CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bindend advies omgevingsvergunning zonnepark de Beerze- Bijlage 3 Bijlagen bij de BOPA

Raadsvergadering Boxtel 24 juni 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: VAN AGENDA GEHAALD Bindend advies zonnepark de Beerze20.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zonnepark Boxtel-Beerze Gemeente Boxtel Bijlagenboek

Zonnepark Boxtel-Beerze

1

colofon

projectnaam Zonnepark Boxtel-Beerze datum 1 mei 2025 projectnummer P06384 opdrachtgever Novar BRO projectleider RTa projectteam WvdH bron kaft BRO review TAu en RTa

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Zonnepark Boxtel-Beerze

2

Inhoudsopgave Bijlage 1 - Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna

Bijlage 3 - Weging van waterbelang Bijlage 4 - Stikstofonderzoek Bijlage 5 - Technische tekeningen

Bijlage 6 - Vrijstelling bodemonderzoek Bijlage 7 - Advies brandveiligheid zonnepark De Beerze Bijlage 8 - Archeologisch onderzoek

Zonnepark Boxtel-Beerze

3

Bijlage 1 - Landschappelijk inpassingsplan

Landschappelijke inpassing Zonnepark Boxtel, gemeente Boxtel

colofon

projectnaam Landschappelijke inpassing Zonnepark Boxtel, gemeente Boxtel datum 29 april 2025 projectnummer P06384 opdrachtgever Novar BRO projectleider RT projectteam IB, TN bron kaft BRO review RT

Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Gebiedskarakteristiek

5

3

Vigerende beleidskaders

7

4

Inpassingsplan

1.1 1.2 1.3

2.1 2.2 2.3

3.1 3.2 3.3 3.4

4.1 4.2 4.3 4.4

Aanleiding Initiatief Het plangebied

Ruimtelijke context Landschapskenmerken Cultuurhistorie

Bestemmingsplan Visie zonne- en windenergie Boxtel RES NOB 1.0 Kwaliteitsbijdrage

Ontwerpprincipe landschap Inpassingsmaatregelen Beplantingsindicatie en beheer Meerwaardecreatie

4 4 4

5 5 6

7 7 8 8

9

11 11 13 14

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Novar is voornemens een zonnepark te realiseren op een aantal percelen in het buitengebied van de gemeente Boxtel. Novar (hierna: initiatiefnemer) maakt deel uit van de energietransitie in Nederland door aan ontwikkeling van grondgebonden zonneparken te werken. De gemeente Boxtel heeft een onderzoek laten verrichten naar de verwachte energiebehoefte in 2030. Doelstelling is om in 2030 energieneutraal te zijn. De verwachte energiebehoefte zal naar verwachting 3.5 PJ bedragen. Uitgaande van het huidige beleid kan maximaal 1.7 PJ duurzaam worden opgewekt. Het opwekken van meer duurzame energie is daarom noodzakelijk. De ontwikkeling van een zonnepark kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Naast de ontwikkeling van het zonnepark wil de initiatiefnemer ook een (maatschappelijke) meerwaarde creëren op het gebied van landschap, water- en ecologische aspecten. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient een landschappelijke inpassing te worden opgesteld, waarin aangetoond is dat het initiatief past binnen het landschap.

1.2

Initiatief

Het voornemen bestaat om de percelen 162, 167, 844, 888, 954, 956, en 1135 te sectie L aan de Scheepdonkseweg in te richten als zonnepark. De locatie waar het zonnepark is voorzien bestaat uit agrarisch gronden en heeft een ca. oppervlak van 12,68 ha. Het bruto oppervlakte voor panelen bedraagt 6,6 ha. Globaal begrenst tussen de Beerze (W) en bedrijventerrein Ladonk (O), zie figuur 1.

Beoogd initiatief is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken is een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Een voorwaarde voor nieuwvestiging van een zonnepark in landelijk gebied is dat er zorg wordt gedragen voor een goede landschappelijke inpassing. Elke ontwikkeling in het buitengebied dient namelijk bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het betrokken gebied en de naaste omgeving. De landschappelijke inpassing richt zich op de uitstraling en de verankering van de ontwikkeling naar de omgeving toe en tevens op de interne ordening en inrichting van het perceel. Aspecten zoals oriëntatie, ligging, ontsluiting en toe te passen groenelementen worden hierin meegenomen.

