Revisie memo vaststelling bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar
Tekst van het document
MEMO VAN AAN BETREFT DATUM I
: : : :
ROLF SIEBEN DESIRÉE THISSEN VASTSTELLING BESTEMMINGSPLAN LAAR – NIEUW LAAR 21 DECEMBER 2023
Inleiding
Op de agenda van de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel van 21 december 2023 staat onder agendapunt 13 de vaststelling van het bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar geagendeerd. Het plan voorziet in een functieverandering voor een zestal agrarische bedrijven. De feitelijke omzetting van de agrarische bouwblokken gaat naast een functieverandering gepaard met het oprichten van in totaal 16 Ruimte-voor-Ruimte woningen. Voor 11 woningen wordt een Ruimte-voor-Ruimte titel aangekocht bij de ontwikkelingsmaatschappij. Het bestemmingsplan ziet verder op een uitbreiding van de bouwpercelen voor twee blijvende veehouderijbedrijven. Het ontwerpplan is gebaseerd op de Gebiedsvisie Laar - Nieuw Laar. Deze is op 23 november 2017 door de raad vastgesteld. Daarbij heeft de raad het volgende besloten: 1. de gebiedsvisie 'Laar - Nieuw Laar Berlicum' vast te stellen waarin de ontwikkelingsrichting wordt aangegeven voor de verdere planuitwerking en daarbij te kiezen voor optie 6 'Voorstel gemeente' zoals omschreven in het voorstel, zodanig aangepast dat: a. het maximum aantal gehouden varkens in het gebied niet uitstijgt boven het huidige aantal, 12.878 stuks; b.
dit wordt geëffectueerd door bij de beoogde uitbreidingen van Heijvar en Schoenmakers de volgende limieten te hanteren voor het aantal gehouden dieren: – groei Heijvar met maximaal 1.778 varkens (ca +25%, nieuw totaal max 9.000 stuks); – groei Schoenmakers met maximaal 1.125 varkens (ca =41%, nieuw totaal max 3.878 stuks); c. de groei van een bedrijf alleen wordt toegestaan bij volledige medewerking aan het plan zoals omschreven in het raadsvoorstel en de gebiedsvisie, inclusief het toepassen van de op dit moment in de markt aanwezige best beschikbare technieken voor het gehele bedrijf (ten minste 85% reductie in zowel geur als ammoniak en vergelijkbare reductie in fijnstof); d.indien een bedrijf besluit om niet mee te werken aan het bedoelde plan dan zal er geen uitbreiding worden toegestaan. Daarmee blijft het aantal dieren binnen dat bedrijf dus beperkt op het huidige aantal vergunde dieren; e. e.e.a. sluitend wordt vastgelegd in een overeenkomst met de betrokken ondernemers; 2. de afspraken rond de stoppers te faciliteren en te effectueren; 3. het landschapsplan Laar - Nieuw Laar vast te stellen; 4. met uitzondering van de verbreding van Nieuw Laar de verkeersmaatregelen te effectueren; 5. de percelen Laar 29a en 29b niet door te verkopen aan Heijvar. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn 13 zienswijzen ingediend.
Ook Gedeputeerde Staten (GS) hebben een zienswijze ingediend. Deze zienswijze richt zich met name op de uitbreidingsmogelijkheden van de agrarische bedrijven Laar 31/33/35 en Nieuwe Laar 5a. Naar aanleiding van de zienswijze van GS hebben Groen Links/PVDA een amendement ingediend. Belangrijkste onderdeel is punt 1 van het amendement: 1. Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar’, en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01 conform de artikelen 3.1 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en met toepassing van het besluit
uitvoering Crisis- en Herstelwet met bijbehorende bijlagen in overeenstemming met de bijgevoegde nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen gewijzigd vast te stellen exclusief de uitbreiding van Laar 31 en Nieuw Laar 5a (verwijzende naar de initiatieven genoemd in bijlage 1 punt 7 en 8); Sieben&Lont-Bestuursrechtadviseurs is gevraagd om de volgende vragen te beantwoorden: Welk risico lopen de stoppers op het moment dat het voorstel gesplitst wordt en het amendement (zoals bijgevoegd in word) ingediend wordt? Of anders gesteld ‘wat is de kans/inschatting dat het splitsen van het voorstel bij de RvS standhoudt met de huidige ruimtelijke onderbouwing? Om deze vraag te beantwoorden zal eerst het juridisch kader waar een bestemmingsplan aan moet voldoen worden geschetst. Indien het amendement wordt aangenomen is er sprake van een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. De jurisprudentie biedt daar op zich mogelijkheden voor, de voorwaarden zullen ook worden besproken. Daarna zal een analyse worden gemaakt en tenslotte enkele conclusies. II
