Vaststelling bp Baroniestraat 24 Boxtel- Bijlage 4 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Baroniestraat 24 Boxtel Boxtel
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.0757.BP06BARONIESTR-VST1
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
44001164.20180439
AUTEUR STATUS
vastgesteld
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Inrichtingsadvies ecologische verbindingszone
7
Bijlage 2
Advies Welstand
33
Bijlage 3
Beheerplan ecologische verbindingszone
37
Bijlage 4
Boomeffectanalyse
39
Bijlage 5
Zorganalyse
67
Bijlage 6
Boombescherming
71
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek
73
Bijlage 8
Indicatief bodemonderzoek
119
Bijlage 9
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
149
Bijlage 10
Watertoets
169
Bijlage 11
Advies Veiligheidsregio 2019
207
Bijlage 12
Advies Veiligheidsregio 2023
211
Bijlage 13
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
215
Bijlage 14
Ontwerpbesluit hogere grenswaarden Wet geluidhinder
285
Bijlage 15
Quickscan flora en fauna
291
Bijlage 16
Stikstofmemo
329
Bijlage 17
Stikstofberekening realisatiefase 2025
335
Bijlage 18
Stikstofberekening realisatiefase 2026
343
Bijlage 19
Stikstofberekening gebruiksfase 2027
351
Bijlage 20
Notitie natuurinclusief bouwen
359
Bijlage 21
Archeologisch onderzoek
365
Bijlage 22
Selectieadvies archeologie
419
Bijlage 23
Advies Monumentencommissie
423
3/489
Bijlage 24
Ingediende reacties wettelijk vooroverleg
427
Bijlage 25
Verslagen omgevingsdialoog
445
Bijlage 26
Programma van Eisen, ondergrond en doorsnedes
453
Bijlage 27
Kaartaanpassing Omgevingsverordening Noord-Brabant 2024
467
Bijlage 28
Nader onderzoek ecologie
469
4/489
Bijlagen toelichting
5/489
6/489
Bijlage 1
7/489
Inrichtingsadvies ecologische verbindingszone
32/489
Bijlage 2
33/489
Advies Welstand
De Welstandscommissie
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Wal 28 5611 GG Eindhoven Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 0369
www.odzob.nl info@ odzob.nl
plan 5 aanvrager bouwplan
: : :
Boxtel Vrijborg B.V., Postbus 2048, 5260 CA Vught het realiseren van een woonzorghuis en 7 eengezins
bouwadres ontwerper advies
: : :
Baroniestraat (voormalige pastorietuin) in Boxtel ----Gespreksnotitie
datum
:
5-10-2022
bwt.nr.
:
VB2019407 1224374
beh.
:
2
Geacht college, Het plan is behandeld in de digitale vergadering via MS TEAMS op 5 oktober 2022, in aanwezigheid van de technische ontwikkelaar van de aanvrager, de ontwerper, de projectleider van de gemeente en de secretaris van de commissie. PLANOLOGISCHE INLEIDING Bij de advisering is de commissie ervan uitgegaan dat het nu voorliggende plan in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan c.q. dat de gemeente bereid is medewerking te verlenen aan het plan in afwijking van het bestemmingsplan. BEOORDEELDE GEGEVENS -boekje met presentatie vooroverleg "schetsplan" door architectenbureau Visser en Bouwman dd. 22-8-2022; -variant geveltekeningen met lichtere kleurstelling; -de plek en omgeving is bekeken via StreetSmart. TOETSINGSKADER: Het plan is getoetst aan de algemene criteria van welstand en aan de aan het gebied gekoppelde criteria. Het gebied is aangeduid als "2.6 Bijzondere bebouwing, instellingen en instituten" in de welstandsnota, die als toetsingskader voor de commissie vastgesteld is in 2016. Het gebied valt onder de bijzondere toetsing (niveau 1). Deze toetsing houdt in dat de gemeente de bijzondere kwaliteiten van het betreffende gebied wil behouden en/of verbeteren, ofwel een gebied met bijzondere kwaliteiten wil realiseren. Dat betekent voor nieuwe plannen, wijzigingen en toevoegingen dat deze een bijdrage dienen te leveren aan het gestelde doel.
BEOORDELING EN MOTIVERING -Positie en oriëntatie van het gebouw: positief beoordeeld, want passend in deze context; de toegang tot het terrein en de relatie met de entree van het gebouw aan de straatzijde is nog voor verbetering vatbaar; -Architectuurstijl: op hoofdlijnen positief beoordeeld want goed aansluitend bij de karakteristiek van het gebied, maar met de opmerking dat de detaillering de gekozen stijl nog beter dient te ondersteunen. Genoemd in dit verband zijn o.a. de lateien, de speklagen, de ruitverdelingen. -Massacompositie: op hoofdlijnen positief beoordeeld op basis van de geveltekeningen met dieptewerking. De plastiek komt echter onvoldoende tot uiting in de plattegronden. Verder vraagt de commissie aandacht voor de overgang in de gevel van 3-Laagse plat afgedekte volumes naar het volume van 2 lagen met kap (nu te zien in de rechter zijgevel) De schuine daklijn bij de pannen in de schetsen vindt de commissie de juiste ontwerpaanpak; verticale pannen tegen de gevel zijn geen goed uitgangspunt om verder te ontwikkelen. -Gevelcompositie: nadere ontwerpstudie nodig bij de entreepartijen om te bewerkstelligen dat de gevelopeningen op begane grond en verdieping meer samenhang laten zien zonder de verbijzondering te ontkrachten; gevelopeningen op de hoek rechts te dicht bij de voorzijde; achtergevel nu nog niet getekend, maar volgt de expressie van de overige gevels.
