CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen gewijzigd bp Woningbouw Ronduutje- Bijlage 2 Quick scan flora en fauna

Raadsvergadering Boxtel 27 juni 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Woningbouw Ronduutje’5.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel datum 5 april 2024 projectnummer P03151 opdrachtgever Janssen de Jong Projectontwikkeling B.V. BRO projectleider CVe opgesteld door RBo interne controle MvdS bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

Toetsing Toetsing

Vaatplanten 5.8.1

Conclusie 6.1

13

Vervolgtraject en advies

13

6.1.1

13

Soortgericht onderzoek

7

Samenvatting

14

8

Geraadpleegde bronnen

15

8

10

10 10

11 11

11 12

12 12

12

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

6

Toetsing

5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten

12

12 12

12 12

12 12

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van de realisatie van woningbouw, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 25 maart 2024 tussen 14.00 – 15.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 12°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een zuidoostenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZK genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen in het noorden van Boxtel. De locatie ligt aan het adres Ronduutje 11. Het Ronduutje bestaat uit twee wegen rondom een groenperk: een hoofdweg die de straten Stenen Kamer, Doornakkerlaan, Leenhoflaan en Molenwijkseweg met elkaar verbindt en een aftakking (éénrichtingsweg). Rondom het plangebied bevinden zich andere woningen. In het noordoosten grenst het plangebied aan een Protestantse begraafplaats die ook vanaf de éénrichtingsweg van het Ronduutje en via de zuidzijde met een pad met bomen naast het plangebied bereikbaar is. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied omvat een terrein van circa 4.870 m 2 aan het Ronduutje in Boxtel. Dit terrein is tot 2020 bebouwd geweest. Het voormalige gebouw had van oorsprong een onderwijsfunctie. Het gebouw is in de periode

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

2019-2020 gesloopt. Op dit moment ligt het terrein vrijwel geheel braak en is het nog omringd door bestaande bomen. Het terrein wordt in de huidige situatie ontsloten via de éénrichtingsweg van de straat Ronduutje. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Binnen het plangebied worden in totaal 20 rij-/hoekwoningen mogelijk gemaakt. Een globale weergave van de situering van deze woningen is in figuur 2 weergegeven. De 20 woningen worden gebouwd in 5 blokken van 4 woningen die verspreid liggen over het plangebied. Voor de ontwikkeling moeten de bomen binnen het plangebied verwijderd worden. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

5

Figuur 4: Plangebied gezien vanuit het zuiden

Figuur 5: Zuidoosten van het plangebied

Figuur 6: Plangebied gezien vanuit het zuidoosten

Figuur 7: Bebouwing in het noorden naast het plangebied

Figuur 8: Noordwesten van het plangebied

Figuur 9: Plangebied gezien vanuit het noordoosten

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

6

3

Toetsing gebiedsbescherming

tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een sa-

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnet-

menhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.

De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking

werk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en

op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en

verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit

Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura

het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones

2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en acti-

(EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig be-

viteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf

schermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikke-

in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Pro-

lingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebie-

jecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de be-

den beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbin-

schermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Na-

den. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen ne-

tura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet

gatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als

significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige

deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worHet plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtst-

den.

bijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 127 meter ten westen van Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke

2000-gebied, “Kampina en Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 2,4

kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgon-

kilometer afstand ten zuidwesten van het projectgebied (zie figuur 10). In-

derzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

dien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwingscontour houtkap bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet bij dit plan niet aan de orde. Mogelijk is er wel een gemeentelijke kapvergunning benodigd.

Figuur 10:

Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

8

5

Toetsing soortenbescherming

Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschreven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt. De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en

De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-

aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en

men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-

bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een

Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle

ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 11.54

‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige

Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-

gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-

schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies

maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de

zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling

rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-

bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een

bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (Art. 11.37 Bal)

min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaat-

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(Art. 11.46 Bal)

(Art. 11.54 Bal)

planten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal

Vogels (artikel 11.37 Bal)

Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk

Het is verboden soorten in hun natuurlijke versprei-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te

Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)

te doden of te vangen

dingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

vangen

Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)

Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en ei-

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rust-

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of

eren van vogels te vernielen of te beschadigen, of

plaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-

nesten van vogels weg te nemen

te vernielen

richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-

Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal

drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie

Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich

Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzet-

beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningplichtige activitei-

te hebben

telijk te vernielen of te rapen

ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-

Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal

genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd

storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van

zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn.

instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

-

-

In tabel 1 zijn de vergunningplichtige activiteiten per regime weergegeven. -

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke ver-

spreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verza-

spreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verza-

melen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

melen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

9

worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-

mus. Daarnaast is in de omgeving voldoende alternatief geschikt leefge-

Binnen het plangebied zijn geen vormen van bebouwing aanwezig. Hier-

len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.

bied voor de huismus aanwezig. Ook zijn er tijdens het veldbezoek geen

door kan de aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van een gebouw-

huismussen waargenomen binnen het plangebied. Een negatief effect op

bewonende vleermuissoort worden uitgesloten. Twee bomen binnen het

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

nesten van de huismus daarmee redelijkerwijs op voorhand uitgesloten. In

plangebied bevatten doorlopende holten, waardoor de aanwezigheid van

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied zijn tevens geen

een rust-of verblijfplaats van een boombewonende vleermuissoort niet kan

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil

worden uitgesloten (figuur 11). Rondom het plangebied zijn meer holten

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

aangetroffen. Wel kunnen mogelijk “algemene” soorten als merel, rood-

aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaatsen voor vleermuizen. Ten

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

borst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, en houtduif tot broeden komen

aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

in het opgaand groen binnen het plangebied.

groen te worden vermeden. Daarmee zijn overtredingen op te behouden

den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een

holtebomen bij voorbaat uitgesloten.

flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten

5.1.1

worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

5.2.1

van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

Indien de bomen binnen het plangebied gerooid worden kan er sprake zijn

vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

van (potentiële) schadelijke handelingen met betrekking tot vaste rust- of

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand

verblijfplaatsen voor vleermuizen. Indien deze bomen behouden blijven is

groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

dit niet aan de orde.

5.1

Vogels

Toetsing Toetsing

Conform het Ministerie van EZK wordt onderscheid gemaakt in verschil-

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

wetteksten wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.

Bij het rooien van de bomen bestaat de kans dat er één of meerdere ver-

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus

blijfplaatsen van een vleermuissoort verloren gaan. Verblijfplaatsen van

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broed-

vleermuizen zijn jaarrond beschermd. Middels een vervolgonderzoek dient

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

geval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van

duidelijk te worden of zich in de te slopen bebouwing verblijfplaatsen van

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient

een vleermuissoort bevinden. Op basis van het vervolgonderzoek wordt

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen

bepaald of er bij uitvoering van de werkzaamheden sprake is van een

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vo-

schadelijke handeling, en of het treffen van maatregelen en een omge-

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

gelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale po-

vingsvergunning aan de orde is alvorens er mag worden gerooid. Zie tabel

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

pulaties is dan ook uitgesloten.

2 voor een samenvatting van de beoordeling per vleermuissoort.

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

5.2

Vleermuizen

Binnen het plangebied zijn geen vormen van bebouwing aanwezig. Hier-

Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is

door kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw

het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende

worden uitgesloten. In de omgeving broeden huismussen, waarvan het

vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige

plangebied onderdeel van het leefgebied uit kan maken. In dit geval is het

dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis

plangebied echter vrij bossig, wat niet aansluit bij de habitat van de huis-

en watervleermuis.

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

10

Tabel 2: Beoordeling van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied voor verschillende vleermuissoorten binnen het plangebied

Vleermuissoort

Potentie

Type verblijfplaats

Onderbouwing

Gewone dwergvleermuis

Ja

Zomer- en paarverblijfplaats

Geschikte openingen in bomen in de vorm van holtes

Ruige dwergvleermuis

Ja

Zomer- en paarverblijfplaats

Geschikte openingen in bomen in de vorm van holtes

Rosse vleermuis

Ja

Zomer-, kraam- en paarverblijfplaats

Geschikte openingen in bomen in de vorm van holtes

Laatvlieger

Nee

-

Soort verblijft enkel in bebouwing

Gewone grootoorvleermuis

Ja

Zomer-, kraam- en paarverblijfplaats

Geschikte openingen in bomen in de vorm van holtes

Watervleermuis

Ja

Zomer-, kraam- en paarverblijfplaats

Geschikte openingen in bomen in de vorm van holtes

Vliegroutes

Nee

-

Lijnvormige landschapselementen blijven behouden

Foerageergebied

Ja

-

Hoeveelheid is relatief beperkt en daarmee niet essentieel

Algemeen

Daarnaast dienen negatieve effecten van verlichting te worden voorkomen

Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet

door verlichting gericht of uitschijnend op opgaand groen te vermijden.

vrijgestelde soorten bunzing, steenmarter, eekhoorn, das en bever voor.

