CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Tariefaanpassingen en gemeentelijke heffingen 2024-bijlage 3 Memo adviesbureau ANG (legestarieven hoofdstuk 2) (1329579)

Raadsvergadering Boxtel 8 november 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Tariefaanpassingen en overige wijzigingen van de gemeentelijke heffingen voor het jaar 2024 (reg nr 1329579)4.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO ANG023-0208AV

Onderwerp Datum Van Opgesteld door Ontvangers Kenmerk

: Legestarieven Hoofdstuk 2 onder de Omgevingswet : 19 juli 2023 : ANG : M. Heijboer en A. Verstraeten namens het JAT : MijnGemeenteDichtbij (gemeente Boxtel) : ANG023-0208AV

Inleiding Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb) in werking. Dit heeft gevolgen voor onder andere de legesbaten en de daarbij behorende lasten. Als gevolg van de nieuwe wetgeving zullen meer aanvragen vergunningsvrij zijn dan nu het geval is. Daarnaast zal een deel van de werkzaamheden die nodig zijn voor de afhandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning activiteit bouwen bij een flink deel van de aanvragen wegvallen, omdat deze werkzaamheden voortaan door marktpartijen dienen te worden uitgevoerd. Nu een deel van het werk niet meer door gemeenten wordt uitgevoerd, kunnen hiervoor ook geen leges meer in rekening worden gebracht. Als gevolg van de nieuwe wetgeving dient voor de leges een nieuwe tarieventabel te worden opgesteld. In deze memo wordt toegelicht hoe MijnGemeenteDichtbij dat namens de gemeente Boxtel heeft gedaan. Voor de gemeente Sint-Michielsgestel is een aparte memo opgeleverd. Aanpak van het project Door de gewijzigde wetgeving dienen de belastbare feiten onder Titel 2 van de huidige tarieventabel voor het overgrote deel herschreven te worden. Op basis van de huidige tarieventabel leges van de gemeente Boxtel, de VNG modelverordening en de input vanuit de sessies zijn de belastbare feiten met elkaar vormgegeven.

Hierbij is de wens geweest om waar mogelijk de tarieventabellen van beide gemeenten (Sint-Michielsgestel en Boxtel) zoveel mogelijk te harmoniseren. Belastbare feiten formuleren Het project is in een aantal stappen vormgegeven. Als eerste stap is door ANG een vergelijking gemaakt tussen de huidige Wabo onderdelen in de tarieventabel van de gemeente Boxtel per 2023 en de VNG modelartikelen onder de Omgevingswet. Deze tabel is vervolgens in een aantal werksessies met vertegenwoordigers van de vakafdelingen beoordeeld. Daarbij zijn keuzes gemaakt over het wel of niet opnemen van belastbare feiten, over het soort tariefstelling, over het wel of niet differentiëren wat de tarieven betreft en op welke manier dan. In deze eerste stap van het project ging het uitsluitend om de tekstuele vormgeving van de tabel. Van belang is te vermelden dat de VNG model-tarieventabel slechts bedoeld is als handreiking. Het is zeker niet verplicht om de voorgestelde belastbare feiten ongewijzigd en in zijn geheel over te nemen. Van het model mag gerust worden afgeweken. Slechts van belang is dat de belastbare feiten onder de nieuwe wetgeving juridisch stand moeten houden. Daarnaast kunnen er alleen leges in rekening worden gebracht voor een dienst als daarvoor een belastbaar feit met een tarief in de tarieventabel is opgenomen.

Er is in beginsel voor gekozen om het VNG model zoveel als mogelijk te volgen. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Alle belastbare feiten die thans onder de Wabo in de tarieventabel zijn opgenomen, worden ook onder de Omgevingswet opgenomen als daarvoor onder de Omgevingswet nog altijd leges mogen worden geheven. Als de VNG in de modelverordening daarvoor een artikel heeft uitgewerkt, dan is dat artikel van de VNG overgenomen. 2. Er zijn bepaalde belastbare feiten onder de Wabo mogelijk waarvoor onder de Omgevingswet het niet meer mogelijk is om leges te heffen. Zo worden de vergunningen brandveilig gebruik onder de

