CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbesluit bestemmingsplannen Woongebied Hamsestraat-Roderweg en Woonwerkkavels Hamsestraat- Bijlage 5.10 Bijlagenboek bp Woonwerklocatie

Raadsvergadering Boxtel 16 april 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplannen Woongebied Hamsestraat-Roderweg en Woonwerkkavels Hamsestraat14.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

4

1.2.

Vraagstelling

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Punt 2 valt niet binnen de scope van dit onderzoek. Of veehouderijen worden belemmerd wordt separaat onderzocht. Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

5

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet geurhinder en veehouderij

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.

2.2.

Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten

Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.

2.3.

Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak 1

ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

6

worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.

Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

7

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN

3.1.

Uitgangspunten veehouderijen

Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.

3.2.

Geuremissie en geurimmisie

De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.

3.3.

Verschillende beoordelingen

3.3.1.

Voorgrondbelasting

Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Binnen bebouwde kom Ligging geurgevoelig object2* Concentratiegebied Geen concentratiegebied * de gemeente Boxtel ligt in een concentratiegebied.

2

3 ouE/m3 2 ouE/m3

Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3

gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

8

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Boxtel een aangepaste geurnorm heeft vastgesteld. Daarom moet worden uitgegaan van de standaardnormen uit de Wgv. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning 2010 voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De berekende waarden voor de geurbelasting zijn bij beide verspreidingsmodellen gelijk (sinds versie 2010). Hiertoe moeten alle parameters, inclusief de rekennauwkeurigheid (20%) en ruwheid in V-Stacks Gebied gelijk worden gesteld aan de parameters in V-Stacks Vergunning.

3.3.2.

Afstanden

Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Boxtel een aangepaste afstandseis heeft vastgesteld. Daarom moet worden uitgegaan van de standaard afstandseisen uit de Wgv. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object.

Ten slotte geldt voor een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van een veehouderij een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

9

3.3.3.

Achtergrondbelasting

De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 11 ouE/m3

3 ouE/m3

4 ouE/m3 6 ouE/m

3

Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting

De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.

3.4.

Geurbelasting versus geurhinder

In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

10

beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2. Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m3 8 – 13 ouE/m3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m3 13 – 20 ouE/m3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m3 20 – 28 ouE/m3 3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m 28 – 38 ouE/m3 3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m 38 – 50 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Boxtel ligt in een concentratiegebied.

De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.

3.5.

Geurgevoelig object

Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

11

Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.

3.6.

Bebouwde kom

Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt.

Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De te realiseren geurgevoelige objecten maken onderdeel uit van een bebouwde kom.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

12

4.

GEURBEREKENINGEN

In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3.

Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

13

4.1.

Afstanden

In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 100 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 100 meter rondom de bouwvlakken van de veehouderijen weergegeven.

Afbeelding 4. Afstanden

De te realiseren woningen liggen buiten de afstandscontour van 100 meter rondom de bouwvlakken van veehouderijen. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

14

4.2.

Voorgrondbelasting vergunde situatie 18 december 2018

Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan Hamsestraat 5 maatgevend voor de voorgrondbelasting.

4.2.1.

Vergunde situatie

Voor de veehouderij aan Hamsestraat 5 is op 18 december 2018 een veranderingsvergunning verleend voor de volgende veebezetting:

Voor vleesvarkens zijn in de Rgv geuremissiefactoren vastgesteld. Op basis van de daadwerkelijke emissiepunten van de veehouderij (conform het milieudossier) is een geurberekening uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met het nieuwe inzicht in de handleiding bij V-Stacks Vergunning rondom het modelleren van luchtwassers. Volgens de nieuwe handleiding moet bij grote niet-ronde uitstroomopeningen (zoals bij luchtwassers met ventilatoren voor het waspakket) uitgegaan worden van een diameter van 1,0 meter. De geurberekening is opgenomen in bijlage II. Voor het inzicht zijn ook de geurcontouren inzichtelijk gemaakt met het V-Stacks Gebied. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat dat rekenprogramma dezelfde geurbelastingen berekent als het rekenprogramma V-Stacks Vergunning, bij toepassing van de juiste rekeninstellingen. De rekeninstellingen zijn als volgt:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

15

De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II.

Afbeelding 5. Voorgrondbelasting vergunde situatie 18 december 2018

De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt 3,5 ouE/m3.

4.2.2.

Maximale planologische mogelijkheden

De veehouderij aan Hamsestraat 5 is in de richting van het plangebied niet overbelast op bestaande geurgevoelige objecten. Daarom is ook een berekening van de maximale planologische mogelijkheden (omgekeerde werking) uitgevoerd. Dat wil zeggen dat uitgegaan is van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied. De overige parameters blijven gelijk aan de berekening van de vergunde situatie. De geurberekening is opgenomen in bijlage II. Voor het inzicht zijn ook de geurcontouren inzichtelijk gemaakt met het V-Stacks Gebied. De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 6 en op de kaart in bijlage II.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

16

Afbeelding 6. Voorgrondbelasting maximaal planologisch mogelijkheden 18 december 2018

De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt 4,1 ouE/m3.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

17

4.3.

