CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Schijndelsedijk 3 te Boxtel - Bijlage 4 Bijlagen bij toelichting

Raadsvergadering Boxtel 12 december 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Schijndelsedijk, Boxtel19.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Schijndelsedijk 3 te Boxtel 16 juni 2023

Bijlagenboek

colofon

projectnaam Schijndelsedijk 3 datum 16 juni 2023 projectnummer P03730_bijlagen IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0757.BP01SCHIJNDELSEDK 3-OTW1 opdrachtgever Particulier BRO projectleider TAu projectteam TAu, CVo bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Geuronderzoek Bijlage 4: Omgevingsdialoog Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Onderbouwing wateraspect Bijlage 7: Akoestisch onderzoek Bijlage 8: Advies brandweer Bijlage 9: Aerius berekening Bijlage 10: Certificaat Bouwtitel Bijlage 11: Hogere grenswaarde besluit

Schijndelsedijk 3

3

Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing

Landschappelijke inpassing Schijndelsedijk 3, Boxtel Concept

colofon

projectnaam Landschappelijke inpassing Schijndelsedijk 3, Boxtel datum 13 april 2023 projectnummer P03730 opdrachtgever particulier BRO projectleider RT projectteam AR RT bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

2

Inleiding

4

1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Kenschets (historisch) landschap 1.4 Huidige situatie

4 4 5 6

Inpassingsplan

7

2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Kwaliteitsbijdrage 2.3 Beplantingsindicatie

8 8 9

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

3

1

Inleiding

1.2

Kaders en uitgangspunten

woningen terugkomt. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar

Het inpassingsplan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het

burgerwoning. Een deel van de huidige bebouwing (250 m2) van de

vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en

voormalige kassen wordt behouden en gerenoveerd ten behoeve van

Aan de Schijndelsedijk 3 in de gemeente Boxtel is een glastuinbouwbe-

aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen.

een bijgebouw bij deze woning.

drijf met bedrijfswoning aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens om het bedrijf te beëindigen en ter plaatse van de glastuinbouw twee Ruim-

Plangebied

Bestemmingsplan

te-voor-Ruimte woningen te realiseren. De bestaande bedrijfswoning

Het plangebied betreft een perceel aan de Schijndelsedijk 3, kadastraal

In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2011 zijn de gronden

wordt omgezet naar burgerwoning.

bekend als: gemeente Boxtel, BTL00-R-37. De locatie ligt in het buurt-

bestemd als ‘Agrarisch - glastuinbouw’ (19.780 m²). Volgens het vige-

Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is

schap Langenberg. Het plangebied is een voormalige agrarische be-

rende bestemmingplan is ter plaatse één bedrijfswoning toegestaan.

de planlocatie momenteel bestemd als ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. Ter

drijfslocatie voor glastuinbouw. Het perceel heeft een oppervlak van ca.

Het oprichten van twee nieuwe vrijstaande woningen is echter niet mo-

plaatse is één bedrijfswoning toegestaan. Het realiseren van 2 nieuwe

19.780 m2.

gelijk op grond van het geldende bestemmingsplan. Verder kennen de

1.1

Aanleiding en initiatief

gronden de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie – 4’ en de dubbel-

woningen naast de bestaande is derhalve niet toegestaan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel

Planvoornemen Het voornemen is het huidige gebruik te beeindigen, de kassen te slo-

heeft op 8 juni 2022 besloten om onder voorwaarden medewerking te

pen en op de locatie een prettig woonmilieu te creëren . Ter plaatse

verlenen aan het initiatief. Bij de planwijziging dient o.a. te worden aan-

wordt ca. 7.100 m2 aan kassen gesloopt, waar langs de Oude Boom-

getoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

gaard twee Ruimte-voor-Ruimtewoningen in de vorm van vrijstaande

bestemming ‘Waarde - waardevolle vegetaties’.

Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavig advies geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.

Figuur 1: Ligging plangebied

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke plannen)

4

Structuurvisie Verfrissend Boxtel 2011

Handreiking Ruimte voor Ruimte kavels

De structuurvisie is het beleidskader voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Binnen de gemeente Boxtel is de afgelopen jaren gewerkt aan een

Het buitengebied van Boxtel kent een sterke verwevenheid van land-

handreiking Ruimte voor Ruimte kavels (maart 2020). De bebouwings-

bouw, natuur, wonen, watersystemen en recreatie. In het gemeentelijke

clusters zijn in deze handreiking in de vorm van buurtschappen uitge-

beleid ten aanzien van het buitengebied wordt ingespeeld op deze verwevenheid en wordt getracht deze te behouden en uit te bouwen.

werkt. Deze handreiking bevat globale kaders voor de ontwikkeling van Ruimte voor Ruimte woningen binnen de acht aangewezen buurtschap-

