CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Sint-Lambertusweg ong. - Bijlage 1 Nota van zienswijzen

Raadsvergadering Boxtel 12 december 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Sint-Lambertusweg ong., Boxtel4.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA van zienswijzen en wijzigingen, behorende bij het raadsbesluit van 12 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan Sint. Lambertusweg ongenummerd (ong.) Inleiding Aan de Sint Lambertusweg ong. in Boxtel is een bestemmingsplan voorbereid ten behoeve van het wijzigen van een agrarische bestemming naar een woonbestemming ten behoeve van de realisatie van een Ruimte voor Ruimte woning. Het ontwerp heeft vanaf woensdag 26 april 2023 gedurende zes weken tot en met dinsdag 6 juni ter inzage gelegen. Tijdens de periode van tervisielegging konden bij de gemeenteraad zienswijzen tegen het ontwerp bestemmingsplan worden ingediend. In de periode van tervisielegging zijn 2 zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan ontvangen. Een van de twee zienswijzen is ingediend door een gemachtigde namens een vijftal omwonenden. Het zijn in deze allemaal particulieren met een bestaande woonbestemming. In onderstaande tabel staan de zienswijzen die bij de gemeenteraad naar voren zijn gebracht. Elk van de ingediende zienswijzen is binnengekomen binnen de gestelde termijn. In de antwoordnota is per zienswijze de hoofdzaak uit de zienswijzen puntsgewijs samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat we die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd niet hebben betrokken bij de beoordeling. Elke zienswijze is in zijn geheel beoordeeld.

Per punt is een reactie gegeven en is aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. De zienswijzen zijn genummerd en, voor zover ingediend door particuliere personen, geanonimiseerd. Dit weglaten van de NAW-gegevens van indieners van zienswijzen, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (Avg). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. De NAW-gegevens van de indieners zijn bekend bij de gemeente Boxtel. Overzicht zienswijze en aanduiding De volgende zienswijzen zijn ingediend en met de volgende aanduiding opgenomen in de nota.

1

2

1

Zaaknummer 1324513 1324513 1324513 1324513 1324513 1324513 1324519

Naam

Adres

Postcode

Plaats

Datum zienswijze 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 05-06-2023 04-06-2023

Indiener 1.1

Inhoud zienswijze Indiener kan zich niet verenigen met het omvormen van agrarische grond naar een woonbestemming ten behoeve van de bouw van een nieuwe woning omdat dit tot verdere verstening van zowel de SintLambertusweg als de Oude Boomgaard zal leiden. Indiener vindt dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Er wordt gewezen op een ondeugdelijke motivering en het plan zou daarom in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en in strijd met artikel 3.46 en 3.47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Indiener wijst er daarnaast op dat de gemeente niet alle relevante kennis en feiten heeft vergaard en daarom niet heeft voldaan aan het algemene zorgvuldigheidsbeginsel. Hierbij wordt erop gewezen dat de belangen van de omwonenden onvoldoende zijn meegewogen in het besluit en dat deze afweging onvoldoende is gemotiveerd.

Beantwoording Indiener heeft als gemachtigde een zienswijze ingediend namens vijf omwonenden (vanaf nu: indieners omdat niet alle omwonenden deel hebben genomen aan de zienswijze) aan de Sint-Lambertusweg en Oude Boomgaard. Deze 5 indieners wonen op afstanden tussen de 90 en 300 meter van het plangebied. Zoals ook duidelijk weergegeven in het opgenomen kaartje in de zienswijze. Hierbij merken wij op dat niet alle omwonenden deelgenomen hebben aan deze gemeenschappelijke zienswijze. De vijf indieners die deel hebben genomen aan deze zienswijze hebben een reguliere woonbestemming met in enkele gevallen omliggende agrarisch bestemde gronden. Aangezien het bestemmingsplan Buitengebied 2011 geen tuinbestemmingen kent, worden deze agrarische bestemmingen bij woningen vaak gebruikt als tuin of hobbyweide. Uit de meest recente luchtfoto's van 2022 is dit ook voor deze vijf indieners van toepassing. De ten noorden van het plangebied gelegen agrarische bestemming van een van de indieners is gelegen op 48 meter van het plangebied en op 52 meter vanaf de woonbestemming binnen het plangebied. De bouw van een woning aan de Sint Lambertusweg leidt niet tot verdere verstening van de Oude Boomgaard. Deze weg ligt op enkele honderden meters afstand van het plangebied.