Voorgrondbelasting vergunde situatie 1 augustus 2022

4.3.1.

Vergunde situatie

Voor de veehouderij aan Hamsestraat 5 is op 1 augustus 2022 een omgevingsvergunning 1e fase verleend voor de volgende veebezetting:

Op basis van de beoogde emissiepunten van de veehouderij (conform de omgevingsvergunning) is een geurberekening uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met het nieuwe inzicht in de handleiding bij V-Stacks Vergunning rondom het modelleren van luchtwassers. Volgens de nieuwe handleiding moet bij grote niet-ronde uitstroomopeningen (zoals bij luchtwassers met ventilatoren voor het waspakket) uitgegaan worden van een diameter van 1,0 meter. De geurberekening is opgenomen in bijlage III. Voor het inzicht zijn ook de geurcontouren inzichtelijk gemaakt met het V-Stacks Gebied. De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 7 en op de kaart in bijlage III.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

18

Afbeelding 7. Voorgrondbelasting vergunde situatie 1 augustus 2022

De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt 3,2 ouE/m3.

4.3.2.

Maximale planologische mogelijkheden

De veehouderij aan Hamsestraat 5 is in de richting van het plangebied niet overbelast op bestaande geurgevoelige objecten. Daarom is ook een berekening van de maximale planologische mogelijkheden (omgekeerde werking) uitgevoerd. Dat wil zeggen dat uitgegaan is van één emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied. De overige parameters blijven gelijk aan de berekening van de vergunde situatie. De geurberekening is opgenomen in bijlage III. Voor het inzicht zijn ook de geurcontouren inzichtelijk gemaakt met het V-Stacks Gebied. De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 8 en op de kaart in bijlage III.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

19

Afbeelding 8. Voorgrondbelasting maximaal planologisch mogelijkheden 1 augustus 2022

De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt 3,5 ouE/m3.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

20

4.4.

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van KRD van de provincie Noord-Brabant3 zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De gegevens zijn opgenomen in bijlage V. Voor de veehouderij aan de Hamsestraat 5 in Liempde is uitgegaan van de vergunde situatie met de grootste geuremissie, zoals beschreven in paragraaf 4.2.1. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:

De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 9 en op de kaart in bijlage IV. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4). 3

export 25 oktober 2022

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

21

Afbeelding 7. Achtergrondbelasting

De exacte berekende waarden voor de achtergrondbelasting op de toetspunten zijn: IDNR

X

Y

OU

101 102 103 104 105 106 107 108 109 110

154162 154292 154360 154412 154486 154299 154326 154344 154431 154457

396867 396795 396832 396857 396884 396824 396823 396840 396870 396878

3.93 5.30 5.38 5.57 5.91 4.97 5.16 5.20 5.56 5.62

LOC De Schoren 2 PG01 PG02 PG03 PG04 W01 W02 W03 W04 W05

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

22

4.5.

Beoordeling woon- en leefklimaat

Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: - wordt voldaan aan de afstandseis van 100 meter; - de voorgrondbelasting op zijn hoogst bedraagt: o 3,5 ouE/m3 (18 december 2018 vergunde situatie) o 4,1 ouE/m3 (18 december 2018 maximaal planologische situatie) o 3,2 ouE/m3 (18 december 2018 vergunde situatie) o 3,5 ouE/m3 (18 december 2018 maximaal planologische situatie) - de achtergrondbelasting op zijn hoogst op zijn hoogst 5,6 ouE/m3 bedraagt. Omdat veehouderijen op voldoende afstand van het plangebied zijn gelegen kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De hoogst berekende voorgrondbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt in de verschillende situaties 3,2 ouE/m3 tot 4,1 ouE/m3. Deze waarden voor de voorgrondbelasting komen volgens tabel 2 in paragraaf 3.4 overeen met een ‘goed’ en ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 3,0 ouE/m3 bedraagt. Een gedeelte van het plangebied ligt binnen de geurcontour van 3,0 ouE/m3 van de veehouderij aan Hamsestraat 5.

