Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 5 Notitie Uitwerking advies commissie mer
Tekst van het document
Notitie Van Aan Datum Zaaknummer
College van Burgemeester en Wethouders Gemeenteraad van de gemeente Boxtel 25 juni 2024 1347331
Onderwerp Aandachtspunten vanuit het Omgevingseffectrapport (OER) en Omgevingsvisie Boxtel voor het vervolg
Inleiding De afgelopen jaren hebben we als gemeente gewerkt aan de Omgevingsvisie 2040. Om het milieubelang en de leefomgeving volwaardig mee te laten wegen in de afweging voor nieuw beleid is de procedure voor de milieueffectrapportage (mer) doorlopen, specifiek is er een omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Met het OER zijn voor de verschillende tussenproducten van de omgevingsvisie de effecten op de leefomgeving in beeld gebracht. Hierin zijn, naast milieuthema’s, ook sociale en economische thema’s meegenomen zodat een breder beeld van de leefomgeving ontstaat. Op basis van de input van het OER hebben we de omgevingsvisie verder aangescherpt. Het OER heeft met de omgevingsvisie begin 2024 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Hierop zijn 89 zienswijzen ingediend. De Commissie voor de milieueffectrapportage is gevraagd om een toetsingsadvies uit te brengen op het OER. Op 22 mei 2024 is het toetsingsadvies opgeleverd. Het toetsingsadvies Het advies van de Commissie stelt dat ‘het OER methodisch goed is opgebouwd en waardevolle informatie bevat voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. De ontwerp omgevingsvisie laat zien dat het OER (en daarmee de effecten op de leefomgeving) een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming daarvan.
Het ‘rad van de leefomgeving’ geeft snel inzicht in de belangrijkste knelpunten en kansen voor de gemeente en in de bijdrage die de omgevingsvisie hieraan kan leveren. De ‘foto van de leefomgeving’, opgenomen in een uitgebreide bijlage, is hiervoor een belangrijk uitgangspunt en levert ook goede bouwstenen voor vervolgbesluiten’. Volgens de Commissie ontbreekt op één punt nog informatie die belangrijk is voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. De beoordeling van het definitief VKA wekt de indruk dat de omgevingsvisie vooral positieve of neutrale effecten heeft en dat vrijwel alle ambities (behalve gezondheid) verenigbaar zijn. Omdat veel richtinggevende keuzes nog uitgewerkt moeten worden in concrete acties en maatregelen, zijn effecten in veel gevallen onzeker. De Commissie vindt het essentieel dat voor de besluitvorming over de omgevingsvisie, op basis van het OER een overzicht wordt gemaakt van de belangrijkste ruimtelijke dilemma’s waarover de gemeente nog besluiten moet nemen. De Commissie adviseert deze ‘agenda’ voor het vervolg op te nemen in een aanvulling op het OER. Inhoudelijk heeft de commissie enkele opmerkingen gemaakt over de ‘foto van de leefomgeving’. De eerste opmerking gaat over de kwalitatieve invulling van aspecten en in hoeverre deze naar de achtergrond verdwijnen doordat ze niet in het rad van de leefomgeving zijn opgenomen.
De kwalitatieve aspecten zijn tekstueel uitgeschreven in het OER en daarom bewust niet meegenomen in het rad van de Leefomgeving. De tweede opmerking gaat over de beoordeling van verkeersveiligheid en de vergelijking ten opzichte van de provincie Noord-Brabant. De Commissie geeft aan het oordeel te rooskleurig te
1
vinden en daarmee een verkeerd beeld te geven aangezien de verkeersveiligheid in de provincie NoordBrabant in algemene zin er slecht voor staat. Er is bewust voor gekozen om een vergelijking met de provincie te maken en niet met het heel Nederland, vanwege het gelijkwaardige karakter. Ten opzichte van het gemiddelde in de provincie Noord-Brabant scoort de gemeente Boxtel beter. Aanvullend geeft de commissie aan om verdere maatregelen voor geluidhinder uit te werken in het vervolg van de omgevingsvisie. Dit omdat dit, ondanks het nieuwe beleid, toch een knelpunt blijft. Tenslotte voorziet de omgevingsvisie in nieuwe woonwijken waardoor het autoverkeer toeneemt, welke effecten dit gaat hebben op de doorstroming, capaciteit van het wegennet en de verkeersveiligheid moet verder onderzocht worden bij de uitwerking van plannen en programma’s. Als gemeente nemen wij dit mee naar de toekomst. Dit advies is een logisch gevolg van het feit dat wij gekozen hebben voor een omgevingsvisie op hoofdlijnen en uitwerking van de omgevingsvisie in programma’s en het omgevingsplan. Met deze memo wordt invulling gegeven aan de gevraagde aanvulling vanuit de Commissie-mer. Hieronder wordt eerst een introductie gegeven van de omgevingsvisie en wat uit het OER blijkt. Daarna volgt een agenda voor vervolgstappen.
