CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024

Raadsvergadering Boxtel 3 februari 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Wijzigingsbesluit verordening Sociaal Domein 20244.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen behorend bij raadsvoorstel Wijzigingsbesluit Verordening sociaal domein 2024 Raadsvergadering 3 februari 2026 Fractie

Vraag/onderdeel Inleiding

Reactie/antwoord technische vragen Woord vooraf: Het raadsvoorstel over de aanpassing van de Verordening Sociaal domein betreft alleen het vastleggen van besluiten die eerder door de raad zijn genomen, zoals de Kadernota 2026, de Begroting 2026 en de Vise Boxtel Samen Sterk 2040. Daarnaast hebben er enkele juridische wijzigingen plaatsgevonden, die ook vragen om een aanpassing van de verordening. Dit wijzigingsbesluit bevat geen verandering van beleid van de gemeente Boxtel. We volgen de koers die is vastgesteld in de Visie Boxtel Samen Sterk 2040. We werken aan een veerkrachtige samenleving waar inwoners zelfstandig en met elkaar in staat zijn om op hulpvragen zelf op te lossen. De verordening is het instrument waarmee de consulenten maatwerk kunnen bieden in iedere casus.

BALANS PvdA-GroenLinks

Is het mogelijkheid om de originele verordening of verwijzing/link toe te voegen in IBabs? Ik mis bij het wijzigingsbesluit Verordening Sociaal Domein het advies van de Adviesraad Sociaal Domein. Kunnen jullie dit nog aan de vergaderstukken toevoegen?

Uitvoering geven aan het sociaal beleid van de gemeente Boxtel is een grote kostenpost. Daarom willen de beschikbare middel zo eerlijk mogelijk inzetten voor onze inwoners die ondersteuning nodig hebben. Een goede een heldere verordening helpt daarbij. 22/1 Gewijzigde Verordening Sociaal Domein 2024 Boxtel | Lokale wet- en regelgeving 20/1 Het advies wordt als bijlage toegevoegd aan de stukken.

BALANS Vraag 1

Argumenten 1.1 Uitspraken van de Centrale Raad van Beroep vragen om een uitwerking van ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ in het kader van de Jeugdwet. Graag ontvangen we een link of zaaknummers.

De betreffende uitspraken kunt u vinden via deze links: ECLI:NL:CRVBB:2024:1095 (gemeente Vlissingen) ECLI:NL:CRVB:2024:1096 (gemeente Hollands Kroon) ECLI:NL:CRVB:2024:1097 (gemeente Groningen)

SP Vraag 2

SP Vraag 3

SP Vraag 4

Vraag 5

Kanttekeningen 1.2 Adviesraad Sociaal Domein ziet graag een nadere uitwerking van draagkracht en draaglast bij het artikel 4.6 "In het eerste half jaar van 2026 nemen wij de tijd om een zorgvuldig proces te doorlopen om verdere verbeteringen aan te brengen in de verordening".Dit klinkt alsof het voorstel nog verder uitgewerkt moet worden.Betekent dit dat er in of (snel) na het 1e halfjaar 2026 naar verwachting een herziening gaat komen? Meervoudige problematiek In hoeveel procent van de gevallen bij Jeugdzorg is er sprake van meervoudige problematiek? Een grove benadering volstaat. Verdragen en wetgeving Wij hebben indicaties ontvangen dat de modelverordening van de VNG, die kennelijk de basis heeft gevormd voor de beoogde wijzigingen, niet voldoet aan de op dit gebiede betrekking hebbende wetgeving en verdragen. Is het Boxtelse voorstel getoetst aan de daarop betrekking hebbende wetten en verdragen zoals het kinderrechtenverdrag van de VN/EU? Zo ja, op welke? Zo nee: waarom niet?

Ja, wij zijn voornemens om u na het 1e halfjaar 2026 een herziende verordening aan te bieden. Ook vanwege de wijzigingen in de Participatiewet in Balans die pas per 01-01-2027 ingevoerd worden.