Omgevingswet omgezet naar een melding. Voor meldingen mogen geen leges in rekening worden gebracht, zodat dergelijke artikelen niet meer in de nieuwe tarieventabel terugkeren. 3. In de VNG modelverordening staan ook belastbare feiten waarvoor onder de Wabo ook al wel leges mochten worden geheven, maar die de gemeente Boxtel niet in de tarieventabel onder de Wabo waren opgenomen. Dit zijn bestaande mogelijkheden waarvan de gemeente Boxtel onder de Wabo al gebruik had kunnen maken, maar dat niet doet. Aangezien het uitgangspunt in het project was om bestaand beleid in beginsel voort te zetten, zijn deze artikelen slechts opgenomen in de nieuwe tabel als dit uitdrukkelijk door de vakafdeling is aangegeven. 4. Tot slot zijn er ook geheel nieuwe belastbare feiten in de modeltarieventabel van de VNG opgenomen. Dit zijn belastbare feiten die onder de Wabo eenvoudigweg niet mogelijk waren. Een goed voorbeeld betreffen de leges voor milieubelastende activiteiten. Dit is geheel nieuw onder de Omgevingswet en hier is ervoor gekozen om deze wel op te nemen. Waar nodig zijn de belastbare feiten zoals de VNG die had verwoord aangepast aan specifieke wensen vanuit de gemeente Boxtel. Het gaat dan, bijvoorbeeld, om het hanteren van een gedifferentieerd tarief waar de VNG uitgaat van een niet-gedifferentieerd tarief.

Dergelijke aanpassingen aan de belastbare feiten van het VNG-model vloeien doorgaans voort uit de wens om de huidige opbouw van de belastbare feiten zo veel mogelijk te behouden, wanneer dit niet in strijd is met de nieuwe wetgeving. Een voorbeeld betreft de uitwerking van de omgevingsplanactiviteit (ruimtelijk deel) en de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 2.6). De keuzes voor het wel of niet opnemen van belastbare feiten, de tekstuele aanpassingen, de vormgeving van de tarieven en grondslagen zijn telkens met afgevaardigden van de diverse betrokken vakafdelingen via meerdere sessies met elkaar afgestemd. Kostprijzen bepalen Nadat de belastbare feiten naar wens werden geformuleerd, is gestart met het doen van inschattingen van de aantallen aanvragen per belastbaar feit en de gemiddelde tijdsbesteding per aanvraag om zo een kostprijs per belastbaar feit te kunnen berekenen. Er zijn meerdere sessies gehouden waarin de aangeleverde gegevens zijn besproken, geanalyseerd en waar nodig, rekening houdend met de verwachte impact van de nieuwe wetgeving nog aangepast. Een klein deel van de belastbare feiten is geheel nieuw en daarvan zijn dan ook geen realisatieaantallen beschikbaar. Voor deze belastbare feiten is door de vakafdelingen gegevens beschikbaar gesteld.

Van sommige belastbare feiten is het daarom niet zeker of de ingeschatte tijdsbestedingen valide zijn en hierover is afgesproken dat de werkelijke tijdsbestedingen gemonitord zullen worden zodra hiervoor aanvragen inkomen, zodat de tariefstelling danwel het belastbaar feit kan worden aangepast waar nodig. Naast de aantallen en tijdsbestedingen is ook gekeken naar eventuele begrotingsposten die betrekking hebben op de diensten. Van die begrotingsposten is vervolgens nagegaan of en in welke mate de betreffende lasten toegerekend kunnen worden aan de leges. Met behulp van de interne inzet (de gemeente Boxtel) per aanvraag, het uurtarief van de betreffende medewerker(s), een opslag overhead, de externe inzet en de eventuele toegerekende kosten vanuit de begroting is een kostprijs per dienst berekend. Voor wat betreft het uurtarief is de opmerking aan de orde dat op taakveldniveau geen tarief beschikbaar is maar wel op loonschaal. Derhalve is gekozen om voor hoofdstuk 2 het gemiddelde van het uurtarief van schaal 6/9 en schaal 10 aan te houden. Wenselijk is om in de toekomst wel een tarief op taakveldniveau vast te stellen. Dit doet immers recht aan de feitelijke situatie. Wanneer voor elk belastbaar feit een kostprijs per stuk beschikbaar is, kan ook berekend worden wat de totale kosten van alle diensten in het betreffende hoofdstuk 2 van de nieuwe tarieventabel zullen zijn.