1.3

Het plangebied

Het plangebied waarop de landschappelijke inpassing van toepassing is, ligt ten westen van het dorp Lennisheuvel en ten zuiden van de kern Boxtel. Het gebied ligt eveneens op korte afstand van het bedrijventerrein Ladonk. De gehele westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Beerze. De strook tussen de Beerze en het te ontwikkelen zonnepark is in eigendom van Natuurmonumenten. Deze rand wordt gekenmerkt door een dichte groenstrucuur die de Beerze begeleidt. Aan de noordzijde ligt de Scheepdonkseweg, een belangrijke voet- en fietsverbinding. De weg wordt begeleidt door een dubbele bomenrij. De oostzijde is begrensd door de Loxvenseweg met een vergelijkbare structuur als de noordzijde. Het agrarisch perceel vormt de begrenzing aan de zuidzijde. Het plangebied zelf kent een agrarische functie met een open karakter. Figuur 1: Overzicht plangebied

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

4

2

Gebiedskarakteristiek

2.1

Ruimtelijke context

Het plangebied ligt op de overgang van het beekdallandschap naar het kampenlandschap. Het is een landschap dat gekenmerkt wordt door beplanting langs de beek met een aanliggend kleinschalig landschap. Agrarische percelen bestaan uit graslanden. Landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken zijn nog aanwezig, maar zijn door het samenvoegen van percelen ook deels verdwenen. Het gebied heeft een duidelijke verkaveling met greppels die haaks op de Beerze liggen. Deze structuur is in de loop der jaren voornamelijk bepaald door de afwateringsfunctie van het gebied. In het verleden kende het landschap nog een meer onregelmatig- en kleinschaliger karakter. Door de ruilverkaveling zijn veel van deze percelen samengevoegd tot grootschalige en rechte kavels. Beplanting op de perceelgrenzen is veelal verdwenen. Nieuwe structuren zoals de Scheepdonkseweg en de Loxvenseweg zijn opnieuw aangeplant en ondertussen uitgegroeid tot waardevolle groenstructuren.

2.2

hoog naar laag (nat naar droog). Ze zijn het resultaat van een eeuwenlange bemesting van akkers op de voedingsarme hogere dekzandgronden waardoor deze kunstmatig hoger zijn komen te liggen. Visueel bestaat dit type landschap niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers (kampen). De boerenbedrijven voerden veelal een gemengde bedrijfsvoering, een combinatie van akkerbouw en veeteelt. Ieder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug, grasland langs de beekjes tussen de ruggen en het boerenerf er tussen in op de flanken van de rug. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Wegen volgden de hogere delen in het landschap en hadden hierdoor vaak een bochtig verloop.

Figuur 2: Overgang Beerze naar plangebied

Landschapskenmerken

De Handreiking kwaliteitsverbetering van de gemeente Boxtel definieert landschapstypen binnen de gemeentegrenzen door verschillen in bodemsoort, waterhuishouding en de tijd waarin een gebied is ontgonnen te benoemen. Het plangebied is hierin aangegeven als landschapstype ‘Kampen’ met een duidelijk beekdalaccent. De ontstaanswijze van de ondergrond samen met het verschil in hoogte heeft geleid tot verschil in bodemgebruik, waardoor een gevarieerd landschap is ontstaan. De natuurlijke ondergrond wordt in grote delen van de gemeente Boxtel geaccentueerd door de aanwezigheid van eerdgronden. Deze gronden liggen meestal als relatief hoge, langgerekte ruggen in het landschap in de nabijheid van de oude bewoningskernen en op de overgang van

