Bindend adviesrecht BOPA Woningbouw De Kleine Aarde- Bijlage 2 Bijlagenboek
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel Woonstichting JOOST Bijlagenboek
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
1
colofon
projectnaam Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel datum 3 april 2024 projectnummer P07410_bijlagen opdrachtgever Woonstichting JOOST BRO projectleider TSc projectteam JRi, TNo bron kaft BRO review TSc
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
2
Inhoudsopgave Bijlage 1 - Archeologisch onderzoek
Bijlage 14 - Ecologisch werkprotocol
Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna
Bijlage 15 - Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 3 - Stikstofonderzoek Bijlage 4 - Besluit ontheffing soorten WNB Bijlage 5 - Watertoets
Bijlage 6 - Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7 - Akoestisch onderzoek Bijlage 8 - Onderzoek externe veiligheid Bijlage 9 - Advies veiligheidsregio
Bijlage 10 - Presentatie Omgevingsdialoog maart 2024 Bijlage 11 - Verslag omgevingsdialoog Bijlage 12 - Presentatie Omgevingsdialoog juni 2024
Bijlage 13 - Evaluatierapport Archeologisch onderzoek
Ruimtelijke motivering BOPA – De Kleine Aarde Boxtel
3
Bijlage 1 - Archeologisch onderzoek
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 13113 De Kleine Aarde, Boxtel Gemeente Boxtel Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Verkennend booronderzoek
Versie 18-02-2014
(Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)
Richard Exaltus Joep Orbons
Februari 2014
ArcheoPro
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 13113 De Kleine Aarde, Boxtel Gemeente Boxtel Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Verkennend booronderzoek
Versie 18-02-2014
(Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Boxtel, Postbus 10.000, 5280 DA Boxtel Status: versie 18-02-2014 Projectcode : 13-240 Bestandsnaam : ArcheoPro, De Kleine Aarde, Boxtel, 2014 02 18 Opgesteld conform KNA 3.2 Archis onderzoeksmelding (OM nummer): 60391 Bevoegd gezag: Gemeente Boxtel Opslagplaats documentatie: Provincie Noord-Brabant Auteur: Richard Exaltus, Joep Orbons Projectleider : Richard Exaltus Projectmedewerkers: Richard Exaltus, Joep Orbons, Hon Rik Onderaannemers: nvt Autorisatie: Drs. R.P. Exaltus; senior-archeoloog ISSN : 1569-7363 Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2013 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 18-02-2014
Tel : 0(0 31) 43 3672586 Fax: 0(0 31) 43 3672585
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl www.archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 3
Inhoudsopgave: Samenvatting .................................................................................................................................................... 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen ................................................................................................................................................... 5 1.2 Locatiegegevens ......................................................................................................................................... 5 1.3 Onderzoek .................................................................................................................................................. 5 1.4 De verwachte bodemopbouw binnen het plangebied ................................................................................. 8 1.5 Referentieprofiel ........................................................................................................................................ 8 2 Veldonderzoek ............................................................................................................................................
13 2.1 Verrichte werkzaamheden ........................................................................................................................ 13 2.2 Resultaten inspectie bodemonsluitingen .................................................................................................. 13 2.3 Resultaten booronderzoek ........................................................................................................................ 15 3 Conclusies en aanbevelingen (beleidsadvies) ............................................................................................. 19 Archeologische tijdschaal .............................................................................................................................. 20 Bronnen .......................................................................................................................................................... 20 Literatuur ........................................................................................................................................................ 21 Bijlage 1: Boorbeschrijving ........................................................................................................................... 22
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 4
Samenvatting Op 15 januari 2014 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op het terrein van de De Kleine Aarde te Boxtel. Het archeologisch onderzoek betrof een verkennend booronderzoek. Een gewoonlijk hieraan voorafgaande bureaustudie is niet uitgevoerd omdat door de archeologisch adviseur van de gemeente, in het advies van 28 augustus 2013 (ArchaeO-rapport 13170), is geoordeeld dat geen standaard bureauonderzoek benodigd is omdat op grond van de reeds bekende informatie uit de directe omgeving, de modelmatige (hoge)verwachting (van het plangebied), voldoende is aangetoond. Binnen het plangebied geldt een hoge verwachting voor resten/bodemsporen van nederzettingen en eventueel grafvelden uit de late prehistorie, de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de periode na 1500 (de nieuwe tijd). Het verkennend booronderzoek had met name tot doel om na te gaan hoe de bodem is opgebouwd binnen het plangebied en in hoeverre eventuele bodemverstoring kan hebben geleidt tot het verloren gaan van archeologische waarden. Hoewel geen uitgebreid bureauonderzoek is gedaan, is door ArcheoPro even kort ingegaan op de verwachte bodemopbouw binnen het plangebied en zijn enkele historische kaarten gebruikt om na te gaan hoe de diverse delen van het plangebied in het verleden gebruikt zijn.
Tevens is kort ingegaan op twee bekende archeologische vindplaatsen die ongeveer op de zuidgrens van het plangebied liggen. Dit is gedaan omdat dit vaak inzicht oplevert in de aard van de aan te treffen verschijnselen, de diepteligging hiervan en de relatie hiermee tot de bodemopbouw. Binnen het plangebied geldt een hoge verwachting voor resten/bodemsporen van nederzettingen en eventueel grafvelden uit de late prehistorie, de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de periode na 1500 (de nieuwe tijd). Om de bodem binnen het plangebied zo nauwkeurig mogelijk te kunnen bestuderen zijn 34 boringen gezet met behulp van een zandguts. Tevens zijn van drie bodemontsluitingen de wanden schoongemaakt en bestudeerd. Uit de resultaten van het met de zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied oorspronkelijk heeft bestaan uit een podzolbodem met daarop een akkerdek dat tenminste op één locatie, nog altijd dik genoeg is om als esdek te kwalificeren. Een nog gedeeltelijk intacte bodemopbouw is aangetroffen in vijf van de 34 boringen. In één boring is op dertig centimeter diepte op ondoordringbaar baksteen gestuit. Deze boring staat op het zuidelijke deel van het plangebied waarop in de negentiende eeuw gebouwen stonden. Op alle overige boorpunten is de bodem recent vergraven ten behoeve van tuinwerkzaamheden.
