BP Woongebied Hamsestraat Roderweg en bestemmingsplan Woonwerkkavels- Bijlage 5 Toelichting en planregels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Woonwerklocatie Hamsestraat te Liempde 12 december 2023
-
Bestemmingsplan Woonwerklocatie Hamsestraat te Liempde Gemeente Boxtel Vastgesteld
Rapportnummer:
P02081
IMRO-Code
NL.IMRO.0757.BP07WWkavelHamsest-VA01
Datum:
25 oktober 2023
Opdrachtgever:
Gemeente Boxtel
Projectteam BRO:
CVe, TSc, JvdA, EBa
Voorontwerp:
oktober 2016
Ontwerp:
februari 2023
Vastgesteld:
12 december 2023
Trefwoorden:
--
Beknopte inhoud:
Bestemmingsplan Woonwerklocatie Hamsestraat te Liempde
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
3 3 3 5 6
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Omgeving plangebied 2.2 Voorgenomen ontwikkeling
7 7 7
3. BELEIDSTOETS 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
9 9 12 17
4. MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING 4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.2 Flora en fauna 4.3 Waterparagraaf 4.4 Bodem 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Geurhinder 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Akoestiek wegverkeer 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
21 21 25 27 33 33 40 43 43 45 47 48 50
5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Algemene opzet 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de bestemmingen 5.4 Toelichting op de overige regels
51 51 51 51 53
6. HAALBAARHEID 6.1 Financieel
55 55
6.1.1 Uitvoerbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijk
Inhoudsopgave
55 55 55
1
6.2.1 Inspraak 6.2.2 Overleg 6.2.3 Omgevingsdialoog 6.2.4 Vaststellingsprocedure 6.2.5 Beroep
55 56 56 56 57
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Gebiedsvisie Bijlage 2: Archeologie Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Flora en fauna Bijlage 5: Akoestiek onderzoek wegverkeer Bijlage 6: Stikstofonderzoek Bijlage 7: Waterparagraaf Bijlage 8: Geuronderzoek Bijlage 9: Kwaliteitsverbetering Bijlage 10: Wonen in Regionaal Perspectief 2019 Bijlage 11: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 12: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 13: Vervolgonderzoek marterachtigen Bijlage 14: Archeologie Bijlage 13: Nota van zienswijzen
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING
1.1 Aanleiding De gemeente Boxtel wil het gebied aan de oostzijde van de Hamsestraat in de kern Liempde ontwikkelen tot een woonwerklocatie. De locatie ligt ten oosten van de Hamsestraat. Omdat de woonwerklocatie direct grenst aan het bedrijventerrein Daasdonk is eerst onderzocht of ter plaatse van de woonwerklocatie een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en er voldoende rekening gehouden wordt met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de bedrijven op het bedrijventerrein. Met deze woonwerklocatie wordt tevens invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities van dit deel van Liempde, zoals deze zijn beschreven in haar Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan sluit aan bij de Gebiedsvisie ‘Hamsestraat–Roderweg te Liempde’ die is gemaakt voor het gebied Hamsestraat – Roderweg te Liempde en is vastgesteld op 1 september 2020 door de gemeenteraad. Het plangebied maakt onderdeel uit van dit gebied. Deze gebiedsvisie is opgenomen in bijlage 1 bij dit bestemmingsplan en in paragraaf 3.2 toegelicht.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Boxtel ten zuidoosten van de kern Liempde. Tegenover het plangebied is het bedrijventerrein Daasdonk gelegen. Aan de noord- en noordwestzijde zijn woonpercelen gelegen. Aan de oostzijde grens het plangebied aan woongebied Hamsestraat-Roderweg waarvoor ook een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. De Hamsestraat scheidt de kern Liempde van het buitengebied. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Liempde, sectie G, perceelnummers 593, 594 en 595 en 596 (gedeeltelijk). De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De globale begrenzing is opgenomen in figuur 1.2. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Hoofdstuk 1
3
Figuur 1.1: Luchtfoto ligging plangebied (bron: Google Maps)
Hoofdstuk 1
4
Figuur 1.2: Globale begrenzing plangebied (bron: Google Maps)
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied zijn de bestemmingsplannen ‘Buitengebied 2011’ (onherroepelijk 10 juli 2014)’, ‘Opheffen geluidzone bedrijventerrein Ladonk’ (vastgesteld 23 september 2014), ‘Parkeren Boxtel 2018’ (vastgesteld 3 juli 2018), en ‘Kamerbewoning Boxtel’ (vastgesteld 17 september 2019) het geldende juridische kader. Voornamelijk het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is van belang voor deze ontwikkeling. In figuur 1.3 is een uitsnede van de geldende bestemmingsplankaarten ter plaatse van het plangebied weergegeven. Bestemming Conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ gelden voor het plangebied de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – Categorie 4’, ‘Waarde - Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap’ en de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’ van toepassing. De voor 'Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch grondgebruik met behoud van aanwezige waarden. De dubbelbestemming ‘Waarde - Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap’ heeft betrekking op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het leefgebied van soorten van half-open cultuurlandschap.
De gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’ heeft betrekking op de ontwikkelingsmogelijkheden voor intensieve veehouderijbedrijven. In dit geval is geen sprake van een intensieve veehouderij.
Hoofdstuk 1
5
Conform de geldende bestemming is het niet mogelijk om een woonwerklocatie Hamsestraat te realiseren. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1.3: Uitsnede vigerende bestemmingsplannen en globale aanduiding planlocatie (bron: Ruimtelijke Plannen)
1.4 Leeswijzer De toelichting bestaat uit 6 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt een beschrijving van het plan in hoofdstuk 2. De beleidstoets is in hoofdstuk 3 van dit bestemmingsplan opgenomen. In hoofdstuk 4 worden alle relevante milieuonderwerpen behandeld en verantwoord. De juridische toelichting is in hoofdstuk 5 opgenomen en in hoofdstuk 6 is de haalbaarheid (financieel en maatschappelijk) beschreven. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlage aan dit bestemmingsplan gevoegd.
Hoofdstuk 1
6
2.
