CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 4 Toetsingsadvies OER commissie mer

Informatie-/uitwisselingsbijeenkomst raad Boxtel 27 augustus 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Informatie-/uitwisselingsbijeenkomst Omgevingsvisie4.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Omgevingsvisie Boxtel Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 22 mei 2024 / projectnummer: 3804

Advies over het MER in het kort De gemeente Boxtel stelt een omgevingsvisie op ter bepaling van de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2040. In de ontwerp omgevingsvisie worden op hoofdlijnen keuzes gemaakt voor onder andere wonen, verkeer, natuur, landschap, gezondheid en economie. Voor het besluit over de visie is een omgevingseffectrapport (OER)1 opgesteld. De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de kwaliteit en de volledigheid van het OER. Wat staat in het OER? Het OER laat zien dat verschillende aspecten van de leefomgeving in een matige of slechte staat verkeren. Dat geldt bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking, geluidhinder en duurzame mobiliteit. Voor de omgevingsvisie zijn twee verschillende richtingen (alternatieven) vergeleken. Het alternatief ‘groene hart van de stedendriehoek’ gaat uit van een beperkt aantal nieuwe ontwikkelingen (waaronder verbetering van voorzieningen, duurzame mobiliteit en meer ruimte voor groen). Dit alternatief heeft vooral positieve effecten voor de leefomgeving (groen, gezondheid, klimaatadaptatie). Het alternatief ‘werk- en woongemeente voor de regio’ gaat onder andere uit van 3.000 nieuwe woningen, uitbreiding van bedrijventerreinen en meer toerisme.

Dit leidt tot negatieve effecten op onder andere natuur, klimaatbestendigheid, landschap en gezondheid. Op basis van deze vergelijking is een concept-voorkeursalternatief samengesteld, dat bestaat uit een combinatie van beide alternatieven. Vervolgens is een definitief voorkeursalternatief (VKA) ontwikkeld, door te onderzoeken op welke aspecten nog verbetering mogelijk is. Met dit VKA wordt volgens het OER een positieve bijdrage geleverd aan veel van de gemeentelijke ambities. Alleen voor gezondheid (geur, geluid, omgevingsveiligheid) blijven knelpunten bestaan. Ontwerp omgevingsvisie bevat nog weinig keuzes De ontwerp omgevingsvisie geeft aan dat de gemeente hoge ambities op verschillende beleidsterreinen heeft. Zo wordt ingezet op een passend woning- en voorzieningenaanbod, een gezonde en veilige leefomgeving, duurzame landbouw, duurzame mobiliteit en versterking van biodiversiteit, landschap en cultureel erfgoed. Daarmee komt een aantal leefomgevingsthema’s centraal te staan. Dit vergt grote veranderingen in het omgevingsbeleid van de gemeente. De omgevingsvisie bevat relatief concrete uitspraken over aantallen woningen en uitbreiding van bedrijventerreinen. Voor andere thema’s, zoals duurzame energie, toerisme en de transitie van het landelijk gebied, heeft de omgevingsvisie vooral een agenderend karakter.

Zij bevat ambities voor 2040, maar nog geen concrete doelen of scherpe keuzes. De uitwerking daarvan zal plaatsvinden in thematische en

1

Het OER is formeel een milieueffectrapport (MER), maar gaat ook in op sociale en economische aspecten. Daarom is, in aansluiting op de Omgevingswet, de term ‘omgevingseffectrapportage’ gekozen.