Op veel plaatsen heeft dit echter niet tot bodemverstoring geleidt die dieper reikt dan een halve meter beneden het maaiveld. Vanaf ongeveer deze zelfde diepte is in diverse boringen met een nog grotendeels intacte bodemopbouw, eveneens het schone gele zand van de C-horizont aangetroffen. Dit betekent dat op grote delen van het plangebied weinig verstoring zal hebben plaatsgevonden van een eventueel sporenniveau. Dit zijn de delen van het plangebied die groen zijn op figuur 10. Op het zuidelijke deel van het plangebied moet bovendien rekening worden gehouden met de aanwezigheid van resten van historische bebouwing. Deze kunnen al vanaf dertig centimeter beneden het maaiveld worden aangetroffen. In figuur 10 is weergegeven vanaf welke diepte archeologische sporen in de bodem bewaard gebleven kunnen zijn. Indien graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden die deze diepte overschrijden, wordt aanbevolen om in elk geval binnen de delen van het plangebied die groen zijn op deze figuur, proefsleuvenonderzoek te laten verrichten.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 5
1 Inleiding 1.1 Algemeen - Opdrachtgever: Gemeente Boxtel, Postbus 10.000, 5280 DA Boxtel - Geplande ingrepen: Nieuw bestemmingsplan op aangegeven terrein - Datum uitvoering veldwerk: 15-01-2014 - Archis onderzoeksmelding (OM nummer): 60391 - Opgesteld conform KNA 3.2.. - Bevoegd gezag: Gemeente Boxtel - Bewaarplaats vondsten: Provincie Noord-Brabant - Bewaarplaats documentatie: Provincie Noord-Brabant 1.2 Locatiegegevens - Provincie: Noord-Brabant - Gemeente: Boxtel - Plaats: Boxtel - Toponiem: De Kleine Aarde - Globale ligging: In het noordoosten van Boxtel - Hoekcoördinaten plangebied: o 151402 / 400590 o 151402 / 400841 o 151698 / 400841 o 151698 / 400590 - Oppervlakte plangebied: 03.23 ha - Eigendom: Gemeente Boxtel - Grondgebruik: Informatiecentrum (gebouwen en tuinen) - Hoogteligging: ± 8,44 m +NAP - Bepaling locaties: GPS Garmin, meetlinten - Onderzoeksgebied bureauonderzoek: Cirkel met een straal van één kilometer rond het centrum van het plangebied 1.3 Onderzoek Op 15 januari 2014 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op het terrein van de De Kleine Aarde te Boxtel. Het archeologisch onderzoek betrof een verkennend booronderzoek.
Een gewoonlijk hieraan voorafgaande bureaustudie is niet uitgevoerd omdat door de archeologisch adviseur van de gemeente, in het advies van 28 augustus 2013 (ArchaeO-rapport 13170), is geoordeeld dat geen standaard bureauonderzoek benodigd is omdat op grond van de reeds bekende informatie uit de directe omgeving, de modelmatige (hoge)verwachting (van het plangebied), voldoende is aangetoond. Binnen het plangebied geldt een hoge verwachting voor resten/bodemsporen van nederzettingen en eventueel grafvelden uit de late prehistorie, de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de periode na 1500 (de nieuwe tijd). Het verkennend booronderzoek had met name tot doel om na te gaan hoe de bodem is opgebouwd binnen het plangebied en in hoeverre eventuele bodemverstoring kan hebben geleidt tot het verloren gaan van archeologische waarden. Hoewel geen uitgebreid bureauonderzoek is gedaan, is door ArcheoPro even kort ingegaan op de verwachte bodemopbouw binnen het plangebied en zijn enkele historische kaarten gebruikt om na te gaan hoe de diverse delen van het plangebied in het verleden gebruikt zijn. Tevens is kort ingegaan op twee bekende archeologische vindplaatsen die ongeveer op de zuidgrens van het plangebied liggen. Dit is gedaan omdat dit vaak inzicht oplevert in de aard
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 6
van de aan te treffen verschijnselen, de diepteligging hiervan en de relatie hiermee tot de bodemopbouw. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen en is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vergunning verleend tot het verrichten van bepaalde archeologische werkzaamheden in het kader van het doen van opgravingen, bestaande uit prospectie door middel van booronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior-archeoloog), ing. P.J. Orbons (senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus).
