Onderzoek Rkc Boxtel Armoedebeleid- Bijlage 1 onderzoeksrapport Verstevig het netwerk (1298895).pdf
Tekst van het document
Op welke wijze zijn de doelstellingen gerealiseerd? Is er bij de uitvoering sprake van een integrale aanpak? Wat zijn de ervaringen van de doelgroepen van het armoedebeleid? Wordt het geplande budget voor armoedebeleid ook besteed? Vindt de monitoring daadwerkelijk plaats en leidt dit eventueel tot bijstelling van beleid of de beleidsuitvoering?
3.1 Realisatie doelen De doelen zijn in algemene termen beschreven zoals: voorkomen dat armoede leidt tot problemen op andere leefgebieden. belemmeringen voor mensen met een laag inkomen wegnemen, zodat zij volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. speciale aandacht voor de ondersteuning van gezinnen met kinderen, jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar, en vroegsignalering en preventie bij schulden’. Zoals hiervoor aangegeven zijn deze doelen niet systematisch doorvertaald naar de beoogde effecten en de daaraan gekoppelde inspanningen. In dat opzicht is de vraag in welke mate het beleid is gerealiseerd moeilijk te beantwoorden. Wel kunnen indicaties worden gegeven van datgene wat er daadwerkelijk gebeurt in de uitvoering van het armoedebeleid. Het overgrote deel van de uitvoering van het armoedebeleid heeft betrekking op de realisatie van de doelen verloopt via het uitvoeren van regelingen en het verzorgen van financiële ondersteuning.
In Boxtels worden de volgende (inkomensondersteunende) regelingen en voorzieningen uitgevoerd: Individuele bijzondere bijstand Welzijnsfonds Collectieve zorgverzekering (CZV) Individuele inkomenstoeslag (IIT) Bijzondere bijstand voor computer schoolgaande kinderen Bijzondere bijstand voor kinderopvang en sociaal medische indicaties Bijzondere bijstand schoolkosten 16- en 17-jarigen Schulddienstverlening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Noodfonds Aan deze regelingen wordt daadwerkelijk uitvoering gegeven conform de daarvoor geldende vastgestelde spelregels. Daarnaast is in de Nota Armoedebeleid ingezet op accenten in vier doelgroepen of thema’s van het armoedebeleid. Het gaat hierbij om: Kinderen Vroegsignalering en preventie schulddienstverlening Uitbreiding doelgroep
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
26
Vereenvoudiging regelingen.
Aan de hand hiervan heeft de organisatie het navolgende overzicht aangeleverd om inzicht te geven in de geleverde prestaties. Kinderen Actie
Uitwerking gereed Medio 2018
Doel
Stand van zaken
Kunnen bieden van kledingpakketten, verjaardagsbox en coupons voor een dagje uit met het gezin.
Onderzoeken uitbreiden rol Stichting Leergeld
Januari 2018
Vergroten bekendheid Voedselbank Opstarten Zomerschool
Continu
Ondersteunen bijzonder talent; Contributie sport en cultuur voor kinderen die niet in aanmerking komen voor het Welzijnsfonds. Meer potentiële klanten bereiken.
Optie verkend. Voedselbank Boxtel ziet een samenwerking niet zitten. Zij hebben zelf al een samenwerking met Jarige Job die ook een verjaardagsbox voor kinderen biedt. Wordt per 1 januari 2018 uitgevoerd door Stichting Leergeld.
2018 en 2019
Tijdens vakantieperiode activiteiten bieden met als doel ontwikkeling en leren te stimuleren.
Verbinding met scholen en voorschoolse voorzieningen
Continue
Zoveel mogelijk kinderen kunnen bereiken en informeren over armoede en bestaande regelingen.
Samenwerking zoeken met Stichting Kinderen van de Voedselbank
Betrekken van kinderen en jongeren
Medio 2018
Buurtsport Boxtel
Voorjaar 2018
Kinderen en jongeren een stem te geven en ruimte bieden deze initiatieven te ontwikkelen. Bekijken of voor doelgroep eigen bijdrage kwijtgescholden kan worden.
Continue proces. Ieder kwartaal is er overleg met het bestuur van de Voedselbank voor afstemming. Er zijn een aantal edities georganiseerd, vanwege een tegenvallend aantal aanmeldingen is besloten om te stoppen. Informatiepakketten zijn medio 2018 naar onder andere alle scholen toegestuurd. In 2021 is er een uitvraag gedaan onder scholen en voorschoolse voorzieningen over hoe ze omgaan met armoede en signalering daarvan. Hiermee gaan we aan de slag in 2022, bijvoorbeeld het organiseren van een armoedenetwerk gericht op kinderen/onderwijs. Nog niet plaatsgevonden.
De BSB heeft in 2018 een deel van de Klijnsmagelden ontvangen, zij betalen daaruit de eigen bijdrage voor deze kinderen.
Vroegsignalering en preventie schulddienstverlening
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
27
Actie
Uitwerking gereed Voorjaar 2022
Doel
Stand van zaken
Vroegsignalering betalingsproblemen tijdig in beeld krijgen.
Samenwerking Schuldhulpmaatje zoeken
Continue
Cliënten ondersteunen bij administratie.
Medewerkers scholen herkennen signalen armoede
Continue
Vroegsignalering betalingsproblemen tijdig in beeld krijgen.
Aansluiten bij 155 Help een bedrijf
Januari 2018
Bekendheid Fix up your life vergroten Project “Doorgaande zorglijn” betrekken bij ontwikkelingen SDV
Direct
Laagdrempelige informatie en deskundigheid aan ondernemers in (dreigende) financiële problemen. Bereik onder jongeren vergroten. Kruisbestuiving van kennis binnen en buiten de organisatie bewerkstelligen.
