Vastgestelde (gewijzigde) omgevingsvisie Boxtel 200225
Tekst van het document
Het ondernemende Boxtel koestert het goede vestigingsklimaat. De werkgelegenheid en het aanbod aan werklocaties groeit mee met het aantal nieuwe woningen. Er wordt de komende jaren uitgegaan van een jaarlijkse toename van 2 hectare bedrijventerrein per jaar. Op Ladonk kan ruimte beschikbaar gemaakt worden door een betere indeling en door meer de hoogte in te bouwen. Voor de langere termijn wordt ruimte gereserveerd voor een nieuw bedrijventerrein. Hierbij wordt gekeken naar een locatie aan de A2 in combinatie met een nieuwe ontsluitingsweg en het gebied ten zuiden van Boxtel in combinatie met woningbouw en aanpassing van de Keulsebaan. Er wordt ook ingezet op innovatie, bio-economie en circulariteit door het ontwikkelen van Green Tech Park Brabant. Dit is autonoom beleid. Het landelijk gebied heeft nadrukkelijk een functie als ‘uitloopgebied’ en ‘landschapspark’ voor de kernen. De ontwikkeling van natuur en recreatie gaan hierbij hand in hand. Bijvoorbeeld door het toevoegen van hagen, bosjes, waterbergingsgebieden en wandelpaden. Daarnaast is er ook ruimte voor een toekomstige bestendige agrarische sector waarbij verschillende mogelijkheden zijn: omschakeling naar natuur inclusieve landbouw, innovatieve vormen van landbouw of landbouw in combinatie met alternatieve functies zoals energieopwekking en recreatie.
Er wordt ingezet op het behoud en waar nodig versterken van recreatieve mogelijkheden om te wandelen en fietsen. Ook wordt er ingezet op het aantrekken van recreanten en toeristen uit de regio door het behouden en het versterken van trekpleisters zoals het Oertijdmuseum, ontmoetings- en bezoekerscentra en congressen op bijv. de landgoederen. Inclusieve duurzaamheid Voor de energietransitie wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik, in verband met de schaarse beschikbare ruimte. De opgave om energieneutraal te worden krijgt vooral vorm door zon op daken en windenergie. In de regionale energiestrategie is onderzoek gedaan naar geschikte gebieden voor windmolens. Hieruit zijn drie gebieden naar voren gekomen als zoekgebied voor windmolens. De resterende opgave wordt ingevuld door goed ingepaste zonnevelden in het landelijk gebied, die ook andere functies hebben zoals recreatief medegebruik, bevordering van de biodiversiteit of waterberging.
25 | Omgevingsvisie Boxtel | Scenario’s
Omgevingsvisie gemeente Boxtel
Scenario’s | Omgevingsvisie Boxtel | 26
Omgevingsvisie | gemeente Boxtel Het groenblauwe, verbonden en ondernemende hart van de regio In de gemeente Boxtel is het prettig wonen én goed werken. De gemeente heeft een rijke cultuurhistorie, prachtige natuurgebieden en een landelijk gebied met karakteristieke dorpen, die grotendeels met elkaar verbonden zijn door de meanderende Dommel, de Essche Stroom en de Beerze. Elk dorp heeft een eigen identiteit met bijbehorende voorzieningen. Ook zorgt het rijke en diverse verenigingsleven voor veel saamhorigheid. Deze belangrijke kwaliteiten willen we in de toekomst behouden en versterken. Tegelijkertijd bieden we ruimte aan belangrijke trends en ontwikkelingen die op ons afkomen. De uitstekende ligging van de gemeente midden in de stedendriehoek Den Bosch, Tilburg en Eindhoven willen we hierbij nog beter benutten. Het ondernemershart van de gemeente Boxtel moet ook in de toekomst blijven kloppen. We beschrijven de algemene uitgangspunten per hoofdthema voor de omgevingsvisie 2040. De algemene uitgangspunten gelden voor heel de gemeente Boxtel. Ze zijn gebaseerd op de kwaliteiten, de vastgestelde ambities en bevatten onderdelen van beide scenario’s die zijn onderzocht in de Omgevingseffectrapportage. Dit met het oog op het zo veel mogelijk behalen van de ambities én het zoveel mogelijk beperken van negatieve effecten.
Een deel van de uitgangspunten is uitgewerkt in ruimtelijke keuzes die voor een groot deel op de kaart zijn ingetekend. Hoewel de tekst leidend is, laat de kaart in één oogopslag te zien wat we willen met onze omgeving op de lange termijn. Naast de algemene uitgangspunten zijn er ook specifieke gebiedsgerichte ontwikkelingen, deze zijn beschreven bij de deelgebieden op de kaart. Bij de deelgebieden zijn de uitgangspunten in samenhang verder uitgewerkt.
Omgevingsvisiekaart Boxtel
27 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Uitgangspunten Aangenaam leven De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: •
De natuur en groene kwaliteit van Boxtel wordt behouden en versterkt. Dit gaat om het groen binnen de dorpen, het groen buiten de dorpen en de verbinding daartussen. De groene kwaliteit wordt hoog gewaardeerd door de inwoners en draagt bij aan een aangenaam leven. Bodem en water zijn sturend bij ontwikkeling. Dit wordt verder beschreven onder het hoofthema Inclusieve duurzaamheid.
•
Nieuwe ontwikkelingen houden rekening met de identiteit van de plek. Er zijn veel plaatsen met een rijke cultuurhistorie, zoals de landgoederen en de historische gebouwen in de dorpen. Deze worden gekoesterd en een nieuwe ontwikkeling staat in dienst van het behoud van de cultuurhistorische waarde. Voor andere gebieden kan ontwikkeling juist leiden tot nieuwe kwaliteiten, zoals woningen of zonnevelden in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe natuur of de aanleg van waterberging. De gemeente Boxtel levert haar bijdrage aan de woningmarkt door woningen te realiseren die aansluiten bij de behoefte en duurzame verstedelijking. Tussen 2023 en 2027 willen we maximaal 1.300 woningen toevoegen; in lijn met de trend van de afgelopen jaren. Van 2028 tot en met 2032 zetten we in op maximaal 985 woningen. Tussen 2032 en 2040 is het aantal woningen nog nader te bepalen, dit wordt opgenomen in het nog op te stellen woonprogramma voor die periode. We richten ons vooral op woningen waar nu en in de toekomst behoefte aan is: betaalbare huur- en koopwoningen voor met name starters en woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens in alle leeftijdscategorieën van starters tot senioren. Duurzaam betekent dat er slim met de ruimte wordt omgegaan. Het toevoegen van woningen door inbreiding, herstructurering en transformatie heeft de voorkeur.
Hierbij worden bestaande gebouwen met een andere functie en bedrijfspercelen binnen de kernen verbouwd tot woonlocatie als dat wenselijk is, omdat aan de bestaande functie geen behoefte meer is. Ook wordt gekeken naar het splitsen van grote woningen. Mogelijkheden om woningen te bouwen binnen de bestaande kernen worden benut, in combinatie met verduurzaming van de woningen en de openbare ruimte. Om de ambities te behalen is er meer nodig. Daarom zijn er ook kleinschalige uitbreidingen mogelijk aan de randen van Esch, Liempde en Lennisheuvel, waarbij de kwaliteit van de omgeving behouden blijft. Bij de kern Boxtel zijn enkele meer grootschalige woninguitbreidingen mogelijk. Dit wordt verder beschreven bij de deelgebieden.