De gemeente begrijpt wel de belangen van de indieners aan de Sint-Lambertusweg die op veelal grote kavels in het buitengebied wonen en gehecht zijn aan hun woonsituatie. Dit bleek ook uit de reacties op de gevoerde omgevingsdialoog van indiener. Hun belangen zijn meegenomen in de afweging om medewerking te verlenen aan het toevoegen van een nieuwe woning in dit bebouwingscluster. Dit bleek onvoldoende uit paragraaf 2.2 van de toelichting. Deze paragraaf bevatte onvoldoende informatie over omliggende gebruikers in de bestaande situatie. Wij zijn het samenvattend niet eens met indiener dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening of algemene beginselen van behoorlijk bestuur of de Awb, wel geeft de zienswijze aanleiding tot een

2

Aanpassing bestemmingsplan Paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is aangevuld, met een verduidelijking van direct omliggende gronden en bestemmingen om zodoende ieders belangen goed in beeld te brengen.

1.2

Indiener vindt dat het plan meer mogelijk maakt dan is bedoeld of onderzocht (maximale planologische mogelijkheden). Hiervoor worden drie redenen aangedragen:

verdere verduidelijking of verbetering van de toelichting bij het bestemmingsplan. Wij zijn het niet eens met de stelling van indiener dat het plan meer mogelijk maakt dan bedoeld of is onderzocht. a.

Het voorliggende bestemmingsplan sluit qua bestemmingsplansystematiek en begripsbepalingen (o.a. wonen en woning) aan bij het paraplubestemmingsplan kamerbewoning Boxtel zoals vastgesteld op 27 oktober 2020. Deze regels gelden voor alle woningen in onze gemeente. Bestemmingsplannen die nu worden aangeboden aan de Gemeenteraad ter vaststelling nemen deze regels integraal over. Dit is in lijn met het gelijkheidsbeginsel. Dat deze regels ten aanzien van het gebruik van de woning niet zouden gelden voor andere (Ruimte voor Ruimte) woningen in de gemeente mist dus feitelijke grondslag.

b.

Het College van B&W heeft in 2013 en in 2021 een positief principebesluit genomen voor de bouw van Ruimte voor Ruimte woningen op het kadastraal perceel R33. Zoals in de toelichting omschreven is het plan afgeschaald naar de bouw van twee naar een woning. Het plangebied is ook verkleind ten opzichte van eerdere concepten. Het plangebied is maximaal geschikt voor de bouw van één Ruimte voor Ruimte woning. Uit artikel 4.1 onder c volgt dat er binnen het plangebied maximaal één Ruimte voor Ruimte woning mag worden opgericht. In het plangebied is op de verbeelding één bouwvlak opgenomen waarbinnen een hoofdgebouw(=woning) mag worden opgericht, dit volgt ook uit de planregels 4.2.1 onder a en b. De gemeente volgt indiener dan ook niet dat er nog aanvullende planregels moeten worden opgenomen om de bouw van extra woningen te voorkomen. Hierbij wijst de gemeente er tevens op dat het College van B&W bij het besluit van 18 april 2023 om dit ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen, heeft besloten om het principeverzoek uit 2013 en 2021 gedeeltelijk in te trekken voor zover dit betrekking heeft op de bouw van een tweede woning ter plaatse van het kadastraal perceel R33. Dit

a. Indiener wijst erop dat het bestemmingsplan meer mogelijk maakt dan de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning. Hierbij wordt gewezen op de begripsbepalingen ‘wonen’ en een ‘woning’. Naar oordeel van de indiener worden hiermee meer vormen van bewoning mogelijk gemaakt dan normaliter en ruimtelijk aanvaardbaar is. b. Indieners willen meer zekerheid dat in het plangebied niet alsnog een tweede woning zal worden gerealiseerd en verzoekt om hiervoor de planregels te wijzigen. c. Indieners wijzen erop dat er in de toelichting nog gesproken wordt over meerdere bouwtitels en wijst op de tekst in paragraaf 2.3.1. waarin verwezen wordt naar een stedenbouwkundige motivering in bijlage 1 bij de toelichting voor het toevoegen van een tweede ruimte voor ruimte woning. d. Afsluitend moet de gemeente borgen dat er ter plaatse van het plangebied niet meer dan een woning kan worden gerealiseerd.

