Inspreken K. van Grinsven .pdf
Tekst van het document
20 april 2021 Raadsvergadering Boxtel Graag vraag ik uw aandacht inzake de gemeentelijke planvorming voor windmolens in het Wilhelminapark en het beekdal Essche Stroom. Mijn naam is Kathy van Grinsven. Geboren en getogen aan de Halse Barrier in Boxtel. De meest ‘noordelijke’ straat binnen onze gemeente. Met mijn gezin prijs ik me gelukkig dat wij op deze mooie en unieke plek wonen. en dan komt de RES-opgave. Voor het eerst wordt de potentie van het hele gebied gezien. Niet vanwege de schat aan natuurwaarden en landschappelijke kwaliteiten, maar voor het op grote schaal opwekken van duurzame energie. Een windmolenpark, 3 tot 5 turbines met een omvang welke qua schaal en maat totaal niet thuis hoort in dit authentieke gebied met een schat aan natuurhistorie. Maar het past toch op deze plek? Dat is dus niet zo. Met veel creativiteit is van een versnippering aan geschikte plekjes bedacht dat je hierin ook één geheel in kunt zien – gemakshalve wordt de natuur tussen die plekjes weg gedacht – en de legitimatie is de aanwezigheid van de A2. Die snelweg welke nauwelijks waarneembaar is in het gebied omdat deze zo mooi verstopt is tussen de natuur. De locatiekeuze druist compleet in tegen de landschappelijke kaders opgesteld ten behoeve van de RES. Vandaar ook dat diverse natuurorganisaties onze gemeente oproept om van deze locatie keuze af te zien.
Hoe kan dit dan? De locatie is door gemeenten nog niet ruimtelijke beoordeelt. Er heeft slechts een technisch theoretische verkenning plaats gevonden. Een verkenning die binnen gemeente Boxtel overigens vier geschikte locaties opleverde in plaats van één. De drie andere locaties zijn afgevoerd op basis van ruimtelijke argumenten. Dezelfde die aan de orde zijn bij de overgebleven locatie; het Wilhelminapark en beekdal Essche Stroom. Maar telkens als ik dit aan de orde stel krijg ik als reactie; ‘nee, de ruimtelijke beoordeling volgt pas later”. Maar wanneer is de vraag en hoe dan? Is het toeval dat dit nog niet is opgepakt? Want vervolgens dendert de trein wel door. Het is inmiddels verankerd in het nieuwe beleidsakkoord. En het zal door het College worden gebruikt voor het gemeentelijk RES bod 1.0. Deze ligt in juni aan u voor ter besluitvorming. Dit alles op basis van onvolledige onderzoek. En zet de gemeente zich hiermee niet steeds verder klem? Want uit de ruimtelijke beoordeling zal blijken dat de locatie Wilhelminapark en omgeving ook niet geschikt is.
Het plan kan alleen mogelijk worden gemaakt als u als raad tot het uiterste gaat in de besluitvorming; - U zult op meerdere aspecten moeten afwijken van goed doordachte landschappelijke kaders; - u zult zich op de grens moeten begeven van wat voor de wet toelaatbaar is qua geluid en afstandsnormen tot woningen; - en er is geen draagvlak vanuit de omwonenden.
Als deze planvorming tot uitvoering komt zijn de gevolgen onomkeerbaar voor de flora en fauna en de mensen die in het gebied wonen. Laat u aub volledig informeren. Roep het college van B&W op om de vier technische geschikte locaties ruimtelijk te beoordelen, en ditmaal onafhankelijk. Laten we die resultaten afwachten en pas dan vervolg stappen nemen. En wat is hier dan de drijvende factor? “De opgave moet nou eenmaal behaald worden” zeggen Uw ambtenaren. En daar hebben we de bron van het leed: de opgave. Waar de regionale energie strategie een regionale beschouwing en aanpak beoogde is gaande weg het proces er binnen onze regio voor gekozen om van het regio principe af te stappen. Een cruciale fout met grote gevolgen. Iedere gemeente is verantwoordelijk geworden voor haar eigen aandeel – naar rato van het eigen verbruik. En dat heeft tot gevolg dat er flinke concessies nodig zijn. In bijzonder bij die gemeenten waar geen beschikbare plekken zijn. Zoals in Boxtel en Sint-Michielsgestel. Ja, de verduurzaming is super belangrijk, maar laten we dit zorgvuldig doen. Het afbreukrisico voor ons landschap en de natuur is zeer groot en de impact onomkeerbaar. Er zijn binnen onze regio geschiktere plekken en minder ingrijpende oplossingen om de opgave tot 2030 te realiseren (zoals zon op dak). Voor de langere termijn zijn innovaties te verwachten.
Ik wil u vragen; - Is bij het vaststellen van het concept Bod (begin 2020) afdoende duidelijk gemaakt dat er is afgestapt van de regio aanpak? - is toen duidelijk gemaakt wat hiervan de gevolgen zijn? - realiseert u zich dat bij vaststelling van dat concept bod de gemeenteraad ook het afwegingskader heeft vastgesteld. Waaronder de landschappelijke kaders. - is het afwegingskader gebruikt zoals het bedoeld wat: een leidraad in aanvulling op eigen kaders. Of is het direct over boord gegooid met de uitleg “gemeente kan hiervan afwijken”. Als de lokale opgave niet uitvoerbaar is - met in achtneming van de kaders - laten we dat dan terugkoppelen aan de regio. En stoppen met deze - dure niet uitvoerbare - planvorming. U bent als raad niet verplicht bent om de opgave kost wat kost te realiseren, het is een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we hiervan afwijken, net zoals de regio heeft besloten om van het regio principe af te stappen. Laten we een realistisch bod doen, gebaseerd op haalbare plannen. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Succes met het vervolg. Ik vertrouw op u. Kathy van Grinsven