grotere zoogdieren zoals steenmarter.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

13 Overzicht locaties geplaatste onderzoeksmaterialen

Overzicht van de geplaatste onderzoeksmaterialen en locaties in het plangebied. WC=Wildcamera en SR-Struikrover.

Onderzoeksperiode Op basis van de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming, provincie NoordBrabant 2017’ dienen de onderzoeksmaterialen in de meest actieve periode (tussen maart en augustus) minimaal 6 weken in het plangebied te worden geplaatst. Wanneer het onderzoek wordt uitgevoerd in de periode september tot en met februari, worden de eenheden dubbel zo lang geplaatst (dus minimaal 12 weken), omdat de trefkans dan veel kleiner is. Het onderzoek is gedurende 6 weken uitgevoerd in de periode 30 juni - 10 augustus 2020. Om de 3 weken zijn de camera’s gecontroleerd, SD-kaartjes en batterijen verwisseld en de camerabeelden geanalyseerd. Weersomstandigheden Weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de onderzoekskwaliteit en de onderzoeksresultaten. Gedurende de looptijd van het onderzoek is het hoofdzakelijk zonnig en droog weer geweest.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

14

6.

ONDERZOEKSRESULTATEN

Wildcamera De wildcamera is bevestigd aan een van de stammen van een struik. Op ca. 2,5 meter afstand staat een paaltje net een blikje sardines als lokstof. Deze wildcamera is geplaatst om grotere zoogdieren zoals vos, bunzing en steenmarter te inventariseren. Van de dieren wordt een filmpje van 45 sec. gemaakt. Het plangebied ligt binnen het foerageergebied van de steenmarter. De grootte van het jachtgebied van steenmarters is afhankelijk van de kwaliteit en kan variëren van 80 tot 700 ha. Op hun nachtelijke voedseltochten kunnen steenmarters tientallen kilometers afleggen op zoek naar prooien. Op de beelden van de wildcamera zijn enkel filmpjes te zien van huiskatten, reegeit, egel en diverse vogels. Er zijn geen marterachtigen zoals bunzing en steenmarter en geen vos vastgelegd. Struikrover De 'Struikrover' is een speciale buis waarmee marters met een wildcamera gefotografeerd of gefilmd kunnen worden. Van elke beweging worden meerdere foto’s genomen. Tijdens het onderzoek geen sporen beelden van kleine marterachtigen aangetroffen. Elke onderzoeksronde zijn door de camera honderden beelden vastgelegd van katten, egels en bosmuis die gelokt werden door de visolie van het sardineblikje. Er zijn geheel geen ratten waargenomen, wel een bruine kikker en diverse vogels. Overige zoogdieren Er werden door de camera vooral egels en een enkele bosmuis vastgelegd.

Opvallend dat er zo weinig muizen zijn gezien. Vogels Het plangebied is vogelrijk, de volgende vogelsoorten zijn o.a. waargenomen op de camera’s: Heggenmus, koolmees, fitis, roodborst, winterkoninkje, merel en zanglijster.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

15

7.

FOTO’S

Reegeit nabij de wildcamera.

Bosmuis in de Struikrover.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

16

Egel in de Struikrover.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

17

8.

Conclusie

Steenmarter Tijdens de zes weken van de onderzoeksperiode is er geen steenmarter vastgelegd op de wildcamera’s, dus kan daaruit geconcludeerd worden dat de steenmarter niet in het plangebied voorkomt.

Kleine marterachtigen Tijdens de zes weken van de onderzoeksperiode is zijn er geen kleine marterachtigen vastgelegd op de wildcamera’s, dus kan daaruit geconcludeerd worden dat de bunzing, hermelijn en wezel niet in het plangebied voorkomen.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

18

9.

Toetsing aan de Wet natuurbescherming

Steenmarter Door de wildcamera’s is aangetoond dat het plangebied niet door de steenmarter bezocht. Er zijn geen aanwijzingen dat binnen het plangebied beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen zoals voortplantingsplaatsen (nestplaatsen) en/of plekken aanwezig zijn waar prooien opgeslagen of verorberd worden. Dit betekent dat met de beoogde herontwikkeling (sloop en nieuwbouw) geen overtreding van verbodsbepalingen uit de Wnb zullen plaatsvinden. Kleine marterachtigen De aanwezigheid van kleine marterachtigen, bunzing, wezel en hermelijn kunnen op basis van het nader veldonderzoek worden uitgesloten. Negatieve effecten van de beoogde ontwikkeling op kleine marterachtigen zijn niet aan de orde. Samenvatting Op basis van het nader onderzoek kan gesteld worden dat het plangebied afdoende is onderzocht op aanwezigheid van de steenmarter en kleine marterachtigen. Uit het onderzoek is gebleken dat geen kleine marterachtigen aanwezig zijn, en dat geen vaste rusten verblijfplaatsen (voedselopslag/voortplantingsplaatsen) van de steenmarter aanwezig zijn het plangebied. Hiermee is het nader onderzoek afgesloten. Verdere procedures in het kader van de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde.

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

19

10.

Geraadpleegde bronnen

Literatuur • Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016. • Steenmarter, Bunzing, Hermelijn, Wezel. Zoogdierenvereniging, 2020. • Quickscan Flora en fauna 4 locaties gebiedsontwikkeling De Ruiting te Esch projectnummer 2019 Datum 18-06-2020 Internet • www.stichtingstruikrovers.nl • www.zoogdiervereniging.nl

Nader onderzoek steenmarter en kleine marterachtigen De Ruiting 4 en 4a, 5296 KE in Esch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6c30e3e0-b0be-4c13-bce8-ce42a43819ab