CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan Koevoortseweg- Bijlage 1 Nota van zienswijzen

Raadsvergadering Boxtel 12 september 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Koevoortseweg 6 (reg nr 1324940)3.500 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA van zienswijzen en wijzigingen, behorende bij het raadsbesluit van 12 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Koevoortseweg’ Boxtel 1. Inleiding Aan de Koevoortseweg 6 in Boxtel is een bestemmingsplan voorbereid ten behoeve van het wijzigen van een agrarische bestemming (intensieve veehouderij) naar een woonbestemming. De varkenshouderij wordt hierbij gesaneerd. Alle stallen worden gesloopt, en de bedrijfswoningen worden omgezet naar burgerwoning. Dit bestemmingsplan geeft daarnaast de mogelijkheid voor het realiseren van twee Ruimte voor Ruimte woningen aan de noordoostzijde van het plangebied.

2. Procesverloop Het ontwerp heeft gedurende zes weken, vanaf 15 maart 2023 tot en met 25 april 2023, ter inzage gelegen. Tijdens de periode van tervisielegging konden bij de gemeenteraad zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan worden ingediend. In deze periode zijn 4 zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ontvangen. In onderstaande tabel staan de zienswijzen die bij de gemeenteraad naar voren zijn gebracht. Elk van de ingediende zienswijzen is binnengekomen binnen de gestelde termijn.

3. Structuur Nota van zienswijzen In voorliggende zienswijzennota is per zienswijze de hoofdzaak uit de zienswijzen puntsgewijs samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat we die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd niet hebben betrokken bij de beoordeling. Elke zienswijze is in zijn geheel beoordeeld. Per punt is een reactie gegeven en is aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijzen zijn genummerd en, voor zover ingediend door particuliere personen, geanonimiseerd. Dit weglaten van de NAW-gegevens van indieners van zienswijzen, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (Avg). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. De NAW-gegevens van de indieners zijn bekend bij de gemeente Boxtel. Overzicht zienswijze en aanduiding De volgende zienswijzen zijn ingediend en met de volgende aanduiding opgenomen in de nota.

1 2 3

1

Zaaknummer 1321184 1320673 1321714

Naam

Adres

Postcode

Plaats

Datum 17 april 2023 17 april 2023 28 april 2023

Aanvulling

4

2

1321445

25 april 2023 (pro forma)

Aangevuld op 4 mei 2023

Indiener

Inhoud zienswijze

Beantwoording

Aanpassing bestemmingsplan

1.1

Indiener geeft aan dat artikel 11.3 van de regels, waardoor met een afwijkingsmogelijkheid gebouwd kan worden binnen de zone regionale waterberging, in strijd is met de Interim omgevingsverordening.

Naar aanleiding van deze zienswijze is de afwijkingsmogelijkheid uit artikel 11.3 uit de planregels verwijderden.

Artikel 11.3 is verwijderd uit de planregels.

1.2

Volgens indiener zijn de artikelen 11.4.2 en artikel 12.4.2 die een uitzondering geven op de aanlegvergunningplicht voor het landschappelijk inpassingsplan, in strijd met de Interim omgevingsverordening.

Als gevolg van deze zienswijze zijn de bedoelde uitzonderingen in artikel 11.4.2 en artikel 12.4.2 verwijderd uit de planregels.

De bedoelde uitzonderingen in artikel 11.4.2 en artikel 12.4.2 zijn verwijderd uit de planregels.

1.3

Indiener constateert dat artikel 12.2 bouwen in reserveringsgebied mogelijk maakt, zonder dat geborgd is dat het waterbergend vermogen behouden blijft.

Aan artikel 12.2 is de voorwaarde toegevoegd dat het waterbergend vermogen behouden blijft wanneer bouwen plaatsvindt in deze bestemming.

Artikel 12.2 van de regels is gewijzigd.

1.4

Tot slot geeft indiener een reminder ten aanzien van de watervergunningsplicht voor het aanpassen van de B-watergang.

