Vaststellen omgevingsvisie Boxtel en omgevingseffectrapportage- Bijlage 1 Nota beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Compleet verhaal Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen die vinden dat er een compleet verhaal per dorpskern in de Omgevingsvisie hoort. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345929, 1345974, 1345987
Indiener is van mening dat een compleet verhaal, per dorpskernen, beter aansluit bij de beleving van bewoners. Waar Boxtel een stadse inslag heeft zullen de kernen een meer dorpse inslag vragen. Dat heeft op vele aspecten invloed. Waar groen in de stad uit parken bestaat, zal dat in de dorpen meer in tuinen en vooral de vrije natuur er omheen zijn. Indiener is het daarom ook absoluut niet eens met de plannen rondom de geplande zonneparken en deze te plaatsen in de vrije natuur.
85
Antwoord: De gemeente Boxtel onderstreept juist het dorpse karakter van de kernen als kwaliteit die behouden en waar mogelijk versterkt wordt. Toevoegingen van woningen moeten bijvoorbeeld passen bij het eigen groene en dorpse karakter van de verschillende kernen. De (nieuwe) ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken en met het toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Voor wat betreft de zoekgebieden voor wind- en zon, verwijzen we naar de beantwoording in paragraaf 2.1 Tekstvoorstel vitale kernen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345868
Indiener doet een tekstvoorstel, dit is onderstreept: Voor de vitale kernen is het belangrijk dat jong en oud een passende woning kunnen vinden en voorzieningen zoals buurthuizen, basisscholen en sportvoorzieningen behouden blijven. Het eigen karakter van elk dorp wordt beschouwd als waardevol. Het is de diversiteit van de kernen wat samen met het meer stedelijke karakter van voormalig gemeente Boxtel een aantrekkelijke palet voor de toekomst vormt. In Esch geeft Broxven en in Liempde Daasdonk mogelijkheden voor bedrijvigheid. Aan de rand van Liempde zijn er mogelijkheden voor woonwerkkavels. Om de leefbaarheid te verbeteren kan het wenselijk zijn om één of enkele bedrijven die overlast veroorzaken te verplaatsen naar een andere locatie. Verplaatsen van een bedrijf kan ook wenselijk zijn om andere ontwikkelingen te realiseren. In bruisende dorpskernen, zoals Esch, Lennisheuvel en Liempde zijn voorzieningen en ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte belangrijk. In de openbare Ruimte zijn voor parken, pleintjes, ommetjes, sport en spel en kunst en cultuur belangrijk. Ze versterken de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en stimuleren samen bewegen. Het nadrukkelijke streven is om deze plekken binnen de kernen te behouden en waar mogelijk te versterken, waarbij ook maatregelen worden genomen voor klimaatadaptatie.
Voor nieuwe woningen zijn in Liempde, Esch en Lennisheuvel kleinschalige uitbreidingen aan de randen mogelijk. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter. De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken en met het toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Deze verbindingen bestaan bijvoorbeeld uit nieuwe wandelpaden in combinatie met de aanleg van bosjes en hagen. Met name Liempde en in meer bescheiden mate ook Esch, spelen hierin een rol voor het toerisme als gastvrije kern met een divers aanbod van horeca, overnachtingsplekken, cultuur en winkels met lokale producten. Voor de leefbaarheid wordt doorgaand gemotoriseerd verkeer in de kernen zoveel mogelijk geweerd. Voor Esch geldt eindbestemming voor auto verkeer vanuit alle richtingen. De fietsverbinding tussen de kernen wordt beter benut en waar nodig uitgebreid, zoals tussen Esch en Boxtel en Lennisheuvel en Boxtel." Antwoord: Van tekstvoorstel 1 nemen we de eerste zin aangepast over: Het eigen karakter van elk dorp is waardevol. Het tweede deel is al in aangepaste vorm opgenomen onder 7b Kernkwaliteiten en ziet toe op de gemeente als geheel en niet specifiek op het deelgebied 'Vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde'.
Het toevoegen van voorzieningen is overbodig, omdat onder het algemene uitgangspunt 'Aangenaam leven' al is opgenomen dat bij een aantrekkelijke woonomgeving ook passende voorzieningen voor alle kernen horen. Het toevoegen van 'in de openbare ruimte' leidt mogelijk tot een ongewenste beperking. Zo kunnen bijvoorbeeld ook kunst en cultuur in bebouwde voorzieningen plaatsvinden. Het belang van ontmoeting is al genoemd in de eerste zin van de tweede alinea van dit deelgebied. Door de woorden 'met name' gaat het bij toerisme niet uitsluitend over Liempde, maar ook over de kernen Esch en Lennisheuvel en is een tekstaanpassing niet nodig.
86
De omgevingsvisie 2040 is een visie op hoofdlijnen. Een concrete uitspraak dat Esch eindbestemming is voor autoverkeer uit alle richtingen past niet bij een visie op hoofdlijnen. Een dergelijke keuze vraagt om onderzoek naar de consequenties en vraagt om uitwerking in het programma Mobiliteit of concretere gebiedsvisie.
