CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststellen participatieverordening

Beeldvormende informatieavond 14 januari 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Participatieverordening1.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer:

1391261

Portefeuillehouder:

Sam Goossens

Onderwerp Participatieverordening

Status Besluitvormend

Voorstel Raad 1. De Participatieverordening Sint-Michielsgestel 2026 vast te stellen. 2. De Inspraakverordening Sint-Michielsgestel 2006 in te trekken.

Inleiding De gemeente betrekt inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij het opstellen en uitvoeren van projecten en beleid. En andersom werken we mee aan initiatieven van inwoners die aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen. De kaders en uitgangspunten voor inwonersparticipatie en overheidsparticipatie zijn opgenomen in het Participatiebeleid (2022). De Wet Versterking participatie op decentraal niveau (2025) regelt dat gemeenten inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Daarvoor wordt de regeling over inspraak in de Gemeentewet uitgebreid naar participatie. Gemeenten krijgen twee jaar de tijd om een Participatieverordening vast te stellen waarin de regels voor inwonersparticipatie en overheidsparticipatie juridisch verankerd worden. Ook de regels rondom het uitdaagrecht, als onderdeel van overheidsparticipatie, moeten in de verordening worden beschreven. De Participatieverordening is een logisch vervolg op het reeds vastgestelde Participatiebeleid en sluit aan bij de werkwijzen voor (inwoners- en overheids)participatie zoals die zijn ingevoerd in de ambtelijke organisatie.

Beoogd resultaat Juridische verankering van de werkwijze voor inwoners- en overheidsparticipatie.

Juridisch kader Volgens artikel 149 van de Gemeentewet worden gemeentelijke verordeningen door de raad vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend.

Argumenten 1.1 Een Participatieverordening is een wettelijke verplichting. De Wet versterking participatie op decentraal niveau regelt dat het decentraal bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Daarvoor wordt de regeling over inspraak in de Gemeentewet uitgebreid naar participatie. Daarnaast wordt het uitdaagrecht wettelijk verankerd. 1.2 De verordening is grotendeels gebaseerd op de modelverordening van de VNG. De VNG heeft een modelverordening opgesteld om gemeenten te ondersteunen. Bij de totstandkoming van de modelverordening zijn diverse partijen betrokken, waaronder gemeenten, raadsleden en een vertegenwoordiging van de Vereniging LSA (landelijk samenwerkingsverband actieve bewoners). 1.3 De verordening is een juridische doorvertaling van het reeds vastgestelde beleid. De kaders en richtlijnen die in het Participatiebeleid zijn opgenomen, zijn omgezet in regels. De verordening bevat regels en verplichtingen voor zowel gemeente als inwoners als het gaat om het proces van participatie. 1.4 Door de verordening is er jaarlijks aandacht voor het participatiebeleid. Zoals opgenomen in artikel 5 van de verordening neemt het college jaarlijks de speerpunten voor participatie op in de begroting. In het jaarverslag doet het college verslag van de uitvoering van de verordening.

De gemeenteraad heeft hierdoor op twee vaste momenten in het jaar invloed op de uitvoering van participatie. 1.5 De verordening geeft duidelijkheid over rollen, taken en bevoegdheden bij participatie. Om het participatieproces bij besluitvorming over een onderwerp te kunnen betrekken, moet er een plan voor participatie opgesteld worden. Aan het bestuursorgaan dat uiteindelijk over het onderwerp besluit, wordt ook het plan voor participatie voorgelegd. Dit is onder andere verwoord in artikel 7 van de

verordening: Het college informeert de gemeenteraad over het participatieplan als het gaat om besluiten die in een later stadium aan de gemeenteraad worden voorgelegd. 1.6 In de verordening is beschreven hoe omgegaan wordt met het uitdaagrecht. Het uitdaagrecht geeft inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om de gemeente uit te dagen de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. Het uitdaagrecht wordt gezien als een vorm van overheidsparticipatie. Een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet naast een omschrijving van het initiatief, de reden van indienen en het beoogde resultaat, ook beschrijven hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen. 1.7 De bepalingen over het uitdaagrecht zijn breed geformuleerd. Door de mogelijkheden voor het uitdaagrecht ruim te formuleren, is er meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven en brede betrokkenheid van inwoners bij hun omgeving. Enkel de kwaliteit en uitvoering van een taak moeten gewaarborgd zijn. Dit biedt kansen om ook maatschappelijk rendement mee te wegen in de beoordeling. 1.8 De verordening staat informele aanvragen voor overheidsparticipatie niet in de weg. In de verordening zijn regels opgenomen voor het indienen en behandelen van een verzoek om overheidsparticipatie.

Uit ervaring blijkt dat veel inwonersinitiatieven in samenspraak met de wijkmakelaar vormgegeven en uitgevoerd worden. Hiervoor is geen formeel verzoek en behandeling nodig. De in de verordening opgenomen regels zijn een juridische achtervang in het geval er grote financiële consequenties aan het verzoek zitten. Een verzoek om uitdaagrecht wordt wel altijd via een formele aanvraag behandeld. 1.9 De verordening geeft uitvoering aan een aantal verbeterpunten uit de evaluatie van het participatiebeleid. In 2024 is het Participatiebeleid geëvalueerd. Hieruit kwam onder meer dat er meer aandacht voor de evaluatie van participatieprocessen nodig is om te kunnen leren en verbeteren. Artikel 9 van de verordening bepaalt dat er na inwonersparticipatie een eindverslag opgesteld wordt en beschrijft welke onderdelen dit verslag ten minste bevat. 2.1 De Participatieverordening is een uitbreiding van de Inspraakverordening (2006). Inspraak blijft bestaan als mogelijkheid om voorafgaand aan besluitvorming het beleid voor te leggen aan inwoners. In artikel 8 van de verordening wordt hier invulling aan gegeven. Naast de gevallen waarbij inspraak wettelijk verplicht is, kan inspraak ook als vorm van inwonersparticipatie ingezet worden of naast participatie verleend worden.