PLANBESCHRIJVING
2.1 Omgeving plangebied Landschap Liempde ligt midden in de ‘natuurkern’ van Het Groene Woud: 7.500 hectare bestaande uit leembossen, moerassen, heide en agrarisch populierenlandschap. De ontwikkeling van dit gebied is al begonnen tijdens de laatste IJstijd, 13.000 tot 30.000 jaar geleden. Gedurende de daaropvolgende eeuwen zorgen klimaatschommelingen afwisselend voor het ontstaan van berkenbossen, grasland, droog parklandschap, vochtiger loofbos en gemengd eikenbos. Door ontginningen en landbouwgebruik sinds de late Middeleeuwen zijn rondom Liempde kenmerkende patronen ontstaan en nog altijd zichtbaar, zoals het kleinschalig coulisselandschap, de blok- en strokenverkaveling en de hierop gebaseerde wegenstructuur. Het plangebied is gelegen in heideontginningslandschap. Dit landschapstype wordt gekenmerkt door percelen welke worden afgebakend en gestructureerd door houtwallen, steilranden, heggen, bomenrijen, knotbomen, sloten, historische waterlopen en onverharde wegen. Ruimtelijke en functionele structuur Liempde bestond in het verleden uit diverse buurtschappen. Het huidige dorp heeft zich rondom het gemeentehuis ontwikkeld. De meeste horeca en voorzieningen hebben zich ook langs de Dorpsstraat, de ruggengraat van Liempde, gevestigd. De wegen zijn licht gebogen en relatief smal.
De Hamsestraat is aan de rand van het dorp gelegen en vormt de overgang van de kern naar het agrarisch gebied. Aan de westkant zijn woningen in de vorm van lintbebouwing en het bedrijventerrein Daasdonk aanwezig. De omliggende gronden aan de oostkant van de Hamsestraat bestaan voornamelijk uit agrarische gronden. Agrarische bedrijven zijn op geruime afstand gelegen. Op verdere afstand zijn enkele losse bedrijven gelegen, waaronder een tankstation. De Rijksweg A2 ligt op ruim 1,2 kilometer van het plangebied.
2.2 Voorgenomen ontwikkeling Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’ Voor de voorgenomen ontwikkeling vormt de gemeentelijke Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’ de integrale onderlegger. In paragraaf 3.2 wordt uitgebreid ingegaan op de Gebiedsvisie. De Gebiedsvisie beschrijft de ambitie als geheel en voor de onderdelen afzonderlijk. Voor de individuele ontwikkelingen biedt zij het ruimtelijk kader en geeft uitgangspunten voor de uitwerking. Ten behoeve van het gebied ‘verstedelijking afweegbaar’ (voorheen Integratie Stad-Land) beschrijft de gebiedsvisie hoe de stedelijke ontwikkeling op een samenhangende en evenredige wijze gepaard gaat met de landschapsontwikkeling. In het plangebied zullen 4 woonwerklocaties worden gerealiseerd. De woningen zijn in figuur 2.1 afgebeeld. Een woonwerklocatie is een locatie waar lichte bedrijvigheid (t/m milieucategorie 1) wordt toegestaan en wordt gecombineerd met wonen. Hiermee is de woonwerklocatie geen belemmering voor
Hoofdstuk 2
7
de toekomstige, dichtbijgelegen, woninglocatie Hamsestraat-Roderweg. Ten opzichte van een reguliere woonomgeving zijn er binnen de woonwerklocatie ruimere bebouwingsmogelijkheden voor bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfsfunctie. De omvang van de bedrijfsgebouwen is wel van beperkte omvang en bedraagt maximaal 300 m 2. De bedrijfswoningen zijn aan de voorzijde gesitueerd op ten minste 11 meter afstand van de weg. De bedrijfsruimten zijn daaraan functioneel ondergeschikt. Deze ruimten liggen daarom beduidend achter de woningen en zijn over het algemeen ook lager. De woonwerklocatie vormt een overgangsgebied tussen bedrijventerrein Daasdonk (werken) en de woonlocatie Hamsestraat-Roderweg. Daarom wordt de achterste 10 meter van deze kavels vrijgehouden van bedrijfsbebouwing. In deze zone mogen alleen reguliere bijgebouwen worden gerealiseerd die normaal gesproken ook bij woningen kunnen worden gerealiseerd. In deze gebouwen mogen géén bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden. Ieder kavel heeft één inrit, die gelegen is aan de noordzijde van de kavel waar ook de bedrijfsruimte gesitueerd kan worden. Deze inrit dient de woning én het bedrijf te ontsluiten om zodoende het aantal inritten te beperken.
Figuur 2.1: Impressie van de toekomstige woningen ten oosten van het plangebied, het groen en de globale aanduiding van de vier woonwerkkavels (rood)
Hoofdstuk 2
8
3.
BELEIDSTOETS
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in artikel 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.
Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties;
Hoofdstuk 3
9
4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19.
behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Met dit plan zijn geen nationale belangen gemoeid. De NOVI heeft geen specifieke betekenis voor het bestemmingsplan. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Conclusie Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij nationale belangen gemoeid zijn. Het Barro heeft dan ook geen invloed op het bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
Hoofdstuk 3
10
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Woningbouwprogramma Uitbreidingslocaties gemeente Boxtel In 2016 is de Woonvisie 2016-2025 voor de gemeente Boxtel vastgesteld. Naast dat hierin 5 opgaven zijn vastgesteld voor verbetering van de kwaliteit, de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van de bestaande en nog toe te voegen woningvoorraad, is met de woningbouwplanning ingezet op het vraaggericht bouwen van woningen met oog voor de toekomst.