Sinds het voorjaar 2021 ontvangt de gemeente via Vindplaats voor Schulden signalen van partners. Met de woningstichtingen is lokale afstemming geweest en in het voorjaar van 2022 wordt gestart met een lokale aanpak. Verschillende gesprekken geweest met coördinator Schuldhulpmaatje. Deze zoekt nu toegang bij Vincentius en de lokale kerken voor vrijwilligers. Heeft op dit moment geen prioriteit. In SMG is schuldhulpmaatje actief. Na succes uitbreiden naar Boxtel en mogelijk aan laten sluiten bij SMG. Dit gebeurt inmiddels op basis van een Pilot. Medewerkers schulddienstverlening zijn geschoold of worden op korte termijn geschoold. Gereed
Afstemming Woningstichting en zorgverzekeraars delen signalen betalingsachterstand
Uitbreiding doelgroep Actie Verhogen inkomenscriterium gemeentelijke minimaregelingen van 110% naar 120% Vrijstelling eigen bijdrage CAK tot een inkomen van 120% van het sociaal minimum Communiceren wijzigingen gemeentelijke minimaregelingen
Continu
Fix up your life is inmiddels gestopt. Continue proces, door de komst van de wijkteams zit hier grote verbetering in.
Uitwerking gereed Per 1 januari 2018
Doel
Stand van zaken
Armoede binnen de gemeente zoveel mogelijk terugdringen.
Gereed
Per 1 januari 2018
Chronische zieken met een relatief laag inkomen gedeeltelijk compenseren voor zorgkosten. Bereik van onze klanten vergroten.
Gereed
Direct na vaststelling verordening (dec 2017)
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
Gereed
28
Organiseren netwerkbijeenkomst
Continue
Informeren bewindvoerders
Voorjaar 2018
Vereenvoudiging regelingen Actie Uitwerking gereed Vereenvoudigen 2018 uitvoering minimaregelingen
Bekendheid onderling vergroten en bewustwording kweken van gezamenlijke klanten. Het niet-gebruik van voorzieningen terugdringen.
Eerste bijeenkomst georganiseerd in oktober 2021; het is de bedoeling een nieuwe bijeenkomst in het voorjaar van 2022 te organiseren. Gereed. Bewindvoerders die bekend zijn bij team Schulddienstverlening.
Doel
Stand van zaken
Bureaucratie mag geen drempel zijn voor het aanvragen van voorzieningen.
Er zijn verschillende minimaregelingen vereenvoudigd (bijvoorbeeld berekening draagkracht en regeling duurzame gebruiksgoederen, onderdeel van bijzondere bijstand). Daarnaast zijn alle verordeningen en nadere regels sterk vereenvoudigd.
Bovenstaand overzicht laat zien dat in Boxtel daadwerkelijk wordt gewerkt aan de uitvoering van het armoedebeleid. Tal van activiteiten en deelprojecten zijn ondernomen en een aantal is ook geheel afgerond. Dat laat onverlet dat er vanuit de gesprekken met betrokken spelers aandachtspunten naar voren komen, die kunnen bijdragen aan een meer effectieve aanpak en uitvoering van het armoedebeleid, zoals: Er is nog steeds sprake van verborgen armoede. Opgemerkt wordt dat het moeilijk is sommige inwoners te bereiken. Schaamtegevoel speelt hierbij een grote rol. Het stellen van de hulpvraag is voor deze mensen moeilijk. Dat vraagt om een laagdrempelige benadering en een houding van luisteren. Soms komt het ook voort uit wantrouwen jegens de overheid, taalproblemen en het niet kennen van de weg om hulp aan te vragen. Er is nog steeds winst te behalen door een intensieve inzet van de vroegsignalering en preventieve schulddienstverlening. Wanneer mensen eerder in beeld komen, kunnen ze sneller worden geholpen, zijn de problemen vaak minder groot en kan met beperktere middelen tot een oplossing worden gekomen. Vooral de organisaties, die diep in de samenleving actief zijn, kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Gedacht kan worden aan Contourde Twern, Voedselbank, Vincentius, Stichting Leergeld, Woonstichting JOOST, KBO, wijkteams, team gemeentelijke belastingen, energiebedrijven, scholen, huisartsen, managers, e.d. Een open oog van deze spelers en het sneller delen van informatie kan helpen deze vroegsignalering te verbeteren, zo wordt opgemerkt. Vaak wordt gesproken over de zwakke responsiviteit en de trage reactiesnelheid vanuit de gemeentelijke organisatie. Ook op de faciliterende rol van de gemeente mag steviger worden ingezet, zo wordt opgemerkt. Beperkte personele capaciteit en personele wisselingen spelen daarin een belangrijke rol. In de vereenvoudiging van de regelgeving zijn belangrijke stappen gezet. Maar hier speelt het gevaar dat er te verkokerd naar afzonderlijke regelingen wordt gekeken, zo komt in verschillende gesprekken terug. Met ‘het al dan niet in aanmerking komen voor een regeling’ kan niet worden volstaan. Bij een cumulatie van problemen, waarin veel huishoudens in armoede in verkeren, zal vooral ook de totale situatie van het huishouden uitgangspunt moeten zijn. Dat vraagt om een meerzijdige en integrale
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
29
blik en aanpak. Beleidsmatig wordt dat onderkend, maar in de uitvoering is daar meer aandacht voor nodig, zo wordt opgemerkt. De corona situatie van afgelopen jaren heeft complicerend gewerkt bij de uitvoering van het armoedebeleid, vooral ook door de forse beperkingen in het echt ontmoeten en samenbrengen van mensen.
3.2 Integrale aanpak bij de uitvoering Integraal werken is een veel gehanteerd begrip in het sociaal domein. De vormgeving daarvan in de praktijk is weerbarstig. Met het oog daarop hebben het Ministerie van VWS en het platform Integraal Werken in de Wijk de publicatie ‘Werkzame elementen integraal werken’ uitgebracht. De focus ligt op wat werkt voor de cliënt. Het gaat erom hoe cliënten het best geholpen zijn en wat dit vraagt van henzelf en van de professionals? Illustratief is onderstaand schema.