Hoewel formeel voor deze procedure niet relevant, danken wij indiener voor deze opmerking. De reminder is gedeeld met de initiatiefnemer.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

2.1

Indiener geeft aan dat artikel 11.3 van de regels, waardoor met een afwijkingsmogelijkheid gebouwd kan worden binnen de zone regionale waterberging, in strijd is met de Interim omgevingsverordening.

Naar aanleiding van deze zienswijze de afwijkingsmogelijkheid uit artikel 11.3 uit de planregels verwijderd.

Artikel 11.3 is verwijderd uit de planregels.

3

2.2

Volgens indiener zijn de artikelen 11.4.2 en artikel 12.4.2 die een uitzondering geven op de omgevingsvergunningplicht, in strijd met de Interim omgevingsverordening.

Als gevolg van deze zienswijze zijn de bedoelde uitzonderingen in artikel 11.4.2 en artikel 12.4.2 verwijderd uit de planregels.

De bedoelde uitzondering in artikel 11.4.2 en artikel 12.4.2 zijn verwijderd uit de planregels.

2.3

Indiener constateert dat artikel 12.2 bouwen in reserveringsgebied mogelijk maakt, zonder dat geborgd is dat het waterbergend vermogen behouden blijft.

Aan artikel 12.2 is de voorwaarde toegevoegd dat het waterbergend vermogen behouden blijft wanneer bouwen plaatsvindt in deze bestemming.

Artikel 12.2 van de regels is gewijzigd.

2.4

Indiener geeft aan dat het landschappelijk inpassingsplan aanplant van bomen mogelijk maakt boven de gasleiding, en vraagt zich af of het een verstandige keuze is.

Wij delen de mening dat dit een ongewenste samenloop van omstandigheden is, het landschappelijk inpassingsplan is hierop aangepast.

Bijlage 1 van de regels (landschappelijke inpassing) is aangepast. Hierdoor is er geen sprake meer van diepwortelende beplanting boven de gasleiding.

2.5

Indiener geeft aan dat het onduidelijk is of de planologische ontwikkeling effect heeft op de hydrologische omstandigheden op de nabijgelegen natte natuurparel en vraagt dit nader te motiveren.

Per saldo neemt de verstening van het plangebied met ruim 3.000 m2 af. Bij de bouw van woningen zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare materialen. Het gehele plangebied heeft de dubbelbestemming ‘WaardeAttentiegebied EHS’ gekregen. Deze bestemming is gericht op behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuurwaarden. De bestemming bevat een aanlegvergunningenstelsel voor onder andere het verlagen van de waterstand en het aanleggen van drainage. Met deze regels wordt voldaan aan artikel 3.26 van de Interim omgevingsverordening. Gelet op het voorgaande valt niet in te zien dat de woningen een negatief effect hebben op de hydrologisch omstandigheden van de natte natuurparel.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

2.6

Indiener verzoekt om het Regionaal Water en Bodem Programma in de toelichting op te nemen en te beargumenteren dat hieraan voldaan wordt.

Het Regionaal Water en Bodem Programma is in de toelichting opgenomen. Gemotiveerd is dat aan dit document voldaan wordt.

Het Regionaal Water en Bodem Programma is in paragraaf 4.10 van de toelichting opgenomen

4

3.1

Volgens indiener is de centrale vraag of het bestemmingsplan een goede ruimtelijke ordening voldoet.

In het bestemmingsplan is uitvoerig gemotiveerd dat aan een goede ruimtelijke ordening voldaan wordt. Wij zien in hetgeen de vereniging aanvoert geen reden om hierover een ander standpunt in te nemen.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