Het buitengebied van Boxtel moet in samenhang bezien worden. Daar-

pen, zo ook voor buurtschap Langenberg.

bij wordt enerzijds gestreefd naar verbetering en verbreding van de

Voor het bepalen van geschikte locaties van de Ruimte voor Ruimte ka-

agrarische gebruiksmogelijkheden en anderzijds naar versterking van

vels en het verlenen van medewerking, is het van belang om aan te slui-

natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. Behouden én versterken

ten op de kenmerken van de buurtschappen. Hierbij wordt ook rekening

van de essentiële cultuurhistorische waarde van het natuurrijke cultuur-

gehouden met de draagkracht van het buurtschap en zijn omgeving. De

ODQGVFKDS%HERXZLQJHQHU¿QULFKWLQJPRHWHQLQPDDWHQYRUP]RYHHO

handreiking is geen vastgesteld document. Het betreft een handvat voor

mogelijk aansluiten bij de kleinschaligheid en de cultuurhistorie van het landschap. De historische (land)wegen, structuur en waardevolle morfo-

de eerste globale beoordeling van initiatieven.

logie moeten zoveel mogelijk worden behouden evenals de bestaande

Doorwerking plangebied

groenstructuren en perceelsscheidingen (bron: Structuurvisie Boxtel

Een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor een wo-

2011).

ning op basis van de Ruimte voor Ruimte regeling is dat het perceel waar de nieuwe woning(en) wordt opgericht moet zijn gelegen in een bebouwingsconcentratie of -lint. Een bebouwingsconcentratie kan bestaan uit een kernrandzone, bebouwings-lint of bebouwingscluster. Voor de gemeente Boxtel zijn de bebouwingsconcentraties nader begrensd in de “handreiking Ruimte voor Ruimte kavels. Op de kaart hiernaast is te zien dat een gedeelte van de Schijndelsedijk en de Oude Boomgaard wordt gez ien als een lintstructuur, gelegen binnen buurtschap Langenberg. Richtinggevend uitgangspunt is dat 25 procent van deze lintstructuur mag worden versterkt. Landschappelijke kenmerkende bestaande structuren zijn enkele aanwezige houtwallen en laanstructuren. Daarnaast wil men inzetten op het versterken van deze landschappelijke elementen door middel van het versterken van deze groenstructuren met nieuwe houtwallen.

Figuur 3: Uitsnede kaart Handreiking Ruimte voor Ruimte kavels (maart 2020)

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

5

1.3

Kenschets landschap

Geschiedenis De bebouwing van het buurtschap Langenberg bestond omstreeks

Landschapstype

1900 nog uit een handvol boerderijen. De Schijndelsedijk en de Oude

Het perceel aan de Schijndelsedijk ligt in het kampenlandschap, dicht

Boomgaard zijn wegen die al voor 1900 aanwezig waren. Het gebied

tegen de grens van het essenlandschap ten noorden het perceel. Het kampenlandschap is een kleinschalig landschap met een onregelmatige

bestond voornamelijk uit akker en graslanden met een onregelmatige verkaveling en veel houtwallen. Aan de Schijndelsedijk 3 was begin

verkaveling. Het landschap is ontstaan doordat men de hoge gronden

1900 een woning aanwezig aan dicht aan de Schijndelsedijk gelegen in

heeft ontgonnen voor akkerbouw. De lagere gronden waren hiervoor

de zuidwestelijke hoek van het perceel. Na 1950 wordt er ook een wo-

niet geschikt en werden veelal gebruikt voor gras- en hooilanden. Qua

ning aan de Oude Boomgaard 2 gebouwd. In 1994 wordt de bestaande

verschijningsvorm lijken deze kampen op de velden. Het belangrijkste

bebouwing op het perceel gesloopt en wordt er een tweekapper ge-

verschil zit in de kleinschaligheid. De kampen zijn veel kleinschaliger.

bouwd en een kas. Vanaf dat moment worden de omliggende gronden

De kavels werden in het verleden veelal omgeven door houtwallen om

ook voor boomteelt gebruikt. Rond 2005 wordt de kas nog verder uitge-

het vee buiten de akkers te houden. Veel van deze karakteristieke patronen zijn door de jaren heen verdwenen.

breid in westelijke richting. In 1933-1936 werd tevens het Afwateringskanaal Boxtel gegraven, ten

Landschapskenmerken

westen van het perceel. Later is de A2 parallel aan dit kanaal aan ge-

•

Op de hoger gelegen gronden de kampen met aangrenzend op de

legd in 1966. De Schijndelsedijk gaat met een viaduct over het kanaal

lagergelegen vlakken gronden oude graslanden;

en de A2. Het perceel aan de Schijndelsedijk 3 begint daar waar de

•

Lage grondwaterstanden;

aanlanding van viaduct eindigt. De A2 vormt een duidelijke scheiding

•

Eerdgronden;

tussen de kern van Boxtel en het buitengebied.

