CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Subsidiebeleid 2025-2030 en Alg. Subsidieverordening Boxtel 2025- Bijlage 1 Subsidiebeleid

Raadsvergadering Boxtel 28 mei 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Subsidiebeleid Boxtel 2025-2030 & Algemene Subsidieverordening Boxtel 20257.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Subsidiebeleid Boxtel 2025-2030

1

2

Voorwoord wethouder Voor u ligt het Subsidiebeleid 2025-2030 van Gemeente Boxtel. Met dit beleid willen we een heldere en transparante structuur neerzetten voor subsidieverstrekking in onze gemeente. Wij kiezen voor een brede opzet van het subsidiebeleid. Het gaat dus niet alleen over de jaarlijkse subsidies aan organisaties. Door de brede opzet van het subsidiebeleid kunnen wij alle beleidsterreinen een plek te geven. Wij willen via deze opzet de gemeentelijke subsidies meer structureren. Ook kunnen wij op deze manier meer grip krijgen op het proces van subsidieverstrekking. Dit beleid is mede opgesteld naar aanleiding van het onderzoek door de Rekenkamer naar subsidieverstrekking. Met trots kan ik dan ook zeggen dat de aanbevelingen uit het onderzoek zijn verwerkt dit subsidiebeleid De hoge mate van betrokkenheid van subsidieontvangers wordt door ons zeer gewaardeerd. De werksessie met subsidieontvangers en overige geïnteresseerden had een hoge opkomst en is goed ontvangen. Uit deze werksessie hebben we belangrijke input gehaald om dit beleid op te stellen. Ik hoop dan ook dat we met dit nieuwe subsidiebeleid de activiteiten van organisaties, inwoners en ondernemers nog beter kunnen stimuleren, waarderen of ondersteunen. Uiteindelijk draagt dit bij aan een nog aantrekkelijker Boxtel.

Hans Heesen Wethouder

3

Inhoud Inleiding ....................................................................................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................................... 6 H1 Visie op subsidie....................................................................................................................... 7 1.1 Definitie subsidie .................................................................................................................. 7 1.2 Aanbevelingen Rekenkamer .................................................................................................. 7 1.3 Doelen van subsidiebeleid ..................................................................................................... 8 1.4 Reikwijdte ............................................................................................................................ 8 H2 Subsidiebeleid in relatie tot ....................................................................................................... 9 2.1 Inhoudelijke beleidsnota .......................................................................................................

9 2.2 Subsidiebeleid ...................................................................................................................... 9 2.3 Algemene subsidieverordening (ASV)..................................................................................... 9 2.4 Begroting ............................................................................................................................. 9 2.5 Subsidieregeling ................................................................................................................... 9 H3 Subsidievormen.......................................................................................................................11 3.1 Presentatiesubsidie ..............................................................................................................11 3.2 Vrijwilligerssubsidie .............................................................................................................11 3.3 Instroomsubsidie .................................................................................................................11 3.4 Projectsubsidie ....................................................................................................................11 3.5 Exploitatiebijdrage ...............................................................................................................12 3.6

Wijkmakelaarsbudget ..........................................................................................................12 H4 Uitgangspunten en randvoorwaarden .......................................................................................13 4.1 Uitgangspunten ...................................................................................................................13 4.2 Randvoorwaarden ...............................................................................................................14 4.3 Actieve bijdrage en houding .................................................................................................14 H5 Werkproces.............................................................................................................................16 5.1 Aanvraag, beschikking, vaststelling .......................................................................................16 5.2 Taken, rollen en verantwoordelijkheden ................................................................................16 5.3 Subsidiebureau ...................................................................................................................16 H6 Financiën ................................................................................................................................18 6.1 Begroting

............................................................................................................................18 6.2 Subsidieplafond ...................................................................................................................18 6.3 Monitoring ..........................................................................................................................18 6.4 Verantwoording ...................................................................................................................18 Bijlagen .......................................................................................................................................20 Afwegingskader subsidie vs inkoop ............................................................................................20 Notitie Evaluatiefase ..................................................................................................................22 Notitie Werksessie Subsidiebeleid ...............................................................................................24

4

Inleiding In 2016 heeft de gemeenteraad het Beleidskader Subsidies 2017 vastgesteld. Dit subsidiekader wordt in 2025 nog steeds gebruikt als basis voor de subsidieverlening aan verenigingen, stichtingen en vrijwilligersorganisaties. Daarnaast is er in 2021 een subsidiekader opgesteld voor primaire (professionele) partners. De afgelopen tijd is de behoefte ontstaan om het subsidiebeleid te actualiseren en te herijken. Dit is mede ingegeven door de conclusies uit het onderzoek van de Rekenkamer naar de uitvoering van het subsidiebeleid. Daarnaast is er al jaren geen indexering toegepast bij de vrijwilligersorganisaties. Het belangrijkste doel van de herijking is de subsidieverlening aan te laten sluiten bij de gemeentelijke ambities en doelen. Daarnaast is de wens om meer flexibel in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Het traject van herijking is gestart in 2024 met het onderzoek van de Rekenkamer. Naast dit onderzoek is er ook een enquête afgenomen bij de subsidieontvangers. Steekproefsgewijs zijn gesprekken met vrijwilligersorganisaties gevoerd. In deze gesprekken is dieper ingegaan op de uitkomsten van de enquête. In de bijlage is de notitie opgenomen van de evaluatiefase. Tijdens de ontwerpfase van het subsidiebeleid zijn de kaders en uitgangspunten gepresenteerd aan de interne organisatie.

In een werksessie met subsidieontvangers en andere geïnteresseerden is input opgehaald om een nieuw subsidiebeleid op te stellen. In de bijlage is een verslag over de werksessie opgenomen. Het college en de gemeenteraad is via een presentatie betrokken bij het opstellen van het subsidiebeleid. Dit subsidiebeleid richt zich op een breder perspectief dan het vorige beleidskader. Hierin was enkel aandacht voor de vrijwilligersorganisaties binnen het sociaal en maatschappelijk economisch domein. Dit subsidiebeleid richt zich op alle vormen van subsidieverstrekking binnen de gemeente aan zowel (vrijwilligers)organisaties, inwoners en ondernemers in het sociaal/maatschappelijk/economisch domein. Ook de fysieke leefomgeving en duurzaamheid maken heir onderdeel vanuit. Er zijn meerdere doelen die bereikt worden met het subsidiebeleid:  Een heldere structuur met kaders en randvoorwaarden voor subsidieverstrekking.  Het stimuleren en ondersteunen van activiteiten.  Ruimte bieden voor (nieuwe) initiatieven  Flexibel inspelen op ontwikkelingen Deze doelen resulteren in een eenvoudiger, duidelijker en toegankelijker subsidieproces voor de aanvrager. Na vaststelling van het subsidiebeleid wordt gewerkt aan de implementatie van het nieuwe beleid. Per beleidsterrein worden criteria en berekeningsgrondslagen vastgelegd in subsidieregelingen.

Het subsidiebeleid en de subsidieregelingen zijn de belangrijkste kaders en criteria voor subsidieverstrekking. De uitwerking van de vrijwilligerssubsidie en prestatiesubsidie in nieuwe subsidieregelingen zal uiteindelijk van toepassing zijn op de subsidies die vanaf 2026 worden verstrekt.