Figuur 3: Dubbele bomenrij Loxvenseweg

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

Figuur 4: Grens zuidzijde plangebied

5

2.3

Cultuurhistorie

19e eeuw Met name de oude akkercomplexen rond Lennisheuvel zijn in de afgelopen anderhalve eeuw onderhavig geweest aan wijzigingen in verkavelingsstructuur, maar ze hebben hun agrarische functie grotendeels behouden. Vanaf de jaren 1870 werd kunstmest toegepast. Deze oplossing voor het mestgebrek drong in de regio pas na 1900 echt door. Op het boerenland verschenen weer heggen en houtkanten, waarmee de introductie van de kunstmest in eerste instantie bijdroeg aan het meer gesloten maken van het zandlandschap. 20e eeuw Heggen verdwenen toen voor de functie als kavelscheiding goede alternatieven beschikbaar kwamen. Voor de scheidingsfunctie kwam rond begin 20ste eeuw prikkeldraad beschikbaar. De heggen leverden niets meer op, terwijl het onderhoud intensief was. Heggen verwilderden, werden slecht gesnoeid en verloren hun ondoordringbaarheid of schoten hoog door. Vermoedelijk zijn heel wat heggen doelbewust gerooid toen ze door gebrek aan onderhoud er erg slecht aan toe waren. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werden, in het kader van de ruilverkaveling, oude akkerwallen en houtbosjes opgeruimd om plaats te maken voor grote percelen. Her en der werden lage terreinen opgehoogd om wateroverlast te voorkomen en talloze zandwegen werden in het buitengebied met asfalt verhard.

Het kleinschalige landschap en de kronkelige zandwegen verdwenen voor een deel uit het dorpsbeeld.

Figuur 5: Situatie 1900 (bron: Topotijdreis)

Figuur 6: Situatie 1950 (bron: Topotijdreis)

Figuur 7: Situatie 1975 (bron: Topotijdreis)

Figuur 8: Situatie 2000 (bron: Topotijdreis)

Veel van het oorspronkelijke kleinschalige en gevarieerde cultuurlandschap is mede door dit intensievere gebruik steeds meer een éénvormig, open landschap geworden.

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

6

3

Vigerende beleidskaders

3.1

Bestemmingsplan

In het projectgebied is het op 1 januari 2024 van rechtswege ontstane tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Boxtel van toepassing. Op de beoogde locatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011‘ (vastgesteld op 10 april 2012) vigerend. Op basis van deze bestemmingsplannen heeft de locatie de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’. Verder rust op de locatie de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie – Categorie 3 en 4’, ‘Waarde – Leefgebied soorten van halfopen cultuurlandschap - 2’. In het westelijke gedeelte van het plangebied rust langs de Beerze ook de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – beekherstel’ gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – attentiegebied ehs’. In het midden van het plangebied ligt daarnaast ook een gasleiding met een planologische beschermingszone. Op basis van deze bestemming is een zonnepark zowel functioneel als ruimtelijk niet passend binnen het vigerend bestemmingsplan. Een zonnepark wordt niet genoemd binnen de bestemmingsomschrijving ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden’.

3.2

Visie zonne- en windenergie Boxtel

In 2020 heeft de gemeente Boxtel de Visie zonne- en windenergie Boxtel vastgesteld. Deze visie vormt een afwegingskader voor zonneparken en een verkenning van het potentieel voor windparken. Deze visie is in navolging op het beleid Visie duurzaam Boxtel 2030, waarbij de ambitie is uitgesproken om in 2030 energieneutraal te zijn.

De gemeente Boxtel heeft daarom een onderzoek laten verrichten naar de potentiële behoefte aan energie in 2030 in combinatie met de mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie. In totaal kan hiermee 1,4 TJ aan duurzame energie worden opgewerkt, echter voorziet dit slechts in 61% van de toekomstige vraag aan elektriciteit. Bij de opwekking van duurzame energie wordt de zonneladder, die ook in het provinciale en landelijke beleid is opgenomen, gehanteerd (zie figuur 10). Uitgangspunt is dat de voorkeur geniet op zonnepanelen op daken te plaatsen en binnen stedelijke omgeving. Als laatste geniet het de voorkeur van zonneparken buiten bestaand stedelijk gebied. De gemeente erkent wel in haar visie dat als de treden na elkaar worden ingevuld het niet lukt om de opgave tijdig te realiseren, daarnaast kun je eigenaren niet verplichten om zonnepanelen op daken te plaatsen. De gemeente Boxtel wil aan de hand van deze visie maximaal 50 hectare (= 50 MW) aan zonneparken in de gemeente toestaan, waarbij per zonnepark de omvang niet groter zijn dan 20 hectare. De gemeente zal wel de zonneladder aanhouden, waarbij initiatieven die in trede 2 komen de voorkeur genieten. Echter blijk uit de visie dat de ruimte in trede 2 te beperkt is voor de gehele opgave en dat zonneparken in trede 3 noodzakelijk zullen zijn.

