CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen PPA over Transitievisie Warmte - raad 11-11-2021

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 11 november 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: 15. Raadsvoorstel transitievisie warmte1.798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen betreffende: TransitieVisie Warmte gemeente SintMichielsgestel (behandeling raad 11-11-2021).

1. In het raadsvoorstel, pg 2, Argumenten 1.2 lezen wij dat de opgave voor SMG in 2030 gelijk staat aan het energie verbruik van 2.760 woningen (4,6% van de 60.000 woningen in de regio NOB). a. Hoe, en hoe vaak gaat u de voortgang hierop monitoren/meten in SMG? Dit om te zorgen dat u tijdig kan bijsturen om onze 2030 opgave te realiseren. De voortgang hierop wordt gemonitord op rijks, provinciaal en lokaal niveau via de CBS-gegevens van de Klimaatmonitor. Die gegevens worden jaarlijks verstrekt. Via de werkgroep Monitoring wordt de Stuurgroep van de RES NOB jaarlijks geïnformeerd over de voortgang en vervolgens de gemeenteraden via een RIB. b. Hoe verhouden deze 2.760 woningen zich tot de RES opgave van 21% van de woningen? Dit zoals aangegeven in de RES NOB 1.0 voor SMG op blz 20. Die 2.760 woningen is ongeveer gelijk aan 21% van het totale aantal woningen (en verwarmde gebouwen) in de gemeente Sint-Michielsgestel. Overigens is het dominante transitiepad naar aardgasvrij de (hybride) warmtepomp in de gemeente. Met de hybride warmtepomp ga je niet van het aardgas af, maar bespaar je tussen de 45 tot 95% aardgas, afhankelijk van de isolatie, soort woning en het rendement van de warmtepomp. Het gaat dus eigenlijk om woningequivalenten en daarbij is het aardgasgebruik de belangrijkste indicator.

Omdat warmtepompen veel elektriciteit gebruiken zal het elektriciteitsgebruik flink toenemen, waardoor dit de elektriciteitsbesparing verminderd. Per saldo moeten we daarmee de RES doelen van 11% besparing op elektriciteit en aardgas in 2030 realiseren en het doel van de opwek van 3 Petajoule warmte halen. 2. In het raadsvoorstel, pg 2, Financiën lezen wij dat middels de decembercirculaire 2019 € 236.000 ontvangen is, maar tevens dat voor het opstellen van de TVW een offerte van € 47.000 volstond. a. Kunt u ons uitleggen wat met het verschil (€ 236.000 - € 47.000 = € 189.000) gedaan is? Het verschil is gereserveerd voor de uitvoering van de warmtetransitie. b. Kunt u uitleggen wat met het nog niet besteed bedrag gepland is te doen? In 2022 moet bepaald worden wat de bijdrage is van de gemeente Sint-Michielsgestel aan de regionale doelen van 11% energiebesparing en de opwek van 3 Petajoule hernieuwbare warmte is voor de RES NOB 2.0. Dan moeten ook de stappen richting uitvoering van de TVW vorm gegeven worden in een herziening/uitwerking van de TVW. Daarin wordt ook bepaald welke middelen noodzakelijk zijn voor deze uitvoering. c. Wanneer gaat u dit nog niet besteed geld uitgeven? De herziening/uitwerking van de TVW wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, waarvoor een planning met de benodigde capaciteit en middelen gemaakt wordt. 3.

In Bijlage 1 bij raadsvoorstel wordt gesproken over transitiepaden, transitieroute, transitiekaart en de stappen richting uitvoering om als gemeente transitie-gereed te worden. a. Kunt u ons uitleggen wanneer u gepland heeft te starten met de uitvoeringsplannen (planfase en uitvoeringsfase) per wijk? Uitvoeringsplannen per wijk zijn alleen noodzakelijk wanneer een collectieve warmtevoorziening in een bepaalde wijk mogelijk is. Nu uit de TVW blijkt dat in geen van de wijken/kernen van de gemeente Sint-Michielsgestel dit aan de orde is, moeten woningen/gebouwen individueel van het aardgas af. Dit doen we door een doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen (zie hoofdstuk 5.1.1.) en waar mogelijk met een gebiedsgerichte aanpak (zie hoofdstuk 5.1.2).