5

Leeswijzer Het subsidiebeleid is ingedeeld in meerdere hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat in op de definitie van subsidie en het verschil met inkoop, gevolgd door de doelstellingen en reikwijdte van het subsidiebeleid. Hoofdstuk 2 gaat in op de verschillende documenten die van toepassing zijn bij subsidieverstrekking en de verhouding onderling. Een toelichting op de subsidievormen wordt beschreven in hoofdstuk 3. Waarna in hoofdstuk 4 uitgangspunten en randvoorwaarden zijn opgenomen. Hierbij wordt ook geschreven over de actieve houding en bijdrage die wordt verwacht van subsidieontvangers. Hoofdstuk 5 geeft het subsidieproces weer en maakt de taken en rollen van betrokkenen duidelijk. Ook wordt hier een suggestie gedaan over de subsidieverwerking door MijnGemeenteDichtbij. Het laatste hoofdstuk gaat in op de financiële aspecten van het subsidiebeleid.

6

H1 Visie op subsidie Dit hoofdstuk geeft een beschrijving hoe in gemeente Boxtel gekeken wordt naar het verstrekken van subsidie. Wanneer is er sprake van subsidie, wat willen we bereiken met het subsidiebeleid en wie komt in aanmerking voor subsidie.

1.1 Definitie subsidie Subsidie is het instrument om financiële middelen beschikbaar te stellen voor activiteiten. De wettelijke basis staat in de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) artikel 4.21: Onder subsidie wordt verstaan de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Met subsidie beogen we beleidsdoelstellingen te realiseren. Een subsidie kan hierbij werken als een stimulans of een waardering voor de activiteit die een organisatie of een inwoner uitvoert. De subsidie is niet bedoeld voor het bestaansrecht of het in stand houden van een organisatie. Daarmee is een subsidie ook niet kostendekkend voor een activiteit.

Subsidie is een uitvoeringsmiddel voor het realiseren van beleidsdoelstellingen, waarbij niet de organisatie/inwoner of het bedrag centraal staat, maar de te subsidiëren activiteit. Subsidie vs inkoop Naast subsidie is er ook inkoop als juridische vorm. Inkoop valt onder de aanbestedingswet en is daarmee een essentieel andere vorm. Eén van de belangrijkste verschillen tussen subsidie en inkoop is dat met subsidie niet kan worden afgedwongen dat een activiteit ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Bij inkoop kan de gemeente wel nakoming eisen. Inkoop ligt daarom voor de hand wanneer de activiteit uitgevoerd moet worden. Hieronder nog enkele verschillen tussen subsidie en inkoop: Subsidie Inkoop Aanvraag Aanbesteding Activiteiten voor algemeen belang Dienstverlening/goederen/werken Vormvrij om activiteit in te vullen Prestatie volgens afspraak Initiatief bij aanvrager Initiatief bij opdrachtgever Betaling via bevoorschotting Betaling via factuur Geen BTW BTW verschuldigd In de bijlage staat een uitgebreide toelichting op deze verschillen. Voor de werkwijze bij inkoop wordt verwezen naar het actuele inkoopbeleid van gemeente Boxtel.

1.2 Aanbevelingen Rekenkamer In dit subsidiebeleid worden de aanbevelingen van de Rekenkamer waar mogelijk verwerkt. Sommige aanbevelingen richten zich namelijk op de uitvoering en worden daarom in een subsidieregeling toegepast. De belangrijkste aanbevelingen van de Rekenkamer zijn: - Compleet overzicht van alle subsidies - Stroomlijnen van subsidies o Totale subsidielandschap in beeld brengen met herkenbare indeling o Verscherpen en actualiseren van inhoudelijke onderleggers o Verhouding subsidiebeleid en accommodatiebeleid o Differentiatie in spelregels voortzetten - Versterken samenwerking subsidie ontvangende organisaties o Meerjarige afspraken o Contact met (vrijwilligers)organisaties o Gezamenlijk verkennen van de monitoring 7

1.3 Doelen van subsidiebeleid Met het subsidiebeleid hebben we meerdere doelen voor ogen.

Structuur: Helder, inzichtelijk en transparant kader voor alle organisaties en inwoners

Het subsidiebeleid maakt onderscheid tussen vormen van subsidie die gekoppeld zijn aan de doelen die we willen bereiken. Deze subsidievormen geven een duidelijke structuur. De uitgangspunten en randvoorwaarden geven een kader waaraan voldaan moet worden bij subsidieverstrekking om zo een gelijke behandeling na te streven. Naast de randvoorwaarden en uitgangspunten biedt een subsidieregeling nog aanvullende criteria om dit kader tot in details uit te werken per beleidsterrein en/of per beleidsdoelstelling.

Basis: Stimuleren en ondersteunen van activiteiten

Door het verstrekken van subsidie aan (vrijwilligers)organisaties wil de gemeente activiteiten die bijdragen aan participatie in de samenleving en in een prettige leefomgeving stimuleren en ondersteunen. Dit doen we middels prestatiesubsidie en vrijwilligerssubsidie. In het subsidiebeleid is het stimuleren en ondersteunen van activiteiten die een basis bieden voor participatie in de samenleving behouden via de prestatiesubsidie en de vrijwilligerssubsidie.

Ontwikkeling/vernieuwing: Ruimte bieden voor initiatieven vanuit de samenleving

Zowel het wijkmakelaarsbudget als de projectsubsidie moet ruimte gaan bieden voor innovatieve nieuwe initiatieven die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen.

Verbreding: Ruimte bieden aan verbreding van het aanbod

Met de instroomsubsidie wordt er ruimte geboden aan (nieuwe) organisaties en/of activiteiten die (nog) geen subsidie ontvangen en hier aanspraak op willen maken. Op deze manier verbreed het aanbod van activiteiten zich binnen de gemeente.

Flexibiliteit: Kunnen inspelen op beleidsontwikkelingen

Door een kader voor alle subsidies in te richten en een subsidieregeling specifiek per beleidsterrein op te stellen is er de mogelijkheid om bij ontwikkelingen of aanpassingen hierop in te spelen. Dit is al mogelijk door de ingestelde subsidievormen (instroomsubsidie en projectsubsidie). Maar ook door subsidieregelingen per beleidsterrein op te stellen, kunnen deze onafhankelijk van een ander beleidsterrein aangepast worden bij ontwikkelingen/wijzigingen.

1.4 Reikwijdte Subsidies kunnen verstrekt worden aan (vrijwilligers)organisatie en/of inwoners of ondernemers voor de activiteiten die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Wie aanspraak kan maken op een subsidie wordt bepaald in de subsidieregeling die van toepassing is op een beleidsterrein of een uitvoeringsprogramma. De volgende criteria houden we aan voor de reikwijdte van subsidieverstrekking. Een vrijwilligersorganisatie moet gevestigd zijn in de gemeente Boxtel volgens inschrijving bij KVK. Een activiteit moet altijd hoofdzakelijk gericht zijn op de inwoners van de gemeente Boxtel. Bij de subsidieaanvraag mogen ook deelnemers aan de activiteit van buiten de gemeentegrens meegenomen worden. Een vrijwilligersorganisatie gevestigd buiten de gemeentegrens kan subsidie aanvragen als haar activiteiten hoofdzakelijk zijn gericht op de inwoners van de gemeente Boxtel en indien een gelijkwaardige activiteit niet wordt aangeboden door een andere organisatie binnen de gemeentegrens. Indien een subsidie verstrekt wordt aan inwoners moeten zij woonachtig zijn in gemeente Boxtel. Voor professionele organisaties en ondernemers geldt dat zij hun activiteit, taak of dienst uitvoeren ten behoeve van inwoners van gemeente Boxtel.

In de Algemene subsidieverordening is opgenomen dat activiteiten gericht op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen zijn uitgesloten van subsidieverstrekking.

8

H2 Subsidiebeleid in relatie tot In dit hoofdstuk worden diverse (juridische) documenten toegelicht die van toepassing zijn bij subsidieverstrekking. Ook wordt het onderlinge verband toegelicht. Schematisch ziet dit er zo uit.

