CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Boxtel- Bijlage 1 Memo gemeenteraad aanvullende informatie tbv behandeling omgevingsvisie in de gemeenteraad (1364030)

Raadsvergadering Boxtel 4 februari 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Vaststelling omgevingsvisie Boxtel met bijbehorende omgevingseffectrapportage2.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Van Aan Datum Zaaknummer

College van Burgemeester en Wethouders Gemeenteraad van de gemeente Boxtel 5 november 2024 1364030 (memo) 1347331 (hoofdzaak omgevingsvisie)

Onderwerp Aanvullende informatie t.b.v. behandeling omgevingsvisie in de gemeenteraad

Inleiding Op 17 september heeft de gemeenteraad besloten om het onderwerp: ‘Vaststelling omgevingsvisie Boxtel met bijbehorende omgevingseffectrapportage’ van de agenda te halen. De raad heeft aangegeven behoefte te hebben aan meer informatie over o.a. de bevoegdheden van de raad na vaststelling van de omgevingsvisie. In het presidium van 24 september is besloten om aan het college een memo te vragen waarin ingegaan wordt op de volgende onderwerpen: 1. Bevoegdheden raad onder de omgevingswet. 2. Overzicht vraag / antwoord betreffende het proces. 3. Overzicht op te stellen programma’s. In deze memo gaan we in op deze onderwerpen. Naar aanleiding van de vragen die gesteld zijn tijdens de in-gesprekavond van 3 september is er ook nog nadere informatie reactie advies commissie MER opgenomen in deze memo (punt 4). Wij vertrouwen erop dat met het aanleveren van deze memo voldaan wordt aan de behoefte van de gemeenteraad om voor de besluitvorming van de omgevingsvisie (nu geagendeerd voor december) nadere informatie te ontvangen.

1. Rol en verantwoordelijkheden raad en college bij omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en omgevingsplan De Omgevingswet gaat uit van samenhangend, integraal beleid. Én van onderling vertrouwen. Tussen overheid en burger, tussen overheden onderling, maar ook tussen gemeenteraad en college. Het onderscheid tussen strategisch beleid (omgevingsvisie) en meer uitvoeringsgericht beleid (programma’s) is hiervan een uitwerking. In onderstaande afbeelding is goed te zien dat de Omgevingswet hierbij als uitgangspunt een 'haasje over'-principe hanteert. De raad is bevoegd voor de omgevingsvisie, het college voor het programma. Vervolgens stelt de raad het omgevingsplan vast en verleent het college de vergunningen.

1

Het college kan op basis van artikel 3.4 van de Omgevingswet programma’s vaststellen. Dat de raad wettelijk niet bevoegd is om programma’s vast te stellen, betekent niet dat de raad niet betrokken kan worden bij de totstandkoming en besluitvorming omtrent een programma. Op basis van artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het college bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden immers rekening met de taken en bevoegdheden van bijvoorbeeld de raad, en stemt zo nodig met de raad af. Hoe die afstemming vormgegeven wordt, kan per situatie/programma verschillen. Afhankelijk van welk programma en de mate waarin in dat programma naast maatregelen (uitvoering van omgevingsvisie) ook nadere beleidsregels worden opgenomen is de rol van de raad in zo’n traject groter of kleiner. Zo kan de raad vooraf geïnformeerd worden of om advies/mening gevraagd worden, bijvoorbeeld in een oordeelsvormende vergadering. Ook kan het zijn dat de raad vanwege het budgetrecht (artikel 189 Gemeentewet) betrokken moet worden. Via een motie (opdracht aan het college) of amendement (tekstaanpassing in de omgevingsvisie) kan de raad bij de vaststelling van de omgevingsvisie borgen dat er een werkwijze/procedure wordt vastgelegd over de rol van de raad bij het opstellen en vaststellen van omgevingsprogramma’s.

