Vaststelling bp De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7 (1299851)- Bijlage 2a1 bij regels Inrichtingsplan.pdf
Tekst van het document
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
1610-B
25 oktober 2021
2
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
project onderdeel
Functiewijziging De Ruiting
opdrachtgever nummer datum
Stichting Buurtschap De Ruiting 1610-B 25 oktober 2021
inrichtingsplan
© P15 (stads)landschappen Postbus 1536
5602 BM
Eindhoven info@p15.nl
P15 (stads)landschappen
22 mei 2018
Niets uit dit rapport of bijbehorende tekeningen mag worden verveelvoudigd en of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder schriftelijke vermelding van opdrachtgever en P15 (stads)landschappen, noch mag het zonder bronvermelding worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. P15 (stads)landschappen is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voort-vloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van P15 (stads)landschappen. De opdrachtgever vrijwaart P15 (stads)landschappen voor eventuele aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
3
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
Inhoudsopgave
Blz. Inhoudsopgave
4
0
Leeswijzer
6
1 1.1 1.2
Inleiding Functiewijziging De Ruiting Deellocaties
7 7 8
2 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.6 2.6.1 2.6.2 2.6.3
Huidige situatie Onderliggend landschap Een plek met historie Uitgangssituatie deellocatie 1: De Jofrahoeve Gebruik en terreininrichting Bebouwing Begroeiing en natuurwaarde Uitgangssituatie deellocatie 2: De Roudonck Gebruik en terreininrichting Bebouwing Begroeiing en natuurwaarde Uitgangssituatie deellocatie 3: De Antoniushoeve Huidig gebruik en terreininrichting Bebouwing Begroeiing en natuurwaarde Uitgangssituatie deellocatie 4: Landgoed De Ruiting Huidig gebruik en terreininrichting Bestaande bebouwing Begroeiing en natuurwaarde
11 11 12 14 14 15 17 19 19 20 22 25 25 25 27 28 28 30 30
3 3.1 3.2 3.3
Toekomstige situatie Deellocatie De Jofrahoeve Deellocatie De Roudonck Deellocatie De Antoniushoeve
33 33 37 39
1610-B
25 oktober 2021
4
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
3.4 3.5
Deellocatie Landgoed De Ruiting Doelsoorten nieuwe natuur
42 45
4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.5
Hydrologie en natuur Herinrichting Essche Stroom Detailafwatering plangebied De Jofrahoeve De Roudonck De Antoniushoeve Landgoed De Ruiting Natuurimpuls De Ruiting Gronden aangewezen als bestaande natuur Gronden aangewezen als ‘te ontwikkelen nieuwe natuur’ Flexibilisering Natuur Netwerk Brabant Herbegrenzing NNB Verbinding Natte Natuurparels Herbegrenzing bij tuinen en erven Hoeveelheden nieuwe natuur Openstelling en toegankelijkheid
47 47 48 49 49 50 51 52 53 53 54 54 56 56 56 58
Bijlagen B1. Kadastrale percelen B2. Grondwater - GLG B3 Bodem B4 Inventarisatie natuurwaarde De Ruiting 3 B5 Tabel hoeveelheden nieuwe natuur in m2
P15 (stads)landschappen
5
61 62 63 64 69
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
0
Leeswijzer
Dit rapport met een toelichting op het inrichtingsplan van de functiewijziging De Ruiting maakt als bijlage deel uit van de stukken voor de bestemmingsplanwijziging, zoals opgesteld door Crijns Rentmeesters BV. Het is de bedoeling om op een viertal samenhangende locaties aan de westzijde van Esch, aansluitend op een beoogde natuurzone langs de Essche Stroom, een integrale gebiedsontwikkeling te realiseren waarmee zowel een functionele versterking van het gebied alsook een verbetering van landschaps- en natuurwaarden ter plaatse wordt beoogd. Dit rapport behelst een samenhangend gebied aan de straat De Ruiting bestaande uit 4 deellocaties. De toelichting op het inrichtingsplan is als volgt opgebouwd. Er wordt begonnen met een beschrijving van het plangebied, dat wil zeggen de vier projectlocaties met een overzicht van de betrokken initiatiefnemers. Vervolgens wordt de huidige situatie beschreven van de deellocatie. Er wordt ingegaan op het huidige gebruik, de bestaande terreininrichting, aanwezige bebouwing en begroeiing. In het derde hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling van deze deellocatie geschetst en wordt inzicht gegeven in het beoogde toekomstig gebruik. Natuur en hydrologie zijn belangrijke aspecten binnen deze gebiedsontwikkeling. Vandaar dat de onderwerpen water en (nieuwe) natuur apart worden toegelicht in Hoofstuk 4.
Middels enkele bijlagen wordt wat achtergrond bij het verhaal gegeven. Als bijlage is een overzicht van de betrokken kadastrale percelen opgenomen. Verder zijn de GLG en Bodemkaart toegevoegd. Een overzicht van de nieuwe natuur voor de totale gebiedsontwikkeling vormt de laatste bijlage.
1610-B
25 oktober 2021
6
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
1
Inleiding
Voorliggend inrichtingsplan betreft de meerdere deellocaties aan weerszijde van een lokale weg genaamd ‘De Ruiting’. De locaties zijn gelegen aan de westzijde van het Brabantse dorp Esch, aan de overzijde van de Essche Stroom. Het dorp maakte tot 1 januari 2021 deel uit van de inmiddels opgeven gemeente Haaren en behoort nu tot de gemeente Boxtel. Historisch gezien maakte Esch deel uit van het Kwartier van Oisterwijk binnen de Meierij van 's-Hertogenbosch. Het kleine dorp van ongeveer 250 zielen had een eigen schepenbank. Esch vormde een zelfstandige gemeente van 1817 tot en met 1996. In 1996 zijn de oude gemeentes Haaren, Helvoirt en Esch samengevoegd tot de gemeente Haaren. In 1997 werd Biezenmortel aan de gemeente toegevoegd. Het plangebied met de verschillende, aangrenzende deellocaties zal in samenhang heringericht en herbestemd worden vanuit een totaalvisie. Deze functiewijziging is in 2016 opgestart als een samenwerking tussen Stichting Buurtschap De Ruiting en de Provincie Noord-Brabant, met de medewerking van de gemeente Haaren (als voorbeeldproject). Overigens zijn de deelnemende personen en ondernemers al vanaf 2008 samen bezig in een ontwikkelingstraject om te komen tot de functiewijzigingen aan De Ruiting. Het inrichtingsplan voor deze gebiedsontwikkeling is opgesteld door P15 (stads)landschappen in nauwe samenwerking met Crijns Rentmeesters.
Deze combinatie is tevens verantwoordelijk voor het opstellen van een bestemmingsplanwijziging voor het hele gebied.
1.1
Functiewijziging De Ruiting
Het plangebied van de functiewijziging De Ruiting omvat 27 percelen die tot de herindeling in twee kadastrale gemeenten waren gelegen, namelijk de kadastrale gemeente Esch en de kadastrale gemeente Haaren. Met de herindeling zijn bij De Ruiting enkele percelen toegevoegd aan de kadastrale gemeente Esch als onderdeel van de nieuwe gemeente Boxtel. Alle percelen zijn nu gelegen binnen de kadastrale gemeente Esch. Het totale oppervlak van de percelen binnen de gebiedsontwikkeling bedraagt 210.783 m2, ruim 21 ha. De gronden zijn in bezit bij meerdere particulieren -verenigt in Stichting Buurtschap De Ruiting. Het plangebied voor de gebiedsontwikkeling sluit aan op de gronden in bezit bij Stichting het Brabants Landschap (SBL)
P15 (stads)landschappen
7
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
en Waterschap De Dommel (WDD) alwaar water- en natuurdoelen worden gerealiseerd langs de Essche Stroom. Voor de gronden is een integraal inrichtingsplan opgesteld waarin de gewenste functiewijziging is gekoppeld aan herinrichting van terreinen en gronden. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor zorg, beleving en recreatie. Een belangrijk accent bij het opstellen van het integraal inrichtingsplan lag bij natuurontwikkeling en verbetering van het landschap. Het integraal inrichtingsplan is een schetsplan dat gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure verder zal worden uitgewerkt per deellocatie. De vier deellocaties zijn in samenhang zijn bekeken.
afbeelding 1 De ligging van het plangebied van de functiewijziging De Ruiting ten westen van Esch.