3.6.4 Bedrijfsfuncties Wandel- en fietsverbinding moeten uitnodigen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918
Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) reageert op het hoofdstuk “Bedrijfsfuncties”. Indiener stelt voor toe te voegen dat de wandel- en fietsverbindingen ook uitnodigend en aantrekkelijk (in de zin van beleving) moeten zijn. Antwoord: In relatie tot bedrijfsfuncties merken we op dat de nadruk ligt op goede en functionele verbindingen, richting en over Ladonk. Uiteraard proberen we waar mogelijk de beeldkwaliteit te verbeteren. Maar de nadruk/prioriteit ligt niet op aantrekkelijkheid in de zin van beleving. De beschrijving 'goede fietsverbindingen' vinden wij daarom beter passend en wijzigen we niet. Opheffing geluidszonering Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918
Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) vraagt zich af wat het voornemen voor de opheffing van geluidszonering voor gevolgen heeft voor zittende bedrijven die overmatig lawaai produceren. Het gevolg hiervan is namelijk dat grote lawaaimakers zich dan niet meer kunnen vestigen, aldus de indiener. Antwoord: Op Ladonk is nu nog voor een zeer beperkt gedeelte sprake van een gezoneerd bedrijventerrein. Grote lawaaimakers zijn bedrijven die alleen mogelijk zijn op een gezoneerd bedrijventerrein. Er bevinden zich al meerdere jaren geen grote lawaaimakers meer op Ladonk. Voor de zittende bedrijven zijn er dan ook geen gevolgen. Er zijn bij de gemeente ook geen initiatieven bekend dat een grote lawaaimaker zich op Ladonk wil vestigen. Geur- en luchtemissie op Ladonk Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345994
Indiener benoemd dat op pagina 36 staat: ‘Grote lawaaimakers mogen zich dan niet meer op Ladonk vestigen’. Indiener is van mening dat dit gecomplementeerd dient te worden met geur- en luchtemissie. Antwoord: De zinsnede is bedoeld voor het in de toekomst verwijderen van de geluidzone op Ladonk om de grote lawaaimakers te weren. Ladonk blijft een groot industrieterrein waar bedrijven nu en in de toekomst gevestigd zijn. De bedrijven dienen zich aan de milieuwetgeving te houden en worden hierop gecontroleerd door de Omgevingsdienst. Vorst C Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over Vorst C. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. 87
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345918
Indiener (Stichting Rond Kerk en Orion werkgroep CROLL) benoemd dat Vorst C wordt gereserveerd als mogelijke werklocatie voor de lange termijn en dat begin 2018 het Brabants Dagblad een artikel publiceerde over Vorst C met daarin de verwijzing naar een besluit van het provinciebestuur. Dat komt er volgens indiener op neer dat deze locatie niet meer als bedrijvenlocatie ontwikkeld zou worden. Bovendien heeft de gemeente de grond naar aanleiding van dat besluit terug verkocht aan de voormalige eigenaar, aldus de indiener. Indiener vraagt zich af of het besluit van het provinciebestuur gepubliceerd kan worden. Indiener vraagt zich af waarom de omgevingsvisie terugkomt op eerdere besluit, door gebied Vorst C nu toch als mogelijke werklocatie aan te wijzen. Vervolgens wordt er ook nog aan gekoppeld dat het gebied kan worden ingezet voor zonnevelden. Dat is geen bedrijfsinvulling, dus in dit onderdeel niet op zijn plaats. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972
Indiener geeft aan geen uitbreiding van industrie richting de Vorst te willen, maar eerst graag de beschikbare panden te willen benutten. Daarnaast is indiener ook van mening dat het tegenstrijdig zou zijn met zicht op het idee om de gemeente groen of nog groener te maken/ houden en meer recreatie te willen. Indiener zou Vorst B en C liever niet terug zien in de omgevingsvisie. De reden hiervoor is ook het opofferen van landbouwgrond. Antwoord: Vorst B (GreenTech Park Brabant) en C zijn al langere tijd in beeld om te ontwikkelen, daarom ook in deze hoedanigheid meegenomen in Omgevingsvisie. Om onder andere lokale bedrijven ruimte te bieden is er nieuw bedrijventerrein nodig, hier is Vorst B voor in beeld. De vrijkomende panden kunnen dan weer opnieuw ingevuld worden. Met de ontwikkeling van GreenTech Park Brabant op Vorst B wil de gemeente beide; nieuw/groen bedrijventerrein en vrijkomende panden benutten. Voor wat betreft besluiten van de provincie (het is niet duidelijk op welke besluiten indiener precies doelt) verwijzen we indiener naar de provincie. Het gebied bekend als Vorst-C is in de omgevingsvisie gereserveerd als mogelijke werklocatie voor de lange termijn. Dit gebied kan ook een rol spelen in de energietransitie, met tijdelijke zonnevelden, en als zoekgebied voor een waterstof-hub. De hoogte in bouwen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972
Indiener geeft aan en helemaal niet te willen dat er de hoogte in wordt gebouwd, om te voorkomen dat de bewoners aan de Vorst en Brede Heide tegen deze industrie panden aan zitten te kijken. Antwoord: Bij ontwikkeling (ontwerp bestemmingsplan en inrichtingsplan) op Vorst B wordt er rekening gehouden met de bouwhoogte en ook een groene bufferzone.
88
3.6.5 Natuurgebieden Verbinden en verbeteren van natuurgebieden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345052
Indiener vindt het goed dat de omgevingsvisie gericht is op: het verbinden en kwalitatief verbeteren van de natuurgebieden, het vergroten van biodiversiteit, het belang van de beken en beekdalen en het verbeteren van de waterkwaliteit. Antwoord: We hechten als gemeente inderdaad veel waarde aan ons groen-blauwe karakter en streven er in onze visie naar om groen en water robuust, verbonden en beleefbaar te houden en te maken in ons landschap. Bescherming leembossen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) benoemd dat een van de belangrijkste verbindingen om de N2000 status van Kampina te behouden en te versterken de EVZ is (verbinding tussen Dommeldal en Kampina). Indiener vindt dat er extra aandacht en energie (via de visie en bijvoorbeeld via een uitvoeringsplan) voor moet komen. Indiener benoemd dat de bufferzones nog uitgewerk moet worden, maar juist die bufferzones zijn landschappelijk en ecologisch van belang om N2000-doelstellingen in de natuurgebieden te behouden. Daarom moet rond de natuurgebieden geen intensieve landbouw, boomteelt, zonnevelden en intensieve recreatiebedrijven toegestaan worden volgens de indiener. Verder geen onwatering, geen beregening, geen bestrijdingsmiddelen en geen kunstmestgebruik en strenge afspraken. Of dit te vatten is onder de term natuurinclusieve landbouw vraagt de indiener zich sterk af. Indiener benoemd dat de recreatieve druk op de Boxtelse natuurgebieden al te hoog is. Het is van belang om samen met de terreinorganisaties en particuliere eigenaren te gaan zoneren, aldus indiener. Indiener benoem: De Boxtelse leembossen (o.a. De Geelders, De Scheeken en velder ) waren en zijn nog steeds Natura 2000-waardig hetgeen helaas destijds niet door de landelijke overheid is onderkend. De Boxtelse leembossen zijn nationaal en internationaal van belang. Het gaat daarbij o.a.
