Raadsvoorstel Bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
1335863
Portefeuillehouder:
Lianne van der Aa
Steller:
Edwin Verbruggen
Onderwerp Besluit bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar
Status Besluitvormend
Voorstel Raad 1
2 3 4
Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar’, en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01 conform de artikelen 3.1 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en met toepassing van het besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet met bijbehorende bijlagen in overeenstemming met de bijgevoegde nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen gewijzigd vast te stellen; Bijgevoegde nota van zienswijze en ambtshalve aanpassingen vast te stellen en daarmee de zienswijzen ontvankelijk en deels gegrond te verklaren; Géén exploitatieplan als bedoeld in afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen voor dit bestemmingsplan omdat het kostenverhaal anderszins is verzekerd doordat met initiatiefnemers anterieure overeenkomsten zijn gesloten; Als onderdeel van het bestemmingsplan de Plan MER, de aanvulling op het Plan MER inclusief daarbij behorende passende beoordeling te aanvaarden.
Inleiding In het gebied Laar – Nieuw Laar bevinden zich een aantal agrarische bedrijven, waaronder 8 intensieve veehouderijbedrijven, in de directe nabijheid van de kern van Berlicum en talrijke woningen. Door de omwonenden van het gebied wordt overlast ervaren en er is sprake van een slecht woon- en leefklimaat. Vanwege de overlast is het gebied aangemerkt als zogenaamd urgentiegebied. Om tot een oplossing te komen voor de overbelaste situatie in het gebied hebben bewoners, ondernemers, provincie en andere (in)direct betrokken partijen via een gebiedsproces een gebiedsvisie opgesteld. De gebiedsvisie is op 23 november 2017 door u vastgesteld. In deze visie zijn ambities opgenomen voor de gewenste toekomstige ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het gebied, zodat het woon-, werk-, en leefklimaat in het gebied wordt verbeterd. De gebiedsvisie is te zien als verbeterplan in het kader van de aanpak van urgentiegebieden in Noord-Brabant. Op basis van deze visie zullen in het gebied 6 agrarische bedrijven definitief worden beëindigd en zal de landschappelijke gebiedskwaliteit verder worden ontwikkeld. Ter financiering hiervan wordt op enkele locaties woningsplitsing en realisering van ruimte-voor-ruimte woningen toegestaan. Daarnaast blijven twee actieve intensieve veehouderij bedrijven in het gebied gevestigd.
Op basis van de visie wordt aan deze twee bedrijven onder voorwaarden enige uitbreidingsruimte geboden, zodat geïnvesteerd kan worden in toepassing van zogenaamde Beste Beschikbare Technieken waardoor de milieusituatie kan worden verbeterd. Om de voorziene ontwikkelingen en initiatieven mogelijk te maken is een bestemmingsplan nodig. In dit bestemmingsplan zijn alle initiatieven uit de gebiedsvisie opgenomen, dus inclusief de uitbreiding van de twee overblijvende veehouderijbedrijven aan Laar 31 en Nieuw Laar 5a. Een totaaloverzicht van alle ontwikkelingen die we in het plan hebben opgenomen leest u terug in bijlage 1. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 23 december 2022 tot en met 2 februari 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn 13 zienswijzen ingekomen. Hierover dient uw raad een standpunt in te nemen. Dat doet u door bijgaande nota van zienswijzen vast te stellen. Van belang is dat uw raad vóór 1-1-2024 het bestemmingsplan vaststelt. Overschrijding van deze datum vormt een ernstige bedreiging voor de haalbaarheid van de initiatieven van de stoppende IV-bedrijven binnen het gebied. Na deze datum wordt sloop van IV-stallen en doorhalen van fosfaatrechten niet langer “beloond” met Ruimte voor Ruimte titels.