Uit landelijke cijfers blijkt dat bij ongeveer de helft van de huishoudens die jeugdhulp ontvangen, sprake is van twee of meer verschillende problematieken (bron: CBS). Er zijn ons geen aanwijzingen bekend dat de nieuwe VNG-modelverordening in strijd zou zijn met nationale wetgeving of internationale verdragen. Wij hebben geen afzonderlijke juridische toets uitgevoerd specifiek op het VN Kinderrechtenverdrag (IVRK) of andere internationale verdragen. Het wijzigingsvoorstel is wel getoetst aan de nationale wettelijke kaders, zoals de Jeugdwet en de Awb. Waarom geen aparte toets aan het IVRK?Wij zijn juridisch verplicht de jeugdhulpverordening aan te laten sluiten bij de Jeugdwet. De Jeugdwet vormt het in

Vraag 6

SP Vraag 7 Vraag 8

Nederland geldende kader dat de bepalingen uit internationale verdragen zoals het IVRK al incorporeert. Wij hebben dus geen aparte verdragsrechtelijke toetsverplichting: wij moeten handelen binnen nationale wetgeving en rechterlijke uitspraken daarover.De wijziging van artikel 4.6 werd primair ingegeven door:- nieuwe jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over eigen mogelijkheden / probleemoplossend vermogen en- de geactualiseerde VNG modelverordening die daarop is gebaseerd. Een van de kinderrechten is het recht op een eigen Bij de wijziging van artikel 4.6 is géén consultatie van kinderen of mening (art 12 verdrag). Daarin staat vermeld dat er echt jongeren uitgevoerd, omdat:• De wijziging betreft een juridische moet worden geluisterd naar de mening van hen die het verduidelijking van de wijze waarop “eigen mogelijkheden en betreft. Hoe en wanneer heeft die consultatie probleemoplossend vermogen” moet worden beoordeeld.• Het is géén plaatsgevonden? beleidsinhoudelijke wijziging die rechten, toegang of ondersteuning van jeugdigen beperkt.• Voor gemeentelijke verordeningen bestaat geen wettelijke verplichting om kinderen te raadplegen.• Het recht om gehoord te worden (art. 12 IVRK) geldt op casusniveau, bij individuele hulpverlening — en dat is in Boxtel gewaarborgd via: - integrale intake (art.

2.1.2),- betrokkenheid van jeugdige bij het plan,- afstemming op behoeften van het kind in art. 4.1 e.v. Bezetting consulenten jeugdzorg Kent de afdeling op dit moment vacatures? Zo ja hoeveel Deze vraag heeft geen betrekking op het voorliggende voorstel. (% v/h totaal)? Hoeveel verloop is er het afgelopen jaar geweest in de Deze vraag heeft geen betrekking op het voorliggende voorstel. personele bezetting? (in %)

PvdAGroenlinks Artikel 4.6 Vraag 9 3b. Wat zijn ernstige financiele problemen? Dus geen hulp bij matige problemen. Wat is ernstig/ matig?

De verordening definieert “ernstige financiële problemen” niet exact; dat betekent dat het college dit per individuele situatie beoordeelt en dient te beargumenteren. Ernstige financiële problemen zijn situaties waarin het bieden van bovengebruikelijke zorg ertoe leidt dat het gezin:• onder het sociaal minimum komt (bijv. door noodzaak tot minder werken);• structureel niet meer kan voorzien in noodzakelijke bestaanskosten, zoals woonlasten, energie, voeding;• problematische schulden ontwikkelt (dus niet incidentele betalingsachterstanden);• objectiveerbare financiële ontwrichting ervaart die niet kan worden opgelost in de reguliere begroting van het gezin.Deze beoordelingswijze sluit aan op bestaande landelijke normen zoals die worden gehanteerd door Nibud, gemeentelijke minima regelingen en de CRvB jurisprudentie over draagkracht en eigen mogelijkheden. De CRvB heeft geoordeeld dat gemeenten moeten toetsen of het bieden van bovengebruikelijke hulp niet leidt tot (dreigende) overbelasting én tot ernstige financiële problemen. Dit is dus geen wens van de gemeente Boxtel, maar een juridische verplichting.

Vraag 10

4b. Wat is mate van toezicht? Altijd discutabel. Moet een ouder bijv. altijd zicht hebben op een speeltuin waar de jongere speelt? Waar liggen de grenzen?

PvdAGroenlinks Reactie Adviesraad Sociaal Domein Vraag 11 Verhouding draaglast en draagkracht als uitgangspunt nemen! We gaan toch uit van hulp die ervoor zorgt dat jeugd/ouders langdurig/chronisch uit de problemen kunnen komen. Dus niet te streng, anders valt men onmiddellijk terug. Denk ook aan overspannen of zieke ouders door de situatie met hun kind.