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 7
Figuur 2: Luchtfoto met daarop rood omlijnd het plangebied.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 8
1.4 De verwachte bodemopbouw binnen het plangebied De ondergrond binnen het plangebied bestaat uit dekzand dat hier is afgezet in de vorm van een dekzandrug. Op dergelijke droge delen van het dekzandlandschap zijn veelal podzolbodems ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BChorizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). Volgens de bodemkaart zijn binnen het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden ontstaan. 1.5 Referentieprofiel De enkeerdgronden worden gekenmerkt door een tenminste 50 cm dikke zwarte humeuze bovengrond die veelal in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ( tot ± 1900), is ontstaan ten gevolge van intensieve bemesting. Veelal gaat het akkerdek geleidelijk aan over in het niet door bemesting met humus verrijkte zand. Doordat enkeerdgronden vaak zijn aangelegd in gebieden waar oorspronkelijk podzolgronden zijn ontstaan, kunnen resten hiervan onder het esdek aanwezig zijn. (Zie figuur 3 uit Ten Cate et al. 1995)
Figuur 3: Voorbeeld van een hoge zwarte enkeerdgrond op resten van een podzol profiel.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 9
1.6 Bekende archeologische vindplaatsen in de directe nabijheid van het plangebied Binnen een straal van vijfhonderd meter rond het plangebied liggen de in de onderstaande tabel opgesomde archeologische vindplaatsen. Hiervan liggen de waarnemingen 418003 en 431306, respectievelijk tegen de zuid- en de zuidwestgrens van het plangebied. De waarneming 418003 betreft vondsten die zijn gedaan door Synthegra in een proefsleuf. Tijdens dit onderzoek zijn diverse fragmenten aardewerk aangetroffen uit verschillende perioden Er is één fragment handgevormd aardewerk aangetroffen, het gaat hier om een klein zacht gebakken wandfragment, te dateren van de ijzertijd tot in de Romeinse tijd. Daarnaast is er aardewerk aangetroffen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. De waarneming 431306 de resultaten van een in 2008 door het AAC verricht archeologisch onderzoek in de woonwijk In Goede Aarde.
Hierbij zijn de volgende vijf vindplaatsen aangetroffen: -Een laat-middeleeuws bewoningscomplex met bebouwing en mogelijke erfindelingselementen en/of perceelsgrenzen -Een vroeg-nieuwtijds ontginningscomplex in de vorm van ontginningsgreppels -Een nederzettingscomplex uit de (IJzertijd/)Romeinse tijd, met sporen van een huisplattegrond (van het Alphen-Ekerentype) , mogelijk een waterput, een deel van een ijzertijdstructuur en een brede greppel die mogelijk als grens van de nederzetting heeft gefungeerd -Een bewoningscomplex uit de Volle-Middeleeuwen, met sporen van een 12e-eeuwse waterput en diverse greppels -Een nieuwtijds (B of C) sporencomplex met greppels en sloten van diverse landbouwactiviteiten Tabel 1 Waarnemingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied Nummer Coordinaat Periode W 43850 151150/401025 IJzertijd W 44165 151175/400950 Middeleeuwen W 54733 151500/400420 Middeleeuwen, Nieuwe Tijd W 410043 151425/400875 Romeinse tijd, Nieuwe Tijd W 418561 W 432723 W 418003
151693/400490 151403/400405 151513/400606
W 431306
151484/400679
Versie: 18-02-2014
Middeleeuwen, Nieuwe Tijd Middeleeuwen, Nieuwe Tijd IJzertijd, Romeinse tijd Middeleeuwen, Nieuwe Tijd Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Middeleeuwen, Nieuwe Tijd
Vondsten Keramiek Brons Koper, Zilver Koper, Zilver, Messing Keramiek Keramiek Keramiek Keramiek, ijzer
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 10
Figuur 4: Kaart met Archis-gegevens met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 11
1.7 Het plangebied op historische kaarten Figuur 5 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1900, 1955 en 2009. Op deze kaarten is te zien dat het plangebied in de negentiende eeuw uit, kleine, door houtwallen omgeven akker- en weilandperceeltjes bestond met in de zuidpunt een cluster van bebouwing. Het betreft hier waarschijnlijk een boerderij met bijgebouwen. In de eerste helft van de twintigste eeuw heeft schaalvergroting plaatsgevonden waarbij de perceelsgrenzen verloren zijn gegaan.
Figuur 5: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1900, 1955 en 2009.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 12
1.8 Onderzoeksstrategie Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een guts. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlaktekartering het meest geschikt voor het opsporen van archeologische indicatoren. Binnen het plangebied zijn 34 boorpunten verdeeld over een zo gelijkmatig mogelijk netwerk. Hierdoor wordt binnen het 3,23 hectare grote plangebied een boordichtheid bereikt van ruim tien boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet ruimschoots aan de door het bevoegd gezag gestelde eis van acht verkennende boringen per hectare. Tevens zijn van enkele ontsluitingen de wanden opgeschoond om de betreffende bodemprofielen in ruimere context te kunnen interpreteren. Van alle boorpunten is de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en de waterpas.
Figuur 6: Het plangebied gezien in oostelijke richting vanaf een enkele meters hoge bult ten noordoosten van boring 2.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 13
2 Veldonderzoek 2.1 Verrichte werkzaamheden - Positie boringen: regelmatige verdeling over het plangebied, zie figuur 10. - Gebruikt boormateriaal: Zandguts met een diameter van 2 cm - Totaal aantal boringen: 34 - Boorgrid: 30 x 35 m - Boordichtheid: Ruim tien boringen per hectare - Geboorde diepte: 1 - 2 m –Mv - Inmeten boorlocaties: GPS, meetlint en waterpas - Boorbeschrijving: Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2) - Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Wel waren bodemontsluitingen aanwezig die zijn geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren en de aard van de bodemopbouw. De ligging van deze punten is weergegeven in figuur 10. 2.2 Resultaten inspectie bodemonsluitingen Hieronder zijn foto’s afgebeeld van de drie bodemontsluitingen die binnen het plangebied zijn geïnspecteerd. Foto 7a toont een tot in de C-horizont verstoorde bodemopbouw, foto 7b toont een nog deels intacte bodem die bestaat uit een BC-horizont onder een akkerdek en Foto 7c toont wederom een volledig tot in de C-horizont vergraven bodemopbouw.