3.2

Het plan past niet in de ambities van Nationale Landschapspark Het Groene Woud

Bij het bestemmingsplan dient een belangenafweging plaats te vinden tussen de verschillende belangen. Ook de natuurbelangen, waaronder de inspanningsverplichtingen van het ondertekende convenant, worden hierbij betrokken. Bij dit bestemmingsplan wordt 3.850 m2 aan bedrijfsgebouwen gesaneerd en wordt het niet meer mogelijk om nog opnieuw bedrijfsgebouwen op te richten. Ook is er voor gekozen om de woningen zo ver als mogelijk van de ecologische verbindingszone af te situeren. De beëindiging van het agrarisch bedrijf zorgt daarnaast dat het aantal verkeersbewegingen flink zal verminderen. Dit vermindert de uitstoot van stikstof en komt de rust en stilte in het omliggende natuurgebied ten goede. De depositiebelasting van het voormalige bedrijf op de Kampina en Oisterwijkse vennen van 26,66 mol verdwijnt. Tot slot wordt er met deze ontwikkeling bijna 1.500 m3 aan ammoniak uit de markt gehaald. Omdat ammoniak voor vermesting en verzuring zorgt, zijn de ecologische waarden juist gediend met deze ontwikkeling. Ook worden door het landschappelijk inpassingsplan, in combinatie met de ontstening, de landschappelijke waarden juist versterkt. Ook is een beschermend aanlegvergunningenstelsel opgenomen voor de nabijgelegen ecologische verbindingszone.

Gelet op de afname van verharding, het verminderen van het aantal vervoerbewegingen, de reductie van ammoniak en stikstof, het beschermende aanlegvergunningenstelsel en het realiseren van een goede landschappelijke inpassing zijn wij van mening dat de ontwikkeling gepaard gaat met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in en rondom het plangebied. Gelet op de brede belangenafweging die de gemeente bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient te maken, zijn wij van oordeel dat het convenant Nationale Landschapspark Het Groene Woud niet aan vaststelling van dit bestemmingsplan in de weg staat.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

5

3.3

Indiener vindt dat niet aangetoond is dat er sprake is van een toekomstbestendige ontwikkeling.

De beëindiging van een intensieve veehouderij – en het wegbestemmen van de agrarische bestemming IV- in ruil voor de bouw van twee ruimte voor ruimte woningen ziet de gemeente bij uitstek als een toekomstbestendige ontwikkeling.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

3.4

Volgens indiener is het van belang om de versteningsdruk tegen te gaan in het gebied.

Wij delen het standpunt dat het belangrijk is om versteningsdruk tegen te gaan. Met deze ontwikkeling wordt echter 3.850 m2 aan bedrijfsgebouwen gesaneerd. Daarnaast wordt het agrarisch bouwvlak planologisch verwijderd waardoor het niet meer mogelijk is om nieuwe bedrijfsgebouwen op te richten. Daar tegenover staat de bouw van twee nieuwe burgerwoningen en de realisatie van een beperkt aantal m2 aan bijgebouwen. Per saldo neemt de verstening in het plangebied dus met ruim 3.000 m2 fors af.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

3.5

De nieuwe woningen leiden verdichten het bebouwingslint en leiden tot ecologische barrièrewerking

Bij de positionering van de woningen is gekeken naar de locatie waar dit binnen het plangebied het beste zou kunnen. Aan de zuidzijde is dit niet mogelijk door de aanwezigheid van een (reservering voor) waterbergingsgebied. Het beleid van de provincie staat hieraan in de weg. Verder zijn, ook voor de provincie, woningen in de tweede lijn stedenbouwkundig niet aanvaardbaar. Gekozen is daarom om de nieuwe woningen aan de oostzijde te positioneren. Dit betekent inderdaad een verdichting van de woningen ter plekke. Anderzijds worden de woningen zo ver mogelijk van de ecologische verbindingszone af gerealiseerd. Dat de nieuwe woningen leidt tot ecologische barrièrewerking kan gelet op deze afstand, de aard van de ontwikkeling en de nabijgelegen natuurgebieden dan ook niet gevolgd worden. Daarbij komt dat de ontwikkeling niet alleen bestaat uit de realisatie van de nieuwe woningen maar ook de sanering van de intensieve veehouderij. Deze twee aspecten dienen in onderlinge samenhang bekeken te worden omdat de noodzakelijke belangenafweging, zoals genoemd onder 3.2, hier ook op gebaseerd is.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

6

3.6

Het bestemmingsplan heeft een negatief effect op de natuur- en landschapswaarden.