-1-

gebiedsgerichte programma’s. 2 Hierbij speelt mee dat de gemeente voor een belangrijk deel afhankelijk is van beleid van het rijk en de provincie. Het OER benoemt de grootste dilemma’s en doet aanbevelingen over belangrijke keuzes die de gemeente nog moet maken in programma’s. Monitoring speelt daarbij een belangrijke rol. Een risico van deze aanpak is dat spanning tussen de verschillende opgaven, ambities en belangen pas op een later moment duidelijk wordt. Dit geldt zowel voor de vraag of alle ambities haalbaar zijn als voor de vraag wat daarvan de cumulatieve omgevingseffecten zijn. Het is de vraag of in dat stadium nog voldoende breed naar de verschillende opgaven en belangen kan worden gekeken om alsnog tot samenhangende oplossingen te komen. Dit geldt waarschijnlijk vooral voor het landelijk gebied, waar de opgaven voor energietransitie, duurzame landbouw, toerisme en natuur en landschap samen komen. Wat is het advies van de Commissie? Het OER is methodisch goed opgebouwd en bevat waardevolle informatie voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. De ontwerp omgevingsvisie laat zien dat het OER (en daarmee de effecten op de leefomgeving) een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming daarvan. Het ‘rad van de leefomgeving’ geeft snel inzicht in de belangrijkste knelpunten en kansen voor de gemeente en in de bijdrage die de omgevingsvisie hieraan kan leveren.

De ‘foto van de leefomgeving’, opgenomen in een uitgebreide bijlage, is hiervoor een belangrijk uitgangspunt en levert ook goede bouwstenen voor vervolgbesluiten. Tegen de achtergrond van het voorgaande ontbreekt volgens de Commissie in het OER op één punt nog informatie die belangrijk is voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. De beoordeling van het definitief VKA wekt de indruk dat de omgevingsvisie vooral positieve of neutrale effecten heeft en dat vrijwel alle ambities (behalve gezondheid) verenigbaar zijn. Omdat veel richtinggevende keuzes nog uitgewerkt moeten worden in concrete acties en maatregelen, zijn effecten in veel gevallen nog onzeker. De Commissie vindt het essentieel voor de besluitvorming over de omgevingsvisie, dat op basis van het OER een overzicht wordt gemaakt van de belangrijkste ruimtelijke dilemma’s waarover de gemeente nog besluiten moet nemen. De Commissie adviseert deze ‘agenda’ voor het vervolg op te nemen in een aanvulling op het OER. Geef daarin aan in welk programma of plan waarover wordt besloten en hoe het omgevingsbelang en de gemeentelijke ambities daarin worden meegenomen. Geef ook aan welke rol de ‘foto van de leefomgeving’ en monitoring bij vervolgbesluiten spelen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

2

De ontwerp omgevingsvisie (p.46-47) geeft een overzicht van thematische programma’s en geeft aan dat er ook met

gebiedsgerichte programma’s wordt gewerkt. Er wordt in ieder geval een programma ‘Vitaal landelijk gebied’ opgesteld.

-2-

Figuur 1: Omgevingsvisiekaart gemeente Boxtel (bron: ontwerp omgevingsvisie). Aanleiding MER De omgevingsvisie beschrijft het samenhangende beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn (2040). Omdat de omgevingsvisie kaderstellend kan zijn voor mer(beoordelings)plichtige projecten – zoals stedelijke ontwikkeling, aanleg of uitbreiding van bedrijventerrein, uitbreiding van infrastructuur en bouw van windturbines - is het nodig om een planMER (OER) op te stellen. Een plan-MER is ook nodig met het oog op mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt gedeeltelijk binnen de gemeentegrenzen. In de omgeving liggen ook de Natura 2000-gebieden Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Boxtel - besluit over de omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies.

De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, zijn te vinden door nummer 3804 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

-3-

Toelichting op het oordeel In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling toe. Aan deze beoordeling koppelt zij aanbevelingen. De aanbevelingen in paragraaf 2.2 zijn opgenomen in een tekstkader. Het uitvoeren daarvan is volgens de Commissie essentieel voor het volwaardig meewegen van het belang van de leefomgeving bij het besluit over de omgevingsvisie. Aanbevelingen die niet in een kader staan, zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming - nu en in de toekomst te verbeteren.

