Raadsvoorstel Tariefaanpassingen gemeentelijke heffingen 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
1360504
Portefeuillehouder:
Peter Raaijmakers
Steller:
Marcel Schwering
Onderwerp Tariefaanpassingen gemeentelijke heffingen 2025 en wijziging kwijtscheldingsnormen.
Status Besluitvormend
Voorstel Raad 1. De (tarief)aanpassingen van de gemeentelijke heffingen voor het jaar 2025 vast te stellen. 2. Hiertoe de navolgende verordeningen vast te stellen: 1. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025; 2. Verordening toeristenbelasting 2025; 3. Legesverordening 2025; 4. Verordening precariobelasting 2025; 5. Verordening lijkbezorgingsrechten 2025; 6. Verordening afvalstoffenheffing 2025; 7. Verordening rioolheffing 2025; 3. De tarieven van de reclamebelasting niet te wijzigen; 4. De normen voor kwijtschelding als volgt de verruimen: 1. Verhogen vermogensnorm; 2. Verhogen inkomensnorm voor gepensioneerden; 3. Aanmerken kosten kinderopvang als uitgaven; 4. Openstellen mogelijkheid van kwijtschelding voor ondernemers voor wat betreft heffingen in de privésfeer (heffingen voor woning); 5. Hiertoe de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2025 vast te stellen.
Inleiding Hierbij doen wij u het voorstel over de tariefaanpassingen en overige wijzigingen van de gemeentelijke heffingen voor het jaar 2025 toekomen. Voor wat betreft de ontwikkeling van de belastingen en rechten is rekening gehouden met de uitgangspunten geformuleerd en uitgewerkt in de Begroting 2025. Zo wordt er o.a. rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 2,9%. Voor de heffingen die zijn bedoeld om hiermee specifieke uitgaven te kunnen dekken geldt dat deze in principe kostendekkend moeten zijn. Verder wordt voorgesteld om op het gebied van kwijtschelding een aantal wijzigingen door te voeren (verruiming normen).
Beoogd resultaat 1. Gemeentelijke heffingen De tarieven van de gemeentelijke heffingen per 1 januari 2025 worden conform de daartoe geformuleerde uitgangspunten vastgesteld. De beleidsuitgangspunten zijn opgenomen In de paragraaf ‘Lokale heffingen’, behorende bij de Begroting 2025. Voor meer informatie over de ontwikkeling van de belastingdruk wordt verwezen naar voornoemde paragraaf. Hierin wordt uitvoerig ingegaan op de ontwikkeling van de kosten en de opbrengsten en de gevolgen hiervan. Verder wordt bereikt dat de verordeningen in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving. 2. Kwijtschelding Voor wat betreft kwijtschelding wordt gebruik gemaakt van de (nieuwe) wettelijke mogelijkheid om ruimere vermogensnormen te hanteren. Verder wordt voorgesteld bij gepensioneerden uit te gaan van de (hogere) AOW-uitkering als norm in plaats van de (lagere) normbedragen ingevolge de participatiewet. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de kosten van kinderopvang aan te merken als uitgaven. Tot slot wordt het ook voor ondernemers mogelijk om kwijtschelding te krijgen. Het gaat hier dan uitsluitend om heffingen in de privésfeer (heffingen voor woning).