over de habitattypen Eikenhaagbeukenbossen en Vochtiggalluviale bossen, aldus de indiener. Voor het eerste (zeldzame) bostype geldt dat in Nederland slechts 20% van het geschatte landelijk oppervlak in Natura 2000-gebied ligt. Andere voor Natura 2000 kwalificerende waarden naast beide habitattypen zijn de soorten zoals wespendief, zwarte specht, middelste bonte specht maar met name de recent aangetroffen vermiljoenkever, wespendief en zwarte specht hebben in de leembossen veruit de hoogste dichtheid vergeleken met alle andere rijke bossen in Nederland. Het is volgens indiener van belang dat deze leembossen versterkt worden en met goede bufferzones beschermd worden. Antwoord: We danken de indiener voor de verschillende suggesties voor specifieke aandacht voor het belang van verbinden –en versterken en verhogen van de kwaliteit van bestaande natuurgebieden. Dit is een gedetailleerde uitwerking van de Omgevingsvisie, die binnen het programma’s Natuur, landschap en biodiversiteit, dan wel gebiedsprocessen (zoals GGA Kampina) opgepakt kunnen worden.
89
Liempde als cultuurhistorisch super-ensemble Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) benoemt dat Liempde van belang is als cultuurhistorisch super-ensemble. De bijzondere meerwaarde van Liempde zit volgens de indiener niet in de ruime aanwezigheid van bijzondere leembossen, populierenrijen, bolakkers, beekdalen en langgevelboerderijen, maar juist in het feit dat deze waarden als geheel nog aanwezig en beleefbaar zijn en dat de relatie tussen de verschillende waarden ook nog aanwezig is. Indiener vindt dat er via de omgevingsvisie aandacht en stimulering moet zijn voor het versterken van de waarde van Liempde als cultuurhistorisch super-ensemble. De belangrijke Boxtelse en Liempdse kwaliteit zijn volgens indiener de open-akkercomplexen (bijv. Kasteren, Hezelaar, Vrilkhoven, Munsel, Luisseletc.). ln 2005 heeft de gemeente een zeér uitgebreid onderzoek door Kortlang en Leenders laten uitvoeren, waarbij Liempde bepaald werd als cultuurhistorisch superensemble. Het is van belang om dít onderzoek als basis voor het behoud van deze waarden te gebruiken, aldus indiener. Antwoord: De cultuurhistorische waardestelling van Bolle Akkers en Open Akkers in het buitengebied van Boxtel en Liempde, wordt meegenomen in de actualisatie van het erfgoedbeleid. Deze cultuurhistorische gegevens worden meegenomen in het verhaal van gemeente Boxtel.
Wettelijke natuurwaarden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073
Indiener (Groene Hart) benoemd dat bij een nieuwe waardering van de ruimte dient te worden uitgegaan van de werkelijk natuurwaarden en niet zoals gebruikelijk als zodanig op de plankaart opgenomen percelen die een compromis zijn tussen natuur en economische belangen. Het grote gebrek van de tot nu toe gevolgde waarderingsmethodiek is volgens de indiener dat uitgegaan wordt van de huidige gebiedswaarde die bepaald wordt door de grillen van de toevallige beheerswijze. De echte gebiedswaarde wordt volgens de indiener mede bepaald door de potentiele natuur en landschaps ontwikkelingswaarde. Daar komt dan nog bij dat de vergaande verstening, versnippering en verrommeling van het buitengebied maken dat agrarische gronden zonder bebouwing een ruimtelijke/landschappelijke bijzonderheid zijn geworden, aldus de indiener. Volgens indiener zijn onbebouwde arealen van groot ecologisch belang voor de migratie van plant en dier. Dit alles maakt dat een gebiedswaardering zoals 'agrarisch zonder waarde ' niet meer van deze tijd zijn, aldus de indiener. Bij aanslagen op het buitengebied voor stedelijke uitbreiding of infrastructuur dienen volgens indiener ook de 'gronden zonder meerwaarde' veel zwaarder te worden meegewogen in het kader van mitigatie en compensatie. Dit geldt ook voor hun cultuurhistorische betekenis, aldus indiener.
Deze wordt niet alleen in materiele zin bepaald door persistente ruimtelijke elementen zoals kavelgrenzen oude wegen, akkers en of bebouwingen maar ook door het functionele aspect waar de gronden nog steeds agrarisch gebruikt worden zoals dat eeuwenlang het geval was. Er ligt een directe relatie tussen de cultuurhistorie en het Nationale Landschapspark Het Groene Woud. Het eigen gebiedskarakter behouden en herstellen vormt hierbij een hoofdopgave, aldus de indiener. Antwoord: We danken de indiener voor de suggestie om een andere waarderingsmethodiek te ontwikkelen om gebiedwaardes vast te leggen. Dit kan als input worden meegenomen bij nadere uitwerkingen van de Omgevingsvisie, zoals in programma's of het Omgevingsplan.