Ingegeven door de huishoudensprognoses is er gezocht naar locaties om de toenemende woningbehoefte van de gemeente Boxtel in te vullen. Inventarisatie van mogelijke locaties leerde al snel dat het niet mogelijk was om de volledige woningbehoefte voor de langere termijn in te vullen op inbreidingslocaties. Om die reden is er, naast de ontwikkeling van inbreidingslocaties, verder gezocht naar mogelijke locaties voor uitbreiding. In dit proces is o.a. de locatie aan de Hamsestraat als woningbouwlocatie op de kaart gekomen. Woningaanbod Liempde Het dorp Liempde heeft anno 2019 een eenzijdig woningaanbod: ruim 85% van de woningen zijn koopwoningen in het duurdere segment en minder dan 15% van de woningen zijn huurwoningen. Daarom wordt bij nieuwbouw ingezet op een significante toevoeging van goedkope en betaalbare woningen (huur en koop). Woningbouwplanning Op basis van de woonvisie en de huishoudensprognose is voor de woningbouwplanning als streven gesteld dat de gemeente Boxtel van 2015 tot en met 2024 in totaal per saldo 1.315 woningen aan de woningvoorraad worden toevoegen. Zie de notitie Wonen in Regionaal Perspectief 2019 dat als bijlage 10 bijgevoegd.
Stand van zaken Provincie Noord-Brabant inventariseert periodiek de gerealiseerde en geplande ontwikkeling van de woningvoorraad per gemeente en zet dit af tegen de huishoudensprognoses en de afspraken die hierover in de regio zijn gemaakt. Voor gemeente Boxtel zijn de volgende cijfers relevant:
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
11
Capaciteitsindicatie
Prognose
Verwachte
Opgave / be-
Totale planca-
Waarvan
Nog hard
middellange termijn
2017
sloop
nodigde wo-
paciteit (in
harde ca-
te maken
ningbouw-ca-
plannen)
paciteit
capaciteit
1.295
130
1.165
2018 t/m 2027
paciteit Gemeente Boxtel
1.195
100
1.295
Conclusie Met de woonwerklocatie Hamsestraat wordt invulling gegeven aan de toenemende woningbehoefte van de gemeente Boxtel. De ontwikkeling past kwantitatief volledig binnen de woningbehoeftevraag van de gemeente en het dorp Liempde specifiek. Kwalitatief zorgt de woonwerklocatie Hamsestraat voor een toevoeging van de gewenste woningtypen en ruimtelijke kwaliteit aan het dorp Liempde en functioneert daarnaast als een overgangsgebied tussen het naastgelegen (toekomstige) woonlocatie aan de Hamsestraat-Roderweg en het bedrijventerrein Daasdonk.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verder uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die direct in strijd zijn met de omgevingsvisie van Noord-Brabant. Nadere regels vanuit de provincie voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna “Interim omgevingsverordening”) vastgesteld. Deze is op 1 april 2022 geconsolideerd. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de
Hoofdstuk 3
12
fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Volgens de Interim omgevingsverordening is het plangebied gelegen in het ‘Landelijk gebied’. De Interim omgevingsverordening beschikt daarnaast ook over een kaartlaag ‘stedelijke ontwikkeling’. In figuur 3.1 is hiervan een uitsnede weergegeven met de ligging van het plangebied. Hierop is te zien dat het plangebied geheel is gelegen binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’. Op basis van de Interim omgevingsverordening is in het buitengebied geen stedelijke ontwikkeling mogelijk, waaronder het toevoegen van nieuwe woonwerkeenheden. Hiervoor gelden echter op basis van de Interim omgevingsverordening een aantal uitzonderingen, zoals voor locaties die gelegen zijn in gebieden die aangeduid zijn als ‘verstedelijking afweegbaar’.
Figuur 3.1: Uitsnede kaart Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant met globale aanduiding plangebied
Over de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ wordt het volgende beschreven in de Interim omgevingsverordening: “Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar wordt gerealiseerd. Deze gebieden zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar –onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling.
Hoofdstuk 3
13
In het verleden werd hierbij onderscheid gemaakt in Zoekgebied verstedelijking en Integratie stad-land gebieden. In deze verordening zijn beide aanduidingen onder het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar gebracht. Dat betekent niet dat de doelstelling voor de Integratie stad-land gebieden is vervallen. Binnen die gebieden is het streven er nog steeds opgericht dat een rode ontwikkeling in een evenredige verhouding met de ontwikkeling van landschapskwaliteiten plaatsvindt. De meeste van de Integratie stad-land gebieden liggen ook in de Groenblauwe mantel of Natuurnetwerk Brabant. Daarvoor is een aparte regeling opgenomen. Er zijn een paar specifieke gebieden waarvoor dat niet geldt. Wij vertrouwen erop dat de gemeenten de afspraken die voor die gebieden zijn gemaakt nakomen. Overigens geldt in die gevallen dat een intensieve verstedelijking vanuit de zorgplicht voor omgevingskwaliteit niet passend is.” Het belangrijkste uitgangspunt bij stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied (en binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’) is dat verzekerd dient te zijn dat de beoogde stedelijke ontwikkeling in omvang en ruimtelijke kwaliteit evenredig moet zijn met de beoogde groene en blauwe landschapsontwikkeling. Om dit te verzekeren is de Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’ opgesteld en afgestemd met de Provincie Noord-Brabant.
Gebiedsvisie ‘Hamsestraat–Roderweg te Liempde’ (vastgesteld 1 september 2020) De gemeente Boxtel heeft in haar ruimtelijk beleid naast de ontwikkeling van meerdere inbreidingslocaties binnen Liempde ingezet op de uitbreidingslocatie Hamsestraat-Roderweg. De locatie is in de gemeentelijke structuurvisie aangewezen als woningbouwproject met groene woonmilieus aan de randen van de kern. Het gebied wordt globaal begrensd door de Hamsestraat, Roderweg, de Groote Waterloop en de oostelijk gelegen kassen, zie figuur 3.2. Op 1 september 2020 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie ‘Hamsestraat- Roderweg in Liempde’ vastgesteld, waarin niet alleen de gronden binnen de aanduiding ‘verstedelijking afweegbaar’ zijn betrokken, maar ook de gronden nabij de Groote Waterloop. De ambitie van de gebiedsvisie is om juist in samenhang met deze gronden, waar de aanwezige en potentiële landschappelijke waarden van het gebied liggen, een kwaliteitsimpuls te bereiken. De gebiedsontwikkeling is gericht op natuurontwikkeling aan de zijde van de Groote Waterloop en de aanleg van woonvelden met een groenblauwe dooradering. In de visie is aangetoond dat in samenhang met de rode functie ook landschapsontwikkeling zal plaatsvinden. In het plangebied uit de visie bestaat de verhouding tussen rood en groenblauw uit circa 40% rode functies (Stad) en 60% groenblauw (Land).