Voorliggend plan omvat 4 deellocaties: 1) Jofrahoeve, 2) De Roudonck, 3) De Antoniushoeve en 4) Landgoed De Ruiting.
1.2
Deellocaties
De projectlocatie van het deelproject De Jofrahoeve omvat 6 percelen, die voorheen zowel in de kadastrale gemeente Esch als in de kadastrale gemeente Haaren
1610-B
25 oktober 2021
8
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
gelegen waren. De historische gemeentegrens vormde de scheiding. De betrokken kadastrale percelen zijn: 2335 2696, 2976, 2977, 3124 en 3125. Deze 6 percelen zijn in bezit bij drie personen. Deellocatie De Jofrahoeve omvat een tweetal adressen: De Ruiting 4 en De Ruiting 4a. Deellocatie 1 is gelegen ten noordwesten van de straat De Ruiting. Op deze locatie was tot 2016 een intensieve varkenshouderij gevestigd. Sinds 2016 was er sprake van een gemengd veehouderijbedrijf met runderen, schapen en enkele paarden. De voormalige bedrijfswoning kent eveneens een B&B als nevenactiviteit.
afbeelding 2 De deellocaties zijn aangegeven op de luchtfoto.
Deellocatie De Roudonck omvat 5 kadastrale percelen en twee adressen (De Ruiting 3 en De Ruiting 3a). De betrokken percelen zijn: 1488, 1490, 1864, 1865 (gedeeltelijk) 2244 en 3105. Op deze locatie zijn een woning met B&B en praktijk aan huis, en een vakantiewoning gevestigd. Deze deellocatie is in bezit bij 3 personen.
P15 (stads)landschappen
9
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
Aansluitend is de deellocatie De Antoniushoeve gelegen met als adres De Ruiting 5. Het gaat om de percelen 1494, 1865 (gedeeltelijk), 3108, 3117, 3124, 3125 en 3126. Van deze 7 percelen waren er 5 tot 2021 gelegen binnen de kadastrale gemeente Haaren; heden vallen ze allen binnen de kadastrale gemeente Esch. Deze locatie betreft een voormalige veehouderij (rundvee), die tot 2015 als zodanig in bedrijf is geweest. De deellocatie Landgoed De Ruiting is met afstand de grootse binnen deze gebiedsontwikkeling. Het adres is De Ruiting 7. Op dit adres is een woning met gastenverblijf (B&B) gesitueerd. De deellocatie is aangemerkt als landgoed onder de Natuurschoonwet 1928 (NSW). Het bezit was voorheen grotendeels binnen de kadastrale gemeente Haaren gelegen en omvat acht kadastrale percelen: 1491, 1492, 2935, 2937, 3106, 3118, 3119 en 3122. Alle genoemde percelen zijn meegenomen in de functiewijziging De Ruiting en in de bijbehorende bestemmingsplanwijziging. Zie ook Bijlage 1 voor een overzicht van de betrokken kavels op de kadastrale kaart.
afbeelding 3 De Essche Stroom is nu een gekanaliseerde loop tussen lage kades. Er zijn vergevorderde plannen deze kleine rivier in het kader van het beekherstel en natuurontwikkeling een nieuwe slingerende loop te geven met een aangepaste stuw en vispassage.
1610-B
25 oktober 2021
10
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
2
Huidige situatie
Onderstaande betreft een omschrijving van de huidige situatie van het hele plangebied van de Gebiedsontwikkeling De Ruiting. Eerst wordt kort ingegaan op de onderliggende abiotische kenmerken, om vervolgens de historie van dit gebied beknopt te bespreken, en tenslotte per deellocatie de huidige situatie gedegen te beschrijven.
2.1
Onderliggend landschap
De projectlocaties zijn grotendeels gelegen boven op een dekzandrug/dekzandwelving of aan de rand van een dekzandvlakte. De visplas achter de Roudonck en de rand van de noordelijke deellocatie (Nieuw Koolwijk) zijn gelegen aan de rand van een dalvormige laagte (het beekdal van de Essche Stroom). Eeuwenlang agrarisch gebruik heeft geresulteerd in een dikke humeuze bovengrond (hoge zwarte enkeerdgrond) voor het grootste deel van de locaties. De lagergelegen delen richting de Essche Stroom kennen een dunnere humeuze bovenlaag (gooreerdgrond).
afbeelding 4 Het plangebied geprojecteerd op de geomorfologische kaart met rechts het dorp Esch in grijs.
P15 (stads)landschappen
11
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 5 Het plangebied geprojecteerd op de grondwaterkaart met de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). De historische woonplaatsen liggen op iets hogere terreindelen met een lagere GHG dan de overige terreinen.
De grondslag is fijn zand, zwak lemig tot sterk leemhoudend. De grondwaterstand varieert van 20 tot 60 cm onder maaiveld in de winter tot 100 tot 120 cm en 180200 cm onder maaiveld in de zomer. De sloten en greppels zijn vooral gesitueerd op perceelsgrenzen en hebben een belangrijke functie in het ontwateren van aanliggende gronden, waaronder de gronden aansluitend op de deellocaties. Zie de bijlagen voor een weergave van de bodemkaart en op de GLG-kaart.
2.2
Een plek met historie
Het dorp Esch is ontstaan aan een historische route die liep vanaf Alphen via Tilburg en Halder richting Cuijck. De naam Esch is afgeleid van de gelijknamige boom (Fraxinus excelsior) en betekent dus zoiets als "plaats waar essen groeien". De nederzetting wordt voor het eerst vermeld als "hesc" in een oorkonde uit 773, die een schenking van vier hoeven onder Esch aan de abdij van Echternach (in Luxemburg). Het grondgebied van Esch was al ver vóór 773 bewoond. Daarvan getuigen de Romeinse graven uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, maar de bewoning van Esch gaat nog veel verder terug: er is ook een urnenveld gevonden uit de late Bronstijd. De omgeving was dan ook aantrekkelijk voor bewoning met de vruchtbare leemhoudende zandgrond en ooit wildrijke (moeras)bossen. Bij Esch doorsnijdt de Essche stroom -vroeger Run geheten, dat “het snel stromend water” be-
1610-B
25 oktober 2021
12
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
tekent- een dekzandrug. Op twee plaatsen waren er daardoor ondiepten in het riviertje waardoor deze hier doorwaadbaar was. Deze voordes -één aan de westzijde en één aan de noordzijde- werden in de loop van de middeleeuwen vervangen door vaste bruggen; de Hoge Brug bij het Oude Mannengasthuis (ook Gasthuisbrug) en de Lage Brug bij het omgrachte huis Baarschot (ook Kasteelse Brug). De nederzetting Esch wijkt door de landschappelijke ondergrond met veel natte gronden af van het gebruikelijk type van een kransakkernederzetting; het dorp Esch is gesitueerd op het hoogste punt van de dekzandrug waarop ze is ontstaan en werd omringd door akkerland. Aan de rand van die akker aan de weg naar Tongeren lag het gehucht Nergena (nergens-te na, wat duidt op een afgelegen ligging) dat na 1920 ook wel de Heikant werd genoemd (naar de ligging aan de rand van de heide). Het grondgebied van Esch sterkte zich uit aan weerszijden van de Run (Essche Stroom), wat opvallend is omdat natuurlijke waterlopen meestal als grens fungeerden tussen rechtgebieden en (dorps)territoria. Buiten het kerkdorp op de akker zijn er vooral individuele kampontginningen op de hogere delen, die als ver-spreide, al dan niet omgrachte, huisplaatsen zichtbaar zijn en een enkel gehucht in de vorm van een hoevenzwerm (Esschervoort en Overeind).
afbeelding 6 Op deze uitsnede uit de oude topografische kaart (van rond 1900) is duidelijk de ruimtelijke structuur van het dorp Esch en de directe omgeving te zien met de akkers in wit en de weilanden en hooilanden in lichtgroen. In roze de heideresten en in donkergroen de bossen.