Beleids nota

Subsidie beleid

ASV

Begroting

Gemeenteraad

Subsidie regeling

Subsidie

College B&W

2.1 Inhoudelijke beleidsnota In de beleidsnota’s staan de ambitie en de beleidsdoelstellingen van een beleidsterrein genoemd. Vanuit de beleidsnota komt dan ook de inhoudelijke keuzes om subsidie te verstrekken. Bij het ontbreken van een beleidsnota kan worden geput uit het actueel geldend beleidsakkoord of andere vastgestelde (strategische) beleidsstukken zoals de (nog vast te stellen) Visie Sociaal Domein, Inclusieagenda, etc. Het vaststellen van een beleidsnota is een bevoegdheid van de raad.

2.2 Subsidiebeleid Het subsidiebeleid is geen zelfstandig beleidsterrein. Het subsidiebeleid geeft kaders en uitgangspunten voor het verstrekken van subsidie op basis van beleidsdoelstellingen. Daarmee is het subsidiebeleid aanvullend aan een beleidsnota. Het vaststellen van een beleidsnota is een bevoegdheid van de raad.

2.3 Algemene subsidieverordening (ASV) In de algemene subsidieverordening voor gemeente Boxtel staan de algemene regels voor verlenen van subsidie. Deze verordening geeft regels voor onder meer de aanvraagtermijn, de gegevens die mogen worden ingediend bij de aanvraag, de weigeringsgronden en bepalingen over verantwoording van subsidie. Het vaststellen van de algemene subsidieverordening is een bevoegdheid van de raad. Tegelijkertijd met dit subsidiebeleid is ook een nieuwe Algemene Subsidieverordening 2025 opgesteld en ter vaststelling aan de raad aangeboden.

2.4 Begroting In de begroting kent de raad een budget tot aan een beleidsterrein. Een deel van dit budget kan beschikbaar zijn voor subsidieverstrekking. Dit budget bepaalt mede het subsidieplafond dat wordt opgenomen in de subsidieregeling. Het vaststellen van de begroting is een bevoegdheid van de raad.

2.5 Subsidieregeling Het verstrekken van subsidie wordt in de ASV nader uitgewerkt in een subsidieregeling. In de subsidieregeling worden uitvoeringsafspraken in detail beschreven. Op die manier wordt bereikt dat voor alle belanghebbenden dezelfde regels gelden. In een subsidieregeling wordt ten minste vastgelegd:  Wie voor welke activiteit subsidie kan aanvragen 9

     

Welk(e) beleidsdoel(en) worden bereikt Aan welk maatschappelijk beleidsdoel de subsidie bijdraagt De berekeningsgrondslag of hoogte van het subsidiebedrag Het subsidieplafond; het beschikbare budget voor subsidie De subsidiesystematiek; wijze van verdeling van het beschikbare budget Geldend termijn van de subsidieregeling

Naast de eisen die al gelden op grond van de ASV kan een subsidieregeling specifieke eisen beschrijven die gelden voor de aanvraag, specifieke weigeringsgronden of verplichtingen voor de aanvragen en de verantwoording. De subsidieregeling is altijd in lijn met de randvoorwaarden en de uitgangspunten zoals deze zijn gesteld in dit subsidiebeleid. Het vaststellen van een subsidieregeling is een bevoegdheid van het college.

10

H3 Subsidievormen Om subsidieverstrekking zo helder mogelijk te maken, maakt gemeente Boxtel onderscheid tussen een aantal verschillende soorten subsidie. Deze subsidievormen dragen bij aan de beschreven doelen uit hoofdstuk 1. In onderstaand overzicht maken we duidelijk welke soorten subsidie we kennen en aan welk doel deze is gekoppeld.

3.1 Presentatiesubsidie De prestatiesubsidie richt zich op professionele organisaties waarbij middels prestatieafspraken een subsidie voor activiteiten en diensten wordt verleend. Denk hierbij bijvoorbeeld aan maatschappelijke of wettelijke taken die gemeente vervult door de inzet van een organisatie. Deze subsidievorm wordt verstrekt op basis van begroting of een vastgestelde berekeningsgrondslag. Bij deze subsidievorm is het wenselijk om continuïteit te waarborgen, stabiliteit in het aanbod te behouden en waar mogelijk subsidie meerjarig te verstrekken.

3.2 Vrijwilligerssubsidie Een vrijwilligerssubsidie wordt jaarlijks verstrekt aan organisaties die structurele activiteiten organiseren die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Deze vrijwilligerssubsidie wordt verstrekt op basis van een subsidieregeling waarin een vastgesteld bedrag of een berekeningsgrondslag is opgenomen. De subsidie is bedoeld om de activiteit mogelijk te maken en is daarmee een bijdrage in de reguliere organisatie- en activiteitenkosten. De hoogte van de bijdrage is niet gekoppeld aan de kosten van de activiteit. De gemeente waardeert en stimuleert op deze wijze de activiteit. Dit betekent dat de subsidie niet kostendekkend is voor een activiteit of organisatie. Een vrijwilligersorganisatie wordt omschreven als een stichting, vereniging of andere organisatie zonder winstoogmerk waarvan de activiteiten hoofdzakelijk door vrijwilligers worden uitgevoerd.

3.3 Instroomsubsidie Deze subsidievorm richt zich op een organisatie die voor het eerst in aanmerking wil komen voor een jaarlijkse subsidieverlening. Dit kan een prestatiesubsidie of een vrijwilligerssubsidie zijn. De organisatie krijgt de mogelijkheid om te laten zien dat de activiteit(en) die zij organiseren, bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente en voldoen aan de criteria voor de jaarlijkse subsidie. Bij een instroomsubsidie wordt subsidie verstrekt voor de activiteit volgens de grondslag van de bijpassende subsidieregeling.

3.4 Projectsubsidie De projectsubsidie is een éénmalige subsidie. Deze kan aanvullend worden verkregen op een prestatie- of een vrijwilligerssubsidie, maar ook zonder dat al subsidie wordt verstrekt. 11

Voor een projectsubsidie is veelal een aparte subsidieregeling opgesteld waarin is beschreven wie een aanvraag kan doen, waarvoor een aanvraag gedaan kan worden en voor welke periode de aanvraag van toepassing is. Dit kan meerjarig zijn. Nieuwe activiteiten/initiatieven die éénmalig een investering nodig hebben om vervolgens een structurele bijdrage te leveren aan beleidsdoelstellingen vallen ook onder projectsubsidie. Als hier geen subsidieregeling voor vastgesteld is, kan de subsidie verstrekt worden middels een collegebesluit.

3.5 Exploitatiebijdrage De exploitatiebijdrage is een bijdrage voor de exploitatie van een maatschappelijke voorziening; denk aan bijvoorbeeld gemeenschapshuizen, (sport)velden en -zalen. Een dergelijke voorziening draagt bij aan de mogelijkheid voor participatie in de samenleving. Doordat (maatschappelijke) activiteiten veelal niet kunnen plaatsvinden zonder een maatschappelijke voorziening is er een sterk verband tussen het subsidiebeleid en het accommodatiebeleid. De visie, kaders en uitgangspunten voor een exploitatiebijdrage worden uitgewerkt in het accommodatiebeleid. Voor de volledigheid wordt de exploitatiebijdrage in het subsidiebeleid genoemd.