Argumenten 1.1 Met de tarieven, zoals die nu worden voorgesteld, wordt rekening gehouden met de uitgangspunten zoals die geformuleerd en uitgewerkt zijn in de Begroting 2025. Algemeen streven wij naar: • 100% kostendekkendheid voor de heffingen die zijn bedoeld om hiermee specifieke uitgaven te kunnen dekken. • Een jaarlijkse indexering van de tarieven, o.a. ter compensatie van loon- en prijsontwikkeling (inflatiecorrectie). Voor 2025 bedraagt deze indexering 2,9%. Hierna wordt per heffing aangegeven welke uitgangspunten zijn toegepast. 2.1 Onroerende-zaakbelastingen (OZB): Voorgesteld wordt de tarieven aan te passen op basis van het uitgangspunt dat de opbrengst met 8,2% toeneemt (exclusief areaaluitbreidingen). Om onze ambities te kunnen realiseren én gelijktijdig financieel gezond te blijven is het onontkoombaar om de OZB te verhogen. We hanteren al jaren het uitgangspunt dat we de OZB-opbrengst trendmatig verhogen en hierbij aansluiting zoeken bij de inflatie. Als we kijken naar het cumulatief effect over de afgelopen 3 jaar loopt onze OZB-opbrengst met 5,3% achter op de inflatie. Dit omdat de inflatie
gedurende de afgelopen jaren een aantal maal hoger uitviel dan we voorzagen bij het vaststellen van onze tarieven. Dit verschil halen wij in één keer (tarief OZB 2025 SMG 2,9% +5,3%) in. Afzien van deze bijstelling van de OZB zou er automatisch voor zorgen dat er ambities moeten worden bijgesteld en/of komen te vervallen. De verhoging van de OZB (inhaaleffect) in combinatie met de verlaging van de afvalstoffenheffing (zie hierna) zorgt ervoor dat een gemiddeld gezin, in de basis, geen boven trendmatige verhoging krijgt van de gemeentelijke woonlasten. Naast de indexering van 8,2% leiden areaaluitbreidingen tot een extra toename van de belastingopbrengst in 2025 ten opzichte van 2024. Vanwege de jaarlijkse herwaardering begint op 1 januari 2025 weer een nieuw WOZ-tijdvak met als waardepeildatum 1 januari 2024. De gemiddelde waardeontwikkeling is op dit moment nog niet bekend. Verwacht wordt dat de definitieve cijfers pas eind 2024/begin 2025 bekend worden. Daarom wordt voorgesteld de tarieven dit jaar voorlopig vast te stellen. De hoogte is dusdanig bepaald dat de tarieven na 1 januari 2025 naar beneden bijgesteld kunnen worden. Daarom wordt nu een fictieve tariefaanpassing van +20% aangehouden. De tarieven kunnen namelijk in de loop van het belastingjaar niet hoger vastgesteld worden. Zij mogen wel naar beneden bijgesteld worden.
Voornoemde methodiek komt ten goede aan het realiteitsgehalte van de aan de geraamde opbrengst ten grondslag liggende gegevens (tarieven en WOZ-waarden). Hiermee wordt bereikt dat de lastenontwikkeling voor burgers en bedrijven zoveel mogelijk beperkt blijft en een opbrengst wordt verkregen die zoveel mogelijk overeenkomt met de in de begroting opgenomen raming. 2.2 Toeristenbelasting: De tarieven kunnen aangepast worden conform het meerjarig tarievenbeleid. Bij de tariefaanpassingen voor 2023 is voorgesteld de tarieven over meerdere jaren vast te stellen. Hiermee wordt voldaan aan de wens om de ondernemers ruim van tevoren duidelijkheid te geven. Concreet zijn per overnachting de volgende tarieven voorgesteld:
B&B, hotel, pension Camping Georganiseerde groepen > 10 personen 12-18 jaar Georganiseerde groepen > 10 personen tot 12 jaar
2023 € 2,00 1,50 0,50 0,25
2024 € 2,05 1,50 0,50 0,25
2025 € 2,10 1,55 0,50 0,25
2026 € 2,10 1,55 0,50 0,25
Voor 2025 wordt het tarief voor een B&B, hotel en pension verhoogd van € 2,05 naar € 2,10 per overnachting. Het tarief voor een camping gaat van € 1,50 naar € 1,55 per overnachting. De overige tarieven blijven ongewijzigd. 2.3 Leges: Voorgesteld wordt de tarieven (doorgaans) met 2,9% te verhogen (m.u.v. tarieven waarvoor een wettelijk maximum geldt). Algemeen De kostendekkendheid van de leges en overige rechten en heffingen dient in principe jaarlijks te worden bepaald. Vorig jaar is de kostendekkendheid berekend. Voor 2025 is de kostendekkendheid herijkt. De gemeente Sint-Michielsgestel kent voor de algehele legesverordening een kostendekkendheid van de legestarieven van 88%.
Tarieven in relatie tot Omgevingswet (hoofdstuk 2 tarieventabel) Per 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor de bouw (Wkb) in werking getreden. In verband hiermee zijn de tariefbepalingen met betrekking tot omgevingsvergunningen opnieuw beoordeeld. Hierbij is gekeken naar de formulering van de bepalingen en de kosten van de diensten. Dit heeft geleid tot een herziening van de tarieventabel welke per 1 januari 2024 in werking is getreden. Thans zijn de geformuleerde bepalingen en tarieven opnieuw beoordeeld en waar nodig aangepast. Nieuw is dat er nu ook tariefbepalingen zijn opgenomen voor milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten. Hierbij is aangesloten bij hetgeen omliggende gemeenten op dit gebied in de tarieventabel hebben opgenomen. De kostendekkendheid van producten en diensten die betrekking hebben op de Omgevingswet is berekend op 86%. Overige legestarieven (hoofdstuk 1 en 3 tarieventabel) De kostendekkendheid van diensten die vallen onder hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening |(zoals op het gebied van de burgerlijke stand en het verstrekken van reisdocumenten) is berekend op 91%. Voor bepaalde producten gelden wettelijke maxima zoals reisdocumenten en rijbewijzen. Verder is gebleken dat het tarief voor een uittreksel uit de basisregistratie persoonsgegevens meer dan kostendekkend is.