•
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 28
•
Bij een aantrekkelijke woonomgeving horen ook passende voorzieningen voor alle kernen. Er wordt ingezet op voorzieningen voor jong en oud, zoals basis, voortgezet en beroepsonderwijs, sport-, kunsten cultuurvoorzieningen, zorgfuncties en buurthuizen. Dat kunnen nieuwe voorzieningen zijn, maar ook het verbeteren en behouden van bestaande voorzieningen. Bijvoorbeeld door verduurzaming van de faciliteiten en aanpassingen waardoor meerdere functies en verenigingen er gebruik van kunnen maken (multifunctioneel gebruik). Om dit succesvol toe te passen is samenwerken door alle verschillende partijen heel belangrijk. Het aantal te bouwen woningen vraagt ook om te onderzoeken of extra voorzieningen toegevoegd dienen te worden. Dit onderzoek is een integraal onderdeel bij de ontwikkeling van woonlocaties.
•
De gemeente Boxtel zet in op een gezonde leefomgeving. Bij ontwikkelingen houden we altijd rekening met de gezondheidseffecten. Dit doen we door gezondheid te bevorderen en te beschermen. Het bevorderen van de gezondheid is gericht op het mogelijk maken en stimuleren van een gezonde levensstijl. Het versterken van de groene en culturele kwaliteit heeft een positief effect op de gezondheid. De inrichting van de openbare ruimte stimuleert om zelf te bewegen. De voorzieningen dragen bij aan sport en ontmoeting en hebben daarmee een positief effect. Bescherming van de gezondheid is noodzakelijk. Klimaat adaptieve maatregelen helpen tegen hittestress. Overlast door stank, geluid en luchtverontreiniging is afgenomen. We voldoen minimaal aan de wettelijke eisen en verbeteren ons op het gebied van geur, lucht- en geluidskwaliteit. We ontwikkelen beleid om overlast tegen te gaan en om invulling te geven aan het Schone Lucht Akkoord. Bij grootschalig onderhoud en herinrichting van drukkere wegen met een hogere geluidsbelasting op de woningen, worden geluidsmaatregelen afgewogen zoals het verlagen van de snelheid en het toepassen van geluidsreducerend wegdek. Een gezonde leefomgeving is ook een veilige leefomgeving. Het gaat hierbij dan om het terugbrengen van risico’s tot een acceptabel niveau en om verkeersveiligheid.
Voor de fysieke leefomgeving wordt bij ontwikkelingen in een zo vroeg mogelijk stadium rekening gehouden met de veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises, verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Het spoor, de A2, de LPGtankstations, energiedragers, zoals accu’s en waterstof, en ondergrondse buisleidingen zijn hierbij belangrijke aandachtsgebieden. Alle hiervoor relevante ontwikkelingen worden getoetst aan de bijbehorende aandachtsgebieden voor externe veiligheid. De gemeente stelt zich kritisch op richting ProRail en het Rijk om de toename van het aantal goederentreinen dat gevaarlijke stoffen vervoert en door Boxtel rijdt aan de kaak te stellen. En zo nodig dringt de gemeente aan op het nemen van maatregelen om overlast en veiligheidsrisico’s te beperken.
•
29 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Verbindend netwerk De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: •
•
•
De omgeving is zo ingericht dat iedereen deel kan nemen aan de maatschappij. De gemeente Boxtel is sociaal inclusief en stelt mensen in staat om elkaar te ontmoeten en volwaardig mee te doen, waarbij verschillen in afkomst, leeftijd, inkomen of beperking geen rol spelen. Het verenigingsleven, evenementen en vrijwilligerswerk spelen hierin een belangrijke rol en worden door de gemeente gestimuleerd. Voorzieningen (fysiek en maatschappelijk) en de openbare ruimte zijn integraal toegankelijk zodat ook mensen met een beperking hier gelijkwaardig gebruik van kunnen maken. Mobiliteit, waaronder de ontsluitingsfunctie, is een integraal onderdeel bij de ontwikkeling van uitbreidingslocaties. De gemeente Boxtel benut haar centrale ligging in de stedendriehoek 'sHertogenbosch, Eindhoven en Tilburg. En gaat een onderzoek doen naar een nieuwe ontsluiting en naar de mogelijkheden van aangrenzende bedrijvigheid. Er wordt volop ingezet op deelmobiliteit, het (openbaar) vervoer, de fiets en wandelen, waaronder ook gedragsverandering van de samenleving. Het treinstation van Boxtel wordt verder ontwikkeld naar een mobiliteitshub. Het station groeit door als op- en overstap locatie met meer ruimte voor deelmobiliteit en voorzieningen. De bereikbaarheid van het station per fiets wordt verbeterd en de omgeving en bijbehorende voorzieningen worden aantrekkelijk en veilig ingericht.
Autobereikbaarheid en -parkeren blijft ook van belang, maar heeft minder prioriteit en wordt meer naar de randen verplaatst. Er wordt hier rekening gehouden met het karakter van elke kern. Er komt meer ruimte voor duurzame vormen van vervoer, zoals deelmobiliteit en laadpunten voor elektrische fietsen en -auto's. Fossiele brandstofpunten verdwijnen op termijn uit de kernen en worden meer aan de randen (hoofdwegenstructuur) gesitueerd. Kansen voor de omslag naar duurzame energie voor vervoer worden benut. Dit wordt verder toegelicht onder het hoofdthema Krachtige economie.
Een veilig en ordenend fietsnetwerk in en tussen de kernen is van belang. Bestaande fietspaden worden behouden en waar nodig aantrekkelijker en veiliger gemaakt. Ontbrekende schakels in het netwerk van fietspaden worden toegevoegd, onderdeel daarvan is verbetering van het (regionale) fietsnetwerk voor recreanten en woon-werk verkeer. Ook goede wandelpaden, ommetjes en ontmoetingsplekken met aandacht voor koelte en schaduw worden gestimuleerd. Bij nieuwbouw van woningen worden ook altijd wandelpaden, ommetjes en ontmoetingsplekken toegevoegd.
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 30
Krachtige economie De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: • •
•
•
•
Het ondernemende Boxtel koestert het goede vestigingsklimaat, zowel voor de bedrijven als de horeca en de detailhandel. De optimale ligging van de gemeente Boxtel met een goede bereikbaarheid per spoor, snelweg en de energie infrastructuur wordt beter benut. Dit door de bedrijventerreinen bereikbaar te houden en te investeren in duurzame maatregelen. Specifiek worden de kansen onderzocht om een energie-, en waterstofhub te ontwikkelen. De waterstofhub is gekoppeld aan de Delta Rhine Corridor. De gemeente Boxtel blijft naast een aantrekkelijk woongemeente ook een aantrekkelijk gemeente om te werken en te ondernemen met voldoende aanbod aan werklocaties. Het brede aanbod van voortgezet en beroepsonderwijs dragen bij aan het goede vestigingsklimaat. Voor nieuwe bedrijventerreinen of uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen wordt ingezet op bedrijven die iets toevoegen. In de eerste plaats voor wat betreft de werkgelegenheid. We zetten in op banen die aansluiten bij de opleidingsachtergrond van de inwoners. Kenmerkend voor Boxtel zijn hierbij de midden en klein bedrijven en de maak en creatieve industrie. Aanvullend zetten we in op kenniswerkers en werklocaties gericht op bedrijven die inzetten op duurzame innovatie, gezonde voeding, bio-economie en de circulaire economie.
We kijken ook naar de toegevoegde waarde van bedrijven voor de regio en werken hierin samen met de Regio Noordoost-Brabant, Brainport en Agrifoodcapital. We bieden geen ruimte aan bedrijven die veel ruimte innemen en weinig meerwaarde hebben voor de gemeente Boxtel, zoals grote logistieke dienstverleners.