De omgevingsvisie en het OER De omgevingsvisie In de omgevingsvisie staan vier onderwerpen centraal: aangenaam leven, verbindend netwerk, krachtige economie en inclusieve duurzaamheid. Op basis van het participatieproces zijn er voor de omgevingsvisie 16 ambities opgesteld verdeeld over de vier onderwerpen en verder uitgewerkt in (concretere) beleidsuitspraken. De beleidsuitspraken gaan in op de volgende onderwerpen: wonen, voorzieningen, natuur, mobiliteit, transitie landelijk gebied, toerisme, bedrijventerreinen, duurzame energie, circulariteit en klimaatadaptatie. Voor verschillende onderwerpen uit de omgevingsvisie moet nog verdere concretisering plaatsvinden in programma’s en plannen. Het ontbreken van concrete uitspraken komt met name doordat er op dit moment landelijk of provinciaal programma’s ontwikkeld worden die van invloed zijn op het gemeentelijk beleid, een voorbeeld hiervan is het Provinciaal Programma Landelijk Gebied Noord-Brabant en de ontwikkelingen op het gebied van landbouw.
2
Wat blijkt uit het OER? In het OER is het nieuwe beleid getoetst én is er gekeken of daarmee de ambities worden gehaald. Hieruit blijkt dat in bijna alle gevallen positief wordt bijgedragen aan de ambities maar dat het nog niet met zekerheid te zeggen is of de ambities daadwerkelijk worden gehaald. Dit komt in belangrijke mate doordat concrete beleidsuitspraken ontbreken. Met concreet wordt bedoeld dat duidelijk is wat op welke plek en in welke omvang gaat gebeuren. Met name voor één ambitie geldt dat uit verdere uitwerking moet blijken of de ambitie behaald wordt, het gaat hier om de ambitie ‘De leefomgeving is veilig en gezond’. Dit hangt met name samen met de keuze voor woninguitbreiding op bepaalde locaties (o.a. langs het spoor) met verkeersaantrekkende werking als gevolg. Drie aspecten die samenhangen met deze ambitie zijn in de huidige situatie aangemerkt als aandachts- of knelpunt, het beleid uit de omgevingsvisie laat voor deze aspecten meer risico’s dan kansen zien waardoor het aandachts- of knelpunt blijft bestaan. Het gaat om de aspecten geluidhinder, omgevingsveiligheid en geurhinder. Geluidhinder De uitbreiding van woningen en bedrijvigheid zorgt voor extra verkeersbewegingen wat kan leiden tot meer geluidhinder.