•

Een kronkelig wegenpatroon;

• •

Een onregelmatige blokverkaveling; Veelal houtwallen rondom percelen, soms bomenrijen langs boerderijen en wegen;

•

Lintachtige bebouwing met open tussenruimten.

Doel Binnen dit landschap gaat de aandacht uit naar het verstreken van de kleinschaligheid door de aanplant van houtwallen. De houtwallen worden hierbij ingezet als raamwerk, hierbinnen is veel mogelijk als het past binnen de maat en schaal van het gebied. Doorkijkjes vanaf de openbare weg op de open kampen blijven behouden en worden waar nodig versterkt. Bovendien blijven de oude gras-en hooi-landen intact als grazige vlaktes.

Figuur 4: Berken langs Schijndelsedijk en rechts boomteelt

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

6

Figuur 9: 1860

Figuur 7: 1900

Figuur 5:

Figuur 8: 1960

Figuur 6: 1998

Figuur 10: 2021

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

1930

7

1.4

Huidige situatie

De locatie aan de Schijndelsedijk 3 betreft op dit moment een glastuinbouwlocatie. De bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. In de huidige situatie is op het perceel een bedrijfswoning met behorende bijgebouwen aanwezig. De bedrijfswoning betreft een twee-onder-eenkapwoning samen met het perceel Schijndelsedijk 3a (buiten het plangebied gelegen). Achter de bedrijfswoning is het glastuinbouwbedrijf gesitueerd met kassen en behorende bebouwing. Aan de voorzijde van deze kassen is een grote parkeerplaats aanwezig. Het perceel van de Oude Boomgaard 2, wordt omringd door het perceel van de Schijndelsedijk 3. Deze kavel heeft een robuuste randbeplanting van laurier en bevat een vrijstaande woning. Rondom de kassen en de woning liggen boomgaarden en ten oosten van bestaande kas ligt QRJHHQZDWHUUHVHUYRLU,Q¿JXXULVHHQOXFKWIRWRYDQGHSODQORFDWLH ZHHUJHJHYHQHQLQ¿JXXU]LMQGHDDQZH]LJHNDVVHQRSGHSODQORFD-

Figuur 11:

Schijndelsedijk en viaduct over A2

Figuur 13: Bestaande esdoorn, parkeerplaats en kassen

Figuur 12:

Waterbassin grenzend aan achtertuin en kassen

Figuur 14:

tie weergegeven.

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

Overkapping achtertuin

8

2

Inpassingsplan

Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleids-

aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap

kaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Naast-

de aanwezige landschappelijke elementen en het huidige straatbeeld. Het OLQW]RDOVZHHUJHJHYHQLQ¿JXXULVLQGHKXLGLJHVLWXDWLHYRRURQJHYHHU 310 meter bebouwd (frontbreedtes). De frontbreedte van de nieuwe kavels, zoals getekend in naaststaande schets, is 60 meter. De twee nieuwe kavels worden gepositioneerd aan de Oude boomgaard tegen de noordelijke plangrens. Er ontstaat hierdoor een doorzicht naar het landschap tussen de bestaande woning en de nieuwe kavels. Ook bedraagt het het aantal aaneengesloten kavels hierdoor niet meer dan twee. Door de nieuwe kavels te positioneren aan de Oude Boomgaard wordt er aan de

aard omg e Bo Ou d

staande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. De inpassingsmaatregelen zetten in op het versterken van

bestaande boomteelt

1500m²

B 2

Schijndelsedijk een doorzicht vrijgehouden naar het landschap. Wanneer

1

de kavels aan de Schijndelsedijk zouden worden gesitueerd wordt het zicht naar het landschap dichtgezet. De nieuwe kavels krijgen dezelfde

1500m²

3

B

diepte als het bestaande perceel aan de Oude Boomgaard. Op deze manier blijft de zichtlijn hier achter gewaarborgd.

2 Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1.

5

Inpassing woonpercelen middels knip/scheerhagen langs de perceel

4

grenzen. Een lage beukenhaag aan de straatzijde en een hoge gemengde haag op het achtererf. 2. Rooilijn van de nieuwe woningen ligt op minimaal 19,5 meter afstand tot kantverharding weg, dit is naar aanleiding van het akoestisch

1700m²

onderzoek.

ren naar het landschap. 6. Aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap.

