Nieuw-Bijlage 2. Bijlagen bij de BOPA motivering (onderbouwing) zonnepark Ontginningsweg d.d. 26 juni 2025
Tekst van het document
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel Bijlagenboek
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
1
colofon
projectnaam Zonnepark Ontginningsweg Boxtel datum 1 mei 2025 projectnummer P07285 opdrachtgever Chint Solar Nederland Projecten B.V. BRO projectleider RTa projectteam WvdH bron kaft BRO review TAu
Willemsplein 2 5211v AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
2
Inhoudsopgave Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing Bijlage 2 - Quickscan Flora en Fauna
Bijlage 3 - Stikstofberekening Bijlage 4 - Weging van het waterbelang Bijlage 5 - Participatieplan
Bijlage 6 - Informatie zonnepanelen en BESS Bijlage 7 - Adviesbrief veiligheidsregio Bijlage 8 - Contact Enexis Bijlage 9 - Datasheet camera’s
Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
3
Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing
Landschappelijke inpassing Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
colofon
projectnaam Landschappelijke inpassing Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel datum 26 juni 2025 projectnummer P07285 opdrachtgever Chint Solar Nederland Projecten B.V. BRO projectleider RT projectteam IB bron kaft BRO
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2
1.3 1.4
2
Aanleiding en initiatief Kaders en uitgangspunten
1.2.1
Planvoornemen
1.2.2
Beleidskaders
4
4 4 4 4
Kenschets landschap Huidige situatie
7 8
Landschappelijke inpassing
10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Inrichtingsmaatregelen Meervoudig ruimtegebruik Maatschappelijke meerwaarde Beplantingsindicatie Beheer en onderhoud
12 13 13 13 15
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
Chint Solar Nederland Projecten (hierna: Chint) heeft het voornemen een zonnepark te realiseren op een aantal percelen in het buitengebied van de gemeente Boxtel. De percelen zijn globaal gelegen tussen de Ontginningsweg en de Oirschotseweg ter hoogte van de naastgelegen boomkwekerij. De projectlocatie is nu in gebruik als agrarische grond. Op de percelen rust op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ van de gemeente Boxtel de bestemming ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden - natuur en landschap’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Attentiegebied EHS’ en ‘Waarde - Leefgebied soorten kleinschalig cultuurlandschap’. Daarnaast is er een dubbelbestemming opgenomen Leiding - Gas. Bij verdere planuitwerking dient er rekening gehouden te worden met de genoemde bestemmingen.
1.2
Het plan voor het zonnepark aan de Ontginningsweg voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor zonneparken, de landschappelijke inpassing daarvan en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Deze zijn in onderstaande paragrafen beknopt weergegeven. 1.2.1 Planvoornemen De wens van de initiatiefnemers is om de huidige agrarische percelen met de kadastrale aanduidingen Boxtel N 359, 1045 en 1046, in totaal 9,5 hectare, te gebruiken voor het realiseren van een zonnepark. Hierbij is het van belang de kwaliteiten vanuit het landschap mee te nemen en te versterken. Daarnaast zal er rekening gehouden moeten worden met de nabijheid van het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) en de Ecologische verbindingszone (EVZ) langs de Ontginningsweg. 1.2.2
Om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken is een afwijking van het omgevingsplan noodzakelijk. Voor deze afwijking dient te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke inpassing die aansluit op het behoud en bevordering van de omgevingskwaliteit. In januari 2021 heeft BRO een principeverzoek voorbereid voor het zonnepark aan de Ontginningsweg. De gemeente heeft inmiddels een positief besluit genomen m.b.t. de ontwikkeling. Een voorwaarde voor een omgevingsvergunning is een gedegen landschappelijke inpassing. Onderhavig advies geeft inzicht in welke inpassingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.
Kaders en uitgangspunten Deze verbinding betreft de zone langs de Heerenbeekloop, welke uitmond in de Beerze en tevens onderdeel uitmaakt van het natuurgebied Kampina. De ruimtelijke kwaliteit moet zijn geborgd met een landschappelijk inpassingsplan Met de beoogde ontwikkeling moet worden aangesloten op de voorkomende landschappelijke kwaliteiten, volgend uit de opgestelde gebiedspaspoorten: de Structuurvisie Boxtel en in de Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het buitengebied (gemeente Boxtel, 14 april 2015) en de daarbij behorende Handreiking kwaliteitsverbetering voor initiatiefnemers in het buitengebied van Boxtel (juni 2015).
Beleidskaders
Visie zonne- en windenergie 2020 – gemeente Boxtel Met de Beleidsvisie ‘zonne- en windenergie Boxtel’ zet de gemeente Boxtel uiteen hoe invulling te geven aan de realisatie van zonne-energie. In de visie is afgewogen welke locaties binnen de gemeente geschikt zijn gelet op aspecten van zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit, zie figuur 2 en 3. De biodiversiteit op en direct nabij de projectlocatie moet toenemen Het plangebied maakt onderdeel uit van de groenblauwe mantel. Binnen deze groenblauwe mantel is het van belang dat de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ecologische en (cultuurhistorische) landschappelijke waarden. Het behouden, herstellen en duurzaam ontwikkelen van deze kwaliteiten staat hierbij centraal. Daarnaast grenst het plangebied aan een ecologische verbindingszone. Figuur 1: Ligging plangebied, bron: google maps
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
4
Daarnaast is ook het borgen van de maatschappelijke meerwaarde door de mate van meervoudig ruimtegebruik en de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken. De ligging langs NNB en binnen de gebiedsbegrenzing attentiezone waterhuishouding biedt potentie de volgende ruimtelijke opgaven te koppelen aan de aanleg van een zonnepark: • Combinatie met attentiezone waterhuishouding • Natuurontwikkeling De recreatieve / toeristische waarde moet toenemen Een zonnepark kan de bestaande recreatieve waarde van een gebied of een route versterken. Ook kan de realisatie van een zonnepark kanen bieden voor het openstellen van een gebied dat voorheen niet toegankelijk was voor publiek. In het gebied met een waterbergingsopgave wordt invulling gegeven aan de waterbergingsfunctie In TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant wordt vermeld dat er ter plaatse van het plangebied een attentiezone waterhuishouding geldt en de aanduiding Behoud en herstel van watersystemen, wat betekent dat bescherming van de waterhuishouding en functies en activiteiten uitsluit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen NNB. In een zone van 1000m rondom de Kampina moet de stikstofdepositie afnemen Binnen deze zone ligt de opgave de stikstof uitstoot drastisch te verminderen.