De volgende stap in het traject was het bepalen van tarieven. Van kostprijzen naar tarieven De uitgangspunten bij het komen tot tarieven vanuit kostprijzen kunnen als volgt worden geformuleerd: - In beginsel dienen de kosten van de legesdiensten 100% terugverdiend te worden via de legestarieven. - Tegelijkertijd moet de dienstverlening wel aantrekkelijk genoeg blijven en de tarieven mogen daarom niet te hoog worden. - Er mag gebruik worden gemaakt van kruissubsidiëring.

Naast de uitgangspunten zorgt ook de wetswijziging zelf voor alertheid bij het bepalen van tarieven. Zo dienen aanvragen om een omgevingsvergunning onder de Omgevingswet in de regel binnen 8 weken afgehandeld te worden. Om de termijnen onder de Omgevingswet toch te kunnen halen krijgt het omgevingsoverleg (de voorfase) een prominente plek in het geheel. Het omgevingsoverleg behelst één, of meerdere gesprekken voorafgaand aan een vergunningaanvraag waarin de gemeente samen met de initiatiefnemer en eventuele andere betrokkenen en ketenpartners in beeld brengt wat er allemaal nodig is om het geplande initiatief mogelijk te maken vooruitlopend op de definitieve aanvraag. De initiatiefnemer beschikt na afloop van een omgevingsoverleg over alle informatie die nodig is om op een juiste manier zijn aanvraag in te dienen, waardoor het verlenen van de noodzakelijk omgevingsvergunning met daarbij behorende activiteiten voor de gemeente binnen 8 weken mogelijk zou moeten zijn. Het moge duidelijk zijn dat het houden van een omgevingsoverleg bij complexere initiatieven zeer gewenst is. Het voeren van deze overleggen is naar verwachting intensief en brengt relatief hoge kosten met zich mee. Het betreft een dienst waarvoor leges in rekening mogen worden gebracht.

Om ervoor te zorgen dat initiatiefnemers graag gebruik maken van de omgevingsgesprekken, is dan ook de keuze gemaakt om niet 100% van de kosten ervan in rekening te brengen. Het tarief voor elk eerste overleg (toets wenselijkheid initiatief) dekt ongeveer 17% van de kosten en het tarief voor het in behandeling nemen van een conceptaanvraag dekt ongeveer 22% van de kosten. Het deel van de lasten dat niet via de tarieven voor de voorfase kan worden terugverdiend, wordt echter door kruissubsidiëring in tarieven voor andere belastbare feiten verwerkt en op die manier ‘terugverdiend’. Kruissubsidiëring is het bewust tegen minder dan kostendekkende tarieven aanbieden van een dienst om vervolgens het ‘verlies’ op die dienst weer terug te verdienen door tarieven voor andere diensten op een meer dan kostendekkend tarief te bepalen. De gemeente Boxtel maakt ook in de huidige tarieventabel onder de Wabo al gebruik van kruissubsidiëring. Zo kent de omgevingsvergunning activiteit bouwen voor bouwwerken met relatief lage bouwkosten legestarieven die minder dan kostendekkend zijn en wordt dit ‘verlies’ weer afgedekt door meer dan kostendekkende legestarieven voor een omgevingsvergunning activiteit bouwen met hogere bouwkosten. Het is dan ook een voortzetting van de huidige manier van tarieven bepalen.

Uiteindelijk is voor elk belastbaar feit in de nieuwe tarieventabel een beoogd tarief ingevuld door de vakafdelingen. De gemaakte keuzes kunnen als volgt worden samengevat: Legesonderdelen die in beginsel niet wijzigen bij de inwerkintreding van de nieuwe wetgeving krijgen het tarief zoals dat nu ook in de tarieventabel onder de Wabo (per 2023) is opgenomen. De tarieven per 2023 zijn met 3,3% geïndexeerd. De bouwtechnische bouwvergunning en de ruimtelijke bouwvergunning samen zijn feitelijk gelijk aan de huidige Wabo omgevingsvergunning activiteit bouwen, met dien verstande dat alleen gevolgklasse 2 en gevolgklasse 3 bouwwerken beide vergunningen nodig zullen hebben. De tarieven voor deze vergunningen zijn zodanig bepaald, dat de leges per initiatief voor deze beide vergunningen onder de Omgevingswet samen gemiddeld ongeveer hetzelfde bedraagt als de te betalen leges onder de Wabo voor de éne omgevingsvergunning. Voor nieuwe legesonderdelen is in de eerste doorrekening een tarief bepaald op 100% van de berekende kostprijs. De gemeente heeft deze tarieven vervolgens handmatig bijgesteld en in lijn gebracht met andere diensten waar zij dat nodig achtte. Bij belastbare feiten waarbij de hoogte van de bouwkosten wordt gebruikt als grondslag voor de bepaling van de leges, zijn de tarieven afhankelijk van elkaar.