Figuur 7a: Foto van bodemonstluiting A met een tot in de C-horizont verstoorde bodemopbouw.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 14
Figuur 7b: Foto van bodemonstluiting B met een nog deels intacte bodem die bestaat uit een BC-horizont onder een akkerdek.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 15
Figuur 7c: Foto van bodemonstluiting C met een tot in de C-horizont verstoorde bodemopbouw. 2.3 Resultaten booronderzoek De boringen zijn zoveel mogelijk gezet in noordwest-zuidoost gerichte boorraaien met telkens 35 meter afstand tussen de boringen en 30 meter afstand tussen de boorraaien. In de zuidoosthoek van het plangebied is hier van afgeweken door extra tussenboringen te zetten binnen de hier aanwezige plantenkas. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. In veruit de meeste boringen is de bodem verstoord tot in het schone gele zand van de Chorizont. De diepte tot waarop dit het geval is varieert van maximaal een halve meter beneden het maaiveld in de boringen 10, 11, 12, 15, 17, 24, 26, 27, 29 en 32, tot een meter of meer beneden het maaiveld in de boringen 2, 3, 4, 14, 18 en 20. Over het algemeen bestaat het verstoorde deel van de bodem op deze boorpunten uit een toplaag van humusrijk zand vermengd met brokken schoon zand met daaronder een pakket schoon zand met daarin brokken humeus zand. In de boringen 10, 12, 17, 24, 25, 26 en 32, ontbreekt dit laatste pakket. De tot in de C-horizont verstoorde bodem lijkt het gevolg te zijn van de intensieve tuinwerkzaamheden die binnen het plangebied hebben plaatsgevonden.
In boring 13 is op dertig centimeter beneden het maaiveld ondoordringbaar baksteenpuin aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk sloopresten van één van de gebouwen die op dit deel van het terrein op de negentiende eeuwse kaarten worden afgebeeld.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 16
Figuur 8: Foto’s van de zeer rommelige bodemopbouw zoals die op de meeste delen van het plangebied is aangetroffen. De minst verstoorde bodemopbouw is aangetroffen in de boringen 5, 21, 28 en 33. In elk van deze boringen is een humusrijke bouwvoor aangetroffen. Deze is 35 cm dik in de boringen 5, 21 en 33, en zestig centimeter dik in boring 28. In boring 5 wordt deze bouwvoor afgedekt door een dertig centimeter dik pakket opgebracht zand. In de boringen 28 en 33 is hieronder een respectievelijk 15 en 10 centimeter dik pakket matig humeus zand aangetroffen. In boring 33 bleek hieronder vanaf 50 cm beneden het maaiveld het sterk geoxideerde zand van een (deel van) een BC-horizont aanwezig te zijn. In boring 5 is een BC-horizont aangetroffen tussen 65 en 100 centimeter beneden het maaiveld. In boring 23 is onder een recent vergraven toplaag het door ijzer en humus aaneen gekitte zand van een B-horizont aangetroffen. Tussen 50 en 60 cm beneden het maaiveld bleek hieronder nog een BC-horizont aanwezig.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 17
Figuur 9: Boorprofielen
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 18
Figuur 10: Boorpunten met verstoringdiepten en daar overheen geprojecteerd de geplande nieuwbouw.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 19
3 Conclusies en aanbevelingen (beleidsadvies) Binnen het plangebied geldt een hoge verwachting voor resten/bodemsporen van nederzettingen en eventueel grafvelden uit de late prehistorie, de Romeinse tijd, de middeleeuwen en de periode na 1500 (de nieuwe tijd). Om de bodem binnen het plangebied zo nauwkeurig mogelijk te kunnen bestuderen zijn 34 boringen gezet met behulp van een zandguts. Tevens zijn van drie bodemontsluitingen de wanden schoongemaakt en bestudeerd. Uit de resultaten van het met de zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied oorspronkelijk heeft bestaan uit een podzolbodem met daarop een akkerdek dat tenminste op één locatie, nog altijd dik genoeg is om als esdek te kwalificeren. Een nog gedeeltelijk intacte bodemopbouw is aangetroffen in vijf van de 34 boringen. In één boring is op dertig centimeter diepte op ondoordringbaar baksteen gestuit. Deze boring staat op het zuidelijke deel van het plangebied waarop in de negentiende eeuw gebouwen stonden. Op alle overige boorpunten is de bodem recent vergraven ten behoeve van tuinwerkzaamheden. Op veel plaatsen heeft dit echter niet tot bodemverstoring geleidt die dieper reikt dan een halve meter beneden het maaiveld. Vanaf ongeveer deze zelfde diepte is in diverse boringen met een nog grotendeels intacte bodemopbouw, eveneens het schone gele zand van de C-horizont aangetroffen.
Dit betekent dat op grote delen van het plangebied weinig verstoring zal hebben plaatsgevonden van een eventueel sporenniveau. Dit zijn de delen van het plangebied die groen zijn op figuur 10. Op het zuidelijke deel van het plangebied moet bovendien rekening worden gehouden met de aanwezigheid van resten van historische bebouwing. Deze kunnen al vanaf dertig centimeter beneden het maaiveld worden aangetroffen. In figuur 10 is weergegeven vanaf welke diepte archeologische sporen in de bodem bewaard gebleven kunnen zijn. Indien graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden die deze diepte overschrijden, wordt aanbevolen om in elk geval binnen de delen van het plangebied die groen zijn op deze figuur, proefsleuvenonderzoek te laten verrichten. In alle gevallen geldt dat indien archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze gemeld dienen te worden bij de gemeente Boxtel, conform Monumentenwet 1988, laatste wijziging van 1 september 2007, paragraaf 7, artikel 53 en verder.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 20
Verklarende woordenlijst: BP: Before Present (present = 1950) GPS: Global Positioning System IVO: Inventariserend VeldOnderzoek NAP: Normaal Amsterdams Peil. RCE: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SIKB: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Datering 250.000 9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
9000 4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
Bronnen Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadastrale minuut 1830 met aanwijzende tafels, (www.watwaswaar.nl) Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart (http://www.noordbrabant.nl/CHW) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort.