De functies die tot ‘stad’ worden gerekend bestaan niet alleen uit woongebieden, ontsluiting en parkeren, maar ook uit stedelijk groen (dit betreft het groen dat functioneel niet als ‘landschapsversterking’ wordt ingezet). De groenblauwe dooradering bestaat uit elementen die buiten de natuurgronden een wezenlijke bijdrage leveren aan de landschapsstructuur en maken deel uit van ‘land’. Met deze verhouding is verzekerd dat de beoogde stedelijke ontwikkeling in omvang ten minste evenredig is met de groene en blauwe landschapsontwikkeling. De gebiedsvisie vormt een integrale onderlegger voor de verschillende ontwikkelingen in het gebied en biedt het ruimtelijk kader en geeft uitgangspunten voor de verdere uitwerking. Ten behoeve van de toets aan het provinciaal beleid beschrijft de gebiedsvisie hoe de stedelijke ontwikkeling op een samenhangende en evenredige wijze gepaard gaat met landschapsontwikkeling.
Hoofdstuk 3
14
In de uitvoeringsparagraaf van de Gebiedsvisie ‘Hamsestraat–Roderweg te Liempde’ is vastgelegd dat de realisatie van de groene- en blauwe landschapsontwikkeling een onderdeel vormt van de exploitatie van de woonlocatie Hamsestraat -Roderweg. De hiervoor benodigde gronden worden door de ontwikkelaar van de woonwerklocatie Hamsestraat verworven, ingericht en op termijn overgedragen aan de gemeente Boxtel. Kwaliteitsverbetering Vanwege de waarden in het gebied en de directe omgeving had het plangebied de aanduiding ‘Integratie stad-land’ (provinciale Verordening ruimte 2012). Inmiddels is de aanduiding ‘Integratie stadland’ gewijzigd in ‘verstedelijking afweegbaar’ (Interim omgevingsverordening 2019). Binnen deze aanduiding is een stedelijke ontwikkeling mogelijk mits deze in samenhang en evenredigheid geschiedt met een groene en blauwe landschapsontwikkeling. Hiertoe dient een integrale gebiedsvisie te worden opgesteld die de ontwikkelingsrichting en de kwalitatieve ontwikkeling van het landschap onderbouwt. De beleidsuitgangspunten zijn voor het plangebied woonlocatie Hamsestraat - Roderweg hetzelfde gebleven, waar sprake is van een samenloop met Attentiezone Waterhuishouding (Artikel 3.44 lid 2).
Voor het plangebied woonwerklocatie Hamsestraat geldt met de komst van de Interim omgevingsverordening formeel geen eis meer van een evenredige groenblauwe landschapsontwikkeling, zie artikel 3.43. In het plangebied woonwerklocatie Hamsestraat is er sprake van een specifiek gebied, dat niet is gelegen in de Groenblauwe mantel (en ook niet in de Attentiezone Waterhuishouding). Volgens de toelichting van de Interim omgevingsverordening wordt ervan uitgegaan dat eerder gemaakte afspraken voor deze gebieden wel worden nagekomen. De Interim omgevingsverordening stelt regels over landschappelijke maatregelen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, dient te voorzien in een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (Artikel 3.9 OV). De voorgestelde gebiedsontwikkeling heeft een (substantiële) invloed op het landschap, waardoor zowel een landschappelijke inpassing als een aanvullende investering vereist is volgens het regionale Afsprakenkader (2015). De verantwoording van de landschapsinvestering wordt in het bestemmingplan van de woonwerklocatie Hamsestraat opgenomen. De voorgestelde gebiedsontwikkeling heeft een (substantiële) invloed op het landschap, waardoor zowel een landschappelijke inpassing als een kwaliteitsverbetering vereist is.
Om objectief te kunnen bepalen welke investering gedaan moet worden in het landschap, wordt hiervoor een bedrag berekend op basis van de rekenmethodiek zoals beschreven in het regionale Afsprakenkader (2015). Kwaliteitsbijdrage De voorgestelde ontwikkeling betreft een planmatige stedelijke ontwikkeling, waarbij wordt uitgegaan van een minimumbijdrage per m². De minimum bijdrage voor de kwaliteitsverbetering is 1% van de uitgifteprijs. Op basis van het VO stedenbouwkundig plan d.d. 29-07-2021 (2021-1633 bxt011 VO stedenbouwkundig plan 20210729), bedraagt het oppervlakte uitgeefbare grond circa 41.745 m 2. De inschatting van de gemeente is dat de minimale tegenprestatie, op basis van 1% van de uitgifteprijs, circa € 156.600,- zal bedragen. Investering landschap Om in de kwaliteitsbijdrage te voorzien is een tegenprestatie noodzakelijk. Er kan op meerdere wijze geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap: de landschappelijke inpassing van bebouwing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;
Hoofdstuk 3
15
activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; een fysieke bijdrage aan de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones.
In het bestemmingsplan wordt de voorgestelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk geborgd. De investering die wordt voorgesteld om in de tegenprestatie te voorzien bestaat uit zowel de aanleg en beheer van landschapselementen en de afwaardering van percelen. Op basis van de STILA- normeringen is een inschatting gedaan van de landschapsinvestering op basis van de voorgestelde inrichting. De inrichtingsmaatregelen die als landschapsinvestering zijn ingezet zijn terug te vinden in bijlage 9 Kwaliteitsverbetering. Er is sprake van een totale investering van € 189.494,-. Met de investeringsmaatregelen kan er ruimschoots in het vereiste compensatiebedrag worden voorzien. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van de lobben (groene vingers) voor zowel de woonwerklocatie Hamsestraat als de woonlocatie Hamsestraat-Roderweg. De nieuwe landschappelijke structuur is verweven met de toekomstige woonontwikkeling. Vanuit het gebied de Groote Waterloop wordt de nieuwe woonontwikkeling grotendeels aan het zicht onttrokken door houtwallen en leembosjes. De groene vingers hebben een breedte van minimaal 50 meter en bestaan ook uit de eerder genoemde ingrediënten. Stevige houtwallen zullen de wooneenheden inpassen, daartussen is er ruimte voor extensief graslandbeheer en wateropvang.