Omgevingsvisie en rol OER Het OER beschrijft het proces voor de totstandkoming van de ontwerp omgevingsvisie en de rol die het OER daarbij heeft gespeeld. Hieruit blijkt dat een aantal logische stappen is gevolgd. De ontwerp omgevingsvisie zelf maakt ook duidelijk dat het OER een belangrijke rol heeft gespeeld. Zo gaat de visie in op de ambities, de huidige situatie en trends en de verschillende scenario’s (alternatieven) voor de toekomst. Het OER wordt expliciet genoemd in de ontwerp omgevingsvisie. In het OER zijn op basis van de foto van de leefomgeving en participatie twee scenario’s (alternatieven) onderscheiden (zie verder paragraaf 2.4). De vergelijking daarvan heeft geleid tot een ‘concept voorkeursalternatief’. De uitgebreide beoordeling van dit concept VKA is in een separaat document aan het OER toegevoegd. Uit deze beoordeling bleek dat de ambitie ‘gezonde en veilige leefomgeving’ daarmee niet haalbaar was, vanwege risico’s voor de aspecten omgevingsveiligheid, geurhinder en geluidhinder. Daarom bevat het definitieve voorkeursalternatief (VKA) extra randvoorwaarden en maatregelen. Het definitieve VKA is de basis voor de ontwerp omgevingsvisie.

Ambities en opgaven De gemeente Boxtel heeft op basis van gesprekken met bestuurders, inwoners en andere belanghebbenden zestien ambities en opgaven voor de toekomst vastgesteld.3 De ambities zijn nog abstract geformuleerd en zullen concreter worden uitgewerkt in de programma’s, zo blijkt uit het OER. In het OER is een beoordeling van de mate waarin de ambities worden behaald (het doelbereik) dan ook alleen op hoofdlijnen mogelijk. De confrontatie van de ambities met de foto van de leefomgeving moet duidelijk maken wat de belangrijkste opgaven voor de gemeente zijn. De Commissie constateert dat de ontwerp omgevingsvisie en het OER daarbij niet integraal op alle aspecten van de leefomgeving en deelgebieden ingaan. Het is opvallend dat ambities van het Rijk en de provincie, bijvoorbeeld voor de energietransitie en de landbouwtransitie, geen (herkenbare) rol spelen in het OER. De gemeente geeft aan dat zij een omgevingsvisie wil vaststellen die lang houdbaar is, en niet te

3

De totstandkoming van de ambities en een toelichting op de ambities zelf zijn opgenomen in een ‘Ambitiedocument omgevingsvisie Boxtel’, 17 oktober 2022.

-4-

veel afhankelijk is van beleidswijzigingen van andere bestuurslagen.4 Het nadeel daarvan is dat daarmee niet duidelijk wordt dat de kaders die Rijk en provincie stellen zeer bepalend of zelfs randvoorwaardelijk kunnen zijn. Door dit te benoemen is voor iedereen duidelijk dat de visie van de gemeente richting geeft bij besluiten, maar bij beleid van andere overheden niet (altijd) leidend is. De ontwerp omgevingsvisie maakt dan ook vooral keuzes voor thema’s en deelgebieden waar deze opgaven geen grote rol spelen en waar de gemeente een sturende rol in kan en wil spelen. Dat geldt vooral voor de bouw van woningen en voorzieningen, aanpassingen aan de infrastructuur en de uitbreiding van bedrijventerreinen. Voor andere thema’s worden keuzes doorgeschoven naar vervolgbesluiten, bijvoorbeeld thematische en gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. Dit leidt mogelijk tot risico’s voor het realiseren van de gemeentelijke ambities, onder andere voor de leefomgeving, duurzaamheid en natuur/biodiversiteit. In de programma’s zal de spanning tussen verschillende belangen en ambities immers pas echt duidelijk worden. Dat geldt waarschijnlijk vooral voor het landelijk gebied, waar de opgaven voor energietransitie, duurzame landbouw, toerisme, waterkwaliteit en natuur en landschap samen komen. Ter illustratie: 