3

Toelichting is aangepast voor zover er gesproken wordt over bouwtitels in plaats van bouwtitel.

besluit is via de openbare collegebesluiten op de gemeentelijke webpagina in te zien. Hiermee is er naar oordeel van de gemeente geen concreet zicht meer op verdere woningbouwplannen op dit kadastraal perceel R33, de gemeente verwacht hiermee de indieners tegemoet te hebben gekomen. c.

De gemeente onderkent dat er op sommige plekken in de toelichting wordt gesproken over twee woningen. Bijvoorbeeld in relatie tot de verwijzing naar het stedenbouwkundige onderzoek in bijlage 1 bij de toelichting. De reden hiervoor is dat het plan in eerste instantie is ingestoken op twee woningen en later in het proces is afgeschaald naar een woning. Voor zover het hier gaat om verschrijvingen zal de toelichting hierop worden nagezien, zoals in het geval waarin gesproken wordt over twee bouwtitels.

d.

1.3

Indiener wijst erop dat de bouw van de nieuwe woning het woon- en leefklimaat van omwonenden aantast en draagt hiervoor de volgende drie argumenten aan: a. Omdat hierdoor het vrije uitzicht wordt beperkt. Behoud van het uitzicht van omwonenden is onvoldoende meegewogen. b. Omdat er een woning wordt toegevoegd wordt de privacy van omwonenden beperkt. c. De grote groene tussenruimtes tussen woningen in het bebouwingscluster worden aangetast. Hierbij wordt specifiek gewezen op de resterende groene ruimte van de Sint-Lambertusweg 1 en de nieuwe

4

Zoals omschreven onder de beantwoording van b. heeft de gemeente planologisch voldoende geborgd, dat er niet meer dan één Ruimte voor Ruimte woning kan worden gerealiseerd binnen het plangebied. Wij volgen indieners niet in hun bezwaren dat de bouw van deze ene woning invloed zou kunnen hebben op hun woon- en leefklimaat. a.

Zoals geconstateerd in de beantwoording onder 1.1. ligt de dichtbijgelegen woonbestemming van indieners op 90 meter afstand van het plangebied. Hierbij is gemeten tussen de woonbestemmingen, de beoogde en bestaande woningen liggen verder uit elkaar. Alleen deze ene indiener heeft direct zicht op het plangebied. Alle andere indieners hebben geen direct uitzicht op de locatie, mede doordat tussen hun woningen andere woningen staan of doordat er boomteeltpercelen liggen tussen de Sint-Lambertusweg en de Oude Boomgaard. Het is daarnaast vaste jurisprudentie dat er geen recht is op vrij uitzicht. De gemeente ziet dan ook niet in hoe dit bouwplan van invloed kan zijn op het belemmeren van het vrije uitzicht van de indieners.

Geen aanpassing.

woning, deze zou minder dan 25 meter zijn en daarom niet langer een grote groene tussenruimte.

b.

De privacy van indieners wordt niet aangetast door de bouw van deze woning, dit punt is ook niet onderbouwd in de zienswijze. Zoals omschreven onder a en in de beantwoording onder 1.1 zijn alle woningen van indieners op ruime afstand (>90 meter afstand) gelegen.

c.

1.4

5

Indiener wijst erop dat omwonenden worden beperkt in hun bedrijfsvoering en wijst hierbij op eventuele beperkingen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de toevoeging van deze nieuwe woning. Een belemmering van de bedrijfsvoering zou onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. Hierbij wordt gewezen op de vaste jurisprudentie omtrent spuitzones.