Ook in Boxtelse praktijk is de integraliteit van de aanpak een belangrijk thema. Om de integrale aanpak te bevorderen zijn de wijkteams ingesteld. De ervaringen hiermee zijn nog te kort om de resultaten daarvan te kunnen beoordelen. In de interviews klinken wel vaak hoge verwachtingen door richting wijkteams om de integraliteit in de aanpak te versterken. In de gesprekken worden nogal eens opmerkingen gemaakt over de behoefte aan meer interne afstemming en een meer integrale aanpak. Hiervoor is daar ook al op gewezen. Het wisselen van personen in de organisatie draagt ook niet bij aan het opbouwen van een vertrouwensband en een compleet zicht op de situatie. Zo wordt bijvoorbeeld opgemerkt: ‘er
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
30
wordt te veel in regelingen gedacht en te weinig vanuit het zicht op de totale situatie van het huishouden’. Vanuit organisaties en inwoners wordt opgemerkt dat de ervaringen met verschillende medewerk(st)ers heel wisselend zijn. Soms blijft men strak vanuit de regels denken, terwijl anderen met een meer creatieve blik gericht zijn op het zoeken naar een integrale oplossing. Meer specifiek wordt door sommigen gewezen op het Loket Wegwijs. Aandacht wordt gevraagd voor een betere bereikbaarheid, een cliëntgerichte intake en een goede doorgeleiding naar de sociaal wijkteams. 3.3 Ervaringen doelgroepen De ervaringen van de doelgroep zijn verkend door middel van een beperkt aantal gespreken met inwoners, die in een armoedesituatie verkeren of verkeerden. Ook uit de gesprekken met vrijwilligersorganisaties en professionele instellingen zijn belangrijke signalen naar voren gekomen over de ervaringen van inwoners uit de doelgroep. Ook zijn onderzoeken in andere gemeenten zoals Dongen en Sint -Michielsgestel geraadpleegd. Daaruit komen de volgende hoofdlijnen naar voren. Diversiteit van de doelgroep en problemen De samenstelling van huishoudens in een armoedesituatie is divers en de problemen van deze huishoudens zijn divers. Het gaat niet alleen om financiële beperkingen, maar ook in beperkingen om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten, waardoor ook vaak isolatie ontstaat.
Door de corona afgelopen jaren is deze isolatie versterkt. Er ligt vaak een directe levensgebeurtenis ten grondslag aan het feit dat mensen in de problemen komen: een echtscheiding, gokschulden, verlies van baan, vluchten uit een ander land. Langdurige onzichtbaarheid en het stellen van de hulpvraag Signalering blijft een belangrijk aandachtspunt, problemen blijven te lang onzichtbaar. Mensen vragen niet of (te) laat om hulp. Problemen worden door anderen niet opgemerkt (verborgen armoede). Mensen schamen zich vaak ook voor hun situatie, vinden het lastig erover te praten en vinden soms ook dat ze het zelf moeten oplossen zonder hulp van bijvoorbeeld de gemeente. Ook bestaat er soms de neiging de problemen te negeren. Het risico dat schulden oplopen, wordt in die situaties vergroot. In dat opzicht gaat het om hulp bij de hulpvraag. In de hulpstrategie gaat het er soms om de schuldenlast daadwerkelijk aan te pakken via schuldhulpsanering. Ook zijn er mensen, die een dergelijk traject niet in willen. Bij hen gaat de hulpverlening dan meer om zodanig begeleiding en coaching dat de situatie niet verslechtert en stabiliseert. De eigen kracht voor herstel van deze groep is in die situaties beperkt. Erkenning van het armoedeprobleem, en het liefst vroegtijdig, is de basis om tot een oplossing te komen.
Daarbij zijn grote verschillen geconstateerd in de gesprekken: sommigen zijn op basis van deze erkenning voortvarend aan de slag gegaan om uit de armoedesituatie te komen, terwijl anderen er lang in blijven steken. Grote verschillen in het stellen van de hulpvraag: sommige inwoners doen dat zelf en gaan zelf hulp zoeken. Die vragen gaan vaak naar familieleden, als daar mogelijkheden zijn. Communicatie, informatieverstrekking en ontmoeting Gelet ook op de langdurige onzichtbaarheid is een communicatie en informatieverstrekking, die ook daadwerkelijk aankomt, belangrijk. Dat vraagt meer om vormen als een gesprek dan de gebruikelijke communicatiekanalen via brieven en nieuwsberichten.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
31
Contacten met de gemeente worden door de inwoners vaak als positief beoordeeld, als ze eenmaal in de situatie van daadwerkelijke hulpverlening komen. De weg daarnaar toe is soms wel moeilijk en wordt als tijdrovend ervaren. Een meer kritische houding wordt aangetroffen bij de verschillende organisaties. Daarbij klinkt vanuit de gevoerde gesprekken vooral door dat er vanuit de totale situatie moet worden gedacht en vertrouwen moet worden opgebouwd. Soms gaat het ook om culturele verschillen: een zakelijk rationele oplossingsgerichte stijl versus het opbouwen van vertrouwen en van daaruit naar oplossingen zoeken. Voor veel mensen in deze armoede situatie is ontmoeting heel belangrijk voor het draaglijker maken van de levenssituatie en voor mogelijkheden om mee te doen in de samenleving, zo wordt aangegeven. Dat kan zijn via informele ontmoetingen met familie en andere mensen in de buurt. Daarnaast spelen vrijwilligers van bijvoorbeeld Vincentius, Stichting Leergeld, KBO, e.a. hierbij een belangrijke rol. Deze vrijwilligers vormen vaak de steunpilaren en ankers om overeind te blijven, door er te zijn en door tips te geven richting hulpverlening. Het zijn veelal ook de personen, in wie men vertrouwen heeft. In de gesprekken heeft de RKC daarvan prachtige voorbeelden gezien.