Het aanvangstarief van een hogere bouwkostencategorie dient minimaal gelijk te zijn aan het maximaal te betalen legesbedrag van de voorliggende categorie, zodat hogere bouwkosten ook daadwerkelijk leiden tot een hoger te betalen legesbedrag. Bij belastbare feiten waarvan de wens is dat hiervan zo veel mogelijk gebruik zou moeten worden gemaakt, is er veelal voor gekozen de tarieven zodanig te bepalen dat die tarieven geen drempel zouden moeten vormen om niet van de betreffende dienst gebruik te maken (bijvoorbeeld het omgevingsoverleg). Vaak betekent dit dat deze tarieven minder dan kostendekkend zijn bepaald. De kosten die niet via de leges voor deze diensten kunnen worden terugverdiend worden via andere tarieven (die dan meer dan kostendekkend zijn bepaald) alsnog terugverdiend. Kostendekkendheid Nadat vanuit de kostprijzen tarieven zijn bepaald, volgt uit de calculatie ook de kostendekkendheid van het betreffende hoofdstuk. Met de huidige voorgestelde tarieven en op basis van de ingeschatte verwachte aantallen aanvragen komt de kostendekkendheid van dit hoofdstuk uit op 93% op

jaarbasis. Het is van belang hierbij op te merken dat de eis van artikel 229b, lid 1 van de Gemeentewet gaat over de kostendekkendheid van alle belastbare feiten van een verordening als geheel. De totale begrote baten mogen de totale begrote lasten ter zake niet overschrijden. Aandachtspunten per paragraaf De nieuwe belastbare feiten van Hoofdstuk 2 van de tarieventabel vallen onder verschillende paragrafen. Hierna wordt elke paragraaf afzonderlijk uitgelicht en worden de belangrijkste aandachtspunten benoemd. Paragraaf 2.1 Definities Onder de Omgevingswet zijn veel begripsbepalingen in de wet en aanpalende regelgeving opgenomen. Er wordt dan ook voor de definities van begrippen daarnaar verwezen. Aan de standaard definities is een afwijkingsbepaling voor wat betreft de bouwkosten toegevoegd. De gemeente Boxtel berekend de bouwkosten aan de hand van de ‘ROEB-lijst’. Deze lijst dienst als bijlage A bij de tarieventabel te worden toegevoegd. Mocht meer duidelijkheid zijn omtrent het nieuwe omgevingsoverleg dan is het wenselijk dat de definities nog nader worden aangevuld. In deze definities wordt dan uiteengezet wat een aanvrager mag verwachten van zo’n overleg. Voor het overige zijn over deze paragraaf geen bijzonderheden te vermelden.

Paragraaf 2.2 Voorfase Hiervoor is al uiteengezet dat het voor complexe initiatieven van belang is voorafgaand aan het indienen van een aanvraag het project te bespreken in een omgevingsoverleg. Doel van die gesprekken is om mogelijke knelpunten in het project te benoemen en op te lossen, zodat de uiteindelijke aanvraag compleet en conform wet- en regelgeving wordt ingediend en binnen de gestelde termijn kan worden afgedaan. Voor zo’n omgevingsoverleg mag de gemeente ook leges heffen en de belastbare feiten hiervoor zijn opgenomen in paragraaf 2.2 van de nieuwe tarieventabel. De belastbare feiten zijn in samenspraak met vertegenwoordigers van de gemeente zodanig vormgegeven dat deze aansluiten bij de beoogde werkprocessen. Hierbij is gekozen voor drie verschillende belastbare feiten: een eerste overleg zijnde de intaketafel waarbij de wenselijkheid van het initiatief centraal staat, elk volgend overleg zijnde de omgevingstafel waarbij de haalbaarheid centraal staat en een conceptaanvraag. De vakafdeling heeft aangegeven dat een omgevingstafel zo projectgebonden is dat zij geen eenduidig tarief kunnen bepalen. De wens is om deze kosten te verhalen via een anterieure overeenkomst. De anterieure overeenkomst wordt voorafgegaan door een intentieovereenkomst op basis van de (nog in voorbereiding zijnde) Nota kostenverhaal.