De gemeente erkent dat groene tussenruimtes mede het karakter bepalen van het bebouwingscluser Langenberg. Dit volgt ook uit de handreiking ‘Ruimte-voor-Ruimte kavels’ waarin een gebiedsvisie is uitgewerkt voor de Langenberg. Hieruit blijkt dat het bebouwingscluster van oudsher een coulisselandschap is. Groene ruimtes en doorzichten vanaf de weg naar het achterliggende landschap tussen bebouwingsclusters horen hier bij. Dit wil echter niet zeggen dat het landschap geen verdere verdichting met een woning zou kunnen verdragen of dat hierdoor de open groene tussenruimte onevenredig wordt aangetast. Specifiek ten aanzien van de Sint Lambertusweg 1 wijst de gemeente erop dat er ten zuiden van deze woning een brede groene tussenruimte is op het perceel van indiener van 40-45 meter breed. Daarnaast is er ter plaatse van het kadastraal perceel R33 een zone van 46 meter agrarische grond. Samen vormt dit een groene tussenruimte van minimaal 90 meter tussen het plangebied en deze bestaande woonbestemming. Dit was 120 meter. De gemeente heeft hierbij rekening gehouden met het feit dat ook in de bestaande situatie tussen de Sint Lambertusweg 3 en 5 een groene open tussenruimte is gelegen van 90 meter breed. De gemeente volgt indiener ook niet dat met verkleinen van deze tussenruimte het bebouwingscluster zou worden aangetast.

Alle indieners wonen in een woonbestemming, geen van de vijf indieners is bedrijfsmatig actief als agrariër of heeft (bedrijfsmatig gebruikte gronden) binnen 50 meter van het plangebied in eigendom of gebruik. Dit blijkt althans niet uit gegevens zoals opgenomen in de zienswijze of op grond van de informatie die openbaar raadpleegbaar is (zoals het kadaster). De meest nabijgelegen gronden van een van de indieners is gelegen op 52 meter afstand van de nieuw toegevoegde woonbestemming in dit plan. Er is daarom geen sprake van een belemmeringen van bedrijfsvoering.

Geen aanpassing.

1.5

Indiener vindt dat de groene uitstraling van het perceel verloren gaat, dat de landschappelijke inpassing onvoldoende aansluit bij de landschappelijke structuur en dat de landschappelijke inpassing onvoldoende is gewaarborgd. Hierbij wordt tevens aansluiting gezocht bij de zienswijze zoals deze is samengevat en beantwoord onder punt 2 in deze nota.

In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan is in opdracht van de initiatiefnemers een landschappelijk inpassingsplan en een Quick scan ecologie uitgevoerd door een ter zake deskundige. De gemeente heeft beide rapporten beoordeeld en akkoord bevonden. Hieruit is niet gebleken dat het landschap wordt aangetast of de flora en fauna onevenredig wordt beïnvloed. Hierin speelt mee dat de bestaande situatie een bedrijfsmatig agrarisch perceel is en geen natuurgebied. Door de landschappelijke inpassing van het perceel wordt er naar oordeel van de gemeente een versterking aangebracht aan het coulisselandschap en de groene uitstraling. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in bijlage 1 bij de planregels en de uitvoering en instandhouding van de landschappelijke inpassing is geborgd met een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.4.3 van de planregels. Daarnaast zijn hier in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer privaatrechtelijke afspraken over gemaakt. De gemeente volgt indieners dan ook niet dat de uitvoering van de landschappelijke inpassing onvoldoende is geborgd in het bestemmingsplan. Het landschappelijk inpassingsplan is ambtelijk getoetst maar daarnaast ook voorgelegd aan de Wubbb (Werkgroep uitvoering bestemmingsplannen buitengebied boxtel).

Hierin zijn zowel vertegenwoordigers van natuur- als landbouwbehartigers vertegenwoordigd, als ook een onafhankelijke landschapsarchitect. De Wubbb heeft tevens ingestemd met het voorlegde landschappelijk inpassingsplan in haar vergadering van 22 februari 2023. Zie hiervoor ook paragraaf 7.1 van de toelichting. In de toelichting bij het bestemmingsplan is gemotiveerd in paragraaf 2.3.5 dat het voorgestelde landschappelijk inpassingsplan aansluit bij de bestaande landschappelijke structuur en deze kan versterken. Voor de beantwoording van de zienswijze nr. 2 wordt verwezen naar punten 2.1 en 2.2 in deze nota.

6

Geen aanpassing.

1.6

Indieners wijzen erop dat de toevoeging van een nieuwe woning in het buitengebied in strijd is met haar beleid ten aanzien van het behoud van het Nationaal landschap Het Groene Woud. Zij dragen hiervoor drie argumenten aan:

Wij zijn het niet eens met indieners dat de toevoeging van een nieuwe woning aan het buitengebied leidt tot een aantasting van het Nationaal Landschap Het Groene Woud en hierdoor in strijd zou zijn met haar eigen beleid. a.