Het projectgebied is gesitueerd aan de westzijde van de Essche Stroom zuidelijk van de Hoge Brug bij het Mannengasthuis. Op oude kaarten en in oude registers
P15 (stads)landschappen
13
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
worden er in dit gebied meerdere historische huisplaatsen vermeld. Het gaat dan om het eerdergenoemde Mannengasthuis bij de brug, het huis Kranenburg (ook Zwanenburg), huis Koolwijk, huis Piekenhoef en huis Rouwdonk. Samen vormen deze een zeer kenmerkend patroon van oude bewoningsplaatsen op hoger gelegen delen van het landschap. Dit betreft telkens een zogenoemde donk (een zandige opduiking in drassig terrein). Deze waren uitermate geschikt voor bewoning in dergelijke omstandigheden. Ontginning van dergelijke plekken vindt in Brabant plaats in de late middeleeuwen (na 1200) als de randen van beekdalen in leen worden gegeven. Visrechten zijn meestal gekoppeld aan de oudste lenen in een gebied. Dergelijke ontginningen op een donk ontwikkelden zich soms vanuit een boerderij met bijgebouwen tot een aanzienlijke woning met naastgelegen, functioneel boerenerf, of eventueel zelfs een buitenplaats. Om de drooglegging te verbeteren en de status van de bewoners te onderstrepen werd het huis vaak -deels- omgracht. Iedere ontginning kende ook een eigen akker op de donk met op de lagergelegen gronden weiland. De losse ontginningen groeiden met de tijd aan elkaar vast tot een lappendeken van weiden, beemden en akkers. Dit patroon is in versimpelde vorm nog herkenbaar in het gebied. De ontwateringssituatie was op dergelijke plekken sterk door de mens beïnvloed.
Hier was zelfs sprake van een te reguleren stroomrichting in de Broekleij en sommige sloten.
2.3
Uitgangssituatie deellocatie 1: De Jofrahoeve
2.3.1
Gebruik en terreininrichting
De projectlocatie van de Jofrahoeve was tot 2016 in gebruik als intensieve veehouderij (varkenshouderij) die is omgeschakeld naar een gemengd bedrijf met koeien, schapen en een aantal paarden. De oude terreininrichting was ook conform dit gebruik met achter een bedrijfswoning diverse lange stalgebouwen en een eenvoudige hooiberg. Inmiddels is de veehouderij gesaneerd en zijn de stallen grotendeels afgebroken. De voormalige bedrijfswoning is gehandhaafd als woning. Overige opstallen op deze locatie zijn een oude Vlaamse schuur (welke op deze plek herbouwd is, om deze te behouden) en een klein schuurtje tegen de oude gemeentegrens tussen Haaren en Esch. In het kader van de sanering van de intensieve veehouderij is voor deze locatie een nieuwe invulling gezocht. Overigens was deze deellocatie slechts deels bebouwd of verhard; 71% was onbebouwd en in gebruik als tuin of landbouwgrond. Er is plaatselijk beplanting aanwezig aan de zijkanten van de diverse percelen en rondom de bebouwing aan de voorzijde. Vanwege de hoge grondwaterstanden in het gebied zijn diverse sloten en greppels gegraven.
1610-B
25 oktober 2021
14
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 7 Een weergave van de projectlocatie Jofrahoeve zoals deze in gebruik was als intensieve veehouderij. Deze bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning (w), een Vlaamse schuur (v), stallen (s) en de hooiberg (h). Rondom de bebouwing is verharding aanwezig, met achter de stallen een plaat voor kuilvoer.Verder is de projectlocatie in agrarisch gebruik met vooral gras een -plaatselijk opgaand groen. Op het terrein was een tijdelijke tuinderij (t) aanwezig welke inmiddels verhuisd is naar Stadsboerderij Eyghentijds in Rosmalen.
De projectlocatie is gelegen aan de rand van een dekzandrug/dekzandwelving op een dekzandvlakte. Eeuwenlang agrarisch gebruik heeft geresulteerd in een dikke humeuze bovengrond (hoge zwarte enkeerdgrond) voor het grootste deel van de locatie, lagergelegen delen richting het Helvoirts Broek kennen een dunnere humeuze bovenlaag (beekeerdgrond). De grondslag is fijn zand, lemig tot leemhoudend. De grondwaterstand varieert van 20 tot 60 cm onder maaiveld in de winter tot 140 tot 180 cm onder maaiveld in de zomer. De sloten en greppels zijn vooral gesitueerd op perceelsgrenzen en hebben een belangrijke functie in het ontwateren van aanliggende gronden.
2.3.2
Bebouwing
De bestaande bebouwing bestaat uit een voormalige bedrijfswoning, een Vlaamse schuur en een aantal agrarische bedrijfsgebouwen (stallen) waarin tot 2016 een intensieve varkenshouderij was gevestigd. De naam Jofrahoeve is niet historisch, maar een samentrekking van de voornamen van de eigenaren. De voormalige bedrijfswoning, gebouwd in 1967, is vernieuwbouwd tot een reguliere woning. Het betreft een eenvoudig woning op een T-vormige plattegrond bestaande uit een rechthoekig deel dat aan de achterzijde is uitgebouwd. De gevels zijn uitgevoerd in rode bakstenen. Het dak is een samengesteld dak van twee gestoken zadeldaken met wolfseinden. Het gebouw kent 2 verdiepingen en is te typeren als een traditionalistische woning van het landelijke type.
P15 (stads)landschappen
15
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 8 Een collage van de bestaande situatie op de projectlocatie. Met op de grens van de twee agrarische eigendommen een sloot met knotwilgen en elzen (a), daarachter de afgesloten tijdelijke tuinderij (b). Reukloze kamille (c) groeit acthter de stallen. Sloot met Lisdodde en Haagwinde (d). De bestaande stalgebouwen (e-f) aan het eind van een inrit met essen (g) en rechts de privétuin. Naast de noordelijke inrit (h) en zuidelijke inrit (k) staat een groensingel. De Vlaamse schuur (j) met erachter enkele fruitbomen (i). De opvallende bloemen van de Teunisbloem (l) groeien bij de hooimijt. Aan de straatzijde staat een klein schuurtje met een grote nis met Mariabeeld (m).
De Vlaamse schuur is in 2002 naar deze locatie verplaats om deze van sloop op een andere plek te redden. Het schuurgebouw is verbouwd om deze geschikt te maken voor bewoning. Het gebouw van een enkele bouwlaag met een hoge rieten
1610-B
25 oktober 2021
16
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
kap kent gevels in hout en baksteen. Het schilddak is aan de achterzijde laag doorgeschoten. Aan de voorzijde is de ingang gemaakt t.p.v. de oude staldeur. De agrarische bedrijfsbebouwing omvat diverse stallen daterend uit de periode 1960-2003 met daarnaast een mestsilo en een hooiberg. Een deel van de meest recent gebouwde stal zal worden hergebruikt bij de herontwikkeling van deze locatie; ook de hooiberg blijft gehandhaafd. Verder zijn alle te verwijderen stalgebouwen inmiddels verwijderd. Het te handhaven stalgebouw is een enkellaagse, modulaire constructie met metalen spanten en lage bakstenen gevels onder een metalen golfplaten dak. De gemetselde gevels met kleine ramen beslaan de onderste gevelhelft, de rest van de gevel is open tussen de spanten. Het achterste deel is om praktische redenen geheel gesloten uitgevoerd en de gevel bestaat uit een gemetselde bakstenen gevel met daarop een bovendeel bestaande uit gepotdekselde houten planken. De hooiberg bestaat uit 4 houten staanders met daartussen een tentvormig dak van metalen golfplaten dat met de hooivoorraad eronder mee kan bewegen. De overige stalgebouwen kennen eveneens lage gevels in baksteen met vaak kleine ramen onder een golfplaten dak. Deze gebouwen worden verwijderd en daarom hier niet nader beschreven.
Een klein schuurtje / kapelletje staat op de hoek van het perceel naast de oude gemeentegrens tussen Haaren en Esch. Het betreft een gebouwtje in baksteen met een pannendak tussen topgevels met een rollaag. In de kopse gevel aan de straatzijde is een getoogde nis gemaakt met daarin een Mariabeeld op een sokkel. Dit gebouwtje is gehandhaafd.