Bij de mate van toezicht gaat het om:• hoe vaak toezicht nodig is (continu, frequent, incidenteel);• op welke afstand (fysiek nabij, in dezelfde ruimte, op gehoorafstand);• voor welke activiteiten (spelen, buiten zijn, school, vervoer, dagelijkse handelingen);• wat passend is voor de leeftijd en ontwikkeling van een gemiddeld kind.Ouders moeten toezicht bieden dat gebruikelijk is voor kinderen van dezelfde leeftijd zonder beperkingen. Toezicht dat verder gaat (bijv. continu meekijken bij een 10-jarige) kan duiden op:• bovengebruikelijke hulp, of• andere problematiek die een individuele voorziening kan rechtvaardigen.Om te bepalen of iets gebruikelijk is of niet gebruiken we de richtlijnen van de CIZ over gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling per leeftijd. Deze richtlijnen zijn opgenomen in bijlage 1 van de Nadere regels jeugdhulp gemeente Boxtel 2022.

De verhouding tussen draaglast en draagkracht is een essentieel uitgangspunt in artikel 4.6: als ouders door ziekte, overspanning, beperkte belastbaarheid of financiële problemen geen bovengebruikelijke hulp kunnen bieden, wordt dat erkend en kan jeugdhulp worden ingezet. Het artikel is daarmee niet bedoeld om strenger te zijn, maar om terugval juist te voorkomen en duurzame ondersteuning te waarborgen.

Vraag 12

4.5 anders invullen als ASD wettelijke eis Kwaliteitsregister

De wettelijke kwaliteitseisen zijn al volledig geborgd in de uitvoering; alle jeugdconsulenten zijn SKJ-geregistreerd. Deze wettelijke eis hoeft juridisch niet in de verordening zelf te worden herhaald.

Vraag 13

5.2.1 aanpassen naar opmerkingen van ASD

Zie hiervoor het raadsvoorstel behorende bij het wijzigingsbesluit.

Vraag 14

5.5 idem

Zie hiervoor het raadsvoorstel behorende bij het wijzigingsbesluit.

BALANS Vraag 15

Aanpassingen Jeugdzorg Waarom zijn de uitspraken van de Centrale raad van Beroep niet meegenomen in de wijziging verordening sociaal domein 2024 van september 2025?

Vraag 16

Welke uitspraken van CRvB liggen ten grondslag aan deze wijziging? Welke functies binnen de gemeente zijn namens het college gemandateerd om besluiten te nemen en wat houdt dit mandaat in de praktijk in?

Zie het antwoord op vraag 1.

Is de VNG model verordening jeugdhulp als basis gebruikt? Ligt het CIZ ontwikkelde protocol gebruikelijke zorg ten grondslag?

Ja.

Vraag 17

Vraag 18 Vraag 19

Wegens personele wijzigingen op beleidsadviseur jeugd, is het niet eerder gelukt dit mee te nemen.

Omdat onze ambtenaren niet in dienst zijn bij de gemeente zelf maar bij MijnGemeenteDichtbij hebben de colleges een mandaatbesluit genomen waarin zij, op enkele uitzonderingen na, al hun bevoegdheden hebben overgedragen aan het Algemeen Bestuur van MijnGemeenteDichtbij. Het Algemeen Bestuur heeft op haar beurt deze bevoegdheden onverkort doorgegeven aan het AMT met de mogelijkheid om deze te verstrekken aan medewerkers van de organisatie. In het register behorende bij het Besluit AMT inzake doorgeven ondermandaat MijnGemeenteDichtbij 2022 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681646) kunt u zien hoe dit verder geregeld is voor verschillende bevoegdheden. Daar waar een bevoegdheid door middel van dit besluit is doorgegeven, moet dit worden gezien in de ruimste zin van het woord. Daaronder dient dan ook te worden verstaan alle met een bevoegdheid samenhangende handelingen.

Ja, deze is opgenomen in bijlage 1 van de Nadere regels jeugdhulp.

Vraag 20

Welke preventiemaatregelen voor overconsumptie zijn er Gemeente Boxtel neemt verschillende preventiemaatregelen om in Boxtel? Kunt u wat concrete voorbeelden noemen en overconsumptie te voorkomen. Deze zijn vastgelegd in de Verordening waar zijn deze vastgelegd? Sociaal Domein 2024 en worden met artikel 4.6 verder juridisch geborgd. Voorbeelden zijn:• de integrale intake (art. 2.1.2),• het eerst inzetten van algemene voorzieningen (art. 4.2),• duidelijke beoordeling van gebruikelijke vs. bovengebruikelijke hulp (nieuw art. 4.6),• beoordeling van draagkracht en (dreigende) overbelasting van ouders (art. 4.6 lid 5 en 6),• afstemming met andere wettelijke stelsels (art. 4.5).