Er is daarom gekozen om in de tarieventabel voor de omgevingstafel een begrotingsconstructie op te nemen. Om ervoor te zorgen dat initiatiefnemers zoveel mogelijk gebruik maken van de voorfase (dit is gewenst, omdat anders de verwachting is dat aanvragen niet binnen de wettelijke termijn kunnen worden afgedaan) is ervoor gekozen om slechts een deel van de werkelijke kosten van deze overleggen aan de initiatiefnemers in rekening te brengen en om deze leges bovendien bij het indienen van de definitieve aanvraag gedeeltelijk in mindering te brengen op de leges voor de definitieve omgevingsvergunning (Paragraaf 2.13). De kosten die niet direct vanuit de leges voor de voorfase worden gedekt, worden via kruissubsidiëring over andere diensten alsnog gecompenseerd. De kostendekkendheid van deze paragraaf op zichzelf beschouwd is begroot op 21%. Paragraaf 2.3 Bouwactiviteiten In deze paragraaf is de grootste wijziging als gevolg van de inwerkingtreding van de Wkb en Omgevingswet zichtbaar. Onder de Omgevingswet zijn twee afzonderlijke vergunningen nodig bij een bouwproject als het gaat om een Gevolgklasse 2 of 3 bouwwerk: één voor de bouwtechnische bouwactiviteit (‘de bouwtechnische omgevingsvergunning’) en één voor de omgevingsplanactiviteit (‘de ruimtelijke omgevingsvergunning’). Voor Gevolgklasse 1 bouwwerken is alleen de ruimtelijke omgevingsvergunning aan de orde.

Wanneer sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden de leges voor de ruimtelijke omgevingsvergunning bovendien verhoogd. De tarieven voor de bouwtechnische bouwactiviteit als de omgevingsplanactiviteit hebben een degressieve tariefstructuur waarbij de hoogte van de bouwkosten als grondslag dienen voor de berekening van het legesbedrag. Bij het bepalen van de tarieven is getracht om ervoor te zorgen dat de te betalen leges onder de Omgevingswet als zowel een bouwtechnische vergunning als een ruimtelijke vergunning dient te worden aangevraagd ongeveer gelijk is aan de leges die men onder de Wabo zou betalen. Immers, de huidige Wabo vergunning is onder de Omgevingswet feitelijk in twee delen geknipt. Van belang is dat de indeling van de categorieën bouwsommen van de gemeente

Boxtel in het kader van de harmonisatiewens is aangepast naar de indeling qua categorie bouwsommen van de gemeente Sint-Michielsgestel. Qua tariefstelling is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de huidige tarieven onder de Wabo maar uiteraard zijn in overleg met de vakafdelingen enkele aanpassingen doorgevoerd. De tarieven liggen bij projecten met bouwkosten vanaf € 500.000 bij de bouwtechnische vergunning boven de 100%. Bij de ruimtelijke vergunning (omgevingsplanactiviteit) zijn de tarieven voor projecten met bouwkosten reeds vanaf € 50.000 meer dan kostendekkend. Er wordt hiermee gebruik gemaakt van kruissubsidiering, waarbij de leges die worden ontvangen bij grotere bouwprojecten het tekort bij de kleinere bouwprojecten afdekken. Voor de situatie dat het een omgevingsplanactiviteit betreft zonder bouwactiviteit die uitsluitend bestaat uit het in stand houden of gebruiken van een bouwwerk is gekozen voor een andere tariefstructuur en daarmee en vast tarief. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is ook een differentiatie doorgevoerd zodat meer recht wordt gedaan aan de verschillende buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die zich qua omvang voor kunnen doen. Hierbij is aansluiting gezocht bij de activiteiten die zijn opgesomd in bijlage B 'Besluit bindend adviesrecht omgevingsvergunningen Boxtel’.