-Detaillering: opmerking zie hierboven bij architectuurstijl; B R A B A N T O M G E V I N G S D I E N S T Z U I D O O S T welstand en monumenten ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijk kwaliteitsbeleid archeologie Wal 28 5611 GG Eindhoven Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 0369 www.odzob.nl info@ odzob.nl
De Welstandscommissie
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Wal 28 5611 GG Eindhoven Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 0369
www.odzob.nl info@ odzob.nl
-Materiaal en kleurstelling: donkere kleuren van de basistekening is passend voor deze omgeving; de lichtere variant is té gemêleerd voor deze omgeving. In een verder stadium van de planvorming worden ook monsters en/ of documentatie van de beeldbepalende gevel- en dakelementen verwacht om te beoordelen. -Installaties die het uiterlijk van het gebouw beïnvloeden: nog niet in beeld, maar nog mee ontwerpen ter beoordeling. CONCLUSIE Met vertrouwen ziet de commissie een verdere uitwerking van het plan ter beoordeling tegemoet. Namens de commissie, de rayonarchitect,
Ir. C.M.J.E. Bossier
B R A B A N T O M G E V I N G S D I E N S T Z U I D O O S T welstand en monumenten ruimtelijke ontwikkeling ruimtelijk kwaliteitsbeleid archeologie Wal 28 5611 GG Eindhoven Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088 369 0369 www.odzob.nl info@ odzob.nl
36/489
Bijlage 3
37/489
Beheerplan ecologische verbindingszone
EVZ – Baroniestraat
d.d. 1 oktober 2024
Beheerplan EVZ Smalwater thv Baronielaan 24, Boxtel Toegang via hek op parkeerplaats Woonzorgcentrum (zie tekening) Beheer Natuur Vriendelijke Oever (zeer lichtgroene zone op tekening) •
• • • •
•
•
Elk jaar 1/3 deel van de oeverlengte kortmaaien met rupskraantje met kleine maaikorf met spijlen. Elk jaar een ander 1/3 deel (cyclus) maaien Periode oktober tot half november Ook onder water maaien Boven water maaien tot aan beheerpad (donkergroen op tekening) Maaisel (geen grond/slib) verzamelen op één plek nabij de oever, waar het mag verteren. Deze plek kan dienen als broeihoop voor ringslangen. Incidenteel aanvullend beheer voor houtige gewassen: bij sterke opslag van wilg en els: uittrekken met sorteergrijper of met bosmaaier tegengaan.
Beheer (retentie)poel (indien gerealiseerd) Elk jaar 1/3 deel van de oeverlengte kortmaaien met kleine maaikorf met spijlen. • • • • •
Elk jaar een ander 1/3 deel (cyclus) maaien Periode oktober tot half november Onder water maaien, 1/3 deel Oevermaaisel (geen grond/slib) verzamelen op één plek nabij de oever, waar het mag verteren. Deze plek kan jaar op jaar dienen als broeihoop voor ringslangen. Incidenteel aanvullend beheer voor houtige gewassen: bij sterke opslag van wilg en els: uittrekken met sorteergrijper of met bosmaaier snoeien.
Beheer (retentie)poel en grasland (groene zones op kaart) • • • •
2x per jaar maaien (niet klepelen): half juni en oktober Maaien met behulp van maaibalk op één-asser, desgewenst in combi met bandhooier Maaisel afvoeren binnen 7 dagen na maaien. Altijd de broeihoop en 10% van de vegetatie overslaan (elke maaibeurt een andere 10%).
Beheer struweel (bruine zone op kaart) • •
Ontwikkelingsbeheer: eerste 2 jaar watergeven in droge periodes Struweel aan de zijde van EVZ vrij laten uitgroeien, grens in stand houden.
Haag (groen gearceerd) •
Éénmaal per jaar snoeien in oktober
Bijlage 4
39/489
Boomeffectanalyse
Rapport Boom Effect Analyse
Baroniestraat, Boxtel
COLOFON
Effect
Titel
:
Boom
Versie
:
Revisie
Kenmerk
:03P2204960
Datum
:22-12-2022
rapport
Aantal
pagina’s Projectleider Auteur(s) Inspectiewerk
1
van
(excl. Bijlagen)
EN (geanonimiseerd) Boom
citeren
Vught. Opdrachtgever Contactpersoon
:
Vrijborg
tav.
(geanonimiseerd)
Rembrandterf 3 5261 XS
Vught
PIUS FLORIS Onderzoek
Pius Floris
Boomverzorging Vught
Lage
1
Raam
5076 PE
Haaren
656 72 35 (0}73 vught @ piusfloris.nl T: +31
Boxtel
(geanonimiseerd)
Kwaliteitscontrole
Wijze
16
Analyse Baroniestraat,
—
Contactpersoon:
(geanonimiseerd)
&
Advies
Effect
Analyse Baroniestraat,
Boxtel. Pius
Floris,
moet rondom de kroon worden ingenomen om de boom in balans te houden zal de boom ongeveer de helft van
de kroon verliezen. 4. 3. BELEMMERENDE INVLOED Het project heeft een belemmerende invloed op bomen 1, 4 en 5. De bouwbuffer overlapt volledig met de boomkronen van deze bomen en de boomkronen zullen daarom ingenomen of opgehoogd moeten worden. Bovendien zal bij boom 1 een gedeelte van het wortelpakket verloren gaan voor de aanleg van het gebouw. De stabiliteitskluit van de boom blijft wel intact.
8 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
5.
BEA-ONDERZOEK
5. 1. GRONDWATER Tijdens het veldwerk is geen grondwater aangetroffen. De dichtstbijzijnde putlocatie is genomen om te achterhalen wat de lokale grondwaterstanden zijn. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) bevindt zich op circa 6, 48 m +NAP (152 cm-mv) De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bevindt zich op 5, 91 m +NAP (209 cm-mv) Dit is op basis van peilbuisgegevens: B45D1268. Hierbij moet vermeld worden dat met deze peilbuis gegevens zijn verzameld tot december 2016. De trend in de laatste 20 jaar is dat grondwaterstanden verlagen. Aannemelijk is dat de grondwaterstand nu lager staat dan toen. .
.
Het aannemelijk dat de bomen op een grondwaterprofiel staan, de bomen nagenoeg het gehele jaar binnen het bereik van het grondwater of nalevering uit de capillaire zone. 5. 2. GROEIPLAATSONDERZOEK Ter hoogte van boom 1 en 7 zijn twee profielsleuven gegraven, daarnaast zijn drie grondboringen gedaan om inzicht te krijgen in de huidige groeiplaatsomstandigheden en beworteling. Profielsleuven zijn ontgraven op de rand van de theoretische stabiliteitskluit.
Afbeelding 3: Overzichtskaart van boomkwaliteit en groeiplaatsonderzoeken
9 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
5. 2. 1.
PROFIELSLEUVEN
Afbeelding 4: Foto’s van sleuf ter hoogte van boom 1, op circa 2, 8 meter uit hart van de stam
Op circa 2, 8m uit hart van boom 1 worden stabiliteitswortels (diameter 5 á 6cm) aangetroffen op circa 50cm -mv. Boven deze wortels wordt fijne beworteling aangetroffen. De gehele sleuf bestond uit humusrijk zand.
Afbeelding 5: Foto’s van sleuf ter hoogte van boom 7, op circa 2, 3m uit hart van de stam
Deze profielsleuf, op circa 2, 3 m uit hart van de boom, worden geen stabiliteitswortels (diameter > 5cm) aangetroffen tot circa 70 cm –mv. Er worden enkel lichte wortels aangetroffen, een deel van deze wortels is waarschijnlijk afkomstig van de nabijstaande hulsthaag. Het is aannemelijk dat de boom wortelt in diepere lagen van de bodem.
10 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
5. 2. 2.