Vraag 21

Waarom is er voor gekozen om in deze wijziging te beperken tot artikel 4,6, krijgt de gemeenteraad in het najaar 2026 opnieuw een wijziging verordening sociaal domein 2024? En de

Er is gekozen om deze wijziging te beperken tot artikel 4.6 omdat de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep aanpassing vereisen. De overige verbeterpunten (zoals een mogelijke verdere uitwerking van draagkracht en draaglast) vragen een bredere herziening en participatieproces met de Adviesraad Sociaal Domein en de uitvoering. Zoals in het raadsvoorstel aangegeven wordt dit traject in de eerste helft van 2026 uitgewerkt. De gemeenteraad ontvangt daarom naar verwachting later in 2026 een nieuw, breder voorstel voor de Verordening Sociaal Domein 2024.

Vraag 22

Het raadsvoorstel gaat in per 01-03-2026 terwijl de participatiewet in balans ingaat per 01-01-2026

De Participatiewet in Balans gaat inderdaad in per 1 januari 2026. De wijziging die we doorvoeren vanwege de nieuwe wet is alleen artikel 8.6 (vrijlating giften). De hoogte van vrijlating is met ingang van 1 januari 2026 geregeld in de wet. Daardoor geldt vanaf dat moment de regelgeving in de Participatiewet en niet de regelgeving in de verordening.

Vraag 23

Was ASD genodigd voor de in gespreksavond d.d. 2001-2026? En zijn de adviezen opgenomen in de gewijzigde verordening, zo ja is de verordening opnieuw ter advies voorgelegd?

De gespreksavond van 20 januari 2026 was een politieke bijeenkomst voor raadsleden en geen formele adviesronde; de ASD was daarvoor niet specifiek genodigd. De adviezen die de ASD heeft gegeven zijn meegenomen in de afweging; het college erkent dat verdere uitwerking van draagkracht en draaglast mogelijk wenselijk is, maar kiest ervoor dit zorgvuldig mee te nemen in het bredere traject in 2026. Omdat de wijziging van de verordening beperkt blijft tot artikel 4.6 en geen aanvullende aanpassing naar aanleiding van de ASD vraagt, is de verordening niet opnieuw ter advies aan de ASD voorgelegd.

Vraag 24

Naar welke aanspraak op de zorgverzekeringswet ("aanvullende zorgverzekering") doelt de gemeente? Welke voorzieningen betreft dit?

De Jeugdwet bepaalt dat eerst gekeken moet worden naar andere voorliggende voorzieningen, waaronder de Zorgverzekeringswet. Met “aanvullende zorgverzekering” wordt gedoeld op de aanvullende verzekering binnen de Zorgverzekeringswet. Deze kan vergoedingen bevatten voor zorgvormen die niet in het basispakket vallen, zoals vaktherapie of bepaalde paramedische of psychosociale behandelingen. Het gebruik van een aanvullende verzekering is onderdeel van de eigen mogelijkheden van ouders. Hiernaar kijken voorkomt dat de gemeente betaalt voor zorg die de zorgverzekering al dekt. Dit is ook precies waarom artikel 4.6 lid 1 dit expliciet noemt. Pas wanneer de aanvullende verzekering de benodigde zorg niet vergoedt of ontoereikend is, kan de gemeente ondersteuning bieden vanuit de Jeugdwet.

Vraag 25

Hoe ziet het onderzoek naar eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen eruit?

De jeugdconsulent onderzoekt onder meer wat gebruikelijke hulp is, of ouders bovengebruikelijke hulp kunnen bieden zonder overbelasting of financiële problemen, of het netwerk kan ondersteunen, of er voorliggende voorzieningen zijn en hoe de draagkracht van het gezin is. Deze stappen zijn vastgelegd in het nieuwe artikel 4.6 en in de Nadere regels jeugdhulp, en worden uitgevoerd via de integrale intake zoals beschreven in hoofdstuk 2 van de verordening.

Vraag 26

Hoe gaat de gemeente om met 'ontlasting van de ouders" De gemeente ondersteunt ouders op verschillende manieren wanneer de 'vervangende zorg' en/ of 'respijtzorg'? zorg voor hun kind te zwaar wordt. Respijtzorg is in de Verordening Sociaal Domein opgenomen als tijdelijke overname van zorg zodat ouders kunnen herstellen en overbelasting wordt voorkomen. Binnen de jeugdhulp wordt vervangende zorg ingezet wanneer bovengebruikelijke zorg niet van ouders verwacht kan worden, bijvoorbeeld door ziekte, overspanning of (dreigende) overbelasting. Dit is vastgelegd in het nieuwe artikel 4.6 van de verordening en verder uitgewerkt in de Nadere regels jeugdhulp. Eerst wordt gekeken naar algemene voorzieningen; als die onvoldoende zijn, kan een individuele voorziening zoals respijtzorg worden ingezet.