2.3.3
Begroeiing en natuurwaarde
De begroeiing is indicatief voor vochtige humeuze zandgrond met Gewone es (Fraxinus excelsior), Zomereik (Quercus robur), Sporkehout (Rhamnus frangula), Gelderse roos (Viburnum opulus), Veldesdoorn (Acer campestre), Zwarte els (Alnus glutinosa), Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), Schietwilg (Salix alba, vaak geknot), Tamme kastanje (Castanea sativa), Rode kornoelje (Cornus sangunea) en een enkele berk (Betula pendula) en Vlier (Sambucus nigra). Plaatselijk is Paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) aangeplant. Deze bomen groeien echter matig en laten veel aantasting van mineermotten zien. De agrarische gronden zijn meest in gras gelegd. Dat geldt ook voor een groot deel van de tuinen. In de tuinen tieren vooral Hortensia (Hydrangea sp.), Altheastruik (Hibiscus syriacus CV) en Sering (Syringa vulgaris) welig. De tuin van de voormalige bedrijfswoning wordt omzoomd met een beukenhaag (Fagus sylvatica). Langs de slootkanten komt een weinig soortenrijke vegetatie voor gedomineerd door ruigtekruiden en helofyten (moerasplanten). Denk daarbij aan Lisdodde (Typha latifo-
P15 (stads)landschappen
17
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
lia), Haagwinde (Calystegia sepium), Grote brandnetel (Urtica dioica), Smeerwortel (Symphytum officinale), Liesgras (Glyceria maxima), Rietgras (Phalaris arundinacea) en Riet (Phragmites australis). Plaatselijk komen verstoringskruiden typerend voor zandgronden voor zoals Bijvoet (Artemisia vulgaris), Reukloze kamille (Tripleurospermum maritimum), Duizendblad (Achillea millefolium) en Teunisbloem (Oenothera biennis). Rondom de leegstaande stallen groeit Zwarte nachtschade (Solanum nigrum var. nigrum), Perzikkruid (Periscaria maculosa) en Canadese fijnstraal (Conyza canadensis). Op veel vochtige beschaduwde plekken -onder heggen en struiken- groeit Hondsdraf (Glechoma hederacea).
afbeelding 9 Enkele foto’s van de situatie op de deellocatie De Jofrahoeve in 2021 met boven de afbraak van de stallen. De onderste foto laat het te handhaven staldeel zien waar dieren gestald zullen worden.
1610-B
25 oktober 2021
18
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 10 De vier locaties, die een samenhangend geheel vormen, zijn allen gelegen aan de straat De Ruiting. Sommige locaties kennen meerdere huisnummers. Het gaat om de volgende huisnummers: De Jofrahoeve (4 en 4a), De Roudonck (3 en 3a), De Antoniushoeve (5) en Landgoed De Ruiting (7).
2.4
Uitgangssituatie deellocatie 2: De Roudonck
2.4.1
Gebruik en terreininrichting
Deze deellocatie betreft een historisch woongebouw met daarnaast een vakantiewoning gelegen op een lage donk. De bebouwing is teruggelegen van de weg en wordt ontsloten middels een laantje op een lage dijk. Achter de bebouwingscluster is een voormalige visplas gelegen die sterk verland is door bladinval van populieren en wilgen. In het water groeit veel Gele plomp (Nuphar lutea) en Waterlelie (Nymphaea alba). Deze plas betreft waarschijnlijk een voormalige arm van de Essche Stroom, die hier vroeger vlak langs stroomde. De plas zou ook ontstaan kunnen zijn door het uitvenen van een laagte. Vanwege de hoge grondwaterstanden in het gebied zijn diverse sloten en greppels gegraven. Het historische huis was ooit geheel omgracht. De sloten achter het hoofdhuis (De Ruiting 3) maakten vroeger deel uit van die -deels verdwenen- omgrachting.
P15 (stads)landschappen
19
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
Bij de woning (De Ruiting 3) met daarnaast een B&B in een losstaand gebouwtje, een kleine sauna en een ruimte voor persoonsontwikkelingssessies en trainingen, alsook bij de vakantiewoning (De Ruiting 3a) zijn tuinen ingericht met veel gras. Rondom De Ruiting 3 is met de gerichte aanplant van bomen en struiken, gekoppeld aan gericht beheer ingestoken op het bevorderen van de natuurwaarde. Om de gebouwen zijn tuinplanten te vinden, waaronder vaste planten, bollen, struiken en klimplanten. In het lagergelegen gedeelte overheerst grasland met bloemen. Op enkele plekken op het terrein achter het hoofdhuis (De Ruiting 3) zijn een spiraal en labyrint aangelegd die een rol spelen in de persoonsontwikkelingssessies die hier gehouden worden. Aan voorzijde kent de vakantiewoning (De Ruiting 3a) een haag van liguster met daarbij een oude drinkput en diverse tuinstruiken.
2.4.2
Bebouwing
De omgeving van De Ruiting stond vroeger bekend onder de verwante namen De Rouwdonken (betekenis: ter plaatse van de zandige hoogte in of bij een veenmoeras) en De Ruiting (ontstaan uit de oude nevenvormen van ‘Rouwdonk’ Ruutdonc, Rutinck en Ruting). De Rouwdonk was een oud leengoed. Deze werden aan de rand van moerassen en beekdalen uitgegeven door de Hertog van Brabant om de ontginning te bevorderen en daarmee zijn inkomsten aan te vullen; de lenen waren immers cijnsplichtig. Een deel van de ontginningen zijn uitgevoerd door kloosters. In de Canon van Esch wordt in 1395 als eerste melding gemaakt van bebouwing ter plaatse van het huidige pand aan De Ruiting 3 onder de naam De Rouwdonck. Floris van den Velde -getrouwd met Elisabeth Godevarts- was de eigenaar. Rond 1600 had het huis een losstaande schuur, een losstaand bakhuis en een duiventoren. In een aantal beschrijvingen wordt dit huis ook wel het Vishuys genoemd. Het had een visvijver met visrecht en visafslag. Op oude kaarten is de visvijver reeds zichtbaar. Visvijvers langs de beken en rivieren waren in eigendom van de adel of de kerk. In de volksmond wordt deze visvijver in de huidige tijd nog steeds de Kroonenput genoemd, naar Adrianus de Kroon die het huis met bijbehorende gronden en visvijver in het eerste kwart van 1900 in bezit had.
Het is niet geheel duidelijk of deze visvijver een oude arm van de Essche Stroom is. Duidelijk is dat hij in een moerasachtige laagte ligt die van oudsher werd gevoed door kwelwater. Achter de hoeve lag een stuk land, vroeger met cijnsplicht aan de Abdij van Echternach. Op de zuidgevel van het woonhuis bevindt zich in de muur een metselteken, ook wel een Vierschaarteken genoemd. Dergelijke tekens werden in muren gemetseld als eindwerkstuk van een metselgezel of mogelijk als teken van rechtspraak. Een vroegere eigenaar was Schepen en had het recht om recht te spreken over de pachters, boeren enz. van de gronden waar hij eigenaar van was of had dit recht
1610-B
25 oktober 2021
20
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
als bestuurder. Mogelijk is in de zaalvormige kamer van 4,65m hoog vroeger recht gesproken. Het huis lijkt in zijn hoge bouw met grote balken op een Hallenhuis op de grens van invloeden uit het Maasland en uit de Kempen. De oudste balken zijn gedateerd op 1453. De muren van het hallenhuis zijn 35cm dik. De voorlaatste eigenaar Jules Kreykamp heeft tussen 1963 en 1970 alle aan de woning aangebouwde stallen gesloopt. In deze tijd is de tussenverdieping uit de oude hoge hal verwijderd en zijn er opnieuw hoge ramen aangebracht. Tientallen jaren later is het rieten dak vervangen door een zadeldak met rode oud-Hollandse pannen. Daarmee kreeg het huis weer het oude karakter. Omdat het huis vermoedelijk is gebouwd als eenvoudige adellijke woning, wordt het in sommige beschrijvingen ook wel een ‘principale woning’ genoemd. Het deel aan de westzijde van de woning is van latere datum dan het deel met de hoge hal. Het huidige gebouw met bakstenen gevels kent een schilddak dat aan de voorzijde is doorgeschoten zodat de dakvorm hier een dak met wolfseinden lijkt te zijn. De goothoogte is ook lager aan deze zijde, wat resulteert in een ongelijk silhouet. De variabele metselverbanden en ongelijke gebruikte metselstenen ondersteunen de verschillende bouwfases. De ramen zijn aan de voorzijde voorzien van luiken. In het dak, gedekt met rode pannen, zijn lage dakkapellen en dakramen aangebracht.