In paragraaf 3.4.2 in de toelichting is getoetst of het plan aansluit bij de Structuurvisie Boxtel 2011. Ruimtelijke plannen worden niet expliciet getoetst aan het gebiedsconvenant van 13 september 2002 over Het Groene Woud. Hierbij verwijzen wij ook naar de Uitspraak van de Afdeling over een vergelijkbaar bezwaar in de gemeente Meierijstad (ECLI:NL:RVS:2023:2570). In de Structuurvisie is ook niet bepaald dat er in het buitengebied geen nieuwe ontwikkelingen zouden mogen plaatsvinden. Sterker nog uit de gemaakte gebiedsvisie voor de bebouwingsconcentraties in de handreiking ‘Ruimte-voor-Ruimte kavels’ van de gemeente blijkt dat er op bepaalde locaties binnen bebouwingsconcentraties weldegelijk nog ruimte is voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het voorliggende plan is ook niet in strijd met de uitgangspunten van de Structuurvisie Boxtel 2011 of in strijd met de uitgevoerde gebiedsvisie.

b.

In bijlage 1 bij de toelichting is een stedenbouwkundige analyse opgenomen om te onderzoeken of de Sint-Lambertusweg op deze locatie ter plaatse van het kadastraal perceel R33 mogelijk twee Ruimte voor Ruimte woningen zou kunnen ‘dragen’. Het stedenbouwkundig bureau heeft hiervoor een analyse gemaakt van de aanwezige bebouwing in de straat en gebruikt hiervoor het begrip ‘bebouwingsclusters’ met daartussen in groene ruimtes. De gemeentelijke stedenbouwkundigen hebben deze analyse getoetst en kunnen instemmen met deze analyse. De indiener geeft aan het niet eens te zijn met de analyses maar komt in deze niet met een deskundig tegenoordeel. In die zin kan de gemeente dit dan ook alleen ter kennis aannemen maar blijft de gemeente op het standpunt dat dit hier wel aanvaardbaar is. Om de onduidelijkheid weg te nemen op dit punt is besloten om naar aanleiding van deze zienswijze de bijlage 1 bij de toelichting te laten vervallen en om de stedenbouwkundige motivering ten aanzien van de groene

a. Hierbij wordt gewezen op de Structuurvisie Boxtel 2011 waarin het behoud van het Nationaal Landschap als belangrijke doelstelling wordt omschreven. Hierbij wijst indiener erop dat uit de Structuurvisie zou blijken dat er in het buitengebied geen ruimte wordt geboden voor nieuwe verstedelijking of de bouw van woningen. Door het voorgenomen bestemmingsplan handelt de gemeente in strijd met haar eigen Structuurvisie volgens indiener. b. Uit bijlage 1 bij de toelichting blijkt dat de toevoeging van maximaal twee nieuwe woningen zorgt voor een nieuw bebouwingscluster met de bestaande woning Schijndelsedijk 7a. Indiener is het hier niet mee eens omdat zij vinden dat de bestaande groene ruimte tussen twee bestaande woningen wordt opengebroken. c. Uit de Structuurvisie blijkt dat er nog gebiedsvisies worden opgesteld per bebouwingsconcentratie. Deze zijn er nog niet waardoor ook niet duidelijk is of hieraan voldaan wordt.

7

Paragraaf 3.4.2. in de toelichting is aangevuld en verduidelijkt naar aanleiding van deze zienswijze Bijlage 1 bij de toelichting wordt geschrapt naar aanleiding van deze zienswijze omdat deze gericht is op twee woningen in plaats van een.

buitenruimtes en de bebouwingsclusters in de Sint Lambertusweg op te nemen in de toelichting. c.

1.7

Indiener stelt dat het bestemmingsplan in strijd is met het provinciaal beleid uit de Interim omgevingsverordening. Specifiek wordt gewezen op strijdigheid met de volgende artikelen: a. artikel 3.6 eerste lid onder a dat ziet op zorgvuldig ruimtegebruik en artikel 3.6 tweede lid. Er is geen sprake van bestaand stedelijk gebied en ook de overige uitzonderingen uit artikel 3.6 zouden niet van toepassing zijn. b. artikel 3.79 omdat er geen entiteit zou zijn die zich richt op de ontwikkeling van ruimte voor ruimte kavels vanwege in het verleden behaalde milieuen ruimtelijke kwaliteitswinst, aangezien het in deze gaat om een particuliere ontwikkeling. c. Aangezien volgens indieners niet wordt voldaan aan artikel 3.6 wordt ook niet voldaan aan artikel 3.5 tweede lid waarin bepaald is dat er rekening gehouden moet worden met de voorwaarden van zorgvuldig ruimtegebruik.

