RIB gebiedsgerichte- en omgevingsprogramma
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Datum: 7 oktober 2025 Zaaknummer: 1380269 Portefeuillehouder: Wim van der Zanden en Désiré van Laarhoven- van Abeelen
Onderwerp Gebiedsgerichte- en omgevingsprogramma’s onder de omgevingsvisie.
Aanleiding Op 4 februari 2025 heeft u als gemeenteraad van Boxtel de omgevingsvisie vastgesteld. In navolging op de vaststelling ontvangt u deze raadsinformatiebrief waarin belangrijke zaken voor de raad, het college en de uitvoeringsorganisatie zijn uitgewerkt. In de geplande raadinformatiebijeenkomst d.d. 2 december komen alle behandelde onderwerpen in deze raadsinformatiebrief aan de orde met als doel u uitgebreid te informeren. Deze raadsinformatiebijeenkomst combineren we met het bijpraten over het omgevingsplan. Met deze raadsinformatiebrief geven we invulling aan het amendement A-A16 rol van de raad bij omgevingsprogramma’s en de twee moties ‘rol van de raad’ en motie ‘risicoparagraaf in programma’s’. De onderwerpen die behandeld worden in deze raadsinformatiebrief zijn: I. Samenspel tussen de gemeenteraad en het college in de vaststelling of wijziging van programma’s. II. Prioritering van programma’s. III. Uniforme werkwijze bij programma’s. IV. Monitoring. Behandeling van het amendement A-A16 en moties ‘rol van de raad’ en ‘risicoparagraaf’: • In deze raadsinformatiebrief behandelen wij het ingediende amendement A-A16 Rol van de raad bij omgevingsprogramma’s. Dit amendement is verwerkt in de tekst van de omgevingsvisie.
Waarin is opgenomen dat “Na vaststelling van de omgevingsvisie er een procedure/uitvoeringsdocument wordt vastgesteld waarbij de rol van de raad bij het opstellen en vaststellen van omgevingsprogramma’s nader wordt bepaald. Dit wordt vastgesteld in overleg met de raad”. Onderwerp I in deze raadsinformatiebrief bevat de uitwerking van dit proces. • De aangenomen motie rol van de raad wordt eveneens behandeld binnen onderwerp I. • De aangenomen motie risicoparagraaf in programma’s is uitgewerkt in onderwerp III.
Inhoud I.
Samenspel tussen de gemeenteraad en het college in de opstelling, vaststelling of wijzing van omgevingsprogramma’s. Vanuit de omgevingswet is de raad het bevoegd gezag voor vaststelling van de omgevingsvisie en het college voor de vaststelling van de programma’s. Het wettelijke kader kent vier type omgevingsprogramma’s. Dit kader is bepalend voor het doorlopen van het vaststellingproces van omgevingsprogramma’s. In acht genomen het ingediende amendement en de motie is het proces opgesteld. Het concept is besproken in het presidium d.d. 19 augustus om ruimte te bieden voor inspraak en samenwerking. Na aanpassing, wordt het vaststellingsproces aan de
raad voorgelegd in de vorm van een raadsvoorstel om wensen en bedenkingen hierover mee te geven aan het college. Daarna stelt het college het vaststellingsproces definitief vast. Bijlage I bevat het stroomschema en bijlage II bevat de bijbehorende procesbeschrijving. II.
Prioritering van programma’s. De omgevingsvisie is het strategisch kader voor de komende jaren tot 2040. De transitie van bestaand beleid naar programma’s vraagt om afwegingen. In bijlage III staat de prioritering van de op te stellen programma’s met de motivering. U ontvangt hierover een toelichting tijdens de informatiebijeenkomst d.d. 2 december. Op grond van het amendement en de gewijzigde tekst die is opgenomen in de vastgestelde visie: “De raad wordt nauw betrokken in het traject om de werkwijze voor het opstellen en werken met omgevingsprogramma’s en de prioritering van de omgevingsprogramma’s vast te stellen”, wordt (ook) de prioritering aan u voorgelegd middels een raadsvoorstel om wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Daarbij merken we op dat voor een efficiënte uitvoering door MGD het gewenst is een gelijke prioritering te hanteren voor beide gemeenten. In het proces wat vooraf is gegaan aan deze raadsinformatiebrief is hierover overeenstemming bereikt tussen de colleges van Boxtel en SintMichielsgestel. In de omgevingsvisie van Boxtel zijn er twee specifieke gebiedsgerichte programma’s opgenomen, te weten: Boxtel Noordwest hoek en Boxtel kern, beiden zijn toegevoegd aan het overzicht.