Zoals gebruikelijk in de samenwerking tussen college en raad, zal ook in deze fase het college zich inspannen om de raad zo goed als mogelijk te betrekken. Zo zal de raad nauw betrokken worden in het

2

traject om de werkwijze voor het opstellen van en werken met omgevingsprogramma's én de prioritering van de omgevingsprogramma’s vast te stellen. Tot slot wijzen wij erop dat de raad kan besluiten om de omgevingsvisie eerder te wijzigen dan over 4 jaar, indien zij daar goede redenen voor meent te hebben. Zo’n reden zou ook kunnen zijn dat de uitwerking van een bepaald programma niet aansluit bij de wensen van de raad. De kans daarop achten wij overigens erg klein. Het is immers onze intentie om de mening van de raad over die uitwerking aan de voorkant op te halen (participatie) en mee te nemen teneinde een gedragen uitgewerkt programma te kunnen vaststellen. Voor specifieke onderwerpen verplicht de Omgevingswet bestuursorganen een programma op te stellen. Voor gemeenten gaat het dan om een Actieplan geluid (alleen gemeenten groter dan 100.000 inwoners), Geluidsaneringsprogramma wegen onder beheer van de gemeente (dit is in Boxtel al in beeld. Voor alle woningen die in aanmerking komen is al subsidie aangevraagd) en Programma bij (dreigende) overschrijding omgevingswaarde (in Boxtel niet aan de orde). Voor de gemeente Boxtel is er geen sprake van verplicht op te stellen programma’s. De niet verplichte programma’s die de komende tijd in elk geval worden uitgewerkt zijn in de omgevingsvisie op pagina 46 en 47 opgesomd.

Onder punt 3 van deze memo staat (ook) een overzicht van deze programma’s.

2. Overzicht vraag / antwoord betreffende het proces De onderstaande vragen zijn tijdens de informatieavond van 27 augustus gesteld met betrekking tot proces. Het gegeven antwoord erbij vermeld. Vraag: Wanneer wordt de omgevingsvisie bijgesteld en hoe verloopt proces tot vaststelling / besluitvorming. Antwoord: 4 jaar na vaststelling wordt de omgevingsvisie herzien. Dit heeft de raad bij het vaststellen van de ambities in december 2022 al bepaald. Het herzien van de omgevingsvisie gaat op dezelfde manier als het proces nu: participatie, inspraak, conceptversie ter inzage, formeel besluitvorming door de gemeenteraad. De raad wordt dan uiteraard weer betrokken bij het proces. Een herziening kan ook eerder aan de orde zijn als lokale en/of landelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Vraag / opmerking: Wat is de status van het document als het vastgesteld is? Wie mag ervan af wijken. Kan het college afwijken van de door de raad vastgestelde ambities? Antwoord: De omgevingsvisie is voor de gemeente zelfbindend en heeft geen directe juridische gevolgen voor andere partijen. Wel vormt de visie het kader voor de nadere uitwerking omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en ook concrete projecten en initiatieven. Dit betekent dat de gemeente zich dient in te spannen om de genoemde ambities te realiseren.

Een visie is op hoofdlijnen, hoe we dit gaan doen is uitwerking in programma’s en omgevingsplan. Een beperkte plaatselijke afname van een of meerdere kernkwaliteiten kan verdedigbaar zijn, als hiermee een zwaarwegend gemeenschappelijk belang is gediend. In theorie zou in een bepaald programma (vast te stellen door college) afgeweken kunnen worden van wat er in de omgevingsvisie is opgenomen over het betreffende onderwerp. Het is echter juist de bedoeling om omgevingsvisie en programma’s op elkaar af te stemmen en te verbinden. Via tussentijdse monitoring en evaluatie, waarin de raad uitdrukkelijk wordt meegenomen, en uiteindelijk actualiseren van de visie zelf (bevoegdheid van de raad) na uiterlijk 4 jaar, kan de raad zo nodig bijsturen in het beleid. Zie ook de vraag hierna over vaststellen programma. Iets anders is de situatie waarin een initiatiefnemer iets wil of aanvraagt wat afwijkt van de omgevingsvisie/omgevingsplan. Dan hangt het ervan af wat voor project het betreft en met welke procedure dat behandeld moet worden. Is voor de afwijking een wijziging van het omgevingsplan nodig dan is de raad daartoe aan zet. Kan de gevraagde afwijking middels een BOPA vergunning dan is het aan het college om daarover te beslissen tenzij het om een project gaat dat door de raad is aangewezen om bindend advies over te geven.