Daartegenover is de gemeente voornemens om de geluidszonering bij Ladonk op te heffen, gemotoriseerd verkeer uit kernen te weren en bij herinrichting van drukke wegen geluidmaatregelen af te wegen. Er zijn nog extra maatregelen mogelijk om de kansen te vergroten en het knelpunt voor geluidhinder te verminderen. Met betrekking tot de inbreiding van woningen wordt geadviseerd specifieke voorwaarden op te nemen over afstanden tussen bronnen van geluidhinder en woningen en de hoeveelheid toegestane geluidniveau. Met gemeentebrede snelheidsbeperkingen (bijvoorbeeld 30 km/u) en daarop toegespitste infrastructuur kan geluidhinder door verkeer verminderd worden, wat ook positief is voor de verkeersveiligheid. Daarnaast kunnen er maatregelen genomen worden aan de gevel, zoals het realiseren van een geluidluwe gevel. Ten aanzien van de uitbreiding van
3
bedrijvigheid wordt geadviseerd om eisen te stellen over parkeernormen waarbij autogebruik geminimaliseerd wordt. Ook de toepassing van windenergie kan geluidhinder veroorzaken. Concrete locaties zijn nog niet genoemd, maar er zijn zoekgebieden aangewezen ten zuidwesten van Esch en op twee locaties langs de A2. Bij verdere uitwerking in plannen of programma’s dient onderzoek gedaan te worden naar de effecten van geluidhinder en slagschaduw door deze windmolens. Ondanks dat geluidhinder als knelpunt blijft bestaan is er ook beleid dat wel degelijk bijdraagt aan het verminderen van geluidsoverlast. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de inzet op de mobiliteitstransitie door meer te fietsen en wandelen in plaats van de auto te gebruiken. Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid is in de referentiesituatie een aandachtspunt, omdat een aantal (beperkt) kwetsbare gebouwen binnen de aandachtsgebieden voor brand en explosie van verschillende risicobronnen ligt. Daarnaast liggen er kwetsbare gebouwen binnen de PR10-6 per jaar contour. In de omgevingsvisie zijn woningbouwuitbreidingen voorzien bij aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheid. De aanbeveling is om (beperkt) kwetsbare objecten zo veel mogelijk buiten het aandachtsgebied te houden en waar mogelijk andere functies aan de randen langs het spoor te plaatsen.
Daarnaast kunnen er in een latere (plan)fase extra randvoorwaarden benoemd worden om het risico te mitigeren. Het is aan de gemeente om conform het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een voorschriftengebied aan te wijzen waarbinnen (bouwkundige) maatregelen verplicht zijn voor nieuwbouw. Bij concretisering van de woningbouwplannen en plannen rondom nieuwe voorzieningen moet er rekening gehouden worden met deze gebieden en aanvullend onderzoek uitgevoerd worden. Geurhinder Geurhinder wordt mogelijk een nieuw aandachtspunt, omdat er enkel risico’s zijn voorzien door het nieuwe beleid. In de omgevingsvisie zijn woningbouwuitbreidingen voorzien in de buurt van geurintensieve bedrijvigheid (boerderijen). Hierdoor neemt mogelijk het aantal geurgehinderden toe. Het is de aanbeveling om te onderzoeken welke extra maatregelen genomen kunnen worden om dit aantal geurgehinderden zoveel als mogelijk te beperken. Bijvoorbeeld het aankopen of het verplaatsen van geurintensieve bedrijven. Bij verdere concretisering van de woningbouwplannen dient aanvullend geuronderzoek gedaan te worden om de daadwerkelijke hinder in beeld te brengen. Andere aspecten waar het beleid op dit moment nog niet leidt tot verbeteringen zijn luchtkwaliteit, verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid en ontsluitingskwaliteit OV.
Een agenda voor vervolgstappen Nu de omgevingsvisie klaar is, is het tijd voor het vervolg. Het begint nu pas!! Na vaststelling van de omgevingsvisie door uw raad, moeten we hard aan de slag met het realiseren van de ambities uit de omgevingsvisie. Dit doen we in programma’s en het Omgevingsplan. Hierin werken we de ambities uit naar concrete doelstellingen en geven we aan hoe deze gerealiseerd gaan worden en hoe we dat gaan monitoren. Een goede vertaling van de omgevingsvisie naar programma’s is hiervoor noodzakelijk. Om te komen tot een programmatische uitwerking van de omgevingsvisies zal eerst duidelijk dienen te zijn hoe we dat gaan aanpakken. Dat is de eerste opdracht die in de organisatie wordt uitgezet. Inzichtelijk moet worden wat nodig is om het programmatisch werken te faciliteren en wat de prioritering is. Als dat duidelijk is kan begonnen worden met het uitwerken van de programma’s. Het uitwerken van de programma’s dient op een projectmatige manier opgepakt worden. Belangrijk hierbij is de integraliteit tussen deze plannen en programma's onderling en met de kaders uit de omgevingsvisie en andere plannen en programma's van andere overheden.