8

In de structuurvisie wordt op pagina 45 inderdaad verwezen naar het opstellen van gebiedsvisies voor de bebouwingsclusters. Deze gebiedsvisies zijn per bebouwingsconcentratie uitgewerkt in het document: ‘Handreiking Ruimte-voor-Ruimte kavels’ van 10 maart 2020. De handreiking is nooit formeel vastgesteld door de gemeenteraad en daarom formeel geen juridisch toetsingskader. Wel wordt deze handreiking gebruikt om te beoordelen of het plan passend is binnen de gebiedsvisie voor de bebouwingsconcentratie. Zoals ook uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt wordt het plan passend geacht binnen deze gebiedsvisie voor deze bebouwingsconcentratie.

Wij zijn het niet eens met de indiener dat het plan in strijd is met het provinciaal beleid zoals neergelegd in de Interim omgevingsverordening (Iov). Dit blijkt ook niet uit de reactie van de provincie in het wettelijk verplichte vooroverleg. Sterker nog hieruit blijkt dat ook de provincie het plangebied een planologische aanvaardbare locatie vind voor de bouw van een ruimte voor ruimte woning. Daarnaast is er geen zienswijze ingediend door de provincie Noord-Brabant op het ontwerpbestemmingsplan, waaruit blijkt dat de provincie ook inhoudelijk instemt het opgestelde bestemmingsplan. Inhoudelijk verwijzen wij ten aanzien van de argumenten a, b en c, naar de uitgebreide motivering ten aanzien van de genoemde artikelen in paragraaf 3.3.2 in de toelichting. Hieruit blijkt dat het voorliggende plan niet in strijd is met de genoemde artikelen uit de Iov. De entiteit waarop indiener doelt is de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte, bij deze ontwikkelmaatschappij is het Ruimte voor Ruimte certificaat aangekocht door initiatiefnemers. De gemeente volgt de indiener ook niet dat er in dit geval geen sprake zou zijn van een situatie waarbij sprake is van reeds behaalde ruimtelijke kwaliteitswinst.

De tekst in de paragraaf 3.3.2 van de toelichting is aangepast aan de hand van de meest recente tekst van de Iov (geconsolideerde versie augustus 2023).

Wel is ambtelijk geconstateerd dat na de ontwerpfase de geconsolideerde versie van de Iov uit 2022 is vervangen door de versie van augustus 2023, de tekst is hier op aangepast. 2.1

Indiener kan zich niet verenigen met het besluit van het College dat voor dit project geen Milieueffectrapport is opgesteld. Hiervoor worden drie argumenten aangedragen: a. Indiener wijst hierbij op de verplichtingen vanuit Europees beleid, concreet de Habitarichtlijn. Volgens indieners laat de Habitatrichtlijn geen ruimte voor individuele afwegingen die onder drempelwaarden blijven uit de m.e.r.-wetgeving, omdat hierbij ten onrechte geen rekening wordt gehouden met cumulatieve effecten van woningbouw onder de drempelwaarden. b. Indiener wijst erop dat omdat de m.e.r.wetgeving geen rekening houdt met de eisen uit de Habtitarichtlijn dat deze wetgeving aangepast zou moeten worden.

Wij volgen indiener niet in zijn stelling dat er voor de bouw van deze ene woning een Milieueffectrapport zou moeten worden opgesteld. Uit paragraaf 4.13 van de toelichting volgt dat integraal is beoordeeld of er gezien de gevolgen van het initiatief op diverse milieuaspecten aanleiding is tot het opstellen van een Milieueffectrapportage (MER). De toetsing is uitgevoerd op basis van de criteria van bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r.. Dit is landelijke wetgeving, als lokale overheid volgen wij dit. Hierbij is gekeken naar de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. Daarnaast is een Quick scan ecologie uitgevoerd en zijn er stikstofberekeningen gemaakt van de bouw- en gebruiksfase. Uit geen van de uitgevoerde onderzoeken of uit de motivering in de toelichting is gebleken dat er feitelijke omstandigheden zijn die een m.e.r.-procedure rechtvaardigen en ook indiener draagt hier geen specifieke omstandigheden voor aan. a.

c. Afsluitend verzoekt de indiener om alsnog een Milieueffectrapportage te laten uitvoeren om de effecten van de bouw van deze Ruimte voor Ruimte woning op de natuur- en landschapswaarden te onderzoeken. b.

c.