90
Financiering nieuwe natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Indiener vraagt hoe het aanleggen van nieuwe natuur samengaat met het feit dat het geld voor nieuwe natuur vanuit het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) op is grotendeels op en de gelden uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) niet lijken te komen. Antwoord: Vanuit het Rijk (en de Provincie) wordt geïnvesteerd in een duurzaam landelijk gebied en in robuuste natuur. Het doel is om de natuur te beschermen en het verlies van biodiversiteit te herstellen. De provincies moeten hier gebiedsplannen voor opstellen. Voor zover de gemeente Boxtel kan beoordelen wordt het proces rondom het BPLG programma van de provincie (en daarboven het NPLG) weer opgestart en zijn er nog steeds gelden beschikbaar en te verdelen. Stimuleren groenblauwe dooradering Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Volgens indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) is het van belang dat de gemeente Boxtel actief een regeling promoot, al of niet regionaal, waarbij groenblauwe dooradering gestimuleerd wordt. Indiener wil deze actie ondersteunen en waar nodig helpen om dit voor elkaar te krijgen. Antwoord: We danken de indiener voor het aanbod om te ondersteunen bij de opgave om groenblauwe dooradering in het buitengebied te verhogen. Stimulering van groenblauwe dooradering zal worden opgepakt binnen het Programma Natuur, landschap en biodiversiteit. Ecologisch netwerk Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073
Indiener (Groene Hart) benoemd dat een ontwerp van een plaatselijk ecologisch netwerk tot op perceelniveau (met aanduiding van op te lossen ecologische knelpunten) noodzakelijk is om ontwikkelingen die daar van invloed zijn, goed te kunnen sturen. Nog niet bebouwde openingen in lintbebouwingen of bebouwingsconcentraties dienen volgens de indiener gehandhaafd te blijven t.b.v. een te behouden doorkijk naar het buitengebied en de functie als ecologische verbindingscorridor (moet dus deels uitmaken van het plaatselijk eco-netwerk), aldus de indiener. Antwoord: het past niet binnen het detailniveau van de omgevingsvisie om tot op perceel niveau met aanduidingen van op te lossen knelpunten te komen. We nemen de genoemde suggesties mee voor de nadere uitwerking in programma's. Percentage voor natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345052
Indiener geeft aan dat het wenselijk lijkt om in het buitengebied een percentage vast te stellen voor houtwallen, hagen en rietkragen. Antwoord: De voorgestelde maatregelen gaan verder en zijn concreter dan wat er nu in de omgevingsvisie staat (het abstractieniveau van de visie). Een percentage of norm voor bijvoorbeeld houtwallen, hagen en rietkragen zijn geen onderdeel van de omgevingsvisie maar kunnen wel uitgewerkt worden in een programma onder de omgevingsvisie. We houden hiervoor ook de
91
ontwikkelingen voor een mogelijke landelijke Groennorm in de gaten om bij te dragen aan o.a. klimaatadapatatie, biodiversiteit en/of gezondheid. Gebruik begrip natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345864
Indiener geeft aan dat het belangrijk is om het begrip 'natuur' correct te gebruiken. Omschrijvingen als het doen van “natuurherstel” en maken van “natuurvriendelijke oevers” zijn volgens indiener niet correct. Het afgraven van oevers voor het maken van de zogenaamde “natuurvriendelijke oevers” is volgens indiener juist natuurvernieling. Indiener stelt dat er wel van 'ecologieherstel' gesproken kan worden, evenals 'bodemherstel' om daarmee de basis van een rivier en of een landschap te herstellen. Antwoord: De keuze binnen deze omgevingsvisie is gevallen op de woorden 'natuurherstel' en 'natuurvriendelijke oevers'. Dit zijn beide gangbare en geaccepteerde termen en de gemeente wijzigt deze terminologie daarom niet. Definitie natuur Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346073
Indiener (Groene Hart) vraag hoe natuur gedefinieerd wordt. Wat onder 'natuur' verstaan dient te worden wisselt nog erg en voert tot onenigheid, aldus de indiener. Om dit op te lessen doet indiener het volgende voorstel: natuur is zo min mogelijk door de mens beïnvloede hoedanigheid. natuurwaarden bestaan uit: abiotische natuurwaarden (waterregiem, bodemstructuur en geomorfologie). Deze vormen het fundament van alle natuurwaarden zoals de biotische (flora en fauna). De derde betekenis is die van de potentiële natuur ontwikkelwaarde. Antwoord: De term natuur zoals o.a. veelvuldig gebruikt in paragraaf 3.6.5. uit de Omgevingsvisie heeft veelal betrekking op alle gronden die in het omgevingsplan een bestemming natuur hebben. Over het algemeen zijn dit gronden die liggen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit betreft de fysieke locatie en niet zozeer wat deze natuur inhoudt. We stellen voor om dit in de begrippenlijst te benoemen en de navolgende definitie van het begrip natuur op te nemen. Het begrip natuur omvat alle levende organismen, hun habitat, het ecosysteem waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf functionerende ecologische processen, ongeacht of ze al dan niet voorkomen onder invloed van menselijk handelen, met uitsluiting van de cultuurgewassen, de landbouw- en huisdieren.
Belasting natuur door recreatie Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de belasting van natuur door recreatie. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937
Indiener stelt dat recreatie ook een belasting geeft voor de natuur. Hierbij kan gedacht worden aan stikstof uitstoot, verkeersbewegingen, afval wat mensen achterlaten en ook wat er door mensen vernield wordt.