3.6 Wijkmakelaarsbudget Een eenmalige bijdrage uit het wijkmakelaarsbudget is gericht op een burgerinitiatief om de sociale cohesie in de wijk of gemeente te bevorderen. Het budget wordt verstrekt door de wijkmakelaar, hier wordt het initiatief ook ingediend. Aan de verstrekking van het wijkmakelaarsbudget zijn de volgende criteria gesteld.  Het is een nieuw initiatief en komt uit de buurt/wijk en niet vanuit de overheid. De wijkmakelaar kan een sluimerend project wel aanjagen als het voorzit in een algemene maatschappelijke behoeft.  Bestaande voorzieningen en initiatieven komen niet in aanmerking voor een bijdrage.  Er moet sprake zijn van een algemeen belang: het initiatief moet de leefbaarheid en sociale binding versterken.  Het initiatief is in lijn met het coalitieakkoord of bestaand beleid.  Er moet altijd een vorm van cofinanciering zijn. Dit kan ook in de vorm van aantal uren zelfwerkzaamheid (vrijwillige inzet).  Er moet altijd sprake zijn van voldoende draagvlak. Initiatiefnemers dienen dit aan te tonen. Zij kunnen dit op verschillende manier doen. Bij het werken aan draagvlak hoort ook afstemming met mensen die weerstand hebben tegen initiatief. Onderbouwing voor voldoende draagvlak vindt per specifieke situatie plaats. In de beoordeling hiervan is altijd een mate van subjectiviteit.  Er is geen sprake van commercieel belang

12

H4 Uitgangspunten en randvoorwaarden We hanteren een aantal uitgangspunten voor subsidieverstrekking met betrekking tot onze rol en bijdrage. We stellen daarnaast randvoorwaarden waaraan ontvangers van subsidie moeten voldoen. Daarnaast wordt een actieve bijdrage en/of houding van subsidie verwacht op het gebied van duurzaamheid en inclusie/toegankelijkheid.

4.1 Uitgangspunten Eenvoudig Het subsidieproces wordt zo eenvoudig mogelijk ingericht, zowel voor de aanvrager als voor de gemeentelijke organisatie. Door eenduidig te zijn in subsidieregelingen moet een aanvrager eenvoudig kunnen herleiden of deze in aanmerking komt voor subsidie. Er wordt alleen noodzakelijke informatie voor de beoordeling opgevraagd. Waar mogelijk wordt een subsidie voor meerdere jaren verstrekt om de administratieve last laag te houden. Vertrouwen Het zijn juist de inwoners, verenigingen en (maatschappelijke) organisaties die het verschil maken. Er wordt op vertrouwd dat de subsidie door organisaties en inwoners waardevol wordt ingezet en daarmee bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast wordt ook vertrouwd op de naar waarheid aangeleverde informatie om een subsidie op te verstrekken. Steekproefsgewijs kan dit getoetst worden. Indien blijkt dat subsidie onjuist wordt besteed of onrechtmatig is verkregen volgen sancties en is uitsluiting van subsidie mogelijk. Transparant De gemeente Boxtel vindt transparantie een belangrijk uitgangspunt bij subsidieverstrekking. Transparantie betekent dat voor iedereen duidelijk moet zijn welke subsidies beschikbaar zijn en wat het subsidiebeleid is. Het betekent ook dat voor iedereen inzichtelijk moet zijn aan wie, hoeveel subsidie is verstrekt en waarvoor.

Dit subsidiebeleid maakt helder en inzichtelijk welke kaders en randvoorwaarden er worden gesteld. In de subsidieregelingen wordt voor iedereen duidelijk voor welke activiteiten en doelgroepen subsidie beschikbaar is. Deze subsidieregeling is altijd in lijn met de beleidsdoelstellingen vanuit een beleidsnota. Op lokaleregelgeving.overheid.nl worden de subsidieregelingen van de gemeente gepubliceerd. Bij de implementatie van het subsidiebeleid wordt gewerkt naar een jaarlijks subsidieregister waarin een overzicht wort gegeven van alle verstrekte subsidies. Dit overzicht wordt gedeeld met de raad bij de jaarrekening. Dit is mogelijk vanaf jaarrekening 2026. Regierol gemeente De gemeente Boxtel wil een bredere rol vervullen dan enkel de rol van subsidieverstrekker. Door met (mogelijke) subsidieontvangers in gesprek te zijn en te blijven, kan de gemeente behoeften ophalen en op andere manieren ondersteunen. Denk aan verbinden, samenwerking stimuleren, faciliteren in kennisdeling en beschikbaar maken van (externe) (professionele) ondersteuning. Door het vervullen van deze rol geeft de gemeente sturing aan behoefte, aanbod en samenwerking van activiteiten binnen de gemeente en ook buiten haar gemeentegrenzen. Doelmatig, doeltreffend en rechtmatig Elke subsidie wordt doelmatig, doeltreffend en rechtmatig verstrekt.

De doelmatigheid richt zich op de vraag of het verstrekken van subsidie in verhouding staat tot het bereiken van het maatschappelijke doel. Hierbij wordt uitgegaan van een zo beperkt mogelijke inzet van middelen voor het realiseren van bepaalde prestaties. 13

Doeltreffend gaat over het beoogde resultaat dat aansluit op de beleidsdoelstellingen. In de aanvraag van de subsidie moet dit beoogde resultaat beschreven worden waarna in de verantwoording wordt toegelicht welk resultaat daadwerkelijk is behaald. Bij rechtmatigheid gaat het om het voldoen aan alle juridische voorwaarden. Deze vastgelegd in de subsidieverordening en subsidieregeling. Voor een rechtmatige verstrekking is monitoring van de subsidie van belang. Bij alle subsidies geldt dat de voorwaarden en verantwoordingseisen de administratieve last zo laag moeten houden, maar de doelgerichtheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid niet in de weg mag staan.

4.2 Randvoorwaarden Gemeentelijke doelstellingen Een organisatie/inwoner komt in aanmerking voor subsidie als de activiteit bijdraagt aan het realiseren van gemeentelijke beleidsdoelstellingen voor een beleidsterrein. Deze doelstellingen komen terug in de subsidieregeling op basis waarvan subsidie aangevraagd kan worden. Gemeentelijke doelstellingen komen voort uit de op te stellen visie Sociaal Domein, het geldende beleidsakkoord en/of vastgestelde beleidsnota’s per beleidsterrein. Maatschappelijke meerwaarde De subsidie wordt verstrekt als de activiteit een bijdrage levert aan een collectieve behoefte van (een groep) inwoners in de gemeente Boxtel. Per beleidsterrein kan de omvang van het collectief anders zijn. Een subsidie richt zich nadrukkelijk niet op de kostenverlaging van een individu. Hiervoor zijn aparte regelingen opgenomen in het actuele armoede en schuldenbeleid en de verordening Sociaal Domein. Sociale basis We verwachten dat de organisaties die subsidie ontvangen met hun activiteiten bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Onder sociale basis verstaan we het geheel aan formele en informele verbanden waar inwoners deelnemen aan activiteiten. Hiervoor zetten onze inwoners zich zowel incidenteel als structureel vrijwillig in.

Daarnaast bestaat de sociale basis verder uit collectieve voorzieningen, vrijwilligerssteunpunten, mantelzorgondersteuning, et cetera en betaalde krachten als sociaal werkers (maatschappelijk werkers, (sport) opbouwwerkers, jongerenwerkers). De sociale basis zorgt ervoor dat onze inwoners deel kunnen nemen aan de samenleving en een veilige, gezonde en prettige leefomgeving te creëren. Inwoners ontwikkelen een netwerk om op terug te vallen, maar ook om plezier aan te beleven. Het zorgt voor zingeving en kwaliteit van leven. Binnen ditzelfde netwerk kijken inwoners mede door de activiteiten om naar elkaar en dragen zorg voor elkaar. Eigenaarschap Inwoners, verenigingen en (vrijwilligers)organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor de financiële basis en uitvoering van hun activiteiten. Hierom vindt gemeente Boxtel het belangrijk dat zij ondernemend en zelfredzaam zijn. Een organisatie zorgt daarom, waar mogelijk, voor eigen inkomsten om de activiteiten uit te voeren. Organisaties komen enkel in aanmerking voor subsidie als zij ook aannemelijk kunnen maken dat er inspanning is verricht voor eigen inkomsten en dat deze ook in verhouding staan tot het aangevraagde en/of verkregen subsidiebedrag.