Voor alle overige activiteiten die niet overeenkomen met de gevallen zoals genoemd in Bijlage B is vanwege dezelfde reden als voor het omgevingsoverleg gekozen voor een begrotingsconstructie. De kostendekkendheid voor de gehele paragraaf komt uit op 192%. Fiscaal juridisch is dat toegestaan. Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Deze paragraaf kan in het kort ‘de monumentenparagraaf’ worden genoemd. Deze paragraaf is in overleg met de vakafdeling binnen de gemeente Boxtel niet van toepassing. Wel worden 15 aanvragen voor een omgevingsplanactiviteit betrekking hebben op gemeentelijke, danwel rijksmonumenten verwacht. De kosten die hiermee gepaard gaan, zijn ‘meegenomen’ als kostenpost in de berekening van de kostendekkendheid. Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Onder de Omgevingswet wordt het weer mogelijk om leges te heffen voor milieuvergunningen. Ten opzichte van de Wabo regelgeving gaat het nu echter niet om een vergunning per inrichting, maar om een vergunning per Milieubelastende Activiteit (MBA). De vergunningverlening wordt uitgevoerd door de omgevingsdienst.

Van belang is dat de uitvoeringsdiensten in Nederland nog onvoldoende zicht hebben op de exacte hoeveelheid aanvragen en de exacte hoeveelheid werk die daarmee gemoeid gaat, doordat de systematiek onder de Omgevingswet is veranderd van 1 vergunning per inrichting naar 1 vergunning per Milieubelastende activiteit. De vergunningsplichtige inrichtingen zijn bekend, maar welke milieubelastende activiteiten daar dan plaatsvinden niet. Daarnaast zijn de uitvoeringsdiensten in Nederland niet zeker van de benodigde inzet op deze geheel nieuwe werkzaamheden. In overleg met de regio is daarom bepaald dat in 2024 geen leges worden geheven voor activiteiten die betrekking hebben op milieu. In 2024 zal een inventarisatie wordt uitgevoerd zodat vanaf 2025 leges geheven kunnen worden. Het is hierbij van belang om de werkelijke aantallen en benodigde inzet goed te monitoren. Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Ook dit onderwerp is nieuw voor gemeenten en uitvoeringsdiensten onder de Omgevingswet. Het betreft een vergunning voor het lozen op oppervlaktewater in beheer bij de gemeente. De gemeente noch de omgevingsdiensten hebben hier ervaring mee. Tegelijkertijd is de verwachting dat het zal gaan om slechts enkele aanvragen per jaar. Ook voor de lozingsactiviteiten is in de regio besloten om in 2024 nog geen leges te heffen.

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Deze paragraaf bevat enkele specifieke aanlegactiviteiten, zoals het aanleggen van een uitweg/uitrit, die ook onder de Wabo al als aparte belastbare feiten konden worden opgenomen. In deze paragraaf is gekozen om dezelfde belastbare feiten uit de huidige tarieventabel op te nemen. Waar de gemeente in het verleden heeft gekozen om geen belastbaar feit op te nemen is dat ook in de nieuwe tarieventabel niet opgenomen. Een voorbeeld hiervan is de aanvraag tot het aanleggen of veranderen van een weg. Een uitzondering hierop is de uitweg/inrit. In overleg met de vakafdeling is gekozen om dit belastbaar feit in de nieuwe tarieventabel op te nemen. Qua tariefstelling is voorlopig aansluiting gezocht bij het tarief conform de gemeente Sint-Michielsgestel. De aanlegactiviteit is qua belastbaar feit hetzelfde vormgegeven als onder de Wabo. Binnen de vakafdeling wordt beoordeeld of deze

indeling wenselijk is of dat een andere indeling moet worden doorgevoerd. De kostendekkendheid van deze paragraaf is 28%. Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Onder de overige activiteiten vallen de APV-vergunningen voor zover hiervoor een omgevingsvergunning verplicht is, zoals de kapactiviteit. In de meeste gevallen was hiervoor al een belastbaar feit voor opgenomen in de tarieventabel onder de Wabo. In de regel zijn de (leges)tarieven niet kostendekkend. Als voorbeeld kan de kapactiviteit met een tarief van € 36,15 en een kostendekkendheidspercentage van 7% worden aangehaald. Binnen de gemeente Boxtel is de vakafdeling bezig met een zogenoemde ‘Bomenlijst’. Deze lijst is op dit moment nog niet vastgesteld maar kan na inwerkingtreding van invloed zijn op het aantal verwachte aanvragen. Monitoring is in zoverre dan ook gewenst. De totale kostendekkendheid voor deze paragraaf komt derhalve uit op 19%. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden te vermelden. Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente afwijken van algemene regels. Het bevoegd gezag kan met maatwerkvoorschriften bijvoorbeeld: algemene regels nader invullen of aanvullen, eisen opstellen die strenger of minder streng zijn dan de algemene regels, of afwijken van een verbod in algemene regels. Hiervoor kunnen leges in rekening worden gebracht.