Zoals hiervoor aangegeven zal als gevolg van de ontwikkeling het opperlak verharding met ruim 3.000 m2 flink afnemen. Ook is er voor gekozen om de woningen zo ver als mogelijk van de ecologische verbindingszone af te situeren. De beëindiging van het agrarisch bedrijf zorgt ook dat het aantal verkeersbewegingen flink zal verminderen. Dit verminderd de uitkomst van stikstof en komt de rust en stilte in het gebied ten goede en verminderd de stikstofbelasting. Tot slot wordt er met deze ontwikkeling bijna 1.500 m3 aan ammoniak uit de markt gehaald. Omdat ammoniak voor vermesting en verzuring zorgt, zijn de ecologische waarden juist gediend met deze ontwikkeling. Ook worden door het landschappelijk inpassingsplan, in combinatie met de ontstening, de landschappelijke waarden juist versterkt. Ook is een beschermend aanlegvergunningenstelsel opgenomen voor de nabijgelegen ecologische verbindingszone. Gelet op de afname van verharding, het verminderen van het aantal vervoerbewegingen, de reductie van ammoniak en stikstof, het beschermende aanlegvergunningenstelsel en het realiseren van een goede landschappelijke inpassing zijn wij van mening dat de ontwikkeling geen negatief effect heeft op de natuur- en landschapswaarden.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

3.7

Indiener stelt dat deze vorm van lintbebouwing hier historisch gezien niet voorkomt.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

3.8

Indiener stelt zich op het standpunt dat een project mer voor dit bestemmingsplan gevolgd had moeten worden.

Het is juist dat, net als bij het grootste gedeelte van de woningen in Nederland, ter plekke van oorsprong geen bebouwing heeft gestaan. Dit betekent echter niet dat er cultuurhistorische waarden verloren gaan met de situering van de twee nieuwe woningen ter plekke. Dit is gemotiveerd in paragraaf 4.12 van de toelichting. Het feit dat er van oudsher geen woningen voorkomen staat vaststelling van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg. In paragraaf 4.13 van de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven hoe met de m.e.r. wetgeving is omgegaan. In dit geval komt de ontwikkeling niet voor in het Besluit milieueffectrapportage. Ook uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van twee woningen geen stedelijk ontwikkelingsproject is. De gemeente kan niet

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

tegengeworpen worden dat zij de wetgeving en jurisprudentie op dit punt volgt.

7

4.1

Appellant stelt dat er sprake is van een onevenredige tegemoetkoming voor de sanering van het agrarisch bedrijf door vier nieuwe burgerwoningen en twee grote bijgebouwen toe te staan.

De gemeente stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een evenredige tegemoetkoming door het planologisch verwijderen van de veehouderij in waardevol landschappelijk gebied. Onder 3.2 is dit reeds aan bod gekomen. De voormalige bedrijfswoningen worden omgezet naar een burgerwoning nu er geen bedrijf ter plekke meer fungeert. De stelling dat er sprake is van vier nieuwe burgerwoningen behoeft dan ook nuance. Zeker nu in de regels de situering van deze bestaande woningen hetzelfde blijft en de inhoud van deze woningen beperkt is. Dat er reeds deel is genomen aan de subsidieregeling en dat er twee bijgebouwen van 200 m2 worden gerealiseerd is onderdeel van het afsprakenkader omdat anders de beëindiging van de intensieve veehouderij financieel niet haalbaar was. Deze grond leidt niet tot een oordeel dat het bestemmingsplan in strijd zou zijn met het wettelijke criterium van een goede ruimtelijke ordening.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

4.2

De onevenredige tegemoetkoming leidt tot een ongekende waardevermeerdering voor initiatiefnemers.

Dat er sprake is van waardevermeerdering acht de gemeente verder ruimtelijk niet relevant. Het bestemmingsplan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

4.3

Het omzetten van de bedrijfswoningen naar burgerwoningen is onzorgvuldig tot stand gekomen omdat slechts 1 bedrijfswoning omgezet mag worden.

In paragraaf 2.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is duidelijk verwoord dat beide woningen dienst deden als bedrijfswoning. Volgens artikel 3.68 van de Interim omgevingsverordening zijn alleen bestaande burger- en bedrijfswoningen toegestaan. Artikel 3.69 bevat een afwijking hierop waarbij een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning. Beide artikelen zijn in de plantoelichting benoemd waarbij

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

8

4.4

Het oppervlak van de bijgebouwen bij de voormalige bedrijfswoningen is in strijd met vigerend beleid.