4
Het programmateam De opgave die ons de aankomende jaren te wachten staat is groot. Om dit in goede banen te leiden wordt geadviseerd een programmateam op te stellen. Zij hebben de volgende verantwoordelijkheden: • Bewaakt de inhoud van de omgevingsprogramma’s: worden de ambities uit de omgevingsvisie gerealiseerd? Wordt er invulling gegeven aan de ambities uit de omgevingsvisie op zo een dusdanige wijze dat deze gemonitord kunnen worden Het team beoordeelt de toets van de beoordeling van de getoetste ambities. • Bewaakt de uniformiteit van de op te stellen omgevingsprogramma’s zodat de omgevingsprogramma’s niet ieder hun eigen structuur krijgen. • Bewaakt de samenhang van de omgevingsprogramma’s onderling. • Bewaakt de doorlopende beleidscyclus van de omgevingsvisie. • Signaleert wanneer gemeentelijke, regionale, provinciale en/of landelijke ontwikkelingen een afweging nodig maken tot herziening van de omgevingsvisie en de daarin mee te nemen onderwerpen. • Adviseert over de prioritering. Hoe het programmateam daadwerkelijk vormgegeven wordt en wat de verantwoordelijkheden zijn wordt uitgewerkt in de eerste opdracht zoals hierboven beschreven. Samenhang met programma’s en plannen van andere overheden De gemeente Boxtel is voor de concretisering van plannen in sommige gevallen afhankelijk van de richting die andere overheden geven.
Dit kan Europa, de Rijksoverheid zijn en/of de Provincie NoordBrabant. De richtingen die deze overheden uitzetten zijn nodig c.q. randvoorwaardelijk om lokaal aan de slag te kunnen met het opstellen van beleid. Hieronder staan enkele plannen waar op dit moment aan gewerkt wordt en die kaderstellend zijn voor de plannen van de gemeente Boxtel: • Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) • Regionale mobiliteitsagenda en programma • Groenblauwe gebiedsgerichte aanpak • Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant • Regionale Energie Strategie (RES) 2.0 Dilemma’s Het kaderstellende beleid uit de omgevingsvisie heeft een ruimtelijk component en de beschikbare ruimte is beperkt. Er is ruimte nodig voor o.a. duurzame landbouw, recreatie, duurzame energieopwekking, wonen, mobiliteit en natuur. Niet alle ontwikkelingen zijn voorzien op dezelfde plek, maar dit geldt wel voor een deel van de ontwikkelingen. Hier kunnen dilemma's ontstaan. We hebben in de omgevingsvisie beschreven welke ontwikkelingen allemaal ruimte moeten krijgen in deze gebieden waarbij we onderscheid hebben gemaakt in bebouwd gebied (centrum, vitale kernen en bedrijfsfuncties), landelijk gebied, beekdalen en natuur.
Enkele dilemma's waar de gemeente de aankomende jaren mee aan de slag gaat in programma's: • Invulling van de woningbouwopgave, ruimte voor ontmoetingen voorzieningen enerzijds en meer klimaatadaptieve en groene maatregelen in de kernen en ruimte voor voorzieningen gericht op duurzame mobiliteit binnen de bebouwde kom anderzijds. • Ruimte voor recreatie, duurzame energieopwekking, omschakeling naar duurzame landbouw met agrarisch natuurbeheer, het verbeteren van de kwaliteit van bodem en water voor de KRWdoelstellingen, waterberging natuurontwikkeling en verbindingen, uitbreiding van bedrijventerrein Vorst-B en woningbouw in het (agrarisch) buitengebied en natuurgebieden vragen allemaal om ruimte. Wat krijgt waar en wanneer voorrang en wat betekent dit voor andere ambities? Zijn er mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik; slimme oplossingen? Vervolg plannen en programma’s De omgevingsvisie is de paraplu waar het nieuwe beleid in de vorm van plannen en programma's onder gaat vallen. De programma's zijn een verdere uitwerking waarin invulling wordt gegeven om aan de ambities te voldoen. In de omgevingsvisie is benoemd welke ambities op welk manier terugkomen in de programma's. Daarnaast wordt er een Omgevingsplan opgesteld met daarin regels voor de fysieke leefomgeving van Boxtel.