Vraag 27

Waarom verleent het college enkel een kortdurende voorziening indien er sprake is van hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt?

Wij verlenen bij bovengebruikelijke hulp in eerste instantie een kortdurende voorziening, omdat de Jeugdwet voorschrijft dat eerst moet worden beoordeeld of de situatie tijdelijk is en herstel mogelijk is. Voor langdurige inzet gelden aanvullende, zwaardere beoordelingscriteria, die alleen bij structurele beperkingen worden toegepast. Dit voorkomt overconsumptie, maar waarborgt dat gezinnen die langdurig ondersteuning nodig hebben deze ook krijgen. Het onderscheid tussen kortdurend en langdurig zorgt dat:• tijdelijke situaties niet onnodig leiden tot langdurige, dure trajecten• maar langdurige situaties wel degelijk de juiste structurele hulp krijgenKortdurende voorzieningen zijn dus bedoeld als interventie, niet als langdurige oplossing. Dit onderscheid staat expliciet in artikel 4.6 lid 8 en lid 9 t/m 11 van de verordening.

Vraag 28

Hoe gaat de gemeente ouders ondersteunen in vaardigheden ontwikkelen om zelf hulp te bieden?

Wij ondersteunen ouders via verschillende vormen van lichte en specialistische ondersteuning. Dit gebeurt onder andere via opvoedondersteuning (art. 4.2 van de verordening), coaching en basishulp van het wijkteam, vaardigheidstrainingen binnen jeugdhulp, ondersteuning bij netwerkontwikkeling en respijtzorg wanneer ouders overbelast zijn. Het nieuwe artikel 4.6 schrijft voor dat beoordeeld moet worden of ouders vaardigheden missen, en zo ja, passende ondersteuning ingezet moet worden om deze vaardigheden te versterken.

Vraag 29

Hoe gaat de gemeente toezien op 'voorkomen dat lichte problematiek direct leidt tot dure trajecten"

Wij voorkomen dat lichte problematiek direct leidt tot dure trajecten door te werken met een wettelijk verplicht stappenplan: eerst de integrale intake, dan lichte en vrij toegankelijke ondersteuning, vervolgens toepassing van artikel 4.6 als beoordelingskader en afstemming met andere voorzieningen. Daarnaast worden trajecten periodiek geëvalueerd en gaan wij artikel 4.6 vertalen naar een toetsingskader voor consulenten. Deze instrumenten samen zorgen voor doelmatige, proportionele inzet van jeugdhulp en voorkomen overconsumptie.

Vraag 30

Hoe is de toegang tot diagnostiek georganiseerd indien nog niet bekend is of het kind behandeling nodig heeft?

De toegang tot diagnostiek verloopt via het Wijkteam. Team Toegang doet alleen een eerste uitvraag. De integrale intake door SKJ geregistreerde jeugdconsulenten bepaalt of diagnostiek nodig is, zo nodig met betrokkenheid van een gedragswetenschapper. De gemeente voert geen diagnostiek uit maar verwijst naar gecontracteerde jeugdzorgaanbieders. Diagnostiek wordt pas ingezet na zorgvuldig onderzoek.

Vraag 31

"overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende belasting of dreigende belasting is opgeheven' hoe gaat de gemeente de ouders hierin ondersteunen en hoe kan de gemeente constateren dat het probleem bestaat en wel/niet is opgelost?

Wij ondersteunen ouders bij (dreigende) overbelasting door middel van een deskundige beoordeling door het Wijkteam, tijdelijke inzet van jeugdhulp en opvoed- en netwerkondersteuning. Overbelasting wordt vastgesteld op basis van de criteria in artikel 4.6. Wij stellen via herbeoordeling vast of de overbelasting is verminderd, waarna hulp wordt afgebouwd.

Vraag 32

Is de sociale kaart en overzicht van voorliggende en/of vrij toegankelijke voorziening van Boxtel beschikbaar voor ouders/verzorgers? Zo niet hoe en per wanneer kan de gemeente hierin voorzien?

Om inwoners optimaal te kunnen voorzien van de actuele voorzieningen binnen de gemeente, zorgen we ervoor dat wijkteams en professionele partners goed op de hoogte zijn d.m.v. de Verwijsgids. Deze Verwijsgids bevat vertrouwelijke informatie die we niet kunnen delen onder inwoners. Ouders/verzorgers met een vraag kunnen zich ten alle tijden wenden tot de Toegang Wegwijs of andere partners en kunnen dan goed geinformeerd worden over het actuele aanbod.