Rondom het hoofdgebouw zijn enkele kleinere bijgebouwen aanwezig. Het gaat dan om opslaggebouwen aan de zijde van De Ruiting 3a en aan de noordzijde tegen de groensingel, een losstaand gastenverblijf met B&B-functie aan de westzijde en een gebouw voor trainingen. Het B&B-gebouwtje heeft gevels van gepotdekselde houten planken op een lage plint in rode baksteen. Daarboven bevindt zich een schilddak gedekt met rode dakpannen en op de zonzijde zonnepanelen. Het gebouw voor trainingen betreft wederom een gebouw met gevels in baksteen onder een pannendak. De dakvorm is hier een aangepast zadeldak met aan de westzijde een geknikt dakvlak over een enkellaags gebouwdeel. De oude eigenaar Jules Kreykamp heeft ook het gedeelte van de oude gracht gelegen tussen het woonhuis (De Ruiting 3) en de toenmalige vrijstaande stal (de huidige vakantiewoning De Ruiting 3a) gedempt. Delen van de oude gracht zijn nog herkenbaar aan de achterzijde van de woning (De Ruiting 3). De naastgelegen vakantiewoning betreft een verbouwde voormalige veeschuur. Het betreft een eenvoudig gebouw met een gestrekte rechthoekige plattegrond opgetrokken in baksteen rond een houten gebintconstructie, dat wordt gedekt met een zadeldak. Het dak is een pannendak met daarin kleine dakramen. De gevelopeningen zijn ook aangepast aan het gebruik als vakantiewoning.
Intern zijn daartoe ook enkele wijzigingen aangebracht al is de oorspronkelijke functie als veeschuur op veel plekken nog herkenbaar. Aan de zuidzijde in een dak aangeluifd
P15 (stads)landschappen
21
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
dat een terras afdekt. Naast De Ruiting 3a is, aansluitend op de lage, houten bijgebouwen van De Ruiting 3, een lage aanbouw in hout met opslagfunctie aanwezig.
2.4.3
Begroeiing en natuurwaarde
Er is redelijk wat opgaande beplanting aanwezig in de vorm van bomen en struiken, vooral langs perceelsgrenzen. Ten noorden van de woning is een brede strook ingeplant met een gemengde boombeplanting van Beuk (Fagus sylvatica), Zomereik (Quercus robur), Gewone es (Fraxinus excelsior), Schietwilg (Salix alba), Haagbeuk (Carpinus betulus) en Gewone Esdoorn (Acer pseudoplatanus). De ondergroei bestaat uit o.a. Hazelaar (Corylus avellana), Sporkenhout ook wel Vuilboom genoemd (Rhamnus frangula), Gelderse Roos (Viburnum opulus), Siberische kardinaalsmuts (Euonymus planipes), Krentenboompje (Amelanchier lamarckii) en Hulst (Ilex aquifolium). In een aantal eiken groeit Klimop (Hedera helix). Verder groeien hier klimplanten als Hop (Humulus lupulus), Bosrank (Clematis vitalba), Klimhortensia (Hydrangea anomala ssp. petiolaris), wintergroene Kamperfoelie (Lonicera alseuosmoides) en Witte regen (Wisteria sinensis ‘Alba’). De populieren die hier vroeger ook stonden zijn allen omgewaaid. Er staan nu nog populieren langs de visplas. Deze bomen takelen duidelijk af. Voor het gebouw (De Ruiting 3) staan twee Tamme kastanjes (Castanea sativa). Voor de B&B staan leiperen. Naast de woning staat een driestammige Bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’). In de tuin staat een grote Walnoot (Juglans regia) en zijn diverse (sier)struiken aangeplant.
In een van oude stenen opgetrokken stapelmuurtje aan de waterkant dicht bij het woonhuis groeien o.a. Muurleeuwebek (Cymbalaria muralis), Muurvaren (Asplenium ruta-muraria) en Muurpeper (Sedum acre). Op het terrein groeien vele soorten stinsenplanten. Op het grote veld achter het huis zijn een vrijstaande Vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia) en Moerascipres (Taxodium distichum) aangeplant. Voor de naastgelegen vakantiewoning (De Ruiting 3a) staat wederom een Walnoot. Het terrein rond deze vakantiewoning is geheel ingericht als tuin, waarbij direct aansluitend op het gebouw voornamelijk sierstruiken zijn toegepast. Ook zijn plaatselijk gesnoeide blokken van Venijnboom (Taxus baccata) aanwezig. Achter op het terrein staan planten die natte omstandigheden verkiezen zoals Canadapopulier (Populus x canadensis), Gewone els (Alnus glutinosa) en Schietwilg. Direct achter de vakantiewoning zijn ook fruitbomen geplant (voornamelijk appels en pruimen, met enkele peren en kersen) en enkele (bruine) beuken. De bewoners van De Ruiting 3 hebben middels actief beheer en aanplant de natuurwaarde op hun deel van deze deellocatie sterk bevorderd. Op het terrein is
1610-B
25 oktober 2021
22
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
door de huidige eigenaren een hakhoutsingel aangeplant met een grote variatie aan boomsoorten, aangevuld met voor vogels besdragende struiksoorten zoals Vlier (Sambucus nigra), Lijsterbes (Sorbus aucuparia), Prachtframboos (Rubus spectabilis), Gele Kornoelje (Cornus mas), Japanse Bottelroos (Rosa rugosa), Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), Zoete kers (Prunus avium) en de Vogelkers (Prunus padus). Vooral de laaggelegen graslanden, slootkanten en zomen van de waterplas zijn zeer soortenrijk met plaatselijk planten die indicatief zijn voor kwel waaronder de doelsoort Moerasspirea en Dotterbloem. Voor een volledig overzicht van de soorten wordt verwezen naar bijlage B4. Langs de plas staan oude knotwilgen. Op het aanliggend terrein staan weer Canadapopulieren Plaatselijk is ook opslag van Els, Vlierbes (Sambucus nigra) en Vuilboom (Rhamnus frangula) aanwezig. Nabij de huidige toegang tot Landgoed De Ruiting staat een Gele treurwilg (Salix x sepulchralis ‘Chrysocoma’) aan het eind van de plas tussen de opslag van Els en Vlier. Er is (half)verharding aanwezig rondom de woning (3), de diverse bijgebouwen en de vakantiewoning (3a). Het grootste deel van het gebied is onverhard en onbebouwd. De oprijlaan is geheel verhard met Achterhoeks Pad-vast ® een type halfverhardingssplit, dat in tegenstelling tot het hier eerder toegepaste dolomietsplit geen kalk uitspoelt.
De laan bestaat uit een afwisseling van eiken en fruitbomen, die om-en-om zijn geplant. Een aantal oude hoogstam appelbomen is reeds vervangen door nieuwe jonge hoogstamfruitbomen van oude appelrassen. Om het karakter van De Roudonck te versterken is aan de straatzijde en om de parkeerplaats een grote diversiteit aan grootbloemige rododendrons aangeplant.
afbeelding 11 Zicht over de oude visplas achter het huis De Roudonck.
P15 (stads)landschappen
23
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 12 Een collage van de bestaande situatie op de deellocatie De Roudonck. Kenmerkend is de teruggelegen ligging als een cluster aan het eind van een oprijlaantje (a). De korte oprijlaan bestaat uit afwisselend geplante apppelbomen en eiken (b). Het monumentale huis (c) gaat terug op een oud leengoed. Ooit was het goed omgracht. In de sloten veel ruigtekruiden zoals deze Smeerwortel (d). De cluster (e) van hoofdgebouw, bijgebouw met B&B (midden) en vakantiewoning in oude schuur (rechts) is zichtbaar vanuit het weiland. Achter de donk ligt een lager gedeelte (f) begroeid met elzen en wilgen en soortenrijk grasland. Wilgen en riet bepalen het beeld aan de rand van de visplas aan de achterzijde (g). De voormalige stal is reeds lang geleden verbouwd tot vakantiewoning (h) met erachter een tuin met fruitbomen (i). Elzenhaantje op een els (j). De sloot op de grens met Landgoed De Ruiting is erg dicht begroeid (k). Aan de rand van de visplas staan enkele hoge populieren met daartussen wilgen en een typische oeverruigte die duidt op verlanding (l).
