Oplegger bij initiatiefvoorstel SMG inzake Jongerenraad
Tekst van het document
Advies vanuit de griffie inzake initiatiefvoorstel Jongerenraad 1. Aanleiding en doel Het initiatiefvoorstel van fractie SMG voorziet in de instelling van een Jongerenraad voor de gemeente Sint-Michielsgestel. Daarmee krijgen jongeren een structurele positie bij de voorbereiding van beleid en besluitvorming over onderwerpen die hen (direct) raken. In het voorstel is gekozen voor de vorm van een commissie op grond van artikel 84 van de Gemeentewet. Met deze oplegger geeft de griffie een juridische, financiële en bestuurlijke duiding van die keuze, afgezet tegen het alternatief: een jongerenraad als advies- en participatieorgaan buiten de artikel 84-constructie.
2. Bestuurlijke positionering Een commissie op grond van artikel 84 Gemeentewet adviseert altijd het bestuursorgaan dat haar instelt. Dat betekent: - Wordt de commissie ingesteld door de raad, dan is zij een adviesorgaan van de raad; - Wordt zij ingesteld door het college, dan is zij een adviesorgaan van het college. Een artikel 84-commissie kan niet tegelijkertijd een formeel adviesorgaan van beide bestuursorganen zijn. In het voorliggende initiatief wordt een adviesrelatie richting zowel raad als college beoogd. Die dubbelrol is binnen een artikel 84-constructie niet zuiver vorm te geven. Dit pleit voor een positionering als onafhankelijke adviesraad/ participatieorgaan, ingesteld bij verordening, waarbij zowel de raad als het college structureel kunnen worden geadviseerd. Deze positionering sluit beter aan bij: - De praktijk van beleidsvoorbereiding (voornamelijk bij het college), - De democratische legitimering van besluiten (bij de raad), - En het beoogde laagdrempelige, participatieve karakter van de Jongerenraad.
3. Juridische uitwerking 3.1 Commissie ex artikel 84 Gemeentewet Bij een commissie op grond van artikel 84 Gemeentewet die door de raad wordt ingesteld, geldt in hoofdlijn het volgende: - De gemeenteraad stelt de commissie in en bepaalt taak, samenstelling en werkwijze; - In de systematiek van de wet is de commissie primair een adviesorgaan van de raad; als het college een eigen adviesorgaan wil, ligt het voor de hand dat het college daarvoor zelf een commissie of adviesraad instelt; - Op commissieleden (niet zijnde raadsleden of ambtenaren) zijn het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en de lokale verordening rechtspositie raads- en commissieleden van toepassing, waaronder de regels over presentiegeld en overige vergoedingen. Een Jongerenraad als artikel-84-commissie wordt daarmee formeel een raadscommissie en valt onder het rechtspositionele regime voor politieke ambtsdragers.
1
3.2 Adviesraad / participatieorgaan In veel gemeenten is de jongerenraad ingericht als adviesraad of participatieorgaan, vastgelegd in een verordening en/of reglement. In die variant: - Kan de jongerenraad zowel het college als de raad adviseren; - Is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers niet van toepassing; - Is er meer ruimte voor maatwerk in samenstelling, rol en werkwijze. Deze vorm sluit goed aan bij het informele en laagdrempelige karakter van jongerenparticipatie. 3.3 Verhouding verordening en reglement van orde In de oorspronkelijke versie van het Reglement van Orde waren bepalingen opgenomen die zowel thuishoorden in een verordening als in een reglement. In de nu voorliggende uitwerking is dit helder gescheiden. De formele positionering, taken, samenstelling, benoeming en vergoedingen van de Jongerenraad worden vastgelegd in een afzonderlijke verordening. De praktische werkwijze en werkafspraken zijn uitgewerkt in een afzonderlijk Reglement van Orde. Deze scheiding sluit aan bij de systematiek van de Gemeentewet: de verordening regelt het institutionele kader, terwijl het reglement van orde ziet op de interne werkwijze. 3.4 Conceptvoorbeeld Reglement van Orde Het voorliggende Reglement van Orde is nadrukkelijk bedoeld als voorbeeld en startpunt voor de Jongerenraad.
In de verordening wordt vastgelegd dat de Jongerenraad zelf een huishoudelijk reglement opstelt. Het huidige reglement is daarom te beschouwen als een richtinggevend model, dat door de Jongerenraad zelf verder kan worden aangepast aan de eigen werkwijze, binnen de kaders van de verordening. 3.5 Benoeming door de gemeenteraad In de verordening is gekozen voor benoeming van de leden van de Jongerenraad door de gemeenteraad. Deze keuze is bewust gemaakt omdat ook de kinderburgemeester door de gemeenteraad wordt benoemd. De betrokkenheid van het college geborgd doordat de selectiecommissie bestaat uit vertegenwoordigers van college, raad en griffie.
4. Vergoedingen en financiële aspecten 4.1 Artikel-84 commissie Als wordt gekozen voor een commissie ex artikel 84 Gemeentewet: - Vallen de leden onder het rechtspositieregime voor commissieleden. - Eventuele vergoedingen (zoals presentiegeld en kostenvergoedingen) moeten binnen dit wettelijk kader worden vastgesteld. - Het is dan niet mogelijk om te werken met een vrijwilligersvergoeding.
2
4.2 Adviesraad/ participatieorgaan Bij een jongerenraad als adviesorgaan kan worden gewerkt met vrijwilligersvergoedingen, mits: - In reglement en besluitvorming expliciet wordt vastgelegd dat het gaat om vrijwillige maatschappelijke inzet; - Er geen gezagsverhouding of resultaatsverplichting bestaat; - De vergoedingen binnen de fiscaal toegestane grenzen blijven. De afdeling Financiën wijst terecht op het risico van een (fictieve) dienstbetrekking bij een vast takenpakket. Dat risico kan worden beperkt door taken, uren en vergoedingen helder te begrenzen en juridisch en fiscaal zorgvuldig vast te leggen. 4.3 Budget en overige kosten Het voorgestelde werkbudget en de inzet van griffie en externe begeleiding zijn passend bij een serieus vormgegeven jongerenraad. Aanbevolen wordt om de kosten expliciet te onderscheiden naar: - Werkbudget Jongerenraad; - Vergoedingen; - Inzet interne organisatie; - Eenmalige ontwikkelkosten (website, communicatie).
5. Conclusie en advies van de griffie Op basis van het bovenstaande adviseert de griffie: 1. Niet te kiezen voor instelling van de Jongerenraad als commissie ex artikel 84 Gemeentewet. 2. De Jongerenraad te positioneren als adviesraad/participatieorgaan op basis van een verordening en een reglement van orde. 3. In die verordening vast te leggen dat de Jongerenraad: o Het college adviseert bij de voorbereiding van beleid en voorstellen; o De raad kan adviseren over beleidsvoorstellen; o Werkt volgens een eigen reglement van orde. 4. De systematiek van vergoedingen zorgvuldig in te richten als vrijwilligersvergoeding/onkostenvergoeding en deze af te stemmen met de afdeling Financiën en, waar nodig, een fiscaal adviseur. De keuze voor een jongerenraad als advies- en participatieorgaan sluit het beste aan bij de bestuurlijke positionering van de Jongerenraad tussen raad en college en biedt meer flexibiliteit dan een artikel-84-commissie.
3