Beoogd resultaat Het beoogd resultaat is om alle afgesproken ontwikkelingen en initiatieven die onderdeel uitmaken van de gebiedsvisie mogelijk te maken. Dit geeft het maximale resultaat voor het gebied en doet recht aan de anterieure overeenkomsten die de gemeente met de diverse initiatiefnemers heeft gesloten. Het bestemmingsplan is daarvoor het juridisch planologisch instrument. Het college heeft dat bestemmingsplan voorbereid, uw raad stelt het bestemmingsplan uiteindelijk vast.
Argumenten 1.1. Het bestemmingsplan is een doorvertaling van de eerdere door uw raad vastgestelde gebiedsvisie. Aan dit bestemmingsplan is een uitgebreid gebiedsproces vooraf gegaan. In eerste instantie zijn de uitkomsten hiervan opgenomen in een gebiedsvisie die uw raad in december 2017 heeft vastgesteld. De maatregelen uit deze gebiedsvisie zijn vervolgens door vertaald in een bestemmingsplan. Het doel van de maatregelen is het realiseren van een beter woon-, werk- en leefklimaat in dit gebied. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de actuele beleids- en milieu inzichten, waaronder mede inbegrepen het advies van de Commissie m.e.r. voor de milieueffectrapportage. Op basis van milieuwetgeving is voor deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig. 1.2. Het vaststellen van een bestemmingsplan is de aangewezen vervolgstap in de procedure voor het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen en hierop zijn zienswijzen ingekomen. Op een aantal punten leiden deze tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. De hoofdlijnen en beoogde resultaten uit de gebiedsvisie en de daarbinnen gemaakte afspraken blijven in essentie gehandhaafd. 1.3. We hebben afspraken met de initiatiefnemers gemaakt. Met de verschillende initiatiefnemers in het gebied zijn bij anterieure overeenkomst afspraken met de gemeente gemaakt.
Een van de afspraken in die overeenkomsten is dat de gemeente zich zal inspannen een bestemmingsplan in procedure te brengen om de verschillende initiatieven tot uitvoering te brengen. Voldoet de gemeente daaraan niet, dan is zij jegens de initiatiefnemers in verzuim vanwege niet nakoming van de overeenkomst. Het niet uitvoeren van deze in de overeenkomsten opgenomen inspanningsverplichting heeft aldus juridische gevolgen voor de gemeente. Door het vaststellen van het bestemmingsplan wordt nagekomen hetgeen anterieur overeen is gekomen. 1.4. Per 1-1-2024 kunnen we de Ruimte voor Ruimte regeling niet meer toepassen. De stoppers binnen het gebied maken allemaal gebruik van de regeling Ruimte voor Ruimte. Deze behelst, kort samengevat, dat de sloop van iedere 1.000 m² aan stallen en het doorhalen van 3.500 kg fosfaatrechten een ruimte voor ruimte titel oplevert. Deze regeling is per 1-1-2023 vervallen. Om nog gebruik te kunnen maken van de overgangsregeling dient het bestemmingsplan wel per 1-12024 te zijn vastgesteld. Hiermee komt de gemeente ook haar afspraken met de stoppers na. 4.1 Advies van de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. heeft advies uitgebracht over de voorgenomen uitbreiding van de twee varkenshouderijen. De Commissie m.e.r. adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten (m.e.r.). Een milieueffectrapport brengt de milieugevolgen van een ontwikkeling in beeld.
Het opstellen van een m.e.r. is voor de ontwikkeling van Laar – Nieuw Laar verplicht op basis van wetgeving.
Kanttekeningen 1.1. Het bestemmingsplan is tot stand gekomen onder de Crisis- en Herstelwet Het bestemmingsplan Laar – Nieuw Laar is opgenomen in de 18e tranche van de Crisis- en Herstelwet. De Crisis- en Herstelwet kent een zgn. ‘experimenteerbepaling’ om nu al in de geest van de aankomende Omgevingswet te werken. In het kader hiervan wordt gesproken over een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte betreft één integraal plan, waarin niet alleen regels over ‘goede ruimtelijke ordening’ zijn opgenomen, maar waar net als onder de aankomende Omgevingswet de algehele fysieke leefomgeving centraal staat. De experimenteerbepaling wordt in het verbrede reikwijdte bestemmingsplan onder andere ingezet om te voorzien in zorgplichtbepalingen en milieunormen te integreren in het bestemmingsplan.