Van belang is om te vermelden dat als een maatwerkvoorschrift tegelijk met een omgevingsvergunning wordt aangevraagd er meestal de verplichting is om het maatwerk dan in een vergunningvoorschrift op te nemen. Dit maakt dat er in dat geval niet langer sprake is van een maatwerkvoorschrift, maar een vergunningvoorschrift. In dat geval kan er ook geen (extra) leges worden opgelegd voor een maatwerkvoorschrift. Dit is overigens ook in paragraaf 2.1 onder artikel 2.3, lid 5 van de nieuwe tarieventabel opgenomen. Omdat in de regio is besloten geen leges te heffen voor milieubelastende activiteiten worden ook voor maatwerkvoorschriften bij MBA’s geen leges in rekening gebracht. Dit artikel staat daarmee op ‘gereserveerd’. Nu er geen aanvragen in deze paragraaf worden verwacht is het kostendekkendheidspercentage uiteraard 0%. Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid In algemene regels staan vaak verplichte maatregelen voor activiteiten. Een gelijkwaardige maatregel is een alternatief voor een verplichte maatregel, waarmee ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als de verplichte maatregel. Het is aan een initiatiefnemer om voor een gelijkwaardige maatregel te kiezen en de initiatiefnemer dient ook aan te tonen dat de maatregel een gelijkwaardige oplossing is voor de verplichte maatregel. Voor het toetsen of dat (in voldoende mate) het geval is, kan de gemeente leges in rekening brengen.

Echter, ook voor de gelijkwaardigheid geldt dat als de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning, er geen extra leges voor in rekening mogen worden gebracht op grond van artikel 2.3, lid 5 van de tarieventabel. Er is ervoor gekozen om het artikel voor maatwerkvoorschriften bij MBA’s op ‘gereserveerd’ te zetten zodat hier geen leges voor kunnen worden geheven. Ook voor deze paragraaf worden geen aanvragen verwacht waardoor het kostendekkendheidspercentage 0% bedraagt. Paragraaf 2.11 Overige tarieven In deze paragraaf staan belastbare feiten als het wijzigen van een omgevingsvergunning en het wijzigen van voorschriften van omgevingsvergunningen. Daarnaast is in deze paragraaf een tarief opgenomen voor een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan en een restartikel voor overige besluiten. De kostendekkendheid van deze paragraaf bedraagt 52%. Waarbij de baten € 2.709,- zijn en de lasten € 5.211. Voor het wijzigingsplan is ook gekozen om een begrotingsconstructie op te nemen. De vakafdeling heeft ook voor dit onderdeel aangegeven dat deze aanvragen via een anterieure overeenkomst zullen worden verhaald. Het zijn inkomsten buitende leges om. Conform de gemeente Sint-Michielsgestel is gekozen om in de nieuwe tarieventabel een restartikel op te nemen.

Onder dit artikel kunnen leges in rekening worden gebracht voor een aanvraag die niet eerder specifiek in de tarieventabel zijn genoemd. Voor het overige zijn hier geen bijzonderheden te vermelden.

Paragraaf 2.12 Modaliteiten Modaliteiten zijn extra belastbare feiten die zich kunnen voordoen bij aanvragen op grond van de voorgaande paragrafen en die dan aanvullend in rekening worden gebracht. Hierbij valt te denken aan de achteraf ingediende aanvraag, het beoordelen van onderzoeksrapporten, advies (van gemeenteraad, welstandscommissies, of andere adviezen) en advies met instemming. In veel gevallen zijn de tarieven bepaald op basis van de kostprijs. De tarieven voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure, advies en instemming zijn een aandachtspunt, in zoverre dat monitoring gewenst is. Voor wat betreft de achteraf ingediende aanvraag is gekozen om het tarief naar beneden bij te stellen naar 10% zodat geen sprake meer kan zijn van een ‘boetebepaling. De extra leges mogen namelijk niet zo hoog zijn dat het strafkarakter gaat overheersen. Voor wat betreft de uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt in eerste instantie uitgegaan dat door de Omgevingsdienst geen inzet wordt gepleegd. Het is echter wel mogelijk dat de Omgevingsdienst ingezet wordt bij de beoordeling van een zienswijze. De tijdsbesteding dient in 2024 te worden gemonitord. De kostendekkendheid van deze paragraaf bedraagt 75%. Er zijn verder geen bijzonderheden te vermelden.