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

hoge haag

A1

doorzichten landschap lage haag

3. 9HUOHQJHQEHVWDDQGH]DNVORRWWHQEHKRHYHYDQKHPHOZDWHULQ¿OWUDWLH 4. Zone van 5 meter niet aantasten t.b.v. behouden Teunisbloempijlstaart 5. Perceel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland, doorzicht creë-

A2

bestaande boomteelt

twee bestaande bomen handhaven

2.1

Kwaliteitsverbetering landschap (gemeentelijk beleid)

een hogere gemengde haag aangeplant. Dit sluit aan bij de bestaande

2.2.3

groenstructuren in het gebied, waarbij percelen vaak worden omkaderd

7HQEHKRHYHYDQGHZDWHULQ¿OWUDWLHZRUGWGHEHVWDDQGH]DNVORRWDDQ

De provincie Noord-Brabant heeft ten tijde van het opstellen van de ver-

met houtwallen of hagen. De bestaande bedrijfswoning die wordt omge-

de achterzijde van het perceel aan de Schijndelsedijk 3a verlengd. Hier-

ordening ruimte het concept van de ruimtelijke kwaliteitsverbetering ge-

zet naar burgerwoning krijgt aan de voorzijde van het perceel ook een

door komt er een doorgaande sloot aan de achterzijde van het perceel

introduceerd (thans opgenomen in artikel 3.9 in de interim Omgevingsverordening). De gemeente Boxtel heeft het provinciaal beleid vertaald

beukenhaag en langs de woning een hogere gemengde haag.

HQZRUGWKHWZDWHUJHLQ¿OWUHHUG

via “De ambitie van Boxtel – Beleidsregel kwaliteitsverbetering voor het

2.2.2

2.2.4

buitengebied”. De beleidsregel geeft een doorvertaling van het provinci-

Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. De hoogst toelaat-

In de bestaande haag rondom de Oude Boomgaard 2 is door eco-

aal beleid op lokaal niveau.

bare geluidbelasting bedraagt 53 dB. In verband met de geluidzone van

ORJLVFKRQGHU]RHNHHQ7HXQLVEORHPSLMOVWDDUWDDQJHWURႇHQ9RRUKHW

de Rijksweg A2 wordt de rooilijn voor de nieuwe woninginen op 19,5

behoud van deze vlinder wordt er een zone van 5 meter vrijgehouden,

Ruimtelijke ontwikkelingen zijn in te delen in 3 categorieën:

meter gelegd. Stedenbouwkundig gezien is het aan te raden om mini-

parallel aan de bestaande haag.

•

Categorie 1: kleine ontwikkelingen met een minimale impact op de

maal de afstand van de rooilijn van de bestaande woning aan te hou-

omgeving; Categorie 2: Ontwikkelingen met beperkte impact op de omgeving;

den, deze ligt op 16,5 meter.

• •

Categorie 3: Ontwikkelingen met een grote impact op de omgeving

Het saneren van de glastuinbouwlocatie, omzetting van bedrijfswo-

Rooilijn op 19,5 meter

Verlengen bestaande zaksloot

Zone van 5 meter niet aantasten t.b.v. Teunisbloempijlstaart

Maatregel

Omvang/stuks

Voorgesteld sortiment

Verband

Aanplant nieuwe beukenhaag hoogte ca. 1 meter

ca. 180 strekkende meter

Fagus sylvatica

plantafstand 15 cm/ 6 a 7 stuks per m1

Ligustrum vulgare (ligusterhaag) Acer campestre (veldesdoorn) Viburnum opulus (Gelderse roos) Rosa canina (Hondsroos) Rhamnus frangula (Vuilboom) Corylus avelana (hazelaar) Cornus sanguinea (kornoelje)

Dubbele rij met een plantafstand van 50 cm.

n.v.t.

ning naar burgerwoning en de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen is conform de beleidsregels aan te merken als een categorie 2 ontwikkeling. Op basis van de beleidsregel zijn voor categorie 2 ontwikkelingen een landschappelijke inpassing benodigd, waarbij de

Aanplant nieuwe gemengde haag, hoogte ca. 200 strekkende meter ca 2 meter

nadruk wordt gelegd op het ‘inkleden’ of omzoomen van de projectlocatie groen. In de volgende paragraaf worden de inrichtingsmaatregelen toegelicht.

2.2

Inrichtingsmaatregelen

2.2.1 Inpassing woonpercelen middels knip/ scheerhagen langs de perceel grenzen.

Inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland

ca. 1240 m2

divers grasmengsel zoals bijv. Botanische hooilandrand of Bloemenblok voor akkervogels op bouwland, eventueel met extra Teunisbloem

Aanplant houtsingel

ca. 335 m2

Zomerreik, Haagbeuk, Zomer-linde, Gewone Gemengd, driehoeksverband, 1x1 es, Schietwilg, Hazelaar, Veldes-doorn, Kor- meter noelje, Hondsroos, Vuilboom, Gelderse roos Eindhoogte Boomvormers ca. 15 meter, struikvormers ca. 5 meter