Ook professionele spelers instellingen kunnen en belangrijke rol spelen, juist omdat mensen vaak moeilijk bereikt worden via de traditionele communicatiekanalen. Gedacht kan worden aan huisartsen, woningstichting JOOST, Contourde Twern, energiemaatschappijen, Brabant water en betrokken gemeentelijke afdelingen. In de gesprekken wordt gepleit voor een bundeling van krachten en een afgestemde aanpak. Om dat te bevorderen wordt het armoedenetwerk genoemd. 3.4 Meedoenpas Boxtel Ten tijde van het onderzoek is ook de meedoen pas meermaals genoemd als mogelijk instrument bij de aanpak van armoede. In het algemeen gaat het bij dergelijke meedoen passen om de ondersteuning van mensen met een laag inkomen. Vanuit het idee dat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen aan culturele, sportieve of sociale activiteiten. Met name de Stichting Leergeld heeft bij de gemeente actief onder de aandacht gebracht om voor de gemeente Boxtel een meedoen pas te ontwikkelen. Hierbij gaan enkele overwegingen en voor- en nadelen van een dergelijke pas. Een verdere verkenning en eventuele uitwerking kan wellicht in het verlengde van dit onderzoek vorm krijgen. Op de eerste plaats zal het doel van de pas moeten worden aangegeven. Er zijn verschillende soorten passen in de omloop: een pas als participatie-instrument door het verlagen van financiële barrières.
een pas als citymarketing voor deelname aan evenementen en activiteiten. een functionele gemeentepas voor o.a. parkeren, milieustraat, openbaar vervoer. een commerciële pas om voorzieningen en producten toegankelijker te maken d.m.v. aanbiedingen van commerciële partijen. Op de tweede plaats moet worden aangegeven wie de doelgroepen voor een dergelijke pas zijn: wie komen in aanmerking voor een dergelijke pas. Alleen voor minima? Voor kinderen en/of volwassenen? Tot welk inkomen? Of ook voor een breder publiek? Ten derde is het belangrijk om te bezien welke instrumenten de gemeente op dit moment al tot haar beschikking heeft en of een eventuele aanvulling met een pas ook duidelijk meerwaarde heeft. Daarbij dienen ook de (organisatie)kosten in de afweging worden betrokken.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
32
Een rondje langs gemeenten, waar de discussie over de invoering van een dergelijke pas heeft plaatsgevonden, geeft inzicht in de genoemde voor- en nadelen: Voordelen Drempels voor deelname aan voorzieningen verlagen en participatie verhogen; Inkomensbewijs voor minima, waardoor inkomenstoets bij nieuw loket niet nodig is; Meer organisaties in de gemeente betrokken maken bij deze doelgroep. Nadelen Kan stigmatiserend werken; Vaak arbitraire grenzen. Er vallen altijd mensen (net) buiten de boot van deelname; De invoering en de toekenning van de pas brengt kosten met zich mee. In de gesprekken is het stigmatiserend karakter nogal eens als nadeel aangestipt. Het werken met financiële bijdragen in de vorm van tegoedbonnen bijvoorbeeld kan hetzelfde doel dienen, zo wordt opgemerkt. Het kost minder organisatorische tijd en het kan gericht op bepaalde huishoudens worden ingezet, die het hard nodig hebben. Uit de door de RKC gevoerde gesprekken komt geen eenduidig beeld naar voren. Een verdere discussie hierover, bijvoorbeeld in het armoedenetwerk, ligt dan ook voor de hand. Daarbij kunnen ook praktijkervaringen in andere gemeenten zoals bijvoorbeeld Vught, Heusden, Loon op Zand en Dordrecht worden meegewogen. 3.5 Besteding budget voor armoedebeleid Totaaloverzicht armoede en schulden gemeente Boxtel 2018-2023: begroting en besteding.
Wat zien we in dit overzicht? Jaarlijks is er in de begroting circa € 3.000.000 opgenomen voor minimaondersteuning en worden de budgetten nagenoeg geheel besteed. Daarnaast worden diverse subsidies armoede(gerelateerd), verstrekt aan onderstaande organisaties voor een bedrag van circa € 370.000 per jaar. o Contourde Twern voor bureau sociaal raadslieden, administratiemaatjes, bureau nieuwkomers en buurtondersteuners in de wijken (€ 302.457) o Voedselbank (€ 33.000) o Leergeld (ca € 15.000) o Taalhuis, Huis73 ((€ 20.000) De hoogte van het Welzijnsfonds daalde vanaf 2019 fors doordat er een beleidswijziging heeft plaatsgevonden (in het kader van de toenmalige bezuinigingen). Voorheen werd bij het Welzijnsfonds de maximale bijdrage zoals benoemd in de Verordening uitbetaald. Sinds 2019 moeten inwoners declaraties inleveren van feitelijke uitgaven en wordt aan de hand daarvan uitbetaald. Het Welzijnsfonds is bedoeld voor inwoners (èn gezinsleden van 3 tot 18 jaar) met een inkomen tot maximaal 120% van de bijstandsnorm die uit dit fonds een bijdrage kunnen aanvragen voor deelname aan sociaal-culturele, educatieve, sportieve en maatschappelijke activiteiten. Een deel van het Welzijnsfonds wordt gedekt uit de Klijnsmamiddelen. Klijnsmamiddelen zijn bedoeld om alle kinderen van 0 tot 18 jaar kansrijk te laten opgroeien.
