Regionaal Beleidsprogramma Jeugdhulp 2024-2028- Bijlage 2 Reactie ASD op Regionaal Beleidsplan Jeugdhulp 2024-2028 NO-Brabant
Tekst van het document
Aan: Van: Portefeuillehouders: Betreft: Datum:
Gemeente Boxtel B&W Adviesraad Sociaal Domein Boxtel Rob Gilsing, Peter Hulsen Reactie op concept-Beleidsprogramma Jeugd 2024 2028 19 februari 2024
Geacht College,
Inleiding De Adviesraad dankt u voor de voorlegging van het Beleidsprogramma Jeugd. In het concept-programma lezen we een doortimmerde opbouw vanuit de landelijke ontwikkelingen en vanuit de voorgeschiedenis van de organisatie van het jeugdbeleid in de regio Noordoost Brabant. Opmerkingen van de Adviesraad Sociaal Domein Onze opmerkingen spitsen zich in hoofdzaak toe op de strategische doelen in hoofdstuk 8 en de uitwerking daarvan. Doel 1a, m.b.t. de kwaliteit Op deze plaats zou het goed zijn er op in te steken om bij het afsluiten van een jeugdhulptraject aan de jeugdige of de ouder steeds te vragen of deze voldoende perspectief ziet om verder te gaan. Bij jongeren met meervoudige of complexe problematiek zou het hebben van een perspectiefplan op de wat langere termijn, dat zij ook echt als hun eigen plan zien, een belangrijke toevoeging zijn. Dit sluit aan bij de Hervormingsagenda: "Concreet betekent dit dat elke jongere die jeugdhulp ontvangt een persoonlijk ontwikkel- of toekomstplan heeft met niet-vrijblijvende afspraken waarin de ‘Big 5’ (wonen, werk/school, inkomen, welzijnen support) leidend is. Het plan is van de jongere zelf, de eigen specifieke behoeften staan centraal.
Het NJi heefteen handreiking opgesteld die bij deze gesprekken betrokken kan worden en waarbij de ‘Big 5’ het uitgangspunt is." De schaal van de regio en de schaal van de gemeente Voor de doelen 1, 4 en 5 is de regio aan zet. Bij de doelen 2, 3 en 6 gaat het voor een deel over beleid en voorzieningen op gemeentelijk niveau. Graag zouden we in het programma-document meer toelichting zien op de wijze waarop de regio stuurt op de aansluiting tussen beleid en voorzieningen op de twee schaalniveaus. In het bijzonder gaat het daarbij om: • • •
duidelijkheid over vrij toegankelijke en collectieve voorzieningen per gemeente (doel 2); passende hulp bij domeinoverstijgende problematiek, samenwerking met de jeugdige en het gezin, onderwijs, het lokaal team en specialistische hulp, en het gebruik van een verklarende analyse en het gezinsplan ook door lokale teams (doel 3); en het benutten van de pedagogische basis en een sterke lokale toegang, voorzien door het lokale beleid (doel 6).
1
Hoe voorsorteren op preventie en een sterke pedagogische basis? Wij herkennen nadrukkelijk strategisch doel 6: Meer jeugdigen maken gebruik van eigen netwerk en voorliggende lokale basisvoorzieningen waardoor er minder specialistische jeugdhulp nodig is. Het Beleidsprogramma maakt niet duidelijk of en hoe per regio-gemeente de sociale basis en de beschikbaarheid van preventieve voorzieningen versterkt gaan worden, en hoe de beschikbaarheid van preventieve voorzieningen en een sterke pedagogische basis in beginsel jeugdigen de context bieden om gezond en positief op te groeien, zonder dat specialistische hulp aan de orde hoeft te komen. Wordt hierin voorzien doordat gemeentelijk beleid aan dient te sluiten op het Beleidsprogramma en daarop wordt getoetst door het Regionaal Bestuurlijk Overleg? Of kan een effectieve incentive structuur voor de gemeenten worden bewerkstelligd gekoppeld aan de beoogde gezamenlijke organisatie en financiering van vrij toegankelijke en collectieve hulpvormen (pag. 20)? Wellicht kan voor de kortere termijn op dit punt van het Beleidsprogramma inzichtelijk te maken wat de dwarsverbanden zijn met de beleidsplannen GALA per gemeente, en andere beleidsstukken op het vlak van preventief jeugdbeleid. (Blijvend) leren Los van de doelen stelt het beleidsprogramma (blijvend) leren centraal (pag. 2).
Wij nemen aan dat dit leren – daar waar ook wordt verwezen naar het benutten van de deskundigheid van ouders en jeugdigen - praktijkleren en leren omtrent de uitwerking van beleid en voorzieningen omvat, bijvoorbeeld van preventie en een sterke pedagogische basis. Uit het beleidsprogramma wordt dit niet duidelijk. Daarin wordt niet uitgewerkt wat het (blijvende) leren omvat en hoe dit is georganiseerd. Opvallend is dat de hele provincie Noord-Brabant één Regionale Kenniswerkplaats Jeugd (RKJ) heeft, (deels) door ZonMw gefinancierd. Deze RKJ heeft de afgelopen jaren alleen wetenschappelijke artikelen als output gehad. Wij zijn benieuwd naar de visie van de regio hierop, en meer in het algemeen hoe deze het (blijvend) leren vorm wil geven. Tot slot Graag zijn wij beschikbaar voor een gesprek over de opmerkingen in deze notitie en de blik van de Jeugdhulpregio, Mijn Gemeente Dichtbij of de gemeente Boxtel daar op. Wij zien graag uw inhoudelijke reactie tegemoet, waarvoor dank. Namens de Adviesraad Sociaal Domein Boxtel Frank Leermakers Voorzitter tel. 06-531 865 36
2