CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Bosrand 2,3,ongenummerd en Uilenbroek 8,13- Bijlage 3 Regels

Raadsvergadering Boxtel 4 februari 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel17.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels Bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’

Gemeente: IMRO-code: Versie: Datum:

Boxtel NL.IMRO.0757.BP02LandgoedRoond-VST1 Vastgesteld November 2024

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ................................................................................................ 2 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 2 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 8 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS ............................................................................................ 9 Artikel 3 Agrarisch ............................................................................................................................... 9 Artikel 4 Agrarisch – Agrarisch bedrijf ............................................................................................... 11 Artikel 5 Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap ................................................................. 15 Artikel 6 Bos....................................................................................................................................... 17 Artikel 7 Natuur ..................................................................................................................................

19 Artikel 8 Water ................................................................................................................................... 21 Artikel 9 Wonen ................................................................................................................................. 22 Artikel 10 Leiding - Olie ..................................................................................................................... 26 Artikel 11 Waarde – Archeologie 1 .................................................................................................... 28 Artikel 12 Waarde – Archeologie 3 .................................................................................................... 31 Artikel 13 Waarde – Archeologie 4 .................................................................................................... 34 Artikel 14 Waarde – Bolle akkers ...................................................................................................... 37 Artikel 15 Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen ......................................................... 38 Artikel 16 Waarde – Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap ........................................ 39 Artikel 17 Waarde – Leefgebied soorten van stromend water ..........................................................

40 Artikel 18 Waarde – Soorten van kleinschalig cultuurlandschap ...................................................... 41 Artikel 19 Waterstaat – Attentiegebied NNB ..................................................................................... 43 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ............................................................................................... 44 Artikel 20 Anti-dubbeltelregel............................................................................................................. 44 Artikel 21 Algemene gebruiksregels .................................................................................................. 44 Artikel 22 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................ 44 Artikel 23 Algemene afwijkingsregels ................................................................................................ 44 Artikel 24 Overige regels ................................................................................................................... 45 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS............................................................................ 46 Artikel 25 Overgangsrecht .................................................................................................................

46 Artikel 26 Slotregel ............................................................................................................................ 46 BIJLAGEN BIJ REGELS ...................................................................................................................... 47

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

1

Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ met identificatienummer NL.IMRO.0757.BP02LandgoedRoond-VST1 van de gemeente Boxtel; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 AAB Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan-huis-verbonden bedrijf een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend, en waarbij deze activiteit door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; 1.7 aan-huis-verbonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is

gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of door het houden van dieren; 1.9 agrarisch grondgebruik agrarische bodemexploitatie, waaronder het weiden van vee of paarden en/of het verbouwen van gewassen, akkerbouw, fruitteelt en teelt van houtgewas met agrarische productiefunctie daaronder begrepen, met uitzondering van het verbouwen van gewassen in een volkstuincomplex; 1.10 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

2

1.12 bed&breakfast het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan een beperkt aantal personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.13 bedrijf een bedrijfseconomische eenheid, gericht op het behalen van winst; 1.14 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.16 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.17 bestaand • voor zover dit betrekking heeft op bebouwing, gaat het om de oppervlakte van de bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; • voor zover dit betrekking heeft op het gebruik van grond en opstallen, gaat het om het gebruik zoals dat aanwezig was op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen.

1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.21 bolle akker akker waarvan het oppervlak bol ligt; het midden van de akker is dan circa een halve tot een hele meter hoger gelegen dan de rand van de akker; 1.22 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.23 bouwgrens een grens van een bouwvlak; 1.24 bouwlaag doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

3

1.26 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.28 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.29 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historischgeografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.30 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.31 diepploegen grondbewerking dieper dan 40 cm, waartoe wordt gerekend het vermengen, woelen en keren van (alle) lagen in het bodemprofiel; 1.32 extensief recreatief medegebruik die vormen van natuurvriendelijk recreatief medegebruik die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, vogelobservatie e.d.; 1.33 gebiedswaarden de landschappelijke, ecologische, cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden van het gebied, zoals die blijken uit de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen en dubbelbestemmingen; 1.34 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke,

overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35 grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf; 1.36 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.37 houtteelt de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt; 1.38 huishouden een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economischconsumptieve eenheid vormen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksverbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband;