92
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) benoemd dat de recreatieve druk in de gemeente Boxtel te hoog is. Volgens indiener is het van belang om te zoneren en bijvoorbeeld de schouwpaden niet meer te gebruiken voor recreatie. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973
Indiener (Beraad de verborgen Buitens) benoemd dat er is opgenomen om de recreatiedruk op de Natura2000 gebieden af te nemen door de recreatie te verspreiden binnen de overige natuurgebieden en landelijk gebied. Indiener begrijpt deze aanpak, maar ziet dezelfde bedreigingen en effecten op natuurgebieden. Dit vraagt dus om een zorgvuldige aanpak, ook in samenwerking met de (landgoed)eigenaren. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995
Indiener vindt het tegenstrijdig dat er volgens de visie meer recreatie en toerisme in het buitengebied komt, resulterend in een hogere stikstofuitstoot (door meer verkeersbewegingen en activiteiten), terwijl de agrariërs hun uitstoot juist moeten beperken. Antwoord: De gemeente onderschrijft de zienswijze en streeft ook naar een zorgvuldige aanpak waarbij maatregelen nader worden uitgewerkt in een programma samen met partners in het gebied en andere overheden. Recreatie zou kunnen leiden tot een toename van vormen van belasting op de natuur. De gemeente Boxtel zet voornamelijk in op kleinschalige recreatie en noemt het belang van het station als overstaplocatie voor toerisme. Met het oog op bestaande toerisme wordt o.i. niet ingezet op grootschalige recreatie en bijbehorende effecten in het OER. Op deze manier wil Gemeente Boxtel juist meer ruimte bieden aan agrariërs en landgoederen door het bieden van uitbreidingsmogelijkheid van de functies voor het landelijk gebied. Hoe dit invulling zal krijgen, zal per gebied verschillen en wordt de komende jaren uitgewerkt in het programma Vitaal landelijk gebied en programma Recreatie en Toerisme. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346053
Indiener benoemd dat er op pagina 37 staat ‘We voorkomen hierbij verstoring van de natuur door te veel recreatie op één plek toe te staan.’ Volgens de indiener ontbreekt hier het woordje ‘niet’ en moet er staan: ‘We voorkomen hierbij verstoring van de natuur door te veel recreatie op één plek niet toe te staan.’ Antwoord: Er is sprake van een verschrijving. Wij danken de indiener voor de alertheid en passen de zin aan. Paardensport in natuurgebieden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345972
Indiener geeft aan dat het mooi zou zijn om meer mogelijkheden te hebben om bv de paardensport/hobby te mogen beoefenen. Indiener ziet dit dan ook graag terug in de omgevingsvisie en zou meer ruimte willen voor recreatie in de natuurgebieden, specifiek de paardensport. Antwoord: Dit zal veelal zijn uitwerking vinden in de gebiedsprocessen rondom de natuurgebieden, waarbij het "reguleren" van recreatie in de nog vast te stellen bufferzones rondom de natuur kern als doel hebben om de kwetsbare natuur te beschermen. We passen daarom de omgevingsvisie nu niet hierop aan. De gemeente kan bij de uitwerking van de Omgevingsplannen wel ruimte bieden aan paardensport, maar de grondeigenaren niet dwingen om dit toe te staan. 93
Natuurbeheer bij de kleine Aa Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937
Indiener geeft aan dat het rond het gebied aan de kleine Aa, al een groot gebied getoverd is tot natuur. Dit moest een open natuurgebied zijn. Indiener nodigt uit om eens te gaan kijken hoe het er nu uitziet. Nog 20 jaar verder en het is totaal dicht gegroeid omdat het beheer ervan aan zijn lot wordt overgelaten, aldus indiener. Antwoord: De betreffende gebieden zijn in bezit en beheer van natuurbeherende organisatie. Het beheer van deze gebieden is geen onderdeel van de Omgevingsvisie.
3.6.6 Beekdalen Agrarische mogelijkheden binnen beekdalen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over agrarische mogelijkheden binnen beekdalen. Enerzijds zijn indieners tegen intensieve teelt op beekdalen. Anderzijds vragen indieners zich af of er enkel natuurinclusieve landbouw mogelijk is. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel aankijkt tegen agrarische mogelijkheden binnen beekdalen. Enerzijds tegen intensieve teelt; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894 •
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) vindt dat de druk/opmars van de bomenteelt en andere intensieve teelten op de beekdalen teruggedrongen dient te worden. Het kleinschalige cultuurlandschap dient weer prioriteit te krijgen volgens de indiener. Dit om een beekdalindustrielandschap, net als het met stellage-teetten volgepakte Dommeldal (Kleine Dommel) in Nuenen, te voorkomen. Dit geeft volgens de indiener het voorbeeld hoe het juist niet moet.
Anderzijds voor intensieve teelt; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937
•
Indiener geeft aan dat beekdalen de beste gronden zijn voor de landbouw. Dus als hier het waterpeil wordt verhoogd, krijgt men een probleem. Zeer vruchtbare gronden gaan dan ten onder. Dit mag en kan niet wil je de vruchtbare grond in ere houden.
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899 en 1345902
•
Indieners benoemen dat de vruchtbare gronden zoveel mogelijk beschikbaar blijven voor de landbouw. Volgens indieners vallen beekdalen onder de meest vruchtbare gronden en worden al decennia bewerkt. Deze gronden zijn minder gevoelig voor droogte en hebben vaak een hoog organisch gehalte door de eeuwenlange bewerking. Deze gronden zorgen voor goede productie en opbrengsten, aldus de indieners. Indieners zijn van mening dat de visie op de beekdalen een grote belemmering is voor bestaande en blijvende bedrijven welke deels hun grond in het beekdal hebben liggen. Indieners benoemen dat de mindere gronden door ruilverkavelingen in Boxtel door de laatste decennia al omgevormd naar natuur of extensieve landbouw. Er is de laatste 20 jaar in Boxtel al 400 Ha van landelijk gebied omgezet in Natuur, aldus de indieners.
94
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345960
•
Indiener vindt het belangrijk dat gangbare landbouw, die door de jaren heen al veel duurzamer is geworden en de kringloop al steeds verder heeft gesloten ook in de toekomst mogelijk blijft. Echter wordt hier in het ontwerp omgevingsvisie niet over gesproken, aldus de indiener. Om ook in de toekomst voor het bedrijf van de indiener bestaansrecht te houden, is het volgens indiener belangrijk dat ook in de beekdalen ontwikkeling van boerenbedrijven mogelijk blijft zonder extra beperkingen.
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995
•
De grond van indiener valt gedeeltelijk in het beekdal van de Essche stroom. In de ontwerp omgevingsvisie geeft dit veel beperkingen voor de bedrijfsvoering van indiener. Bijvoorbeeld door uitsluiting van gewassen, omdat gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest niet meer mogelijk is. Ook benoemd indiener dat er wordt gezegd dat de meest vruchtbare gronden voor de landbouw behouden worden. Deze gronden liggen volgens indiener zeker ook in de beekdalen waar minder last ondervonden wordt van droogte in de zomer, zodat deze gewassen vaak een hogere opbrengst hebben dan elders.