5
De aankomende jaren worden door de gemeente in elk geval de volgende programma's uitgewerkt: • Programma wonen • Programma gezondheid • Programma recreatie en toerisme • Programma economie • Programma duurzame mobiliteit • Programma natuur, landschap en biodiversiteit • Programma klimaatadaptatie en water • Programma duurzaamheid • Programma accommodatie en voorzieningen • Programma warmte • Programma kostenverhaal en financiële bijdragen Gebiedsgericht programma's We gaan ook werken met gebiedsgerichte programma's. In een gebiedsgericht programma behandelen we meerdere onderwerpen en opgaven in samenhang, om zo bij te dragen aan de ambities voor de omgevingsvisie. Dit doen we in ieder geval voor het Vitaal Landelijk gebied maar er komen de aankomende jaren meer gebiedsgerichte programma's. Financiële haalbaarheid De uitwerking van de omgevingsvisie vraagt om een langjarige inzet van personeel en middelen en om samenwerking met stakeholders en ketenpartners. De uitwerking vindt gefaseerd plaats in bovengenoemde omgevingsprogramma's en gebiedsgerichte programma’s en bestaat uit afzonderlijke besluiten met bijhorende financiering. De gemeentelijke begroting is hierbij kaderstellend.
Het omgevingsbelang en onderzoek De omgevingsvisie is het eerste product onder de Omgevingswet dat invulling geeft aan het doel van de wet, namelijk bijdragen aan een duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en bescherming en verbetering van het leefmilieu, samengevat het omgevingsbelang. De aankomende jaren zullen ook de bovengenoemde programma's hieraan bijdragen. In de programma’s wordt verder invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities van de omgevingsvisie. Door de verschillende programma’s integraal uit te werken en op elkaar af te stemmen wordt het algemene omgevingsbelang bewaakt en bevorderd. Dit wordt ook geborgd met het omgevingsplan. Indien nodig doen we extra onderzoek om effecten voor de leefomgeving uit te zoeken. Hierbij zal monitoring ook een belangrijke rol spelen. Monitoring Monitoring heeft door de Omgevingswet een belangrijke plek gekregen in de beleidscyclus. Met monitoring wordt in de gaten gehouden of de ambities en doelen uit de omgevingsvisie worden behaald, dit gebeurt aan de hand van het OER. In het OER is namelijk een nulsituatie beschreven (de ‘foto van de leefomgeving’). Voor elk onderzocht aspect is beschreven hoe de huidige situatie er voor staat en wat het autonome beleid (voor de omgevingsvisie) is.
Door elke paar jaar opnieuw de stand van zaken van deze aspecten inzichtelijk te maken wordt duidelijk of het nieuwe beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het halen van de ambities en doelen en daarmee aan het verbeteren van de leefomgeving. Als dit niet het geval is dan kan er tijdig worden bijgestuurd.
6
In onderstaande figuur is de beleidscyclus zoals wij daar als gemeente invulling aan geven te zien.
De omgevingsprogramma’s maken onderdeel uit van de beleidsontwikkeling en de beleidsdoorwerking. Door de omgevingsprogramma’s ook te monitoren en evalueren ontstaat de kleine beleidscyclus zoals weergeven in het figuur hierboven. In de omgevingsprogramma’s dient aangegeven te worden hoe programma de projecten en maatregelen meet. Het meten en beoordelen doen we aan de hand van de beoordelingsaspecten uit het OER. Als er nieuwe openbare bronnen beschikbaar zijn, kan hier gebruik van gemaakt worden.
7