Met de aanleg van een zonnepark wordt gedurende de exploitatie agrarische grond niet bemest waardoor stikstofdepositie aanzienlijk afneemt. Het projectgebied ligt net buiten de aanduiding 1000m t.o.v. habitatgebied Natura 2000, maar er wordt door middel van deze ontwikkeling wel bijgedragen aan deze norm.
Ontwikkeling zonneparken in landelijk gebied - TAM omgevingsverordening Noord-Brabant Binnen het landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Om te kunnen voldoen aan de doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie zijn de volgende punten vanuit de TAM Omgevingsverordening Noord-Brabant van kracht om de ontwikkeling in te kunnen passen: • uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie; 2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouwpercelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.
• de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getroffen om de impact op de omgeving te beperken; • de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project; • is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten; • juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzieningen, worden verwijderd; • de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; en • de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder.
Figuur 2: Pv-zon gebied algemene voorwaarden
Figuur 3: Pv-zon gebiedsspecifieke randvoorwaarden
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
5
Regionale energiestrategie (RES) De gemeente Boxtel valt onder de Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant. In afwegingskader landschap RES NOB worden de volgende punten binnen de zonneladder aangehaald over de plaatsing van zonnepanelen: Zonneladder buitengebied • Om versnippering van het landschap te voorkomen is het in het landelijk gebied wenselijk om zonneweides te concentreren. Plaatsingsstrategieën zijn hierbij van toepassing. Binnen de plaatsingsstrategie voor ons project geldt dat het plan m.b.t. het landschapstype kan worden ingepast. Bij inpassing worden de inpassingsmaatregelen zo ingezet dat deze de landschappelijke structuren op termijn versterkt. Omkeerbaarheid is het streven: het verwijderen van een zonneweide laat geen onuitwisbare sporen achter in het landschap. De inpassingsmaatregelen moeten in deze zin de landschappelijke structuur versterken. Structuurvisie Boxtel 2011 Het buitengebied van de gemeente Boxtel kent een sterke verwevenheid van natuur, landbouw, wonen, watersystemen en recreatie. In het gemeentelijk beleid wordt hier dan ook op ingespeeld en wordt er getracht deze ontwikkeling te behouden en te versterken. Hierbij wordt er gestreefd naar een verbreding en verbetering van de agrarische gebruiksmogelijkheden en anderzijds naar het versterken van de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden.
Dit betekent dat er ruimtelijke ontwikkelingen binnen het buitengebied van de gemeente Boxtel mogelijk zijn. Hierbij staat het behouden en of versterken van de kernkwaliteiten in het buitengebied voorop. Dit zal worden meegenomen binnen de nieuwe ontwikkeling. Speerpunten die hieronder vallen zijn: • Behouden en versterken van de essentiële cultuurhistorische waarde van het natuurrijke cultuurlandschap. De historische landwegen, structuur en waardevolle morfologie moeten zoveel mogelijke
•
• •
worden behouden. Het beschermen en versterken van de natuurwaarden. Beheer van bos moet zoveel mogelijk op ecologische basis plaatsvinden. Biodiversiteit moet zoveel mogelijk worden vergroot. Het verbeteren van recreatieve gebruiksmogelijkheden, waarbij vooral wordt gedacht aan groene vormen van recreatie. Het verbeteren van de ecologische relaties tussen de natuurgebieden. Bestaande en geplande ecologische verbindingszones moeten worden versterkt.
Omgevingsvisie 2040 Boxtel Inclusieve duurzaamheid In het ontwerp omgevingsvisie wordt het volgende aangehaald over energietransitie, specifieke randvoorwaarden ontbreken: ‘Voor de energietransitie wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik, in verband met de schaarse beschikbare ruimte. De opgave om energieneutraal te worden krijgt vooral vorm door zon op daken, zonnevelden en windenergie in het landelijk gebied met dubbelgebruik. Het dubbelgebruik kan bestaan uit agri-pv (gecombineerd gebruik landbouw – energie), recreatie, bevordering van de biodiversiteit of waterberging. Waar dat kan wordt zonne-energie toegepast in het bestaande bebouwde gebied, en waar het nodig is wordt het buitengebied ingezet. Volgens het geldende beleid zijn zonnevelden onder de juiste voorwaarden mogelijk. Zonnevelden mogen niet ten koste gaan van de omslag naar duurzame landbouw.’ Deze visie sluit aan op de gestelde kaders binnen de visie zonne- en windenergie 2020 – gemeente Boxtel. Daarnaast heeft er een keukentafelgesprek plaatsgevonden met de direct omwonende, waarbij de wensen voor de landschappelijke inpassing zijn geïnventariseerd. Deze wensen zijn voor zover mogelijk meegenomen in deze rapportage en het ontwerp.