Agrariërs die willen stoppen krijgen de mogelijkheid om binnen bepaalde randvoorwaarden van functie of verdienmodel te veranderen. Voor de gebouwen en erven ligt hierbij de nadruk op kleinschalige recreatieve voorzieningen en duurzame energieopwekking. Ontwikkelingen, zoals de Transformatie naar kleinschalige woningenbouwontwikkeling, moeten passen binnen de identiteit en ontwikkelingsrichting van een gebied. Als de ontwikkelrichting kleinschalige woningbouwontwikkeling mogelijk maakt is dit onder voorwaarden mogelijk. De agrarische gronden dienen indien mogelijk behouden te blijven voor de omslag naar duurzame landbouw en niet te worden ingezet voor teelten die veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. Dit is verder beschreven onder het hoofdthema Inclusieve duurzaamheid. Voor bestaande bedrijventerrein ligt de nadruk op verduurzaming, zoals efficiënt ruimtegebruik, maatregelen voor klimaatadaptatie en de energietransitie. Losse bedrijven in of nabij de kernen die overlast veroorzaken komen in aanmerking voor transformatie naar wonen.
31 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Inclusieve duurzaamheid De uitgangspunten voor de omgevingsvisie 2040 zijn: •
•
•
•
•
Water en bodem zijn sturend voor het gebruik van gronden en voor nieuwe ontwikkelingen. De beken krijgen de ruimte, en de kwaliteit van het water verbetert. De beekdalen en de meest natte gebieden komen niet in aanmerking voor ontwikkeling, zoals woningbouw. De meest vruchtbare gronden blijven zoveel mogelijk beschikbaar voor duurzame landbouw zoals kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw. Verstoring van de bodem wordt zoveel mogelijk voorkomen. Klimaatadaptieve maatregelen, zoals het beter vasthouden van water en vergroening, zijn randvoorwaarden voor ontwikkeling in de kernen en het landelijk gebied. Deze gaan gepaard met maatregelen om de biodiversiteit te verbeteren. Er wordt ingezet op de sponswerking van het landelijk gebied, om water te kunnen vasthouden in tijden van droogte. Binnen de kernen worden maatregelen genomen om water beter vast te houden en te bergen. Bijvoorbeeld door hemelwater niet in het riool te laten gaan, maar in de bodem te infiltreren en door groene daken. Voor de energietransitie wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik, in verband met de schaarse beschikbare ruimte. De opgave om energieneutraal te worden krijgt vooral vorm door zon op daken, zonnevelden en windenergie in het landelijk gebied met dubbelgebruik.
Het dubbelgebruik kan bestaan uit agri-pv (gecombineerd gebruik landbouw – energie), recreatie, bevordering van de biodiversiteit of waterberging. Waar dat kan wordt zonne-energie toegepast in het bestaande bebouwde gebied, en waar het nodig is wordt het buitengebied ingezet. Volgens het geldende beleid zijn zonnevelden onder de juiste voorwaarden mogelijk. Zonnevelden mogen niet ten koste gaan van de omslag naar duurzame landbouw.
Er is ruimte voor verschillende vormen van duurzame landbouw, zoals natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw, maar niet voor teelten die veel water en/of chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben. Dit betekent dat de landbouw zich aanpast op beschikbaar (grond)water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen worden zo min mogelijk gebruikt. De landbouw draagt bij aan de biodiversiteit. De producten worden zo dicht mogelijk bij de consument geteeld, verwerkt en verkocht. In 2040 is er minder restafval per inwoner en gebruiken we hernieuwbare grondstoffen bij de inkoop en uitvoering van bouwprojecten. Bij het bedrijventerrein GreenTech Park Brabant worden voorwaarden gesteld aan toekomstige bedrijven om de circulaire economie te bevorderen. Doordat er gebruik gemaakt wordt van lokale kringloopinitiatieven en steeds meer producten worden gedeeld, worden er minder nieuwe spullen gebruikt. Iedereen kan meedoen met de circulaire economie, thuis of via mogelijkheden in de wijk. We helpen inwoners en ondernemers hierbij door middel van goede voorlichting.
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 32
Deelgebieden Stedelijk centrum Het stedelijk centrum van Boxtel heeft meerdere functies. Het is een aantrekkelijke omgeving om te wonen, te werken en elkaar te ontmoeten. Het is ook een plaats met unieke cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten die worden gekoesterd. Het centrum ontwikkelt zich ook als ‘Poort’ functie voor het aantrekken van toeristen die onder ander het Groene Woud bezoeken. Een aantrekkelijk, bereikbaar centrum is een voorwaarde om recreanten en toeristen aan te trekken. Het station werkt hierbij ook als toegang naar het centrum (en omgeving) met een goede op- en overstaplocatie. De kern Boxtel heeft een stedelijk centrum met een rijke cultuurhistorie. Dit is te zien met onder andere Kasteel Stapelen, de markt en de Sint-Petrus basiliek. De Cultuurhistorische As verbindt deze belangrijke historische plekken en de economische as door het centrum. Boxtel heeft al stappen gezet om de kern aantrekkelijker te maken, zoals de herinrichting van de markt en de Rechterstraat. In de toekomst zal de Cultuurhistorische As nog verder worden benadrukt om deze unieke kwaliteiten een impuls te geven. Ook de Dommel die dwars door het centrum van Boxtel stroomt is een unieke kwaliteit die beter wordt benut. Boxtel heeft al stappen gezet om de kern aantrekkelijker te maken.
De Dommel is in de toekomst nog zichtbaarder, er is meer recreatie en er zijn nieuwe wandelpaden langs De Dommel. De groene, recreatieve en culturele verbindingen langs en op de Dommel zorgen ook voor de verbinding met het landelijk gebied. Kansen worden benut om woningen voor met name senioren dicht bij de voorzieningen toe te voegen. Deze kansen spelen in het centrum vooral in de stationsomgeving van Boxtel en bij vrijkomende winkels of bedrijven aan de randen van het centrum. Met het oog op een aantrekkelijk en compact centrum worden de winkels en horeca zoveel mogelijk in het centrum geconcentreerd. In de omgeving van de Stationsstraat zijn verschillende functies mogelijk. Een toekomstige herinrichting van de Stationsstraat wordt benut om de verbinding tussen het station en het centrum te verbeteren. Binnen het centrum staat ontmoeting centraal. Er wordt ingezet op ruimte voor openbare zitgelegenheid, brede stoepen, informatievoorziening voor recreanten, terrassen en parkeergelegenheid voor fietsen. Inclusief ontwerpen voor toegankelijkheid door ouderen en mindervaliden is hierbij van belang. Autobereikbaarheid en -parkeren blijft ook van belang, maar heeft minder prioriteit (meer naar de randen van het centrum).
33 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Veerkrachtige woonwijken De kern Boxtel is hard gegroeid in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Deze wijken zijn deels verouderd en minder duurzaam. Er wordt ingezet op duurzame herontwikkeling van verouderde woonwijken. Een grootschalige aanpak biedt kansen om de (her)ontwikkeling van woningen hand in hand te laten gaan met een betere, gezondere leefomgeving. Bij het inrichten van bereikbaarheid gaan we eerder uit van andere vormen van vervoer dan autogebruik. Hierdoor kan (fysieke) ruimte worden gevonden voor veerkrachtige woonwijken waarin: •
•
•
• •
het afkoppelen van hemelwater en gescheiden opvangen van afvalwater en hemelwater de standaard is. In het openbaar gebied komen meer groenstroken, wadi’s, vijvers, bomen en waterdoorlatend straatwerk om hemelwater langer vast te houden en hittestress te bestrijden; groen toegevoegd is en de kwaliteit van het bestaande groen verbeterd is met meer aandacht voor biodiversiteit en mogelijkheden om te bewegen en elkaar te ontmoeten, het bevorderen van de gezondheid; Bij hoge temperaturen in de zomer zorgen bomen voor schaduw en koelere plekken. woningen verduurzaamd zijn door beter te isoleren en woningen van het gas af te halen, voorzieningen voor elektrische fietsen en auto’s te faciliteren en het gebruik van duurzame en zoveel mogelijk circulaire materialen; de (zorg)voorzieningen toegankelijk en bereikbaar zijn voor inwoners die daarop aangewezen zijn; er meer mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten en te bewegen, zoals speeltuinen, picknickplaatsen en mogelijkheden om te sporten in de openbare ruimte.