Vraag 33

Waarom moet er een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige in geval van boven gebruikelijke zorg in langdurige situaties? is dit opgenomen in de jeugdwet?

Er moet een verband zijn tussen overbelasting en de zorg voor de jeugdige, omdat de Jeugdwet uitsluitend voorziet in hulp wanneer de opvoeding en verzorging van het kind de ouderlijke draagkracht overstijgen. Dit volgt uit art. 2.3 en 2.9 Jeugdwet in combinatie met de ouderlijke verantwoordelijkheid uit Burgerlijk Wetboek Boek 1. Daarom bepaalt artikel 4.6 dat overbelasting alleen relevant is als deze rechtstreeks voortkomt uit de zorg voor de jeugdige. Dit is in lijn met de landelijke wetgeving en met de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.

Vraag 34

Is getoetst of wettelijk gezien ouders verplicht kunnen worden om sociale/maatschappelijke activiteiten te laten vervallen indien zij zorgdragen voor een kind met een hulpvraag?

Ja, dit is wettelijk getoetst. Ouders kunnen binnen de kaders van de Jeugdwet redelijkerwijs worden gehouden aan het beperken van maatschappelijke activiteiten wanneer dit nodig is om overbelasting op te heffen. Dit volgt uit de ouderlijke verantwoordelijkheid (Burgerlijk Wetboek Boek 1), de systematiek van de Jeugdwet (art. 2.3 en 2.9) en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, en is expliciet opgenomen in nieuwe artikel 4.6 lid 6 en lid 11.

BALANS Vraag 35

Aanpassingen WMO Hoe ziet de stimulans van verhuizing bij voornemen woningaanpassing eruit?

Vraag 36

Heeft u voorbeelden van zwaarwegende redenen om woningaanpassing mogelijk te maken?

Wanneer de kosten voor een woningaanpassing hoger zijn dan € 15.000 wordt in beginsel gekeken naar de mogelijkheid van verhuizing naar een meer passende woning. Dit uitgangspunt biedt vaak een duurzame en toekomstbestendige oplossing. Daarbij staat maatwerk centraal: indien persoonlijke omstandigheden maken dat verhuizen voor betrokkene geen passende of haalbare optie is, wordt hier nadrukkelijk rekening mee gehouden.

Dit is opgenomen in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Bij de afweging of verhuizen leidt tot het wonen in een geschikt huis, moeten de volgende aspecten zorgvuldig worden onderzocht en meegewogen; 1. Financiële consequenties van de verhuizing; 2. De termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medisch verantwoorde termijn); 3. Argumenten pro en contra verhuizing ten zaanzien van de inwoner; 4. Argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg in de woonomgeving; 5. Mogelijk gebruiksduur.

Vraag 37

Wanneer zijn woonvoorzieningen 'algemeen gebruikelijk' Een voorziening algemeen gebruikelijk is als deze:• niet specifiek bedoeld zodat ze niet meer onder WMO verstrekking vallen, heeft is voor personen met een beperking;• daadwerkelijk beschikbaar is;• een u daar voorbeelden van? passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie en;• financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.Voorbeelden hiervan zijn relatief kleine en eenvoudige voorzieningen, zoals een douchekop met slang, handgrepen die in reguliere bouwmarkten te koop zijn of een verhoogd toilet. Dit is conform bestaande jurisprudentie en uitgangspunten die de CRvB hanteert.

Vraag 38

Graag wat meer informatie over de inzet van deelscootmobiel,hoe gaat dit worden ingezet? De verordening gaat in per 01-03-2026 is er een overbruggingsperiode totdat duidelijk is hoe om te gaan met deelscooters en niet brandveilige stalling in bv wooncomplexen (zorgen adviesraad)?

Vraag 39

Er wordt een pilot voorbereid en concrete invulling moet nog duidelijk worden. We onderzoeken momenteel waar de eerste pilot voor deelscootmobielen kan worden gestart na 1 maart 2026. Dit gebeurt in overleg met de verhuurder/eigenaar van een complex. Deelscootmobielen zijn een mogelijke oplossingsrichting voor het stallingsprobleem in wooncomplexen.

Vraag 40

Heeft u voorbeelden van voorzieningen die met een PGB Alle Wmo voorzieningen kunnen middels een PGB worden verstrekt. De kunnen worden gekocht? En is dit ook PGB (budget) van inwoner heeft keuzevrijheid of te kiezen voor zorg of voorzieningen in de gemeente? natura of een PGB. Bijvoorbeeld het pgb voor een scootmobiel wordt berekend aan de hand van actuele koopprijzen, inclusief onderhoud en verzekering.