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
6
1.3
Kenschets landschap
Om de beoogde ontwikkeling goed te kunnen inpassen in het landschap zijn de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten van het landschap verkent. Deze gebiedseigen kenmerken vormen de uitgangspunten voor de ruimtelijke- en landschappelijke inpassing van het plan. De percelen zijn globaal gelegen tussen de Ontginningsweg en Oirschotseweg ter hoogte van de naastgelegen boomkwekerij. De Ontginningsweg ligt aan de Westzijde van het plangebied en is een weg met historie. Vanaf deze weg werden de huidige percelen en dus de vroegere woeste gronden geschikt gemaakt voor landbouw omstreeks de 19e eeuw. Deze locatie werd voor de Tweede Wereldoorlog gekenmerkt door een kleinschalig mozaïeklandschap. Dit mozaïeklandschap bestond uit houtwallen, sloten en heggen. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dit beeld en ontstonden er door de ruilverkaveling grote en efficiënte percelen (zie de historische kaarten), met minder ruimte voor groenelementen.
Figuur 4: 1950 (Bron topotijdreis)
Figuur 6: 2019 (Bron topotijdreis)
Niet alleen de percelen hebben te maken gehad met een grote transformatie. Ook de functies en het landgebruik zijn door de jaren heen veranderd. Zo werd het landschap voorheen gekenmerkt door het gebruik als akkers en weiden, voordat boomteelt een plaats kreeg binnen het gebied. In de huidige situatie maakt boomteelt nog altijd een belangrijk deel uit van het huidige landschapsbeeld in dit deel van de gemeente Boxtel. In het begin van de 21e eeuw kregen de aanliggende kavels ten westen van het plangebied de status ‘ecologische verbindingszone’. Met de planontwikkeling kan worden bijgedragen aan de ontwikkeling van natuurwaarden én het terugbrengen van de kleinschaligheid door landschapselementen die in voorgaande jaren zijn verdwenen in de toekomst een nieuwe plek te geven. Figuur 5: 1980 (Bron topotijdreis)
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
7
1.4
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het kleinschalige mozaïek landschap en maakt onderdeel uit van het landschapstype ‘kampenlandschap’. Dit landschapstype wordt gekenmerkt door: kleinschaligheid, onregelmatige verkaveling, kronkelige wegen, verspreide bebouwing met erfbeplanting, wegbeplanting, kavelgrensbeplanting en reliëf. Het plangebied wordt in het noorden en noordoosten begrensd door een boomkwekerij en aan de westzijde door een ecologische verbindingszone. De Bosschages grenzend aan de directe omgeving van het plangebied maken daarnaast onderdeel uit van Natuurnetwerk Brabant, wat de omgeving rondom het plangebied voor de natuur waardevol maakt. Daarnaast is dit aangrenzende landschap geliefd door wandelaars en natuurliefhebbers. In figuur 7 t/m 15 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven.
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
8
1
4
Figuur 7: westzijde plangebied: Ontginningsweg
2
Figuur 10: begrenzing van de boomkwekerij en het NNB
5
Figuur 8: zicht op de percelen met de achterliggende boomkwekerij
3
Figuur 11: hoogteverschil tussen de twee percelen
6
Figuur 9: perceel scheiding vanaf de Ontginningsweg
Figuur 12: zicht op perceel richting de Oirschotseweg
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
7
Figuur 13: aangrenzende boomkwekerij
8
Figuur 14: zicht vanuit het noorden over het plangebied
9
Figuur 15: streefbeeld verkaveling in de toekomst
9
2
Landschappelijke inpassing
Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan het zonnepark op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. In aansluiting op de omgeving is langs alle randen een robuuste zone ingericht met landschapselementen die het zonnepark inpassen. Door het toevoegen van landschapselementen wordt niet alleen het landschap versterkt, maar krijgen ook de ecologische en cultuurhistorische waarden in het gebied en de directe omgeving een impuls. Met name de ligging van de NNB gebieden rondom de percelen en de ecologische verbindingszone aan de westzijde van het plangebied geven aanleiding voor een ecologische verbetering/verhoging van de biodiversiteit. De grootste biodiversiteitswinst wordt in het plan behaald door de aanleg van nieuwe landschapselementen, waardoor er nieuwe schuilgelegenheden en voedselbronnen ontstaan voor insecten (bijen, vlinders), vogels en andere fauna.
Hierbij wordt er gebruik gemaakt van inheemse beplanting, waarbij er zoveel mogelijk vruchtdragende en bloeiende soorten worden toegepast in lijn met de landschapskenmerken. Aan de binnenzijde van de groenvoorzieningen wordt een hekwerk geplaatst die het zonnepark begrenst. Langs het hekwerk is een vrije ruimte opgenomen van 3 meter, waarbinnen de panelen zijn opgesteld.