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346043
•
Indiener benoemd zijn percelen die in het beekdal liggen. Zoals nu omschreven in de visie zijn de beekdalen volgens indiener een grote belemmering voor bestaande en blijvende bedrijven. Citaat: “Met oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. Dit is noodzakelijk voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico’s stroomafwaarts”. Indiener geeft aan erg geschrokken te zijn van dit citaat en indiener krijgt het gevoel dat de onderneming van indiener niet meer gewenst is in dit gebied. Daarbij lijkt het erop dat de gemeente iedere vorm van verandering binnen het bedrijf of de gebouwen van indiener tegen zal werken. Dit baart indiener grote zorgen. Antwoord: De gemeente begrijpt de zorg van de indieners en vindt het spijtig te lezen dat de indieners het gevoel hebben niet meer gewenst te zijn in dit gebied. Vooropgesteld: de omgevingsvisie en omgevingsvisiekaart gaat niet in op perceel niveau of specifieke bedrijven en doet daar geen uitspraken over. Zie ook de algemene beantwoording in hoofdstuk 2 van deze nota. En hoofdstuk 2.1 met de toelichting ten aanzien van duurzame landbouw.
Aanvullende in antwoord op de zienswijzen van indieners over landbouw in de beekdalen: Het klopt dat de gemeente de beekdalen en de meest natte gebieden niet inzet voor nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouw en/of het toevoegen van verharding. We gaan uit van een omslag naar duurzame landbouw, waarin water en bodem leidend zijn voor het gebruik van de beschikbare gronden. Intensieve (bomen)teelten zijn naar verwachting derhalve niet passend in de natte beekdalen. Voor zover gronden in beekdalen niet noodzakelijk zijn voor klimaat(veiligheid) zoals waterberging gaan we ervan uit, dat deze veelal beschikbaar blijven voor de landbouw, bijvoorbeeld in de vorm van grasland. De gemeente stelt ook in de omgevingsvisie dat de meest vruchtbare gronden zoveel mogelijk beschikbaar blijven voor duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuur inclusieve landbouw. Hiertoe kunnen ook de beekdalen behoren. De nadere uitwerking hiervan volgt in de programma’s en deels ook vanuit beleid en regels vanuit de provincie en het waterschap. 95
Het is dus niet gezegd dat ‘er niets meer kan of dat het niet meer gewenst is in dit gebied’ en dat de gemeente ‘iedere vorm van verandering tegen zal werken’ zoals enkele indieners stellen. Veranderingen binnen het bedrijf of de gebouwen van indieners zullen beoordeeld worden of deze klimaat adaptief zijn, passen bij bodem en watersysteem en/of een duurzame of natuur inclusieve landbouw wordt toegepast en op grond van de geldende wet- en regelgeving. Houtteelt in natte gebieden Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902
Het bedrijf van indiener heeft goede beekdal gronden in gebruik rondom het Smalwater en de Dommel. Ook liggen er volgens indiener percelen van andere Boxtelse boomkwekers rondom De Dommel in Liempde en de Koevoortseloop. Indiener benoemd dat het bestemmingsplan ‘Buiten gebied Boxtel’ aangeeft dat er in een zone rondom het Smalwater tussen de Kapelweg een verbod is op houtachtige teelten. De reden hiervoor is dat het een (half) open cultuurlandschap betreft, alsdus indiener. Dit strookt volgens de indiener niet met de Omgevingsvisie waarbij men in lagere en nattere gebieden vaak rondom waterstromen beekdalen nu graag een productie ziet van duurzaam geteeld hout en ander Biobased bouwmaterialen. Dit tast volgens de indiener ook de openheid van het gebied aan en ruikt naar willekeur. Antwoord: De uitwerking van de Omgevingsvisie in regels vindt plaats in het Omgevingsplan. We gaan ervan uit, dat er een omslag naar natuurinclusieve landbouw wordt gemaakt, waarbij water en bodem sturend zijn. Bij het opstellen van de Omgevingsplan regels wordt integraal naar een gebied gekeken, waarbij ook cultuurhistorische of landschappelijke waarden, zoals het open akkercomplex ten zuiden van de Kapelweg juist aanleiding kunnen geven om beperkingen aan agrarisch gebruik op te leggen en niet zozeer de ligging in het beekdal.
Ruimtelijke ontwikkelingen in Beekdalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345052
Indiener vindt het goed dat met het oog op klimaatverandering nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen tegen worden gegaan waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd. Indiener is van mening dat dit met terugwerkende kracht ook geldt bij het bouwen in de pastorietuin in Boxtel wat een belangrijke groene stapsteen is in de verbinding van natuur. Antwoord: De visie gaat om toekomstige ontwikkelingen richting 2040 en doet geen uitspraken over de aanvaardbaarheid van concrete plannen die onder de Wet ruimtelijke ordening in procedure zijn gebracht. Waterkwaliteit Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de waterkwaliteit in de Beekdalen. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345902 en 1346039
Indiener is van mening dat oppervlaktewater zoals De Dommel en Smalwater/ Kleine Aa in Boxtel vaak ook vervuild is door lozingen van niet agrarische bedrijven, al dan niet uit België, dat via de Kempen door Boxtel stroomt of door overstorten van riolen bij grote hoeveelheden regen.