Gelet op de ambities voor een passend woningaanbod is het wenselijk om naast de herontwikkeling van bestaande wijken nieuwe woonwijken te realiseren. Nabijheid ten opzichte van het station, voorzieningen en fiets- en autobereikbaarheid zijn hierbij van groot belang. Er zijn twee mogelijke locaties. Het gebied ten noordwesten van Boxtel, zogenaamd Boxtel Noordwest, is een zoekgebied voor de korte tot middellange termijn. Op de middellange tot langere termijn is het gebied ten zuiden van Boxtel, tussen het Dommeldal en de A2, in beeld voor wonen, werken en voorzieningen.
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 34
Vitale kernen Esch, Lennisheuvel en Liempde Voor de vitale kernen is het belangrijk dat jong en oud een passende woning kunnen vinden en voorzieningen zoals buurthuizen, basisscholen en sportvoorzieningen behouden blijven. Het eigen karakter van elk dorp is waardevol. In Esch geeft Broxven en in Liempde Daasdonk mogelijkheden voor bedrijvigheid. Aan de rand van Liempde zijn er mogelijkheden voor woon-werk-kavels. Om de leefbaarheid te verbeteren kan het wenselijk zijn om één of enkele bedrijven die overlast veroorzaken te verplaatsen naar een andere locatie. Verplaatsen van een bedrijf kan ook wenselijk zijn om andere ontwikkelingen te realiseren. In bruisende dorpskernen, zoals Esch, Lennisheuvel en Liempde zijn ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte belangrijk. Ruimte voor parken, pleintjes, ommetjes, sport en spel en kunst en cultuur versterken de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en stimuleren samen bewegen. Het nadrukkelijke streven is om deze plekken binnen de kernen te behouden en waar mogelijk te versterken, waarbij ook maatregelen worden genomen voor klimaatadaptatie. Voor nieuwe woningen zijn in Liempde, Esch en Lennisheuvel kleinschalige uitbreidingen aan de randen mogelijk. Deze uitbreidingen moeten passen bij het eigen groene en dorpse karakter.
De ontwikkelingen gaan hand in hand met maatregelen om het landschap te versterken en met het toevoegen van groene en recreatieve verbindingen met het landelijk gebied. Deze verbindingen bestaan bijvoorbeeld uit nieuwe wandelpaden in combinatie met de aanleg van bosjes en hagen. Met name Liempde speelt hierin een rol voor het toerisme als gastvrije kern met een divers aanbod van horeca, overnachtingsplekken, cultuur en winkels met lokale producten. Voor de leefbaarheid wordt doorgaand gemotoriseerd verkeer in de kernen zoveel mogelijk geweerd. De fietsverbinding tussen de kernen wordt beter benut en waar nodig uitgebreid, zoals tussen Esch en Boxtel en Lennisheuvel en Boxtel.
35 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Bedrijfsfuncties Het lokale bedrijfsleven wordt gekoesterd. De bedrijven zorgen in de eerste plaats voor werkgelegenheid en zijn een pijler onder het verenigingsleven. De nabijheid van het station wordt in de toekomst beter benut door deelmobiliteit te faciliteren en goede fiets- en wandelvoorzieningen richting Ladonk te realiseren. De verbinding van de bedrijventerreinen met de A2 wordt verbeterd met de geplande ontsluitingsmogelijkheid via de verbindingsweg tussen Ladonk en de Kapelweg. Voor Ladonk, Vorst A en Daasdonk ligt op de korte termijn de nadruk op verduurzaming en verbetering van de bestaande terreinen. Hierbij kan gedacht worden aan de terreinen en gebouwen te vergroenen. De aangelegde bomen, bermen, perken en waterdoorlatende verharding op parkeerplaatsen zorgen ervoor dat hemelwater direct infiltreert in de grond en wateroverlast en droogte worden tegengegaan. Bedrijven verminderen hun eigen watergebruik door innovatieve wateropvang- en hergebruiksystemen. Werknemers en bezoekers kiezen meer duurzame vervoersopties zoals fiets, openbaar vervoer en deelvervoer, waardoor er minder parkeerplekken nodig zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden standaard klimaatbestendig ingericht.
Werknemers stimuleren we zo ook een ommetje te maken Ook worden binnen het openbaar gebied van het bedrijventerreinen klimaat adaptieve maatregelen genomen om hittestress en wateroverlast te voorkomen. Ook is er meer aandacht voor groen en biodiversiteit. Dit alles leidt tot een fijnere, veiligere en gezondere werken leefomgeving. Daarnaast wordt ook een duurzamere bedrijfsvoering gestimuleerd, waarbij geur, geluid en luchtemissies worden teruggedrongen. Door het gebruik van de best beschikbare technieken en maatregelen zal de industrie in de toekomst minder lawaai produceren. Op het bedrijventerrein Ladonk zullen wij de geluidszonering op termijn opheffen. Grote lawaaimakers mogen zich dan niet meer op Ladonk vestigen. De gemeenten faciliteert de verduurzaming van de bedrijven. Voor de bedrijventerreinen Ladonk, Vorst A en Daasdonk zijn er kansen om het terrein efficiënter te gebruiken door bijvoorbeeld te intensiveren en de hoogte in te gaan. Deze kansen worden benut en door de gemeente (ruimtelijk) mogelijk gemaakt. Er zijn mogelijkheden voor uitbreiding grenzend aan Ladonk. Deze bestaat ten eerste uit de ontwikkeling van GreenTech Park Brabant, ook bekend als Vorst-B. Dit is ook een voorbeeld van een werklocatie gericht op duurzame innovatie en de circulaire economie.
Het aangrenzende gebied (bekend als Vorst-C) is gereserveerd als mogelijke werklocatie voor de lange termijn. Dit gebied kan ook een rol spelen in de energietransitie, met tijdelijke zonnevelden, en als zoekgebied voor een waterstof-hub. Het gebied ten zuiden van Boxtel is gereserveerd als een duurzame woon-, werklocatie voor de langere termijn. Hier kan wonen worden gecombineerd met het midden- en kleinbedrijf.
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 36
Natuurgebieden De bestaande natuurgebieden worden behouden en kwalitatief verbeterd. De verschillende natuurgebieden worden bovendien beter met elkaar verbonden. Een voorbeeld is het verbinden van de Kampina met Eikenhorst (lokaal bekend als Sparrenrijk) en De Geelders met De Scheeken. Waar nodig gebeurt dit in goede samenwerking met de buurgemeenten. Het verbinden van de natuur wordt gerealiseerd door de aanleg van natuurlijk groen, nieuwe natuur, of door natuurinclusieve landbouw. Ook nieuwe elementen in het landschap, zoals natuurlijke hagen, natuurvriendelijke oevers van sloten, grasland met veel kruiden, bosjes of poelen dragen bij aan de verbinding tussen de natuurgebieden. Dit kan goed samengaan met natuurinclusieve landbouw, zoals beschreven onder landelijk gebied. De natuurgebieden zoals de Kampina en De Scheeken (met de aanwezige edelherten) zijn trekpleisters voor de regio. De natuurgebieden worden, met respect voor de natuur en de biodiversiteit, zoveel mogelijk toegankelijk gemaakt en beter te beleven. We voorkomen hierbij verstoring van de natuur door niet te veel recreatie op één plek toe te staan. De recreatie wordt beter verspreid binnen de verschillende natuurgebieden en het landelijk gebied. In het bijzonder zijn maatregelen nodig voor de Kampina waar de biodiversiteit onder grote druk staat door verdroging, te veel stikstof en verstoring.