Ondanks dat het plan met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand is gekomen is het risico bij een experimenteel plan op gegronde beroepsgronden altijd groter, dan wanneer het gaat om een traditioneel bestemmingsplan. Dit risico is echter beperkt door het betrekken van de landelijk meest vooraanstaande deskundigen. 1.2. Anterieure overeenkomsten De gemeenteraad heeft op 17 mei 2018 besloten de coördinatieregeling o.g.v. 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren voor de initiatieven aan Laar 31/33/35 en Nieuw Laar 5a. In de anterieure overeenkomst met de ondernemer van Laar 31 zijn afspraken gemaakt over de toepassing van de coördinatieregeling. Bij de uitvoering is gebleken, dat door de complexiteit van de betreffende vergunningen i.r.t. tussentijds aldoor wijzigende regelgeving, uitvoering geven aan het gelijktijdig op laten lopen van de besluiten voor omgevingsvergunningen en het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in de praktijk niet mogelijk is. Bijvoorbeeld op het gebied van stikstof, maar ook bezien vanuit de kaders voor Ruimte voor Ruimte en doorlooptijden van vergunningaanvragen. Althans, dit is niet mogelijk zonder afspraken uit al de verschillende gesloten anterieure overeenkomsten in het gehele gebied te schaden door onderlinge samenhang. Deze afspraak kunnen we niet nakomen zoals aanvankelijk beoogd en normaliter uitgevoerd.
Over dit aspect is dan ook zeer uitgebreid en bij verschillende partijen juridisch advies ingewonnen. Daaruit is voortgekomen dat, op basis van vaste rechtspraak, de coördinatieprocedure nog steeds kan worden toegepast in het geval de vergunningprocedure nog aanvangt na vaststelling van het bestemmingsplan. Het na vaststelling kunnen toepassen van de coördinatieregeling is gebaseerd op vaste rechtspraak. Dit betekent evenwel dat er ook op basis van de concrete omstandigheden van het geval andere uitkomsten mogelijk zijn indien dit in een gerechtelijke procedure aan de orde mocht komen. Afspraken uit de overeenkomsten staan continu op gespannen voet vanwege de tussentijds wijzigende regels en omstandigheden welke bepalend zijn voor de mogelijkheden van uitvoering. Bij het niet of gedeeltelijk na kunnen komen van de afspraken zoals vastgelegd in de overeenkomsten moet afhankelijk van de aanleiding daarvan en afhankelijk van de invulling van wederzijdse inspanningsverplichtingen, rekening gehouden worden met mogelijke (financiële) claims als gevolg van schade. Dit geldt voor alle overeenkomsten die de gemeente heeft afgesloten met initiatiefnemers in dit gebied. Dus ook de initiatieven waarbij sprake is van Ruimte voor Ruimte als deze na 1-1-2024 geen gebruik meer zouden kunnen maken van de regeling.
2.1 Zienswijzen In de raadsinformatiebrief van 13 december 2022 hebben wij u meegedeeld dat de provincie in haar vooroverlegreactie op het bestemmingsplan heeft aangegeven, dat de uitbreiding van de twee varkenshouderijen geen doorgang kan vinden vanwege een strijdigheid met de interim omgevingsverordening. Als we geen uitbreidingsmogelijkheden voor de agrarische bedrijven opnemen in het bestemmingsplan, en dus afwijken van de uitgangspunten in de gebiedsvisie en hetgeen in de anterieure overeenkomst is afgesproken, moeten we daar hele duidelijke juridische redenen voor hebben. Maar de regelgeving voor uitbreiding van agrarische bedrijven is complex. De regels en de uitzonderingen daarop kunnen vaak op meerdere manieren uitgelegd worden. Hier lijkt dat het geval, waarbij opgemerkt moet worden dat de instructieregels voor ons een voldoende duidelijk kader geven om de beoogde ontwikkelingen te kunnen faciliteren. Met het ontwerpbestemmingsplan is daarom vastgehouden aan de eerder geformuleerde uitgangspunten uit de gebiedsvisie.