Paragraaf 2.13 Vermindering Deze paragraaf bevat een verminderingsregeling voor de kosten van de voorfase wanneer de definitieve aanvraag wordt ingediend. Zoals bij de toelichting op paragraaf 2.2 al is uitgelegd, is het wenselijk dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de voorfase wanneer er sprake is van een complex initiatief zodat dergelijke initiatieven goed voorbereid worden ingediend en de behandeling van de definitieve aanvraag binnen de wettelijk toegestane 8 weken ook werkelijk mogelijk is. Er is gekozen voor een vermindering van 50% indien binnen zes maanden een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend. Dit geldt voor zowel het eerste overleg zijnde de intaketafel, als voor de omgevingstafel die voor de legesverordening wordt geregeld en ook voor het in behandeling nemen van een conceptaanvraag. Leges voor bijvoorbeeld onderzoeksrapporten of adviezen worden tot slot ook in mindering gebracht. De vermindering voor een omgevingstafel die anterieur is geregeld dient in dezelfde anterieure overeenkomst opgenomen te worden en is daarmee een belangrijk uitgangspunt voor de uitvoering. De verwachting is dat van de 271 aanvragen om een omgevingsoverleg er 203 (75%) uiteindelijk zullen leiden tot een definitieve aanvraag.

Bij deze aanvragen worden de betaalde leges uit de voorfase in mindering gebracht op de te betalen leges voor de definitieve aanvraag. Hiervoor is gekozen omdat wanneer deze vermindering niet zou worden gegeven, het tot gevolg heeft dat dat initiatiefnemers die hun initiatief eerst via de voorfase laten toetsen, uiteindelijk meer leges betalen dan initiatiefnemers die direct hun aanvraag indienen zonder omgevingsoverleg. Aangezien initiatieven die via de voorfase worden behandeld bovendien het risico lopen dat het gehele proces langer dan de maximale 8 weken behandeltijd van een directe aanvraag zal gaan duren is er zonder deze verminderingsregeling eigenlijk minder stimulans om gebruik te maken van de voorfase. Vanwege het feit dat een groot deel van de baten uit de voorfase (die op zichzelf ook al niet kostendekkend is) op deze manier weer terugvloeien naar de aanvragers, kunnen andere tarieven meer dan kostendekkend worden bepaald (zie bijvoorbeeld de bouwparagraaf). Paragraaf 2.14 Teruggaaf In deze paragraaf zijn tarieven opgenomen voor het teruggeven van reeds betaalde leges wanneer er sprake is van zaken als het buiten behandeling stellen, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen. Het aantal teruggaaf verzoeken is naar verwachting beperkt. De tarieven zijn bepaald op een percentage van de verschuldigde leges.

Echter, vooraf is nauwelijks in te schatten tot wat voor teruggaaf bedragen dit zal leiden in absolute bedragen. Zoals eerder al aangegeven is de totale kostendekkendheid van het hoofdstuk 2, inclusief de teruggaafbedragen en verminderingsregeling op 93% bepaald, wat betekent dat deze bedragen in grote lijnen vanuit de opbrengsten leges worden gefinancierd. Resumé De kostendekkendheidsberekening is vormgegeven voor het algehele belastingjaar 2024 en komt voor hoofdstuk 2 uit op een kostendekkendheidspercentage van 93%. De tijdbesteding en daarmee de validatie van de inzet van zowel de interne medewerkers als de inzet van de omgevingsdienst betreft een belangrijk aandachtspunt. De calculatie is voltooid op basis van de beschikbare gegevens. Het is noodzakelijk en gewenst om ook bestuurlijk het geheel met elkaar af te stemmen en nader vorm te geven. Op basis van de verkregen input en de gemaakte keuzes kan

vervolgens het model op detail niveau weer nader worden aangepast. Met als doel dat de tarieventabel vervolgens tijdig voor 1 januari 2024 bestuurlijk kan worden vastgesteld en worden gepubliceerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=c7e5f04d-17b1-4dbb-9be4-57baf529c7dc