PROFIELBORINGEN
Afbeelding 6: Van links naar rechts boringen 1, 2 en 3.
Profielboringen 1 en 2 tonen een vergelijkbaar beeld van een humeuse toplaag tot circa 80 cm -mv. Daaronder volgt een gemengde zone van humeus en humusarm zand tot circa 100 cm -mv. Daaronder wordt slechts humusloos zand aangetroffen. In boring 1 is de roesthoudende laag sterk opvallend. Dit duidt op een wisselende grondwaterstand en bevestigd de bevindingen van de waterstanden uit de peilbuis. Profielboring 3 is gedaan op het maaiveld-peil van het ‘klooster’. Het maaiveld is hier circa 1 meter hoger gelegen dan ter hoogte van het plangebied. De bodem is hier duidelijk geroerd tijdens de aanleg van de aanwezige verharding. Ook bevat het zand een aanzienlijke hoeveelheid puin.
11 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
7.
BOOMBALANS
In totaal zijn negen bomen geïnventariseerd. Bij het opmaken van de boombalans wordt geen rekening gehouden met mogelijke ontwerpwijzigingen die op basis van de aanbevelingen uit deze BEA worden toegepast. In de plannen van de opdrachtgever is ook opgenomen dat zeven nieuwe bomen zullen worden aangeplant binnen het plangebied. Volgens de tekening ontstaan er wel conflicten met de aanplantlocaties en het ontwerp, maar er is voldoende ruimte in het plangebied om deze bomen weg te zetten.
Afbeelding 9: Overzichtskaart Boombalans. Bomenbalans Boom ID Handhaven 8, 9 Handhaven (beperkte maatregel) 1, 4, 5 Handhaven (specifieke maatregel) 2, 3, 6, 7 Handhaven (ingrijpende maatregel) Vellen Eindtotaal Tabel 6: bomenbalans met te handhaven bomen in de directe invloedssfeer van het project.
Aantal 2 0 3 4
0 9
15 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
BIJLAGE I ONTWERP
16 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
BIJLAGE II BOOMINVENTARISATIE
17 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
BIJLAGE III OVERZICHTSKAART: BOOMKWALITEIT
18 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
BEA
BARONIESTRAAT,
USFIORS
BOXTEL
%
_\
OVERZICHTSKAART:
p
BOOMKWALITEIT
Pi
al
NS
Pa °°
se”
3,
%
es
Boomkwaliteit @ Goed © ©
®
Voldoende Onvoldoende Slecht
„
0
Zeer slecht CJ Gebouw @ Groen LO Parkeerplaatsen @
B Plangebi emarding
5
10
15
20m
Formaat: A3 Schaal 1:500 Kaartprojectie: Amersfoort / RD New // EPSG:28992 Tekenaar:
(geanonimiseerd) 22-12-2022
\
BIJLAGE IV OVERZICHTSKAART: BEA-ADVIES
19 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
BEA
BARONIESTRAAT,
BOXTEL
OVERZICHTSKAART:
BEA-ADVIES
US FLORIS Onderzoek
&
Advies
En
t°
BEA-advies @ Goed © Voldoende © Onvoldoende © Slecht
ye
0
Zeer slecht Gebouw
mG roen am) Parkeerplaatsen
Verhardin:
- Plangebi Stabiliteitskluit …
Kroonprojectie
L_] Kwetsbare zone kroon L Bouwvlak_Buffer_2m Buffer verharding 7 Zone
Kwetsbare
«” Kroonverlies _=m Wortelverlies
5
10
15
20m
___ Kaartprojectie: Amersfoort
Formaat: A3 Schaal 1:500
New
// EPSG:28992
Tekenaar: (geanonimiseerd) /1 22-12-2022
BIJLAGE V OVERZICHTSKAART: BOMENPOSTER
20 Boom Effect Analyse Baroniestraat te Boxtel Status: Definitief Kenmerk: 03P22004960
BOMENPOSTER
WERKEN OPSLAG, PARKEREN EN TRANSPORT
ROND BOMEN KWETSBARE BOOMZONE ! Kwetsbare boomzone
=
Kroonprojectie + 1, 5 meter
NIET TOEGESTAAN
BRONBEMALING EN VERANDERINGEN IN GRONDWATERSTAND
! 1, 5M
NIET TOEGESTAAN
1, 5M
FYSIEKE AFSCHERMING
GWST GWST
!
RANDVOORWAARDEN
GWST
MARKEER!
!
MIN. 2M GESLOTEN DAMWAND
Als uitgangspunt wordt de fysieke afscherming, zie RANDVOORWAARDEN punt 1, rond de boom geplaatst tot buiten de kwetsbare boomzone.
GWST
Voor opslag, parkeren en transport gelden randvoorwaarden binnen de kwetsbare boomzone. Bijvoorbeeld het plaatsen van drukverdelende rijplaten. ! Randvoorwaarden moeten worden uit gewerkt in een goedgekeurd Werkplan!
! Werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel zijn binnen de KWETSBARE BOOMZONE alleen toegestaan MET TOESTEMMING (goedgekeurd Werkplan) .
RANDVOORWAARDEN 1
GRAVEN, OPHOGEN EN ANDERE BODEM BEWERKINGEN NIET TOEGESTAAN
RANDVOORWAARDEN
2
3
EN EISEN
Plaats een niet-verplaatsbare fysieke afscherming rond de boom (minimaal 2 m hoog) en markeer deze met de weerbestendige poster ‘Kwetsbare boomzone’. Binnen elke kwetsbare boomzone zijn (tot 1, 5 m buiten de kroonprojectie) de uitvoering van werkzaamheden en de opslag van materiaal en het rijden of parkeren van materieel en voertuigen alleen toegestaan met toestemming via een door de opdrachtgever of directie goedgekeurd Werkplan. Binnen elke kwetsbare boomzone gelden randvoorwaarden die uitgewerkt moeten zijn in het goedgekeurde Werkplan. Deze randvoorwaarden worden in de regel opgesteld aan de hand van een Bomen Effect Analyse (BEA) Het Werkplan vermeldt gedetailleerd (per boom) wanneer, op welke wijze, volgens welke randvoorwaarden en met welk materieel en welke hulpmiddelen werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone mogen en moeten worden uitgevoerd. Werkzaamheden mogen de duurzame instandhouding van de boom nooit in gevaar brengen. Graafwerkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone zijn uitsluitend toegestaan met toestemming via het goedgekeurde Werkplan, zie hierboven punt 2.
Voor bronbemalingen en veranderingen in de grondwaterstand gelden zowel binnen als buiten de kwetsbare boomzone randvoorwaarden. Bijvoorbeeld het toepassen van een gesloten bronbemaling. ! Randvoorwaarden moeten worden uitgewerkt in een goedgekeurd Werkplan!