De provincie heeft op het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze kenbaar gemaakt. Ze verzoekt in haar zienswijze het plan voor zover het ziet op de uitbreiding van de veehouderijen aan Laar 31/33/35 en Nieuw Laar 5a niet verder in procedure te brengen. Wij hebben de conclusie getrokken dat, in juridische zin, het standpunt van de provincie nog altijd wankel is en zeker niet waterdicht. Het voorstel is daarom om bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen rekening te houden met de zienswijzen van de provincie. Ondanks dat we van mening zijn dat we een goede weerlegging hiervan te hebben opgenomen in de bijgaande nota van zienswijzen is er nog steeds een risico dat de provincie in beroep gaat bij de Raad van State en daar in het gelijk wordt gesteld. Verder is het duidelijk dat er verschillende belangen spelen in het gebied. Ook van hieruit zijn diverse zienswijzen tegen het plan ingediend. Waarschijnlijk zal niet iedereen tevreden zijn met het vastgestelde plan. Aannemelijk is dan ook dat er ook vanuit de omgeving beroepsschriften worden ingediend tegen het vastgestelde plan. 4.1 Advies van de Commissie m.e.r. De commissie spreekt de verwachting uit dat de plannen van de blijvende veehouderijen op basis van de stukken die zijn aangeboden bij de commissie niet uitvoerbaar zijn.
De commissie is daarbij uitgegaan van een vast te stellen plan, waarin nog werd uitgegaan van één op één inpassing van de onherroepelijke natuurvergunningen. Op advies van de Commissie m.e.r. is deze één op één inpassing uit het plan verwijderd. Daarnaast is rekenschap gehouden met de adviezen van de Commissie m.e.r. door de regels voor het aspect geur verder bij te stellen. Om zoveel als mogelijk uitvoering te geven aan de gebiedsvisie en navolging te geven aan de gemaakte afspraken uit de anterieure overeenkomsten, gaat het bestemmingsplan nu uit van het nu maximaal mogelijke milieuplafond. Dit plafond ligt lager dan het plafond van de natuurvergunningen van de veehouderijen. Het niet één op één uitvoeren van deze in de overeenkomsten opgenomen inspanningsverplichting heeft mogelijk aldus juridische gevolgen voor de gemeente. Wel wordt het maximaal haalbare ingepast. De Commissie m.e.r. heeft daarnaast opgemerkt dat voor de locatie Nieuw Laar 5a onvoldoende bewijsstukken zijn overlegd, waarmee wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor externe saldering van ammoniak. De initiatiefnemer heeft op 5 november jl. alsnog stukken hiervoor aangeleverd. Maar deze worden niet meer door de Commissie m.e.r. beoordeeld nu ze haar advies heeft uitgebracht.
Dit betekent dat er ten aanzien van haalbaarheid andere uitkomsten mogelijk zijn indien dit in een gerechtelijke procedure aan de orde mocht komen.