Duurzame energie: de uitwerking van de energieopgave is in het OER nog erg oppervlakkig. De opgave die voortkomt uit de Regionale Energiestrategie (RES) Noordoost-Brabant wordt wel genoemd, maar krijgt nauwelijks aandacht in de uitwerking van de alternatieven. De gemeente hoopt met zonne-energie en energiebesparing te voldoen aan de opgave. De optie voor windenergie wordt open gehouden. De vraag over de invulling van de RES-opgave zal terugkomen bij de uitwerking in programma’s. Het OER geeft nog geen handvatten voor deze invulling. Dat betekent dat de vraag over het benodigde vermogen en de ruimtelijke keuzes daarvoor in het vervolg alsnog aan de orde moet komen, voor zowel wind- als zonne-energie.

Landelijk gebied: in het landelijk gebied zal het landelijke en provinciale mestbeleid, stikstofbeleid en waterkwaliteitsbeleid bepalend zijn voor de te maken keuzes. Natuurdoelanalyses die voor Natura 2000-gebieden zijn uitgevoerd maken duidelijk dat ingrijpende maatregelen nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen te halen.5 De Kaderrichtlijn Water (KRW) schrijft voor dat de betreffende chemische en ecologische doelen uiterlijk in 2027 gerealiseerd worden.6 Om tijdig aan de doelen voor natuur en waterkwaliteit te kunnen voldoen zijn waarschijnlijk ook ingrijpende maatregelen in het landelijk gebied nodig. Daardoor kunnen andere ambities in gevaar komen.

Stationsgebied: de aanwezigheid van het bedrijventerrein Ladonk aan de ene en het stedelijk centrum aan de andere kant van het station zorgt voor een stedebouwkundig en milieutechnisch complexe situatie. Dit biedt zowel knelpunten als kansen. Zie verder paragraaf 2.4 van dit advies.

4

Dit blijkt niet expliciet uit het OER of de ontwerp omgevingsvisie, maar is door de gemeente toegelicht tijdens een bezoek

5

Het Natura 2000-gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen ligt gedeeltelijk in de gemeente Boxtel. Uit de natuurdoelanalyse

dat de Commissie op 3 april 2024 bracht aan de gemeente Boxtel.

voor dit gebied (Natuurdoelanalyse 133 Kampina en Oisterwijkse Vennen, provincie Noord-Brabant, 28 februari 2023) blijkt dat maatregelen noodzakelijk zijn op het gebied van natuurbeheer, verlaging van stikstofdepositie door bronaanpak, verbeteren van de hydrologie (verhoging van grondwaterstanden) en de waterkwaliteit. Zie ook het advies van de Ecologische Autoriteit over deze natuurdoelanalyse van 4 april 2024.

6

Voor zowel grondwater als oppervlaktewater is het primaire doel om achteruitgang van de toestand van het water te voorkomen en om ‘een goede toestand’ van het water te bereiken. Daarom moet bij plannen en projecten worden aangetoond dat het behalen van de KRW-doelen in 2027 niet in gevaar wordt gebracht.

-5-

Agenda voor het vervolg De effectbeoordeling wekt de indruk dat de omgevingsvisie vooral positieve of neutrale effecten heeft en dat vrijwel alle ambities (behalve gezondheid) verenigbaar zijn. Omdat veel richtinggevende keuzes nog uitgewerkt moeten worden zijn effecten in veel gevallen echter nog onzeker. De Commissie vindt het essentieel voor de besluitvorming over de omgevingsvisie, dat op basis van het OER een overzicht wordt gemaakt van de belangrijkste ruimtelijke dilemma’s waarover de gemeente nog besluiten moet nemen. Het is van belang daarbij ook de thema’s in beschouwing te nemen waarvoor andere overheden op dit moment nog onvoldoende sturing bieden.7 De geconstateerde dilemma’s kunnen worden gekoppeld aan thematische programma’s, gebiedsprogramma’s of integrale herziening(en) van de omgevingsvisie. Ook is van belang dat duidelijk wordt hoe het belang van de leefomgeving en de ambities die de gemeente in de omgevingsvisie vastlegt worden meegewogen bij deze besluiten. Voor programma’s met kaderstellende uitspraken over mer-(beoordelings)plichtige projecten zal een plan-mer-procedure doorlopen moeten worden. De gehanteerde methodiek van het OER en de informatie die dit heeft opgeleverd, vooral in de foto van de leefomgeving, kan hiervoor de basis vormen. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER een ‘agenda’ voor vervolgstappen op te stellen.