Figuur 9: Vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Boxtel 2011’

In de visie zonne- en windenergie is de uitgifte van de 50 hectare zonneparken in de vorm van een tender opgenomen. Vanuit die tender zijn vier initiatiefnemers, waaronder de gemeente Boxtel zelf, door een onafhankelijke commissie geselecteerd. De locaties van de vier geselecteerde initiatieven zijn weergegeven in figuur 11 en bestaan uit: 1. Zonnepark Tussen de Renbaan en de Esschebaan 2. Zonnepark Boxtel Beerze 3. Zonnepark De Vorst 4. Zonnepark Ontginningsweg Zonneparken die (grotendeels) in trede 2 liggen krijgen voorrang ten opzichte van trede 3. De reden hiervoor is dat in gebieden waar een

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

Figuur 10: Zonneladder (bron: Visie zonne- en windenergie Boxtel 2020)

7

verstedelijking afweegbaar is, in de toekomst een stedelijke ontwikkeling en dus bebouwing te verwachten is. Trede 2-gebieden liggen met name in de Noordwest hoek en nabij de Vorst waardoor de zonneparken de Vorst en Renbaan-Esschebaan voorrang hebben gekregen.

1

3.3

RES NOB 1.0

In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Program-ma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onderzoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord naar een regionaal niveau.

het beleid en de daarbij horeden regelgeving. Op dit moment is de gemeente Boxtel bezig met het opstellen van deze regelgeving. Aangezien deze nu niet bekend is, kan de kwaliteitsbijdrage op dit moment niet worden uitgwerkt en zal dit op een later moment aandacht vragen.

De gemeentes in de regio Noordoost Brabant hebben samen met de pro-vincie Noord-Brabant, de netbeheerder en de Waterschappen Aa en Maas en De Dommel toegewerkt naar de RES 1.0 Noordoost Brabant (RES NOB, 2 april 2021). Hierin beschrijft de regio de contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van duurzame energie en de warmtetransitie. De energieopgave voor de regio Noordoost Brabant is minimaal 1,6 TWh hernieuwbare elektriciteit. Hiermee draagt de regio bij aan 4,3% van de totale landelijke opgave (35 TWh). De regio beoogt zon-ne- en windenergie als de voornaamste methoden het doel voor de op-wekking van energie te verwezenlijken. Voor beide hernieuwbare bronnen zijn zoekgebieden aangewezen, waarin zonne- en windenergie mogelijk is.

2

3

3.4

Kwaliteitsbijdrage

Bij realisatie van een zonnepark in Landelijk Gebied dient naast het toetsen aan artikel 5.54 van de Omgevingsverordening ook te worden getoetst aan de kwaliteitsverbetering conform artikel 5.11 uit de Omgevingsverordening. Dit is een aanscherping van de randvoorwaarden t.o.v. van de interim omgevingsverordening. 4

Figuur 11: Tenderlocaties uitgifte zonneparken Boxtel (bron: Meewerkend Boxtel)

Naast de specifieke voorwaarden voor het opstellen van een landschappelijke inpassing moet ook een kwaliteitsverbetering worden opgenomen. De landschappelijke inpassing mag echter niet worden meegenomen als kwaliteitsbijdrage. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

8

4

Inpassingsplan

De inpassing en vormgeving van het perceel aan de Scheepdonkseweg richt zich op de overgang van het zonnepark naar het omliggende landschap. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders, kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven. De landschappelijke en cultuurhistorische karakteristiek van het kampenlandschap dient als basis voor de vormgeving van de inpassing. Onderstaande schets en dwarsprofielen illustreren de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. De kaart en profielen zijn als bijlage toegevoegd. Vanuit de landschapskenmerken zijn de volgende ontwerpprincipes gehanteerd voor de inrichting van het zonnepark: • Indicatief getekend panelenveld in lijn met verkavelingsrichting oost/west opstelling; transformators e.d. binnenplans opgenomen, geclusterd achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onderling gelijke afstand georganiseerd; • Faunavriendelijk en sober hekwerk, geplaatst aan de binnenzijde van de beplante berm op ruime afstand tot de openbare weg; De volgende maatregelen zijn opgesteld ter inpassing van het zonnepark: 1. Meervoudig ruimtegebruik - natuur: aanleg van vochtig bloem- en kruidenrijk grasland; 2. Meervoudig ruimtegebruik - natuur: ruimte voor extra waterberging/ vernatting; 3.