Financiën De gemeente heeft op basis van de Wro een verplichting om in een exploitatieplan uiteen te zetten hoe de gemeentelijke kosten worden verhaald. In dit geval hoeft de gemeenteraad geen exploitatieplan vast te stellen, omdat met de initiatiefnemers een anterieure overeenkomst is afgesloten voor het verhaal van de kosten van de grondexploitatie. Het betreft in dit geval het verhaal van plankosten en kosten die verband houden met planschade, waarbij het uitgangspunt is, dat de gehele ontwikkeling voor de gemeente budget neutraal wordt uitgevoerd. De gemeente vervult een faciliterende rol. Het kostenverhaal moet uiterlijk voor vaststelling van het bestemmingsplan zijn geregeld. Met dit voorstel is hierin tijdig voorzien. Daarnaast is het verhaal van kosten van de grondexploitatie via een grondexploitatieplan niet aan de orde, omdat: • het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en; • het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels met betrekking tot locatie-eisen en de uitvoerbaarheid van het plan niet noodzakelijk is.
In het gebied is sprake van ruimte voor ruimte woningen met aankoop van titels daarvoor. De te ontvangen stimuleringsbijdrage van de provincie daarvoor zal binnen het plangebied, volgens de door de provincie daaraan gestelde eisen, worden geïnvesteerd in het landschap. Voor de locaties Laar 31 en Nieuw Laar 5a wordt zo goed als mogelijk uitvoering gegeven aan hetgeen is overeengekomen. Desalniettemin is in de programmabegroting onder de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ een regel voor deze ontwikkeling opgenomen i.v.m. mogelijke toekomstige financiële schade.
Uitvoering Na vaststelling van dit plan moeten wij, omdat sprake is van gewijzigde vaststelling, de provincie in de gelegenheid stellen om te reageren op het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan. Vervolgens ligt het bestemmingsplan zes weken ter inzage. Gedurende deze termijn kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er beroep wordt ingesteld treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij er een verzoek om schorsing wordt ingediend bij de Voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat laatste geval is het bestemmingsplan in ieder geval geschorst totdat op dat verzoek is beslist. Als het bestemmingsplan in werking is getreden kan het college op basis hiervan omgevingsvergunningen verlenen en kan het plan worden uitgevoerd.
Communicatie We publiceren het vastgesteld bestemmingsplan op de gebruikelijke wettelijke wijze. Initiatiefnemers houden we op de hoogte/informeren we over het verloop van het proces en de besluitvorming. Tevens zal een nieuwsbrief worden verzonden aan diegene die zich daarvoor hebben aangemeld.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Lijst ontwikkelingen Bestemmingsplan Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar toelichting Bestemmingsplan Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar bijlagen bij toelichting Bestemmingsplan Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar regels Bestemmingsplan Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar bijlagen bij regels Bestemmingsplan Omgevingsplan Laar – Nieuw Laar verbeelding Nota van zienswijzen Besluit Hogere waarde Wet geluidhinder
Sint-Michielsgestel, 14 november 2023 Burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel, de secretaris, de burgemeester,
D.C. van Eeten
Ter inzage
H.A.G. Ronnes
Contactpersoon Paul Schoneveld, teammanager a.i. Ruimtelijke Ontwikkeling
Raadsbesluit Registratienr.:
1335863
Portefeuillehouder:
Lianne van der Aa
Steller:
Edwin Verbruggen
Aanhef De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2023;
Besluit 1
2 3 4
Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar’, en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01 conform de artikelen 3.1 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en met toepassing van het besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet met bijbehorende bijlagen in overeenstemming met de bijgevoegde nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen gewijzigd vast te stellen; Bijgevoegde nota van zienswijze en ambtshalve aanpassingen vast te stellen en daarmee de zienswijzen ontvankelijk en deels gegrond te verklaren; Géén exploitatieplan als bedoeld in afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening vast te stellen voor dit bestemmingsplan omdat het kostenverhaal anderszins is verzekerd doordat met initiatiefnemers anterieure overeenkomsten zijn gesloten; Als onderdeel van het bestemmingsplan de Plan MER, de aanvulling op het Plan MER inclusief daarbij behorende passende beoordeling te aanvaarden.
Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 21 december 2023; De gemeenteraad van Sint-Michielsgestel, de griffier,
de voorzitter,
D.S.J. Thissen
H.A.G. Ronnes