Verder valt op dat de post ‘minimaondersteuning kwijtschelding’ vanaf 2020 op nul staat. Kwijtschelding wordt sinds 2020 geboekt op de posten waar deze taken ook uitgevoerd worden; bij de gemeentelijke belastingen. De dekking van de kwijtschelding is in het tarief van afval en riolering verwerkt.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
33
Som van Begr
Som van Werk
Som van Begr
Som van Werk
Som van Begr
Som van Werk
Som van Begr
Som van werk
0
2.506
0
1.194
0
672
0
1.803
4.500
4.500
769.525
710.597
816.200
780.406
838.400
790.918
942.000
964.265
919.800
951.700
2018
Minimaondersteuning, algemeen Minimaondersteuning, algemeen doorbelasting MGD Minimaondersteuning, bijzondere bijstand Minimaondersteuning, TONK Minimaondersteuning, welzijnsfonds Minimaondersteuning, maatschappelijke participatie Minimaondersteuning, armoedebestrijding Minimaondersteuning, schulddienstverlening (kosten schuldtrajecten) Minimaondersteuning, schulddienstverlening doorbelasting MGD Minimaondersteuning, kwijtschelding
2018
2019
2019
2020
2020
2021
Begroting Begroting
2021
2022
2023
1.252.427 1.376.884 1.133.237 1.181.180 1.216.100 1.172.798 1.151.100 1.240.004 1.308.000 1.286.600 0
0
0
0
0
0
338.600
44.905
0
0
459.842
400.104
309.257
295.188
195.100
199.967
206.000
197.638
206.000
206.000
0
8.266
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
122.000
3.000
113.400
13.200
46.400
14.577
43.300
43.300
44.055
57.737
61.760
119.858
44.200
62.429
56.500
54.103
99.300
56.500
354.061
326.947
375.600
359.128
386.000
364.139
418.200
428.399
421.400
436.000
232.871
222.964
236.603
192.033
0
0
0
0
0
0
3.112.781 3.106.005 3.054.657 2.931.987 2.793.200 2.604.123 3.158.800 2.945.694 3.002.300 2.984.600
NB: ten tijde van het opvragen van de informatie voor dit onderzoek (15 februari 2022), moesten er nog boekingen gedaan worden op 2021 met invloed op het resultaat. Na deze datum hebben er nog enkele mutaties plaatsgevonden. De definitieve uitgaven 2021 wijken nauwelijks af van het bovenstaande overzicht. 3.6 Monitoring en eventuele bijstellingen beleid en beleidsuitvoering Voor het armoedebeleid vindt geen systematische monitoring plaats. Daar zijn ook geen afspraken over gemaakt. Het zicht op de doelrealisatie is daarmee nauwelijks aanwezig. Daarmee wordt het ook niet echt duidelijk of het beleid eventueel moet worden bijgesteld. Wel is er een monitor voor het sociaal domein. Maar daarin zijn slechts enkele indicatoren opgenomen, die enige relatie hebben met het armoedebeleid (bijvoorbeeld: aanvragen bijzondere bijstand of aanvragen individuele inkomenstoeslag). Maar de relatie met de doelstellingen uit de Nota Armoedebeleid wordt daarin niet gelegd en daarmee wordt de vraag naar eventuele bijstellingen niet opgeroepen. 3.7 Toetsing aan de normen Bij de onderzoeksvragen zijn normen gehanteerd om tot beoordeling van het beleid te komen. Op basis van de bevindingen en de gehanteerde normen komt de RKC tot de volgende beoordelingen.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
34
Daarbij hebben de kleuren notaties de volgende betekenis: Er is niet aan de gehanteerde norm voldaan Er is gedeeltelijk aan de norm voldaan Er is (vrijwel geheel) aan de norm voldaan Normen
Toelichting
Het uitgezette beleid wordt daadwerkelijk gerealiseerd in termen van doelen, instrumenten, middelen en bereik van de doelgroepen.
Wat betreft de toepassing van de verschillende regelingen wordt het beleid daadwerkelijk uitgevoerd. Voor het zogenaamde flankerend beleid, gericht op kinderen, vroegsignalering en preventie schulddienstverlening, uitbreiding doelgroep en vereenvoudiging regelingen’ geldt dit ten dele. De beperkte personele capaciteit speelt hierbij een rol. Aandachtspunten zijn of blijven: meer oog voor de verborgen armoede, inzet op vroegsignalering en preventieve schulphulpverlening, de responsiviteit en de faciliterende rol van de gemeente,
De uitvoering van het beleid laat een integrale aanpak zien.
Met de instelling van de wijkteams zijn betere voorwaarden voor een integrale aanpak geschapen. Deze functioneren echter nog te kort om het effect op de integraliteit te kunnen zien. Voorts wordt aandacht gevraagd voor de gerichtheid op de totale situatie van huishoudens in een armoede situatie en niet alleen te kijken en denken vanuit de regelingen.
De doelgroepen van het beleid zijn tevreden.
De tevredenheid van de doelgroepen en de organisaties, die in directe zin met de doelgroepen werken, laat een wisselend beeld zien. Sommigen geven aan dat de gemeente een sociaal beleid voert met de uitvoering van de regelingen en zich inzet voor de huishoudens in een moeilijke situatie. Anderen zijn wat kritischer en wijzen erop dat meer moet worden gewerkt vanuit vertrouwen en vanuit een integrale benadering. Gesteld wordt dat personele capaciteit en personele wisselingen hierbij ook weer een rol spelen.
Het beleid wordt actief gemonitord om na te gaan of doelstellingen worden gerealiseerd en of er bijstellingen wenselijk of nodig zijn.
Er vindt geen systematische monitoring plaats van het (de uitvoering) van het armoedebeleid. Ook in de monitor sociaal domein zijn nauwelijks indicatoren opgenomen, die een directe relatie leggen met het armoedebeleid. De daaruit eventueel gewenste bijstellingen van het beleid, komen daarmee niet in beeld.
3.8 Conclusies over de uitvoering van het beleid Uit de voorafgaande bevindingen en de toetsing aan de normen over het beleid worden de volgende conclusies getrokken:
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
35
De doelen voor het armoedebeleid zijn niet systematisch doorvertaald in beoogde effecten en de daaraan gekoppelde inspanningen. Dat maakt het lastig inzicht te geven in de doelrealisatie. Wel kunnen indicaties worden gegeven van datgene wat er daadwerkelijk gebeurt in de uitvoering van het armoedebeleid. De uitvoering van de regelingen in de sfeer van het armoedebeleid vindt plaats conform de afgesproken spelregels. Voort kan uit het overzicht van gerealiseerde activiteiten en projecten worden opgemaakt dat en groot aantal daarvan daadwerkelijk ter hand is genomen. Waar dat niet is gebeurd, wordt de beperkte ambtelijke capaciteit vaak als reden genoemd. Voorgaande conclusie laat onverlet dat een aantal aandachtspunten naar voren zijn gekomen, die kunnen bijdragen aan een meer effectieve aanpak en uitvoering van armoedebeleid, zoals: meer oog voor de verborgen armoede, een stevigere inzet op vroegsignalering en preventieve schulphulpverlening, een sterkere responsiviteit en faciliterende rol van de gemeente. Via de onlangs ingestelde wijkteams wordt beoogd een meer integrale aanpak te realiseren.