4.5

De situering van de aanduiding bijgebouwen is ruimtelijk onevenwichtig vormgegeven waarbij het bijgebouw aan de Koevoortseweg de belangen van appellant schaadt

gemotiveerd is dat aan artikel 3.69 wordt voldaan. Anders dan indiener suggereert is hier geen sprake van ‘één’ maar ‘een’ bedrijfswoning waardoor ook de tweede voormalige bedrijfswoning kan worden omgezet naar burgerwoning. De provincie heeft ook ingestemd met de omzetting van beide bedrijfswoningen naar burgerwoningen waardoor de provincie van mening is dat aan hun beleid voldaan wordt. Nu beide woningen dienst deden als bedrijfswoning en er geen bedrijf meer is vindt de gemeente het aanvaardbaar dat beide voormalige bedrijfswoningen worden omgezet naar een burgerwoning. Dat er in één van deze woningen een ondergeschikt kattentrimsalon als beroep aan huis is gevestigd doet aan voorgaande niet af. In de regels van zowel bestemmingsplan ‘Koevoortseweg’ als ‘Buitengebied 2011’ is standaard opgenomen dat het maximale oppervlak aan bijgebouwen 100 m2 mag bedragen waarbij onder voorwaarden afgeweken mag worden tot een maximaal oppervlak van 250 m2. Dit geldt voor de nieuwe woningen. Voor de bestaande woningen geldt inderdaad dat een bijgebouw van 200 m2 is toegestaan en een maximum van 300 m2 is toegestaan. Omdat de gemeente waarde hecht aan beëindiging van dit bedrijf in het landschappelijk waardevolle gebied heeft de gemeente bij de belangenafweging in de 50 m2 extra bebouwing geen punt gezien om hieraan de medewerking aan het initiatief te onthouden.

Dit vanwege de positieve aspecten van de ontwikkeling zoals genoemd onder 3.2. In de toelichting is verder het oppervlak van de bestaande bijgebouwen verduidelijkt. De aanduidingen voor de bijgebouwen van 200 m2 steken inderdaad uit bij het huiskavel. Dit is gedaan om zo een te grote woonbestemming te voorkomen. Dat er sprake is van een ruimtelijk onevenwichtige toedeling wordt bestreden gelet op de vrijheid die de gemeente toekomt om deze bestemmingen en functies toe te kennen. Daarbij wordt tevens overwogen dat voor wat betreft het bijgebouw aan de Kempseweg deze locatie mede is gekozen om niet in de

In paragraaf 2.1 van de toelichting is het oppervlak bestaande bijgebouwen verduidelijkt.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

4.6

9

De ontwikkeling is in strijd met de Interim omgevingsvisie van de provincie

zone van de (reservering voor) het waterbergingsgebied te bouwen, wat op grond van het provinciale beleid niet mogelijk is. Voor wat betreft het bijgebouw aan de Koevoortseweg wordt deze grotendeels voorzien op een locatie waar eerst de stallen stonden. Verder is de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ aan de Koevoortseweg 6’ in het voortraject, als gevolg van de participatie, gewijzigd. Dit met het oog op de belangen van appellant. De aanduiding is nu niet in de lengte maar in de breedte gepositioneerd zodat het zicht op het gebouw verminderd. Verder zijn er aan deze zijde bij appellant reeds de nodige bijgebouwen aanwezig waardoor het genoemde vrije uitzicht minimaal is. Tot slot is er een omgevingsvergunning aan appellant verstrekt om in de achtergrens een bijgebouw van 5,0 meter hoogte op te richten waarbij er ter plaatse van de aanduiding geen enkel zicht mogelijk is op het achterliggende land. Gelet op voorgaande overwegingen is de situering van de bouwaanduiding ‘bijgebouw’ niet onevenredig belastend voor appellant, zodat daar doorslaggevende betekenis aan toegekend moet worden Zoals onder 4.3 reeds aangegeven biedt de IOV met artikel 3.69 de mogelijkheid om beide voormalige bedrijfswoningen om te zetten naar een burgerwoning. De twee nieuwe burgerwoningen worden met artikel 3.79 mogelijk gemaakt.