b. Met hoeveel wijken bent u van plan gelijktijdig op te starten? Omdat we uitgaan van individuele oplossingen, zijn er geen startwijken. Wel kunnen we in de gebiedsgerichte aanpak starten met een aanpak voor meerdere wijken/kernen in de gemeente. Dit moet bepaald worden in het uitvoeringsprogramma. c. In hoeveel wijken gaat u hiervoor de gemeente opdelen? Als we de gemeente hiervoor gaan opdelen doen we dat in het licht van de gebiedsgerichte aanpak. Dat doen we dan niet zo zeer op basis een CBS wijkindeling, maar op basis van het bouwjaar (energielabel) van wijken of van de bereidheid van bewoners om (gedeeltelijk) van het aardgas af te gaan. d. Wanneer gaan onze inwoners hierover van u bericht ontvangen? Onze inwoners worden geïnformeerd over de TVW via een publieksvriendelijke interactieve versie als infographic voor op de gemeentelijke website. Daarnaast wordt een persbericht en infrographic geleverd voor de media. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma moeten onze inwoners en belangengroepen betrokken worden. Als het uitvoeringsprogramma is vastgesteld, moeten onze inwoners hierover geïnformeerd worden. Ook worden betreffende inwoners geïnformeerd als een doelgroepen of gebiedsgerichte aanpak wordt uitgezet.

4. Refererend aan bijlage 1, is een grote succesfactor, volgens ons, de gemeentelijke invulling die gekozen zal worden. In hoofdstuk 5.5.2. wordt een capaciteitsinschatting gemaakt voor SMG op basis van onderzoek van de Raad van het Openbaar Bestuur waarin naast algemene capaciteit (ca 2,15 – 2,75 FTE) tevens de additionele capaciteit ‘per wijk’ (2,5 – 3,2 FTE) wordt aangegeven. a. Kunt u aangeven hoeveel capaciteit nu al voor de TVW (sec) beschikbaar is? In totaal is voor Mijn Gemeente Dichtbij 5,7 FTE beschikbaar voor duurzaamheid, dus voor Boxtel en Sint-Michielsgestel samen, waarvan ongeveer 1,5 FTE voor de warmtetransitie van beide gemeenten. b. Kunt u ons de nodige capaciteit indicatie tot en met 2030 schetsen, voor de TVW (sec)? Doordat deze taken in een ambtelijke samenwerking worden uitgevoerd, kan uitgegaan worden van de ondergrens die de Raad van het Openbaar bestuur inschat. Daarvoor moet de capaciteit opgeschaald worden naar 4,3 FTE. De additionele capaciteit is alleen noodzakelijk bij plannen voor een collectieve warmtevoorziening. Op basis van de TVW zijn hiervoor geen startkansen in de gemeente Sint-Michielsgestel. Om de capaciteit op het benodigde niveau te brengen zijn additionele middelen nodig van het Rijk. c.

Is of wordt de benodigde capaciteit (eventueel extra of tijdelijk) opgenomen in komende begrotingen? Die capaciteit kan ook bestaan uit inhuur en wordt opgenomen in de komende begrotingen. d. Is hiervoor aanvullende dekking vanuit hogere overheden te verwachten? Zoals in het raadsvoorstel onder de kop financiën is vermeld, worden gemeenten ook financieel ondersteund, maar de hoogte van die uitkering is nog niet bekend. Daarnaast zal dit geen structurele bijdrage zijn en is dit aan het nieuwe kabinet. De regierol van de gemeente binnen de warmtetransitie kan alleen goed vormgegeven worden als hiervoor voldoende middelen beschikbaar gesteld worden. 5. Refererend aan bijlage 1, is een andere grote succesfactor, volgens ons, de regierol die gekozen zal worden. In zowel hoofdstuk 5.2.6. als hoofdstuk 5.5.1 wordt hier over gesproken. In eerdere uitwisseling met u vernamen wij van u de mogelijke regierollen conform de ‘Argumentenfabriek’ a. Kunt u aangeven, conform het model van de argumentenfabriek, welke regierol u voor de gemeente SMG met dit raadsvoorstel voorstelt?