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 21
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS II (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis2.archis.nl/ Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer. Literatuur Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006)
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 22
Bijlage 1: Boorbeschrijving Algemene kopgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie OM-nummer coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
Versie: 18-02-2014
BAR 13-240 De Kleine Aarde Nvt ArcheoPro 60391 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm Gemeente Boxtel
Posities van de boringen (boorlocaties) Boornummer XCO YCO 1 151437.8 400693.2 2 151438.1 400733.8 3 151466.1 400704.6 4 151492.6 400679.7 5 151517.1 400654.9 6 151542.7 400628.9 7 151559.4 400604.6 8 151584.1 400601.9 9 151449.0 400756.8 10 151476.4 400738.1 11 151501.8 400709.2 12 151526.3 400691.5 13 151551.7 400662.8 14 151577.3 400636.5 15 151518.0 400679.2 16 151535.1 400659.1 17 151514.9 400742.7 18 151538.6 400721.5 19 151563.3 400697.8 20 151590.9 400669.4 21 151548.4 400758.9 22 151575.4 400729.8 23 151599.7 400705.1 24 151584.3 400765.1 25 151609.5 400739.9 26 151633.6 400713.8 27 151658.1 400688.6 28 151593.7 400800.8 29 151616.3 400774.1 30 151641.9 400751.1 31 151667.1 400727.8 32 151623.1 400820.3 33 151646.3 400791.1 34 151675.0 400764.2
MA, M´s tov NAP 7.27 7.25 7.12 6.89 7.19 7.29 7.26 7.20 7.12 7.23 6.95 7.28 7.39 7.31 7.26 7.28 7.05 7.06 7.33 7.15 6.66 6.87 7.11 7.04 7,18 7.26 7,25 7.18 7.05 7.14 7.01 7.04 7.07 7.11
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor LDO Lithologie Nr GD B BS BZ B K G 1 10 Z 80 Z 100 Z 1 2 7 Z 150 Z 170 Z 1 3 12 Z 110 Z 120 Z 1 130 L 4 15 Z 115 Z 120 Z 1 130 L 5 30 Z 65 Z 98 Z 1 130 Z 1 6 15 Z 70 Z 100 Z 1 7 15 Z 80 Z 120 Z 1 8 15 Z 90 Z 120 Z 1 9 7 Z 80 Z 100 Z 1 10 40 Z 100 Z 1 11 40 Z 45 Z 100 Z 1 12 45 Z 100 Z 1 13 30 Z Ondoordringbaap baksteen 14 90 Z 107 Z 130 Z 1 15 45 Z 50 Z 100 Z 1 16 5 Z 57 Z 100 Z 1 17 43 Z 80 Z 1 18 27 Z 100 Z 120 Z 1 19 55 Z 62 Z 100 Z 1 20 90 Z 105 Z 130 Z 1 21 40 Z 45 Z 100 Z 1 22 8 Z 70 Z 100 Z 1 23 42 Z
Versie: 18-02-2014
BH 2 1 2 1 2 1
2 1
1 3
2 1 2 1 2 1 2 1 2 2 1 2 2 2 1 2 1 2 1 2 2 1 2 1 2 1 3 1 2 1 2
Kleur HK
TK
IK
Overige kenmerken VL C PLH VS SS K O T GE BR
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 23
AIS BHN
BI
BR GE GE BR GE GE BR GE GE GR BR GE GE GR GE BR OR GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE BR GE GE BR GE BR
GE BR
GE
GE
ROG
BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR
GE BR
GE BR
ROG ROG
LI GE BR
ROG ROG BHC
GE BR LI
GE BR
GE BR
BHC
BHC
LI
BHC BR
GE
OPG BOV
GE BR LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI
LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI
BHC
LI DO
DEZ ROG ROG
BHC
DEZ BOV ROG
BR LI
BHC GE BR
LI GE
DEZ ROG ROG
GE BR
GE BR
DEZ ROG ROG
GE BR
BR
DEZ ROG
GE BR
GE BR
DEZ ROG ROG
GE
GE BR
DEZ ROG ROG
GE BR
GE BR
DEZ
BHC GE BR
GE
DEZ ROG
BHC
LI
GE BR
DEZ ROG ROG
GE
GE BR
DEZ ROG
GE BR
GE
DEZ ROG ROG
GE
GE BR
DEZ ROG ROG
GE BR
GE
DEZ ROG ROG
GE BR
GE BR
DEZ DEZ ROG ROG
GE BR
GE BR
DEZ
BHBC BHC
LI
GE BR
DEZ ROG ROG
DO
GE BR
DEZ ROG ROG
GE BR
BR
DEZ ROG ROG
GE BR LI
DEZ ROG ROG
BHC GE
GI
DEZ ROG
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek De Kleine Aarde, Boxtel, Gemeente Boxtel.