In paragraaf 3.2 van de toelichting is beargumenteerd dat aan het geldende beleid wordt voldaan. Om misverstanden te voorkomen is in de toelichting en bijlage 1 van de regels explicieter aangegeven dat de locatie in een bebouwingscluster ligt. De zijdelingse argumentatie van de kernrandzone is verwijderd. Gelet op de beschrijving van deze definities komt daarbij, anders dan indiener voor ogen heeft, geen betekenis toe aan de ligging nabij een gebied met ecologische waarden maar wel aan de feitelijke situatie van bestaande bebouwing. Wel delen wij het standpunt van appellant dat de ontwikkelingsrichting van het gebied onvoldoende tot uiting komt. Dit is aangepast waarbij duidelijk wordt dat er ook op

Paragraaf 3.2 en bijlage 1 zijn aangepast waarbij aangegeven is dat het gebied in een bebouwingscluster ligt. Tot slot is in de toelichting gemotiveerd dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.

4.7

Er is sprake van waardevermindering van het eigendom van appellant.

dit punt aan het provinciaal en gemeentelijk beleid voldaan wordt. De provincie heeft overigens op dit punt geoordeeld dat het bestemmingsplan voldoet aan de Interim omgevingsverordening. Indien appellant van mening is dat er sprake is van waardevermindering dan kan hiervoor een planschadeverzoek worden ingediend. Dit is een aparte procedure die los staat van de vaststelling van dit bestemmingsplan. Onverminderd het voorgaande wordt reeds opgemerkt dat door dit nieuwe bestemmingsplan het oprichten van bedrijfsgebouwen met een bouwhoogte van maximaal 10 meter niet langer is toegestaan. Daarbij komt tevens dat door een vermindering van het aantal vervoersbewegingen en het wegvallen van de geuremissie er voor appellant ook positieve argumenten kunnen worden gevonden als gevolg van vaststelling van dit bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan is niet aangepast.

4. Overzicht wijzigingen in het bestemmingsplan In deze paragraaf zijn de aanpassingen in het bestemmingsplan ‘Koevoortseweg’ weergegeven ten gevolge van de binnengekomen zienswijze en ambtshalve wijzigingen. De wijzigingen zijn hieronder puntsgewijs weergegeven voor de verbeelding, regels en toelichting.

Verbeelding •

Geen aanpassingen

Regels • • • • •

10

Artikel 5.3 van de regels is aangepast waarbij aangegeven is dat de afwijking slechts kan worden verleend indien geen sprake is van een kwetsbaar object Artikel 11.3 is verwijderd uit de planregels. De uitzonderingen in artikel 11.4.2-d en artikel 12.4.2-d op de aanlegvergunningsplicht voor realisatie van het landschappelijk inpassingsplan zijn verwijderd uit de planregels. Aan artikel 12.2 is de voorwaarde toegevoegd dat het waterbergend vermogen behouden blijft wanneer bouwen plaatsvindt in deze bestemming. Bijlage 1 van de regels (landschappelijke inpassing) is aangepast. Enerzijds zijn er nu geen bomen meer bij de gasleiding voorzien en anderzijds zijn de verwijzingen naar de kernrandzone verwijderd.

Toelichting • • • •

11

In paragraaf 2.1 van de toelichting is het oppervlak bestaande bijgebouwen verduidelijkt. De landschappelijke inpassing in paragraaf 2.2 is aangepast aan het gewijzigde landschappelijk inpassingsplan. Het Regionaal Water en Bodem Programma is in paragraaf 4.10 van de toelichting opgenomen. Paragraaf 3.2 is aangepast waarbij nu duidelijk is verwezen naar bijlage 1. Ook is aangegeven dat het gebied in een bebouwingscluster ligt waarbij de verwijzingen naar de kernrandzone zijn verwijderd. Tot slot is in deze paragraaf gemotiveerd dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=597aa84e-2c4d-48d7-803f-1cd04833d931