Daarom is het tarief verlaagd naar de kosten in deze, t.w. € 12,00 per uittreksel. De kostendekkendheid van diensten die vallen onder hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn (zoals de vergunningen in het kader van de Alcoholwet en de evenementenvergunningen) is berekend op 61%. 2.4 Precariobelasting: Voorgesteld wordt de tarieven met 2,9% te verhogen. In de begroting wordt uitgegaan van een verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie. 2.5 Lijkbezorgingsrechten: Voorgesteld wordt de tarieven met 2,9% te verhogen. In de begroting wordt uitgegaan van een verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie. Hiermee wordt geen volledige kostendekking gerealiseerd. Verder zijn er nieuwe tariefbepalingen opgenomen voor het verstrooien van as: - Voor het verstrooien van as zonder dat hierbij de familie aanwezig is, wordt geheven - Voor het verstrooien van as in het bijzijn van de familie wordt geheven
€ 227,00 € 321,00
2.6 Afvalstoffenheffing: Uitgangspunt is 100% kostendekking. In de begroting 2025 is een verlaging van het vastrecht voorzien. De ledigingstarieven worden verhoogd. En er is ruimte voor een teruggave vanuit de voorziening. Het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval kost geld. Alle kosten en inkomsten houden we bij in de exploitatie afval. Het saldo (eindresultaat) brengen we in rekening bij de inwoners. Dat doen we via de afvalstoffenheffing. Het uitgangspunt is om 100% van de kosten, inclusief btw en overhead, in rekening te brengen. De heffing mogen we wettelijk gezien alleen inzetten voor de dekking van de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking. We mogen er geen winst op maken. Is er een overschot? Dat storten we in de
egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Is er een tekort? Dat betalen we uit diezelfde voorziening. Dat noemen we een gesloten financiering. Tarieven Voor 2025 zijn de belangrijkste wijzigingen: Daling van het vastrecht met circa 10% Structureel verbeterde inzamelresultaten zorgen nog steeds voor lagere kosten. Hierdoor kunnen we de toegenomen kapitaallasten, personeelskosten en diensten van derden opvangen en is er zelfs ruimte voor een verlaging. Egalisatie aanbiedtarieven De aanbiedtarieven worden aangepast, ongeacht de maat van een container betaalt iedereen hetzelfde bedrag per liter. Dat betekent een stijging van € 0,50 voor de containers van 60 en 140 liter. Verdwijnen tarief reinigingsrechten Het inzamelen van bedrijfsafval is geen wettelijke plicht. Vanaf 1 januari 2025 wordt deze dienstverlening beëindigd, en komen de “reinigingsrechten” te vervallen. Eenmalige teruggave vanuit de voorziening: De afgelopen jaren sloten we elk jaar af met een positief resultaat. Hierdoor is het niveau van de voorziening opgelopen. We willen de inwoners laten profiteren door in 2025 een eenmalige teruggave van € 30,00 uit te keren. De teruggave wordt verrekend met de aanslag voor het vastrecht.