In een bufferzone rondom de Kampina wordt water beter vastgehouden om verdroging tegen te gaan. Stikstof wordt teruggedrongen door in te zetten op natuurinclusieve landbouw. De daling van grondwater wordt voorkomen en waar mogelijk gaat de grondwaterstand omhoog. Recreatie wordt gestimuleerd in gebieden rondom de Kampina, zoals in de bufferzone. Dit om het meest kwetsbare deel van de Kampina te ontlasten. Hoe de bufferzone er precies uit gaat zien moet nog worden uitgewerkt. Zie beschrijving onder het deelgebied landelijk gebied. De beken en beekdalen hebben ook een belangrijke functie voor de natuur. Deze vormen een belangrijke verbinding tussen natuurgebieden, binnen de gemeente en ver daarbuiten.
37 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Beekdalen Beken zoals De Beerze, de Essche Stroom en de Dommel dragen bij aan de kwaliteiten van de gemeente en krijgen de ruimte. Dit is goed voor de natuur, de waterkwaliteit, het beter vasthouden van water en voor recreatie. Er worden al veel maatregelen genomen, zoals de Essche stroom die de ruimte krijgt om door het landschap te kronkelen. Met het oog op klimaatverandering worden nieuwe ontwikkelingen in de beekdalen waarbij bouwwerken of verharding wordt toegevoegd tegengegaan. Dit is noodzakelijk voor het bergen van water bij piekbuien en het beperken van overstromingsrisico's stroomafwaarts. De beekdalen zorgen ook voor verbinding tussen de kernen, het landelijk gebied en de natuurgebieden. De beken en beekdalen zijn daarmee ook belangrijk voor de biodiversiteit. Door het bieden van ruimte aan de beekdalen, het nemen van inrichtingsmaatregelen en de omslag naar natuurinclusieve landbouw wordt ingezet op verbetering van de waterkwaliteit.
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 38
Landelijk gebied De toekomst van het landelijk gebied vraagt om keuzes. Dit met het oog op de grote opgaven op het gebied van natuur en biodiversiteit, klimaatadaptatie en een goede kwaliteit van water en bodem. Evenzeer gaat het om de leefbaarheid van het landelijk gebied en perspectief voor de agrariërs. De landbouw is en blijft een belangrijke landschappelijk drager als voedselproducent. Voedselproductie in coöperatief verband kan ook perspectief bieden voor de agrariërs, zorgt voor meer circulariteit en tevens voor mogelijkheden voor zelfvoorzienendheid voor de Boxtelse gemeenschap. Hierbij wordt wel de omslag naar duurzame landbouw gemaakt. Hierin zijn water en bodem leidend. De meest vruchtbare gronden blijven zo veel mogelijk beschikbaar voor duurzame landbouw. De lagere en natte delen werden van oudsher al gebruikt voor de productie van populierenhout en voor weiden. In de gebieden wordt het water zo goed mogelijk vastgehouden. De landbouw kan hier in de toekomst een bijdrage leveren aan de circulaire economie met onder andere de productie van duurzaam geteeld hout en andere biobased bouwmaterialen. Het agrarisch natuurbeheer draagt bij aan de kwaliteit van het landschap door bijvoorbeeld natuurlijke hagen weer meer terug te brengen, zoals de vlechthagen die helpen om Eikenhorst en de Kampina te verbinden.
De gronden in de beekdalen, de bufferzone rondom de Kampina en zones rondom de andere natuurgebieden zoals De Scheeken en De Geelders kunnen hiervoor worden ingezet. Agrarisch natuurbeheer kan een goede alternatieve inkomstenbron vormen voor de landgoederen en agrariërs die op zoek zijn naar een andere bedrijfsvoering. Het landelijk gebied krijgt ook een belangrijke recreatieve functie. Dit als ‘uitloopgebied’ voor de kernen. Het groen en de recreatieve routes binnen de kernen worden meer verbonden met het landelijk gebied. Bestaande zandpaden worden (ook uit ecologisch oogpunt) beschermd en verbeterd. Zo ontstaan er meer mogelijkheden om te wandelen en fietsen dichtbij huis. Recreatie en toerisme worden een belangrijkere economische drager voor een deel van het landelijk gebied. Denk hierbij aan kamperen bij de boer, de verkoop van streekproducten en andere kleinschalige recreatieve activiteiten. Niet alleen de natuurgebieden, maar ook het landelijk gebied worden een trekker voor kleinschalige recreatie en toerisme. De landgoederen spelen hierbij een belangrijk rol. In het noorden van de gemeente Boxtel ligt een cluster van de landgoederen: Venrode, Beukenhorst, Eikenhorst, Wilhelminapark en Halse Barrier. Het Noordwestelijke cluster loopt over in aangrenzende landgoederen. In het zuiden ligt landgoed Velder.
Eeuwenoude bomen, parktuinen, oude landhuizen en cultuurhistorie kunnen hier optimaal worden beleefd met respect voor de omgeving. Het landelijk gebied heeft dus meerdere mogelijkheden voor ontwikkeling en verschillende functies krijgen er een plek. Hoe dit er precies uit komt te zien verschilt van gebied tot gebied en wordt de komende jaren uitgewerkt in het programma Landelijk gebied. Dit doen we met de agrarische sector, natuur- en landschappenorganisaties, landeigenaren, inwoners, het waterschap en andere belanghebbenden.
39 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingsvisie
Omgevingseffectrapport
Omgevingsvisie | Omgevingsvisie Boxtel | 40
Omgevingseffectrapport (OER) Nieuw beleid uit de omgevingsvisie kan leiden tot belangrijke veranderingen. Als dat zo is, dan is het in Nederland verplicht om het beleid uit de omgevingsvisie te toetsen door middel van een milieueffectrapport. Omdat de omgevingsvisie over de hele leefomgeving gaat, wordt in het milieueffectrapport ook gekeken naar de hele leefomgeving. Het milieueffectrapport bij een omgevingsvisie wordt een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. Als er problemen kunnen optreden, dan laat het OER zien waar en hoe erg die zijn. Deze informatie kan de gemeente gebruiken bij het schrijven van ambities of bij het maken van keuzes voor nieuw beleid. Als de gemeente vindt dat problemen of ambities nog niet genoeg worden behandeld, dan kan zij ervoor kiezen om het nieuwe beleid verder aan te vullen. Ook kan ervoor gekozen worden om goede dingen nog beter te maken. Als er gevolgen zijn van nieuw beleid, dan kan de gemeente zien wat kan helpen om problemen weg te nemen of te verminderen. Ook laat het OER zien of ambities gehaald kunnen worden. Van het uiteindelijk gekozen nieuwe beleid laat het OER zien wat de gevolgen zijn voor de leefomgeving en voor het behalen van ambities. Het OER bestaat uit 9 stappen. We beschrijven hier de stappen op hoofdlijnen.
De samenvatting van het OER en het complete OER voor de omgevingsvisie van Boxtel is te downloaden via https://ovisie-boxtel.ireporting.nl/downloads 1.
2.
3.
4.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De NRD beschrijft welke onderscheidende alternatieven in het OER onderzocht gaan worden (‘reikwijdte’). Daarnaast staat er in de NRD welke beoordelingsaspecten onderzocht gaan worden, de manier waarop de beoordelingsaspecten onderzocht worden en met welke diepgang (‘detailniveau’) dat gebeurt. Het uitbrengen van de NRD is het officiële startpunt van de m.e.r.-procedure. De m.e.r.-procedure staat voor het hele proces dat gevolgd moet worden, het omgevingseffectrapport (OER) is daar een product van. In deze notitie staat welke onderwerpen (reikwijdte) in het OER onderzocht worden en op welke manier (detailniveau). Als de NRD klaar is, wordt er gestart met het maken van het OER. De NRD is ter inzage gelegd. Dat betekent dat iedereen deze NRD kon bekijken en zijn/haar mening hierover mocht geven. De binnengekomen vragen en opmerkingen zijn na de ter inzagelegging beantwoord in de 'Nota van Antwoord'. Hierna is het NRD vastgesteld. Het NRD is te downloaden via https://ovisie-boxtel.ireporting.nl/downloads Beoordelingskader Thema’s die belangrijk zijn voor de omgevingsvisie zijn in het OER vertaald naar zogenaamde beoordelingsaspecten. Deze beoordelingsaspecten beschrijven hoe een bepaald thema in het OER beoordeeld wordt.