1610-B
25 oktober 2021
24
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
2.5
Uitgangssituatie deellocatie 3: De Antoniushoeve
2.5.1
Huidig gebruik en terreininrichting
Deze deellocatie betreft een voormalig rundveebedrijf. De boerderij, van het langgeveltype, werd gebouwd eind jaren ’40 ter vervanging van een oudere boerderij. Achter dit gebouw stonden tot voor kort diverse stalgebouwen, zijn inmiddels grotendeels zijn afgebroken. De aanwezige veldschuur aan de zuidwestzijde blijft gehandhaafd. De kuilvoerplaat moet nog worden opgeruimd. Rondom het woongedeelte en de voorkant is een tuin ingericht met voor de te handhaven schuur enkele fruitbomen. Verder naar achteren staan ook nog enkele perenbomen net voorbij de veldschuur. Aansluitend op de bebouwing zijn verhardingen aanwezig. Achterop het terrein was een mestzak aanwezig met rondom een beplante aarden wal; deze is reeds verwijderd. Aan de straatzijde naast de oprijlaan van De Roudonck is nog een kuilvoerplaat aanwezig. De rest van het terrein is in gebruik als (moes)tuin of als grasland.
2.5.2
Bebouwing
De stalgebouwen van het rundveebedrijf zijn reeds verwijderd. Hetzelfde geldt voor een deel van de terreinverharding. De hoofdmassa van de bebouwing wordt nu gevormd door een zogenoemde langgevel boerderij aan de straatzijde. Het betreft een traditionalistisch ontworpen gebouw in een bouwlaag uit 1949 met een woongedeelte en stal onder een doorlopende kap. De nok is parallel aan de straat. De gevels zijn uitgevoerd in bruinrode baksteen opgemetseld in Vlaams verband. De gevelopeningen zijn aangepast; de ramen en deuren kenden oorspronkelijk een hoog bovenlicht. De huidige kozijnen kennen een smal bovenlicht en zijn typerend voor de jaren 1970-90. Het stalgedeelte kent aan de voorzijde getoogde kleine ramen met ventilatiegleuf aan de onderzijde. Aan deze zijde is nu een hoge staande staldeur aanwezig die rijkt tot de goot. Het dak met wolfseind boven de stal is gedekt met oranjerode gebakken pannen. Het dak kent aan beide zijden een holle knik met uitgemetselde schragen op de hoeken. De kopgevel van het woongedeelte eindigt in een schoorsteen en is sterk aangepast. Aan de voorzijde is in het midden het gevelvlak doorgetrokken in een topgevel met een eenvoudige steekkap met een vlakgetoogde opening (naar de hooizolder). Dit geveldeel is sterk decoratief uitgewerkt en werkt om de lange gestrekte gevel te breken.
Aan de achterzijde is de stal uitgebouwd onder een doorgeschoten dak. Het woongedeelte kent een moderne aanbouw. Het stalgedeelte is sinds 2015 niet meer in gebruik als veestalling en kent meerdere functionele gevelopeningen: (schuur)deuren en ramen.
P15 (stads)landschappen
25
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 13 Een collage van de bestaande situatie op de deellocatie De Antoniushoeve. Het betreft een langgevelboerderij van eind jaren ’40 (a) die parallel aan de weg is gesitueerd. De weilanden rondom zijn uitgerasterd met prikkeldraad (b). Het gebouw (c) bestaat uit een woon- en een stalgedeelte met haag langs de voortuin. Naast het gebouw staan appelbomen (d) bij een golfplatenschuur (e). Naast de oprijlaan van De Roudonck ligt deze kuilvoerplaat (f) met daarnaast een bestaande groensingel (g). Hier een uitzicht over het erf richting kuilvoerplaat (h); tot 2015 stonden hier rundveestallen. De bestaande sloot achter het erf (i) is dichtbegroeid met riet en andere oeverplanten.
1610-B
25 oktober 2021
26
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
De strikt functionele veldschuur heeft een modulaire constructie van metalen spanten met metalen gevelbekleding en metalen golfplaten op het dak. Deze is aangepast in het kader van de bedrijfsbeëindiging van de veehouderij ter plaatse. Het zuidgerichte dakvlak is voorzien van zonnepanelen (door de eigenaar van het naastgelegen Landgoed De Ruiting).
2.5.3
Begroeiing en natuurwaarde
Langs de voortuin staat een lage strakke haag van Liguster (Ligustrum ovalifolium) en voorbij de oude bedrijfsingang een lage beukenhaag. Het voormalige erf t.p.v. de afgebroken stallen wordt gekenmerkt door ruigtekruiden zoals Brandnetel (Urtica major), Zwarte nachtschade (Solanum nigrum var. nigrum), Perzikkruid (Periscaria maculosa) en Canadese fijnstraal (Conyza canadensis), en verstoringskruiden typerend voor zandgronden zoals Bijvoet (Artemisia vulgaris), Reukloze kamille (Tripleurospermum maritimum), Duizendblad (Achillea millefolium), Grote Klaproos (Papaver rhoeas) en Boerenwormkruid (Tancetum vulgare). Op vochtige beschaduwde plekken -onder heggen en struiken- groeit Hondsdraf (Glechoma hederacea). In de slootkanten groeit ook plaatselijk Pinksterbloem (Cardamine pratensis) en Smeerwortel (Symphytum officinale). Rondom de voormalige mestzak is veel opslag van Witte abeel (Populus alba). Verder groeien hier Hazelaar (Corylus avellana), Rode kornoelje (Cornus sanguinea), Veldesdoorn (Acer campestre), Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus), Vlier en Gelderse roos (Viburnum opulus). Hierachter zijn enkele bomen aanwezig (Zomereik en Gewone es). Aan de rand van het oude erf staat een groensingel bestaande uit dicht opeen geplante eiken en wilde kersen (Prunus avium) met op het einde een Bruine beuk.
Plaatselijk is opslag van wilg vastgesteld (Schietwilg en Grauwe wilg - Salix cinerea). Bij de veldschuur is aan de straatzijde een kleine boomgaard met moestuin gelegen. Aan de achterzijde staan nog enkele perenbomen. De tuin kent geen bijzondere natuurwaarde. Het naast het erf gelegen grasland wordt nog steeds bemest. Er is hier een vegetatie gedomineerd door Engels raaigras ontstaan. Plaatselijk groeien er bloemrijke planten tussen het gras. Het betreft dan voornamelijk algemene soorten in lage dichtheden: Bonte Bastaardklaver (Trifolium x hybridum), Glad knopkruid (Galinsoga parviflora) en Kruipende boterbloem (Ranunculus repens). De soortenrijkdom neemt sterk toe naar de randen en langs de aanliggende sloot. Hier groeien: Rode klaver (Trifolium pratense), Witte klaver (Trifolium repens), Riet (Phragmites australis), Smeerwortel (Symphytum officinale), Scherpe boterbloem (Ranunculus acris), Liesgras (Glyceria maxima) en Zevenblad (Aegopodium podograria) -bij de heg van de vakantiewoning. Nabij de oprijlaan van De Roudonck is het aanliggen-
P15 (stads)landschappen
27
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
de grasland ook soortenrijker met Echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi), Witte dovenetel (Lamium album), Ridderzuring (Rumex obtusifolius), Canadese fijnstraal (Conyza canadensis), Bijvoet (Artemisia vulgaris). Aan de noordwestzijde van het weiland ligt de kuilvoerplaat (elementverharding in beton) met een kleine hoop puin en grondafval. Hier zijn veel typische ruderale soorten en verstoringskruiden te vinden: Grote weegbree (Plantago major subsp. major), Canadese fijnstraal, Reukloze kamille (Tripleurospermum maritima), Handjesgras (Conodon dactylon), Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare), Bleke Klaproos (Papaver dubium) en opvallend genoeg het Akkervergeet-me-nietje (Myosotis arvensis). Aan de straat groeien hier Lindebomen (Tilia x europea) met een ruige berm gedomineerd door algemene grassen aangevuld met nitrofiele kruiden als Grote brandnetel (Urtica major), Paardenbloem (Taraxum officinale agg.) en Zevenblad.
2.6
Uitgangssituatie deellocatie 4: Landgoed De Ruiting
2.6.1
Huidig gebruik en terreininrichting
Deze deellocatie betreft een historische woonplaats op een donk (waarop ook De Antoniushoeve gelegen is). Aansluitend is op een lage dekzandrug een voormalige huisakker gelegen die momenteel in gras gelegd is en wordt beweid als kern van de Natte Natuurparel alhier. Het huis, de tuin, de bijgebouwen en de aanliggende graasgronden vormen samen het Landgoed De Ruiting. Het huis is in gebruik als woonhuis met in een bijgebouw een gastenverblijf. De bijgebouwen zijn functioneel van karakter en voornamelijk bedoeld voor opslag. Er is aan de voorzijde een tuin; aan de achterzijde loopt het grasveld aansluitend op het terras over in het grasveld van een kleine boomgaard met aansluitend ponyweitjes. De rest van dit onder de Natuurschoonwet 1928 gerangschikte landgoed bestaat uit natuurgebied. Deze natuurkern bestaat uit bemest weiland dat voornamelijk begraasd wordt door drachtige koeien. De natuurwaarde van dit grasland -dat in het NNB is aangeduid als kruiden- en faunarijk grasland- is minder dan verwacht mag worden van een Natte Natuurparel. De natuurwaarde is vooral gelegen in de aansluitende lagere gronden die in het NNB zijn aangeduid als vochtig hooiland en moeras. De begrenzing van vochtig hooiland valt aan de oostzijde voor een deel binnen het begraasde deel. Het zou goed zijn hier een aanpassing van de kaarten van het NNB door te voeren!