3

Vraag: Wie is bevoegd om de programma’s vast te stellen? Antwoord: Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente kan op basis van artikel 3.4 van de Omgevingswet programma’s vaststellen. De raad van een gemeente is niet bevoegd om programma’s vast te stellen. Dat betekent overigens niet dat de raad niet betrokken kan worden bij de totstandkoming en besluitvorming omtrent een programma. Op basis van artikel 2.2 van de Omgevingswet houdt het college bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden immers rekening met de taken en bevoegdheden van bijvoorbeeld de raad en stemt zo nodig met de raad af. Afhankelijk van de inhoud van het omgevingsprogramma en de financiële consequenties (gemeenteraad besluit nemend orgaan) zal per omgevingsprogramma de wijze van samenwerking met de gemeenteraad en haar rol worden bepaald. Vraag: Waarom de omgevingsvisie nu vaststellen? We hebben tot 1 januari 2027. Antwoord: De deadline voor het vaststellen van een omgevingsvisie was oorspronkelijk 1 januari 2025. Deze deadline is verschoven door het (meerdere malen) uitstellen van de invoering van de Omgevingswet. Bovendien is er behoefte aan een actueel beleidskader, gelet op de huidige maatschappelijke opgaven. De geldende Structuurvisie ‘Verfrissend Boxtel’ dateert uit 2011.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de termijn voor het vaststellen van het omgevingsplan niet bijgesteld. Tot eind 2031 hebben gemeenten de tijd om het tijdelijke deel (ruimtelijke regels uit verschillende vervallen instrumenten) van het omgevingsplan om te vormen tot één nieuw omgevingsplan voor de gehele gemeente. Hiervoor dient de omgevingsvisie vastgesteld te zijn. Ter voorbereiding van de raadsvergadering van 17 september is in de periode na de in-gesprekavond van 3 september tot 17 september onderstaande technische vraag gesteld met betrekking tot proces. Vraag: Tot op heden stelt de raad beleidsplannen en visies vast zoals de economische visie, toerisme en recreatie, programma wonen. Nu gaat de raad de omgevingsvisie vaststellen. Deze visie biedt de kaders voor allerlei beleid, maar dit is op een "hoog schaalniveau". De verdere uitwerking vindt plaats in programma's. Echter worden deze programma's niet meer door de raad vastgesteld, maar door het college. Uiteraard zal het college ook luisteren naar wat de raad wil, maar strikt genomen is het vaststellen van de programma's een bevoegdheid van het college. Wij zouden graag zien dat de raad een duidelijke stem heeft in (een deel van) de programma's en de uitwerking van de programma's. Hoe dit precies zou moeten / kunnen weet ik niet.

Vandaar de vraag "Hoe kan dit op een goede wijze formeel vastgelegd worden, met respect voor de rolverdeling tussen college en raad?" Antwoord: Bij elk op- en vast te stellen programma hoort verplicht een participatietraject. Ook de raad krijgt daarin een rol. Formele bevoegdheid tot vaststelling van omgevingsprogramma’s ligt bij het college. Het nieuwe omgevingsplan, waarin verschillende onderwerpen vanuit de programma’s gaan landen, wordt wel door de raad vastgesteld. Afhankelijk van welk programma en de mate waarin in dat programma naast maatregelen (uitvoering van omgevingsvisie) ook nadere beleidsregels worden opgenomen is de rol van de raad in zo’n traject groter of kleiner. In een motie kan de raad het college opdragen om, in vervolg op de vaststelling van de omgevingsvisie, in overleg met de raad afspraken te maken waarmee de rol van de raad bij het opstellen en vaststellen van programma’s nader wordt bepaald en vastgelegd. Bijvoorbeeld in de vorm van een instemmingsvereiste of een zogenaamde procedure van wensen en bedenkingen of andere vergelijkbare procedure. Mocht de raad hierover in de tekst van de omgevingsvisie iets opgenomen willen zien dan moet dat via een amendement.