Vraag 41

Hoe gaat de gemeente om met 'minderwaarde' van de woning na woningaanpassing?

Als de inwoner een woning verkoopt waarbij een grote woningaanpassing is aangebracht in de vorm van een aanbouw, dan geldt het antispeculatiebeding. In principe verwachten we geen minderwaarde bij een aanbouw. De woning wordt getaxeerd voor de verkoop.

Vraag 42

Waarom verstrekt de gemeente geen vervoersvoorziening gericht op woon/werkverkeer en zakelijk verkeer?

Gemeenten verstrekken vervoersvoorzieningen vanuit de Wet. maatschappeijke ondersteuning. Deze zijn bedoeld om de zelfredzaamheid en maatschappeijke participatie te vergroten. Het woon/werkverkeer en zakelijk verkeer vallen onder kosten die behoren bij werkgevers of landelijke regelingen. Voorbeelden hiervan zijn de Arbowet (werkgever): aanpassingen of vervoer of het UWV: vervoersvoorzieningen bij werk of reintegratie (WIA, Wajong)

Vraag 43

Waarom staat er in het document 'Besluit tot eerste wijziging van de gewijzigde verordening sociaal domein 2024 Boxtel dat het wordt vastgesteld in de raadsvergadering van 4 februari 2026"? We stellen het raadsvoorstel op 03 februari vast met de raad.

Dit is aangepast.

1. Heeft de ASD een minder uitgewerkte verordening beoordeelt dan hier voor ons ligt. In hun advies heeft de ASd het nl over niet- gebuikelijke hulp en reageren zij op artikel 4.5 In de verordening In 4.6 staat de term bovengebruikelijk hulp. Is onze conclusie juist dat u de adviezen van de ASD deels verwerkt heeft in deze verordening?

De enige wijziging na het ASD advies is een technische verschuiving van de nummering van 4.5 naar 4.6. Er heeft geen nadere inhoudelijke uitwerking meer plaatsgevonden na het ASD advies. U besluit over precies datzelfde artikel.

Vraag 44

Vraag 45

Vraag 46

2. Er komt dus nog een aanvulling op draagkracht en draaglast. Moet de verordening dan met die aanvulling opnieuw vastgesteld worden?

Nee, wat betreft de Jeugdwet zijn er geen inhoudelijke wijzigingen gedaan na het ASD advies.

Zie beantwoording vraag 21.

Vraag 47

3. Brandveilige stallingen. Er is sprake van collectieve voorzieningen. Wie gaat daarvoor zorgen?

D66 Vraag 48

Vragen Jeugdwet: 1. Hoe voorkomen we dat artikel 4.6 vooral een bezuinigingsinstrument wordt in plaats van een kwaliteitskader?

Vraag 49

2. Welke meetbare criteria gebruikt de gemeente om ‘’eigen mogelijkheden & Probleemoplossend vermogen’’ toe te passen om te voorkomen dat de uitkomst per consulent verschillend is

Brandveilige stallingen bij een collectieve voorziening zoals deelscootmobielen pakt de gemeente samen op met de eigenaar van het gebouw of verhuurder. Per complex zal dit in overleg gebeuren.

Artikel 4.6 is geen bezuinigingsinstrument, maar een juridisch verplicht kwaliteitskader. Het artikel borgt een zorgvuldige, professionele en persoonsgerichte beoordeling van de hulpvraag, in lijn met de Nadere regels Jeugdhulp en uitgevoerd door SKJ-geregistreerde consulenten. Onze consulenten staan daarbij voor een eerlijke en transparante inzet van de mogelijkheden. Hierbij staat de kwaliteit van de afweging altijd voorop, en blijft financiële doelmatigheid uitsluitend een gevolg van goede afweging, niet een doel op zichzelf.

Wij gebruiken vaste, meetbare en juridisch verankerde criteria uit de Nadere regels Jeugdhulp en de bedoeling ook uit artikel 4.6 om eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen te beoordelen. Door deze criteria door te vertalen naar een handzaam toetsingskader en door toezicht van kwaliteitsmedewerkers, inzet van SKJ-geregistreerde consulenten en multidisciplinair overleg structuren (MDO), voorkomen we dat de uitkomst per consulent verschilt.

Vraag 50

3. In het artikel staat dat ouders geacht kunnen worden werk te verminderen/anders te organiseren bij (dreigende) overbelasting. Hoe wordt overbelasting objectief vastgesteld? Is er een standaardmethodiek (bv. vragenlijst/triage) en komt die ook transparant in een toetsingskader?