Besteed daarbij aandacht aan de volgende aspecten: 

Geef aan welke beleidskeuzes van andere overheidslagen bepalend zijn voor nog te maken keuzes in de omgevingsvisie en -programma’s.

Werk de potentiële risico’s en kansen voor de belangrijkste ruimtevragende functies uit naar concrete dilemma’s, al of niet in deelgebieden.

Geef aan in welk programma of plan over deze dilemma’s wordt besloten.

Geef aan hoe het omgevingsbelang en de ambities uit de omgevingsvisie daarin integraal worden meegewogen en of daarvoor extra (alternatieven)onderzoek nodig is.

Foto van de leefomgeving De huidige situatie in de gemeente Boxtel en de autonome ontwikkeling daarin (positieve en negatieve trends) zijn beschreven in de foto van de leefomgeving. Deze is opgenomen in een uitgebreide bijlage van het OER.8 De belangrijkste conclusies en aandachtspunten zijn samengevat in het OER zelf en gevisualiseerd met gebruik van het rad van de leefomgeving (zie figuur 4.1 in het OER). De Commissie plaatst enkele kanttekeningen bij de foto. Zij beveelt aan deze te betrekken bij de nadere uitwerkingen van de omgevingsvisie: 

De foto van de leefomgeving is visueel vertaald in het rad van de leefomgeving waarin 26 criteria kwantitatief beoordeeld zijn. Acht andere criteria zijn alleen kwalitatief beoordeeld en niet in het rad opgenomen (zie tabel 3.1 van het OER). Dit is begrijpelijk, maar door de focus op het rad bestaat het risico dat deze criteria in het vervolg onderbelicht blijven. Het betreft onder andere duurzame landbouw, Natuurnetwerk

7 8

Om te voorkomen dat de gemeente ‘overruled’ wordt op het moment dat die overheden wel zo ver zijn. Bijlage A1: Foto van de leefomgeving, OER bij de Omgevingsvisie Boxtel, 27 maart 2023

-6-

Brabant, grondwater, landschap en cultureel erfgoed. Verschillende ontwikkelingen waarvoor in de visie en programma’s keuzes worden gemaakt, zoals de energietransitie, woningbouw, uitbreiding van bedrijventerrein en de landbouwtransitie, kunnen veel effect hebben op deze aspecten. 

Het aspect verkeersveiligheid is voor zowel de huidige situatie als autonome ontwikkeling zeer positief beoordeeld, waarbij de Provincie Noord-Brabant als referentie is gebruikt. Aangezien in de autonome ontwikkeling veel infrastructurele en andere verkeersmaatregelen worden genomen, zou het voor de hand liggen dat de autonome ontwikkeling beter scoort dan de huidige situatie.9 Daar komt bij dat de provincie NoordBrabant over het algemeen slecht scoort op verkeersveiligheid (meeste verkeersdoden) in vergelijking met andere provincies in Nederland.10 Als de situatie in Boxtel wordt afgezet tegen de landelijke cijfers of vergelijkbare gemeenten, kan dit zorgen voor een ander (wellicht negatiever) beeld, vooral in de huidige situatie. Ook het betrekken van subjectieve verkeersveiligheid (bijvoorbeeld op basis van meldingen van bewoners) kan zorgen voor een ander beeld.