Naast de roep om een goede interne afstemming wordt ook anderszins aandacht gevraagd voor de integraliteit: het scherper in het vizier nemen van de totale leefsituatie van het huishouden en vandaaruit creatief kijken naar oplossingen, in plaats van rigide denken vanuit de afzonderlijke regelingen. Uit de ervaringen van de doelgroepen komt een wisselend beeld qua tevredenheid naar voren. De gemeente wordt door gebruikers en organisaties ruimhartig genoemd en meewerkend. De wachttijden worden op onderdelen wel als zorgelijk beoordeeld: het aantal weken dat het duurt voordat een inwoner een gesprek krijgt en de tijd die nodig is om tot een besluit te nemen, duren soms lang. Ook wordt gewezen op het belang om meer te werken op basis van vertrouwen en daarbij een integrale aanpak te hanteren. De hoge werkdruk en de vele personele wisselingen spelen hierbij overigens een rol. Daarnaast komen vanuit de doelgroep als aandachtspunten naar voren: o meer (h)erkenning van de diversiteit van de doelgroep en de problemen; o meer speuren naar de verborgen armoede en de langdurige onzichtbaarheid van de armoede en helpen bij het stellen van de hulpvraag; o de rol van vrijwilligers en professionele spelers stimuleren, waar het gaat om het vroegtijdig bereiken van de doelgroepen, vooral ook omdat de traditionele communicatiekanalen beperkt werken.
Een eerste verkenning naar de invoering van een ‘Meedoen Pas’ in Boxtel levert geen eenduidig beeld op. De voorstanders wijzen op aspecten als: drempels voor participatie worden verlaagd, de pas vormt een inkomensbewijs voor minima (waardoor een inkomenstopets bij een nieuw loket niet nodig is), meer organisaties worden betrokken bij de doelgroep. De bedenkingen hebben vooral betrekking op: het stigmatiserend karakter van de pas, vaak arbitraire grenzen en geen maatwerk op individuele huishoudens, de invoeringskosten. Uit het meerjaren financieel overzicht van de gemeente blijkt dat in de jaren 2018 t/m 2021 jaarlijks een bedrag van circa 3 miljoen euro beschikbaar is dat nagenoeg geheel wordt besteed. Er vindt geen systematische monitoring plaats van (de uitvoering) van het armoedebeleid. Ook in de monitor sociaal domein zijn nauwelijks indicatoren opgenomen, die een directe relatie leggen met het armoedebeleid. De daaruit eventueel gewenste bijstellingen van het beleid, komen daarmee niet in beeld.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
36
4 Rollen en samenspel bij beleidsvorming en uitvoering 4.0 Onderzoeksvragen over rollen en samenspel bij beleidsvorming en uitvoering In deze paragraaf staan de rollen het samenspel bij (de realisatie van) het armoedebeleid centraal. Daarbij worden onderstaande vragen beantwoord. Vervullen de verschillende spelers hun rol conform het beleid? Hoe krijgt het samenspel raad en college vorm? Hoe ziet het samenspel eruit binnen MijnGemeenteDichtbij? Hoe ziet het samenspel met stakeholders eruit? 4.1 De rolvervulling conform het beleid In de beleidsnota Armoedebeleid wordt niet ingegaan op de binnengemeentelijke rolverdeling. De organisatorische veranderingen in de afgelopen jaren hebben overigens ook invloed op de interne rolverdelingen, bijvoorbeeld de instelling van wijkteams. In het beleid worden wel de verschillende stakeholders benoemd, die betrokken zijn (bij de uitvoering van) het armoedebeleid. Uit de gesprekken komt naar voren dat deze rollen ook daadwerkelijk worden opgepakt. Niet alleen professionele organisaties als Contourde Twern en Woonstichting JOOST, maar vooral ook vrijwilligersorganisaties als Vincentius vereniging, Stichting Leergeld, Voedselbank, Sociaal Raadslieden, KBO, e.d. spelen een cruciale rol in de uitvoering van het beleid.
Vooral de directe contacten met de doelgroep van deze organisaties zijn belangrijk in termen van ondersteuning, advisering bij het stellen van de hulpvraag, en het wijzen van de weg naar mogelijke oplossingen. Kritische kanttekeningen komen naar voren over het armoedenetwerk. In het beleid wordt daarover gezegd: ‘allerlei organisaties in Boxtel zijn lid van het armoedenetwerk. Voorzitter is de opbouwwerker van Contourde Twern. Twee à drie keer per jaar komt het armoedenetwerk bij elkaar. Daar wordt nieuws uitgewisseld over wat er bij die organisaties op het programma staat, welke ontwikkelingen er worden verwacht en er kan een thema worden besproken.’
Het armoedenetwerk heeft afgelopen jaar niet actief gefunctioneerd. Er is slechts één bijeenkomst geweest, in het vierde kwartaal 2021. In paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het armoedenetwerk. 4.2 Het samenspel raad en college Zoals hiervoor aangegeven zijn er geen specifiek afspraken gemaakt over het samenspel tussen raad en college. Bij de portefeuilleverdeling binnen het college is het sociaal domein verspreid over verschillende portefeuillehouders. Daarmee ligt er een opgave voor stevige afstemming om met één mond te spreken en tot een geïntegreerde uitvoering te komen. Het samenspel tussen raad en college krijgt - wat betreft het armoedebeleid - feitelijk alleen via de P&C-cyclus vorm. Temeer omdat de monitor sociaal domein ook nauwelijks informatie bevat over het armoedebeleid. In de begroting 2022 wordt verwezen naar het Beleidsakkoord. Voor het armoedebeleid zijn daarbij de volgende punten van belang:
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
37
‘We streven naar een groei in de doorstroom van het aantal klanten van bijstand naar loonkostensubsidie en regulier werk. Mensen met een bijstandsuitkering hebben verantwoordelijkheid over hun eigen beslissingen: belonen als ze het goed doen, straffen als zij zich structureel niet aan gemaakte afspraken houden. Wederkerigheid is hierin het sleutelwoord. Consulenten hebben een attitude van helpen en begeleiden in plaats van straffen en afdwingen via regels. Wij gaan de regels voor (bijzondere) bijstand en het Welzijnsfonds herijken. We hechten grote waarde aan goede schulddienstverlening en structurele begeleiding van inwoners die het betreft. We ondersteunen de Voedselbank en Vincentius.’