VLOEISTOFFEN EN GASSEN NIET TOEGESTAAN
.
4 KWETSBARE ZONE
!
RANDVOORWAARDEN
5 6
!
RANDVOORWAARDEN
LEIDRAAD MINIMALE Stam
BODEMBESCHERMING
GRAAFAFSTANDEN
Minimale graafafstand vanuit het hart van de stamvoet
GESTUURD BOREN
Voor graven, ophogen en bodembewerking gelden randvoorwaarden binnen de kwets bare boomzone. Bijvoorbeeld minimale graafafstanden en wortelbescherming. ! Randvoorwaarden moeten worden uit gewerkt in een goedgekeurd Werkplan! Kabelgoten, mantelbuizen en gestuurd boren bieden soms een goed alternatief. Let bij grond- en graafwerkzaamheden ook op kabels en leidingen (KLIC-melding, WION) .
20 cm 40 cm 60 cm 80 cm 100 cm 150 cm
> 1, 25 m > 1, 50 m > 1, 75 m > 2, 25 m > 2, 50 m > 3, 50 m
HANDBOEK
Eenzijdige wortelontwikkeling
of scheefstaande boom (trekzijde) 2, 0 m 2, 5 m 3, 0 m 3, 5 m 4, 0 m 5, 0 m
BOMEN
Voor een juiste uitwerking van een goedgekeurd Werkplan en de eisen en randvoorwaarden voor werkzaamheden rond bomen wordt verwezen naar het Handboek Bomen | H2 |
GIF/ZUUR/ CEMENT
Bodemvreemde gassen en vloeistoffen kunnen grote schade veroorzaken aan de groeiplaats van een boom. Houd gassen en vloeistoffen, maar ook cementmolens en (water) afvoeren, op grote afstand van de kwetsbare boomzone!
SNOEI WERKZAAMHEDEN
NIET TOEGESTAAN
!
RANDVOORWAARDEN
Het snoeien van bomen is alleen toegestaan met toestemming van de opdrachtgever of directie, ook wanneer er enkel sprake is van een gebroken of beschadigde tak. Voor het snoeien van bomen gelden de eisen van het Handboek Bomen | H8 | Snoeien bomen.
Werken rond bomen.
Deze uitgave van Stadswerk is tot stand gekomen dankzij:
Kijk
info op www. norminstituutbomen. nl
NB0518_Poster_WerkenRondBomen_2018. indd 1
voor meer
03-09-18 15: 59
66/489
Bijlage 5
67/489
Zorganalyse
*Getal in ronde haakjes (): percentage met demen e ten opzichte van de totale bevolking †Getal in blokhaakjes []: s jging van het aantal mensen met demen e ten opzichte van het jaar 2022
DEMENTIE in Noord-Brabant Gemiddeld leeft iemand met dementie
6,5 jaar met de ziekte
AANBOD + ONTWIKKELING BOXTEL Aanbod Op dit moment zijn er geen initiatieven binnen de gemeente die mensen met dementie in een kleinschalige woonvorm huisvesten.
De ontwikkeling Op dit moment kunnen er binnen de gemeente Boxtel nog geen mensen met dementie gehuisvest worden in een kleinschalig woonzorghuis. Het aantal mensen met dementie in de gemeente Boxtel zal in 2040 naar schatting naar 1.100 gestegen zijn. Uit cijfers van Alzheimer Nederland blijkt dat vandaag de dag 21% van hen niet meer thuis woont. Van de nog thuiswonenden is voor 48% verhuizen een serieuze optie. Een belangrijke factor bij het niet willen verhuizen, is dat men vaak opziet tegen opname in het verpleeghuis. Bovengenoemde cijfers laten zien dat op dit moment ruim 60 inwoners van Boxtel wel zouden willen verhuizen maar opzien tegen de opname in een verpleeghuis. Dit aantal zal alleen nog maar stijgen. Voor deze mensen is een alternatieve woonvorm zoals een kleinschalig woonzorghuis een serieuze optie. Deze stijging biedt een stevig fundament om het aanbod van kleinschalige woonzorghuizen in de gemeente Boxtel verder uit te breiden, om zo aan de toenemende vraag te kunnen blijven voldoen.
1:3 vrouwen en 1:7 mannen krijgt dementie
70/489
Bijlage 6
71/489
Boombescherming
Boombescherming op bouwlocaties Let op! Voordat bouwwerkzaamheden beginnen, aandacht voor de volgende voorschriften:
Algemeen De voorschriften voor de bescherming van bomen dienen op de bouwlocatie aanwezig te zijn. De te treffen maatregelen dienen voor de uitvoering van de werkzaamheden in overleg met de boombeheerder en vervolgens met de directie te worden vastgesteld (zie: Standaard R.A.W. bepalingen). De aannemer is verplicht zijn medewerkers op deze voorschriften te wijzen en zorg te dragen voor de inachtneming daarvan.
Schade Bij beschadiging van wortels, takken en/of stam is de aannemer verplicht dit onmiddellijk aan de boombeheerder en de directie te melden. Vakkundig ingrijpen kan grotere schade en vervolgschade beperken danwel voorkomen. Toegebrachte schade dient de veroorzaker te vergoeden. De hoogte van het schadebedrag wordt bepaald door de aard en omvang van de toegebrachte schade en de boomwaarde volgens de “Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen” (NVTB) voor de waardebepaling van bomen.
Beschermingscode: 1. Vooruitlopend op bouw-/sloopactiviteiten moeten de te handhaven bomen met de werkelijke kroonprojectie op tekening staan aangegeven. 2. Neem voor de start van de werkzaamheden contact op met de boombeheerder over de te nemen beschermingsmaatregelen. 3. Machinaal graafwerk binnen de kroonprojectie is verboden! 4. Voorkom bodemverdichting onder de kroonprojectie door transport, opslag van materialen e.d. 5. Snoeien van takken en wortels dikker dan 5 cm doorsnede uitsluitend na overleg met de boombeheerder en vervolgens laten uitvoeren door vakbekwame boomverzorgers (European Treeworkers).
Graafwerkzaamheden afbeelding 6-7 In de wortelzone is (machinaal) graven niet toegestaan. Slechts bij hoge uitzondering en dan uitsluitend indien voorgeschreven (bestek) en in overleg met de boombeheerder zijn ontgravingen, in handkracht uit te voeren, binnen de wortelzone mogelijk. Uitsluitend in overleg met de boombeheerder en de daarop volgende toestemming van de directie kunnen incidenteel wortels tot een doorsnede van 5 cm recht worden doorgezaagd. Dit moet wel vakkundig gebeuren, dus knippen en zagen en niet trekken en scheuren. Doorzagen van dikkere wortels mag nooit. Het in handkracht ondergraven en/of onderboren is wel toegestaan. Het gestuurd onderboren van kabels en leidingen verdient de voorkeur. Een bouwput of –sleuf tegen de kroonprojectie van bomen mag niet langer dan drie weken open liggen. Blootliggende wortels moeten in alle gevallen beschermd worden tegen uitdroging en vorst (m.b.v. vochtige doeken of zwarte folie) en in ieder geval zo snel mogelijk worden toegedekt met grond. Bij vorst open sleuven aan de boomzijde direct afschermen.