Door de beoordelingsaspecten goed aan te laten sluiten op ambities kan het OER goed helpen om te laten zien of ambities gehaald kunnen worden. Het overzicht van alle beoordelingsaspecten heet het beoordelingskader. Het vormt een kader om te beschrijven hoe de leefomgeving nu is en hoe de leefomgeving er in de toekomst uitziet of uit kan zien door de effecten van de omgevingsvisie. Foto van de leefomgeving Om de gevolgen van de omgevingsvisie te kunnen inzien is het belangrijk te weten hoe de leefomgeving van Boxtel nu en in de toekomst is. De beschrijving van de situatie nu en in de toekomst heet de ‘foto van de leefomgeving’. In deze ‘foto’ is er voor elk beoordelingsaspect beoordeeld wat de kwaliteit nu is en hoe de kwaliteit in de toekomst wordt als er geen omgevingsvisie zou zijn. Hoe de leefomgeving nu is wordt de huidige situatie genoemd. Hoe het zal zijn in de toekomst zonder omgevingsvisie wordt de autonome ontwikkeling genoemd. In het OER hebben we de autonome ontwikkeling beschreven voor het jaar 2030, met een aanvullende doorkijk naar 2040. Kansen en risico’s voor nieuwe beleid in beeld brengen: effectbeoordeling scenario’s en conceptvoorkeursalternatief De keuze voor nieuw beleid dat de gemeente in de omgevingsvisie opneemt wordt in het OER vergeleken met de situatie zonder omgevingsvisie. In het OER zijn twee scenario’s voor nieuw beleid onderzocht.
Beide scenario’s zijn ingevuld vanuit een bepaalde invalshoek en beschrijven verschillende keuzes voor nieuw beleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de kansen en risico’s (effecten) van de scenario’s in beeld gebracht. Op basis van de resultaten van de
41 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingseffectrapport
5.
6.
7.
8.
9.
effectbeoordeling van de scenario’s heeft de gemeente Boxtel een concept-voorkeursalternatief opgesteld. Daarbij zijn onderdelen uit de twee scenario’s samengevoegd tot één alternatief. Ook dit concept-voorkeursalternatief wordt getoetst op kansen en risico’s. Effectbeoordeling van definitief voorkeursalternatief De resultaten van de effectbeoordeling van het concept-voorkeursalternatief heeft de gemeente gebruikt bij het opstellen van de concept-omgevingsvisie. Hierin staat nieuw beleid om op basis van het definitieve voorkeursalternatief in de omgevingsvisie op te nemen. Dit is één omvattend geheel van strategische, richtinggevende uitgangspunten voor nieuw omgevingsbeleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht. Passende beoordeling Natura 2000 Omdat op voorhand niet kan worden uitgesloten dat het nieuwe beleid van de omgevingsvisie een negatief effect heeft op beschermde natuurgebieden (Natura 2000) is een Passende Beoordeling gemaakt. Daarin is beoordeeld of het nieuwe beleid tot aanmerkelijk negatieve effecten op de zogenaamde instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan leiden en zo ja, hoe die negatieve effecten voorkomen kunnen worden (‘mitigerende maatregelen’). Botsproeven en mitigerende maatregelen Het is belangrijk om te weten of al het nieuwe beleid goed bij elkaar past.
Dit is beoordeeld met botsproeven. Het kan namelijk zijn dat er op een plek meerdere ideeën zijn. De plannen kunnen elkaar sterker maken, maar kunnen ook leiden tot conflict. Voor het concept- en definitieve voorkeursalternatief zijn botsproeven uitgevoerd. Voor sommige aspecten leidt het nieuwe beleid alsnog tot risico’s op negatieve effecten of tot een te laag kwaliteitsniveau. Voor deze aspecten zijn mogelijkheden voor verbetering gegeven. Dit is gedaan met opties voor beleid of concrete mitigerende maatregelen. Doelbereik Op basis van de beoordelingsaspecten van het OER die samenhangen met de ambities van de omgevingsvisie, is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van die ambities. Voor de twee scenario’s en het concept-voorkeursalternatief is een doorkijk gegeven naar het doelbereik, het definitieve voorkeursalternatief is beoordeeld op doelbereik. Monitoring Monitoring is een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie volgens de Omgevingswet. Door middel van monitoring worden de effecten van het beleid uit de omgevingsvisie inzichtelijk en wordt de kans geboden om op tijd bij te sturen in de gewenste richting. Monitoring maakt geen onderdeel uit van het OER, maar er is wel een eerste begin gemaakt. Meer informatie over monitoring en evaluatie lees je bij de Doorwerking van de omgevingsvisie.
Omgevingseffectrapport | Omgevingsvisie Boxtel | 42
Doorwerking
43 | Omgevingsvisie Boxtel | Omgevingseffectrapport
Doorwerking van de omgevingsvisie De omgevingsvisie vertelt de hoofdlijnen van het beleid en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. Tegelijkertijd biedt de omgevingsvisie het kader voor het koesteren en versterken van de kernwaarden en het realiseren van de ambities. De omgevingsvisie draagt hiermee bij aan het vinden van de balans tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Op het hoge schaalniveau van de omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten, ambities en de opgaven vaak goed met elkaar te combineren. Bij de concretere uitwerking van de omgevingsvisie kan het behouden van de kernwaarden of het niet realiseren van de ambities op gespannen voet staan met de opgaven. Het leidende principe is dat initiatieven en projecten een bijdrage leveren aan de kernkwaliteiten van de gemeente. Een beperkte plaatselijke afname van een of meerdere kernkwaliteiten kan verdedigbaar zijn, als hiermee een zwaarwegend gemeenschappelijk belang is gediend. Deze afweging is in elke situatie anders en zal dus per geval moeten worden gemotiveerd. Die balans behouden is echter een continu proces en daarvoor is veel meer nodig dan alleen het vaststellen van de omgevingsvisie.
Daarom is het goed om vooruit te kijken: hoe komt de gewenste ontwikkeling tot stand? Wie staat daarvoor aan de lat? En hoe kan de kwaliteit worden gewaarborgd? Hoe halen we de ambities? De Omgevingswet biedt verschillende instrumenten om uitvoering aan de omgevingsvisie te geven. Voor de juiste inzet van de instrumenten is het van belang stil te staan bij de rol die de gemeente hierin wil en kan vervullen, de zogeheten 'sturingsfilosofie'.
Rolverdeling (sturingsfilosofie) De omgevingsvisie is bij uitstek het kaderstellende instrument onder de Omgevingswet De sturingsfilosofie gaat over de rolverdeling tussen de gemeente en de samenleving. Deze is de afgelopen jaren veranderd. Onze samenleving is complex, verandert snel en inwoners zijn goed geïnformeerd. Visies en plannen zijn niet langer een mededeling, maar worden steeds vaker een uitnodiging aan de samenleving om met ons mee te denken over (creatieve) oplossingen. Als gemeente zoeken we de balans tussen hoe we initiatieven kunnen steunen en hoe we waarborgen dat de kwaliteit van onze leefomgeving zo hoog mogelijk blijft. Per onderwerp, project of initiatief zoeken we daarom naar de meest geschikte vorm. Manieren om te sturen In het schema op de volgende pagina benoemen we vier vormen waarop we als gemeente kunnen sturen. We kunnen de nadruk leggen op het behalen van resultaten of op het creëren van randvoorwaarden. Ook maken we onderscheid in de betrokkenheid van de samenleving bij de ambities van de gemeente. Voor Boxtel is het van ‘buiten naar binnen’ werken een belangrijk speerpunt. Dit komt ook terug in het merk ‘Ondernemend Boxtel’. De gemeente Boxtel is in eerste instantie kaderstellend, maar we willen een faciliterende, ondersteunende gemeente zijn. Waar mogelijk zullen we ook loslaten en meer verantwoordelijkheid leggen bij de inwoners en ondernemers.