De mate waarin je als gemeente de verschillende regierollen kunt vervullen is afhankelijk van de middelen die beschikbaar zijn, maar ook van de keuzes die je als gemeente maakt. Samen beantwoorden we de vraag of we de afwachtende, integrale, sturende of proces-regisseur moeten zijn. Die keuze moet verantwoord worden in het uitvoeringskader en de gemeenteraad kan daarin een kaderstellende rol hebben. b. Kunt u ook argumenteren waarom voor deze betreffende regierol gekozen is? Hiervoor is dus nog geen keuze gemaakt. 6. Refererend aan bijlage 1, lezen wij op pg 27, in 5.2.2. over de Samenwerkingsstructuur die u voorstaat, in 5.2.3 over een samenwerkingsplatform, en in 5.2.4 over een loket functie. a. Kunt u verduidelijken hoe deze structuur, platform en loket ‘bemenst’ gaan worden? De uitvoering van deze structuur, het platform en loket zijn afhankelijk van de middelen en capaciteit die hiervoor beschikbaar is. Het uitvoeringsprogramma moet een antwoord geven op deze vraag. De uitvoering van het regionaal energieloket Brabant Woont Slim zal in 2022 opnieuw aanbesteed worden aan de hand van de wensen van de deelnemende gemeenten. b. Is hiervoor al capaciteit beschikbaar binnen het huidige apparaat? Zie antwoord vraag 4. c.

Is een dergelijke ambtelijke capaciteit onderdeel van de in hoofdstuk 5.5.2 (en onze vraag 4) aangegeven FTE capaciteiten? Ja, het betreft de capaciteit die lokaal en regionaal per gemeente beschikbaar is en betreft zowel vaste formatie als inhuur. 7. Refererend aan bijlage 1, lezen wij over het begrip betaalbaarheid, een begrip dat natuurlijk niet voor iedereen het zelfde is. Op pg 13 lezen wij uw gekozen definitie hiervoor. a. Klopt het dat in de voorliggende TVW de Ministeriele brief van 12 januari 2021 aan u niet opgenomen is voor wat betreft het onderwerp betaalbaarheid? U doelt waarschijnlijk op de Kamerbrief over de betaalbaarheid van de energietransitie in de gebouwde omgeving van 6 juli 2021. Zowel in deze kamerbrief als in de TVW is geen duidelijke definitie van het begrip betaalbaarheid en is dit situationeel bepaald. De eindgebruikerskosten van die transitie zijn voor elke woning verschillend en we gaan met de woningcorporaties in overleg om te komen tot prestatieafspraken om deze transitie betaalbaarheid te houden, zodat met name de minst draagkrachtigen ontzien worden. b.

Het door de minister in haar schrijven gekozen uitgangspunt ‘woonlastenneutraliteit’ treffen wij nergens aan in de TVW, kan u verklaren waarom niet? Woonlastenneutraliteit is een relatief begrip als de aardgasprijzen flink stijgen, maar het criterium “niet meer dan anders” is wel het uitgangspunt dat men daarbij gebruikt. Die neutraliteit wordt bepaald door de uitgangspunten in hoofdstuk 2.1. Hoewel het begrip niet genoemd is, is het wel uitgangspunt. 8. Refererend aan bijlage 1, lezen wij op pg 31 in de ‘inlage’, informatie over de inwonersavonden met, in onze ogen, een aantal zeer goede en bruikbare tips van onze eigen inwoners. a. Kunt u aangeven wanneer en hoe onze inwoners gaan merken dat u hiermee (en met de TVW) aan de slag gegaan bent? In feite zijn we daarmee al aan de slag gegaan door de acties op basis van de RRE en in de toekomst de RREW. Op basis daarvan zijn al centrale inkoopacties van na isolatie van spouwmuren, isolerende beglazing, (hybride) warmtepompen georganiseerd en zijn bespaarplannen aangeboden aan

woningeigenaren. Als in de toekomst vergelijkbare bijdragen vanuit het Rijk beschikbaar komen willen we die lijn voortzetten en hiervoor in het uitvoeringsprogramma een planning maken. Ook willen we daar de woningcorporaties in ondersteunen. 9. Refererend aan bijlage 1, lezen wij op pg 32, paragraaf 5.4, dat u er (waarde) aan hecht dat informatie duidelijk en centraal te vinden is, in plaats van versnipperd. Dit werd ook door onze inwoners aangegeven op de inwonersavond. a. Op welke wijze gaat u informatie clusteren en aanbieden? Kunt u dit concreet maken? Dit willen we vormgeven door binnen de gemeentelijke website het platform duurzaamheid op te nemen en dit te koppelen aan het regionaal energieloket Brabant Woont Slim. Hoe dit concreet vorm gegeven wordt, moet bepaald worden in de het uitvoeringsprogramma van de TVW.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=bace2618-19b5-432a-b672-33dcbdeabc93