24 25 26 27
28
29
30
31
32 33
34
51 63 100 45 100 60 100 42 100 43 52 100 60 77 100 40 50 100 42 68 100 48 60 95 52 100 40 50 63 100 10 58 100
Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z
1 1 1 2 1 2 1 2 1 2 1 1 3 2 1 2 1 1 2 1 1 2 1 1 2 1 3 2 1 1 2 1 1
RO OR GE BR GE BR GE BR GE BR GE GE BR BR GE BR GE GE BR GE GE BR GE GE BR GE BR BR OR GE BR GE GE
OR GE
BHB BHBC BHC
LI GE
ArcheoPro Rapport, 13113, Pagina 24
GE LI
GE
ROG BHC
GE LI
GE
BHC
LI
GE BR
BHC
BR
LI
BHC AAN AAN BHC
BHC
LI
BHC
BR
GE LI
DEZ ROG
BHC AAN AAN BHBC BHC
GE BR LI
DEZ ROG ROG
GE
GE BR
DEZ ROG ROG
GE BR
LI DO LI
DEZ
BHC
LI
GE
DEZ BOV BOV ROG ROG
GE BR
GE BR
DEZ ROG ROG
GE BR
GE BR
DEZ ROG
GE BR LI DO LI LI
DEZ ROG
GE
GE BR
DEZ DEZ DEZ
DEZ BOV BOV DEZ DEZ ROG ROG
BHC
DEZ
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, BHB = B-horizont, BHBC = BC-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , ROG = rommelig, OPG = opgebracht GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand AIS = Archeologische indicatoren
Versie: 18-02-2014
www.ArcheoPro.nl
Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna
RAPPORTAGE Quickscan natuurwaarden Het Klaverblad 13 Boxtel
Rapport quickscan natuurwaarden Het Klaverblad 13, Boxtel Opdrachtgever
Woonstichting JOOST Postbus 825 5280 AV Boxtel
1
Rapportnummer
24980.001
Versienummer
D1
Status
Definitief
Datum
30 april 2024
Opsteller1
De heer R.T.J.H. Morks, BSc
Kwaliteitscontrole
Mevrouw P.P.J. Vullings, BSc
Vrijgave
In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven.
KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers, door de publicerende instantie, verwijderd dan wel zwart gelakt te worden. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Omgevingswet, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen .................................. 4
3
ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6
4
AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .............................................................. 7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5
TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING ................................................................................................ 16 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
6
Vogels ............................................................................................................................................. 7 Vleermuizen ................................................................................................................................... 9 Overige zoogdieren ...................................................................................................................... 10 Reptielen, amfibieën en vissen .................................................................................................... 12 Ongewervelden ............................................................................................................................ 13 Planten ......................................................................................................................................... 14 Specifieke zorgplicht .................................................................................................................... 14
Broedvogels .................................................................................................................................. 16 Vleermuizen ................................................................................................................................. 16 Streng beschermde grondgebonden zoogdieren ......................................................................... 17 Algemene grondgebonden zoogdieren ........................................................................................ 17 Amfibieën ..................................................................................................................................... 17 Overige soort(groep)en ................................................................................................................ 18
TOETSING AAN GEBIEDENBESCHERMING ............................................................................................... 19 6.1 6.2
Natura 2000 ................................................................................................................................. 19 Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................... 20
7
HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................... 21
8
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................................................ 25
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
Natuurwetgeving en doelen Natura 2000 Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland Omgevingswet
24980.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Woonstichting JOOST opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan natuurwaarden aan Het Klaverblad 13 te Boxtel. De quickscan is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging op de onderzoekslocatie en heeft als doel in te schatten of er planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden en houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Op de onderzoekslocatie is in 2018 een quickscan Wet natuurbescherming en aanvullend onderzoek naar amfibieën en marterachtigen uitgevoerd. Hieruit bleek dat de alpenwatersalamander en de wezel gebruik maken van de onderzoekslocatie. Hierop volgend is er een ontheffing verleend voor deze soorten die geldig is tot 1 mei 2025 (kenmerk Z/082748, 5 juli 2023). Middels een ecologsich werkprotocol is de onderzoekslocatie in september 2023 ongeschikt gemaakt voor de alpenwatersalamander, en zijn er mitigerende maatregelen aangelegd voor de waargenomen wezel.
Wanneer de werkzwaamheden worden uitgevoerd voor 1 mei 2025, en de ODBN akkoord is met de wijziging van het originele plan van een appartementencomplex naar het nieuwe plan van de 18 tiny houses, kan worden gewerkt volgens de huidige ontheffingsverlening en is er geen nieuw aanvullend onderzoek nodig. Wanneer het niet lukt om de werkzaamheden af te ronden voor 1 mei 2025, geldt deze quickscan, en is er nieuw aanvullend onderzoek nodig geacht. Wat dit precies inhoud staat beschreven in hoofdstuk vijf, en in de conclusie. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest bij ecologische advisering of ecologisch onderzoek.
24980.001 versie D1
1 / 27
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 7.000 m²) ligt aan Het Klaverblad 13 te Boxtel. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood kader bij de gele pijl).
De onderzoekslocatie bestaat uit een grasveld met verschillende elementen in de vorm van bomen, struiken, lage vegetatie en een poel. In het noorden van de onderzoekslocatie is reliëf aangebracht in de vorm van een met gras begroeide zandheuvel. In het westen van de onderzoekslocatie staat een schuurtje met stapels brandhoud, pallets en opslag van overige materialen. Daarnaast zijn er hoopjes aangelegd van houtsnippers voor insecten. De onderzoekslocatie is over de gehele lengte aan de oostkant afgeschermd met een amfibieënscherm. Direct aangrenzend ten oosten van de onderzoekslocatie ligt een voedselbos en een insectentuin. Ten zuiden aangrenzend aan de onderzoekslocatie ligt een landhuis van de Kleine Aarde en ten noorden van de onderzoekslocatie ligt een vijver die als waterretentiegebied dient voor de achterliggende wijk. Verder zijn er in de directe omgeving van de onderzoekslocatie vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap woningen en rijtjeswoningen aanwezig. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.8 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.