4.3 Actieve bijdrage en houding Toegankelijkheid en inclusie Activiteiten die gesubsidieerd worden door gemeente Boxtel zijn ook toegankelijk voor mensen met een beperking (fysiek en/of mentaal), daar waar dit binnen de mogelijkheden van de organisatie en/of de activiteit ligt. Daarnaast worden organisaties uitgedaagd om een bijdrage te leveren ter 14

bevordering van een inclusieve samenleving waarbij mensen met een beperking kunnen deelnemen en ook groepen op basis van leeftijd, religie, herkomst, seksuele geaardheid, genderidentiteit of andere gronden niet worden uitgesloten. Duurzaamheid Van organisaties die subsidie ontvangen verwachten we een bereidheid om een bijdrage te leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen van gemeente Boxtel. De bijdrage kan zich richten op de verschillende thema’s binnen duurzaamheid zoals: circulariteit, energiebesparing, energieopwekking en klimaatadaptatie. Versterken lokale economie Er wordt aan organisaties een beroep gedaan om daar waar mogelijk bij te dragen aan een duurzame, economische omgeving en zoveel mogelijk lokaal te investeren. Dit omvat niet enkel alleen aankopen bij een lokale onderneming, maar richt zich ook op een bijdrage leveren aan een aantrekkelijke omgeving op het gebied van wonen, werken, leven en recreëren. Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan de Economische Agenda 2030.

15

H5 Werkproces In dit hoofdstuk beschrijven we het proces van subsidieverstrekking op hoofdlijnen. Daarnaast een korte beschrijving van taken, rollen en verantwoordelijkheden. Tot slot een efficiënte vorm om de subsidieverstrekking binnen MijnGemeenteDichtbij te organiseren.

5.1 Aanvraag, beschikking, vaststelling Een subsidie wordt verstrekt door de volgende processtappen te doorlopen. Allereerst wordt door een organisatie/inwoner een aanvraag ingediend. Elke subsidieregeling die wordt opgesteld wordt voorzien van een aanvraagformulier. Na beoordeling van de aanvraag ontvangt de aanvrager een beschikking waarin het bedrag, de grondslag en voorwaarden zijn opgenomen. Indien de activiteit is uitgevoerd dient de subsidieontvanger een verantwoording in, waarna na beoordeling hiervan de subsidie definitief wordt vastgesteld. In de vaststellingsbeschikking kan eventueel een terugvordering worden vastgesteld wanneer een activiteit niet of niet volledig is uitgevoerd of de kosten hiervoor lager zijn dan de subsidie die is verstrekt. Uitzondering hierop zijn de subsidies die per direct zijn vastgesteld. Schematisch ziet het proces er als volgt uit. De doorlooptijd is afhankelijk van de subsidievorm. Deze termijnen zijn opgenomen in de Algemene Subsidie Verordening.

Aanvraag

Beoordeling

Beschikking

Verantwoording

Vaststelling

5.2 Taken, rollen en verantwoordelijkheden De gemeenteraad stelt de algemene kaders in het subsidiebeleid en de Algemene Subsidieverordening vast en stelt budget beschikbaar middels de begroting. Vanuit haar controlerende taak ziet zij toe op de uitvoering van het subsidiebeleid door het college. Hiervoor wordt jaarlijks een overzicht van verstrekte subsidies opgenomen in de jaarrekening. Het college geeft uitvoering aan het subsidiebeleid door het vaststellen van subsidieregelingen en het verlenen van de subsidies. Separaat kan het college ook het subsidieplafond van een regeling vaststellen. De praktische uitvoering is grotendeels gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. Het college blijft eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het subsidieproces. Subsidies zonder subsidieregeling worden niet in mandaat verstrekt. Voor dergelijke subsidies is altijd een collegebesluit nodig. Voor de werkbaarheid en efficiëntie van de organisatie wordt een uitzondering gemaakt voor subsidies met een maximum van €5.000,- en beschikbaar budget. Deze worden gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. In de uitwerking van dit mandaat wordt het proces op die manier ingericht dat willekeur beperkt wordt door meer-ogenprincipe en/of een adviesrol vanuit het subsidiebureau.

5.3 Subsidiebureau Na het vaststellen van het subsidiebeleid en de subsidieregelingen volgt de implementatie in de ambtelijke organisatie. Vanuit de huidige werkwijze willen we toewerken naar een subsidiebureau met een efficiënte en effectieve manier van subsidieverstrekking. Dit subsidiebureau werkt met behoud van de huidige inzet aan personeel. Het subsidiebureau vervult een adviserende, coördinerende en ondersteunende rol in het subsidieproces. De adviserende functie heeft betrekking op het opstellen van subsidieregelingen, op 16

de subsidieverlening en -vaststelling per gesubsidieerde organisatie. Hieronder valt ook het geven van trainingen aan (beleids)medewerkers en advisering bij beoordeling. Dit ter versterking van de professionaliteit rondom subsidieverstrekking. De ondersteunende rol richt zich op de administratieve verwerking van subsidieaanvraag, verleningsbeschikking, verantwoording, vaststellingsbeschikking en uitbetaling van de subsidies. De coördinerende functie richt zich op het tijdig doorlopen van subsidieproces voor zowel juistheid, tijdigheid en volledigheid. Het subsidiebureau doet dit voor alle subsidies en alle subsidievormen binnen MijnGemeenteDichtbij. Naast de rollen die het subsidiebureau de ambtelijke organisatie vervuld, is het subsidiebureau voor organisaties en inwoners ook de centrale plek voor subsidieaanvragen en overige informatie.

17

H6 Financiën Hieronder volgt een uiteenzetting over het inzetten en verantwoorden van financiële middelen bij subsidieverstrekking.

6.1 Begroting De begroting is leidend voor het verstrekken van subsidie. In de begroting is een budget per beleidsterrein opgenomen. Hierin worden prestatiesubsidies en vrijwilligerssubsidies middels een subsidieplafond vertegenwoordigd. Voor projectsubsidie geldt dat er in de begroting een bedrag is opgenomen voor het project vanuit een beleidsterrein, wat middels subsidie verstrekt kan worden. Op deze manier worden de middelen voor subsidie door de raad beschikbaar gesteld.

6.2 Subsidieplafond Door het vaststellen van subsidieplafons, al dan niet in een subsidieregeling, stelt het college een maximum budget beschikbaar. Dit komt voort uit de vastgestelde begroting of een projectbudget. Zonder subsidieplafond is er sprake van een openeinderegeling, wat afwijzing van subsidie op basis van beschikbaar budget onmogelijk maakt. Daarom is het vaststellen van een subsidieplafond noodzakelijk. Het subsidieplafond moet voor de start van de aanvraagperiode worden gepubliceerd om voor alle aanvragers helder te hebben welk budget beschikbaar is. Dit subsidieplafond kan in de subsidieregeling opgenomen zijn of als een apart collegebesluit zijn vastgesteld. Als het subsidieplafond vastgesteld moet worden voordat de begroting vastgesteld wordt, is dit onder begrotingsvoorbehoud. Als gevolg van de begrotingsbehandeling kan het subsidieplafond alsnog lager worden vastgesteld. Voor de verschillende subsidievormen hanteren we de volgende subsidieplafonds.    