Om het straatbeeld te verbeteren wordt er een beukenhaag met een hoogte van ca. 1 meter over de gehele lengte voorzijde en gedeeltelijk zijkant van de voortuinen aangeplant van de Ruimte voor Ruimte kavels. Beukenhagen passen in het straatbeeld van de Oude Boomgaard, verderop in de straat zijn deze ook toegepast. Tussen de percelen aan de achterzijde en de begrenzing aan de achterkant van het perceel wordt

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

10

2.2.5

Perceel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland

2.4

Provinciaal beleid

aan glasopstand aanwezig in het plangebied. Hiervan wordt 1000 m2

Het perceel tussen de Oude Boomgaard 2 en de nieuwe kavels in blijft

Voor het omzetten van de bedrijfswoning wordt er gebruik gemaakt van

ingezet voor de omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning. Daarnaast

vrij van opgaande beplanting, zodat er een doorzicht naar het landschap

artikel 3.69 sub d (omzetting bedrijfswoning). Voor de twee ruimte voor

blijft er 250 m2 hiervan staan als bijgebouw. Er blijft dus 5877 m2 over

ontstaat. Het perceel kan worden ingezaaid met bloem- en kruidenrijk

ruimte kavels is artikel 3.79 relevant. Voor één van de twee ruimte voor

om in tezetten als fysieke tegenprestatie. In totaal worden de volgende

grasland.

ruimte woningen wordt een ruimte voor ruimte titel aangekocht bij de ontwikkelingsmaatschappij. De andere ruimte voor ruimte woning wordt

maatregelen ingezet als fysieke tegenprestatie:

2.2.6

gerealiseerd op basis van het creëren van omgevingskwaliteit, wat hier

•

Sloop glasopstand en afwaardering (artikel 3 sub b: 5.877 m2 x

•

17,75= 104.316,75 euro Amoveren verharding (2.000 m2) en bassin (1.000 m2): 3.000 x

Aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap

precies onder verstaan wordt is terug te vinden in artikel 3.78. De pro-

Aan de achterzijde van de twee nieuwe kavels wordt een houtwal aan-

vincie heeft met artikel 3.78 meer mogelijkheden gemaakt voor ontwik-

geplant. Op deze manier wordt het coulissenlandschap van de omge-

kelingen in het landelijk gebied, mits er sprake is van een verbetering

ving versterkt.

van de omgevingskwaliteit.

2.3 Beplantingsindicatie

In artikel 3 sub b van de beleidsregel is uitgewerkt wat de omvang moet zijn van de fysieke tegenprestatie om nieuwvestiging van wonen in het

8,50= 25.500 euro Voor het toevoegen van nieuwe woningen geldt een fysieke tegenpres-

De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In de tabel op de vorige pagina zijn de verschillende vakken, maatvoe-

landelijk gebied mogelijk te maken bij glastuinbouwbedrijven. Voor de

tatie van € 125.000 per vrijstaande woningen, met bovengenoemde bedragen kan dit volledige bedrag worden behaald. Voor de andere vrijstaande woning neemt de initiatiefnemer aanvullend maatregelen in de

omzetting van de bedrijfswoning naar burgerwoning geldt dat er een

DDQNRRSYDQFHUWL¿FDWHQELMGH2QWZLNNHOPDDWVFKDSSLMUXLPWHYRRUUXLP-

basisinspanning benodigd is van sloop 250 m2 aan bedrijfsbebouwing

te. Het resterende bedrag (129.816,75-125.000=4.816,75 euro) kan hier-

of 1.000 m2 glasopstand. In de huidige situatie zijn er in totaal 7.127 m2

op hierop in mindering worden gebracht.

ULQJYRRUJHVWHOGVRUWLPHQWSODQWYHUEDQGHQKHWDDQWDODDQWHVFKDႇHQ stuks opgenomen.

2.3

Fysieke maatregelen (sloop, afwaardering)

Beheer en onderhoud

Maatregelen

Oppervlakte

prijs per m2

Inzet en afwaardering

Inzet sloop glasopstand en afwaardering

5877 m2 *

€17,75 per m2

104.316,75 euro

Inzet sloop voorzieningen (verharding + waterbassin) en afwaardering

3000 m2

€8,50 per m2

25.500 euro

De hagen: minimaal 1x per jaar snoeien in de zomer. Het snoeien begint al bij het aanplanten van de haag. Hoe vaker de haag geknipt wordt des te rechter en óók des te dichter hij wordt. Snoei de bovenkant van de KDDJSDVDOVGH]HGHMXLႋHKRRJWHKHHIWEHUHLNW

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

totaal inzetten omgevingskwaliteit

129.816,75 euro

Bijdrage in het versterken van de omgevingskwaliteiten van een vrijstaande woning (min. inspanning)