De foto is van grote waarde voor de omgevingsvisie en voor de vergelijking van de alternatieven. De foto is relatief concreet en daardoor ook waardevol voor komende besluiten over programma’s. De Commissie beveelt aan om de foto van de leefomgeving ook als referentie te gebruiken bij het opstellen van omgevingsprogramma’s en -plannen in de toekomst en om het rad van de leefomgeving steeds actueel te houden. Daarmee blijft inzichtelijk of de gemeente op koers ligt en op welke thema’s mogelijk aanvullende inspanningen nodig zijn.

Alternatieven (Scenario’s) In het OER en in de ontwerp omgevingsvisie zijn twee scenario’s onderscheiden11: 1.

Boxtel als het groene hart van de stedendriehoek

2.

Boxtel als werk- en woongemeente voor de regio

De Commissie hanteert in dit advies de term alternatief in plaats van de term scenario. Onder de term scenario worden gewoonlijk externe ontwikkelingen verstaan waarop de gemeente geen invloed heeft. De term alternatief wordt gebruikt om verschillende keuzemogelijkheden voor de gemeente te onderscheiden. De alternatieven zijn tot stand gekomen tijdens het participatieproces en gebaseerd op de ambities die door de gemeenteraad zijn vastgesteld.12 Het OER stelt dat met deze alternatieven de uitersten zijn opgezocht. Op basis van een vergelijking van de alternatieven op doelbereik en omgevingseffecten is een concept voorkeursalternatief (VKA) samengesteld.

9

Het maatregelenpakket PHS Boxtel maakt onderdeel uit van de autonome ontwikkeling. Dit pakket houdt onder andere de

realisatie van een nieuwe verbindingsweg Ladonk-Kapelweg en het sluiten van een aantal spoorwegovergangen in. Dit heeft in de foto van de leefomgeving wel geleid tot een andere (betere) score op het criterium doorstroming en bereikbaarheid, maar niet op het criterium verkeersveiligheid.

10

Zie bijvoorbeeld het nieuwsbericht van het CBS van 10 april 2024 hierover: https://www.cbs.nl/nl-

nl/nieuws/2024/15/684-verkeersdoden-in-2023 11

In de samenvatting van het OER is het onderscheid tussen de scenario’s nog lastig te volgen omdat de naamgeving ervan en

verhelderende kaartjes ontbreken. Deze komen pas in hoofdstuk 5 van het OER aan bod. 12

Ambitiedocument Omgevingsvisie Boxtel, 17 oktober 2022.

-7-

Omdat bleek dat de ambitie ‘gezonde en veilige leefomgeving’ daarmee niet haalbaar was, bevat het definitieve VKA extra randvoorwaarden en maatregelen. Met het definitieve VKA wordt volgens het OER aan 15 van de 16 ambities een positieve bijdrage geleverd. Alleen het behalen van de ambitie ‘gezonde en veilige leefomgeving’ blijft onzeker. De alternatieven zijn helder beschreven. Zij vertegenwoordigen de bandbreedte aan mogelijkheden die de gemeente voor zichzelf ziet voor de omgevingsvisie. De werkwijze, waarbij via de alternatieven en een concept-VKA naar een definitief VKA is toegewerkt, zorgt ervoor dat binnen deze kaders over het algemeen goed is verkend op welke manier aan de gemeentelijke ambities kan worden bijgedragen en dat effecten op de leefomgeving hierbij een belangrijke rol hebben gespeeld. De Commissie plaatst hierbij de kanttekening dat – zoals eerder aangegeven – veel keuzes worden doorgeschoven naar vervolgbesluiten en dat de gemeente voor een aantal thema’s sterk afhankelijk is van andere overheden. Afwegingen die in vervolgbesluiten (programma’s) worden gemaakt kunnen van invloed zijn op de keuzes die nu in de omgevingsvisie worden gemaakt. Zie verder paragraaf 2.2 van dit advies.