Terreinaanpassingen afbeelding 8-9 Terreinophogingen en -afgravingen binnen de kroonprojectie zijn alleen bij uitzondering toegestaan, en dan uitsluitend indien voorgeschreven (bestek) in overleg met de boombeheerder en de daarop volgende toestemming van de directie. Ophoging of afgraving leidt tot afsterving van boomwortels door schade of zuurstofgebrek.
Bodemverdichting afbeelding 10-11
Boombescherming afbeelding 1-2-3
Verdichting van de bodem d.m.v. verdichtingmachines (trillingen) leidt tot verdichting van de grond en verstikking van de boom en is niet toegestaan binnen de kroonprojectie. Bouwverkeer binnen de kroonprojectie is evenmin toegestaan.
Bomen op een werkterrein dienen zodanig met geschikte materialen beschermd te worden (niet- verplaatsbare bouwhekken, palissaden, houten schuttingen, steigeronderdelen etc.) zodat beschadigingen aan de wortelzone, stam en kroon uitgesloten zijn. Bij beperkte ruimte moet bescherming van de boomspiegel of minimaal een stambescherming aangebracht worden om zoveel mogelijk beschadigingen te voorkomen. Indien de voorgeschreven maatregelen niet toereikend zijn, meldt de aannemer dit onmiddellijk aan de boombeheerder en de directie.
Bouwplaats/Bouwverkeer afbeelding 4-5 Binnen de kroonprojectie mogen geen bouw- en directieketen staan. Tijdelijke bouwwegen binnen de kroonprojectie zijn uitsluitend toegestaan indien deze zijn voorgeschreven (bestek) in overleg met de boombeheerder en de daarop volgende toestemming van de directie. Gebruik van rijplaten (beton, staal, hout of kunststof) en/of andere voorzieningen zijn dan noodzakelijk.
Opslagplaats afbeelding 12 Bouwmaterialen opslaan en/of zanden gronddepots inrichten binnen de kroonprojectie is niet toegestaan. Opslag van olie, brandstoffen en chemicaliën moet aan de wettelijke eisen voldoen; deze stoffen echter nooit binnen de kroonprojectie opslaag. Cementresten, spoelwater en andere reststoffen (verpakkingen etc.) dienen zorgvuldig afgevoerd te worden; lozingen in bodem en/of oppervlaktewater en begraven is nooit toegestaan.
JPM
Uitgave: Vereniging Stadswerk Nederland vakgroep Groen, Natuur en Landschap copyright 2007 Vakgroep Boomverzorging
Te bestellen bij secretariaat Stadswerk: 0318 – 69 27 21 of info@stadswerk.nl
Bijlage 7
73/489
Verkennend bodemonderzoek
Opdrachtgever:
The Placemaker Meester Bierkuslaan 8 5237 JC ‘s-Hertogenbosch
Opdrachtnummer:
67808
Status rapport:
Definitief
Datum rapport:
31 oktober 2016
Rapport
Verkennend bodemonderzoek
Baroniestraat 24 te Boxtel
Lankelma Geotechniek Zuid B.V. Moorland 4a Postbus 38 5688 ZG Oirschot Tel: 0499 - 578520 Fax: 0499 - 578573 E-mail: info@lankelmazuid.nl Internet: www.lankelma-zuid.nl
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming .........................................................................................................................1 1.2 Doelstelling van het onderzoek ...................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage ................................................................................1 2 Vooronderzoek .................................................................................................................................2 2.1 Locatiegegevens .........................................................................................................................2 2.2 Historische informatie ..................................................................................................................2 2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...............................................................................4 2.4 Resumé .......................................................................................................................................4 3 Onderzoeksprogramma
..................................................................................................................5 3.1 Hypothese ...................................................................................................................................5 3.2 Onderzoeksstrategie ...................................................................................................................5 4 Uitvoering veldwerk en de bevindingen ........................................................................................6 4.1 Veldwerk ......................................................................................................................................6 4.1.1 Grond ....................................................................................................................................6 4.1.2 Grondwater ...........................................................................................................................6 4.1.3 Afwijkingen ten opzichte van de BRL SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 .......................7 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ..........................................................................8 5.1 Samenstelling en analyseparameters .........................................................................................8 5.2 Toetsingscriteria
..........................................................................................................................8 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb) ...................................................8 5.2.2 Toetsing van de analyseresultaten grondwater ....................................................................9 5.2.3 Verklaring van de getoetste analyseresultaten .....................................................................9 6 Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................... 10 6.1 Conclusie .................................................................................................................................. 10 6.2 Resumé en aanbevelingen....................................................................................................... 10 Bijlagen
Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond en grondwater Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Fotorapportage Bijlage 7: Verklaring van onafhankelijkheid
Paraaf
Datum
Auteur rapport:
31 oktober 2016
Kwaliteitscontrole:
31 oktober 2016
Verzonden
Datum
The Placemaker
31 oktober 2016
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
Digitaal
0
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
1
Inleiding
1.1 Opdrachtvorming In opdracht van The Placemaker heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Baroniestraat 24 te Boxtel. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen grondtransactie en vervolgens de ontwikkeling van deze locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die er op is gericht om een indicatieve beoordeling te krijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse norm NEN 5740. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000. Lankelma Geotechniek Zuid B.V.
heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd: historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is; bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie; op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid b.v. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen: 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; 2002: “Het nemen van grondwatermonsters”.