Uit de uitspraak ABRvS 200900801/1/R3 van 7 oktober 2009 blijkt dat als de (op basis van de Wgv of een geurverordening) geldende geurnorm of afstand wordt overschreden hieruit niet per definitie volgt dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit deze (en uit latere jurisprudentie blijkt dat het bevoegd gezag kan afwegen of een bepaald woon- en leefklimaat acceptabel is voor de gewenste ontwikkeling. In alle jurisprudentie komt onder andere naar voren dat bij de afweging ook de cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting) moet worden betrokken. De hoogst berekende waarde voor de achtergrondbelasting van 5,6 ouE/m3 komt overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat. In tabel 2 in paragraaf 3.4 is te zien dat bij een individuele geurbelasting (voorgrondbelasting) van 3,0 ouE/m3 (de geurnorm) ook een ‘goed’ woon- en leefklimaat hoort. Dit woon- en leefklimaat wordt op grond van de Wgv aanvaardbaar geacht voor geurgevoelige objecten binnen een bebouwde kom. Het woon- en leefklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting is daarom gelijk aan het woon- en leefklimaat dat op grond van de Wgv aanvaardbaar wordt geacht. Als vuistregel geldt dat de achtergrondbelasting maatgevend is wanneer deze meer dan het dubbele bedraagt van de voorgrondbelasting. Dat is hier niet het geval. De voorgrondbelasting is maatgevend voor het woon- en leefklimaat.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

23

Bij haar uiteindelijke overweging of ter plaatse van het plangebied Hamsestraat-Roderweg in Liempde sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan het bevoegd gezag in dit geval de volgende motivatie betrekken: - Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van de afstanden. - Er is sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat ten aanzien van de voorgrondbelasting in beide vergunde situaties. - Er is sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting. - Omdat uitgegaan is van de maximale planologische mogelijkheden van de maatgevende veehouderij kan worden gesteld dat de geursituatie in de toekomst niet zal verslechteren. - De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om voor (delen van) haar grondgebied aangepaste geurnormen vast te stellen in een gemeentelijke verordening. Voor geurgevoelige objecten binnen een bebouwde kom (in een concentratiegebied) kan een geurnorm worden vastgesteld binnen de bandbreedte van 0,1 ouE/m3 tot 14,0 ouE/m3. Kennelijk kan in sommige situaties een voorgrondbelasting van 14,0 ouE/m3 nog aanvaardbaar worden geacht. De hoogst berekende voorgrondbelasting van 3,5 of 4,1 ouE/m3 (maximaal planologische situaties) past ruim binnen de bandbreedte die de Wgv biedt bij het vaststellen van een aangepaste geurnorm.

- De meest geurbelaste woningen bevinden zich aan de zuidelijke rand van de te realiseren bebouwde kom, direct grenzend aan het agrarische gebied. Het gebied kan worden gezien als een overgangsgebied tussen de kern van Liempde en het agrarische gebied daaromheen. Gezien de ligging direct aan het agrarische gebied kan de gemeente overwegen een (enigszins) hogere geurbelasting en daarmee een (enigszins) lager niveau van bescherming voor de te realiseren woningen aanvaardbaar te achten. - De geurbeoordeling heeft betrekking op de meest geurbelaste (zuidelijke) bouwvlakken binnen het plangebied. Verderop in het plangebied (meer noordelijk) worden lagere geurbelastingen berekend en is het woon- en leefklimaat beter. - De toekomstige bewoners van de te realiseren woningen kunnen de aanwezigheid van de veehouderijen meenemen in hun overweging zich op die plaats te vestigen. De geursituatie is in dit rapport inzichtelijk gemaakt en kan een onderdeel vormen in de besluitvorming van de toekomstige bewoners.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

24

5.

CONCLUSIE

In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plangebied HamsestraatRoderweg in Liempde onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In paragraaf 4.4 van dit rapport is toegelicht dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied Hamsestraat-Roderweg in Liempde. Hierbij is rekening gehouden met de afstandseisen, de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting.

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

25

BIJLAGE

I. Kaart afstanden

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

26

BIJLAGE

II. Voorgrondbelasting Hamsestraat 5 verg. 18 december 2018

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

27

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: vergund 18-12-2018 LW aangepast Gemaakt op: 2022-10-26 12:41:51 Rekentijd: 0:00:31 Naam van het bedrijf: Hamsestraat 5 Liempde vergund 18-12-2018 LW aangepast Berekende ruwheid: 0,301 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