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
10
projectgrens
hekwerk
A Ontginningsweg
A’
2.4
22,5 meter
3
4.005
Groenstrook EVZ, boomgroepen met onderbeplanting + bloem- en kruidenrijk grasland
vrije ruimte/ onderhoudspad
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland
projectgrens
projectgrens
hekwerk
4
2.4
B
0.8
4,5
3
Struweel
vrije ruimte/ onderhoudspad
B’
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland hekwerk
D projectgrens
4.005
3
20 meter
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland
vrije ruimte/ onderhoudspad
Bosschage versterken NNB
hekwerk
C’
2.4
C Ontginningsweg
29 meter
3
4.005
Groenstrook EVZ, boomgroepen met onderbeplanting + bloem- en kruidenrijk grasland
vrije ruimte/ onderhoudspad
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
D’
11
2.1
Inrichtingsmaatregelen
Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Versterken kleinschalig mozaïek landschap door aanplanten struweelhagen. 2. Inpassing en versterken NNB-gronden door aanleg van een bosschage. 3. Versterken ecologische verbindingszone door aanleg boomgroepen, struiken en bloem- en kruidenrijk grasland. 4. Vrijhouden strook rondom gasleiding van panelen. 1. Versterken kleinschalig mozaïeklandschap door aanplanten struweelhagen De struweelhagen in het plan zorgen voor een versterking van de kleinschaligheid en de inpassing van het zonnepark. Door gebruik te maken van struweel blijven de structuren vrij compact (hoogte ca. 4m en breedte ca. 5-7m). De zichtbaarheid van het zonnepark wordt hierdoor beperkt, zo hebben de woningen in het zuiden en de aangrenzende boomkwekerij niet direct zicht op het zonnepark. Door gebruik te maken van soorten die verschillende flora en fauna aantrekken wordt er een leefomgeving gecreëerd die in verbinding zal komen te staan met het huidige Natuurnetwerk Brabant. 2. Inpassing en versterken NNB door aanleg van een bosschage Om aan te sluiten op de NNB bosschages rondom het plangebied wordt er aan de oostzijde een bosschage ingepast. Hiermee wordt niet alleen het NNB versterkt, maar vormt het samen met de struweelhagen een nieuwe verbinding met de ecologische verbindingszone.
Daarnaast biedt deze maatregel een passende overgang van de NNB bosschages naar het plangebied.
3. Versterken ecologische verbindingszone door aanleg boomgroepen, struiken en bloem- en kruidenrijk grasland Om de flora en fauna in het gebied zo min mogelijk te verstoren, wordt de westkant van de percelen voorzien van een groenstrook. Deze strook zal de ecologische verbindingszone gaan versterken. Op deze strook zullen boomgroepen, struiken en kruidenrijk grasland elkaar afwisselen. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van gebiedseigen sortiment en natuurdoeltypen die voorkomen binnen de NNB. Vanaf de Ontginningsweg wordt er op deze manier een divers landschap gecreëerd en wordt de huidige EVZ versterkt. Daarnaast biedt deze maatregel een passende en zachte overgang van de ecologische verbindingszone naar het plangebied. De fysieke overgang naar het zonnepark is vormgegeven door kleinschalige landschapselementen. Dit is in vergelijking tot de struweelhagen dus geen compacte structuur, maar is deze zijde als het ware transparant ingericht. De bestaande eikenboom aan de zijde van de Ontginningsweg, gelegen binnem de ecologische verbindingszone blijft bij de plantontwikkeling behouden. Daarnaast zullen er insectenhotellen worden geplaatst en bieden paalkasten een uitstekende schuilplaats voor vleermuizen. 4.
Vrijhouden strook rondom gasleiding van panelen Vanwege de ligging van een gasleiding onder een perceel binnen het plangebied is het niet mogelijk hier zonnepanelen te plaatsen. Daarom wordt hier gebruik gemaakt van een groenstrook die het plangebied doorkruist en de zones voor de zonnepanelen in tweeën splitst. Deze doorgang vormt daarnaast ook een geschikte corridor voor fauna, waarlangs wild zich van de ene naar de ander zijde van het zonnepark kan verplaatsen. Deze strook zal bestaan uit extensief beheerd grasland. Door extensief beheer kan er spontane natuurontwikkeling ontstaan. Dit zorgt in relatie tot de ecologische situatie voor een meerwaarde binnen het plangebied. Om het zicht op het zonnepark te beperken worden er binnen deze strook kleinschalige landschapselementen toegevoegd. Deze landschapselementen zijn voornamelijk gesitueerd aan de twee
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
uiteinden van de strook. Deze elementen benadrukken het zicht op de boomkwekerij verzacht. Opstelling zonnepanelen De zonnepanelen zullen zuidelijk worden georiënteerd. Door gebruik te maken van een centrale lijn en op onderling gelijke afstand worden de panelen met regelmaat op het perceel georganiseerd. Hiermee wordt vertanding langs zichtbare zijdes voorkomen. Ze worden opgesteld in rijen met een hellingshoek van 13° en bereiken een hoogte van 2,4 meter. De afstand tussen de tafels bedraagt 2 meter waardoor er voldoende water en zonlicht op de bodem terecht komt. De minimale hoogte bedraagt 0,8 meter, dit om onderhoud en dubbel ruimtegebruik mogelijk te maken. Aan de oost- en westzijde wordt een afstand van minimaal 4 meter tot aan de sloten gehouden voor een groene zone en onderhoud aan de sloten. Locatie gebouwen en batterij Om een rustig beeld te creëren zijn de gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het zonnepark zoveel mogelijk geclusterd. De bouwwerken zijn opgenomen aan de westkant van het plangebied, gelegen aan een centraal onderhoudspad langs de gehele zijde. Vanuit deze positie zal eventueel geluid zo min mogelijk richting de omgeving worden uitgedragen.De batterijlocatie ligt aan de zuidwestzijde, gelijk bij de inrit. Een struweelhaag camoufleert het directe zicht op de batterijopstelling.
Hekwerk Ter afscheiding wordt tussen het openbare terrein en de zonneweide langs de binnenzijde een sober gaashekwerk geplaatst. Door de landschappelijke inpassingsmaatregelen zal dit hekwerk gefragmenteerd zichtbaar zijn.