De groene vingers krijgen de bestemming Natuur en de aanleg van de groene vingers is via een voorwaardelijke verplichting geborgd in het bestemmingsplan voor zowel de woonwerklocatie als de woonlocatie. De bestemmingsplannen woonwerklocatie Hamsestraat en woonlocatie Hamsestraat-Roderweg worden gelijktijdig in procedure worden gebracht.
Hoofdstuk 3
16
Figuur 3.2: Visiekaart uit Gebiedsvisie ‘Hamsestraat – Roderweg te Liempde’ (Bron Gebiedsvisie)
3.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie Verfrissend Boxtel In juli 2011 heeft de gemeenteraad van Boxtel de Structuurvisie Verfrissend Boxtel voor het gemeentelijk grondgebied vastgesteld. Hierin wordt een integrale visie gegeven op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. De visie bestaat ten eerste uit een Atlas, hierin wordt een inventarisatie van het huidige beleid gemaakt en een beschrijving van het huidige Boxtel gegeven. Vervolgens is een analyse
Hoofdstuk 3
17
gemaakt op vier integrale thema’s: wonen en leven, beleven, ondernemen en verbinden. Daaropvolgend zijn een agenda, welke de belangrijkste vraagstukken bevat, en een bedrijfsplan gemaakt. De vier thema’s vormen de rode draad van de visie. In het thema ‘wonen en leven’ wordt een voorwaardenkaart voor aangenaam leven geschetst, in het thema ‘beleven’ wordt een troevenkaart van Boxtel gegeven, in het thema ‘ondernemen’ wordt een kansenkaart voor vitaliteit geschetst en in het thema ‘verbinden’ wordt een vervlechtingskaart van duurzame relaties gegeven. In de structuurvisie wordt de nadruk gelegd op de ligging van Boxtel en de omringende dorpen in het Nationale Landschap Het Groene Woud. Beide entiteiten zijn onmiskenbaar aan elkaar gekoppeld, het wonen en werken kunnen daar direct van profiteren. Ondanks de wenselijke verschillen tussen de bebouwde kommen en het buitengebied, wordt juist ook gezocht naar overeenkomsten. Hierbij wil de gemeente Boxtel de omgeving niet grondig in aanzien veranderen, maar de bestaande sterke punten van de gemeente beter benutten. Hiertoe worden in de structuurvisie onder andere een aantal concentratiegebieden aangegeven waar de voor de visie belangrijke projecten worden geplaatst. De woonomgeving in Boxtel is gevarieerd. De opgave voor het woningaanbod is te komen tot meer differentiatie en variatie.
Onder andere via het organiseren van goed verspreide zorgvoorzieningen. De woningvraag in Boxtel leidt niet tot grootschalige uitbreidingen, maar eerder tot ‘afronden’ (met kleinschalige uitbreidingen) en ‘inbreiden’ en herstructureren. De leefomgeving kan nog beter worden benut, onder andere door de openbare ruimte direct in te richten op het wonen. Conclusie De structuurvisie richt zich met name op nieuwe woningbouwlocaties. Het programma voor Liempde dient een flexibele mix te zijn van transformatielocaties en kleinschalige uitbreidingen aan de randen van de kern, als afronding van die kern. Voor Liempde geldt dat er een evenwichtige ontwikkeling voor alle leeftijdscategorieën moet zijn en dat woningbouw geconcentreerd moet worden op een klein aantal inbreidingslocaties en één grootschalige uitbreidingslocatie aan de rand. Onderhavige ontwikkeling geeft invulling aan deze ambities, door te functioneren als een overgang tussen het bedrijventerrein Daasdonk en beoogde ontwikkelingen in het gebied aan de Hamsestraat–Roderweg. Daarmee draagt onderhavige ontwikkeling bij aan de afronding van de kern Liempde. Woonvisie 2016-2025 Op basis van de woonvisie en de huishoudensprognose is voor de woningbouwplanning als streven gesteld dat de gemeente Boxtel van 2015 tot en met 2024 in totaal per saldo 1.315 woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd.
Zie de notitie Wonen in Regionaal Perspectief 2019 dat als bijlage 10 is bijgevoegd. Conclusie In december 2019 is bij de regionale afstemming van het gewijzigd programma van dit plan het volgende geconcludeerd: “Met het project Hamsestraat-Roderweg wordt invulling gegeven aan de toenemende woningbehoefte van de gemeente Boxtel. De ontwikkeling past kwantitatief volledig binnen de woningbehoeftevraag van de gemeente en het dorp Liempde specifiek. Kwalitatief zorgt het project daarnaast voor een toevoeging van de gewenste woningtypen en ruimtelijke kwaliteit aan het dorp Liempde.” Wij zijn van mening dat de conclusie van september 2019, dat dit project kwantitatief en kwalitatief passend is en zorgt voor toevoeging van de gewenste woningtypen en ruimtelijk kwaliteit aan het dorp Liempde, ook na aanpassing van dit plan overeind blijft. Door het grotere aantal woningen is de bijdrage aan dit project aan de Boxtelse woningbouwopgave verstevigd ten opzichte van het plan in september en het aandeel goedkope en betaalbare woningen in het totale plan is daarbij ook
Hoofdstuk 3
18
toegenomen. We verwachten dan ook dat dit woningbouwprogramma voorziet in de woonbehoefte in het dorp. Boxtel 2020, duurzaam en dynamisch centrum in het Groene Woud In deze strategische visie (29 juni 2009) is aangegeven in welke richting Boxtel zich in de periode 2010-2020 verder wil ontwikkelen. De strategische visie is verwoord in zes ambities. De ambities zijn ondersteund in de vele gesprekken die hebben plaatsgevonden en moeten worden voortgezet. De zes ambities zijn: 1. Boxtel blijft voorop met duurzaamheid; 2. Boxtel ontwikkelt toerisme en recreatie tot een volwaardige bedrijfstak; 3. Boxtel versterkt zijn positie als werkgelegenheidsgemeente; 4. Boxtel werkt aan een sterk centrum; 5. Boxtel is ook in 2020 een prima woongemeente; 6. Boxtel heeft een modern bestuur. Deze ambities zijn toegelicht in de zes hoofdstukken. Voor dit bestemmingsplan is ambitie vijf van belang. In de navolgende alinea wordt deze ambitie nader toegelicht. Boxtel, een prima woongemeente Tot 2020 groeit de eigen bevolking van Boxtel nog met 700 inwoners tot een totaal van 30.900. Voor deze groei alleen zijn ongeveer 300 woningen nodig. Een veel groter aantal, plusminus 900 woningen, is nodig om de nog steeds doorgaande gezinsverdunning op te vangen. De gemiddelde woningbezetting bedroeg in 2008 namelijk 2,47 en zal dalen naar ongeveer 2,30 in 2020.