Aanplant van robuust struweel haaks op de Beerze; 4. Aanleggen poelen in combinatie met wilgen en struiken 5. Aanleg houtwal.

Figuur 12: Inpassingsplan

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

9

Figuur 13: Dwarsprofielen

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

10

4.1

Ontwerpprincipe landschap

Indicatief panelenveld in lijn met verkavelingsrichting Vanuit landschappelijke en praktische overwegingen is het wenselijk om de oriëntatie van de panelen zo eenduidig mogelijk te houden, zodat een rechte rooilijn kan worden gemaakt en vertanding langs de zichtbare zijdes kan worden voorkomen. Om een logische aansluiting bij omliggend gebied te maken is hiervoor de bestaande verkavelingsrichting (langste lijn) parallel aan de wijk Loxvenseweg gevolgd wat resulteert in een oostwest opstelling. Elementen als transformatoren e.d. worden binnenplans opgenomen, geclusterd achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onderling gelijke afstand georganiseerd. Het zonnepark zal daarbij worden opgeknipt in 4 verschillende zones. Hiermee wordt samen met de aanplant van struwelen het kleinschalige karakter ter plaatse versterkt. De indeling is gebaseerd op de bestaande percelering en sloten. Met het komst van het zonnepark zullen bestaande sloten worden gedempt om hiermee ook de vernatting van de grond te stimuleren. Faunavriendelijk sober hekwerk Ter afscheiding openbaar terrein en zonneweide wordt langs de binnenranden een hekwerk geplaatst. Om migratie van klein fauna niet te benadelen wordt om de 50m en nabij hoekpunten voorzien in een doorgang.

Het hekwerk staat op ruime afstand van de panelen en wordt sober en in een donkere kleurstelling uitgevoerd (donkergroen) zodat deze tegen de achtergrond wegvalt. Dit uitgangpunt geldt ook voor de technische installaties. Buiten de contouren van de zonnepanelen zal bloem- en kruidenrijk grasland worden ontwikkeld. Om de biodiversiteit ter plaatse te verbeteren zal het maaibeheer zodanig worden afgestemd dat ook inheemse soorten spontaan kunnen opkomen en meegroeien tot een bloemrijke strook. Dit type oppervlakte trekt veel insecten aan zoals hommels en vlinders, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de landelijke afname van het aantal insecten. Deze geschakeerde inrichting verhoogt ook nog een de belevingswaarde van het geheel en zorgt voor een vriendelijke aanblik.

4.2

Inpassingsmaatregelen

In onderstaande toelichting is per inrichtingsmaatregelen aangeven op welke manier er wordt aangesloten op de gebiedskarakteristiek en of gestelde kaders uit het vigerende beleid. 1. Meervoudig ruimtegebruik - natuur: vochtig bloem- en kruidenrijk grasland Het oppervlak naast de panelen wordt ontwikkeld als bloem- en kruidenrijk grasland. Dit betreft concreet de stroken rondom tussen de panelen en hekwerk en de openingen die zijn gelaten in het verlengde van de Pinkstelaarseweg en het fietspad langs de zuidrand van Ladonk. Er is gekozen voor een mengsel met uitsluitend kruiden en grassen om een zo divers mogelijk geheel tot stand te brengen. 2. Meervoudig ruimtegebruik - natuur: waterbergingscapaciteit/ vernatting De waterbergende functie van het gebied blijft met de komst van het zonnepark behouden, waarmee een functiecombinatie met extensieve natuur als vochtig kruidenrijk grasland mogelijk is. Daarnaast worden de velden met zonnepanelen multifunctioneel inzetbaar. De velden worden met maximaal 0,25 meter afgegraven voor het creëren van een bassin. Bij hoog water kunnen de velden met zonnepanelen worden ingezet voor extra waterberging. Zie ter onderbouwing ook de toelichting op de regionale waterberging op de volgende pagina. 3.