Juridisch kader
Op grond van artikel 3.1 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de raad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Het begrip goede ruimtelijke ordening is niet gedefinieerd. Uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 19 januari 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP1352 kan het volgende worden opgemaakt:
Artikel 3.1, eerste lid, van de Wro bepaalt dat de gemeenteraad voor in een bestemmingsplan begrepen gronden bestemmingen vaststelt ‘ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening’. Vast staat dat die norm inhoudt dat de gemeenteraad een veel omvattende belangenafweging dient te maken die moet resulteren in het leggen van bestemmingen en met het oog op die bestemmingen vast stellen van regels omtrent het gebruik, met inbegrip van mogelijkheden voor bebouwing, van de in het plan begrepen gronden. Op grond van artikel 3.8, zesde lid, Wro zijn GS bevoegd om met betrekking tot een onderdeel van een vastgesteld bestemmingsplan waarover zij een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend en deze niet volledig is overgenomen, een zogenaamde reactieve aanwijzing aan de gemeenteraad te geven. Uit artikel 3.8, zesde lid, Wro gelezen in combinatie met artikel 4.2, eerste lid, Wro volgt dat het onderdeel geen deel uit blijft maken van het bestemmingsplan zoals dat is vastgesteld; oftewel: het desbetreffende onderdeel van het bestemmingsplan treedt (vooralsnog) niet in werking. Daarbij opgemerkt dat ook tegen een reactieve aanwijzing rechtsmiddelen openstaan. GS hebben ook de mogelijkheid om van de reguliere beroepsmogelijkheden gebruik te maken1.
Op grond van artikel 4.1 lid 1 Wro kunnen, indien provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen, van omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene 1 ABRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4533
bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, omtrent de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, alsmede omtrent de inhoud van beheersverordeningen. Daarbij kan worden bepaald dat een regel slechts geldt voor een daarbij aangegeven gedeelte van het grondgebied van de provincie. Provincale Staten (PS) hebben op 15 april 2022 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening was van toepassing ten tijde van de ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Eventueel door B&W afgesloten overeenkomsten kunnen niet leiden tot een verplichting van de raad om aan gronden een bestemming te geven die hij niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. De raad moet deze overeenkomsten wel meenemen in de besluitvorming2. Bij een eventueel geslaagd beroep is de onrechtmatigheid en toerekenbaarheid van het besluit in beginsel gegeven3. De bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over zorgvuldigheid (artikel 3:2), belangenafweging (artikel 3:4) en motivering (artikel 3:46) zijn onverkort van toepassing. II
Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan
Zienswijzen, (gewijzigde) wet- en regelgeving en planologische inzichten kunnen leiden tot het gewijzigd vaststellen van bestemmingsplannen. De ABRvS4 hanteert daarbij de volgende standaardoverweging: De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Slechts indien de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen. Ander aandachtspunt is de samenhang van het plangebied. Zijn de percelen vanuit ruimtelijk oogpunt en realisatie van het plan noodzakelijk om in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Daarbij hanteert de ABRvS5 de volgende standaardoverweging: De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening In deze uitspraak overweegt de ABRvS als volgt: De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Vabo heeft niet aannemelijk gemaakt dat tussen de gronden van het plangebied en de gronden waarop het verkavelingsplan ziet die buiten het plangebied vallen een zodanige samenhang bestaat dat de raad de begrenzing van dit plangebied niet zo heeft kunnen vaststellen en deze gronden in het plan had moeten betrekken. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat de gronden waarop het verkavelingsplan ziet, die vallen buiten het plangebied, betrekking hebben op een andere ontwikkeling en op een andere fase binnen het project Herenland, en een andere voorgeschiedenis hebben.