1610-B
25 oktober 2021
28
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
afbeelding 14 Een collage van de bestaande situatie op de deellocatie Landgoed De Ruiting. De woonbebouwing betreft een monumentale boerderij met aangebouwde schuur (a) met aan de voorzijde van de tuin een strakke ligusterhaag (b). Achter op het erf staan enkele bouwvallige bijgebouwen (c) waaronder een oud kippenhok. Naast het ponyweitje staat een Moerascypres (d). Het achterliggend natuurterrein is erg open met deze gebogen “laan” van eiken (e). Deze laan zal doorgetrokken worden naar een uitkijkpunt bij de oude loop (f). Bloemplanten komen sporadisch voor; dit Vlasleeuwenbekje (g) is een indicatorsoort voor zandgrond. De grazers hebben grote schade aangebracht aan niet uitgerasterde bomen (h). De knotwilgen bij de poel (i) zijn rondom geschild en inmiddels weggehaald. Pony (j) naast het erf. De bebouwing met rieten kap vanaf de achterzijde gezien (k).
P15 (stads)landschappen
29
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
2.6.2
Bestaande bebouwing
Op de locatie waar nu het Huis Ruiting is gevestigd wordt in elk geval sinds 1306 gewoond. De diverse eigenaren van het perceel zijn tot deze datum teruggevonden in archieven. De oudste vermelding van De Ruiting dateert aldus uit 1306. De huidige bebouwing is nieuwer; het oudste deel dateert uit 1625 (hetgeen is gebleken uit dendrologisch onderzoek door bureau Baac). Het hoofdgebouw van 1,5 bouwlagen onder een rietgedekt zadeldak met dakkapellen als opgemetselde geveldelen en een schoorsteen op iedere topgevel, is in de loop der eeuwen meermaals aangepast en gemoderniseerd. De straat eindigde ooit op het omgrachte erf, waar de voorganger van De Antoniushoeve ook deel van uitmaakte. Aanvankelijk was het Huis Ruiting geen boerderij maar een buitenhuis van inwoners van ’s-Hertogenbosch. Het huis was in die tijd omgracht. Duidelijk is te zien dat het huis uit twee delen bestaat. Een rechterdeel (van voren gezien) dat als buitenhuis werd gebouwd en het linkerdeel, wat naar schatting rond 1850 is aangebouwd als koeienschuur. Vanaf dat moment is Huis Ruiting als boerenbedrijf in gebruik geweest. Het stalgedeelte kent een opvallende overstekende rieten kap en is zo van een schuurtype dat typerend is voor de Betuwe. Bebouwingsvormen die niet kenmerkend zijn voor een gebied is iets wat vaker voorkomt bij (zomer)residenties van stedelingen buiten de stad.
Beide gebouwdelen kennen bakstenen gevels rondom een houten dragende gebintconstructie. Het voormalige stalgedeelte is verbouwd om dienst te doen als deel van de woning en heeft daarbij ook dakkapellen en dakramen gekregen. Het stalgedeelte kent tegen het oude buitenhuis een topgevel afgetimmerd met houten beplanking. Het andere geveleind betreft een Uilenbord met een sterk overstekend aangeschild dakvlak -waar een luik toegang gaf tot de hooizolder. In 1965 is de laatste boer opgehouden met boeren en is het gehele huis verbouwd tot woonhuis. Sinds 2001 woont de familie van Bouwdijk Bastiaanse op de Ruiting, dat met de aankoop van aanliggende gronden het Huis & Landgoed De Ruiting is geworden.
2.6.3
Begroeiing en natuurwaarde
Het weiland is weinig soortenrijk en bestaat voornamelijk uit gras met bloemrijke kruiden in een lage bedekking. Denk dan aan algemene soorten als Paardenbloem, Madelief (Bellis perennis), en Witte klaver. Opvallend is dat aan de randen -dus ook in het deel dat onder vochtig hooiland zou vallen volgens de kaart- een grotere soortenrijkdom kent met naast de eerdergenoemde soorten ook: Scherpe boterbloem, Akkerdistel (Cirsium arvense), Ridderzuring, Rode klaver en Pitrus (Juncus effusus). Als voormalige akker is het terrein in het midden hoger gelegen dan aan de randen; op dergelijke groeiplaatsen groeien pleksgewijs: Akkerdistel, Dui-
1610-B
25 oktober 2021
30
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
zendblad (Achillea millefolium), Rode klaver, Bastaardklaver, Biggenkruid (Hypochaeris radicata), Vlasleeuwenbekje (Linaria vulgaris) en Boerenwormkruid. Nabij de vakantiewoning (De Ruiting 3a) groeit in de slootkant veel Gewone braam (Rubus fruticosus agg.) door de erfafscheiding. Langs de sloot groeien de te verwachten soorten als Liesgras, Smeerwortel, Waterweegbree (Alisma plantagoaquatica), Riet, Lisdodde, Pitrus, Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum) en Lidrus (Equisetum palustre). Deze laatste plant is overigens giftig voor runderen! Bij de uitgegraven oude loop op de grens van het landgoed groeit een zoom met een afwijkende begroeiing bestaande uit Lisdodde, Akkerdistel, Grote brandnetel, Haagwinde (Calystegia sepium), Harig wilgenroosje en het eenjarige Gevleugeld tandzaad (Bidens tripartita). De diepe sloot tussen de natuurkern en het nog in te richten natuurdeel is vooral dichtbegroeid met Riet. Plaatselijk groeit ook Lisdodde. De nabijgelegen poel kent een weinig specifieke begroeiing op de oevers -waarschijnlijk door te intensieve betreding door de hier grazende koeien- met voornamelijk grassen en net boven de waterlijn dichte zomen van Waterpeper (Persicaria hydropiper); een eenjarige plant die alleen kiemt op vochtige onbegroeide grond. Opvallend is ook dat de knotwilgen achter de poel geheel geschild zijn door de koeien.
De bast van wilgen bevat salicylzuur dat koortsverlagend werkt. Deze bomen zouden dit niet overleven en zijn inmiddels verwijderd. Waterpeper groeit ook langs de sloot aan de rand van het ponyweitje. Daar is ook veel Varkensgras (Polygonum aviculare) vastgesteld, wederom een plant die platgetreden onbegroeide plekken koloniseert. De sloot zelf is alleen in de winter watervoerend en is begroeid met Riet, Haagwinde en Grote brandnetel. Plaatselijk zijn zaailingen van Zwarte els vastgesteld in en langs deze sloot. Ook op andere plekken is -soms ernstige- vraatschade vastgesteld. Meestal betrof dit wilgen die rondom ontdaan zijn van hun bast. Aan de zuidzijde bij de oude loop zijn ook zaailingen van populier aangevreten. Er is aan die zijde opslag aanwezig van Schietwilg, Geoorde wilg (Salix aurita), Canadapopulier, Zomereik en Ruwe berk (Betula pendula). Deze combinatie doet vermoeden dat de ondergrond hier mogelijk minder leemhoudend is. De opslag is lang niet uitgerasterd geweest. Vraatschade is vastgesteld aan de randen waar de koeien over de huidige draad konden reiken. Centraal op het landgoed is een gebogen dubbele rij van eiken ingeplant. Deze houdt halverwege op en kent geen duidelijk begin- of eindpunt ook is de onderlinge plantafstand (15 m) te ruim om echt een laan te vormen. De bomen (Bastaardeik – Quercus x rosacaea) zijn geplant in 2006 en zijn vooral in de breedte
P15 (stads)landschappen
31
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
gegroeid. Onder de bomen groeit gras met weinig specifieke kruidachtige planten als direct gevolg van de begrazing. Op enkele plekken aan de randen van de natuurkern zijn landschapsbomen geplant. Het betreft telkens een soort die is geselecteerd op basis van sierwaarde: Gewone plataan (Platanus x acerifolia) en Gele treurwilg. Ook enkele treurwilgen kennen vraatschade. Rondom de treurwilg bij de zitbank -op de hoek van de diepe sloot- zijn tredplanten als Grote weegbree, Varkensgras en Melganzenvoet (Chenopodium album) vastgesteld. Plaatselijk groeit ook hier weer Waterpeper. Bij de toegang groeien ook groepen Boerenwormkruid en Grote brandnetel. De kavel die is aangewezen als ‘nog in te richten natuur’ is geheel in gras gelegd, het betreft een soortenarm weiland gedomineerd door Engels raaigras. Op het naastgelegen perceel is door Stichting Het Brabants Landschap een beplantingselement aangeplant: in blokken is hier een strook van enkele meters breed ingeplant met Winterlinde, Gewone es, Zwarte els, Veldiep (Ulmus minor), Hondsroos (Rosa canina complex), Sleedoorn (Prunus spinosa), Hazelaar en Rossige wilg (Salix cinerea var. oleifolia). Het erf is voornamelijk in gras gelegd. In dat gras zijn enkele fruitbomen geplant. Een deel van deze bomen verkeert in slechte gezondheid.