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

4

1.39 intensieve veehouderij een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij; 1.40 kampeermiddel tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of enig ander onderkomen of verblijf dat geschikt is voor recreatief nachtverblijf; 1.41 kas een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter; 1.42 kleinschalige activiteiten activiteiten die geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben, die geen elektronisch opgewekt geluid produceren en waaraan maximaal 40 personen deelnemen, zoals workshops, lezingen, wandelingen en dergelijke; 1.43 landschappelijke waarde gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap en de natuurwaarden, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; 1.44 landschapsversterkingsplan een rapportage waarin is

aangegeven op welke wijze een bepaalde ontwikkeling leidt tot een substantiële versterking van de gebiedswaarden. De rapportage bevat versterkingsmaatregelen, zoals het aanleggen van landschaps- of natuurlijke elementen, het aanbrengen van beeldkwaliteit en/of het herstellen van cultuurhistorische elementen aan gebouwen en/of omgeving; 1.45 natuurwetenschappelijke waarde aan een gebied toegekende waarde in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.46 nevenactiviteiten activiteiten die ondergeschikt zijn aan de primair aan de gronden toegekende functie; 1.47 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt; 1.48 normale onderhoud- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.49 overig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij; onder overige niet-grondgebonden agrarische bedrijven worden in ieder geval verstaan: champignon-, wormen- en viskwekerijen, witloftrekkerijen en glastuinbouwbedrijven;

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

5

1.50 paardenbak een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.51 paardenhouderij een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette houderij voor paarden die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het fokken, opfokken, trainen, africhten, berijden en verhandelen van paarden. Paardenhouderijen zijn nader te onderscheiden in: • productiegerichte paardenhouderij: een paardenhouderij, waar uitsluitend handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair zijn gericht op het fokken, opfokken, trainen, africhten, berijden en verhandelen van paarden; • gebruiksgerichte paardenhouderij: het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony’s, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken, opfokken, trainen, africhten en verhandelen van paarden; 1.52 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c.

indien in of op het water wordt gebouwd: de gemiddelde hoogte van de aan het water grenzende gronden; 1.53 plattelandswoning een woning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden en wordt beschouwd als onderdeel van het agrarisch bedrijf; 1.54 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.55 reëel agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat de arbeidsomvang heeft van ten minste één volwaardige arbeidskracht en waarvan de continuïteit aannemelijk is; 1.56 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.57 teeltondersteunende kassen ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een vollegrondstuinbouwbedrijf of boomkwekerij. Ze worden gebruikt om de bedrijfsvoering te optimaliseren.

In teeltondersteunende kassen vindt de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productkwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik; 1.58 teeltondersteunende voorzieningen ondersteunende voorziening die een onderdeel is van de vollegrondse bedrijfsvoering van een tuinbouwbedrijf of boomkwekerij, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen teeltondersteunende

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

6

voorzieningen met een tijdelijk karakter (≤ 6 maanden) en teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter (> 6 maanden); 1.59 teelt van houtgewas met agrarische productiefunctie een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van beplantingsgewassen zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vruchtbomen, rozenstruiken, sierconiferen en overige sierheesters, een en ander in de vorm van vollegrondsteelt dan wel containerteelt; 1.60 veehouderij agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; 1.61 verblijfsrecreatie recreatie in ruimten of op een terrein welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief dag- en nachtverblijf, zoals een groepsaccommodatie, logeergebouw, pension of kampeermiddel door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben; 1.62 voeropslagvoorziening een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor de opslag van diervoeders; 1.63 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.64 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.

Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.65 wonen het gehuisvest zijn of huisvesten van personen in een woning; 1.66 woning een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: 1. één huishouden, of; 2. één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of; 3. maximaal 4 individuele personen; 1.67 WUBBB de Werkgroep Uitvoering Bestemmingsplannen Buitengebied Boxtel; 1.68 zijdelingse perceelsgrens de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

7

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Gebouwen en bouwwerken: 2.1.1 De bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.2 De breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.3 De dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.4 De goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.1.5 De inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.6 De oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.1.7 De hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.3 Maatvoering Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. voor lengten in meters (m); b. voor oppervlakten in vierkante meters (m²); c. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); d. voor verhoudingen in procenten (%); e. voor hoeken/hellingen in graden (º). 2.4 Meten Bij de toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van de lijn.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

8

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. extensief recreatief medegebruik; d. doeleinden van openbaar nut; e. het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en natuurwaarden, archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden en kenmerken van de gronden; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden, landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. teeltondersteunende voorzieningen met een permanent karakter zijn niet toegestaan; b. voeropslagvoorzieningen zijn niet toegestaan; c. paardenbakken zijn niet toegestaan; d. de bouwhoogte van voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals banken, picknicktafels, informatieborden e.d. bedraagt niet meer dan 2 m; e. de bouwhoogte van poorten bedraagt niet meer dan 2 m; f.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (waaronder erf- en terreinafscheidingen) bedraagt niet meer dan 1 m. 3.3 Nadere eisen 3.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing; b. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen. 3.3.2 Afwegingskader De in 3.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of landschappelijke inpassing; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden; c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik; d. ten behoeve van de milieusituatie; e. ten behoeve van de verkeersveiligheid; f. ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

9

3.3.3 Procedure Bij het stellen van nadere eisen wordt de volgende procedure gevolgd: a. het voornemen tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken op het gemeentehuis ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op elektronische wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in dat belanghebbenden schriftelijk of elektronisch hun zienswijzen kunnen indienen gedurende de onder a genoemde termijn; d. degenen die tijdig hun zienswijzen schriftelijk of elektronisch hebben ingediend worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen mondeling nader toe te lichten; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede. 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

10

Artikel 4 Agrarisch – Agrarisch bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarische bedrijf, met dien verstande dat: 1. per bestemmingsvlak ten hoogste één agrarisch bedrijf is toegestaan; 2. intensieve veehouderijen niet zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’ is uitsluitend een productiegerichte paardenhouderij toegestaan; 4. aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven zijn toegestaan in de hoofd- en bijgebouwen tot een vloeroppervlakte van 50 m2; b. een bedrijfswoning uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; c. het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – plattelandswoning’; d. uitsluitend hemelwaterberging ter plaatse van de aanduiding ‘waterberging’; e. nevenactiviteiten in de vorm van educatieve doeleinden voor ruiters/paarden zijn toegestaan; f. het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en natuurwaarden, archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden en kenmerken van de gronden; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van een doelmatig, reëel agrarisch bedrijf, waarbij geldt dat overtollige of leegstaande bebouwing en reeds verstrekte vergunningen worden betrokken bij de beoordeling van de doelmatigheid en de noodzaak van de bebouwing; b. per aanduiding ‘bedrijfswoning’ is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte als aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum oppervlakte bedrijfsgebouwen (m2)’; deze oppervlakte is exclusief de oppervlakte ten behoeve van de bedrijfswoningen en de daarbij behorende bijgebouwen; b. bedrijfsgebouwen dienen te worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie; c. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; e. de dakhelling mag niet minder dan 20⁰ en niet meer dan 60⁰ bedragen; f. een gebouw mag ten hoogste één bouwlaag bevatten voor het stallen van dieren; g. teeltondersteunende kassen zijn niet toegestaan.

4.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ gelden de volgende regels: a. de inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3 per bedrijfswoning, tenzij op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan een grotere inhoud legaal aanwezig was, in welk geval die grotere inhoud is toegestaan en als maximum geldt; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen; c. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

11

d. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; e. de dakhelling mag niet minder dan 20⁰ en niet meer dan 60⁰ bedragen; f. ondergrondse gebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning mogen uitsluitend worden gebouwd onder de oppervlakte van de bedrijfswoning. 4.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bijgebouwen bij bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m 2 per bedrijfswoning; b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen; c. de goothoogte mag niet meer dan 3,25 m bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 5 m bedragen; e. de dakhelling mag niet minder dan 20⁰ en niet meer dan 60⁰ bedragen. 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van kunstmest- en voedersilo’s mag niet meer dan 15 m bedragen; b. de goothoogte van mestsilo’s mag niet meer dan 5 m bedragen; c. de bouwhoogte van sleufsilo’s mag niet meer dan 2,50 m bedragen; d. de bouwhoogte van poorten mag niet meer dan 2 m bedragen; e. de bouwhoogte van hekwerken voor paddocks en paardenbakken mag niet meer dan 1,50 m bedragen (ten behoeve van een veekerende werking); f. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen.

Indien deze erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van een bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1,50 m bedragen; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,50 m bedragen. Indien deze overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de voorgevel van een bedrijfswoning of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen. 4.3 Nadere eisen 4.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van bebouwing; b. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 4.3.2 Afwegingskader De in 4.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of landschappelijke inpassing; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden; c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik; d. ten behoeve van de milieusituatie; e. ten behoeve van de verkeersveiligheid; f. ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.3.3 Advies Met betrekking tot de toepassing van de in 4.3.1 genoemde bevoegdheden wordt advies ingewonnen bij: a. de WUBBB ten aanzien van de vraag of de gebiedswaarden in voldoende mate worden versterkt bij uitvoering van het ingediende landschapsversterkingsplan (voor zover deze Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

12

voorwaarde bij de afwijkingsbevoegdheid is opgenomen), waarbij de WUBBB zich zo nodig baseert op een deskundigenrapport; b. de AAB voor zover sprake is van een bedrijfseconomisch advies en/of belang alsmede inzake het onderdeel tijdelijke huisvesting van werknemers voor zover het betreft de noodzaak van het aantal werknemers en de huisvestingsperiode. 4.3.4 Procedure Bij het stellen van nadere eisen wordt de volgende procedure gevolgd: a. het voornemen tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken op het gemeentehuis ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op elektronische wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in dat belanghebbenden schriftelijk of elektronisch hun zienswijzen kunnen indienen gedurende de onder a genoemde termijn; d. degenen die tijdig hun zienswijzen schriftelijk of elektronisch hebben ingediend worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen mondeling nader toe te lichten; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.

lid 4.2.2 onder c voor een goothoogte tot niet meer dan 6 m, onder de voorwaarde dat dit voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; b. lid 4.2.2 onder e ten behoeve van een geringere dakhelling, onder de voorwaarde dat dit voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk en/of gewenst is; c. lid 4.2.5 onder g voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot een maximale bouwhoogte van 5 m, onder de voorwaarde dat dit voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. de exploitatie van een (intensieve) veehouderij; b. de exploitatie van overig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf; c. de exploitatie van een gebruiksgerichte paardenhouderij; d. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor nevenactiviteiten na beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor nevenactiviteiten die gepaard gaan met evenementen en een onevenredige verkeersaantrekkende werking; g.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor huisvesting van werknemers en de direct daarmee in verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte (kantine), sanitair (douches, toiletten), kook- en wasgelegenheid; h. het bewonen dan wel laten bewonen van bijgebouwen of bedrijfsgebouwen, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning is verleend; i. het gebruiken van de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘waterberging’ voor andere functies dan hemelwaterberging.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