Het effect van deze teruggave is hieronder te zien: Stand voorziening 1-1-2024 Voorlopig resultaat 2024 Eenmalige teruggave 2022 Stand voorziening 31-12-2024 Begroot resultaat 2025 Eenmalige teruggave 2023/2024 Stand voorziening 31-12-2025
€ 1.694.000 € 401.000 - € 312.500 € 1.782.500 - € 50.000 - € 375.000 € 1.357.500
2.7 Rioolheffing: Uitgangspunt is 100% kostendekking. De tarieven worden verhoogd met 2,9%. In de begroting wordt uitgegaan van een verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie. Hiermee wordt een volledige kostendekking gerealiseerd. 3.1 Reclamebelasting: Voorgesteld wordt de tarieven voor 2025 niet aan te passen. In de begroting is geen tariefaanpassing voorzien. Naar verwacht wordt, zal er in 2025 een evaluatie plaatsvinden. 4/5.1 Kwijtschelding: Onlangs is de 'Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden' in werking getreden. Deze regeling bevat regels over de wijze waarop provincies, gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. Nieuw is dat de raad kan bepalen dat het bedrag aan financiële middelen dat niet meetelt bij de berekening van het vermogen wordt verhoogd. Verder bestaat de mogelijkheid om bij gepensioneerden uit te gaan van de AOW-uitkering als inkomensnorm en kunnen de kosten van kinderopvang als uitgaven worden aangemerkt. Tot slot kunnen ook ondernemers in aanmerking komen voor kwijtschelding. Om het vorenstaande toe te kunnen passen dient uw raad hiertoe een besluit te nemen. Een en ander is
opgenomen in de bijgaande ‘Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2025’, welke ter vaststelling wordt aangeboden. Hieronder zullen de voorgestelde verruimingen nader worden toegelicht. 4.1 Verhogen vermogensnorm: Voorgesteld wordt het vrij te laten vermogen te wijzigen conform het maximum dat thans is toegestaan. Nu is de vermogensnorm gelijk aan 100% van de bijstandsnorm + huur + ziektekostpremie. Voor echtgenoten wordt de vermogensnorm met € 2.000 verhoogd. Voor alleenstaanden bedraagt de verhoging € 1.500 (75% van € 2.000). Voor alleenstaande ouders bedraagt de verhoging € 1.800 (90% van € 2.000). Hierdoor wordt het recht op kwijtschelding niet verspeeld door het hebben van een kleine vermogensbuffer. Directe aanleiding voor de nieuwe regeling vormt de motie van het Tweede Kamerlid Krol waarin de regering verzocht wordt de regeling zo aan te passen, dat AOW-gerechtigden die qua inkomen recht hebben op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, dit recht niet verspelen door het hebben van een kleine vermogensbuffer. Met de nieuwe regeling wordt hieraan tegemoet gekomen. Als van de mogelijkheid tot verruiming van de vermogensnorm gebruik gemaakt wordt, dient deze wel voor iedereen te gelden, dus niet alleen voor AOW-gerechtigden.
4.2 Verhogen inkomensnorm gepensioneerden: Voorgesteld wordt bij gepensioneerden uit te gaan van het ouderdomspensioen als inkomensnorm. Voor pensioengerechtigden kan de raad bepalen dat bij de berekening van de kosten van bestaan in plaats van de bijstandsnorm het (hogere) netto-ouderdomspensioen (AOW) in aanmerking wordt genomen. Hiermee wordt voorkomen dat pensioengerechtigden minder aanspraak kunnen maken op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. 4.3 Aanmerken kosten kinderopvang als uitgaven: Voorgesteld wordt de kosten van kinderopvang aan te merken als uitgaven. Gemeenten mogen bij het verlenen van kwijtschelding rekening houden met de kosten van kinderopvang. De gemeente kan bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding rekening houden met de netto-kosten van kinderopvang. De netto-kosten worden dan aangemerkt als uitgaven. 4.4 Openstellen mogelijkheid van kwijtschelding voor ondernemers: Voorgesteld wordt ook ondernemers in de gelegenheid te stellen kwijtschelding aan te vragen voor zover het gaat om heffingen in de privésfeer (heffingen voor woning). Natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden. Voorwaarde is dat de raad de kwijtschelding voor deze groep heeft opengesteld.
In de praktijk gaat het om rioolheffing en afvalstoffenheffing voor de woning. De voorwaarden waaronder kwijtschelding aan een ondernemer wordt verleend, zijn gelijk aan de voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden.
Kanttekeningen N.v.t.
Financiën Zie begroting 2025. Voor wat betreft het voorstel tot veruiming van de kwijtscheldingsnormen merken wij het volgende op. Vanaf 2020 is het bedrag dat begroot wordt voor kwijtschelding onderdeel van de kostprijs en wordt dus meegerekend in de tariefbepaling voor afval en riolering. Als het bedrag voor kwijtschelding toeneemt kan dit dus gevolgen hebben voor de tarieven van de betreffende heffingen.
Ingeschat wordt dat het effect van de voorgestelde verruimingen op de opbrengst van de betreffende heffingen zeer beperkt zal zijn. Verder zijn de huidige ramingen voor kwijtschelding naar verwacht wordt meer dan toereikend. De voorgestelde wijzigingen hebben daarom geen gevolgen voor de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Tarievenoverzicht Heffing
Tarief 2024
Voorstel tarief 2025
OZB woning eigenaren OZB niet-woning eigenaren OZB niet-woning gebruiker
0,1182% van de WOZ-waarde
0,1418% van de WOZ-waarde
0,3166% van de WOZ-waarde
0,3799% van de WOZ-waarde
0,2011% van de WOZ-waarde
0,2413% van de WOZ-waarde * Fictieve tarieven, def. voorstel in 2025.