Stal 1

154 564

396 471

3,2

1,0

0,76

6 426

3,6

2

Stal 2

154 532

396 434

5,6

0,5

4,00

6 072

3,8

3

Stal 2a

154 567

396 440

3,4

1,0

0,72

3 073

3,6

4

Stal 3

154 550

396 423

5,6

0,5

4,00

11 638

3,8

5

Stal 4a

154 593

396 426

8,6

1,0

3,94

11 684

5,3

6

Stal 4b

154 613

396 430

8,6

1,0

3,70

13 716

5,3

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

7

De Schoren 2

154 162

396 867

3,0

2,4

8

PG01

154 292

396 795

3,0

3,5

9

PG02

154 360

396 832

3,0

3,4

10

PG03

154 412

396 857

3,0

3,5

11

PG04

154 486

396 884

3,0

3,6

12

W01

154 299

396 824

3,0

3,3

13

W02

154 326

396 823

3,0

3,4

14

W03

154 344

396 840

3,0

3,3

15

W04

154 431

396 870

3,0

3,5

16

W05

154 457

396 878

3,0

3,5

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: max plan 18-12-2018 LW aangepast Gemaakt op: 2022-10-26 14:19:36 Rekentijd: 0:00:29 Naam van het bedrijf: Hamsestraat 5 Liempde max plan 18-12-2018 LW aangepast Berekende ruwheid: 0,301 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

Stal 1

154 596

396 490

3,2

1,0

0,76

6 426

3,6

2

Stal 2

154 596

396 490

5,6

0,5

4,00

6 072

3,8

3

Stal 2a

154 596

396 490

3,4

1,0

0,72

3 073

3,6

4

Stal 3

154 596

396 490

5,6

0,5

4,00

11 638

3,8

5

Stal 4a

154 596

396 490

8,6

1,0

3,94

11 684

5,3

6

Stal 4b

154 596

396 490

8,6

1,0

3,70

13 716

5,3

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

7

De Schoren 2

154 162

396 867

3,0

2,5

8

PG01

154 292

396 795

3,0

3,9

9

PG02

154 360

396 832

3,0

4,0

10

PG03

154 412

396 857

3,0

3,9

11

PG04

154 486

396 884

3,0

4,2

12

W01

154 299

396 824

3,0

3,7

13

W02

154 326

396 823

3,0

3,9

14

W03

154 344

396 840

3,0

3,8

15

W04

154 431

396 870

3,0

4,0

16

W05

154 457

396 878

3,0

4,1

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

BIJLAGE

III. Voorgrondbelasting Hamsestraat 5 verg. 1 augustus 2022

Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02

28

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: vergund 01-08-2022 LW aangepast Gemaakt op: 2022-10-26 14:36:09 Rekentijd: 0:00:26 Naam van het bedrijf: Hamsestraat 5 Liempde vergund 01-08-2022 LW aangepast Berekende ruwheid: 0,301 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

Stal 1a

154 539

396 408

6,3

1,0

0,51

13 411

5,5

2

Sta1b

154 565

396 418

9,1

1,8

4,27

16 764

5,5

3

Stal 4a

154 593

396 426

9,1

1,6

4,40

12 954

5,3

4

Stal 4b

154 613

396 430

9,1

1,8

3,90

15 291

5,3

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

5

De Schoren 2

154 162

396 867

3,0

2,2

6

PG01

154 292

396 795

3,0

3,1

7

PG02

154 360

396 832

3,0

3,0

8

PG03

154 412

396 857

3,0

3,1

9

PG04

154 486

396 884

3,0

3,2

10

W01

154 299

396 824

3,0

2,9

11

W02

154 326

396 823

3,0

3,0

12

W03

154 344

396 840

3,0

2,9

13

W04

154 431

396 870

3,0

3,1

14

W05

154 457

396 878

3,0

3,2

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 1

Naam van de berekening: max plan 01-08-2022 LW aangepast Gemaakt op: 2022-10-26 14:37:07 Rekentijd: 0:00:26 Naam van het bedrijf: Hamsestraat 5 Liempde max plan 01-08-2022 LW aangepast Berekende ruwheid: 0,301 m

Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

EP Hoogte

EP Diam.

EP Uittr. snelh. E-Aanvraag

Geb. Hoogte

1

Stal 1a

154 596

396 490

6,3

1,0

0,51

13 411

5,5

2

Sta1b

154 596

396 490

9,1

1,8

4,27

16 764

5,5

3

Stal 4a

154 596

396 490

9,1

1,6

4,40

12 954

5,3

4

Stal 4b

154 696

396 490

9,1

1,8

3,90

15 291

5,3

Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

Geurnorm

Geurbelasting

5

De Schoren 2

154 162

396 867

3,0

2,2

6

PG01

154 292

396 795

3,0

3,5

7

PG02

154 360

396 832

3,0

3,5

8

PG03

154 412

396 857

3,0

3,5

9

PG04

154 486

396 884

3,0

3,6

10

W01

154 299

396 824

3,0

3,3

11

W02

154 326

396 823

3,0

3,4

12

W03

154 344

396 840

3,0

3,3

13

W04

154 431

396 870

3,0

3,5

14

W05

154 457

396 878

3,0

3,5

Gegenereerd op: 26-10-2022

berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020

(c) DNV GL

Page 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3ed40fde-a2f0-44ba-b558-f34c90b91fea