Bedrijventerrein Ladonk en stationsgebied Een belangrijk deelonderwerp van de omgevingsvisie is het bedrijventerrein Ladonk en de omgeving daarvan. Dit bedrijventerrein ligt tegen station Boxtel aan en biedt plaats aan relatief zware bedrijvigheid. Voor het bedrijventerrein is een geluidzone van toepassing en er is sprake van geurhinder en luchtverontreiniging. In de ontwerp omgevingsvisie is aangegeven dat gestreefd wordt naar verduurzaming van het terrein en het op termijn opheffen van de geluidzonering, maar er wordt ook gesproken over uitbreiding van het terrein. Aan de andere kant van het station bevindt zich het stedelijk centrum van Boxtel, waarvoor ook diverse opgaven en doelen gelden. Zo wordt daar ingezet op het ontwikkelen van een ‘mobiliteitshub’, het aantrekkelijker maken voor recreatie en toerisme en het concentreren van voorzieningen. De combinatie van deze functies rond het station zorgt voor een stedenbouwkundig en milieutechnisch complexe situatie. In het OER ontbreekt een uitwerking van het stationsgebied als geheel, met een beschouwing van kansen en knelpunten. Het bedrijventerrein beperkt in een relatief groot gebied de mogelijkheden voor andere functies, zoals de bouw van woningen en voorzieningen.

Het verminderen van de milieuhinder rond het stationsgebied, door herstructurering van het bedrijventerrein, zou de ruimte en opties voor andere functies kunnen vergroten. Gedacht kan worden aan het verplaatsen van zware bedrijvigheid en/of het verplaatsen van voorzieningen van de centrumkant naar het bedrijventerrein. De Commissie beveelt aan om bij de uitwerking van de omgevingsvisie alsnog een verkenning uit te voeren naar kansen en knelpunten. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan in het kader van een gebiedsgericht programma voor (beide zijden van) het stationsgebied.

Doelbereik en omgevingseffecten Voor het beoordelen van de referentiesituatie, de alternatieven en het concept en definitief VKA is gebruik gemaakt van het ‘rad van de leefomgeving’. Dit geeft burgers en

-8-

besluitvormers in een oogopslag inzicht in de toestand van de leefomgeving, de autonome ontwikkeling daarvan en de effecten van de omgevingsvisie. Hoofdstuk 10 van het OER gaat in op de consistentie van het beleid, op basis van zogenaamde botsproeven. Daarbij wordt onderzocht in hoeverre beleidsuitspraken met elkaar kunnen conflicteren of elkaar kunnen versterken. De manier waarop dit in figuur 10-1 is gevisualiseerd kan tot onjuiste conclusies leiden, omdat kansen en risico’s rekenkundig bij elkaar zijn opgeteld zonder een (herkenbare) weging van criteria. Ook is hierin niet duidelijk welke onderdelen van de omgevingsvisie botsen met welke onderdelen. Bijlage A10 bij het OER (Beargumentatie botsproeven) geeft wat dit betreft meer inzicht. In figuur 11-1 is dezelfde methodiek gebruikt om het doelbereik van het VKA te beoordelen. Hoewel in het OER alleen is beoordeeld of een positieve bijdrage aan de ambities wordt geleverd, kan deze figuur de indruk wekken dat bijna alle ambities haalbaar zijn en dat er slechts een klein risico is dat sommige ambities niet (geheel) gehaald worden. Zoals aangegeven in paragraaf 2.2 van dit advies is het behalen van de ambities mede afhankelijk van de uitwerking in programma’s. De Commissie beveelt aan om deze nuancering voor het doelbereik te betrekken bij de besluitvorming over en de uitwerking van de omgevingsvisie.