Overbelasting wordt objectief vastgesteld op basis van de landelijke Richtlijn ‘(Dreigende) Overbelasting’, de Nadere regels Jeugdhulp waarin deze richtlijn is verwerkt, en de criteria uit artikel 4.6. De beoordeling gebeurt door SKJ geregistreerde consulenten en zo nodig in een Multidisciplinair Overleg (MDO) met een gedragswetenschapper. De methodiek wordt op basis van artikel 4.6 nader opgenomen in de in het raadsvoorstel aangekondigde vertaling naar een handzaam toetsingskader.

Vraag 51

4. Het artikel noemt het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering als onderdeel van eigen mogelijkheden: hoe voorkomt Boxtel dat dit ongelijkheid versterkt (wie geld heeft voor aanvullende verzekering, heeft/krijgt sneller hulp)?

Artikel 4.6 bepaalt dat het college bij het beoordelen van de eigen mogelijkheden meeneemt of ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die bepaalde vormen van zorg al dekt. Dit criterium is bedoeld om te voorkomen dat de gemeente jeugdhulp inzet wanneer een passende en reeds beschikbare voorliggende voorziening kan worden benut, en dit juridisch te borgen in de verordening. Gezinnen zonder aanvullende verzekering hebben recht op dezelfde jeugdhulp. Het toetsingskader en de inzet van SKJ geregistreerde consulenten en kwaliteitsmedewerkers borgen dat dit eerlijk, uniform en zonder inkomenseffecten gebeurt.

D66 Vraag 52

Vragen WMO Dit is opgenomen in de nadere regels maatschappelijke ondersteuning. Bij 1. Wat zijn “zwaarwegende redenen” om niet te verhuizen en komt er een heldere lijst/afwegingskader de afweging of verhuizen leidt tot het wonen in een geschikt huis, moeten de volgende aspecten zorgvuldig worden onderzocht en meegewogen; 1. zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn? Financiële consequenties van de verhuizing; 2. De termijn waarop een woning beschikbaar komt (in verband met de medisch verantwoorde termijn); 3. Argumenten pro en contra verhuizing ten zaanzien van de inwoner; 4. Argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg in de woonomgeving; 5. Mogelijk gebruiksduur.

Vraag 53

2. Hoe realistisch is het verhuisalternatief in Boxtel: is er voldoende geschikte woningvoorraad (betaalbaar, toegankelijk, nabij netwerk/voorzieningen)?

In de individuele beoordeling wordt bekeken of er een geschikte woning aanwezig is.

Vraag 54

3. Wat betekent verhuisstimulans voor mensen met mantelzorgstructuren in de buurt: hoe weegt de gemeente het verlies van netwerk mee?

Zie vraag 52. De aanwezigheid van mantelzorg wordt altijd meegenomen in het afwegingskader.

Vraag 55

4. Hoe voorkomt Boxtel dat inwoners tussen wal en schip vallen als verhuizing langer duurt?

In de afweging wordt meegenomen of er binnen redelijke termijn een geschikte woning beschikbaar is. Het blijft een individuele afweging en maatwerk.

Vraag 56

Welke tijdelijke/overbruggingsvoorzieningen zijn mogelijk (tijdelijke aanpassing, extra ondersteuning, tijdelijke vervoersoplossing)?

Er zijn geen specifieke tijdelijk voorzieningen. Dit is altijd maatwerk en we bekijken van uit de gemeente altijd wat er nodig is. Soms kunnen vanuit de Zorgverzekeringswet tijdelijke voorzieningen worden verstrekt. Bijvoorbeeld een rolstoel.

Vraag 57

5. Hoe gaat Boxtel om met situaties waarin verhuizen leidt tot hogere woonlasten en dus tot financiële problemen?

Vraag 58

6. Hoe wordt “meerwaarde” vastgesteld op een manier die juridisch houdbaar én uitlegbaar is (zeker bij stijgende marktprijzen)?

Vraag 59

7. Hoeveel extra administratieve lasten en uitvoeringskosten verwacht het college, en is dat in verhouding tot de besparing?

Zie vraag 52. Een verhuizing blijft een individuele afweging en financiele consequenties worden hierin meegenomen.

Als de inwoner een woning verkoopt waarbij een grote woningaanpassing is aangebracht in de vorm van een aanbouw, dan geldt het antispeculatiebeding. De woning wordt getaxeerd voor de verkoop. Er zullen investeringskosten noodzakelijk zijn. Op de lange termijn verwachten wij hogere besparingskosten t.o.v. de investering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=1d2438ee-f0b0-41b9-aa4d-7705be956368