-125.000 euro

UHVWHUHQGHEHGUDJLQPLQGHULQJRSDDQNRRSFHUWL¿FDWHQ

4.816,75 euro

11

%LMODJHௐௐInpassingsplan

Landschappelijke inpassing - Schijndelsedijk 3, Boxtel

aanplanten houtwal met bomen ter versterking van het coulissenlandschap

bestaande boomteelt

aard omg e Bo Ou d

1500m²

B 2 1

1500m²

de ijn h Sc

3

B 2 4

A1. omzetting bedrijfswoning naar burgerwoning A2. behoud en renovatie 250m2 huidige bebouwing tbv bijgebouw bij woning+ B. zoekgebied hoofdgebouw binnen ruimte voor ruimte kavel van ca.1500m²

A2 hoge haag

A1

doorzichten landschap

1.

inpassing woonpercelen middels knip/scheerhagen langs perceelgrenzen. Lage haag beukenhaag aan straatzijde, hoge gemengde haag op achtererf 2. rooilijn nieuwe woningen op minimaal 19,5m afstand t.o.v. kantverharding weg 3. verlengen bestaande zaksloot t.b.v. hemelwaterinfiltratie 4. Zone van 5 meter niet aantasten t.b.v. Teunisbloempijlstaart 5. Rest van perceel inzaaien met bloem- en kruidenrijk grasland t.b.v. zichtlijn.

lage haag

bestaande boomteelt

Landschappelijke Tekeningnaam inpassing Schijndelsedijk 3, Boxtel Projectnaam inclusief locatie Kwekerij Hans van der Steen Opdrachtgever

k

Legenda

1700m²

5

dij lse

twee bestaande bomen handhaven

datum datum 13-06-2023 08-08-2022

getekend projectnr. pagina getekend projectnr. pagina 1/1 AR P03730 BC P00124 13/14

schaal formaat formaat schaal A3 1:1000 A3 1:1000

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

Bijlage 2 - Quickscan Flora en fauna

Quickscan Flora en Fauna Schijndelsedijk 3 te Boxtel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna datum 9 december 2022 projectnummer P03730 opdrachtgever Kwekerij Hans van der Steen BRO projectleider TAu opgesteld door SKl interne controle RdM bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna

2

Inhoudsopgave 6.1.1

1

2

3

13

Inleiding

4

1.1

4

7

Samenvatting

14

Planbeschrijving

5

8

Geraadpleegde bronnen

15

2.1 2.2

5 5

Werkwijze quickscan flora en fauna

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

8

10

10 10

10 11

11 11

11 11

11 Toetsing

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen 5.2.1

5.3

6

Aanbevelingen

Toetsing

11

12 12

Vaatplanten

12

5.8.1

12

Toetsing

Conclusie

13

6.1

13

Vervolgtraject en advies

Quickscan Flora en Fauna

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een ruimtelijke toepassing ten behoeve van de realisatie van 2 Ruimte voor Ruimte woningen aan de Schijndelsedijk 3 te Boxtel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 3 november 2022 tussen 09.00 – 10.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 14°C, bewolkt, zonder neerslag, met een noordenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Boxtel, aan de Schijndelsedijk. Met name agrarische percelen en boerenerven omringen het plangebied. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit een kassencomplex, bomenteelt en een bedrijfswoning. In het zuiden is een verharding met parkeergelegenheden aanwezig. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 8 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

De initiatiefnemer is voornemens de kas te amoveren. Hier voor in de plaats zullen een 2-tal Ruimte voor Ruimte kavels in het westen van het plangebied worden ontwikkeld. De bedrijfswoning zal worden herbestemd tot burgerwoning en blijft verder ongewijzigd. Op de perceelsgrens van de woning is een knip/scheerhaag voorzien. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

Quickscan Flora en Fauna

5

Figuur 4: Zuidelijk deel van het plangebied met de kas

Figuur 6: Oostelijk deel van het plangebied aan de rechterzijde van de kas

Quickscan Flora en Fauna

Figuur 5: Oostzijde van het plangebied met de woning

Figuur 7: Noordoostelijk deel van het plangebied met de boomgaard

Figuur 8: Westzijde van het plangebied aan de linkerzijde van de kas

6

3

Toetsing gebiedsbescherming

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstof-

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-

depositie uitgesloten worden.

richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen’”, bevindt zich op circa 4,1 kilometer afstand ten zuidwesten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven.

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een 2-tal woningen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de aanlegfase en gebruiksfase te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

Quickscan Flora en Fauna

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB of de groenblauwe mantel (zie figuur 9). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 170 meter ten westen van het plangebied.

Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien binnen plangebied bomen behouden blijven is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 9: Ligging NNB (groen) en groenblauwe mantel (blauw gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over vol-

veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van in-

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

doende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan,

standhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade

5.2

Vleermuizen

aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

De kassen binnen het plangebied bestaan uit goed aaneengesloten glas.

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

Alleen de ingang van de kas bestaat uit een kleine bakstenen aanbouw.