Robuust struweel haaks op de Beerze Het kampenlandschap heeft veel van zijn originele kleinschalige en hoekige patroon ingeruild voor openheid en rechtlijnigheid na de ruilverkaveling in de tweede helft van de 20ste eeuw. Het is wenselijk om meer verdichte randen met haaks hierop opstrekkende kavelrandbeplanting te realiseren. Dit kan het oorspronkelijke groen enfijnmazig raamwerk binnen een halfopen landschap (afwisselend open/ gesloten) herstellen. Daarnaast onttrekt deze beplanting het zicht op de

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

zonnepanelen. Het voorstel is om haaks op de Beerze gemengd inheems struweel aan te planten. Bes- en doorndragend struweel vormt een leefomgeving voor veel planten, vogels, vlinders en andere insecten. 4. Aanleggen poelen in combinatie met wilgen en struiken De Scheepdonkseweg is een veelgebruikte ontsluiting richting de Kampina en wordt gebruikt om een ommetje in het buitengebied te maken. Bij de overgang van het bruggetje opent het landschap zich naar de wandelaar. Om op deze zichtlocatie in een passende afronding te kunnen voorzien is voorgesteld hier afstand tot de ontwikkeling te houden. Ter inspiratie zijn de vele poelen langs de Beerze gebruikt (die refereren naar een ooit meanderende beek). Met de aanleg van eenzelfde poel kan een bijdrage worden geleverd aan het leefgebied van kikkers en salamanders. De GHG ligt op 20 cm onder het maaiveld. Voor de poelen is een diepte van 50 cm gewenst onder GHG. Voor de aanleg van de poelen wordt het huidig maaiveld daarom met 70 cm afgegraven. De poelen hebben een talud van 1:3. De poelen hebben een gemiddelde doorsnede van 20-30 meter. Het gezamenlijk oppervlak van de poelen is circa 2.085 m2. De Beerze wordt in de bestaande situatie begrensd door een sterke groenstructuur bestaande uit struiken en bomen, onder anderen wilgen bomen.

Deze structuur zorgt ervoor dat het zicht op het zonnepark vanuit de Beerze niet tot nauwelijks aanwezig is. Met het toevoegen van de poelen en struiken wordt het terrein verder aangekleed. Er is hier bewust gekozen voor een beekbegeleidende inpassing en geen haakse structuur direct langs de beek. Dit mede door de bestaande groenstructuur, maar ook om het contrast tussen diverse maatregelen aan te geven. De haakse structuren worden teruggebracht door middel van robuuste struwelen tussen de panelen, waarmee het kleinschalige karater ter plaatse wordt versterkt. De zone langs de beek wordt juist met vloeiende lijnen en diverse gradiënten ingericht, zodat de biodiversiteit ter plaatse kan worden versterkt.

11

Dit staat in contrast met de ontwikkeling van rechtlijninge elementen direct om het zonnepark, waardoor er met de totale inpassing wordt bijgedragen aan de realisatie van verscheidene milieus voor dieverse soorten flora en fauna. 5. Aanleg houtwal Ter inpassing van het zonnepark wordt er een houtwal aan de noord-, oost- en zuidzijde aangelegd. Een houtwal is een verhoogde aarden wal van ongeveer één meter hoog, begroeid met struweel. De houtwal zorgt voor een beperkt zicht op het zonnepark en biedt een goede schuil- en nestelmogelijkheid voor diverse soorten fauna. Om het struweel voldoende massa te geven, wordt er gewerkt met twee verschillende taluds. Richting de randen van het plangebied heeft het talud een helling van 1:5. Aan de zijde van het zonnepark heeft het talud een talud van 1:2. Op de flauwe helling (1:5) kan struweel groeien, waardoor het struweel een breedte krijgt van 5 meter. Het struweel bestaat uit inheemse struiken met een eindhoogte van ca. 3-4 meter. Regionale waterberging Een deel van het gebied is aangewezen als waterbergingsgebied (deel regionale waterberging en deel reserveringsgebied, zie omgevingsverordening en legger/Wsv). Een deel van de toekomstige zonnepanelen worden gerealiseerd binnen de regionale waterberging.