4

3. Overzicht op te stellen programma’s De omgevingsvisie is de paraplu waar het nieuwe beleid in de vorm van plannen en programma's onder gaat vallen. De programma's zijn een verdere uitwerking waarin invulling wordt gegeven om aan de ambities te voldoen. In de omgevingsvisie is benoemd welke ambities op welke manier terugkomen in de programma's. Daarnaast wordt er een Omgevingsplan opgesteld met daarin regels voor de fysieke leefomgeving van Boxtel. De aankomende jaren worden door de gemeente in elk geval de volgende omgevingsprogramma's uitgewerkt: • Programma wonen • Programma gezondheid • Programma recreatie en toerisme • Programma economie • Programma duurzame mobiliteit • Programma klimaatadaptatie en water • Programma duurzaamheid • Programma natuur, landschap en biodiversiteit • Programma accommodatie en voorzieningen • Programma warmte • Programma kostenverhaal en financiële bijdragen (oktober 2024 vastgesteld) Naast de hierboven genoemde programma’s gaan we ook werken met gebiedsgerichte programma’s. In een gebiedsgericht programma behandelen we meerdere onderwerpen en opgaven in samenhang, om zo bij te dragen aan de ambities voor de omgevingsvisie. Dit doen we in ieder geval voor: • Kern van Boxtel • Het Vitaal landelijk gebied. Maar er komen de aankomende jaren meer gebiedsgerichte programma's.

Op pagina 46 en 47 van de omgevingsvisie staat per omgevingsprogramma aangegeven aan welke ambitie het programma bijdraagt.

4. Nadere informatie reactie advies commissie MER Tijdens de in-gesprek avond van 3 september is de vraag gesteld of het antwoord op het advies van de commissie MER voldoende is? Zijn alle dilemma’s genoemd? Antwoord: De kern van het advies van de Commissie mer komt neer op de volgende 4 punten: 1.Welke beleidskeuzes van andere overheden zijn bepalend voor nog te maken keuzes in de omgevingsvisie en -programma’s. 2.Overzicht van de belangrijkste ruimtelijke dilemma’s waarover nog besluiten genomen moeten worden. 3.In welke programma’s wordt over die dilemma’s besloten. 4.Hoe worden het omgevingsbelang en de ambities daarin meegenomen. In de notitie d.d. 13 augustus 2024 van het college aan de raad is hier als volgt invulling aan gegeven: 1.Op pagina 5 onder het kopje Samenhang met programma’s en plannen van andere overheden is opgesomd welk beleid van andere overheden hierbij een rol speelt. 2.Op pagina 5 onder het kopje Dilemma’s zijn de belangrijkste dilemma’s hiertoe opgesomd. Er staat enkele dilemma’s, maar feitelijk zijn dat de belangrijkste dilemma’s. Namelijk (1) woningbouw en voorzieningen versus klimaat adaptieve/groene maatregelen en mobiliteitsvoorzieningen en (2) de slag om het buitengebied, aangezien daar veel belangen samenkomen die allemaal om ruimte

5

vragen en waarin dus keuzes gemaakt moeten worden. Daarnaast zijn er nog meer dilemma’s, maar die zijn in de notitie niet uitputtend opgesomd. 3.We hebben niet elk programma precies gekoppeld aan een bepaald dilemma. Ten eerste zullen dilemma’s vaak in meerdere programma’s terugkomen. En voor de toekomstige invulling van het buitengebied ligt het voor de hand dat met name in het gebiedsgerichte programma Vitaal Landelijk Gebied daar invulling aan zal gaan geven. 4.Op pagina 6 onder de kopjes Het omgevingsbelang en onderzoek en Monitoring is aangegeven hoe het omgevingsbelang en de ambities meegenomen worden in de verdere uitwerking van de programma’s.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=660b33f7-68b4-4fa7-9337-c2fc807e3083