13

4.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting Het gebruiken van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voorwaardelijke verplichting’ is alleen toegestaan, indien de landschappelijke inpassing voor locatie Bosrand 3 en ongenummerd binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd volgens het landschappelijk inrichtingsplan en aldus in stand wordt gehouden. Onder landschappelijk inrichtingsplan wordt in deze planregels verstaan het landschappelijk inrichtingsplan voor de locatie Bosrand 3 en ongenummerd zoals opgenomen in Bijlage 1. 4.5.3 Stikstofdepositie Natura 2000-gebieden De activiteiten uit het bestemmingsplan zijn uitsluitend toegestaan indien dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) op de (voor stikstof gevoelige habitats in) Natura 2000gebieden ten opzichte van de referentiesituatie in het kader van de Wet natuurbescherming, of diens rechtsopvolger. Dit is voor de locatie Bosrand 3 en ongenummerd het geval indien niet meer dieren worden gehouden dan in totaal 27 volwassen paarden, 13 opfokpaarden, 6 volwassen pony’s en 5 opfokpony’s. 4.5.4 Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging a.

Het gebruiken van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – voorwaardelijke verplichting’ is alleen toegestaan, indien voldoende hemelwaterberging wordt gerealiseerd en in stand gehouden conform het gemeentelijk beleid en de Keur van Waterschap De Dommel. b. Als het onder lid a bedoelde beleid of regelgeving worden gewijzigd, wordt bij het aanleggen van nieuw verhard oppervlak rekening gehouden met die wijziging. 4.6 Afwijken van de gebruiksregels 4.6.1 Afwijken functie ‘waterberging’ Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 4.1 d en 4.5.1 i voor het gebruiken van de gronden ter plaatse van de functieaanduiding ‘waterberging’ voor de overige toegestane functies binnen deze bestemming, zoals opgenomen in 4.1 a, mits elders binnen het bestemmingsvlak wordt voorzien in de aanleg en instandhouding van voldoende hemelwaterberging. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

14

Artikel 5 Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden – Natuur en Landschap’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik, in de vorm van grasland (beweiding en maaien); b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. extensief recreatief medegebruik; d. doeleinden van openbaar nut; e. het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en natuurwaarden, archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden en kenmerken van de gronden; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden, landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan; b. voeropslagvoorzieningen zijn niet toegestaan; c. paardenbakken zijn niet toegestaan; d. de bouwhoogte van voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals banken, picknicktafels, informatieborden e.d. bedraagt niet meer dan 2 m; e. de bouwhoogte van poorten bedraagt niet meer dan 2 m; f.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde (waaronder erf- en terreinafscheidingen) bedraagt niet meer dan 1 m. 5.3 Nadere eisen 5.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de bouwhoogte van bebouwing; b. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen. 5.3.2 Afwegingskader De in 5.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of landschappelijke inpassing; b. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden; c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik; d. ten behoeve van de milieusituatie; e. ten behoeve van de verkeersveiligheid; f. ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.3.3 Procedure Bij het stellen van nadere eisen wordt de volgende procedure gevolgd: a. het voornemen tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken op het gemeentehuis ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op elektronische wijze; Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

15

c.

de bekendmaking houdt mededeling in dat belanghebbenden schriftelijk of elektronisch hun zienswijzen kunnen indienen gedurende de onder a genoemde termijn; d. degenen die tijdig hun zienswijzen schriftelijk of elektronisch hebben ingediend worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen mondeling nader toe te lichten; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede. 5.4 Specifieke gebruiksregels Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen; b. bemesten.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

16

Artikel 6 Bos 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos, bebossing en groenvoorzieningen; b. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van ecologische waarden; c. infrastructurele voorzieningen, zoals deze bestonden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, indien en voor zover de voorzieningen (zoals sloten en watergangen) reeds bestonden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan; e. extensief recreatief medegebruik; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de hoogte niet meer dan 1 m mag bedragen, tenzij het betreft andere bouwwerken ten behoeve van informatievoorziening waarbij de hoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. 6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het uitvoeren van de volgende werken en/of werkzaamheden: a. het ophogen, afgraven, vergraven, diepploegen en -woelen en egaliseren van de bodem; b. de aanleg van een drainagestelsel; c. het dempen van wateren; d. het aanbrengen van verhardingen; e. het aanbrengen van houtgewas ten behoeve van een boomkwekerij; f.