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

Deze is vrij laag en bevat geen kieren bij het dak of andere openingen.

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

Binnen de kas kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en

rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

gierzwaluw worden uitgesloten. De bedrijfswoning is mogelijk wel geschikt

watervleermuis.

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

voor huismus, maar deze blijft behouden. Tevens zal er voldoende leefgebied voor huismussen aanwezig blijven, in de vorm van opgaand groen in

Deze kassen binnen het plangebied bestaan geheel uit glas, waardoor

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

de voor- en achtertuinen van deze woning. In de opgaande beplanting bin-

ruimten in de gevels en daken ontbreken. De bakstenen aanbouw van de

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

nen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond be-

kas is ook ongeschikt omdat deze geen openingen bevat. Tijdens de

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

schermde nesten van vogels als buizerd, sperwer, steenuil en ransuil,

quickscan zijn de bomen binnen en rondom plangebied gecontroleerd op

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

noch is er sprake van essentieel leefgebied voor deze soorten. Wel kun-

holtes of loshangende stukken schors. De bomen bij de teeltgronden zijn

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alterna-

nen mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwart-

jong en hebben een dunne stam, waardoor deze geen verblijfplaatsen

tieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

kop, winterkoning en houtduif tot broeden komen binnen opgaand groen in

voor vleermuizen bieden. Aan de straatzijde op de westgrens van het

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

het plangebied.

plangebied, langs de Oude Boomgaard, staan enkele oudere, grotere bomen. Deze bevatten tevens geen holten. Wel kunnen deze mogelijk die-

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

5.1.1

Toetsing

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

nen als een vliegroute, daar ze onderdeel uitmaken van een bomenrij langs de Oude Boomgaard.

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

5.1

Vogels

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

5.2.1

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Minis-

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand

De bebouwing binnen het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaat-

terie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschil-

groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

sen voor een vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikke-

lende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nes-

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de

ling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot

ten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode

Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het

vaste rust- of verblijfplaatsen. Wel kunnen de bomen langs de Oude

in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot

Boomgaard mogelijk onderdeel uitmaken van een vliegroute. Om versto-

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw

half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid

ring van deze vliegroute te voorkomen dient licht gericht of uitstralend

bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de

van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de

hierop te worden vermeden.

functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een cate-

aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld

gorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de

van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De

5.3

voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat

Quickscan Flora en Fauna

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, konijn en huisspitsmuis kunnen in het plangebied

10

worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief

5.3.1

foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foe-

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van

hierdoor niet middels de quickscan worden uitgesloten. De vijver en omlig-

rageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een

niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-

gend opgaand groen blijven echter behouden, waardoor negatieve effec-

provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-

bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-

ten redelijkerwijs uitgesloten zijn. Met betrekking tot een incidenteel pas-

plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-

stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-

serend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorg-

doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name

treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is

plicht van toepassing.

een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen

het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-

kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te

teel) aanwezige individuen.

worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten boommarter, steenmarter, wezel, bunzing, eekhoorn, das, bever, edelhert en damhert voor. Gezien de beperkte omvang en het relatief kale habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn

5.4

Toetsing

Reptielen

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de hazelworm en levendbarende hagedis. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen ge-

Alpenwatersalamander potentieel geschikt voortplantingswater en kan

5.5.1

Toetsing

Bij de werkzaamheden gaat geen leefgebied van aan beschermde soort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Wel is in het kader van de algemene zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

schikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plange-

5.6

bied is daarmee dan ook uitgesloten.

Vanuit verspreidingsgegevens zijn waarnemingen bekend van de grote

Vissen

modderkruiper en kwabaal. Binnen plangebied blijven de sloten behouden 5.4.1

Toetsing

en is het aanwezig oppervlaktewater binnen het plangebied niet geschikt

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

voor beschermde vissoorten vanwege het aanwezige habitat. Wel kunnen

voorhand uitgesloten.

in de aanwezige sloten algemene soorten zoals stekelbaars, blankvoorn,

tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel

5.5

Amfibieën

burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwe-

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

zigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De NDFF geeft

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

wel een waarneming uit 2021 van de das op circa 200 meter van het plan-

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

gebied. Het plangebied is in de huidige situatie ongeschikt als leefgebied

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde vinpootsalamander, poel-

voor deze soort, gezien het nagenoeg geheel verhard is en foerageermo-

kikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het

gelijkheden ontbreken. Er gaat geen leefgebied van deze soort verloren.

plangebied bevat een kleine vijver en deze ligt nabij de oostzijde van de

De aanwezigheid van de bever, edelhert, damhert en andere strenger be-

kas waar weinig hoge begroeiing aanwezig is. In de vijver bevinden zich

schermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de versprei-

geen vissen waardoor dit oppervlakte water geschikt kan zijn voor amfi-

dingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelij-

bieën. Het vijvertje is vrijwel niet beschaduwd en bevat relatief lage oever-

kerwijs uitgesloten.