5.3

Grondgebonden zoogdieren

Figuur 11:

Locaties holtebomen (geel)

Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende

5.3.1

Het plangebied vormt geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren.

kleine marterachtigen. Er zijn geen geschikte holen of nesten in de grond

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van

Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waar-

of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nest-

niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-

genomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageerge-

plaats voor deze soorten. Van de steenmarter zijn geen sporen, zoals uit-

bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-

bied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied

werpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid

stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en po-

voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrij-

van deze soort binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn tevens

tentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader van de

stelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het

geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten,

zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen

echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te

loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of

voor (incidenteel) aanwezige individuen.

dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief

het gebruik van het plangebied door de das. Binnen en in de directe om-

trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten.

geving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Hierdoor

5.4

Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om

kan de aanwezigheid van de bever binnen het plangebied redelijkerwijs

Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omge-

het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid

uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondge-

ving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm en le-

krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien

bonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of

vendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuur-

noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten

het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

gebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving

het werkgebied.

Toetsing

Reptielen

biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

11

5.4.1

Toetsing

echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet

Het plangebied bestaat uit braak liggend terrein met verspreid bomen De

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen

aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlin-

kans op aanwezigheid van / negatieve effecten op soorten van de rode

zijn op voorhand uitgesloten.

ders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aan-

lijst is daarmee zeer laag. Een overtreding met betrekking tot de specifieke

tasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort

zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorgplichtmaatre-

is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige be-

gelen worden genomen om het doden en verwonden van individuen te

schermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivier-

voorkomen.

5.5

Amfibieën

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. 5.5.1

Toetsing

kreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

5.10

Invasieve exoten

Enkele soorten binnen Nederland mogen niet worden verhandeld of ver5.7.1

Toetsing

voerd, of moeten actief worden geweerd. Voor soorten op de zogenoemde

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-

Unielijst (EU-exotenverordening) geldt een verbod op bezit, handel,

schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren. Voor lidstaten geldt de plicht om in de natuur aanwezige popu-

5.8

Vaatplanten

laties op te sporen en te verwijderen. Per soort zijn doelen en acties om-

In de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF be-

schreven (Onderbouwing strategie Unielijstsoorten). Daarnaast geldt voor

schermde soorten bekend als kartuizeranjer, kruipend moerasscherm en

enkele soorten een nationaal handelsverbod, waaronder drie soorten Azi-

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

schubvaren. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun

atische duizendknopen. Deze mogen niet worden verhandeld of vervoerd.

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging

Dit geldt ook voor grond waarin resten of zaden van duizendknoop in aan-

van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke handelingen

van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaat-

wezig zijn. Er geldt enkel een uitzondering ten behoeve van het uitroeien,

zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het

planten redelijkerwijs uitgesloten.

bestrijden of beheersen van de duizendknopen.

5.8.1

In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van

wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

5.6

Vissen

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Toetsing

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-

de nijlgans en Aziatische hoornaar. Binnen het plangebied zijn echter

schermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

geen waarnemingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.

5.9

Specifieke zorgplicht

Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke 5.6.1

Toetsing

zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de

Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-

NDFF zijn in 2023 twee waarnemingen van de huismus binnen het plan-

schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

gebied gedaan. Aangezien er geen bebouwing binnen het plangebied

5.7

Ongewervelde diersoorten

Volgens de NDFF zijn in de ruime omgeving van het plangebied waarne-

aanwezig is, is aan te nemen dat de verblijfplaatsen van deze huismussen in de omliggende bebouwing van het plangebied is.

mingen bekend van grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, beekrombout en bosbeekjuffer. Al deze soorten stellen

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

12

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden onderstaande in acht wordt genomen: 

Indien één of beide bomen met holtes binnen het plangebied gerooid worden dient vervolgonderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd te worden;

Op het rondom gelegen opgaand groen dient ten aanzien van potentiele vleermuisverblijven licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden. Dit geldt zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situatie;

Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

Voor het verwijderen van aanwezige verblijfplaatsen dient een omgevings-

6.1.1

Soortgericht onderzoek

vergunning te worden aangevraagd bij de betreffende provincie of omge-

Het bouwrijp maken van het plangebied kan negatieve gevolgen hebben

vingsdienst, in dit geval de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN). Een

voor vleermuizen, wat een flora- en fauna-activiteit met schadelijke hande-

aanvraag dient te worden onderbouwd met een activiteitenplan waar juridi-

ling betreft. Daarom zal middels soortgericht vervolgonderzoek eerst in-

sche en ecologische aspecten als de specifieke maatregelen en werk-

zichtelijk moeten worden of in de huidige situatie verblijfplaatsen aanwezig

zaamheden, de gunstige staat van instandhouding, het wettelijk belang,

zijn van de betreffende soort(groep)en. Een vervolgonderzoek naar vleer-

een alternatievenafweging en de planning in zijn opgenomen. Na het ver-

muizen loopt van half mei tot en met eind september.

krijgen van de vergunning kunnen de werkzaamheden ter plaatse van de aangetroffen verblijfplaats worden uitgevoerd, mits aan alle voorwaarden

Bij de aanwezigheid van een vaste rust- en verblijfplaats van een vleer-

uit de vergunning wordt voldaan en de gevoelige periodes worden ontzien.

muizensoort is één van de onderdelen van de noodzakelijke maatregelen

De ODBN neemt normaliter binnen 13 weken een besluit over de aan-

het tijdig aanbieden van temporele alternatieve verblijfsmogelijkheden (bij-

vraag. Indien nodig kan dit termijn met 7 weken worden verlengd.

voorbeeld vleermuiskasten). Afhankelijk van de aanwezige verblijfsfunctie(s), dienen meerdere geschikte alternatieve verblijfsmogelijkheden te worden aangeboden die de te verstoren/verwijderen verblijfplaatsen (tijdelijk) kunnen opvangen. Daarbij geldt voor de vervanging van verblijfplaatsen, afhankelijk van de aangetroffen verblijfsfunctie, een gewenningsperiode van minimaal 3 à 6 maanden waarin vleermuizen actief zijn, alvorens met de werkzaamheden ter plaatse van de verblijfplaats mag worden gestart. De wintermaanden mogen hierbij dus niet worden meegerekend. Bij de aanwezigheid van een kraamverblijf dienen alternatieve kraamverblijven zelfs minimaal een volledig kraamseizoen (mei – juli) aanwezig te zijn geweest tegelijkertijd met de huidige verblijfplaats. Dit kan tot gevolg hebben dat bij het aantreffen van een verblijfplaats pas in het seizoen na het verlenen van de omgevingsvergunning voor het verstoren ervan kan worden gesloopt. Voor een initiatiefnemer is dat vaak een extra jaar tijdverlies. Indien de projectplanning van essentieel belang is, adviseert BRO om vooraf aan het vleermuizenonderzoek al alternatieve verblijfplaatsen te plaatsen, conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument van de te verwachten soorten en verblijffuncties. Hiermee kan eventuele vertraging van de planning worden beperkt.

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

13

7

Tabel 3: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Samenvatting

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en

Natura 2000

Ca. 2,4 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maat-

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 127 m

Nee

-

Ecologische waarde en ken-

regelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke

merken blijven gelijk

handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 4: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Vleermuizen

Algemeen

Potentieel aanwezig

Sprake van schadelijke handeling

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp ma-

Globale broedseizoen loopt van maart tot half

ken of controle vooraf

augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Ja

Mogelijk

Indien de holtebomen binnen het plangebied

Bij aanwezigheid is voor de werkzaamheden

worden verwijderd dient vervolgonderzoek naar

een omgevingsvergunning nodig

de aanwezigheid van de vleermuizen uitgevoerd te worden. Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Ja

Te voorkomen

Verlichting gericht of uitschijnend op opgaand

Verlichting kan een negatief effect hebben op

groen vermijden

foerageer- en vliegroutefuncties

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

14

8

Geraadpleegde bronnen

https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten)

Algemene Literatuur 

Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV

https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen)

https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet)

Uitgeverij Zeist. 

Dietz C., O. von Halveren & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Eu-

https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren)

ropa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. 

Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.

Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. Alle soorten en

Provinciale bronnen 

Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant

https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurnetwerk-brabant-(nnb) (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)

https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/ (gegevens das in Noord-Brabant)

https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 (grenzen beschermde gebieden)

stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. 

https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 3 april 2024

Algemene websites 

https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN))

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI)

https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden)

https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten)

https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)

https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels)

https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden)

Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

15

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Ronduutje Boxtel

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=a1e6a04d-1e17-46c9-8287-ab280934541d