Achter het woonhuis staan twee Walnoten; voor het huis staat een oude hoogstam perenboom naast nog een grote Walnoot. Naast de oprit in grind staan enkele berkenbomen met groepen sierstruiken in gras. Aan de straatzijde zijn Zomereik en Bruine beuk geplant. Aan de voorzijde is een lange ligusterheg ingeplant. Aansluitend op het erf is een ponyweitje gelegen achter een brede bossingel met aan de straatzijde, langs een greppel, een rij Rododendrons (Rhododendron x hybridum). Deze wintergroene struiken zijn aangeplant voor een gemengde beplanting van Populier, Gewone es, Ruwe berk en Zomereik met een ondergroei bestaande uit opslag van Els en Es, aangevuld met Klimop en overige struiken als Kardinaalsmuts, Grauwe wilg (Salix cinerea) en Vlier. In het ponyweitjes staat een Moerascypres (Taxodium distichum var nutans) naast een smalle greppel. De straatgreppel is dichtgegroeid met Riet. Ook andere greppels en sloten (die rondom het huis in de zomer vaak droog staan) zijn dichtgegroeid met Liesgras, Rietgras en zelfs Riet. In de diepe sloot tussen het hoger gelegen natuurgrasland en de kavel waar nieuwe natuur zal worden ontwikkeld groeit ook veel Riet, met plaatselijk ook Lisdodde.
1610-B
25 oktober 2021
32
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
3
Toekomstige situatie
De geplande functiewijziging De Ruiting zal resulteren in een vergaande functiewijziging in het gebied, waarbij nieuwe natuur wordt gecreëerd, bestaande natuur wordt verbeterd, nieuwe verbindingen worden gerealiseerd voor recreanten en voor de natuur, nieuwe recreatieve functies worden ingepast, landbouwactiviteiten verschuiven van productie naar kwaliteit, bestaande bebouwing wordt verwijderd, nieuwe bebouwing wordt toegevoegd en de ontwatering wordt aangepast aan het nieuwe gebruik. Hieronder wordt per deellocatie een overzicht gegeven van de beoogde nieuwe inrichting.
3.1
Deellocatie De Jofrahoeve
Het deelproject De Jofrahoeve is verder uitgewerkt. Dit deelproject omvat de vernieuwbouw van de oude bedrijfswoning tot een gewone burgerwoning, sanering van de aanwezige stallen en verhardingen, omvorming naar een zorgboerderij in combinatie met het houden van enkele runderen voor begrazing van natuurterreinen, aanleg van een parkeervoorziening voor de nieuwe functies, herinrichting van het gehele terrein en het realiseren van nieuwe natuur. De functiewijziging wordt ook hier middels een nieuw bestemmingsplan geregeld. Het inrichtingsplan stelt een integrale herinrichting voor waarbij zorg, wonen en natuur niet afzonderlijk worden gepresenteerd, maar functioneel en ruimtelijk zijn verweven. Bebouwde en intensieve functies worden daarbij geconcentreerd in de oostelijke hoek van het terrein. Tussen de woning, de bedrijfswoning in de verbouwde Vlaamse Schuur, de hooiberg en het te handhaven deel van de bestaande veeschuur worden nieuwe zorggebouwen opgetrokken. Het parkeren wordt centraal opgelost bij de te handhaven schuur. Dit parkeerterrein wordt ontsloten middels een circuit waarvoor van de bestaande inritten gebruik wordt gemaakt. De gemengde veehouderij alhier zal worden beëindigd, al blijft een klein aantal runderen en boerderijdieren aanwezig.
De runderen zullen worden ingezet voor de begrazing van natuurgrond op en aansluitend op de locatie en samen met de boerderijdieren een rol spelen op de nieuwe zorgboerderij. Op deze ‘Zorghoeve De Ruiting’ wordt dagbesteding aangeboden voor voornamelijk dementerenden. Daarnaast wordt er ingezet op het aanbieden van zogenoemd ‘beschermd wonen’. Voor dit ‘beschermd wonen’ wordt een tweetal nieuwe gebouwen gerealiseerd in een groene setting nabij het te handhaven staldeel. De nieuwe bebouwen zijn uit-
P15 (stads)landschappen
33
25 oktober 2021
1610-B
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
gewerkt als schuurachtige volumes waarbinnen in totaal maximaal achttien zorgwoningen worden gerealiseerd. Door de zorggebouwen (met de woonfunctie) op enige afstand van de stal met de dieren te plaatsen wordt beweging gestimuleerd, wat belangrijk is voor mensen met dementie. De bestaande Vlaamse schuur (De Ruiting 4a) wordt in gebruik genomen als de bedrijfswoning bij de beoogde maatschappelijke functie ter plaatse (Zorghoeve De Ruiting). De huidige bedrijfswoning (De Ruiting 4) met de bijbehorende bed and breakfast wordt omgezet naar reguliere burgerwoning met behoud van de bed and breakfast als nevenactiviteit.
afbeelding 15 De gebiedsontwikkeling is uitgewerkt in het inrichtingsplan functiewijziging De Ruiting. De vier locaties, die een samenhangend geheel vormen, zijn weergegeven: De Jofrahoeve (1), De Roudonck (2), De Antoniushoeve (3) en Landgoed De Ruiting (4).
De gehele terreininrichting is gericht op natuur(beleving). Dit is onder andere uitgewerkt door oppervlaktewater beter zichtbaar te maken en een hogere natuurwaarde te geven met natuurlijke oeverzones, alle functies groen in te kaderen en
1610-B
25 oktober 2021
34
P15 (stads)landschappen
inrichtingsplan functiewijziging de ruiting
een gedifferentieerde zonering aan te brengen voor recreanten en gebruikers. Zo worden er ook struiken en bomen met eetbare vruchten opgenomen in de landschapselementen en in de inrichting van het zorgterrein ter ondersteuning van de natuurbeleving ter plaatse. De keuze voor het type nieuwe natuur is gebaseerd op de landschappelijke situatie (ruimtelijke opzet) en de ondergrond en vochtvoorziening (het type nieuwe natuur). Direct ten zuiden van de zorgboerderij ‘Zorghoeve De Ruiting’ is een natuurstrook voorzien ter plaatse van wat nu weilanden tussen sloten zijn. De natuurstrook op De Jofrahoeve vormt een uitbreiding op de Rijks Ecologische Hoofdstructuur aan de overzijde van de straat De Ruiting en versterkt zo de verbinding tussen de Essche Stroom en het Helvoirts Broek. De terreininrichting op en rondom de nieuwe zorgboerderij is zo uitgewerkt dat ook hier de natuurwaarde (sterk) zal toenemen. Er wordt ingezet op bloemrijk grasland en een nieuwe natuursloot met natuurvriendelijke oevers. Voor het deelproject De Jofrahoeve zijn deze inrichtingsmaatregelen uit te splitsen in maatregelen samenhangend met de functiewijziging van de (voormalige) bedrijfswoning naar een gewone burgerwoning, maatregelen samenhangend met de nieuwe bedrijfsactiviteiten ter plekke (zorgboerderij ‘Zorghoeve De Ruiting’) en maatregelen samenhangend met de realisatie van nieuwe natuur.