Prestatiesubsidie: subsidieplafond jaarlijks vaststellen door college onder begrotingsvoorbehoud Vrijwilligerssubsidie: subsidieplafond jaarlijks vaststellen door college onder begrotingsvoorbehoud Instroomsubsidie: subsidieplafond vaststellen bij regeling Projectsubsidie: subsidieplafond vaststellen bij regeling

In de subsidieregeling wordt ook aangegeven hoe om te gaan met aanvragen bij het bereiken van het subsidieplafond. Keuzes die hierin gemaakt kunnen worden zijn: eerst komt eerst maalt, gelijke verdeling na de aanvraagperiode of een beoordelingssystematiek volgens criteria.

6.3 Monitoring Door monitoring wordt inzichtelijk gemaakt welke subsidies verstrekt worden door de gemeente Boxtel. Met de structurering van subsidies en de opmaat naar een subsidiebureau werken we naar een jaarlijks overzicht van de verstrekte subsidies. Dit overzicht wordt opgenomen in de jaarstukken voor de raad en meegenomen in de jaarrekening controle van de accountant.

6.4 Verantwoording Omdat subsidie gemeenschapsgeld is, is er een bepaalde mate van verantwoording door de subsidieontvanger nodig. Hierbij houden we in ogenschouw dat de administratieve last voor zowel aanvrager als gemeente niet onnodig hoog is. Onderstaande staffels voor verantwoording zijn als standaard opgenomen in de Algemene Subsidie Verordening. In de subsidieregeling of subsidiebeschikking kan van deze staffels worden afgeweken om een verantwoording te verkrijgen.

18

Subsidies onder de 5.000,- euro worden daarom per direct vastgesteld. Als het van belang is om de effecten te monitoren kan hiervan worden afgeweken in de subsidieregeling. Voor subsidies tussen de 5.000,- en €50.000,- dienen de ontvangers een inhoudelijk verslag in waarbij ze inzicht geven in de uitvoering van de activiteit, de beoogde doelstellingen, behaalde resultaten en een jaarrekening waaruit blijkt dat de subsidie is besteed. Voor subsidies boven de €50.000,- gelden dezelfde criteria als bovenstaande subsidies waarbij uit de jaarrekening of financieel verslag blijkt welke uitgaven en inkomsten verband houden met de gesubsidieerde activiteit(en). Daarnaast dienen ontvangers van subsidies boven de €100.000,- een controleverklaring in.

19

Bijlagen Afwegingskader subsidie vs inkoop In onderstaand overzicht de verschillen tussen subsidie en inkoop. Aan de hand van dit overzicht kan worden bepaald of een bepaalde activiteit of regeling meer kenmerken heeft van een subsidie of van inkoop. Subsidie Definitie in artikel 4:21 Awb:  De aanspraak op financiële middelen  Door een bestuursorgaan verstrekt  Met het ook op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten

Inkoop Definitie overheidsopdracht in richtlijn 2004/18:  Schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel  Tussen ondernemer(s) en aanbestedende dienst(en) gesloten  Die betrekking heeft op de uitvoering van werken, de levering van producten of het verlenen van diensten

Eenzijdige handeling (subsidiebeschikking; in beginsel geen prestatieplicht)

Tweezijdige handeling (aanbod en aanvaarding, wederkerigheid)

Vaak voor activiteiten die te maken hebben met het ‘algemeen belang’, waarbij subsidieverstrekker (vaak) belang heeft bij activiteiten van de individuele aanvrager ten behoeve van derden. Concurrentiestelling op een markt vaak niet goed mogelijk.

Uitvoeren van werken, leveren van diensten of goederen door derden aan de overheid, meestal ten behoeve van de uitvoering van eigen taken van het bestuursorgaan. Er is vaak een markt voor de activiteiten. Concurrentiestelling is principe mogelijk. Voor opdrachtnemer gaat het om een commerciële activiteit.

Bij aangaan subsidierelatie: geen expliciete aanbestedingsverplichting ingevolge Awb of subsidieverordening

Bij aangaan overeenkomst: vaak aanbestedingsplicht ingevolge Aanbestedingswet of gemeentelijk aanbestedingsbeleid

Bij voldoen aan (objectieve) subsidiecriteria: recht op betaling subsidie

Zelfs bij voldoen aan vereiste inzake selectie en gunning in de aanbesteding: geen plicht tot gunnen opdracht / aangaan overeenkomst (ovb precontractuele eisen van redelijkheid en billijkheid en goede trouw)

Subsidieregeling(en) van toepassing

Branchevoorwaarden, inkoopvoorwaarden, contractvoorwaarden van toepassing

Bestuursrecht van toepassing. Bij bezwaar/beroep tegen subsidiebeschikking; administratieve rechtsgang via beschikkend bestuursorgaan en bestuursrechter (Awb)

Burgerlijk recht van toepassing op aanbestedingsprocedure en de overeenkomst.

Bij niet nakomen van subsidiecriteria kan nakoming niet worden afgedwongen. Wel kan in het algemeen de subsidie lager of nihil worden vastgesteld.

Bij niet nakoming overeenkomst; nakoming overeenkomst kan worden gevorderd. Afdwingbaarheid van de overeenkomst. Afspraken worden gemaakt onder bezwarende titel (d.w.z. tegen betaling (tegen geld of op geld waardeerbaar)). Facturen voor wederprestatie op grond van overeenkomst worden veelal betaald na (deel) prestatie.

Vaak sprake van bevoorschotting op basis van liquiditeitsbehoefte van de subsidie vragende

20

instelling. Gaat om werkelijk gemaakte en betaalde kosten. Vergoeding deel van de kosten

In principe vergoeding van de kostprijs opdrachtnemer plus winstmarge

In principe geen BTW verschuldigd

BTW verschuldigd

Vooral stimuleringsbijdrage (ter ondersteuning beleid of bevordering algemeen belang), levering (werkzaamheden of diensten) niet per se aan subsidieverstrekker

Betaling voor aan opdrachtgever geleverde goederen, werken of diensten.

21

Notitie Evaluatiefase De evaluatiefase bestaat uit twee elementen: 1. Enquête onder subsidieontvangers 2. Gesprekken met subsidieontvangers vanuit een steekproef Naast deze twee elementen is ook door de Rekenkamer onderzoek gedaan naar het huidige subsidiebeleid. Uitkomsten uit dit onderzoek zijn ook meegenomen in de totstandkoming van het subsidiebeleid maar vormen geen onderdeel van deze notitie.

Enquête onder subsidieontvangers De enquête is afgenomen onder 81 subsidieontvangers vanuit de subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling gemeente Boxtel 2018. Deze subsidieontvangers krijgen jaarlijks een subsidie verstrekt. De respons op de enquête is groot te noemen, in totaal 62 reacties. De professionele partners zijn bij de enquête niet betrokken waardoor voornamelijk vrijwilligersorganisaties de enquête hebben ingevuld. De professionele partners zijn geïnterviewd door de Rekenkamer en gesprekken mee geweest voor de evaluatiefase bij de herijking in Gemeente SintMichielsgestel. Om efficiënt te werken zijn deze gesprekken niet herhaald. In de enquête is navraag gedaan over het beleidskader subsidies, de subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling gemeente Boxtel 2018, het procesverloop bij subsidieverstrekking, financiën en het contact/informatie vanuit de gemeente.