In de BRL SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN 5725 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” en de NEN 5740: 2009 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en -strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
1
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
2
Vooronderzoek
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: terreininspectie; het archief van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.; archiefonderzoek door een ambtenaar van de gemeente Boxtel; informatie opdrachtgever; historische kaarten; TNO (Regis); Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME); website www.archeologieinNederland.nl; website www.topotijdreis.nl; website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. In het kader van de Omgevings- en/of Wm vergunning of de Regeling bodemkwaliteit kan afhankelijk van de mate van verdachtheid volstaan worden met het uitvoeren van een beperkt vooronderzoek. Voor onderhavige locatie is gekozen voor een standaard vooronderzoek. 2.1 Locatiegegevens Algemeen De onderzochte locatie is gelegen aan de Baroniestraat 24 te Boxtel. Kadastraal is de locatie bekend onder kadastrale sectie F, nr. 5255 ged. De coördinaten volgens het R.D.
stelsel zijn x = 150,21 en y = 400,11. Het oppervlak van de onderzoekslocatie bedraagt in totaal circa 5.000 m². Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was onderhavig perceel in gebruik als zijnde pastorie met omliggende, grotendeels onverharde, tuin. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid b.v. is een terreininspectie uitgevoerd en wel voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zou kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 2.2 Historische informatie Gebruik locatie: heden en verleden Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt de pastorie omstreeks 1900 te zijn gebouwd. Hiervoor was er sprake van agrarisch gebied. Zover bekend zijn er nooit watergangen of wegen op het perceel aanwezig geweest. Op de onderzoekslocatie is een pastorie aanwezig met omliggende tuin. De pastorie is aangewezen als zijnde rijksmonument. De onderzoekslocatie is gelegen nabij de dorpskern van Boxtel, aan de rivier ‘Beerze’. Aan de westzijde is de Heilige Hartkerk gelegen, aan de zuidzijde de Baroniestraat en ten oosten het voormalige Sint Ursula klooster.
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van activiteiten die de bodem mogelijk negatief hebben kunnen beïnvloeden. Er is niets bekend over een (voormalige) ondergrondse c.q. bovengrondse brandstoftank op onderhavig perceel. Aan de Baroniestraat 22 hebben twee ondergrondse brandstoftanks gelegen. Nadere informatie omtrent deze tanks is niet bekend geworden.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
2
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een stortlocatie. Archeologie Met betrekking tot het item archeologie is de site www.archeologieinnederland.nl geraadpleegd. Deze website is gericht op de professional die in zijn of haar vak te maken heeft met archeologische werkzaamheden en vraagstukken. Uit de kaart kan worden herleid dat er een hoge archeologische waarde aan de onderzoekslocatie is toegekend. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. In de zone waarbinnen de onderzoekslocatie is gesitueerd kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. Asbest Op de onderzoekslocatie hebben, voor zover ons bekend, in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben geproduceerd of verwerkt. Tevens is niets bekend over stortingen, dempingen of ophogingen met asbesthoudende materialen en/of –buizen in de grond. Ook is niets bekend over calamiteiten waarbij asbesthoudende materialen zijn vrij kunnen komen. Bodemonderzoeken: op en directe omgeving van de locatie Op de onderzoekslocatie en binnen een straal van 25 meter zijn meerdere bodemonderzoeksgegevens bekend.
Navolgend zijn deze gegevens op chronologische volgorde en per adres weergegeven. Baroniestraat 24 Op de onderzoekslocatie is in 1997 een bodemonderzoek uitgevoerd. Het betreft een verkennend bodemonderzoek, kenmerk 3352700, uitgevoerd door IWACO. In de bovengrond is een lichte verontreiniging met lood aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalte aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom. Baroniestraat 43 Afbakenend bodemonderzoek, Heijmans Milieutechniek, kenmerk: 317940-0115, d.d. februari 1993 Ter plaatse van een ondergrondse HBO-tank is een grondonderzoek verricht om vast te stellen of de bodem verontreinigd is met minerale olie. Hierbij zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen afwijkende, respectievelijk verhoogde, waarden aangetoond. Baroniestraat 41 Verkennend bodemonderzoek, Inpijn-Blokpoel, kenmerk: MB-2221, d.d. 29 mei 1998 De bodem aan de Angelaschool is omtrent een geplande uitbreiding milieuhygiënisch onderzocht, In de bovengrond worden hierbij lichte verontreinigingen aangetoond met zink, koper, PAK en minerale olie. In grondmonsters van ondergrond zijn geen verhogingen gemeten. Het grondwater is eveneens niet verontreinigd met een der onderzochte parameters. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw. Baroniestraat 22 Verkennend bodemonderzoek, Inpijn-Blokpoel, kenmerk: MB-7065, d.d.
20 februari 2008 Op een klein deel van de Baroniestraat 22, niet grenzend aan de onderzoekslocatie, is in 2008 een bodemonderzoek verricht. Blijkens het tankarchief is op onderhavig perceel (Baroniestraat 22) sprake geweest van een tweetal ondergrondse olietanks. Deze tanks zijn beide inwendig gereinigd en één tank is afgevuld met zand. Tijdens de saneringswerkzaamheden zijn geen verontreinigingen aangetoond. De exacte locaties van deze tanks zijn echter onbekend en zijn gedurende de veldwerkzaamheden niet waargenomen. Mogelijk zijn op de locatie een wasserij en graanmalerij aanwezig geweest. Hiervan is geen nadere informatie bekend bij het bevoegd gezag. In de bovengrond en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalte aan zink en 1,2dichlooretheen gemeten. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen nieuwbouw. rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
3
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in navolgende tabel. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door NITG-TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en -samenstelling kunnen hiervan afwijken. Tabel 2.1
Geohydrologische bodemopbouw.
Diepte tot* [m t.o.v. NAP]
Formatienaam*
Kenmerk
Lithologie**
- 22,2
Boxtel
zeer uiteenlopende afzettingen uit het Midden/Laat-Pleistoceen en het Vroeg-Holoceen
zand met fijne korrelgrootte, met plaatselijk leem-, klei-, veen- of humusrijke lagen
- 82,4
Sterksel
rivierafzetting uit het Midden Pleistoceen en het laatste deel van het Vroeg Pleistoceen
grof zand en grind, en ze bevat ook soms ook keien
- 90,8
Stramproy
eolisch, periglaciaal en fluvioglaciaal zand uit de ijstijden van het Vroeg- tot vroeg Midden Pleistoceen
fijn tot grof zand met uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijk lagen leem, klei, grind
* Bron: Landelijk DGM model V1.3 - 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones) Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt lokaal gezien in overwegend noordwestelijke richting. 2.4 Resumé Uit het vooronderzoek is geen informatie naar voren gekomen waaruit zou kunnen blijken dat op of in de directe nabijheid van de locatie (<25 meter) sprake is, of is geweest van bedrijfsmatige activiteiten welke een bedreiging voor de bodemkwaliteit zouden kunnen vormen. Uit de voorgaande bodemonderzoeken kan geconcludeerd worden dat op de onderzoekslocatie en haar directe omgeving naar verwachting hooguit lichte verontreinigingen in grond en grondwater aanwezig zijn. De mogelijke aanwezigheid van bodembedreigende activiteiten of brandstoftanks op naastgelegen perceel Baroniestraat 22 geven aanleiding ter plaatse van de perceelsgrens aanvullende onderzoeksinspanningen te verrichten. Specifiek met betrekking tot de parameter asbest concluderen wij dat de locatie vooraleerst als ‘onverdacht’ kan worden beschouwd.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
4
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
3
Onderzoeksprogramma
3.1 Hypothese Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond en het grondwater als onverdacht gekwalificeerd. 3.2 Onderzoeksstrategie Grond en grondwater Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsteringsen analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN 5740 ‘Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie’ (ONV, tabel 3). Tijdens het bodemonderzoek zal de uitkomende grond visueel beoordeeld worden op voorkomen van asbestverdachte materialen of bijmengingen. In onderstaande tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. Aanvullend op de norm is een diepe boring afgewerkt tot peilbuis ter plaatse van de perceelsgrens Baroniestraat 22 (noordoostelijke hoek). Tabel 3.1: uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Veldwerk Locatie geheel
oppervlak (m2) 5.000
0,5 m-mv 11
2 m-mv1 2
Analyses peilbuis2 2
bovengrond 2 x NEN57403
ondergrond 1 x NEN57403,
1
handboring tot minimaal tot 0,5 m- freatische grondwaterstand.of 1 meter, maximaal tot 2,5 meter. Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag.