Milieu en gezondheid Het OER maakt duidelijk dat er op een aantal milieu- en gezondheidsaspecten knelpunten voorkomen in de gemeente. Vooral het aspect geluid scoort in de huidige situatie slecht. In mindere mate geldt dit ook voor omgevingsveiligheid13, beweegvriendelijke leefomgeving, geur en luchtkwaliteit. Voor een aantal van deze aspecten is bovendien sprake van een negatieve trend bij autonome ontwikkeling. Uit de beoordeling van de alternatieven en het VKA blijkt dat de omgevingsvisie op het onderdeel gezondheid (beweegvriendelijke omgeving) beter scoort, maar niet op de aspecten geluid, luchtkwaliteit, geurhinder en omgevingsveiligheid. Geurhinder en omgevingsveiligheid zullen zelfs verslechteren, doordat uitbreiding van woningen is voorzien nabij het spoor en bedrijven die geurhinder veroorzaken bij Boxtel Noordwest, Boxtel Zuid en Liempde (zie ook paragraaf 2.4 van dit advies). Ook de geluidhinder blijft in het definitief VKA slecht scoren, door uitbreiding van bedrijvigheid bij de kernen van Boxtel en Liempde. In de beleving van bewoners is geluidhinder een van de meest hinderlijke milieueffecten. Het OER geeft aan dat de gemeente zal proberen de milieukwaliteit te verbeteren, maar geeft hier weinig concrete handvatten of maatregelen voor, behalve het overwegen van geluidmaatregelen en het op termijn opheffen van de geluidzone van het bedrijventerrein Ladonk.

Dit betekent dat geur, luchtkwaliteit, geluid en omgevingsveiligheid en maatregelen om negatieve effecten daarop te verminderen een belangrijke opgave zullen zijn bij de uitwerking van de programma’s. De Commissie beveelt aan om bovenstaande constateringen te betrekken bij de besluitvorming over en de uitwerking van de omgevingsvisie.

Bereikbaarheid en verkeersveiligheid Alle alternatieven gaan uit van de bouw van nieuwe woningen en voorzieningen. Het VKA gaat (evenals alternatief 2) bovendien uit van uitbreiding van bedrijventerreinen. Dat betekent een mogelijke toename van verkeersbewegingen. Ondanks de inzet op duurzame mobiliteit (zoals mobiliteitshubs en het toevoegen van ontbrekende schakels in het fietsnetwerk) zal deze 13

Hiermee wordt gedoeld op externe veiligheid: activiteiten die zorgen voor veiligheidsrisico’s voor groepen of individuen.

-9-

toename ook bestaan uit extra autoverkeer. Het OER besteedt echter nauwelijks aandacht aan knelpunten die hierdoor kunnen ontstaan voor doorstroming, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Wel is in het OER aangegeven dat risico’s voor deze aspecten bij de nadere uitwerking aandacht behoeven. Bij de beoordeling van het concept-VKA (bijlage A4, Notitie beoordeling concept-VKA, hoofdstuk 9) is wel aangegeven dat nieuwe woonwijken leiden tot meer verkeer en dat nog onduidelijk is of bestaande wegen voldoende capaciteit hebben om het extra verkeer af te wikkelen. Dat betekent dat maatregelen nodig kunnen zijn om te zorgen voor een goede ontsluiting. Ook voor verkeersveiligheid geldt dat een toename van verkeersbewegingen kan leiden tot nieuwe knelpunten of aandachtspunten. Ook hier kunnen maatregelen nodig zijn om in de toekomst te zorgen voor een verkeersveilig Boxtel (zie ook paragraaf 2.3 van dit advies). De Commissie beveelt aan om de aandachtspunten voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid te betrekken bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan.

-10-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. Jan Jacob van Dijk (voorzitter) drs. Pieter Jongejans (secretaris) ir. Robbert de Vries drs. ing. Arjan van de Werken drs. Gerrit de Zoeten Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie gemeente Boxtel. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure kan het in ieder geval gaan om de projecten J11 (stedelijke ontwikkeling), J10 (industrieterrein) en C2 (windparken). Een MER is ook nodig omdat effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Boxtel. Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Boxtel. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3804 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=a5bcb3ea-5d17-487b-8c78-fcf5d035511f