96
Onderstaande heeft betrekking op 1345937
Indiener stelt dat vervuiling van water vaak al elders vandaan komt, zoals niet agrarische bedrijven uit de Kempen en België. Dit alles stroomt wel door Boxtel den Dommel / Kleine Aa. Vaak zitten er ook nog overstorten op, aldus indiener. Antwoord: De invloed van vervuiling door industrie wordt meegenomen in het beleid van de waterschappen, echter hebben we in Boxtel geen directe invloed op deze vervuiling. Overstorten vanuit de riolering zijn sterk verminderd vanwege de hogere eisen die we hebben om over te mogen storten. Er is veel regenwater afgekoppeld van het riool, waardoor er minder overstorten plaatsvinden. Hiermee wordt voldaan aan de eisen. Een enkele overstort heeft een tijdelijke lokale impact, maar is minder erg dan een constante vervuiling. De invloed van chemische gewasbeschermingsmiddelen is separaat te meten en is een constante aanvoer. Wat betreft de waterkwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater hanteren we de (Europese) normen (KRW). In het landelijk gebied zijn met name de provincie en Waterschappen hiervoor aan zet. Door in de omgevingsvisie de omslag naar natuur inclusieve landbouw en het nemen van inrichtingsmaatregelen op te nemen, zetten we in op de verbetering van de waterkwaliteit op ons eigen grondgebied. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345995
Indiener is bang de schuld te krijgen als de doelen van de waterkwaliteit niet gehaald gaan worden, terwijl het overgrote deel van het water door de Essche stroom en waterschapssloten in het gebied komt. Indiener vreest hierdoor extra maatregelen opgelegd te krijgen terwijl indiener er al veel aan doet om de waterkwaliteit goed houden en zo mogelijk te verbeteren. Ook waterpeil verhogingen in het gebied zullen een negatief effect hebben op de uitspoeling van nutriënten, om nog maar niet te spreken over wat er gebeurt als er water uit de stromen op ons land komt. Antwoord: Niemand krijgt de schuld, tenzij er aantoonbaar bewuste lozingen op of in de bodem of op oppervlaktewater plaatsvinden. De bijdrage van de gemeente aan de KRW-richtlijnen is erop gericht om te zorgen dat het oppervlaktewater niet zwaarder vervuild de gemeente verlaat dan dat het de gemeente is binnengekomen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) benoemd dat De Groote Waterloop in Liempde al jarenlang aandacht krijgt als EVZ-verbinding (tussen Velder De Scheeken en het Dommeldal) en deze toch niet optimaal functioneert. De kwaliteit van het water (door overstorten en A2-rijkweg-water) schiet volgens indiener te kort en de ecologische natuurzone is te smal, waardoor aanliggende landbouwpercelen te veel invloed hebben op de kwaliteit en het ecologisch belang van de Groote Waterloop. Indiener benoemd dat afkoppelen van het oppervlaktewater van de A2 opgenomen zou kunnen worden als uitvoeringsactie. Dit is volgens indiener noodzakelijk vanwege de vervuiling die nu direct in de Groote waterloop stroomt. Indiener benoemd dat er maar weinig waterlopen zijn die volledig in één gemeente liggen. Hier kan de gemeente Boxtel dus het verschil maken door via de omgevingsvisie actie te ondernemen (bijvoorbeeld via een uitvoeringsplan) om de Groote Waterloop tot een volwaardige ecologische verbinding te maken, aldus de indiener. Antwoord: Gemeente en waterschap werken momenteel reeds aan (her)inrichting van EVZ Groote waterloop. De uitvoeringsactie(s) rondom afkoppeling, dan wel gebruik van het tunnelbakwater van de A2 bij Best in de Scheeken is een project waar meerdere partijen (en gemeente) bij betrokken zijn en is te gedetailleerd voor de omgevingsvisie. 97
Beekdal als leembosverbinding Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) benoemd dat Leembossen voor Boxtel van belang zijn. Daarom is het volgens indiener van belang dat het functionele leembosareaal toeneemt. Enerzijds kan dit door hydrologisch herstel en areaaluitbreiding, anderzijds kan dat door de leembossen met elkaar te verbinden en ze te integreren in het bekensysteem. Een logische verbindingsroute is volgens de indiener via het Dommeldal. Dat kan goed functioneren wanneer de leembossen ecologisch met het Dommeldal verbonden zijn en wanneer het Dommeldal ook als goede leembosverbinding is ingericht. Het is van belang om de beekdalen in te richten als goede leembosverbinding, aldus de indiener. Antwoord: De bestaande natuurgebieden worden behouden en kwalitatief verbeterd. De verschillende natuurgebieden worden bovendien beter met elkaar verbonden. Het uitbreiden van het leembosareaal en het verbinden van de leembossen vormt een nadere invulling van hiervoor benoemde uitgangspunten in de Omgevingsvisie. De suggesties worden meegenomen bij de uitwerking in de programma’s Natuur, Landschap en Biodiversiteit en Vitaal landelijk gebied. Afmeting beekdalen Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de afmeting van de beekdalen. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345894
Indiener (Natuurgroep werkgroep Liempde) benoemt het belang dat een beekdal ook kwantitatief weergegeven wordt. Indien een beekdal ecologisch optimaal moet functioneren dan is een breedte beekdal van belang, dat wil zeggen ten minste 750 meter, aldus de indiener. Dit is volgens indiener ook voor de beleving van een beekdal van belang. De beekdalen zijn een van de belangrijkste sterkten van het Boxtelse landschap. Door juist de sterkten te versterken krijgt Boxtel volgens indiener een betere identiteit en wordt het landschap en de ecologie versterkt. Door een breed én ecologisch beekdal is er minder uitspoel van meststoffen en bestrijdingsmiddelen en kunnen de laatste riooloverstorten gesaneerd worden, aldus de indiener. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345966
Indiener vraagt zich af of de verschillende beken en lopen binnen de gemeente niet meer ruimte moeten krijgen. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973
Indiener (Beraad de verborgen Buitens) benoemd dat in de omschrijving van deelgebied Beekdal is opgenomen dat nieuwe ontwikkelingen (bouwwerken of verhardingen) in de beekdalen worden tegengaan. Indiener vraagt zich af hoe dit vervolg krijgt en waar de begrenzing van de beekdalen ligt. Indiener is van mening dat dit om een nadere uitwerking en bovenal ook duidelijkheid vraagt. Indiener vraagt zich af wat hiervan de effecten voor de landgoederen zijn. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345052
Indiener vindt dat in de Omgevingsvisie ontbreekt hoe groot een beekdal is en wat er gebeurt om de waterkwaliteit te verbeteren.