Belangrijkste bevindingen uit de enquête zijn: Beleidskader en subsidieregeling  Meer dan de helft is onbekend met het Beleidskader Subsidies (59%) en Subsidieregeling Maatschappelijke Ontwikkeling (66%)  61% van de organisaties is onbekend met de berekening van de subsidiehoogte  De subsidieregeling sluit vaak niet aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen Financiën  De helft van de organisaties is afhankelijk van subsidie  Voor 20% van de organisaties is het subsidiebedrag voldoende  Andere inkomsten naast subsidie zijn: contributie (22%), fondsen (7%), sponsoring (24%), ledenacties (10%), overig (24%) Op een schaal van 1 tot 5 worden de volgende items gewaardeerd: Subsidieverstrekking  Aanvraagmethode 3.6  Uitleg bij procedure 3.5  Duidelijkheid en volledigheid beschikking 3.8  Noodzaak van jaarlijkse verantwoording 4.3  Verantwoording vanaf €5.000,4.0 Contact  Algemene informatie 3.2  Bereikbaarheid 3.6  Reactietermijn 3.4

Gesprekken met subsidieontvangers vanuit een steekproef Onder de subsidieontvangers is middels een steekproef met meerdere organisaties een verdiepend gesprek gehouden. De steekproef is zo ingericht dat vanuit elk beleidsterrein één of meerdere organisaties zijn gevraagd om in gesprek te gaan. Dit heeft gezorgd voor breed perspectief en vertegenwoordiging bij de gesprekken. De uitkomsten kunnen we indelen in drie categorieën.

22

Complimenten (Wat gaat er goed?)

De organisaties zijn blij met de subsidie die zij ontvangen. Het voelt als waardering voor dat wat zij doen, ondanks dat de subsidie niet altijd toereikend of kostendekkend is. Sommige organisaties zijn volledig afhankelijk van subsidie en kunnen anders hun activiteit niet uitvoeren. De ondersteuning die geboden wordt bij het aanvragen van subsidie is erg prettig. Het ontvangen van een aanvraagformulier en de reminder als de deadline zich aandient en de aanvraag nog niet is ontvangen is voor sommige organisaties onmisbaar. Hierdoor is het proces van aanvragen erg gemakkelijk voor de organisaties.

Behouden (Wat moeten we niet veranderen?)

Het wordt belangrijk gevonden dat de erkenning voor de activiteiten blijft. Dit laat zich zien in het verstrekken van subsidie maar ook in het contact met gemeente en ook in een bezoek van een wethouder of burgemeester bij de activiteit. Een ander thema dat belangrijk wordt gevonden is de verantwoording van de subsidie. Er wordt aangegeven dat een organisatie niet zomaar subsidie moet krijgen en dat als er subsidie ontvangen wordt, hier ook verantwoording voor moet worden afgelegd. Dat het niet voor elk bedrag hoeft is evident, maar de huidige afspraken daarover zijn passend voor de organisaties die we spreken. In de gesprekken wordt onderstreept dat de begeleiding van het subsidieaanvraag naast dat het heel goed gaat ook zeker niet verloren mag gaan in het nieuwe subsidiebeleid. Hierin is onderscheid gemaakt in de administratieve ondersteuning, dus het aanleveren van een (ingevuld) aanvraagformulier en procesbegeleiding, dus het aangeven van periodes en bijbehorende acties zoals aanvragen en verantwoorden. Ondanks dat het beiden erg prettig geeft iedereen de voorkeur aan de procesbegeleiding en is de administratieve ondersteuning van ondergeschikt belang. Als er dan wel een goede verwijzing komt. Denk aan een bericht met een link naar een aanvraagformulier of een website voor meer informatie.

Verbeteren (Wat zijn aandachtspunten?)

De verbeterpunten die worden aangedragen richten zich vooral op het transparant en helder maken van de subsidiemogelijkheden. Zo wordt er gevraagd om een indexeringsmethodiek op te nemen in de subsidieregelingen. Een ander aandachtspunt is om de criteria voor subsidie goed op te schrijven. Waarom en waarvoor krijg je subsidie en op hoeveel subsidie kun je rekenen? Zijn belangrijke vragen waar organisaties het antwoord niet duidelijk kunnen vinden. Daarnaast moet het ook terug te vinden zijn hoe de subsidieverdeling tot stand komt. Welk bedrag is er beschikbaar en hoe wordt dit verdeeld. Een ander veelgehoord aandachtspunt is dat de organisatie gemeente graag betrokken ziet in een bredere rol dan subsidieverstrekker. Ze willen graag dat gemeente zorgt dat organisaties elkaar ontmoeten en over hun dilemma’s van gedachte kunnen wisselen. Te denken valt aan kennisbijeenkomsten met thema’s als sponsoring, vrijwilligers of relevante kennis voor bestuursleden. Maar ook om samenwerking tussen organisaties of binnen dorpskernen te organiseren/stimuleren.

23

Notitie Werksessie Subsidiebeleid Van Aan Datum Zaaknummer

Mariëlle Zijlstra Subsidieontvangers en aanwezigen 17 februari 2025 1332496

Welkom Dagvoorzitter Tom Vaessen en wethouder Hans Heesen heten iedereen welkom bij de werksessie. Er is een grote dankbaarheid aan de vele organisaties en personen die aanwezig zijn. In het welkomstwoord wordt een korte blik geworpen op het verleden en de knelpunten die worden ervaren. Het onderzoeksrapport van de Rekenkamer wordt aangehaald als medestartpunt voor een nieuw subsidiebeleid. En er is erkenning voor de uitdagingen waar organisaties voor staan door vele jaren niet indexeren van de subsidies en de stijgende kosten. Deze avond is vooral om met elkaar in gesprek te gaan over de toekomst en input op te halen over het nieuw vast te stellen subsidiebeleid en op hoofdlijnen mee te denken. Aangegeven wordt dat details over doelstellingen en berekeningsgrondslagen vanavond niet aan bod komt, hiervoor worden in het najaar bijeenkomsten per beleidsterrein georganiseerd, waar men weer voor zal worden uitgenodigd. Introductie Middels Mentimeter wordt aan de aanwezigen drie vragen gesteld. Hiermee wordt een indruk gegeven van de verwachtingen van de bijeenkomst en het subsidiebeleid.

1. Waarom ben jij erbij vanavond?   

Nieuwsgierig Meepraten Belang voor vereniging

  

Informatie verkrijgen Betrokkenheid Interesse

2. Waarom is het belangrijk dat de gemeente subsidie verstrekt?   

Behouden van activiteiten Steun voor organisaties Maatschappelijk belang

 

Leefbaarheid Maatschappelijk belang

3. Als er straks een nieuw beleid is, wanneer ben je dan tevreden?   

Indexering Voortzetten van de activiteiten Behouden van organisatie

  

Eerlijke verdeling Contributie niet hoeven verhogen Simpel en gemakkelijk

Presentatie Herijking Subsidiebeleid In een presentatie over de herijking van het subsidiebeleid wordt het proces toegelicht. De resultaten van de enquête worden bekend gemaakt en ook de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de Rekenkamer worden gedeeld. Op basis van de uitkomsten van de enquête, gesprekken en het onderzoek is een ontwerp gemaakt voor het nieuwe subsidiebeleid waarin de doelen structuur, basis, verbreding/vernieuwing en flexibiliteit een plek krijgen. Er wordt een toelichting gegeven op het ontwerp van het subsidiebeleid. Vragen en antwoorden Naar aanleiding van de presentatie worden verschillende vragen gesteld. Hieronder de vragen en bijbehorende antwoorden:

24

Blijft de subsidiepot na de herijking gelijk?

Dit is nu nog onzeker. Door het ravijnjaar (2026) krijgen gemeenten minder middelen vanuit het Rijk en zijn bezuinigingen aan de orde. De raad besluit waarop bezuinigd wordt. Het is nog niet bekend of subsidies onderdeel uitmaakt van de bezuinigingen.

Is waar groepen onder vallen ook onderdeel van de discussie?

De indeling van de subsidieregelingen per beleidsterrein volgt nog. En hierbij zal ook een indeling volgen van welke organisaties in welke subsidieregeling vallen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen activiteit en huisvesting. Geldt dit alleen voor sport?