Toeristenbelasting
Per overnachting B&B, hotel, pension € 2,05 Camping € 1,50 Georganiseerde groepen >10 personen - 12-18 jaar € 0,50 - 0 tot 12 jaar € 0,25 Diverse tarieven
Leges
€ 2,10 € 1,55 € 0,50 € 0,25 Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening - Tarieven reisdocumenten en rijbewijzen aangepast conform wettelijke maxima. - Aanpassing tarief uittreksel uit de basisregistratie persoonsgegevens naar € 12,00. - Overige tarieven: + 2,9% Hoofdstuk 2: Diensten Omgevingswet - Tarieven gerelateerd aan bouwkosten ongewijzigd. - Nieuwe tariefbepalingen milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten. - Overige tarieven: + 2,9%
Precariobelasting Lijkbezorgingsrechten
Standplaatsen, diverse tarieven Diverse tarieven
Hoofdstuk 3: Diensten ingevolge dienstenrichtlijn. + 2,9%. + 2,9% + 2,9% Nieuwe tariefbepalingen verstrooien as: - zonder aanwezigheid familie € 227,00 - met aanwezigheid familie € 321,00
Heffing
Tarief 2024
Afvalstoffenheffing
Percelen met eigen container vast bedrag € 217,00* Per containerlediging: restafval 60 liter € 4,00 140 liter € 10,00 240 liter € 18,00
Rioolheffing
Reclamebelasting
Voorstel tarief 2025
€ 192,00* € 4,50 € 10,50 € 18,00
Percelen zonder eigen container vast bedrag € 277,00*
€ 240,00*
* - € 25,00 eenmalige teruggave vanuit de voorziening afvalstoffenheffing
* - € 30,00 eenmalige teruggave vanuit de voorziening afvalstoffenheffing
vast bedrag vermeerderd met per m3 WOZ-waarde
€ 116,64
€ 120,00
€
€
< 75.000 75.000-150.000 150.000-350.000 350.000-500.000 500.000-700.000 ≥ 700.000
0,36 Tarief kern € 250,00 350,00 500,00 750,00 850,00 950,00
Tarief Buitenschil € 125,00 175,00 250,00 375,00 425,00 475,00
0,37
Geen aanpassing.
Uitvoering Na vaststelling worden de verordeningen digitaal bekend gemaakt.
Communicatie Zie onder ‘Uitvoering’. We nemen de nieuwe tarieven ook mee in het wekelijkse persgesprek. Daarin kan de portefeuillehouder een toelichting geven. De nieuwe tarieven publiceren we daarnaast op onze gemeentepagina in De Brug. Verder worden de belastingplichtigen geïnformeerd via de website en informatie die bij de aanslag wordt verstrekt.
Bijlagen - Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025; - Verordening toeristenbelasting 2025; - Legesverordening 2025; - Verordening precariobelasting 2025; - Verordening lijkbezorgingsrechten 2025; - Verordening afvalstoffenheffing 2025; - Verordening rioolheffing 2025; - Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2025.
Sint-Michielsgestel, 24 september 2024 Burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel, de secretaris, de burgemeester,
D.C. van Eeten
E. Smid
Ter inzage 1. N.v.t.
Contactpersoon Gert-Jan Bruggeling, teammanager Belastingen
Raadsbesluit Registratienr.:
1360504
Portefeuillehouder:
Peter Raaijmakers
Steller:
Marcel Schwering
Aanhef De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 september 2024;
Besluit 1. De (tarief)aanpassingen van de gemeentelijke heffingen voor het jaar 2025 vast te stellen. 2. Hiertoe de navolgende verordeningen vast te stellen: 1. Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025; 2. Verordening toeristenbelasting 2025; 3. Legesverordening 2025; 4. Verordening precariobelasting 2025; 5. Verordening lijkbezorgingsrechten 2025; 6. Verordening afvalstoffenheffing 2025; 7. Verordening rioolheffing 2025; 3. De tarieven van de reclamebelasting niet te wijzigen; 4. De normen voor kwijtschelding als volgt de verruimen: 1. Verhogen vermogensnorm; 2. Verhogen inkomensnorm voor gepensioneerden; 3. Aanmerken kosten kinderopvang als uitgaven; 4. Openstellen mogelijkheid van kwijtschelding voor ondernemers voor wat betreft heffingen in de privésfeer (heffingen voor woning); 5. Hiertoe de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2025 vast te stellen. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 7 november 2024; De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel, de griffier,
de voorzitter,
D.S.J. Thissen
E. Smid