het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen; g. bemesting. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Vergunningplicht werken en werkzaamheden Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het indrijven van voorwerpen in de grond; b. het aanbrengen van onderbemaling; c. het aanleggen van dammen; d. het aanleggen van stuwen; e. de aanleg, verbreden en/of verbeteren van sloten en greppels; f. het dempen van sloten en greppels; g. het aanbrengen van oeverbeschoeiing; h. het rooien van houtgewas; i. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; j. het wijzigen / verwijderen van perceelsgrenzen.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

17

6.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en / of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. die worden uitgevoerd krachtens een landschappelijk inrichtingsplan. 6.4.3 Toelaatbaarheid en afwegingskader De in 6.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien door de werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de waarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

18

Artikel 7 Natuur 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurlijke, natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. infrastructurele voorzieningen; d. extensief recreatief medegebruik; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals banken, picknicktafels, informatieborden e.d. bedraagt niet meer dan 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 1 m. 7.3 Specifieke gebruiksregels 7.3.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het uitvoeren van de volgende werken en/of werkzaamheden: a. het afgraven, vergraven, diepploegen en -woelen en egaliseren van de bodem; b. de aanleg van een drainagestelsel; c. het dempen van wateren; d. het aanbrengen van verhardingen groter dan 20 m2; e. het aanbrengen van houtgewas ten behoeve van een boomkwekerij.

7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht werken en werkzaamheden Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven en ophogen van de bodem; b. het indrijven van voorwerpen in de grond; c. het aanbrengen van onderbemaling; d. het aanleggen van dammen; e. het aanleggen van stuwen; f. de aanleg, verbreden en/of verbeteren van sloten en greppels; g. het dempen van sloten en greppels; h. het aanbrengen van oeverbeschoeiing; i. het rooien van houtgewas; j. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; k. het wijzigen / verwijderen van perceelsgrenzen.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

19

7.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. reeds legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. die worden uitgevoerd krachtens een landschappelijk inrichtingsplan. 7.4.3 Toelaatbaarheid en afwegingskader De in 7.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien door de werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de waarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

20

Artikel 8 Water 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water, waterberging, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. extensief recreatief medegebruik; c. natuurvriendelijke oevers; een en ander met bijbehorende voorzieningen. 8.2 Bouwregels Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 1 m mag bedragen; b. aanlegsteigers niet zijn toegestaan. 8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 8.1 en 8.2 ten behoeve van oeververbindingen voor wandelaars, mits geen aantasting plaatsvindt van de waarden die de (aanwezige en omliggende) bestemmingen beogen te beschermen. 8.4 Wijzigingsbevoegdheid 8.4.1 Wijzigen naar Natuur Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Water’ te wijzigen in de bestemming ‘Natuur’ ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van natuurlijke, natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Op voorhand advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.

8.4.2 Wijzigen naar Bos Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ‘Water’ te wijzigen in de bestemming ‘Bos’ ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van bos, bebossing en groenvoorzieningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De wijziging is uitsluitend toegestaan als de in het gebied aanwezige natuurwaarden, landschapswaarden, archeologische waarden, cultuurhistorische waarden en hydrologische waarden niet onevenredig worden aangetast; b. Op voorhand advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

21

Artikel 9 Wonen 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; b. aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven in de hoofdgebouwen of bijgebouwen tot een oppervlakte van 50 m2 per woning; c. het behoud, de versterking en/of het herstel van de cultuurhistorische waarde van de bebouwing op locatie Uilenbroek 8, zoals beschreven in Bijlage 4; d. het behoud, de versterking en/of het herstel van een cultuurhistorisch erf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – cultuurhistorisch erf’; e. het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en natuurwaarden, archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden en kenmerken van de gronden; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, landschappelijke inpassing en groenvoorzieningen. 9.2 Bouwregels 9.2.1 Algemeen a. Op of in deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 9.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak mag ten hoogste één woning worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ het aantal woningen ten hoogste het aangegeven aantal mag bedragen; b.

een woning mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpplan aanwezige woning; c. de inhoud van de woning mag niet meer bedragen dan 600 m3 per woning; d. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen; e. de bouwhoogte mag niet meer dan 9 m bedragen; f. de dakhelling mag niet minder dan 25⁰ en niet meer dan 60⁰ bedragen; g. in afwijking van het bepaalde onder c geldt voor voormalige agrarische bedrijfswoningen dat de inhoud van een inpandig stalgedeelte van een voormalige boerderij mag worden verbouwd tot woonruimte als uitbreiding van de bestaande woning, mits daardoor de aard van het pand niet in onevenredige mate wordt aangetast; h. in afwijking van het bepaalde onder c tot en met f geldt dat indien een grotere inhoud, een hogere goothoogte, een hogere bouwhoogte respectievelijk een lagere of hogere dakhelling legaal aanwezig is op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dat deze inhoud, goothoogte, bouwhoogte respectievelijk dakhelling is toegestaan en als maximale inhoud, maximale goothoogte, maximale bouwhoogte en minimale respectievelijk maximale dakhelling geldt; i. ondergrondse gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd onder de oppervlakte van de woning. 9.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a.

het bijgebouw mag niet vóór de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer dan 100 m2 per woning bedragen; c. de goothoogte mag niet meer dan 3,25 m bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer dan 5 m bedragen; e. ondergrondse bijgebouwen zijn niet toegestaan. Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

22

9.2.4 Bijgebouwen cultuurhistorisch erf Uilenbroek 8 Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – cultuurhistorisch erf’ gelden, ter verkrijging van een cultuurhistorisch erf, in aanvulling op het bepaalde in 9.2.3 voor het bouwen van bijgebouwen de volgende regels: a. Bij de noordelijke woning, het voormalige stalgedeelte van de langgevelboerderij Uilenbroek 8, voldoen bijgebouwen aan de volgende voorwaarden: 1. Een bijgebouw wordt uitgevoerd in een materialisering passend bij het stal/schuurgedeelte van de langgevelboerderij. Hiervoor wordt voor de gevels in hoofdzaak hout of houtachtig materiaal toegepast; 2. Een bijgebouw wordt niet haaks op de woning geplaatst, maar parallel aan de richting van de weg Uilenbroek (in schuinte meelopend met de weg Uilenbroek); b. Bij de zuidelijke woning, het (voormalige) woongedeelte van de langgevelboerderij Uilenbroek 8, voldoen bijgebouwen aan de volgende voorwaarden: 1. Een bijgebouw wordt uitgevoerd in een materialisering passend bij het woongedeelte van de langgevelboerderij. Hiervoor wordt voor de gevels in hoofdzaak steen of steenachtig materiaal toegepast. 9.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. indien zij vóór de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de hoogte niet meer dan 1 m bedragen; b.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,50 m bedragen. 9.2.6 Uitsluiting vergunningvrij bouwen cultuurhistorisch erf Uilenbroek 8 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 1’ dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van Bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan (of diens rechtsopvolger). Dit met als doelstelling om vergunningvrij bouwen van bijgebouwen, op basis van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (of diens rechtsopvolger), uit te sluiten, teneinde dat het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning voor het bouwen van bijgebouwen kan toetsen aan de gestelde vereisten van beeldkwaliteit voor het cultuurhistorisch erf. 9.3 Nadere eisen 9.3.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 9.3.2 Afwegingskader De in 9.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld: a. indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of landschappelijke inpassing; b.

ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden; c. ter verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik; d. ten behoeve van de milieusituatie; e. ten behoeve van de verkeersveiligheid; f. ten behoeve van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 9.3.3 Procedure Bij het stellen van nadere eisen wordt de volgende procedure gevolgd:

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

23

a. het voornemen tot het stellen van nadere eisen ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken op het gemeentehuis ter inzage; b. de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op elektronische wijze; c. de bekendmaking houdt mededeling in dat belanghebbenden schriftelijk of elektronisch hun zienswijzen kunnen indienen gedurende de onder a genoemde termijn; d. degenen die tijdig hun zienswijzen schriftelijk of elektronisch hebben ingediend worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen mondeling nader toe te lichten; e. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede. 9.4 Afwijken van de bouwregels 9.4.1 Geringere dakhelling gebouwen Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.2.2 onder f ten behoeve van een geringere dakhelling. 9.4.2 Hogere erfafscheiding / hekwerken voor de voorgevel Door middel van een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 9.2.5 onder a ten behoeve van een grotere hoogte voor erfafscheidingen en hekwerken vóór de voorgevel van het hoofdgebouw, onder de voorwaarden dat: a. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m; b. de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.

9.4.3 Voorwaarden afwijking De in 9.4 genoemde omgevingsvergunningen worden slechts verleend, onder de voorwaarden dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 9.5 Specifieke gebruiksregels 9.5.1 Strijdig gebruik Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken van gronden en opstallen voor huisvesting van werknemers en de direct daarmee in verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte (kantine), sanitair (douches, toiletten), kook- en wasgelegenheid; b. het bewonen dan wel laten bewonen van bijgebouwen of bedrijfsgebouwen, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning is verleend. 9.5.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting Uilenbroek 8 Het gebruiken van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1’ volgens de bestemming ‘Wonen’ is alleen toegestaan, indien de landschappelijke inpassing voor locatie Uilenbroek 8 binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd volgens het landschappelijk inrichtingsplan en aldus in stand wordt gehouden.

Onder landschappelijk inrichtingsplan wordt in deze planregels verstaan het landschappelijk inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 3. 9.5.3 Voorwaardelijke verplichting sloop Uilenbroek 8 Het gebruiken van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1’ volgens de bestemming ‘Wonen’ is alleen toegestaan, indien:

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

24

•

•

binnen maximaal 1 jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan het gebouw (inclusief fundering en direct aangrenzende verhardingen) is gesloopt, die voor locatie Uilenbroek 8 als zodanig te slopen is aangeduid op de situatietekening zoals opgenomen in Bijlage 2. binnen maximaal 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan de mestsilo (inclusief fundering en direct aangrenzende verhardingen) is gesloopt, die voor locatie Uilenbroek 8 als zodanig te slopen is aangeduid op de situatietekening zoals opgenomen in Bijlage 2.

9.5.4 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inrichting Bosrand 2 Het gebruiken van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2’ volgens de bestemming ‘Wonen’ is alleen toegestaan, indien de landschappelijke inpassing voor locatie Bosrand 2 binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is gerealiseerd volgens het landschappelijk inrichtingsplan en aldus in stand wordt gehouden. Onder landschappelijk inrichtingsplan wordt in deze planregels verstaan het landschappelijk inrichtingsplan voor de locatie Bosrand 2 zoals opgenomen in Bijlage 1. 9.5.5 Voorwaardelijke verplichting sloop Bosrand 2 Het gebruiken van de gronden en bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2’ volgens de bestemming ‘Wonen’ is alleen toegestaan, indien binnen maximaal 6 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het gebouw (inclusief fundering en direct aangrenzende verhardingen) is gesloopt, die voor locatie Bosrand 2 als zodanig te slopen is aangeduid op de situatietekening zoals opgenomen in Bijlage 2.

Regels bestemmingsplan ‘Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel’ Vastgesteld

25

Artikel 10 Leiding - Olie 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Leiding – Olie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van: a. een ondergrondse hoge druk 36” ruwe olieleiding en een hoge druk 24” olieproductenleiding met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de betreffende leiding. 10.2 Voorrangsbepaling In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming ‘Leiding – Olie’ voorrang krijgt. 10.3 Bouwregels 10.3.1 Bouwregels wegens leiding a. Op of in de in 10.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid; b. Beide hoge druk olietransportleidingen liggen afzonderlijk in een belemmerde strook van 5 meter aan weerszijden van de betreffende leiding waarbinnen een absoluut bouw- en inwerkingverbod geldt. c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=e1dffc69-7bd8-4995-9b6f-1c4f8c5fb15c