Voor de eigen bevolking zijn er dus opgeteld zo'n 1.200 woningen nodig. Ook wil Boxtel de gelegenheid aan mensen van buiten de gemeente bieden om een woning te realiseren. Dit aantal is gesteld op 200 woningen. Van de dan in totaal 1.400 woningen, mogen circa 650 woningen gebouwd worden binnen de kernen. Conclusie Zoals is aangetoond in de Ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 3.1) zijn de woningen inpasbaar. De ontwikkeling past dan ook binnen deze strategische visie. Visie Duurzaam Boxtel 2030 (2017) Voor het opnemen van duurzaamheidsambities in bestemmingsplannen geldt dat er sprake moet zijn van ruimtelijke relevantie. Dat wil zeggen dat de regels die gesteld worden, direct verband moeten houden met de bestemming die aan de gronden wordt toegekend en betrekking moeten hebben op het ruimtebeslag op de gronden. Dat betekent dat niet alle duurzaamheidsambities via het bestemmingsplan zijn vast te leggen. Voor dit initiatief wordt gedurende de verdere uitwerking rekening gehouden met het thema duurzaamheid en de vier eerdergenoemde thema’s.
Flora en fauna Uitgangspunten gemeente: Toepassing autochtone streekeigen planten – versterking van verscheidenheid landschap en van nature aanwezige vegetatie ondersteunen; Waardevolle elementen (bestaand groen) zoveel als mogelijk behouden; Streven om biodiversiteit te behouden en te versterken (bijvoorbeeld door toepassing hagen als erfafscheiding, diervriendelijke beplanting, nestgelegenheid, groene daken etc.).
Hoofdstuk 3
19
Water Uitgangspunten gemeente: Realisatie van voldoende waterberging; Toepassing van waterdoorlatende verharding ter plaatse van openbare verhardingen, parkeerterreinen en verhardingen op particuliere percelen; Toepassing waterbesparende voorzieningen. Energie De woningen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Leefmilieu De woonomgeving moet attractief zijn en aansluiten bij de wensen van de huidige en toekomstige generatie. Bij de inrichting van het gebied wordt ervoor gezorgd dat er minder sprake is van hittevorming. Door klimaatverandering kunnen in de zomer namelijk hitte eilanden ontstaan in stedelijk gebied met negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen. Pas daarom zo min mogelijk verhard oppervlak toe, en juist wel bomen en ander groen en water. Conclusie De woningen moet voldoen aan de eisen voor BENG.
Hoofdstuk 3
20
4.
MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING
Er bestaat een duidelijke relatie tussen het milieubeleid en de ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien het ruimtelijk en milieubeleid naar elkaar in de vorm van omgevingsbeleid. De milieukwaliteit is derhalve een belangrijke afweging bij de ontwikkeling van ruimtelijke functies. In dat verband dient bij de afweging bij de ontwikkeling van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen te worden onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op alle milieuaspecten.
4.1 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie De gemeente Boxtel heeft een Nota vastgesteld waarin het archeologisch beleid is opgenomen. In deze nota (Nota gemeentelijk archeologiebeleid Boxtel) is een kaart met een classificatie opgenomen. De classificatie gaat in op de mogelijkheid tot het aantreffen van archeologische vondsten. De gemeente Boxtel heeft in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ en bestemmingsplan ‘Liempde’ deze classificaties door vertaald in dubbelbestemmingen. Dat houdt in dat de bescherming van eventuele archeologische waarden voorrang heeft op de onderliggende bestemming. Ter plaatse van het plangebied is sprake van de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie - 3’ en ‘Waarde – Archeologie – 4’. Conclusie Er zijn in de loop der jaren diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd voor verschillende delen van het plangebied, zie figuur 4.1.
Figuur 4.1: Archeologisch onderzoek Hamsestraat te Liempde
Hoofdstuk 4
21
Dit onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. Hieronder worden de belangrijkste conclusies beschreven. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase), Bilan, 20 augustus 2008. + Selectieadvies en Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Hamsestraat ong. te Liempde, Aeres Milieu, 12 augustus 2016 + (her)beoordeling, archeologisch waardering wordt verwijderd Het onderzoek is uitgevoerd in 2016 voor de percelen Liempde, sectie B, percelen 3252, 595, 594 en 593, maar is nog steeds representatief voor het plangebied. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden gesteld dat het plangebied altijd een zeer natte aard heeft gehad. Dit valt te herleiden aan de verspreiding van de roest door het bodemprofiel. Sterk fluctuerende grondwaterstanden zijn een negatieve factor voor conservering en door deze natte aard zal het plangebied ook minder aantrekkelijk zijn geweest voor menselijk handelen. Er zijn in de omgeving aanzienlijk gunstigere vestigingsplaatsen aanwezig. Daarnaast is er sprake van een aftopping van de oorspronkelijke bodem. Er zal ter plaatse sprake zijn geweest van een podzolvorming. Resten hiervan zijn in vier boringen aangetroffen. Deze podzol is vermoedelijk tot in de C-horizont opgenomen in het huidige akkerdek. De overgangszone tussen de B- en C-horizont ontbreekt hier zelfs volledig.