Aan de hand hiervan heeft de raad de mogelijkheid het armoedebeleid te bespreken en erop te sturen. Afgelopen jaren heeft dat weinig aandacht gekregen, met uitzondering van de begrotingsbehandeling in november 2021. Toen is door een aantal partijen een motie ingediend om de Klijnsma middelen alleen in te zetten voor kinderen in armoede en niet onder te brengen in het Welzijnsfonds, dat een meer generieke inzet mogelijk maakt. Voor deze motie bestond geen meerderheid in de raad. 4.3 Het samenspel binnen MijnGemeenteDichtbij Binnen MijnGemeenteDichtbij zijn veel teams en disciplines betrokken. In de gesprekken wordt nogal eens de gewezen op de bereikbaarheid van het Loket Wegwijs en de aansluiting van hieruit naar andere spelers binnen de gemeente. In dat opzicht zou het loket zijn naam meer eer mogen aan doen, zo wordt gesteld. Veel wordt in dit verband verwezen naar de ingestelde wijkteams. Deze functioneren echter nog maar kort en moeten voor een deel ook nog beter ‘ingeregeld’ worden. Daarom zijn de beoogde verbeteringen in het samenspel nog niet duidelijk waarneembaar, zo wordt vanuit de organisatie opgemerkt. De kanteling van teamleiders per domein naar wijkteammanagers per wijkteam is gaande en zal ook moeten leiden tot versterking van de integraliteit. 4.4 Het samenspel met stakeholders Bij de aanpak van de armoede zijn veel spelers betrokken.
In paragraaf 3.2 is daar ook al op ingegaan. De RKC heeft in de gesprekken met huishoudens alsook maatschappelijke organisaties geconstateerd dat tal van spelers actief zijn, die prachtig werk leveren om de situatie van arme huishoudens te verlichten. Dat gebeurt op veel manieren: ondersteuning bij aanvragen voor regelingen richting gemeente, verstrekken van voedsel, ‘er voor mensen zijn en naast de mensen gaan zitten’’, kinderen mogelijkheden bieden om mee te doen, e.d. Er functioneert een zogenaamd Armoede Hulpverlenings Overleg, waarin een beperkt aantal stakeholders en gemeente periodiek overleggen. In de gesprekken klinkt een luide oproep om een stevig armoedenetwerk te mobiliseren. De gemeente wordt gevraagd in deze een faciliterende rol te pakken. Er bestaat groot draagvlak bij de verschillende spelers voor een dergelijk armoedenetwerk. Toch zijn er ook nog wel accentverschillen in de opvattingen over dit netwerk. Wat betreft de samenstelling zijn sommige spelers voorstander van een kernnetwerk, met daarin vertegenwoordigers van gemeente, Contourde Twern, Woonstichting JOOST, Vincentius, Voedselbank, Stichting Leergeld. Enkele keren per jaar zou een bredere netwerkbijeenkomst kunnen worden georganiseerd, waarbij ook andere spelers aansluiten. Ook over het trekkerschap van dit netwerk bestaat op dit moment nog onduidelijkheid: moet dat de
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
38
gemeente of ContourdeTwern (in opdracht van de gemeente) zijn? Over het voorzitterschap worden ook varianten genoemd die nader verkend moeten worden Met een dergelijk netwerk kan een meer gebundelde uitvoering van het armoedebeleid ontstaan door: kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en de beleidsrichtingen ‘warm te houden’; afstemming van de uitvoeringsactiviteiten te stimuleren in het verlengde van het vastgestelde beleid, bijvoorbeeld over vroegsignalering, verborgen armoede, communicatie, e.d.; het duidelijker benoemen wie welke rol speelt bij welke uitvoeringsacties; het gezamenlijk volgen van de voortgang in de uitvoering van het armoedebeleid en het signaleren van eventuele knelpunten. De taakverdeling tussen gemeente en Contourde Twern verdient daarbij aandacht. In de Maatschappelijke opdracht Contourde Twern 2021 is opgenomen dat Contourde Twern het armoedenetwerk coördineert. Er is niet omschreven wat deze taak inhoudt. De RKC stelt vast dat er ruis is over de afspraken dan wel het niet waarmaken van de gemaakte afspraken met betrekking tot het armoedenetwerk. Het netwerk kan niet alleen bij de beleidsuitvoering een belangrijke rol spelen, maar ook bij de actualisering van het beleid zelf.
Geconstateerd wordt in de gesprekken dat partners in het armoedenetwerk zoals Vincentius vereniging, Stichting Leergeld, Voedselbank, Bureau Sociaal Raadslieden, Contourde Twern met maatschappelijk werk en administratiemaatjes dieper in de samenleving zitten en in die zin van grote betekenis zijn. Dat geldt voor het onderkennen van armoedesituaties, het leggen van eerste contacten en het helpen stellen van de hulpvraag. Natuurlijk zijn er ook andere spelers, die dit soort signalen kunnen geven, zoals woonstichting JOOST via het inzicht in huurachterstanden, de gemeente door achterstand in betalingen van gemeentelijke belastingen, huisartsen via gesprekken in de praktijk, energiebedrijven door niet betaalde energierekeningen. Met respect voor de privacywetgeving kunnen er stappen worden gezet om deze signalen te delen en te komen tot een afgestemde aanpak. De eerste stappen zijn hiervoor gezet. Een ander aspect in het samenspel, dat vanuit de betrokken organisaties vaak genoemd wordt, kan worden samengevat onder de noemer ‘responsiviteit’. Daarmee wordt bedoeld dat de gemeente open moet staan voor initiatieven en verzoeken uit de samenleving. Winst is te behalen door naar elkaar toe (gemeente en organisaties) expliciet te benoemen welke rol men wil pakken en ook kan pakken, gelet op capacitaire en financiële mogelijkheden.