9

De gemeente heeft kennisgenomen over de opmerkingen van de indiener ten aanzien van de Europese Habitatrichtlijn maar wijst indiener erop dat de gemeente het bestemmingsplan heeft uitgevoerd in lijn met het Nationale beleid inzake m.e.r.procedures waarin de uitgangspunten van de Habitatrichtlijn zijn verwerkt. Wij erkennen wel dat in het ontwerp de motivering ten aanzien van cumulatie van gelijklopende woningbouwplannen in de omgeving aanvulling behoeft, de toelichting is hierop aangevuld met een verduidelijking van de motivatie om geen m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft kennisgenomen van deze opmerkingen maar deelt deze stelling niet, hierbij verwijzen wij naar voorgaande beantwoording. De gemeente ziet geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure voor de bouw van deze ene woning en verwijst voor de motivering naar de toelichting en voorgaande beantwoording.

Naar aanleiding van de zienswijze is de toelichting aangevuld met een motivering op mogelijke cumulatieve effecten van woningbouw in relatie tot de m.e.r.-wetgeving.

2.2

De bouw van de nieuwe woning draagt naar mening van de indieners bij aan een verdere verhoging van de versteningsgraad en aan verrommeling van het buitengebied. De bouw van de woning gaat hierdoor ten koste van natuur- en landschapswaarden en recreatieve belevingswaarde. Het verlies aan deze waarden raakt het woon- en leefklimaat van omwonenden. Afsluitend wijzen initiatiefnemers erop dat dit proces zich sluipende wijs volstrekt en dat dit proces uiteindelijk structurele gevolgen heeft voor de kwaliteit van het buitengebied. Indieners verzoeken om daarom geen medewerking te verlenen aan de herbestemming, maar in ieder geval eerst de m.e.r.-procedure te doorlopen alvorens hierover te beslissen.

In de toelichting van het bestemmingsplan is een ruimtelijke motivering opgenomen ten aanzien van of de ontwikkeling passend is binnen het gebied. Hierbij is tevens gebruik gemaakt van de gebiedsanalyses voor het bebouwingscluster uit de handreiking ‘Ruimte-voor-Ruimte kavels’. Er is dus een planspecifieke motivering gemaakt om te beoordelen of de ontwikkeling passend is gezien ook andere ontwikkelingen in het gebied. Het klopt dat het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een Ruimte voor Ruimte woning ter plaatse van een onbebouwd agrarisch grasland. Netto gezien leidt de toevoeging van deze woning echter niet tot verdere verstening van het buitengebied, omdat deze woning in het kader van de provinciale Ruimte voor Ruimte regeling wordt gerealiseerd. Dit blijkt uit de aankoop van een Ruimte voor Ruimte certificaat bij de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte (bijlage 2 bij de toelichting van het ontwerp). Dat betekent dat ontstening één van de uitgangspunten is geweest om deze woning te kunnen realiseren. Deze ontstening heeft elders in de provincie plaatsgehad. De realisatie van deze woning, die de financiering voor de ontstening en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, vindt op een plek plaats die daarvoor als planologisch aanvaardbaar is beschouwd. Het betreft een aangewezen bebouwingsconcentratie ‘Langenberg’ zoals opgenomen in de Structuurvisie Boxtel 2011.

De provincie Noord-Brabant heeft dit tevens aangegeven in haar reactie in het kader van vooroverleg tussen gemeente en provincie. Doordat de toe te voegen woningen onderdeel uitmaken van een bebouwingsconcentratie en geclusterd wordt gerealiseerd aansluitend aan de bestaande woning Schijndelsedijk 7a is er ook geen sprake van een verrommeling van het buitengebied.

10

Geen aanpassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=815d6fb6-1da8-4893-8a99-672d610383f0