III.
Uniforme werkwijze bij programma’s. Voor alle programma’s hanteren we (indien mogelijk) een uniforme werkwijze. Dit biedt verschillende voordelen. Een uniforme werkwijze maakt het makkelijker om voortgang en prestaties te monitoren en daarover te rapporteren. Het draagt bij aan een gelijkmatige kwaliteit en uitvoering van programma’s waardoor resultaten beter voorspelbaar worden. En daarnaast bevordert het een betere samenwerking tussen afdelingen omdat we gelijke methoden en termen toepassen. Alle programma’s werken (of gaan werken) met: • de beleidscyclus vanuit de omgevingswet; • een startnotitieparticipatie; • stakeholderanalyse en stakeholdermanagement; • risicoanalyse en risicomanagement; • standaard hoofdstukindeling voor programma’s t.b.v. publicatie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); • alle programma’s worden in een intern afstemmingsoverleg tweemaal besproken: bij de start en bij de conceptversie van het omgevingsprogramma. Dit draagt bij aan integrale afstemming over domeinen heen en versterkt de onderlinge samenhang tussen de omgevingsprogramma’s. Risicoparagraaf Conform de “motie risicoparagraaf in programma’s” bevatten alle programma’s een risicoparagraaf waarin de volgende elementen worden beschreven: a. risicoanalyse en daarop gebaseerd interventies; b.
wat zijn de belangrijkste bestaande en toekomstige risico’s voor het programma, die het behalen van de ambities in de weg staan? c. wat is de kans en het effect van de risico’s en wat zijn de ongewenste effecten van deze risico’s? d. wat zijn bijpassende beheersmaatregelen om de risico’s te beperken? e. Wie is verantwoordelijk voor deze beheersmaatregelen? f. vragen deze beheersmaatregelen extra inspanningen en middelen? g. hoe verhouden de risico’s van individuele inspanningen zich tot de programma-risico’s? h. een overzicht van risico’s vormt een aparte document en wordt steeds geactualiseerd. Voor de uitvoering van de paragraaf passen we risicomanagement toe. We hanteren de werkwijze zoals wordt toegepast binnen het projectmatige werken. Er loopt binnen MGD een verkenning naar de aanschaf van risicomanagementsoftware.
Monitoring In de fase van beleidsdoorontwikkeling waarin we de programma’s opstellen wordt monitoring uitgewerkt en ingericht. Monitoring is essentieel om meerdere redenen: het meten van het doelbereik, bij het rapporteren over de voortgang en ten behoeve van de (bij)sturing op het programma. Daarnaast draagt het bij aan het risicobeheer en kwaliteitsborging. Monitoring ondersteunt het afleggen van verantwoording over de voortgang en resultaten van programma's, en biedt u als gemeenteraad inzicht voor controle op basis van de P&C-cyclus.
Vervolg •
•
Na de informatiebijeenkomst d.d. 2 december waarin alle onderwerpen uit deze RIB worden behandeld, wordt u als raad in de gelegenheid gesteld om (middels twee aparte raadsvoorstellen) wensen en bedenkingen naar voren te brengen over (1) de rol van de raad bij opstellen en vaststellen van programma’s en (2) de prioritering van de omgevingsprogramma’s. Daarna stelt het college, met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen, genoemde documenten definitief vast. De daarop volgende stap is de realisatie van de vastgestelde ambities uit de omgevingsvisie middels de benoemde gebiedsgerichte- en omgevingsprogramma’s. Nadrukkelijk willen wij uw begrip vragen voor de transitiefase waarin we ons bevinden. Door helder en tijdig met de raad hierover te communiceren hebben wij vertrouwen in de juiste vervolgstappen.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel,
V.C. Fijneman secretaris
R.S. van Meygaarden burgemeester
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III
stroomschema samenspel raad en college bij vaststelling omgevingsprogramma’s. procesbeschrijving bij stroomschema. prioritering gebiedsgerichte- en omgevingsprogramma's.