Nee, dit is van toepassing voor alle organisaties onafhankelijk van welk beleidsterrein. Een exploitatiebijdrage (voor huisvesting) wordt uitgewerkt in het accommodatiebeleid. Het subsidiebeleid gaat over activiteiten.

Is er ook een mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenen?

Het subsidiebeleid wordt vastgesteld door de raad. Hier is de mogelijkheid om in te spreken als er een andere kijk op het subsidiebeleid is. Voor bezwaar en beroep op een subsidieverstrekking wijzigt er met het nieuwe subsidiebeleid niets. Subsidiedialoog In een Lagerhuisdebat-setting worden dilemma’s gedeponeerd. De aanwezigen mogen aan de hand van stellingen hun mening geven. Uit een debat dat volgt komen argumenten voor en tegen de stelling wat input levert voor de randvoorwaarden bij subsidieverstrekking. Onder elke stelling is de uitkomst van het debat beschreven.

Subsidie is bedoeld voor hen die het nodig hebben

Iedereen is het er over eens dat subsidie een gemeenschapsmiddel is en dat daar goed mee omgegaan moet worden. Het is onmogelijk om overal subsidie voor te geven en er moeten duidelijke voorwaarden gesteld worden aan het verkrijgen van subsidie. Er wordt aangehaald dat de onderbouwing waarvoor de subsidie wordt ingezet en wat bereikt wordt van belang is. Ook gaan er geluiden op dat ‘nodig hebben’ niet altijd het criteria moet zijn. Subsidie wordt ook gezien als een blijk van waardering voor de inzet die gedaan wordt door een organisatie. Of een stimulans om een activiteit te ontwikkelen. Het is een mogelijkheid om aanspraak te maken op subsidie, maar hiervan hoeft een organisatie geen gebruik te maken. Er wordt dan ook aangegeven dat aanvragers deze afweging kunnen maken bij een subsidieaanvraag.

Subsidie geldt alleen voor organisaties en inwoners binnen gemeente Boxtel

In dit debat komen de woorden maatwerk en onderbouwing terug. Organisaties die niet in gemeente Boxtel gevestigd zijn leveren wellicht wel een activiteit die waarde heeft voor de inwoners van Boxtel. Deze afweging moet gemaakt worden. De oproep wordt gedaan om hier wel voor open te staan, als voorbeeld wordt Uniek Sporten genoemd. De meerderheid geeft aan dat subsidie zeker voor inwoners van gemeente Boxtel moet zijn, de meningen zijn verdeeld als het gaat om niet-inwoners van gemeente Boxtel. Sommigen geven aan dat de subsidie dan van buurgemeenten moet komen, anderen dragen aan dat de organisatie zelf een verschil kan maken in haar contributie. Er worden ook argumenten aangedragen om niet-inwoners ook te subsidiëren en dan juist voor organisaties uit andere gemeenten niets te doen. De voorwaarden waar een activiteit wordt georganiseerd en waar de deelnemers vandaan komen moeten gesteld worden om subsidie te verkrijgen.

Subsidie moet je het hele jaar door kunnen aanvragen

Het moment van aanvragen is niet van belang. Er wordt kenbaar gemaakt dat het vooral belangrijk is dat het subsidieproces helder en bekend moet zijn. Daarbij hoort naast aanvraag, ook beschikking en verantwoording. Voor zowel de aanvrager als gemeente geeft dit deadlines om naar toe te werken. Bij subsidieverstrekking is de mening dat de verdeling eerlijk moet zijn en daardoor zijn deze 25

deadlines van belang. Om te weten welke budgetten beschikbaar zijn wordt het werken met subsidieplafonds voorgesteld. Hierdoor kan gemeente budgetten beheren. Voor jaarlijkse subsidie en eenmalige subsidie kan een verschil zijn in het moment van aanvragen, beschikken en vaststellen. Ook hierbij is het belangrijk om hier helder in te zijn en goed te communiceren over de mogelijkheden.

Gemeente is geldverstrekker en moet zich verder nergens mee bemoeien

Deze stelling wordt vanuit verschillende invalshoeken beargumenteerd. Zo wordt aangedragen dat als gemeente een subsidie heeft verstrekt op basis van criteria zij niet nog iets van de activiteit hoeft te vinden. Zij heeft haar keuze als het ware gemaakt op basis van de aanvraag. Een andere invalshoek is dat gemeente naast subsidie ook een rol kan spelen bij het leggen van verbindingen met andere organisaties of als kennisdeler. Een faciliterende rol om organisaties elkaar te laten ontmoeten en ondersteunende rol bij vragen en uitdagingen wordt ook genoemd als rol naast geldverstrekker. Net als het samenbrengen van vergelijkbare initiatieven en het stimuleren van samenwerking om activiteiten en organisaties te versterken. Het contact met verenigingen en in gesprek zijn met elkaar is ook een rol van gemeente. Op een enkeling na is iedereen het mee eens met een bredere rol van gemeente. De verantwoording van subsidie wordt kort aangestipt. Het merendeel is het er over eens dat gemeente door het vragen van verantwoording over subsidie toezicht houden op het verantwoord besteden van gemeentelijke middelen.

Organisaties moeten zelf inkomsten genereren om voor subsidie in aanmerking te komen

Het genereren van inkomsten is een voorwaarden waar velen zich in kunnen vinden. Niet alles hoeft van belastinggeld betaald te worden. Er wordt verschil gezien in de mogelijkheden om inkomsten te genereren. Voor verenigingen met leden is dit gemakkelijker dan activiteiten die geen leden of deelnemers kent. Voor deze laatste groep wordt een argument aangedragen om niet volledig afhankelijk te zijn van gemeente maar creatieve oplossingen te bedenken zoals een vrijwillige bijdrage. De (financiële) verantwoordelijkheid voor de activiteit kan niet volledig bij gemeente gelegd worden. Hierbij wordt ook aangegeven dat gemeente ook een verantwoordelijkheid heeft bij stijgende kosten en deze niet alleen met het verhogen van de inkomsten kan compenseren. De algemene tendens is dat de verantwoordelijkheid voor inkomsten gevoeld moet worden, maar dat voor elke soort activiteit een andere inkomstengrens bepaald moet worden.

Dezelfde activiteiten in verschillende kernen verdienen gelijke behandeling en waardering

Activiteiten die georganiseerd worden voor het algemeen belang (zoals volksfeesten, herdenkingen, etc) hebben dezelfde kosten, ondanks dat de omvang van de deelnemers wisselend kan zijn per kern. Hiervoor wordt gepleit om een gelijke behandeling en een gelijkwaardige subsidie. Andere activiteiten kennen een deelnemersaantal waarbij zowel gesproken wordt over meer deelnemers, dus een hogere subsidie. Maar ook over meer leden waardoor juist minder subsidie nodig is. Het is in meer en mindere mate afhankelijk van de activiteit en moet in de voorwaarden bepaald worden. Jury-uitreiking Aan het einde van het lagerhuisdebat is er voor de beste debater en het beste argument een prijs. Deze wordt uitgereikt door de juryleden. Afsluiting Tom Vaessen maakt een ronde langs de aanwezigen om laatste suggesties aan de gemeente mee te geven. Enkele suggesties zijn:  Een oproep om een beroep te doen op bedrijven (als sponsoren) om kennis, kunde en middelen te investeren in vrijwilligersorganisaties.  Subsidie aan individuele personen is niet aan bod gekomen.  De tip aan organisaties wordt gedaan dat bestaansrecht niet van subsidies afhankelijk kan zijn in de tijd alles duurder wordt en subsidies mogelijk worden teruggeschroefd. 26

Subsidies niet alleen baseren op input van de organisatie maar ook op basis van het maatschappelijke effect van een activiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=f7204b86-265b-4048-9f03-4ffc77ef5d74