12
2.2
Meervoudig ruimtegebruik
Naast een gedegen inpassing is het van belang dat de ontwikkeling van het zonnepark gepaard gaat met meervoudig ruimtegebruik. Voor de beoogde ontwikkeling wordt er enerzijds ingezet op ecologisch dubbelgebruik. Onder de panelen ontwikkeld zich spontaan grasland dat zal worden beheerd door begrazing van schapen. Naast ecologisch dubbelgebruik gaat de aandacht uit naar het vergroten van de waterbergingscapaciteit en het vernatten van de gronden. De waterbergende functie van het gebied blijft met de komst van het zonnepark behouden, waarmee een functiecombinatie met extensieve graslanden mogelijk is. Ook is het kader van toerisme en recreatie een aansluiting gemaakt op het NS-wandelnetwerk, dat langs de Ontginningsweg loopt. Een informatiepunt met picknickbank versterken de route.
2.3
Maatschappelijke meerwaarde
Een zonnepark in het buitengebied heeft impact op de omgeving. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken maar ook eigen opgaven of wensen. De uitdaging is om met de ontwikkeling van een zonnepark juist deze kenmerken te versterken, opgaven te realiseren en wensen mogelijk te maken. Hierdoor wordt er een meerwaarde gecreëerd en de omgeving gecompenseerd voor de mogelijke ‘hinder’ wat een zonnepark met zich meebrengt. Bij het ontwerp van het zonnepark is zoveel mogelijk aangesloten bij de gebiedsopgaven, waaronder bijvoorbeeld behoud en verbetering van landschappelijke structuren in het gebied en versterking van het (cultuurhistorisch) landschap, het versterken van recreatieve routes, natuurontwikkeling en het verbeteren van ecologische kwaliteiten. Het plangebied ligt naast een alternatieve NS-wandelroute (Ontginningsweg), welke aansluit op de route naar Kampina. Met de komst van het zonnepark, kan deze alternatieve route worden versterkt en aantrekkelijker worden
gemaakt door de aanleg van nieuwe landschapselementen, maar ook door de recreant op educatieve wijze mee te nemen in de ontwikkeling van zonne-energie. Door het plaatsen van een informatiebord wordt de recreant zich hier van bewust. Daarnaast wordt er een picknick bank en tafel geplaats, welke gebruikt kan worden als rustpunt. Met de ontwikkelingen van een zonnepark kunnen dan ook andere maatschappelijke wensen (versneld) worden gerealiseerd. Enkele voorbeelden hiervan zijn eveneens educatieve mogelijkheden voor scholen in de omgeving, inzet op ontwikkeling van innovatieve technieken, realiseren van zonne-energie installaties op daken van maatschappelijke gebouwen en het aanbieden van zonne-energie installaties aan particulieren en bedrijven in de omgeving tegen een gereduceerde prijs. De kosten van de uiteindelijke uitvoeren kunnen worden gefinancierd dankzij het omgevingsfonds, waarover later meer. Dit omgevingsfonds komt onder toezicht van een onafhankelijk lokaal bestuur, welke beslissingsbevoegd is over de uitgaven van het fonds.
2.4
Beplantingsindicatie
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In de tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen.
B1
cm met een eindhoogte van 4-5 meter. Aanplanten boomgroepen: met een stamomtrek van 12/14 cm met een eindhoogte van 10-20 meter, plantafstand min 8- 12 meter hart op hart in wildverband.
Aanplanten bosschage S2 Aanplanten struweel: in driehoeksverband met een onderlinge plantafstand van 1 x 1m. Aanplanten in groepen van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort, aanplant 60-80 cm met een eindhoogte van 4-5 meter. B2
Aanplanten boomvormers: met een stamomtrek van 12/14 cm met een eindhoogte van 10-20 meter, plantafstand 10-12 meter hart op hart in een grid.
Bloem- en kruidenrijk grasland Langs de randen van het zonnepark wordt een bloem- en kruidenrijk grasmengsel ingezaaid. Het mengsel dient passend te zijn bij de bodemsamenstelling en de voorkomende doelsoorten in het gebied. Het geschikte mengsel dient nader te worden bepaald. Zie op de volgende pagina de sortimentslijst.
Aanplanten struweelhagen H1 Aanplanten struweelhaag: plantverband: in rijen, 1 stuks per meter in driehoeksverband. Rijen 1 meter uit elkaar. Plantmaat: 2 jarig bosplantsoen 60-80cm. Menging: groepsgewijs, 3 á 4 stuks van dezelfde soort met een eindhoogte van 4 meter. Aanplanten struweel en boomgroepen langs EVZ S1 Aanplanten struweel: in driehoeksverband met een onderlinge plantafstand van 1 x 1 m. Aanplanten in groepen van 5 tot 7 stuks van dezelfde soort, aanplant 60-80
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
13
Omvang bij aanplant
60-80
60-80
60-80
12/14
12/14
Code
H1
S1
S2
B1
B2
Plantverband
1 x 1m
1 x 1m
1 x 1m
Grid
Wild
Omvang element
ca. 780m1
ca. 2.654 m2
ca. 5.000 m2
9 st.