Het verschil tussen inspraak en inwonersparticipatie is dat in het tweede geval inwoners betrokken worden bij de totstandkoming van het beleid en niet alleen achteraf kunnen reageren door het indienen van een zienswijze zoals bij inspraak het geval is.

Kanttekeningen 1.1 De verordening is niet van toepassing op alle instrumenten uit de Omgevingswet. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet een aanvrager wel kenbaar maken of participatie heeft plaatsgevonden en zo ja, wat de resultaten daarvan waren, maar participatie is op grond van de Omgevingswet niet verplicht voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten: de aanvrager dient enkel aan te geven of hij heeft geparticipeerd. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten geldt wel dat de gemeenteraad participatie kan verplichten maar de participatie zelf is vormvrij. Het is dus aan de aanvrager om hier invulling aan te geven. Hij kan hiervoor gebruik maken van de Leidraad omgevingsdialoog, die aansluit bij de werkwijze en regels voor inwonersparticipatie zoals opgenomen in de Participatieverordening. Op participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s van de Omgevingswet is de Participatieverordening wel van toepassing. 1.2 De brede toepassing van overheidsparticipatie en het uitdaagrecht kan mogelijk gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering. Overheidsparticipatie vraagt om een andere manier van werken binnen de organisatie, waarbij ambtenaren en bestuurders vaker in dialoog treden met inwoners en maatschappelijke partijen, en

ruimte geven aan initiatieven van buiten. Dit kan leiden tot extra tijdsinvestering en herprioritering van werkzaamheden. Ook kan het betekenen dat bestaande processen en besluitvormingstrajecten aangepast moeten worden om ruimte te bieden aan participatie en het uitdaagrecht. Het is daarom van belang om de implementatie zorgvuldig te begeleiden. 1.3 Het is onduidelijk of bezwaar en beroep mogelijk is tegen de beoordeling van een verzoek om overheidsparticipatie. Artikel 12 van de verordening beschrijft de procedure voor beoordeling van een verzoek om overheidsparticipatie. De gronden waarop een verzoek wordt afgewezen worden benoemd en de termijn waarbinnen op het verzoek wordt gereageerd. De verordening beschrijft niet of tegen deze reactie bezwaar gemaakt kan worden. Er is nog geen jurisprudentie bekend vanwege het relatief nieuwe onderwerp. Overleg met de stellers van de modelverordening geeft hier ook geen uitsluitsel over. Zij geven aan dat er in de regel alleen bezwaar openstaat tegen een beslissing van een bestuursorgaan. In artikel 12 van de verordening wordt gesproken van een reactie op het verzoek.

Financiën De Participatieverordening heeft geen financiële consequenties. De kosten voor participatie bij beleid of projecten zijn onderdeel van het projectbudget. Kosten voor algemene participatiemiddelen, opleiding en training worden gedekt uit het participatiebudget. Wijkmakelaars zetten het wijkbudget in voor ondersteuning van initiatieven van inwoners.

Uitvoering De verordening wordt bekend gemaakt in het gemeenteblad van Sint-Michielsgestel zoals wettelijk voorgeschreven. Tevens wordt deze geconsolideerd beschikbaar gemaakt op www.overheid.nl. De bestaande inspraakverordening uit 2006 wordt ingetrokken. Voor het aanvragen van overheidsparticipatie komt een formulier op de website beschikbaar. De organisatie werkt momenteel uit hoe we praktisch omgaan met verzoeken waarbij een beroep wordt gedaan op het uitdaagrecht. We bepalen waar deze verzoeken binnenkomen en welke stappen we vervolgens doorlopen om ze zorgvuldig te behandelen.

Communicatie De mogelijkheden om mee te praten over projecten en beleid van de gemeente en om initiatieven voor overheidsparticipatie in te dienen worden breed kenbaar gemaakt bij inwoners en maatschappelijke organisaties. De interne organisatie wordt geïnformeerd over de regels voor inwonersparticipatie. Deze sluiten aan bij de reeds ingezette uniforme werkwijze om een participatieaanpak te maken bij de start van een nieuw project of beleid. Verzoeken om overheidsparticipatie worden door de wijkmakelaars begeleid. Zij nemen de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de verordening mee in hun gesprekken met de initiatiefnemers.

Bijlagen Verordening Inwoners- en overheidsparticipatie Sint-Michielsgestel 2026

Sint-Michielsgestel, 2 december 2025 Burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel, de secretaris, de burgemeester,

P.W.M. Geurts

Ter inzage

E. Smid

Raadsbesluit Registratienr.:

1391261

Portefeuillehouder:

Sam Goossens

Aanhef De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 december 2025;

Besluit 1. De Verordening Inwoners- en overheidsparticipatie Sint-Michielsgestel 2026 vast te stellen. 2. De Inspraakverordening Sint-Michielsgestel 2006 in te trekken. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 4 februari 2026; De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel, de griffier,

de voorzitter,

D.S.J. Thissen

E. Smid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=663337e9-8a57-4b80-ab19-dab58a8316d6