Dit is een indicatie voor een diepe verstoring van het bodemprofiel. De aangetroffen A-C-profielen in combinatie met de natte aard van het plangebied en gunstigere vestigingsmogelijkheden in de omgeving geven aanleiding om vrijgave van het plangebied te adviseren. Centraal in het plangebied liggen vier boringen met een verstoord karakter, hoewel minder verstoord dan de overige boringen. Het kan niet worden uitgesloten dat hier nog dieper reikende archeologische resten kunnen worden aangetroffen. Echter is de verwachting dat deze sporen weinig samenhang vertonen door de afgetopte aard van het bodemprofiel. Hierdoor is er sprake van aantasting van de sporen, maar ook de eventueel aanwezige woonlaag of loopniveaus zal niet langer in situ aanwezig zijn. Dit zal tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige resten een relatief solitaire aard zullen hebben dat de uiteindelijke informatiewaarde van de sporen beperkt. Dit heeft als gevolg dat, ondanks enkele meer intacte boringen, geadviseerd wordt dat verder archeologisch onderzoek voor dit deel van plangebied niet noodzakelijk wordt geacht. Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Hamsestraat te Liempde, Aeres Milieu, 25 augustus 2021 Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden gesteld dat het plangebied altijd een zeer natte aard heeft gehad.
Dit valt te herleiden aan de verspreiding van de roest door het bodemprofiel. Sterk fluctuerende grondwaterstanden zijn een negatieve factor voor conservering en door deze natte aard zal het plangebied ook minder aantrekkelijk zijn geweest voor menselijk handelen. Er zijn in de omgeving aanzienlijk gunstigere vestigingsplaatsen aanwezig. Daarnaast is er sprake van een aftopping van de oorspronkelijke bodem. Er zal ter plaatse sprake zijn geweest van een podzolvorming. Resten hiervan zijn in vier boringen aangetroffen. Deze podzol is vermoedelijk tot in de C-horizont opgenomen in het huidige akkerdek. De overgangszone tussen de B en C-horizont ontbreekt hier zelfs volledig. Dit is een indicatie voor een diepe verstoring van het bodemprofiel. De aangetroffen A-C-profielen in combinatie met de natte aard van het plangebied en gunstigere vestigingsmogelijkheden in de omgeving geven aanleiding om vrijgave van het plangebied te adviseren. Centraal in het plangebied liggen vier boringen met een verstoord karakter, hoewel minder verstoord dan de overige boringen. Het kan niet worden uitgesloten dat hier nog dieper reikende archeologische resten kunnen worden aangetroffen. Gezien de vorm van de verhoging (grofweg vierkant) en de relatief intacte aard lijkt het
Hoofdstuk 4
22
waarschijnlijk dat ter plaatse sprake is geweest van bebouwing (pre 19e eeuw) waardoor hier de bodem minder is omgezet en afgetopt. Het verdient dan ook de aanbeveling om de hogere zone met de type 3 boringen en de duidelijk aftekenende vierkante vorm aan te merken voor vervolgonderzoek. Voor de overige terreindelen wordt geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Selectieadvies, gemeente Boxtel, 24 augustus 2021 De gemeente neemt het advies van Aeres over om binnen de lopende AMZ-cyclus nader onderzoek uit te (laten) voeren in de hogere zone met type 3 boringen en de duidelijk afgetekende vierkante vorm in het landschap. Dit vervolgonderzoek dient plaats te vinden indien er ter plaatse sprake is van verstoringen dieperreikend dan 25 cm -mv (archeologisch relevante niveau ligt gemiddeld op 45 cm -mv, rekeninghoudend met een beschermende buffer van 20 cm is dit 25 cm -mv). Voor de overige terreindelen wordt verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het vervolgonderzoek vindt plaats middels proefsleuven. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming Archeologie opgenomen voor de zone waar vervolgonderzoek moet plaatsvinden.
Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Hamsestraat (ong.) te Liempde, Aeres Milieu, 18 november 2021 Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek (Liempde, sectie B, nummers 3206 (deels), 3207 en 3270 (deels)) middels boringen kan worden gesteld dat de archeologische verwachting voor het mesolithicum tot de nieuwe tijd kan worden bijgesteld naar laag. In het plangebied is de bodem tot in de C-horizont van dekzandafzettingen geroerd. De oorspronkelijke bodemopbouw is geheel verdwenen. In het westen van het plangebied is deze opgenomen in de A-horizont. In het oostelijk deel is deze afgegraven alvorens het maaiveld is opgehoogd. In de leemafzettingen kan nog een potentieel archeologisch niveau met waarden uit het midden- tot laat-paleolithicum aanwezig zijn. Deze kunnen worden aangetroffen vanaf circa 9,05 meter +NAP (circa 60 centimeter onder maaiveld). De trefkans is echter laag. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Vanuit het aspect archeologie zijn daarom geen belemmeringen naar voren gekomen voor de uitvoering van onderhavig initiatief. Cultuurhistorie Voor het aspect ‘cultuurhistorie’ is gekeken naar de Cultuurhistorische Waardenkaart van Provincie Noord-Brabant en het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ van de gemeente Boxtel.