15 st.
x
x
Acer campestre
veldesdoorn
Betula pendula
ruwe berk
Polulus nigra
zwarte populier
x x
Crataegus monogyna
meidoorn
x
Cornus sanguinea
kornoelje
x
Corylus avellana
hazelaar
x
Cytisus scoparius
brem
Fagus sylvatica
beuk
Fraxinus excelsior
Es
Ilex aquifolium
hulst
Quercus robur
zomereik
Rhamnus frangula
vuilboom
Rosa canina
Hondsroos
Salix alba
schietwilg
Sorbus aucuparia
lijsterbes
x x
x
x x x x
x
x
x x
x x
x x x
x
x
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
14
2.5
Beheer en onderhoud
Struweelhagen • De struweelhaag mag één maal per drie jaar gesnoeid worden; • Terugsnoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Struwelen/struiken • Het struweel kan vrij uitgroeien. • Eens per zes jaar zal het struweel op tenminste 1 meter hoogte gesnoeid worden. • Overhangende takken worden 1 maal per 3 jaar teruggesnoei • Boomvormers binnen het struweel blijven behouden. solitaire bomen/boomgroepen • De bomen mogen zoveel mogelijk vrij uitgroeien. Indien noodzakelijk kan snoei toegepast worden. Na het snoeien beslaat de kroonhoogte minimaal 50% van de hoogte van de boom.
Bloem-en kruidenrijk grasland • Het beheer van kruidenrijk grasland is gespitst op extensief beheer gedeeltelijk maaien en afvoeren. • Bij grazige vegetatie wordt 2x per jaar gemaaid. Wanneer de vegetatie zich verder ontwikkelt tot kruidachtige vegetatie wordt er 1x per jaar na zaadzetting gemaaid. • Bij alle maaibeurten blijft 25% staan. • In de winterperiode blijft 25% van de vegetatie over. • Het maaien en afvoeren dient te gebeuren omstreeks half juni-eind juni (broedvogels ontzien) en vanaf half september. • Van belang is dat dit maaiproces conform het sinusmaaien wordt uitgevoerd. Hierbij worden stroken gemaaid en blijft tijdens elke maaironde vegetatie staan.
Bosschage • Onderhoudssnoei/doodhout- snoei uitvoeren. Dode takken worden uit de bomen verwijderd. Wandelpaden worden jaarlijks gecontroleerd; • Bomen die vanwege ouderdom of andere oorzaken dermate sterk aftakelen dat zij een veiligheidsrisico vormen, worden verwijderd. • Laaghangende takken en andere begroeiing die de begaanbaarheid belemmeren worden verwijderd; • Uitval van oude bomen en of struiken worden plaatselijk opnieuw aangeplant. • Laat het bos met rust, helemaal niets doen komt de ontwikkeling van het bos ten goede.
Landschappelijke inpassing - Zonnepark Ontginningsweg te Boxtel
15
Ecolo e v er
gisch
plangebied (9,5 ha)
NNB
ng bindi
vrije ruimte tussen hekwerk en panelen (ca. 3m)
szone
alternatieve NS-wandelroute
B 1
B’ Indicatieve situering zonnepanelen (1,6 ha) ei Gasl
bestaande eik waarborgen
info-bord & picknick bank
i
vrijhouden strook rondom gasleiding van panelen/groene corridor voor fauna
P
Zicht op bomenteelt
Inpassen en versterken NNB door aanleg bosschage
4
1
A’
A
insectenhotel
C’
C versterken EVZ door aanleg: struweel, boomgroepen en bloem- en kruidenrijk grasmengsel
3
plaatsen paalkast voor vleermuizen
P
D’
D
Indicatieve situering zonnepanelen (5 ha)
NNB
2
1
locatie batterij
versterken kleinschalig landschap door aanplant struweelhaag (ca. 5-7m breed, 4m hoog)
Ont
nin gi n
NNB
ding
(sober) hekwerk
gsw eg Landschappelijke inpassing Zonnepark Ontginningsweg Gemeente Boxtel
datum
getekend
projectnr.
pagina
formaat
schaal
25-06-2025
IB
P07285
1/1
A3
1:2.000
NNB
projectgrens
hekwerk
A Ontginningsweg
A’
2.4
22,5 meter
3
4.005
Groenstrook EVZ, boomgroepen met onderbeplanting + bloem- en kruidenrijk grasland
vrije ruimte/ onderhoudspad
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland
projectgrens
projectgrens
hekwerk
4
2.4
B
0.8
4,5
3
Struweel
vrije ruimte/ onderhoudspad
B’
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland hekwerk
D projectgrens
4.005
3
20 meter
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland
vrije ruimte/ onderhoudspad
Bosschage versterken NNB
hekwerk
C’
2.4
C Ontginningsweg
29 meter
3
4.005
Groenstrook EVZ, boomgroepen met onderbeplanting + bloem- en kruidenrijk grasland
vrije ruimte/ onderhoudspad
Zonneweide i.c.m. extensief beheerd grasland
Principe profielen - landschappelijke inpassing Zonnepark Ontginningsweg Gemeente Boxtel
D’
datum
getekend
projectnr.
pagina
formaat
schaal
26-05-2025
IB
P07285
1/1
A3
1:2000
Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99
‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55
Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl
Bijlage 2 - Quickscan Flora en Fauna
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
1
colofon
projectnaam Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel datum 4 maart 2025 projectnummer P07285 opdrachtgever Chint Solar Nederland Projecten B.V. BRO projectleider RTa opgesteld door KPe interne controle MvdS bron kaft BRO
‘s-Hertogenbosch 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1
4
Werkwijze quickscan flora en fauna
Planbeschrijving
5
2.1 2.2
5 5
Huidige situatie Toekomstige situatie
Toetsing gebiedsbescherming
8
3.1 3.2
8 8
Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
4
Toetsing beschermde houtopstanden
9
5
Toetsing soortenbescherming
10
5.1
11
Vogels 5.1.1
5.2
Vleermuizen 5.2.1
5.3
Toetsing Toetsing
Vaatplanten 5.8.1
Conclusie 6.1
14
Vervolgtraject en advies
14
6.1.1
14
AERIUS-berekening
7
Samenvatting
15
8
Geraadpleegde bronnen
16
11
11 11
11 12
12 12
12 12
12
Ongewervelde diersoorten 5.7.1
5.8
Toetsing
Vissen 5.6.1
5.7
Toetsing
Amfibieën 5.5.1
5.6
Toetsing
Reptielen 5.4.1
5.5
Toetsing
Grondgebonden zoogdieren 5.3.1
5.4
Toetsing
6
Toetsing
5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten
12
12 12
12 13
13 13
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
3
1
Inleiding
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van het realiseren van een zonnepark op een aantal percelen in het buitengebied van de gemeente Boxtel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.
1.1
Werkwijze quickscan flora en fauna
In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 14 mei 2024 tussen 10.00 – 12.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 19°C, zonnig, zonder neerslag, met een zuidenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZK genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
4
2
Planbeschrijving
Het plangebied is gelegen in het zuiden van Boxtel. De percelen zijn gelegen tussen de Ontginningsweg en de Oirschotseweg ter hoogte van de naastgelegen boomkwekerij. Er zijn enkele bosschages rondom het plangebied gelegen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
2.1
Huidige situatie
Op dit moment is het plangebied in gebruik als agrarisch perceel. Het plangebied wordt in het noorden en noordoosten begrensd door een boomkwekerij en aan de westzijde grenst het plangebied aan een ecologische verbindingszone. De directe omgeving van het plangebied maakt aan de oostzijde deel uit van Natuurnetwerk Brabant. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)
Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving
weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.
2.2
Toekomstige situatie
Het plan is om een zonnepark te realiseren binnen het plangebied. Langs alle randen van het plangebied wordt een robuuste zone ingericht met landschapselementen die in het zonnepark passen. Aan de binnenzijde van de groenvoorzieningen wordt een hekwerk geplaatst om het zonnepark te begrenzen. Alle bouwwerken (transformators) zullen worden gerealiseerd aan de westkant van het plangebied. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
5
Figuur 3: Toekomstige situatie
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
6
Figuur 4: Plangebied gezien vanuit het zuidwesten richting het noorden.
Figuur 5: Plangebied gezien vanuit het zuidwesten richting het zuidoosten.
Figuur 6: Plangebied gezien vanuit het zuidoosten richting het westen.
Figuur 7: Sloot grenzend aan het plangebied in het zuidoosten.
Figuur 8: Plangebied gezien vanuit het noordoosten richting het westen.
Figuur 9: Plangebied gezien vanuit noordwesten richting het zuidwesten.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
7
3
Toetsing gebiedsbescherming
3.2
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid
3.1
Wettelijke gebiedsbescherming
Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding
Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde
De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking
van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuur-
op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en
netwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die
Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura
tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een sa-
2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en acti-
menhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.
viteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf
De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnet-
in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Pro-
werk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en
jecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de be-
verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit
schermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Na-
het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones
tura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet
(EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig be-
significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige
schermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikke-
gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt wor-
lingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebie-
den.
den beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen ne-
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat
gatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als
aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura
deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.
2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 1,7 kilometer afstand ten westen van het projectgebied (zie figuur 10). Indien
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtst-
er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg
bijzijnde onderdeel van het NNB grenst direct aan het plangebied aan de
van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof.
oost- en westzijde. Het plangebied wordt in de huidige situatie intensief
Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg
agrarisch gebruikt. In de toekomstige situatie wordt deze groen ingepast,
van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.
extensief beheerd, zonder bemesting en gebruik van pesticiden. Hierdoor zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden
Daar de voorgenomen ontwikkeling het aanleggen van een zonnepark be-
aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet
treft betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toe-
noodzakelijk geacht.
name van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor de aanlegfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt. In de gebruiksfase is er redelijkerwijs geen toename van uitstoot.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
8
4
Toetsing beschermde houtopstanden
De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Aangezien er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet bij dit plan niet aan de orde.
Figuur 10:
Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
9
5
Toetsing soortenbescherming
Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor
De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-
Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-
men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-
schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies
scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden
zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling
voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een
bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een
ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 11.54
aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.
geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-
Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten
ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.
Vogels (Art. 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(Art. 11.46 Bal)
(Art. 11.54 Bal)
De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in
Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal
Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en
Het is verboden in het wild levende vogels op-
Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of
amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en
zettelijk te doden of te vangen
spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-
te vangen
min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen
en eieren van vogels te vernielen of te bescha-
rustplaatsen van dieren te beschadigen of te
of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-
digen, of nesten van vogels weg te nemen
vernielen
digen of te vernielen
Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal
-
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage
Het is verboden eieren te rapen en deze onder
Het is verboden eieren van dieren in de natuur
A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten
zich te hebben
opzettelijk te vernielen of te rapen
vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-
Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal
Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal
richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie
zij de storing niet van wezenlijke invloed is op
beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-
de staat van instandhouding van de desbetref-
ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-
fende vogelsoort
Vogels (artikel 11.37 Bal)
Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)
Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)
-
genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd
-
zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal
Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
Het is verboden plantensoorten in hun natuur-
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen
of te vernielen
of te vernielen
10
De bomen rond het plangebied bevatten geen holten, kieren of loshanOnder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle
Er is geen bebouwing in de directe omgeving van het plangebied aanwe-
gede stukken schors, waardoor de aanwezigheid van een rust-of verblijf-
‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige
zig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus, huis-
plaats van een boombewonende vleermuissoort kan worden uitgesloten.
gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-
zwaluw, boerenzwaluw en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande
Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vlieg-
maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de
beplanting binnen en rond het plangebied zijn tevens geen jaarrond be-
routes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden op-
rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-
schermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen
gaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Ten
bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen
mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop,
aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand
worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-
winterkoning, grasmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen in het op-
groen te worden vermeden.
len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
gaand groen binnen het plangebied. 5.2.1
Toetsing
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,
5.1.1
dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de
Er gaan geen nesten van soorten met jaarrond beschermd nest verloren.
van (potentiële) schadelijke handelingen met betrekking tot vaste rust- of
beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-
Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond
verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen, mits ver-
den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te
zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het
lichting gericht of uitschijnend op het opgaand groen wordt vermeden.
werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-
verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitge-
tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-
voerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met be-
5.3
den. Indien dit niet mogelijk is, zal een omgevingsvergunning voor een
trekking tot broedvogels. In de wetteksten wordt geen vaste periode ge-
Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-
flora- en fauna-activiteit met schadelijke handelingen aangevraagd moeten
hanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de
dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-
worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat
periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter
den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-
van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De
de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij
rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-
vergunning kan dan onder voorwaarden worden verleend.
twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval
geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-
(bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te
vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-
bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel
plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-
Conform het Ministerie van EZK wordt onderscheid gemaakt in verschil-
broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige
doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name
lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-
staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen
5.1
Vogels
Toetsing
ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode
Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn
Grondgebonden zoogdieren
kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te
in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
5.2
Vleermuizen
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is
legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verla-
bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de
het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende
ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst
functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-
vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, rosse
naar buiten het werkgebied.
gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de
vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis.
worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-
plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-
Volgens de NDFF komen in de omgeving van het plangebied ook de niet
doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,
vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, boommarter,
zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
11
das, eekhoorn en bever voor. Gezien het kale karakter en intensief ge-
biedt geen geschikt habitat voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen
aanwezige sloten algemene soorten zoals stekelbaars, blankvoorn, zeelt,
bruik van het plangebied betreft het hier geen essentieel habitat voor de
het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.
snoek en baars voorkomen.
grond aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats
5.4.1
5.6.1
voor deze soorten, noch zijn er andere elementen aanwezig welke als ver-
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van reptielen
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
blijfplaats gebruikt kunnen worden. Van de steenmarter zijn geen sporen,
zijn op voorhand uitgesloten.
schermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.
5.5
5.7
betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de
zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Bever komt voor in de naastgelegen loop. Het plangebied biedt echter geen geschikt leefgebied voor de soort, welke met name gebruik maakt van opschot van wilgen en riet. Een negatief effect op een grondgebonden zoogdier is daarmee redelijkerwijs uitgesloten.
Toetsing
Amfibieën
Toetsing
Ongewervelde diersoorten
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als
Volgens de NDFF zijn in de ruime omgeving van het plangebied waarne-
bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.
mingen bekend van bruine eikenpage, gentiaanblauwtje, grote vos, grote
Volgens de NDFF zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemin-
weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart,
gen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker, boomkikker, heikik-
beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel, Kempense heidelibel,
ker, Alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander be-
speerwaterjuffer en de vermiljoenkever. Al deze soorten stellen echter
kend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgele-
zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig
genheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten bin-
zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is van-
nen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een in-
wege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van
cidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is en-
(deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zeker-
kel de zorgplicht van toepassing.
heid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte
5.3.1
5.5.1
Toetsing
Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en potentiële schadelijke handelingen zijn niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen
Toetsing
De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-
schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.
bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en potentiële schadelijke handelingen
5.7.1
zijn dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende
schermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.
individuen.
5.8
Toetsing
Vaatplanten
voor (incidenteel) aanwezige individuen.
5.6
5.4
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan
schermde soorten bekend als drijvende waterweegbree, kranskarwij en
deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.
stijve wolfsmelk. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan
Reptielen
Volgens de NDFF en verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omge-
Vissen
hun standplaatsen. Gezien het aanwezige intensief agrarische biotoop
ving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving
In de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF be-
In de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de NDFF geen
binnen het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaat-
waarnemingen bekend van beschermde vissoorten. Wel kunnen in de
planten redelijkerwijs uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel
12
5.8.1
Toetsing
In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van
Negatieve effecten en schadelijke handelingen ten aanzien van be-
vogels zoals de nijlgans en vaatplanten zoals grote waternavel, reuzenbal-
schermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
semien en smalle waterpest. Binnen het plangebied zijn echter geen waar-
5.9
Specifieke zorgplicht
nemingen van deze soorten gedaan tijdens het veldbezoek.
Behalve de genoemde soorten geldt een bescherming onder de specifieke zorgplicht voor soorten van de rode lijst. Dit zijn circa 4.300 soorten. In de NDFF zijn geen waarnemingen bekend van rode lijst-soorten binnen het plangebied. Het plangebied bestaat uit akkers binnen een agrarisch gebied. De kans op aanwezigheid van en/of negatieve effecten op soorten van de rode lijst is daarmee zeer laag. Een overtreding met betrekking tot de specifieke zorgplicht is daarmee niet aan de orde, mits algemene zorgplichtmaatregelen worden genomen om het doden en verwonden van individuen te voorkomen.