2 ABRvS 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1543 3 HR 9 mei 1986, ECLI:NL:HR:1986: AC0867. NJ 1987, 252 en TBR 2021/124 4 ABRvS 20 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2033 5 ABRvS 20 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:218
III
Tussenconclusies I en II
1. 2.
het (ontwerp)bestemmingsplan is gebaseerd op de gebiedsvisie Laar - Nieuw Laar; een bestemmingsplan kan gewijzigd worden vastgesteld, daarbij moet een goede ruimtelijke ordening worden gewaarborgd; de raad is aan de regels van de Provinciale verordening gehouden; GS kunnen tegen een vaststellingsbesluit beroep aantekenen of een reactieve aanwijzing geven; een gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan mag niet tot een wezenlijk ander bestemmingsplan leiden; een gewijzigde planbegrenzing moet een logische samenhang bevatten; de raad moet bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met door B&W afgesloten overeenkomsten, maar hoeft daar geen doorslaggevende betekenis aan te geven; bij vaststelling van de Gebiedsvisie heeft de raad ingestemd met concrete uitbreidingsmogelijkheden van de twee eerder genoemde agrarische bedrijven; bij een eventueel gegrond beroep is de onrechtmatigheid en toerekenbaarheid civielrechtelijk aangetoond.
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. IV
Analyse
De analyse of in het kader van een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan gewijzigd vast kan worden gesteld hangt samen met de vraag of er sprake is van een wezenlijk ander plan en dat de begrenzing niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij is de samenhang in het plan van belang. Indien de uitbreidingsmogelijkheden van Laar 31/33/35 en Nieuw Laar 5a uit het bestemmingsplan worden gehaald lijkt er geen sprake van een wezenlijk ander plan. Daar zijn de volgende argumenten voor: 1. het plan voldoet nog steeds aan de uitgangspunten van de gebiedsvisie (permanente beëindiging intensieve veehouderijen, verfraaiing van het landschap en verbeteren van de verkeersveiligheid); 2. er zit geen samenhang tussen de zes stoppende agrarische bedrijven en de uitbreiding van de agrarische bedrijven op Laar 31/33//35 en Nieuw Laar 5a; 3. hoewel er een “hap” uit de plangebied wordt gehaald, zijn de bedrijven Laar 31/33/35 en Nieuw Laar niet (zie onder 2) niet noodzakelijk om de zes stoppende agrarische bedrijven te faciliteren. Het niet inbestemmen van de uitbreidingsmogelijkheden hoeft niet te stranden op de criteria wezenlijk ander plan, samenhang en een logische begrenzing. De besluitvorming zal echter nog steeds gebaseerd moeten zijn op een goede ruimtelijke ordening.
Deze goede ruimtelijke ordening vraagt zorgvuldigheid, een brede belangenafweging en een goede motivering. De raad zal moeten motiveren waarom vanuit een goede ruimtelijke ordening de uitbreiding van gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de percelen Laar 31/33/35 en Nieuw Laar 5a in dit bestemmingsplan niet worden opgenomen. Daarbij moeten ook de door B&W afgesloten overeenkomsten worden meegenomen én de besluitvorming van de raad op 23 november 2017. Daarbij opgemerkt dat een vernietiging door de ABRvS civielrechtelijk onrechtmatigheid en toerekenbaarheid oplevert.
V
Conclusies
Aan Sieben&Lont-Bestuursrechtadviseurs zijn de volgende vragen gesteld: Welk risico lopen de stoppers op het moment dat het voorstel gesplitst wordt en het amendement (zoals bijgevoegd in word) ingediend wordt? Wat is de kans/inschatting dat het splitsen van het voorstel bij de RvS standhoudt met de huidige ruimtelijke onderbouwing? 1. De raad kan het bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar gewijzigd vaststellen en de percelen Laar 31/33/35 en Nieuw Laar 5a uit het bestemmingsplan halen, mits de het raadsbesluit is voorzien van een goede ruimtelijke ordening. Dat betekent een zorgvuldige afweging, brede belangenafweging en een goede motivering. 2. Bij de afweging moeten ook de door B&W afgesloten overeenkomsten en de besluitvorming van de raad op 23 november 2017 worden betrokken; 3. Zonder de uitbreidingsmogelijkheden van eerder genoemde agrarische bedrijven voldoet het bestemmingsplan nog steeds aan de uitgangspunten van de Gebiedsvisie en is er geen sprake van een wezenlijk ander plan. Tussen de zes stoppende agrariërs en blijvende agrariërs zit geen samenhang, voor de realisatie van het plan hebben zij elkaar niet nodig; 4. De inschatting is dat de stoppers bij de Raad van State geen last zullen hebben van een raadsbesluit waarbij Laar 31/33/35 en Nieuw Laar 5a niet zijn meegenomen in de besluitvorming; 5.
Het is voor Sieben&Lont-bestuursrechtadviseurs niet in te schatten in hoeverre gewijzigde vaststelling succesvolle schadeclaims oplevert; 6. Om een geografisch logisch plangebied te behouden, kunnen de huidige rechten van de twee agrarische bedrijven op worden genomen.