Op figuur 4.1 is de globale ligging van het plangebied te zien. De Hamsestraat is aangeduid met een gele lijn als een straat met redelijk hoge waarden (Historische geografie, redelijk hoog). Daarnaast is de Roderweg aangewezen als een straat met ‘historisch geografisch hoge waarden’. Het plangebied is ook gesitueerd in een belangrijk ‘historisch geografisch buiten de cultuurhistorische landschappen’ namelijk de Meierij. Hieronder wordt per cultuurhistorische waarde verder toegelicht om welke waarden het gaat:
Hoofdstuk 4
23
Historische geografie, zeer hoog (rode omlijning om de Roderweg in figuur 4.1) Een gedeelte van het plan ligt in een historisch geografisch gebied met zeer hoge cultuurhistorische waarden. In de Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant is het volgende opgenomen: “Rondom de zeer gave akker ten zuiden van de kern Liempde is een lintbebouwing gelegen. Ondanks de vele nieuwe toevoegingen is de historische structuur en de samenhang met de akker nog duidelijk herkenbaar. Vanuit het lint zijn enkele mooie zichtlijnen over de akker naar de kern van Liempde aanwezig”. De rode omlijning is gelegen om de Roderweg. Met deze ontwikkeling blijft de lintbebouwing aan de Roderweg intact. De cultuurhistorische waarden blijven dan ook gehandhaafd. Historische geografie, redelijk hoog (gele lijn ter plaatse van de Hamsestraat in figuur 4.1). De Hamsestraat is aangeduid als een straat, ofwel ‘lijn’, met redelijk hoge waarden. De provincie heeft in haar beleid geen nadere toelichting opgenomen met betrekking tot welke redelijk hoge waarden ter plaatse van de Hamsestraat gelden. De liggen op ruime afstand van deze lijn. Op deze manier wordt de cultuurhistorische ‘lijn’ niet beschadigd. De nieuwe ontsluitingen op de Hamsestraat worden aangelegd bij bestaande kruispunten of T-splitsingen. Hiermee wordt voorkomen dat versnippering ontstaat.
De waarden van deze historische lijn blijven behouden.
Historisch geografisch buiten de cultuurhistorische landschappen (licht korrelig gearceerd vlak in figuur 4.1). Het plangebied is in het historisch landschap de Meierij gesitueerd. In de Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant is het volgende opgenomen: “De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap.” De provincie wil de Meierij onder andere verder versterken door daar waar mogelijk de dragende structuren van de regio in samenhang verder te ontwikkelen. Het plangebied vormt een overgang tussen de kern Liempde en het buitengebied. Hiermee wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht met bestaande (en toekomstige) functies en structuren.
Conclusie Uit deze analyse blijkt dat ter plaatse van het plangebied cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, maar dat die niet worden aangetast door de woonwerkeenheden op een bepaalde afstand van de Hamsestraat te situeren. Tevens heeft de gemeente Boxtel voor haar bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart een inventarisatie gemaakt om de bijzondere cultuurhistorische waarden in kaart te brengen. Vanuit het aspect ‘cultuurhistorie’ zijn geen belemmeringen naar voren gekomen uit de Cultuurhistorische Waardenkaart of het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ voor de uitvoering van onderhavig initiatief.
Hoofdstuk 4
24
Figuur 4.2: Cultuurhistorische waardenkaart met globale aanduiding plangebied (Bron: Provincie NoordBrabant)
4.2 Flora en fauna Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek is een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. In deze paragraaf wordt alleen de conclusie en aanbevelingen vermeld. De complete quickscan is toegevoegd als bijlage 4. Quickscan flora en fauna Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is in 2022 een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De quickscan flora en fauna is opgesteld voor zowel de woonwerklocatie Hamsestraat als de woonlocatie Hamsestraat-Roderweg. In Op 18 oktober 2022 is door een ecoloog van BRO een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied. In deze toelichting worden de conclusies en aanbevelingen vermeld. Het totale onderzoek is opgenomen in bijlage 4. De quickscan gaat zowel in op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming. Wettelijke gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 5,2 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een
Hoofdstuk 4
25
effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 4 woonwerk kavels en 112 woningen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is hierdoor niet uit te sluiten. Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de aanlegfase en gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB/EVZ. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB/EVZ ligt ongeveer 125 meter ten zuiden van het plangebied, in de vorm van de Groote Waterloop. Gezien aan de zuidrand natuur en bosgebied toegevoegd wordt, en ook het gebied tussen de wijk en de loop als natuur wordt ingericht, zullen de omgevingscondities redelijkerwijs minimaal gelijk blijven. Hierdoor worden de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
Soortenbescherming Binnen het plangebied is geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde soorten. Tussenconclusie Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: Het plangebied kan dienen als leefgebied van de wezel, hermelijn en/of steenmarter. Vervolgonderzoek dient uit te wijzen of deze soorten van het plangebied gebruik maken. Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Vervolgonderzoek (bijlage 13) In het plangebied zijn waarnemingen gedaan van de bunzing en de das. Verblijfplaatsen van deze soorten zijn beschermd onder artikel 3.10 lid 1 onderdeel b Wnb. Zonder maatregelen is een overtreding niet op voorhand uitgesloten.
In dit geval zijn er mogelijkheden om met bewezen effectieve maatregelen een overtreding te voorkomen. Een ter zaken kundige ecoloog dient de te nemen maatregelen in een ecologisch werkprotocol te verwerken. Hieruit moet duidelijk worden hoe potentiële overtredingen worden voorkomen. Daarnaast dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen:
De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus;
Hoofdstuk 4
26
Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied.
Stikstofdepositie Er is een stikstofdepositieonderzoek (voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase) uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6 bij dit bestemmingsplan. De aanlegfase en gebruiksfase zijn beiden los berekend. Bij de gebruiksfase is de emissie van het toekomstige verkeer berekend. De woningen zelf zijn gasloos en zorgen niet voor een emissie. Voor de aanlegfase zijn verschillende mobiele werktuigen ingevoerd. Ook is de emissie van het bouwverkeer berekend. Geconcludeerd wordt dat zowel de aanleg- als de gebruiksfase niet voor een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zorgen bij omliggende Natura 2000-gebieden. Het plan zal daarom geen relevante significante effecten kunnen veroorzaken ter plaatse van omliggende Natura 2000-gebieden. Het is niet nodig een passende beoordeling te doen. Het onderdeel stikstof zorgt niet voor belemmeringen voor dit plan. Conclusie Wat betreft ecologie zijn er geen belemmeringen voor het plangebied.
4.3 Waterparagraaf Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan middels een watertoets. De resultaten uit de watertoets landen vervolgens in een waterparagraaf. Verschillende overheden hebben beleidskaders opgesteld aan de hand waarvan ze streven naar een duurzaam watersysteem. Dat gebeurt op Europees, rijks- provinciaal, gemeentelijk en waterschapsniveau. De beleidskaders op waterschaps-, provinciaal en gemeentelijke niveau worden hieronder geschetst. Waterschap Keur In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen.