Bp Bosrand 2,3,ongenummerd en Uilenbroek 8,13- Bijlage 1 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen en Nota van wijzigingen ONTWERPBESTEMMINGSPLAN “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Boxtel December, 2024
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3
2.
Beantwoording ontvangen zienswijzen ....................................................................................... 4
3. Wijzigingen bestemmingsplan ....................................................................................................... 13 3.1 Correctieve aanpassingen n.a.v. de ingebrachte zienswijzen .......................................... 13
2
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel” heeft van woensdag 20 december 2023 tot en met dinsdag 30 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. De terinzagelegging heeft zowel in papieren vorm in het gemeentehuis, als digitaal op de landelijke voorziening via www.ruimtelijkeplannen.nl plaats gevonden. De bekendmaking hiervan heeft op 19 december 2023 plaatsgevonden in het Gemeenteblad en in de lokale krant MooiBoxtel. Tijdens de periode van terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. In totaal zijn drie zienswijzen ingediend met betrekking tot het bestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”. Daarnaast is het ontwerpbestemmingsplan in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan diverse overlegpartners. Van deze overlegpartners is een formele reactie ontvangen van het Waterschap waarin zij hebben aangegeven te kunnen instemmen met het ontwerpbestemmingsplan. In deze nota zijn de ontvangen zienswijzen samengevat en van een reactie van het college voorzien. In paragraaf drie van deze nota zijn alle eventuele aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen.
3
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
2. Beantwoording ontvangen zienswijzen In de onderstaande opsomming behandelen we de ingekomen zienswijzen inhoudelijk. De ontvangen zienswijzen zijn samengevat en vervolgens van een antwoord voorzien. Alle zienswijzen zijn geanonimiseerd. Volgnummer : 1 Ingekomen : 22 januari 2024 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 1.1 In het landschappelijk inpassingsplan is een bestaande bomenrij ter hoogte van de woning Bosrand 4 ingetekend. Dit is feitelijk onjuist, er staan hier geen bomen. 1.2 In het landschappelijk inpassingsplan is een aan te planten bomenrij opgenomen ter hoogte van de woning Bosrand 4. Deze nieuwe bomenrij belemmert het uitzicht vanuit de woning en dit wordt als onwenselijk ervaren. Het verzoek is om deze bomenrij te laten vervallen in het plan. 1.3 Uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat er in het uit te breiden bouwvlak van de paardenhouderij Bosrand 3 aan de zuidzijde een opslagvoorziening is gepland voor hooibalen. Indiener begrijpt de behoefte aan opslag van hooibalen, maar verzoekt om de opslag afhankelijk te maken van de te realiseren tweede bedrijfswoning op het bedrijf. Als de bedrijfswoning niet wordt gerealiseerd dan is er geen noodzaak voor deze opslag buiten het bestaande bouwvlak volgens indiener.
Beantwoording: Voorafgaand aan het indienen van de zienswijze is er mondeling overleg geweest met de projectleider van de gemeente over deze bezwaren. In dit overleg is afgesproken dat indieners een zienswijze zouden indienen zodat hun bezwaren integraal kunnen worden afgewogen en een plek kunnen krijgen in de gehele planologische procedure. Hierna volgt de schriftelijke reactie van de gemeente op de zienswijze: 1.1 In het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 5 bij de toelichting en bijlage 2 bij de planregels is een tekening opgenomen van de voorgestelde landschappelijke inpassing (figuur 13). In die tekening zijn indicatief omliggende laan(bomen) opgenomen langs de Bosrand. Naar aanleiding van de zienswijze is gecontroleerd of deze bestaande bomen correct zijn weergegeven in het landschappelijk inpassingsplan. Hieruit is gebleken dat een op de tekening gevisualiseerde bestaande boom aan de zijde van de Bosrand 4 niet correct is weergegeven. Deze gevisualiseerde bestaande bomen zijn echter slechts ter illustratie en staan feitelijk los van de voorgestelde landschappelijke inpassing en beoordeling hiervan door de gemeente. Er is dan ook geen reden om het landschappelijk inpassingsplan hierop aan te passen.
1.2 De geplande bomenrij ten oosten van de Bosrand op grond van initiatiefnemers is een belangrijk element van de gehele landschappelijke inpassing van het uit te breiden bedrijf. Aan weerszijden van de weg ter hoogte van de Bosrand 4 is nu geen laanbeplanting aanwezig zoals indieners zelf ook hebben ingebracht. Herstel en versterking van deze laanstructuur langs de Bosrand wordt gezien als een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Hiervoor worden in totaal 15 nieuwe bomen aangeplant op zeer ruime plantafstand van 8-10 meter. De afstand tussen de voorgevel van de woning Bosrand 4 en de voorgestelde nieuwe bomen is 17 meter. Hiertussen ligt ter plaatse van de
4
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
woning een verharde weg (de Bosrand) met aan weerszijden een sloot. In de voortuin van de Bosrand 4 zijn ook landschappelijke elementen aanwezig zoals een haag en leibomen. Gezien de feitelijke omstandigheden zoals hiervoor omschreven, is het niet de verwachting dat het uitzicht op enige mate negatief wordt beïnvloed door deze bomenrij. Het betreft een belangrijk onderdeel van de landschappelijke inpassing en daarom wordt alles afwegende, niet tegemoet gekomen aan de wens van initiatiefnemers om het landschappelijk inpassingsplan te wijzigen. 1.3 De afstand tussen de voorgestelde voervoorziening aan de zuidzijde van het bouwvlak en de voorgevel van de Bosrand 4 is meer dan 90 meter. De voervoorziening zal landschappelijk worden ingepast door houtsingels en landschapsbomen en zal in de praktijk niet of nauwelijks zichtbaar zijn vanaf de woning Bosrand 4. Het afhankelijk maken van de realisatie van de voervoorziening aan het wel of niet oprichten van de bedrijfswoning zou de bedrijfsontwikkeling van het bedrijf onnodig belemmeren en hiervoor zijn geen zwaarwegende redenen aangedragen. Alles afwegende, valt voor de gemeente niet in te zien waarom de bedrijfsontwikkeling van het bedrijf verder beperkt zou moeten worden.
Hierbij tekent de gemeente aan dat het vaste jurisprudentie is dat er geen recht op vrij uitzicht is en er met de landschappelijke inpassing voldoende rekening is gehouden met de belangen van omwonenden. Er wordt daarom niet tegemoet gekomen aan de wens van initiatiefnemers om het bestemmingsplan op dit punt te wijzigen. Conclusie: Zienswijze nummer 1 leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan of het bijbehorende landschappelijk inpassingsplan.
5
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Volgnummer : 2 Ingekomen : 27 januari 2024 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 1.1 Indiener wijst erop dat voor de paardenhouderij aan de Bosrand 3 paardenmest wordt opgehaald door vrachtwagen combinaties. Deze vrachtwagens worden soms afgekoppeld en tijdelijk geparkeerd langs de openbare weg De Roond. Dit leidt volgens indiener tot gevaarlijke verkeerssituaties. Tevens is het in het verleden gebeurd dat hierdoor vaste mest is afgevallen van de vrachtwagens en is achtergelaten. Het verzoek van indiener is dat het afkoppelen en tijdelijk parkeren van deze vrachtwagens op eigen terrein gebeurd van de initiatiefnemers aan de Bosrand 3. Beantwoording: 1.1 Feitelijk betreft deze zienswijze een klacht over de bedrijfsvoering van de paardenhouderij. De initiatiefnemers zijn geïnformeerd over deze zienswijze en hebben toegezegd dat de bedrijfsvoering hierop is aangepast. Er is afgesproken dat deze vrachtwagens niet meer tijdelijk worden geparkeerd in de berm om gevaarlijke verkeerssituaties te voorkomen en om te voorkomen dat er verontreiniging plaats vindt van de berm door verlies van lading.
Indien indiener van de zienswijze opnieuw een dergelijke klacht heeft dan kan deze gemeld worden bij de gemeente en dan kan de gemeente hierop toezien en waar nodig handhavende acties ondernemen. Conclusie: Zienswijze nummer 2 leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
6
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Volgnummer : 3 Ingekomen : 30 januari 2024 Ontvankelijkheid: De zienswijze is binnen de inzagetermijn ontvangen en als zodanig is de ingediende zienswijze ontvankelijk. Samenvatting zienswijze: 1.1 Indieners maken bezwaar tegen de uitbreiding van het bouwvlak van de paardenhouderij Bosrand 3, ten koste van de bestemming natuur. Dit zorgt naar oordeel van de indieners voor een intensivering van het gebruik in deze overgangszone nabij de Kampina. Indieners wijzen erop dat de natuur in de Kampina ernstig onder druk staat van onder andere stikstofdepositie, verdroging en recreatie. Tevens wijzen zij erop dat er op zowel Nationaal (NPLG) als Provinciaal (BPLG), belangrijke doelen zijn geformuleerd om de Natura-2000 gebieden zoals de Kampina en Oisterwijkse Vennen (hierna: Kampina) te herstellen en verbeteren. Uit het beleid volgt volgens indieners dat stikstofreductie en het principe van ‘water en bodem sturend’ leidend zijn. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt in het beleid dat functies in overgangsgebieden rondom Natura-2000 gebieden ‘ten dienste moeten staan voor het natuur- en waterherstel’. Afsluitend wijzen de indieners op de gebiedsgerichte aanpak van het Natura-2000 gebied De Kampina, waar de gemeente Boxtel aan deelneemt.
1.2 Indieners wijzen de gemeente erop dat de compenserende natuur kilometers verderop is gelegen en geen waarde heeft voor de Kampina, waardoor er dus een verslechtering ontstaat. Hierdoor zorgt het plan voor een negatieve invloed op de natuur, terwijl deze juist verstrekt moet worden. 1.3 Er wordt op gewezen dat de uitgevoerde stikstofberekeningen erop duiden dat er sprake is van een op onjuiste wijze verkregen Natuurvergunning voor de paardenhouderij Bosrand 3. Dit wordt onderbouwd aan de hand van drie punten: a. De planologische referentiesituatie is onjuist Er is in de berekeningen uitgegaan van de vergunde situatie in het kader van het milieu/natuur spoor in plaats van de feitelijk gerealiseerde situatie op basis van het ruimtelijke spoor (zijnde het vigerende bestemmingsplan). Hierbij wordt gewezen op jurisprudentie waaruit blijkt dat de milieuvergunning niet relevant is voor de planologisch legale situatie. Voor de planologische referentiesituatie moet worden uitgegaan van de maximale mogelijkheden uit het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’. Volgens indieners volgt uit dit bestemmingsplan dat ter plaatse van Bosrand 3 geen gebruiksgerichte paardenhouderij is toegestaan. Hierbij wordt gewezen op de planregel 3.1 in combinatie met de begripsomschrijving van een ‘Agrarisch bedrijf’.
Daarnaast wordt gewezen op de voorwaarde uit het bestemmingsplan rondom de eis van grondgebondenheid van 0,6 GVE/hectare die beperkend zou werken voor het bedrijf. De planologische referentiesituatie zou daarmee onjuist zijn gehanteerd. Indieners wijzen erop dat niet eerder een Passende beoordeling is gemaakt voor de planologische referentiesituatie, zijnde het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’. Naar oordeel van initiatiefnemers zou de uitbreiding van een paardenhouderij aan de Bosrand 3 daarom een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling zijn, waarvoor een voortoets en een passende beoordeling had moeten maken. b. Passende beoordeling referentiesituatie ontbreekt Indieners benoemen in de zienswijze dat de paardenhouderij voor de Bosrand 2 en 3 een natuurvergunning uit 2016 heeft voor maximaal 1,59 mol/ha/jaar stikstofdepositie met een emissie van 112,6 kg NH3/jaar. In het kader van deze natuurvergunning is extern gesaldeerd met een veehouderij aan De Roond 6. Er wordt op gewezen dat er in deze natuurvergunning een verklaring ontbreekt dat dit bedrijf daadwerkelijk zou zijn beëindigd met het houden van dieren. Bovendien wordt erop gewezen dat in de beschikking zelf de verklaring niet is 7
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
verwerkt. Hiermee is de externe saldering volgens indieners onnavolgbaar, omdat niet duidelijk is met welke diercategorie wordt gesaldeerd en hoeveel dierplaatsen en bijbehorende emissies met de gedeeltelijke intrekking zijn vervallen. Bovendien ontbreekt in de bijlage bij de beschikking een verschilberekening van de depositie, er is enkel een berekening bijgevoegd van de beoogde situatie. Hierdoor valt niet uit deze beschikking af te leiden of deze externe saldering afdoende was als mitigerende maatregel in het kader van deze natuurvergunning. Ten tweede wijzen indieners erop dat in het kader van de natuurvergunning uit 2016 nog vanuit werd gegaan dat significante effecten van stikstofdepositie op het leefgebied van beschermde vogelsoorten in het deel van De Kampina dat is aangewezen als Vogelrichtlijngebied waren uitgesloten. Hierbij werd deze conclusie mede gebaseerd op het Alterra-rapport 2359. Uit de uitspraak van de Afdeling van 20 juli 2016 blijkt dat deze verwijzing naar dit Alterra rapport voor wat betreft een passende beoordeling geen stand houdt. Ten derde wordt erop gewezen dat in de natuurvergunning een beoordeling ontbreekt van de mogelijke effecten van stikstofdepositie op de leefgebieden van beschermde vogelsoorten in het Natura 2000 gebied Kampina.
Hierdoor zou onvoldoende duidelijk zijn of door de betrokken beheermaatregelen de negatieve effecten van de beoogde activiteit in het kader van deze natuurvergunning in voldoende mate kunnen worden voorkomen. Afsluitend is daardoor niet verzekerd dat de kenmerken van dit Natura-2000 gebied niet zullen worden aangetast. c.
Passende beoordeling nieuwe situatie ontbreekt Indieners geven aan dat de uitbreiding van het aantal dieren niet is voorzien van een passende beoordeling. Hierbij wordt gewezen op het feit dat de berekeningen van de stikstofeffecten van de huidige vergunning (Natuurvergunning 2016) zijn uitgevoerd met het model AAgro-Stacks versie 1.0 en er wordt geconstateerd dat dat model al lang is achterhaald. Er wordt gewezen op het AquaPri-arrest van het Hof van justitie waaruit blijkt dat een eerdere foutieve beoordeling of onopgemerkte fout niet als basis kan dienen voor een nieuwe toestemming. Er dient daarom bij de vergunningverlening met de meest actuele versie van het model Aerius worden gewerkt. Een passende beoordeling had daarom onderdeel moeten zijn van de voorbereiding van het bestemmingsplan. Deze passende beoordeling ontbreekt en had wel uitgevoerd moeten worden zo stellen de indieners. Hierbij wordt gewezen op de jurisprudentie waaruit volgt dat: ‘een bestemmingsplan dat afzonderlijke significante gevolgen kan hebben voor een Natura2000 gebied, uitsluitend kan worden vastgesteld als op grond van een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van een Natura-2000 gebied niet zal aantasten’.
Indieners wijzen erop dat de voorgestelde ontwikkeling en uitbreiding van het bedrijf met 21 dieren niet passend is beoordeeld en dat daarom het bestemmingsplan en voorschrift 4.5.3 in stand kan blijven, omdat dit leidt tot een toename van emissie en bijbehorende stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden.
1.4 Er is geen passende beoordeling uitgevoerd naar andere effecten dan stikstofdepositie van de plannen op het Natura-2000 gebied Kampina. Hierbij wordt gewezen op gevolgen van het plan op het gebied van lichthinder, geluid, trillingen, verstoring, verdroging en barrièrewerking en versnippering. Oftewel de externe werking van het plan op dit Natura-2000 gebied en op het Natuurnetwerkbrabant (NNB). In de ogen van de indieners gaat het hierdoor dus om een ontwikkeling die de ecologische waarden en kenmerken van zowel het Natura-2000 gebied als het NNB gebied aantasten. 1.5 Het perceel ten zuiden van de paardenhouderij Bosrand 3 die wordt omgezet van een natuurbestemming naar een agrarische bestemming is niet meegenomen in de QuickScan ecologie voor soorten zoals uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan. Er is daardoor niet met zekerheid te stellen dat er geen significante effecten kunnen optreden op Natura-2000 gebieden. Er wordt op basis van deze argumenten verzocht om het bestemmingsplan niet vast te stellen.
8
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Beantwoording: 1.1 De bezwaren van de indieners tegen de uitbreiding van het bedrijf Bosrand 3 nabij het Natura-2000 gebied zijn gezien de natuurbelangen waar zij voor opkomen begrijpelijk. De gemeente heeft echter een totale integrale ruimtelijke afweging te maken en bovendien is zij gebonden aan eerder gemaakte afspraken. Zoals aangegeven in de toelichting bij het bestemmingsplan betreft dit een langlopende planologische procedure. De initiatiefnemer heeft al vrij snel nadat het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael-De Roond’ onherroepelijk was, geconstateerd dat de planologische opzet van de paardenhouderij aan de Bosrand 2-3 voor zijn bedrijfsvoering niet logisch was. Naar aanleiding hiervan zijn gesprekken gevoerd om te komen tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering, in ruil voor medewerking aan de plannen van initiatiefnemer. Naar aanleiding hiervan is in 2018 een positief principebesluit genomen op het principeverzoek om in ruil voor medewerking aan een herbestemming van de Bosrand 3 een sanering uit te voeren van het agrarisch bedrijf Uilenbroek 8-13. In dit bestemmingsplan is dit verder concreet uitgewerkt. Binnen de beleidsregel ‘kwaliteitsverbetering van het buitengebied’ wordt dit bestemmingsplan gezien als een type categorie 3 ontwikkeling. Oftewel een ontwikkeling met de nodige landschappelijke impact waarvoor de strengste eisen gelden.
In Bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan is de totale berekening opgenomen (en toegelicht) voor de benodigde investering in de kwaliteitsverbetering landschap. Deze kwaliteitsverbetering en compensatie in waardevermeerdering wordt gerealiseerd door: • Verwijdering agrarisch bouwvlak Uilenbroek 8-13. • Extra landschappelijke kwaliteitsverbetering landschap rondom Bosrand 2, 3 en ong. • Sloop loods Uilenbroek 13, ter grootte van 2.162 m2. • Sloop stal Bosrand 2, ter grootte van 515 m2.
In deze afweging speelt mee dat beide delen van het plangebied, alhoewel niet op dezelfde afstand liggen van De Kampina, maar wel beide in de in de gebiedsgerichte aanpak aangewezen beïnvloedingszone rondom de Kampina liggen. De ligging van zowel het uit te breiden bedrijf (Bosrand 3) als het te saneren bedrijf (Uilenbroek 8-13) zijn gelegen binnen het deelgebied ‘Essche Stroom’ van de gebiedsgerichte aanpak van de Kampina. Het is dan ook niet onlogisch of in strijd met de gebiedsgerichte aanpak om natuurcompensatie aan te leggen binnen deze beïnvloedingszone. Dat in de loop der tijd inzichten veranderen, zoals de opstart van de gebiedsgerichte aanpak van de Kampina in 2021, betekent niet dat alle door de gemeente gemaakte afspraken uit het verleden worden opengebroken. In de gebiedsgerichte aanpak gaat het niet alleen om herstel van natuurwaarden maar ook om perspectief bieden voor ondernemers. Er zijn specifieke opgaven geformuleerd binnen deze gebiedsgerichte aanpak: • • • • • • •
het versterken van (het netwerk van) natuurgebieden; het ontwikkelen van toekomstbestendige landbouw; het verbeteren van de beschikbaarheid en kwaliteit van water en de vitaliteit van de bodem; het geven van een nieuwe economische impuls; het ontwikkelen van duurzame energievoorziening; het vergroten van de (be)leefbaarheid; het bijdragen aan de stikstofreductie.
Het bedrijf aan de Bosrand 3 betreft in deze een ‘productiegerichte paardenhouderij’ gericht op het fokken en africhten van paarden. Het bedrijf is geen ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’ die in hoofdzaak is gericht op recreatie. Dit gebruik is in het bestemmingsplan ook geborgd in de planregels. Planologische uitbreiding van dit bedrijf van 0,8 naar 1,18 hectare draagt bij aan het schetsen van perspectief voor dit bedrijf. Het bedrijf staat centraal in het gehele Landbouwlandgoed ‘Bloemendael’ van 22,7 hectare. Dit landgoed bestaat uit landbouw en natuurgronden die beheert worden in het kader van de bedrijfsuitvoering van dit bedrijf. Denk hierbij aan beweiding door paarden maar ook aan het produceren van ruwvoer voor de paarden. 9
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Dat het bedrijf vanuit dierenwelzijnsvraagstukken behoefte heeft aan de mogelijkheid om de gronden ten zuiden bij het bedrijf te gebruiken voor het laten loslopen van paarden is voorstelbaar. Dit gebruik, zoals reeds feitelijk langjarig aanwezig, is feitelijk in strijd met de natuurbestemming op het perceel. De herbestemming van deze 0,82 hectare wordt een-op-een gecompenseerd door natuur op grotere afstand van Kampina, maar binnen het deelgebied ‘Essche stroom’. Daarnaast vindt er een sanering plaats van het gekoppelde deel van het bouwvlak ter plaatse van de woning Bosrand 2, dit is een deel van het voormalige bouwvlak dat ook dicht bij de Kampina gelegen was. Er vindt ook een sanering plaats van een agrarisch bedrijf aan de Uilenbroek 8-13. Hiermee neemt het aantal agrarische bedrijven binnen het deelgebied ‘Essche stroom’ ook feitelijk af. De sanering van dit bedrijf, geeft hiermee ook ruimte en perspectief voor andere agrarische ondernemers in dit deel van de ‘Essche stroom’ om hier hun bedrijfsvoering verder te kunnen extensiveren. Dit draagt in belangrijke mate bij aan de opgaven in de gebiedsgerichte aanpak. Alles afwegende draagt dit plan naar oordeel van de gemeente bij aan de opgaven van de gebiedsgerichte aanpak en krijgt de initiatiefnemer de ruimte om het bestaande bedrijf binnen de bestaande strenge kaders (bedrijfsomvang, dieraantallen enz.) te optimaliseren.
1.2 Het is correct dat de voorgestelde natuurcompensatie van 0,82 hectare op grotere afstand van het Natura-2000 gebied is gelegen dan de bestaande natuurbestemming ten zuiden van de locatie Bosrand 3. Echter was de bestaande situatie (intensieve beweiding ten behoeve van dierenwelzijn paardenhouderij) niet in lijn met het toegestane planologische gebruik zoals geregeld in het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’. Het wegbestemmen van het deel van het bedrijf aan de Bosrand 2, het sanering van het agrarisch bedrijf Uilenbroek 8-13, het een-op-een compenseren van de natuurbestemming en versterking van gehele ruimtelijke kwaliteit door het treffen van extra landschappelijke maatregelen is naar oordeel van de gemeente voldoende compensatie om mee te kunnen werken aan deze plannen. De gemeente wijst er hierbij op dat reeds in de beantwoording onder 1.1 is aangegeven dat alle delen van het plangebied zijn gelegen binnen het deelgebied ‘Essche stroom’ en dat hiermee de voorgestelde natuur op de voorgestelde locatie aan de Uilenbroek weldegelijk voldoende natuurwaarde heeft om te kunnen fungeren als compensatie. 1.3 Wij zullen per onderdeel reageren op de argumenten a-c in de zienswijzen. a.
De planologische referentiesituatie is onjuist In de motivering in bijlage 9 bij de toelichting is naar aanleiding van dit deel van de zienswijze gemotiveerd dat het feitelijk aanwezig gebruik van een productiegerichte paardenhouderij was toegestaan onder het regime van het bestemmingsplan ‘Landbouwlandgoed Bloemendael De Roond’. Aanvullend hierop wijst de gemeente erop dat in dit bestemmingsplan ter plaatse van Bosrand 3 een ‘agrarisch bedrijf’ was toegestaan. In de begripsomschrijving van dit bestemmingsplan is een ‘agrarisch bedrijf’ gedefinieerd als: “een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt en boomkwekerijen daaronder begrepen en/of door middel van het houden van dieren, niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf of een gebruiksgerichte paardenhouderij”. Er is in voldoende mate aangetoond en dit is ook bevestigd door de Agrarische beoordelingscommissie dat er in dit geval geen sprake is van een gebruiksgericht maar productiegerichte paardenhouderij. Hiermee volgt de gemeente, mede op advies van de Odbn, de indieners ook niet dat er sprake zou zijn aan een onjuiste planologische referentiesituatie. b.
Passende beoordeling referentiesituatie ontbreekt De natuurvergunning voor deze paardenhouderij uit 2016 maakt geen onderdeel uit van deze planologische procedure en de rechtmatigheid hiervan kan niet via deze procedure van het bestemmingsplan worden aangevochten. Hiervoor had indiener beroep aan moeten tekenen bij het bevoegd gezag, de provincie Noord-Brabant. Dat is in het kader van deze procedure niet gebeurd zo 10
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
blijkt uit deze beschikking. Hiermee is deze natuurvergunning onherroepelijk. De inhoudelijke bezwaren tegen de externe saldering in het kader van deze vergunning behoeven dan ook geen bespreking en doen naar oordeel van de gemeente niet ter zake. De referentiesituatie is voor het bestemmingsplan de feitelijk aanwezig legaal toegestane situatie. Naar aanleiding van deze zienswijze is de motivering in bijlage 9 bij de toelichting en de toelichting over wat de feitelijk legaal toegestane situatie is, nader uiteengezet. Er is hierbij voldoende aangetoond aan de hand van dierregistratie dat de maximaal toegestane aantallen dieren op zowel het milieu als natuur spoor (Nb vergunning 2016+ PAS Melding) feitelijk zijn gehouden ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. c.
Passende beoordeling nieuw situatie ontbreekt
Het klopt dat er geen passende beoordeling voor de beoogde (nieuwe) situatie is opgesteld in het kader van de voorbereiding van het voorliggende bestemmingsplan. Hierbij is aangesloten bij de werkwijze van een zogenaamde ‘voortoets’. Wanneer bij een plan of project met stikstofuitstoot op voorhand significant negatieve effecten van stikstofdepositie op kwetsbare natuur kunnen worden uitgesloten, hoeft de initiatiefnemer geen passende beoordeling te maken en is het plan of project niet vergunning plichtig. De beoordeling hiervan wordt gedaan in de voortoets. De mogelijke effecten van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen op de Natura 2000-gebieden in de beide deelgebieden zijn onderzocht in respectievelijk Bijlage 9 (Bosrand) en Bijlage 17 (Deelgebied Uilenbroek). Op grond hiervan is door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Boxtel besloten dat er geen aanleiding is om een milieueffectrapportage op te stellen (incl. passende beoordeling). Er zijn ter voorbereiding op het ontwerpbestemmingsplan met het model Aerius berekeningen gemaakt. Daaruit blijkt dat zowel de beoogde bouw- als gebruiksfase niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura-2000 gebieden. Naar aanleiding van deze zienswijze, zijn deze berekeningen nogmaals aan een kritische toets onderworpen door de Omgevingsdienst Brabant Noord (Odbn).
Op grond hiervan zijn de berekeningen aangepast (zie voor de wijzigingen paragraaf 3.1 in deze nota). Deze berekeningen zijn gemaakt met de meest recente versie van het model Aerius (versie oktober 2024). Afsluitend zijn deze berekeningen opnieuw beoordeeld door de Odbn en hieruit blijkt dat de beoogde situatie in zowel bouw- als gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura-2000 gebieden. Er is hiermee in het kader van de voortoets voldoende aangetoond dat de beoogde situatie niet leidt tot significante gevolgen voor omliggende Natura-2000 gebieden. Er is daarom ook geen reden om een volledige passende beoordeling uit te voeren voor dit bestemmingsplan naar oordeel van de gemeente. 1.4 Het klopt dat er geen passende beoordeling is uitgevoerd naar zogenaamde overige effecten van het plan (uitbreiding bedrijf en herbestemming van natuur naar agrarisch). Er is wel een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het plan aangeleverd in november 2023. Hierin wordt uitgebreid gereflecteerd op de mogelijke overige effecten van het plan op het nabijgelegen Natura-2000 gebied de Kampina. De notitie is door de beleidsmedewerker natuur- en landschap van de gemeente Boxtel beoordeeld, dat is een ter zake deskundige ecoloog.
De ecoloog heeft ingestemd met de analyse en conclusies en er was dan ook voor de gemeente geen aanleiding om op grond van overige effecten een passende beoordeling op te leggen aan initiatiefnemers. Dit is formeel bevestigd in het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders ter voorbereiding aan de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. Indieners van de zienswijze dragen in de zienswijze geen feiten of omstandigheden aan op grond waarvan de gemeente nu tot een andere conclusie zou zijn gekomen. Er is dan ook geen aanleiding om naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze het bestemmingsplan te wijzigen. 1.5 Het klopt dat in de quick scan ecologie zoals opgenomen in bijlage 7 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan geen aandacht is besteed aan de herbestemming van het perceel van 0,82 hectare van natuur naar agrarisch. Hier was ook geen aanleiding toe of noodzaak voor omdat het gaat om het planologisch toegestane gebruik in lijn te brengen met het reeds langjarig aanwezig feitelijke 11
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
gebruik als weiland voor relatief intensieve begrazing. Aangezien niet beoogd werd het feitelijk gebruik te wijzigen is er geen aanleiding gezien om dit ongewijzigde gebruik ecologisch te laten beoordelen. Conclusie: Zienswijze nummer 3 is deels gegrond en leidt tot een wijziging van het bestemmingsplan voor zover het betreft de motiveringen van de stikstofberekeningen, incl. de gehanteerde referentiesituatie. Daarnaast zijn alle stikstofberekeningen opnieuw uitgevoerd op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten zoals verwerkt in Aerius versie oktober 2024. Dit betreffen bijlage 9 en 17 bij de toelichting. De Odbn heeft de berekeningen namens de gemeente gecontroleerd en hier per brief een positief over uitgebracht. Ter borging van de wijzigingen is in de planregels een wijziging doorgevoerd in de stikstofregel in artikel 4.5.3 en is een algemene stikstofregel in artikel 21.1 toegevoegd. Hiermee is beoogd om te borgen dat alle activiteiten in het kader van het planspoor binnen het plangebied, zowel bouw- als gebruiksactiviteiten niet mogen leiden tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de gehanteerde referentiesituatie.
12
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
3. Wijzigingen bestemmingsplan 3.1 Correctieve aanpassingen n.a.v. de ingebrachte zienswijzen Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen worden de volgende correctieve aanpassingen in de regels of verbeelding opgenomen:
Toelichting 1. Er zijn kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd zoals verwijzingen naar bijlagen en een update van de inhoudsopgave. 2. Paragraaf 5.3 is aangevuld met een motivering van de wijziging van de algemene gebruiksregels op pagina 112 ten aanzien van de stikstofregels in het plan. 3. Paragraaf 6.2.4 is aangevuld op basis van de ontvangen zienswijzen en doorgevoerde wijzigingen. 4. De bijlagenlijst op pagina 115 is aangevuld met de nota van zienswijzen en bijlagen in bijlage 19.
Bijlagen bij de toelichting 1. Aanpassing notitie en stikstofberekeningen in bijlage 9, met daarbij de volgende specifieke wijzigingen: Bijlage 9-1 is geüpdatet (toelichting) met daarin de volgende wijzigingen: a. Versie motivering aangepast naar november 2024. b. Aanvullende motivering dat referentiesituatie van een gebruiksgerichte paardenhouderij was toegestaan in het vigerende bestemmingsplan; c. Motivering is deels herschreven ten aanzien van de gehanteerde referentiesituatie in de stikstofberekeningen, waarbij motivering gericht is op legaal, feitelijk aanwezig gebruik in plaats van vergund gebruik. d. Aanvullende motivering rondom mogelijke ‘overige effecten’ van de bedrijfsactiviteiten en herbestemmingen op omliggende Natura-2000 gebieden. e. Aanvullende motivering van de referentiesituatie waarbij de Melding Activiteitenbesluit uit 2023 is meegenomen voor het bedrijf Bosrand 2-3. f. Aanvullende motivering ten aanzien van gewijzigde wetenschappelijke inzichten over het meenemen van ‘koude starts’ in Aerius berekeningen vanaf oktober 2024. Zowel in de bouw- als gebruiksfase zijn deze meegenomen. g. Aanvullende motivering over de gehanteerde rekensystematiek rondom beweiden en bemesten. Bijlagen 9-2, 9-3 en 9-4 zijn vervangen door nieuwe Aerius berekeningen (stikstofberekeningen) op basis van de toelichting in bijlage 9-1.
2. Aanpassen stikstofberekeningen in bijlage 17, met daarbij de volgende specifieke wijzigingen: Bijlage 17-1 is geüpdatet (toelichting) met daarin de volgende wijzigingen: a. Versie motivering aangepast naar november 2024. b. Motivering is aangevuld ten aanzien van de gehanteerde referentiesituatie in de stikstofberekeningen, waarbij motivering gericht is op legaal, feitelijk aanwezig gebruik in plaats van vergund gebruik. c. Aanvullende motivering ten aanzien van gewijzigde wetenschappelijke inzichten over het meenemen van ‘koude starts’ in Aerius berekeningen vanaf oktober 2024. Zowel in de bouw- als gebruiksfase zijn deze meegenomen. d. Aanvullende motivering over de gehanteerde rekensystematiek rondom beweiden en bemesten. Bijlagen 17-2 en 17--3 zijn vervangen door nieuwe Aerius berekeningen (stikstofberekeningen) op basis van de toelichting in bijlage 17-1. 13
Nota van Zienswijzen en Nota van Wijzigingen ontwerpbestemmingsplan “Bosrand 2, 3 en ongenummerd en Uilenbroek 8, 13 Boxtel”
Regels 1. Voorblad is aangepast en omgezet naar vaststelling, inclusief aanpassing IMRO code. 2. Inhoudsopgave is geüpdatet. 3. Artikel 1.1 is aangepast met een update van IMRO code behorende bij de versie van vaststelling. 4. Artikel 4.5.3 is aangepast (planregel ter borging stikstofeffecten). Hierbij is tekstueel in de eerste zin ‘Het houden van dieren is’ vervangen door ‘De activiteiten uit het bestemmingsplan zijn’. 5. Artikel 21.2 is toegevoegd, hiermee is een algemene gebruiksregel voor het gehele plangebied toegevoegd ten aanzien van stikstof. Deze gebruiksregel heeft de strekking: Stikstofdepositie Natura-2000 gebieden “De activiteiten uit het bestemmingsplan zijn uitsluitend toegestaan indien dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) op de (voor stikstof gevoelige habitats in) Natura 2000- gebieden ten opzichte van de referentiesituatie in het kader van de Wet natuurbescherming, of diens rechtsopvolger. Dit is voor de locatie Bosrand 3 en ongenummerd het geval indien niet meer dieren worden gehouden dan in totaal 27 volwassen paarden, 13 opfokpaarden, 6 volwassen pony’s en 5 opfokpony’s.
Verbeelding Ongewijzigd (met uitzondering van wijziging naar vastgesteld en gewijzigde IMRO code)
14