Het duidelijk uitspreken van de verwachtingen naar elkaar toe kan helpen ruis in deze te voorkomen. Ruis, waarvan nu soms sprake is, zo blijkt uit de interviews. Ten slotte wordt gewezen op een meer specifiek punt in het samenspel met stakeholders. Bij de schulddienstverlening wordt onderscheid gemaakt in twee fases. De eerste fase (de zogenaamde stabilisatiefase) wordt door de gemeente zelf uitgevoerd, terwijl de tweede fase (de daadwerkelijk uitvoering van de schulddienstverlening) wordt uitgevoerd door Kredietbank West-Brabant. Gepleit wordt voor een betere en vooral snellere aansluiting van fase 1 naar fase 2. Daardoor blijven mensen minder lang in een schuldenpositie zitten. Dat vraagt om een heldere, eenduidige gedragslijn binnen de gemeente. 4.5 Toetsing aan de normen Bij de onderzoeksvragen zijn normen gehanteerd om te komen tot beoordeling van de rollen en het samenspel bij beleid en uitvoering. Op basis van de bevindingen en de gehanteerde normen komt de RKC tot de volgende beoordelingen.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
39
Daarbij hebben de kleuren notaties de volgende betekenis: Er is niet aan de gehanteerde norm voldaan Er is gedeeltelijk aan de norm voldaan Er is (vrijwel geheel) aan de norm voldaan Normen
Toelichting
De verschillende betrokken spelers vervullen hun rol conform het beleid.
De interne rolverdeling is niet expliciet benoemd, zodat toetsing op deze norm niet mogelijk is. De rollen van stakeholders zijn wel benoemd en er is conform gehandeld
Het college brengt de raad in positie om hun rol als kadersteller, controleur en volksvertegenwoordiger goed te vervullen. Het gaat hierbij vooral ook om juiste en tijdige informatievoorziening.
De raad wordt alleen via de P&C-cyclus in positie gebracht en niet via afzonderlijke tussentijdse beleidsvoorstellen over het armoedebeleid (na vaststelling van de Nota Armoedebeleid (2018). De informatievoorziening is beperkt, mede omdat in de monitor sociaal domein de beleidsdoelen uit de armoede nota niet worden gevolgd.
De raad pakt deze rollen ook daadwerkelijk op.
De raad wordt beperkt geïnformeerd (zie hiervoor), maar neemt zelf ook niet veel initiatief om daar verandering in te brengen. Wel heeft de raad in november 2021 via een – overigens verworpen - motie bij de begrotingsbehandeling een onderdeel van het armoedebeleid expliciet aan de orde gesteld.
Binnen de ambtelijke organisatie is duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is en die verantwoordelijkheid wordt ook waargemaakt.
Via de reguliere taakverdeling zijn de verantwoordelijkheden verdeeld. De verantwoordelijkheden zijn belegd en er wordt ook conform gehandeld, vooral in de uitvoering van de regelingen en voorzieningen.
Het samenspel met stakeholders is duidelijk aangegeven en er wordt ook conform gehandeld.
De stakeholders zijn wel benoemd, maar het samenspel met de stakeholders vraagt om een krachtigere rol vanuit de gemeente, mede gelet op de grote betekenis van deze partners voor de uitvoering van de beleidsdoelen.
4.6 Conclusies over de rollen en het samenspel Uit de voorafgaande bevindingen en de toetsing aan de normen over de rollen en het samenspel worden de volgende conclusies getrokken: De rolverdeling voor het armoedebeleid volgt de reguliere taakverdeling binnen de organisatie. De rollen rondom de uitvoering van de regelingen zijn helder en over het algemeen goed opgepakt. Dat geldt minder voor de uitvoering van de activiteiten op beleidsmatig terrein. Het gaat hierbij vooral om de onderlinge afstemming tussen de beleidsvelden jeugd, wmo en participatie. Bij de huishoudens in een armoedesituatie gaat het immers vaak om meervoudige problemen. Dat vraagt om een integrale beleidsmatige aanpak en maatwerk. Daar is nog winst te behalen. Met de instelling van de wijkteams wordt beoogd het (interne) samenspel te intensiveren en de integrale aanpak te versterken.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
40
Met de instelling van de wijkteams wordt beoogd het samenspel te en de integrale aanpak te versterken. Een verdere doorontwikkeling in de praktijk is nog nodig om deze kansen daadwerkelijk te verzilveren. Het samenspel tussen raad en college krijgt vorm via de P&C-cyclus. Daarbuiten is specifiek voor het armoedebeleid door het college geen voorstellen aan de raad aangereikt en de raad heeft daar zelf ook niet om gevraagd. De monitor sociaal domein voorziet hierin ook niet, omdat hierin over het armoedebeleid weinig relevante beleidsinformatie is opgenomen. In het samenspel met stakeholders komen de volgende aandachtspunten naar voren: o de verschillende stakeholders vervullen een cruciale rol bij de uitvoering van het armoedebeleid; o van de gemeente wordt een stevigere faciliterende rol en een meer responsieve houding verwacht; o een voortvarende mobilisering van het Armoedenetwerk helpt in veel opzichten: een bundeling van kennis en uitvoerend vermogen, een meer afgestemde beleidsuitvoering, een betere blik op de verborgen armoede en de vroegsignalering, een beter zicht op de uitvoering en daarbij optredende problemen alsook eventuele bijstellingswensen van het beleid. Er bestaat groot draagvlak bij de verschillende spelers voor een dergelijk armoedenetwerk. Toch zijn er ook nog wel accentverschillen in de opvattingen over dit netwerk.
Wat betreft de samenstelling zijn sommige spelers voorstander van een kernnetwerk, met daarin vertegenwoordigers van gemeente, Contourde Twern, Woonstichting JOOST, Vincentius, Voedselbank, Stichting Leergeld. Enkele keren per jaar zou een bredere netwerkbijeenkomst kunnen worden georganiseerd, waarbij ook andere spelers aanschuiven. Ook over het trekkerschap van dit netwerk bestaat op dit moment nog onduidelijkheid: moet dat de gemeente of ContourdeTwern (in opdracht van de gemeente) zijn? Over het voorzitterschap worden ook varianten genoemd die nader met verkend moeten worden.
Rekenkamercommissie Boxtel – Onderzoek armoedebeleid - 2022
41