begroeiing. Voor soorten als de poelkikker, vinpootsalamander, heikikker

zeelt, snoek en baars voorkomen. 5.6.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

en kamsalamander zijn op voorhand vanwege het aanwezige biotoop en de specifieke eisen vanuit de soorten uitgesloten. Wel is de vijver voor de

Quickscan Flora en Fauna

11

5.7

Ongewervelde diersoorten

plaatsen. Gezien het aanwezige biotoop en de verwachte voedselrijkdom

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van

van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaat-

grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, beekrombout, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel,

planten redelijkerwijs uitgesloten. 5.8.1 Toetsing

Kempense heidelibel en vermiljoenkever. In het zuidwesten van het plan-

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-

gebied staan veel exemplaren van teunisbloem (zie figuur 10 en 11). Deze

planten zijn op voorhand uitgesloten.

staan op het veld ten zuiden, en tussen het perceel en de kas ten noorden van Oude Boomgaard 2. Deze plant dient als waardplant voor de teunisbloempijlstaart en is daarmee mogelijk onderdeel van het leefgebied van deze soort. De aanwezigheid van teunisbloempijlstaart is niet op voorhand uit te sluiten. Op het zuidelijke veld vinden geen werkzaamheden plaats. Om het geschikte habitat ten noorden van nr 2 te behouden zijn de woonpercelen enkele meters verschoven. De hier aanwezige strook met teunisbloemen krijgt een passende groenbestemming. Negatieve effecten zijn darmee uitgesloten De overige soorten stellen zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het

Figuur 10:

Teunisbloemen aangetroffen binnen plangebied

Figuur 11:

Deelgebieden met aanwezigheid teunisbloem

plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. 5.7.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van ongewervelden zijn op voorhand uitgesloten. Vervolgstappen met betrekking tot beschermde ongewervelden zijn niet aan de orde.

5.8

Vaatplanten

In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als kartuizer anjer, kluwenklokje, kruipend moerasscherm en schubvaren. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun stand

Quickscan Flora en Fauna

12

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op de bomenrij langs de Oude Boomgaard te worden vermeden;

Ten aanzien van broedvogels dienen werkzaamheden, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

6.1.1

Aanbevelingen

dragende soorten als lijsterbes, hazelaar, sleedoorn, zoete kers, kweepeer, mispel en moerbei zijn hiervoor het meest geschikt. Tevens bieden

Huismus, gierzwaluw en vleermuizen

deze soorten voedsel en leefgebied voor meerdere kleine zoogdiersoorten en vogels.

Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nest- en verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort. Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochure-verschenenover-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

Das Het plangebied biedt in de huidige situatie geen geschikt habitat voor de das. Wel zijn er waarnemingen van deze soort in de omgeving bekend. Met een groene inrichting van de toekomstige situatie kan leefgebied voor deze soort worden gecreëerd. Door het plaatsen van hagen, struiken of fruitbomen worden foerageermogelijkheden gecreëerd voor das. Vrucht-

Quickscan Flora en Fauna

13

7

Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Samenvatting

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 4,1 km

Mogelijk

AERIUS-berekening

Uitvoering mogelijk indien

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek

uitkomst onder 0,00

of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatrege-

mol/ha/j

len noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 170 m

Mogelijk

-

Ecologische waarde en

bepaalde soortgroepen te voorkomen.

kenmerken blijven gelijk Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Algemeen

Jaarrond be-

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp

Globale broedseizoen loopt van maart tot

maken of controle vooraf

half augustus

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Ja

Te voorkomen

Verlichting gericht op opgaand groen ver-

Verlichting kan een negatief effect hebben

mijden.

op de foerageer- en vliegroutefuncties.

schermd Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Nee

-

Voor incidenteel passerende algemene amfibieën is zorgplicht afdoende.

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Ja

Nee

-

Locaties met teunisbloem blijven behouden

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna

14

8

Geraadpleegde bronnen

Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)  Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale websites  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant)

Quickscan Flora en Fauna

15

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna

16

Bijlage 3 - Onderzoek Geurhinder

ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN SCHIJNDELSEDIJK 3 BOXTEL

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Onderzoek geurhinder veehouderijen Schijndelsedijk 3 Boxtel 20221398.v02 12 april 2023 BRO

Onderzoek geurhinder veehouderijen Schijndelsedijk 3 Boxtel Datum: 12 april 2023 ; Referentie: 20221398.v02

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6

2.1. 2.2. 2.3.

Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8

3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ........................................................................................................... 9 3.4. 3.5. 3.6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=11054d58-8530-4081-8b5a-ad4e19b2cd3a