2
Indien een grondwaterspiegel wordt aangetroffen dieper dan 5 m-mv behoeft geen peilbuis te worden geplaatst
3
grondwater 2 x NEN57404
Standaard NEN 5740 pakket voor grond: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), organische parameters (PAK (som 10), minerale olie , PCB (som 7), lutum en organische stof. Als gevolg van waarnemingen in het veld kan het noodzakelijk zijn een extra mengmonster samen te stellen om een voldoende representatief beeld van de locatie te krijgen. Aanvullend werkzaamheden worden alleen na toestemming van de opdrachtgever uitgevoerd.
4
zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, minerale olie, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, Som1,2dichlooretheen, 1,1-dichlooretheaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan1,3-dichloorpropaan, Somdichloorpropaan, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen, bromoform
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
5
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
4
Uitvoering veldwerk en de bevindingen
4.1 Veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000, conform protocol 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1.1 Grond De veldwerkzaamheden zijn door de ervaren KWALIBO erkende persoon uitgevoerd op 13 oktober 2016 (uitvoering boringen, plaatsing peilbuis en bemonstering grond). Samengevat zijn ten behoeve van het onderzoek de onderstaande werkzaamheden verricht: Tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boring Diepte [m-mv] B5 t/m B15 0,5 B3 en B4 2,0 B2 3,1 B1 3,2
Filterdiepte [m-mv] 2,1 - 3,1 2,2 - 3,2
De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,2 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en peilbuizen is opgenomen in bijlage 2. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. 4.1.2 Grondwater De peilbuis is voorafgaande aan de monstername voldoende doorgespoeld. In de navolgende tabel zijn de gegevens hiervan weergegeven: Tabel 4.2 Peilbuisgegevens Peilbuisnummer Datum bemonstering Bemonsterd door Diepte grondwaterspiegel [m-mv] Filterstelling [m-mv] Toestroming Zuurgraad [pH] Elektrische geleidbaarheid [Ec, S/cm] troebelheid (NTU) Waargenomen afwijkingen Drijflaag
B1 20 oktober 2016 W. Vogels 1,29 2,2 - 3,2 goed 7,02 481 34,2 geen geen
B2 20 oktober 2016 W. Vogels 1,70 2,1 - 3,1 goed 6,82 599 52,3 geen geen
De troebelheid van het grondwater uit de peilbuizen kan hoog worden genoemd. De in de NEN5744 gehanteerde waarde voortroebelheid van 10 NTU kan indicatief worden genoemd. Deze is gebaseerd op standaard factoren die zich in de natuur voordoen. Hogere troebelheden duiden op het feit dat onnatuurlijk hoge krachten op de bodemdeeltjes rond (de omstorting van) het peilfilter zijn of worden uitgeoefend. Aangezien de peilbuizen recentelijk zijn geplaatst en het feit dat de bodemopbouw uit zeer fijn zand bestaat (lees: zeer fijne fracties is het gemeten verhoogde NTU gehalte niet vreemd te noemen. In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
6
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
4.1.3 Afwijkingen ten opzichte van de BRL SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002 Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL SIKB 2000 protocollen 2001 en 2002. Opgemerkt wordt dat de troebelheid niet op de onderzoekslocatie is gemeten maar ten kantore van Lankelma te Oirschot. Het grondwatermonster wordt pas dan genomen, wanneer conform de NEN5744 en het protocol 2002 is voldaan aan de overige gestelde eisen. Het meten van de troebelheid vindt als laatste handeling plaatst, voorafgaande aan de daadwerkelijke monstername van het grondwater. Deze laatste stap wordt door Lankelma dus omgedraaid. Hetgeen verder niet van invloed kan zijn op de daadwerkelijk gemeten waarde. Derhalve wordt dit niet als een kritieke afwijking beschouwd.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
7
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
5
Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek
5.1 Samenstelling en analyseparameters De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn in het laboratorium van Alcontrol B.V. te Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. In totaal is een drietal grondmengmonsters onderzocht op het standaard NEN 5740 pakket voor grond. Tevens zijn twee grondwatermonsters op het standaard NEN 5740 pakket voor grondwater onderzocht. In onderstaande tabellen 5.1 en 5.2. is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende monsters (grond en grondwater) zijn samengesteld (o.a. globale bodemsamenstelling evenals zintuiglijke waarnemingen, diepte geanalyseerde bodemlaag). De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en weergegeven in bijlage 5. 5.2 Toetsingscriteria Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (de zogenaamde generieke referentiewaarden).