24980.001 versie D1
2 / 27
Figuur 2.2 Luchtfoto onderzoekslocatie (wit kader) en directe omgeving.
Figuur 2.3 Grasveld met landhuis van de Kleine Aarde.
Figuur 2.4 Onderzoekslocatie gezien vanuit het noorden.
Figuur 2.5 Grasveld met heuvel.
Figuur 2.6 Foto van de bovenkant van de heuvel in het noorden van de onderzoekslocatie.
Figuur 2.7 Schuurtje met houtopslag.
Figuur 2.8 Materiaalopslag naast het schuurtje.
24980.001 versie D1
3 / 27
Figuur 2.9 Stapel met houtsnippers.
Figuur 2.10 Pallet en brandhoutopslag in het schuurtje
Figuur 2.11 Poel in het zuiden van de onderzoekslocatie.
2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens om op de onderzoekslocatie 18 losstaande “tiny houses” te plaatsen. Deze huisjes komen in het noordelijke deel van de onderzoekslocatie te staan (zie figuur 2.12 punt A). Het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie zal tijdelijk worden gebruikt als rijroute voor zwaar werkverkeer. Om de werkzaamheden uit te kunnen voeren en om de huisjes te kunnen plaatsen, worden 19 bomen gekapt en wordt er een deel van een grote beukenhaag verwijderd. Voor deze werkzaamheden is er al een kapvergunning aanwezig. De initiatiefnemer wil de huisjes plaatsen op een natuurvriendelijke wijze. Om deze reden worden de huisjes op een externe locatie geproduceerd en worden ze op de onderzoekslocatie bijna in hun geheel geplaatst om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen. Rondom de huisjes worden veel groenelementen aangelegd om te zorgen dat de uitstraling goed aansluit bij de rest van de Kleine Aarde. Het doel van de initiatiefnemer is om een groene omgeving te creëren met kansen voor een hoge biodiversiteit.
24980.001 versie D1
4 / 27
Figuur 2.12
Schets van de toekomstige inrichting van de 18 huisjes (grijze vlakken rond A).
24980.001 versie D1
5 / 27
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 14 maart 2024. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat en mogelijke verblijflocaties. Aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
24980.001 versie D1
6 / 27
4
AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN
Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.
4.1 Vogels Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn volgens verspreidingsgegevens van de NDFF de volgende soorten waargenomen: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en wespendief. Van deze soorten kunnen de huismus, gierzwaluw en slechtvalk op voorhand worden uitgesloten. Deze soorten broeden enkel in (hoge) bebouwing, welke op de locatie niet aanwezig zijn. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief De boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief zijn voor hun nesten afhankelijk van (hoge) boomopstanden waarbij sommige van deze soorten vaak gebruik maken van grotere nesten van andere vogels. De (hoge) bomen aan de rand van de onderzoekslocatie konden goed worden onderzocht op de aanwezigheid van grote nesten. Er is één groot nest aangetroffen die in gebruik is door de zwarte kraai welke tijdens de quickscan is waargenomen bij het nest (figuur 4.1 en 4.2). De boom waar dit nest in zit wordt niet gekapt waardoor het nest zal blijven bestaan.
Daarnaast is het nest momenteel in gebruik door een zwarte kraai en er zijn ook geen sporen waargenomen in de buurt van het nest en op de onderzoekslocatie die aanduiden dat het nest door een roofvogel in gebruik is. Tot slot is de omgeving minimaal geschikt voor een roofvogel wegens het feit dat de onderzoekslocatie in de bebouwde kom ligt en dat er niet voldoende geschikt habitat aanwezig is. De roek is een echte kolonie broeder en maakt haar nesten altijd in een grote groep met veel nesten bij elkaar. Hierdoor zal één enkel nest niet in gebruik zal zijn door de roek. Hierdoor kan de aanwezigheid van een vaste rust- of voortplantingsplaats van bovengenoemde soorten worden uitgesloten. Negatieve effecten ten aanzien van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief als gevolg van de voorgenomen plannen, zijn dan ook niet aan de orde.
24980.001 versie D1
7 / 27
Figuur 4.1 Boom met aanwezig kraaiennest.
Figuur 4.2 Kraaiennest in een vork van de boom met de zwarte kraai naast het nest (gele pijl).
Grote gele kwikstaart Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn in de buurt van de onderzoekslocatie waarnemingen bekend van de grote gele kwikstaart. De grote gele kwikstaart broedt vlakbij snelstromend of zwak tot nauwelijks stromend water, vrijwel uitsluitend aan de oevers van beken en rivieren. Hier broedt de soort in een nis in een muur of onder een brug, bij boomwortels in oevers of in speciale nestkasten. Tevens kan de grote gele kwikstaart in bebouwing nestelen die in de nabijheid staat van water. Op de onderzoekslocatie is geen stromend water aanwezig en zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig voor de grote gele kwikstaart. Om deze reden is verstoring van de grote gele kwikstaart als gevolg van de voorgenomen plannen niet aan de orde. Kerkuil en steenuil Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn er waarnemingen van de kerk- en steenuil bekend in de omgeving van de onderzoekslocatie. Zowel de kerkuil als de steenuil heeft voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. De kerkuil broedt in schuren, kerktorens en veelal in speciale nestkasten. Heel incidenteel kan de kerkuil in boomholtes broeden. De steenuil broed voornamelijk in schuren en speciale nestkasten. Er zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig op en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Tevens zijn er geen sporen waargenomen in de vorm van uitwerpselen, braakballen, prooiresten of veren. Hierdoor is een nestlocatie van de kerk- en steenuil op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Negatieve effecten ten aanzien van de kerkuil en de steenuil, als gevolg van de voorgenomen plannen, zijn dan ook niet aan orde. Ooievaar Ooievaars komen voornamelijk voor in open, natte gebieden, graslanden en agrarische gebieden. De soort bouwt grote nesten op daken, kerktorens, hoogspanningsmasten, speciaal gemaakte platforms op palen en in bomen. De grote en makkelijk te herkennen nesten zijn op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet aangetroffen. Negatieve gevolgen ten aanzien van de ooievaar kunnen derhalve worden uitgesloten.