98
Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345936
Het bedrijf van indiener ligt tegen het beekdal van de Dommel en de Grote Waterloop aan. Indiener stelt dat de ingetekende pijl, op de kaart, veel breder is dan in de huidige situatie. De ingetekende pijl geeft een groot gebied aan, in het net genoemde beekdal, als toekomstige verbindingszone. Antwoord: Beekdalen zijn indicatief weergegeven in de Omgevingsvisie. De precieze (benodigde) omvang voor specifieke doelstellingen zoals klimaatadaptatie (berging) en/ of natuurdoelstellingen zijn onderdeel van een nadere uitwerking in programma’s zoals Natuur, Landschap en Biodiversiteit, dan wel de regels in het omgevingsplan. Achterliggend doel in Beekdalen Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1346050
Indiener (ZLTO) vraagt wat het achterliggende doel is in de Beekdalen. Indiener benoemt het volgende; als het doel is dat de waterkwaliteit in de beek omhoog moet dan kunnen we dit onderschrijven en zullen we daaraan moeten werken. Hiervoor zal dan ook gemeten moeten worden wat de bijdrage is van bijvoorbeeld de agrarische sector om vervolgens ook de juiste stappen te kunnen zetten. Het wordt nu niet duidelijk wat het doel is. Nu kan het gelezen worden alsof er enkel natuurinclusieve landbouw mogelijk is. Antwoord: Het achterliggende doel in de beekdalen is dat er een gezond en duurzaam water- en bodemsysteem bestaat en verdere achteruitgang wordt voorkomen door te werken aan systeemherstel. Hiermee sluiten we aan bij het landelijke en provinciale beleid 'water en bodem sturend'. De omgevingsvisie geeft aan dat de meest vruchtbare gronden zoveel als mogelijk beschikbaar blijven voor duurzame landbouw. Dat kan natuurinclusieve landbouw zijn. In ieder geval een vorm van duurzame landbouw waar verstoring van de bodem en het watersysteem zoveel mogelijk wordt voorkomen.
3.6.7 Landelijk gebied NNB-grens Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over de grenzen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Enerzijds zijn indieners voor uitbreiding van het NNB. Anderzijds vinden indiener dat de huidige NNBgrens gehandhaafd moet worden. Onder ‘antwoord’ is beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Enerzijds voor uitbreiding NNB; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345973
•
Volgens indiener (Beraad de verborgen Buitens) liggen er veel kansen om het Natuur Netwerk verder uit te breiden, robuuster te maken en nieuwe natuur (NNB en ONNB) te realiseren, aansluitend op bestaande oude natuurstructuren in lijn met de gemeentelijke ambities. Indiener stelt voor om in aanvulling op de tekst dit explicieter te maken o.a. bij de uitgangspunten onder het kopje Aangenaam Leven, als ook in de nadere omschrijving van de deelgebieden en dan specifiek Landelijk gebied.
99
Anderzijds tegen uitbreiding NNB; Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345936
•
Indiener vindt dat de huidige NNB-grens duidelijk gehandhaafd moet blijven en niet uitgebreid mag worden ten koste van de schaarse landbouwgrond. Die grond is namelijk mede ook een huiskavel waar de koeien op weiden, alsdus indiener. Antwoord: De grote groene pijlen met de aanduiding 'natuur verbinden en landschap versterken' zijn indicatief en niet bedoelt als harde grens tussen natuur en landbouw en relateren dus ook niet aan het NNB-gebied. De gemeente kan in de toekomst wel meewerken aan uitbreiding van NNB –en ONNB -gebieden, maar de provincie is hierin bevoegd gezag.
Recreatie in het landelijk gebied Er zijn meerdere zienswijzen binnengekomen over recreatie in het landelijk gebied. Onder ‘antwoord’ is per zienswijze beschreven hoe de gemeente Boxtel hier tegen aankijkt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937
Indiener geeft aan dat recreatie goed is, maar dat vaste woonverblijven (zoals het er nu aan toe gaat) daar niet onder valt. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345937, 1346050
Indieners vinden dat (de ontwikkeling van) recreatieve functies geen belemmering mogen vormen voor groei en ontwikkeling van de gangbare agrarische bedrijven. Antwoord: Het landschap van onze gemeente is afwisselend: verschillende functies krijgen een plek in het landschap. Ook agrarische functies en recreatieve functies. De gemeente Boxtel neemt een positieve houding aan tegenover initiatieven/initiatiefnemers die passen binnen de omgevingsvisie en een bijdrage leveren aan de kernkwaliteiten en ambities van de gemeente. Bij een concreet initiatief wordt ook altijd naar de geldende wet- en regelgeving gekeken en bij de belangenafweging worden ook de belangen van naburige (agrarische)bedrijven meegewogen. Vaste woonverblijven (gemeente veronderstelt dat indiener hier 'permanente bewoning van recreatiewoningen' mee bedoelt) zijn in beginsel niet wenselijk. Onderstaande zienswijze heeft betrekking op 1345899, 1345902
Indiener is van mening dat toerisme en recreatie afhankelijk is van de behoefte uit de markt en ook een verdienmodel dient te hebben Dat de voormalige camping Dennenoord een recreatiepark is geworden waar heden ten dage nagenoeg alleen maar permanente bewoning is geeft aan dat er bedrijfsmatig moeilijk een verdienmodel is, aldus indiener. Indiener geeft aan dat kleinschalige recreatie als nevenactiviteit prima is, zolang dit geen belemmering geeft voor de gangbare agrarische bedrijven. Antwoord: Zo staat het ook verwoord in de omgevingsvisie: Recreatie en toerisme worden een belangrijke economische drager voor een deel van het landelijk gebied. Denk hierbij aan kamperen bij de boer, de verkoop van streekproducten en andere kleinschalige recreatieve activiteiten. Uiteraard worden plannen en initiatieven op economische haalbaarheid geschat maar dat is niet het detailniveau van de omgevingsvisie om daar een uitspraak over te doen.
100