We willen dat inwoners en (maatschappelijke) organisaties initiatief nemen om zelf vorm te geven aan hun leefomgeving en er meer verantwoordelijkheid en zorg voor dragen. We stimuleren initiatieven, terwijl we als gemeente duidelijk zijn in wat wel en wat er niet mogelijk is. Dit is bijvoorbeeld te zien aan: • • • •
Er ligt steeds meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en ondernemers We willen dat inwoners en (maatschappelijke) organisaties meer initiatief gaan nemen om zelf vorm te geven aan hun leefomgeving en hier verantwoordelijkheid voor nemen Onze inwoners kijken naar elkaar om en zorgen voor elkaar Er zijn veel bewonersinitiatieven waarbij inwoners ideeën organiseren en realiseren (bijv. PEP in Esch, SPPiLL in Liempde, Samen Ouder Worden in Boxtel of de Herenboeren)
Doorwerking | Omgevingsvisie Boxtel | 44
Meewerkend Boxtel
Gemeente voert uit
Gemeente werkt samen
Gemeente leidt vanuit regels
Gemeente ondersteunt en faciliteert
Samenleving aan zet
Gemeente aan zet
Vanuit initiatieven en projecten kijken naar de kaders
Vanuit kaders kijken naar initiatieven en projecten Schema met verschillende posities die de overheid kan aannemen. Eigen bewerking Royal HaskoningDHV (2020) naar Van der Steen e.a. (2004)
We geloven dat onze omgevingsvisie het beste tot zijn recht komt als we er samen met onze inwoners aan werken. Met ons merk 'meewerkend Boxtel' onderstrepen we onze rol, die we als gemeente willen pakken. Ondersteunend, faciliterend, dicht bij de inwoners, (maatschappelijke) organisaties en ondernemers. Wij werken graag mee. We willen een faciliterende gemeente zijn, waarin alle belangen gehoord kunnen worden. Omdat goede participatie daarbij onmisbaar is, hebben we participatiebeleid vastgesteld. Hierin staat omschreven wat onze visie op participatie is.
Instrumenten De Omgevingswet bestaat uit zes instrumenten: • • • • • •
Omgevingsvisie Omgevingsprogramma Omgevingsplan Algemene Rijksregels Omgevingsvergunningen Projectbesluit
Hieronder vertellen we meer over het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. Meer informatie over de andere instrumenten kan je vinden op Informatiepunt Leefomgeving.
45 | Omgevingsvisie Boxtel | Doorwerking
Omgevingsprogramma’s De omgevingsvisie is gericht op de lange termijn. Voor de uitvoering op korte en middellange termijn worden programma’s gemaakt. Een programma helpt bij het behalen van de ambities van de omgevingsvisie. Aanleiding We maken een omgevingsprogramma als er een wettelijke verplichting is, of bij een langjarige, belangrijke en/of complexe opgave. Een opgave is belangrijk en/of complex als er meerdere (type) maatregelen nodig zijn, als er bestuurlijke prioritering en het toewijzen van budget vereist is, of als de opgave een grote impact heeft op de samenleving of de fysieke ruimte (bij deze programma’s is er ook een m.e.r. verplichting). Uitgangpunten In aanvulling op de wettelijke vereisten worden de volgende uitgangspunten gebruikt bij het maken van nieuwe programma’s: • De programma’s moeten passen binnen de omgevingsvisie van Boxtel. Dit betekent dat de programma’s bijdragen aan de opgaven en ambities van de omgevingsvisie en rekening houden met de kernkwaliteiten van Boxtel; • De programma’s maken de ambities uit de omgevingsvisie meer concreet door het stellen van (meetbare) doelen voor de korte- en middellange termijn. Door middel van monitoring van het programma wordt gecontroleerd of de doelen behaald worden; • Het maken van een programma doen we met behulp van participatie. Bij programma’s is er een motiveringsplicht.
Dit betekent dat de programma’s beschrijven hoe inwoners, bedrijven, organisaties en andere overheden en marktpartijen betrokken zijn bij het maken van het programma en hoe zij bijdragen aan de doelen van het programma. • Na de vaststelling van de omgevingsvisie wordt er een procedure/ uitvoeringsdocument vastgesteld waarbij de rol van de raad bij het opstellen en vaststellen van omgevingsprogramma’s nader wordt bepaald. Dit document wordt vastgesteld in overleg met de raad. In elk programma wordt beschreven wat de rolverdeling (sturingsfilosofie) is en wie het programma vaststelt (het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad). • De raad wordt nauw betrokken in het traject om de werkwijze voor het opstellen en werken met omgevingsprogramma’s en de prioritering van de omgevingsprogramma’s vast te stellen. • De programma’s richten zich op een bepaald onderwerp of gebied. Dit moet in afstemming met andere programma’s die een bijdrage leveren aan dat onderwerp of gebied. o Bij een gebiedsgericht programma moeten er meerdere grote opgaven spelen die met elkaar samenhangen, die impact hebben op de leefomgeving. Omgevingsprogramma’s in Boxtel De komende jaren werken we in elk geval aan programma’s voor de volgende onderwerpen. Bij elk programma benoemen we ook aan welke ambitie het programma bijdraagt. Programma Programma Wonen
Aanleiding
Ambitie Aangenaam Leven 1: Het woningaanbod past bij de behoefte. In alle kernen zijn woningen toegevoegd.
Ambitie Algemeen Leven 6: De veiligheid en de beleving van veiligheid is verbeterd. Ambitie Verbindend Netwerk 3: De kracht van de samenleving wordt optimaal benut door ondersteuning van lokale netwerken en (burger)initiatievenen.
Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water. Gezondheid
Recreatie en toerisme Economie
Ambitie Aangenaam Leven 3: De buitenomgeving stimuleert mensen tot meer
bewegen en elkaar vaker te ontmoeten Ambitie Aangenaam Leven 4: De leefomgeving is veilig en gezond. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water. Ambitie Krachtige Economie 2: De gemeente Boxtel staat bekend als recreatieve bestemming om Het Groene Woud en Van Gogh Nationaal Park te ontdekken. De aantrekkelijke en gastvrije kernen dienen ook als uitvalsbasis voor natuur, cultuur en erfgoed. Ambitie Krachtige Economie 1: Het landelijk gebied is vitaal en het gebruik van het land is in balans met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht). Doorwerking | Omgevingsvisie Boxtel | 46
Ambitie Krachtige Economie 3: De gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed
Duurzame mobiliteit
Klimaatadaptatie en water
Duurzaamheid
Natuur,� landschap en biodiversiteit
Accommodatie & voorzieningen Warmte Kostenverhaal en Financiële bijdragen
vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. Ambitie Verbindend Netwerk 1: Er wordt optimaal gebruik gemaakt van duurzame vormen van vervoer. Ambitie Verbindend Netwerk 2: De bereikbaarheid is verbeterd door de lokale verbindingen tussen de kernen, het buitengebied en de natuurgebieden te optimaliseren. Hetzelfde geldt voor de regionale verbindingen naar Eindhoven, ’sHertogenbosch en Tilburg. Ambitie Aangenaam Leven 5: Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen Ambitie Krachtige Economie 3: De gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 2: Wateroverlast, hittestress en verdroging gaan we zoveel mogelijk tegen met maatregelen. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 3: Het hergebruiken van producten, materialen en grondstoffen is de standaard. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 4: De gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en loopt minstens gelijk op met de regio Noordoost Brabant, het Rijk en de Regionale Energiestrategie (RES) opgave. Ambitie Aangenaam Leven 5: Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig.