24980.001 versie D1
8 / 27
Overige jaarrond beschermde vogelsoorten De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond zijn beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai (zoals zichtbaar in figuur 4.1 en 4.2). Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Overige broedvogels De beplanting op de grens van de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Verstoring van de nesten die leiden tot een vergunningsplichtig geval zijn te voorkomen door te werken buiten het broedseizoen (zie hoofdstuk 5).
4.2 Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens en de verspreidingsatlas van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis. Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Bij verblijfplaatsen van vleermuizen is onderscheid te maken tussen een zomerverblijf, kraamverblijf, paar/baltsverblijf (die ook als individueel winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden) en massawinterverblijf. Deze functies worden mede bepaald door specifieke kenmerken van bebouwing op de onderzoekslocatie. Deze verblijfplaatsen kunnen door diverse vleermuissoorten worden gebruikt. Wegens het ontbreken van (geschikte) bebouwing op de onderzoekslocatie, is het voorkomen van een vaste rust- of voortplantingsplaats van gebouwbewonende vleermuizen niet mogelijk. De aanwezige bomen op de onderzoekslocatie zijn onderzocht op holtes, spleten en/of loshangend schors, die kunnen dienen als potentiële vaste rust- of voortplantingsplaats voor boombewonende vleermuizen. Dit soort bomen zijn niet aangetroffen en daarmee zijn verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen uit te sluiten. Overtreding ten aanzien van vaste rust- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen is niet aan de orde.
Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Door de herinrichting van de onderzoekslocatie worden door de onderlinge afstand tot mogelijke verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie geen potentieel belangrijke aanvliegroutes aangetast en zal er geen verstoring plaatsvinden van een in de omgeving gelegen verblijfplaats. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. Tijdens het uitvoeren van de geplande werkzaamheden en in de toekomstige situatie, en door het kappen van de bomen, kan er foerageergebied verloren gaan. Echter zal er dankzij
24980.001 versie D1
9 / 27
voldoende alternatief foerageergebied in de directe omgeving geen essentieel foerageergebied verloren gaan. Het betreft de omliggende groenelementen en de vijver ten noorden van de onderzoekslocatie. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Door de herinrichting van de onderzoekslocatie worden geen vliegroutes verstoord, vooropgesteld dat de bomen in de omgeving die als potentiële vliegroute kunnen fungeren, gehandhaafd blijven bij de herbestemming van de onderzoekslocatie (zie hoofdstuk 5). Op afbeelding 4.3 staat weergegeven om welke bomenrijen dit gaat.
Figuur 4.3 (wit kader).
De te behouden bomenrijen die als mogelijke vliegroute dienen (groen kader) op de onderzoekslocatie
4.3 Overige zoogdieren Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten.
24980.001 versie D1
10 / 27
Streng beschermde soorten Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: bever, boommarter, bunzing, damhert, das, eekhoorn, steenmarter, hermelijn en wezel. Bever De bever komt volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF voor in de omgeving van de onderzoekslocatie. De bever maakt gebruik van afgelegen meren, rivieren en moerassen met dichtbegroeide oevers met veel dekking. Wegens het ontbreken van deze landschapselementen op de onderzoekslocatie, is het ongeschikt als verblijfplaats of foerageergebied voor de bever. Verder zijn er ook geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van deze soort. Verstoring ten aanzien van de bever als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Boommarter De boommarter komt volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF beperkt voor in de omgeving van de onderzoekslocatie. De boommarter maakt voor zijn verblijf- of rustplaats gebruik van holle bomen of holen van konijnen, dassen en vossen in een bos of aan een bosrand. Wegens het ontbreken van een nabijgelegen bos, is de onderzoekslocatie ongeschikt als rust- of verblijfplaats voor de boommarter. Verder zijn er ook geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de boommarter.
Verstoring ten aanzien van de boommarter als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan orde. Damhert Het damhert komt volgens de verspreidingsgegevens van het NDFF voor in de omgeving van de onderzoekslocatie. Het habitat van een damhert bestaat uit lichte loofbossen en gemengde bossen met voldoende gras. Ook is het damhert vaak te vinden in randzones bij open plekken zoals graslanden, akkerranden en parkachtige bosgebieden. De waarnemingen binnen een straal van 5 km van de onderzoekslocatie hebben allemaal betrekking op de bos- en weilandgebieden ten oosten van de A2. De A2 vormt een barrière waardoor het damhert niet de bebouwde kom van Boxtel kan betreden. Daarnaast ligt de onderzoekslocatie niet in een geschikte omgeving voor het damhert. Om deze twee redenen is het voorkomen van het damhert op de onderzoekslocatie uit te sluiten en is verstoring van het damhert niet aan orde. Das De das komt volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF voor in de omgeving van de onderzoekslocatie. De grasvelden op de onderzoekslocatie vormen geschikt foerageergebied voor dassen. Houtwallen, greppels of andere oneffen terreinen die op en rond de onderzoekslocatie aanwezig zijn bieden ruimte voor een burcht. Gedurende het veldbezoek is de onderzoekslocatie nauwkeurig onderzocht op dassensporen, zoals graafputjes, holen of achtergebleven haren.