5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb) De gehalten en concentraties van de milieuschadelijke stoffen in respectievelijk de grond- dan wel grondwatermonsters worden gerelateerd aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering (Per 1 juli 2013), die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij de referentiewaarden wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde generieke ofwel landelijke achtergrondwaarden (in geval van grond), streefwaarden (in geval van grondwater) en de interventiewaarden (zowel grond als grondwater): achtergrondwaarde (grond) of S-waarde (grondwater) ½ (AW+I) waarde of bodemindex
= =
interventiewaarde of I-waarde
=
waarde voor een schone, multifunctionele bodem Waarde waarbij men een aanvullend/nader onderzoek in overweging dient te nemen ((achtergrond- of streefwaarde + interventiewaarde) / 2) interventiewaarde voor sanering(sonderzoek)
De referentiewaarden voor grond zijn mede afhankelijk gesteld van het gehalte lutum (fractie <2m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk (verkennend) bodemonderzoek de gemeten waarden moeten worden omgerekend als zijnde “standaard bodem” (10% organische stof en 25% lutum). De omgerekende waarden worden vervolgens getoetst aan de vigerende referentiewaarden. Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd: licht verhoogd gehalte: gehalte tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde (grondwater) en de ½ (AW+I) waarde; matig verhoogd gehalte: gehalte tussen de ½ (AW+I) waarde of bodemindex en gelijk interventiewaarde; sterk verhoogd gehalte: gehalte groter dan de interventiewaarde. Toetsing van de analyseresultaten grond In onderstaande tabel 5.1. zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
8
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
Tabel 5.1 Resultaten grondonderzoek nr Boring nr. Diepte (m-mv) MM1 B1, B11, B12, B13, B14, 0,0 - 0,5 B15, B2, B3, B4 en B9 MM2 B10, B4, B5, B6, B7 en 0,0 - 0,5 B8 MM3 B1, B2, B3 en B4 0,5 - 2,0
bodemsamenstelling
analyseparameters
matig fijn siltig zand, humeus matig fijn siltig zand, humeus matig fijn siltig zand
NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond NEN5740 pakket grond
NT
Verklaring gebruikte afkortingen: :voldoet aan bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde 2000 :voldoet aan bodemkwaliteitsklasse maximale waarde wonen : :voldoet aan bodemkwaliteitsklasse maximale waarde industrie :voldoet aan bodemkwaliteitsklasse niet toepasbaar
Conc. (mg/kgds) Bbk
:omgerekende gemeten waarden :indicatief getoetst aan Besluit bodemkwaliteit
AW MWW MWI
* ** *** -
Parameters >AW Kwik Lood Lood PAK -
Conc. (mg/kds) 0,177 86,3 68,1 4,42 -
Toets (Wbb) * * * * -
Bbk AW MWW AW
Verklaring van de tekens: :groter dan AW en kleiner of gelijk een de bodemindex :groter dan bodemindex (0,5) en kleiner of gelijk interventiewaarde :groter interventiewaarde :gehalte niet verhoogd t.o.v. AW dan wel detectiegrens
5.2.2 Toetsing van de analyseresultaten grondwater In onderstaande tabel 5.2. zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. Tabel 5.2. Resultaten onderzoek grondwater Monsternr. Peilbuisnr. analysepararmeter B1 B2
conc. (µg/l)
1 2
NEN 5740 pakket grondwater NEN 5740 pakket grondwater Verklaring gebruikte afkortingen: :Omgerekende gemeten waarden
Parameters >AW Zink Barium
*
Conc. (µg/l)) 75 53
Toets (Wbb) * *
Verklaring van de tekens: :groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde
5.2.3 Verklaring van de getoetste analyseresultaten Boven- en ondergrond In de grondmengmonsters MM1 en MM2 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met kwik, lood en PAK aangetoond. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 of wonen beschouwd worden. In grondmengmonsters MM3 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B1 is analytisch een licht verhoogde gehalte aan zink aangetoond. In het grondwater uit peilbuis B2 is analytisch een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Er is reeds opgemerkt dat de troebelheid (NTU) van het grondwater uit de peilbuizen hoog kan worden genoemd. In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes. Er is geen normatief geldende grens vastgelegd, waaraan de eindtroebelheid moet voldoen. Zolang er geen verontrustende overschrijdingen zijn van de analyseresultaten ten opzichte van de streef- en interventiewaardentabel is een troebelheid hoger dan 0 NTU – 10 NTU geen probleem. Voorgaande is, ons inziens, van toepassing op onderhavige locatie.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
9
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
6
Conclusies en aanbevelingen
In opdracht van The Placemaker heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Baroniestraat 24 te Boxtel. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen grondtransactie en mogelijke ontwikkeling van deze locatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). 6.1 Conclusie Algemene bevindingen veldwerkzaamheden De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,2 m-mv overwegend uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond Op basis van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan lood, kwik en PAK aanwezig zijn. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B1 is barium in een licht verhoogd gehalte gemeten.
In het grondwater uit peilbuis B2 is analytisch een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Toetsing hypothese grond en grondwater De hypothese ‘onverdacht’ dient op basis van de resultaten formeel te worden verworpen. 6.2 Resumé en aanbevelingen Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen transactie al dan niet de ontwikkeling van de locatie. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan, een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek is de grond indicatief als zijnde klasse AW2000 of wonen bestempeld; het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
10
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
Bijlage 1 : Regionale ligging locatie
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
Omgevingskaart
Klantreferentie: 67808
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object BOXTEL F 5255 Baroniestraat 24, 5281 JD BOXTEL CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
Bijlage 2 : Situatietekening met boorlocaties
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
B1
B13
B15
B12 B3
B11 B14 B10
B2 B9 B8
B7
B4
B5
Legenda Boring met peilbuis Boring 2,0 m-mv Boring 0,5 m-mv Onderzoekslocatie
Situatietekening locatie
B6
Project
Baroniestraat 24 te Boxtel projectnummer:
getekend:
OSC 24-10-2016 projectleider: CEC formaat: A4 schaal: 1 : 500 datum:
67808
bijlage: Lankelma Geotechniek Zuid BV Postbus 38 5688 ZG Oirschot T e l . 0499-578520 F a x . 0499-578573 info@lankelma-zuid.nl www.lankelma-zuid.nl
verkennend bodemonderzoek, Baroniestraat 24 te Boxtel
Bijlage 3 : Profielbeschrijvingen
rapportnummer: 67808, d.d. 31 oktober 2016
Boxtel
B1
B2
Datum:
13-10-2016
Datum:
13-10-2016
Boormeester:
WVO / CRE
Boormeester:
WVO / CRE
grondwaterstand in cm-mv:
170
grondwaterstand in cm-mv: gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0 1 -50
130 gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
0
0 1 -50
2
2
70
Zand, matig fijn, matig siltig, matig roesthoudend, donkergrijs, Edelmanboor
3
-100
70
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, licht grijsoranje, Edelmanboor
3
-100
4 4
-150
150
-150
Zand, matig fijn, matig siltig, licht, Edelmanboor
5 5 200
-200
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
-250
-200
-250
-300
-300
310
320
B3
B4
Datum:
13-10-2016
Datum:
13-10-2016
Boormeester:
WVO / CRE
Boormeester:
WVO / CRE
grondwaterstand in cm-mv:
130 0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
-50
0 1
0 8
klinker Klinker
30
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak steenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
2
-50
60
2
Zand, matig fijn, matig siltig, donkergeel, Edelmanboor
3
-100
100
-100 4
120
3
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor
5 150
-150
Zand, matig fijn, sterk siltig, lichtoranje, Edelmanboor
4 200
-200
150
-150 6
200
-200
B5
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
B6
Datum:
13-10-2016
Datum:
13-10-2016
Boormeester:
WVO / CRE
Boormeester:
WVO / CRE
0 8
0
klinker Klinker
1
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtoranje, Edelmanboor
1 50
-50
0 5
0
20
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor
2 50
-50
B7
tegel Tegel
B8
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, geelbruin, Edelmanboor
Datum:
13-10-2016