De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen Ambitie Krachtige Economie 3: De gemeente Boxtel onderscheidt zich door een goed vestigingsklimaat voor duurzame en inclusieve bedrijven. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 2: Wateroverlast, hittestress en verdroging gaan we zoveel mogelijk tegen met maatregelen. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 3: Het hergebruiken van producten, materialen en grondstoffen is de standaard. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 4: De gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en loopt minstens gelijk op met de regio Noordoost Brabant, het Rijk en de Regionale Energiestrategie (RES) opgave. Ambitie Aangenaam Leven 5: Groen en water zijn robuust, verbonden en beleefbaar in ons landschap aanwezig. De cultuurhistorische waarden zijn geborgd en versterkt en de biodiversiteit is toegenomen. Ambitie Krachtige Economie 1: Het landelijk gebied is vitaal en het gebruik van het land is in balans met natuurlijke systemen (bodem, water en lucht). Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 1: Er is sprake van een goede kwaliteit van de bodem en het water. Ambitie Aangenaam Leven 2: De basisvoorzieningenstructuur past bij de behoefte van de inwoners.
Ambitie Verbindend Netwerk 3: De kracht van de samenleving wordt optimaal benut door ondersteuning van lokale netwerken en (burger)initiatievenen. Ambitie Inclusieve Duurzaamheid 4: De gemeente Boxtel is zo snel mogelijk energieneutraal en loopt minstens gelijk op met de regio Noordoost Brabant, het Rijk en de Regionale Energiestrategie (RES) opgave.
Specifiek programma ter onderbouwing van de financiêle bijdragen bij private ontwikkelingen. Meer hierover lees je bij het kopje Kostenverhaal.
Gebiedsgerichte programma’s We gaan ook werken met gebiedsgerichte programma’s. Dit doen we in ieder geval voor de kern van Boxtel en stationsgebied (aan de voor- als achterzijde van het station) en voor het Vitaal landelijk gebied, maar er kunnen de komende jaren meer gebiedsgerichte programma’s bijkomen. In een gebiedsgericht programma behandelen we meerdere onderwerpen en opgaven in samenhang, om zo bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie.
47 | Omgevingsvisie Boxtel | Doorwerking
Omgevingsplan Het omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen en lokale verordeningen die we eerder hadden. Het nieuwe omgevingsplan bevat (samen met de waterschapsverordening van het waterschap) alle regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. Onze omgevingsvisie is een langetermijnvisie. Bij het maken van het omgevingsplan houden we rekening met de keuzes en uitgangspunten uit de omgevingsvisie. Het omgevingsplan geeft invulling aan de ambities uit onze omgevingsvisie, met name voor thema’s waarbij de gemeente een sturende rol heeft. Het omgevingsplan kan helpen om de ambities van de omgevingsvisie of een programma te stimuleren, door meer ruimte te bieden aan ontwikkelingen die hierbij passen. Ook de uitwerking van een omgevingsprogramma kan leiden tot regels in het omgevingsplan.
Overgangsfase De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het geeft richting, schetst ambities en legt dilemma’s bloot. De omgevingsvisie geeft niet op alle vragen een antwoord. De concrete invulling van deze visie komt terug in de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. De Omgevingswet geldt vanaf 1 januari 2024. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten veel omgevingsprogramma’s nog worden opgestart. Toch is er al veel over de fysieke leefomgeving vastgelegd in ander bestaand beleid, bijvoorbeeld de visie recreatie en toerisme. Zolang de concrete invulling van de omgevingsvisie nog niet is vastgelegd in programma’s, blijft het bestaande beleid voor de van kracht voor zover dit niet strijdig is met de omgevingsvisie. Wanneer de programma’s worden vastgesteld dan wordt het oude beleid ingetrokken. Bestaand beleid kan ook worden ingetrokken wanneer het achterhaald is en er geen programma nodig is. Toetsen van initiatieven in de overgangsfase Nieuwe ruimtelijke initiatieven worden tijdens de overgangsfase o.a. getoetst aan het oorspronkelijke bestemmingsplan en/of aan de lijst met vergunningsvrije activiteiten. Als het initiatief binnen die regels past, wordt er niet aan de omgevingsvisie getoetst. Ruimtelijke initiatieven die niet aan de geldende regelgeving voldoen worden wél beleidsmatig aan de omgevingsvisie getoetst en de programma’s die daaruit voortvloeien.
De overgangsfase van de Omgevingswet duurt tot eind 2031. Vanaf dat moment moet elke gemeente een omgevingsplan hebben vastgesteld.
Doorwerking | Omgevingsvisie Boxtel | 48
Beleidscyclus en monitoring Beleidscyclus De Omgevingswet maakt het verplicht om beleid te monitoren en te evalueren. Hiermee wordt duidelijk of de uitwerking van het beleid ook daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Hiervoor maken we gebruik van een beleidscyclus:
Terugkoppeling
Beleidsontwikkeling
Handhaving
Omgevingsvisie
Monitoring & Evaluatie
Programma
Kleine beleidscyclus
Uitvoering
1. 2. 3. 4.
Activiteiten
Programma
Omgevingsvergunning
Omgevingsplan
Toezicht
Beleidsdoorwerking
Beleidsontwikkeling: Het opstellen van de Omgevingsvisie. Deze stap is met het vaststellen van de Omgevingsvisie Boxtel voltooid; Beleidsdoorwerking: Uitspraken uit de Omgevingsvisie maken we concreet met de instrumenten van de Omgevingswet (in bijvoorbeeld een omgevingsprogramma of omgevingsplan); Uitvoering: We passen concrete besluiten en regels toe. Dat gebeurt niet alleen door de gemeente, juist de uitvoering van activiteiten en projecten van initiatiefnemers staat in deze stap centraal; Terugkoppeling: Met behulp van monitoring en evaluatie reflecteren we op de behaalde resultaten. Uit de terugkoppeling blijkt of bijstelling van de beleidsdoelen of het anders inzetten van de instrumenten nodig is om de ambities te halen. Daarna gebruiken we de reflectie voor de volgende beleidscyclus.
Monitoring In stap 4 van de beleidscyclus (Terugkoppeling) gebruiken we monitoring. We letten op of de ambities en doelen uit de omgevingsvisie worden behaald, dat noemen we monitoring. Dit helpt ons om goede en snelle besluiten te nemen. Monitoring doen we aan de hand van ons OER (Omgevingseffectrapportage). Hierin staat een beoordelingskader waarmee we kunnen controleren of we als gemeente de juiste richting op groeien. Ook de omgevingsprogramma’s helpen bij de monitoring. Een voorbeeld hiervan is het programma Volkshuisvestiging. Hiermee monitoren we elk jaar hoeveel woningen en wat voor woningen er in elk dorp gerealiseerd zijn. We gebruiken zoveel mogelijk informatie die openbaar toegankelijk is. Een voorbeeld hiervan is de informatie die de GGD beschikbaar stelt. De GGD meet regelmatig de mening van inwoners op onderwerpen zoals gezondheid en veiligheid.
49 | Omgevingsvisie Boxtel | Doorwerking
Actualisering Omgevingsvisie De omgevingsvisie is gericht op de lange termijn, met een stip op de horizon in 2040. Doordat de omgevingsvisie voornamelijk op hoofdlijnen een toekomstvisie schetst, zal deze niet snel verouderen. Wel is het mogelijk dat de monitoring of nieuwe ontwikkelingen vragen om een aanpassing van de omgevingsvisie. Omdat we nu nog niet weten hoe de situatie er over een enkele jaren uit ziet, kiezen we er als gemeente voor om onze omgevingsvisie zo actueel mogelijk te houden. We gaan uit van bijstelling van de omgevingsvisie, vier jaar na vaststelling. Het actualiseren van de omgevingsvisie kan door bijvoorbeeld het toevoegen van nieuwe ambitie of door het geven van duidelijkere kaders op een bepaald onderwerp. Hieruit kan ook volgen dat een programma moet worden aangepast. Of dat een nieuw programma moet worden opgestart.