Hier gelden beperkingen voor bouwactiviteiten, waarbij aangetoond dient te worden dat de waterbergende functie ter plaatse behouden blijft. De rekken met panelen zullen op palen worden geplaatst. Deze palen worden maximaal 4 meter de grond in geslagen (zie afbeelding 14). Voor bouwactiviteiten in waterbergingsgebieden is tevens een onderbouwing dat reële alternatieven voor de bouw- of gebruiksactiviteit ontbreken en eventueel vervangende maatregelen die borgen dat het waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft nodig, zie voor een

Figuur 14: Opstelling en verankering paneelconstructie

uitgebreide beoordeling bijlage 3. Door de aanwezigheid van een gasleiding en de bijbehorende vrijwaringszones, ontbreken alternatieven voor het plaatsen van panelen. Daarbij is het zuidwesterlijke deel van het plangebied onderdeel van het waterbergingsgebied, waardoor ook hier geen panelen geplaatst kunnen worden. Dit alles maakt dat een groot deel van het plangebied niet ingevuld kan worden met panelen. Om het zonnepark toch rendabel te houden, dient het overgebleven deel optimaal ingevuld te worden met panelen en is er geen speelruimte. In de huidige situatie is een drainagesysteem aanwezig, die het teveel aan water afvoert van de percelen. Door het 25 cm afgraven van de grond onder de panelen, ontstaat er een wadi waarin het water kan blijven staan. Deze vervangende maatregel zorgt voor een toename van het waterbergend vermogen binnen het plangebied.

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

Figuur 15: Voorbeeld van waterbergingsgebied onder zonnepanelen

12

4.3

Beplantingsindicatie en beheer

Aanplant struweel t.b.v. houtwal De randen worden aangeplant met struweel en versterken de kleinschaligheid van het landschap. Daarnaast worden er ook clusters van struweel aangeplant naast de Beerze. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inheemse en vruchtdragende soorten. 40% van het struweel is wintergroen. Sortiment - 20% Ilex aquifolium - Hulst (wintergroen) - 10% Ligustrum vulgare - Liguster (wintergroen) - 10% Fagus sylvatica - Gewone beuk (wintergroen) - 10% Rhamnus frangula - Sporkehout - 10% Prunus spinosa - Sleedoorn - 5% Viburnum opulus - Gelderse roos - 5% Rosa canina - Hondsroos - 5% Prunus padus - Gewone vogelkers - 5% Corylus avellana - Hazelaar - 5% Amelanchier lamarckii - Amerikaans krentenboompje - 5% Cornus sanguinea - Rode kornoelje - 5% Acer campestre - Spaanse aak - 5% Sorbus aucuparia - Wilde lijsterbes Aanplant - oppervlakte: ca. 4.124 m2 - 1 plant per m2 - 3-jarig bosplantsoen - maat 100-125 cm hoogte - planten in driehoeksverband - buitenrij op 0.5m uit de rand - afstand tussen de rijen 1.00 meter - plantafstand in de rij 1.00 meter - aanplant per soort in groepen van 5 tot 7 stuks

Beheer Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei en het verwijderen van boomvormers noodzakelijk is, een eerste beoordeling na ongeveer 5 jaar. Aanplant struweel t.b.v. struweelzones De randen worden aangeplant met struweel en versterken de kleinschaligheid van het landschap. Daarnaast worden er ook clusters van struweel aangeplant naast de Beerze. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inheemse en vruchtdragende soorten. 20% van het struweel is wintergroen. Sortiment - 10% Alnus glutinosa - Zwarte Els - 10% Rhamnus frangula - Sporkehout - 10% Prunus spinosa - Sleedoorn - 10% sambucus nigra - Gewone vlier - 10% Salix caprea - Boswilg - 10% Fagus sylvatica - Gewone beuk (wintergroen) - 10% Ligustrum vulgare - Liguster (wintergroen) - 5% Viburnum opulus - Gelderse roos - 5% Rosa canina - Hondsroos - 5% Prunus padus - Gewone vogelkers - 5% Corylus avellana - Hazelaar - 5% Cornus sanguinea - Rode kornoelje - 5% Sorbus aucuparia - Wilde lijsterbes

-

afstand tussen de rijen 1.00 meter plantafstand in de rij 1.00 meter aanplant per soort in groepen van 5 tot 7 stuks

Kruiden- en faunarijk grasland De oppervlaktes die eerder zijn aangegeven worden ingezaaid met een kruidenmengsel behorende bij landschapstype en de bodemsamenstelling. Dit kruidenmengsel zal t.z.t. worden bepaald Aanplant - eindhoogte ca. 50-120cm - geschikt voor permanente invulling - type middengebied: samenstelling graskruidenmengsel zandgrond - type noordrand: G1 bloemrijk graslandmengsel - planttype: vaste en tweejarige planten - zaaien: jaarrond, maar bij voorkeur in de nazomer of het vroege voorjaar Beheer - Bij het opkomen van probleemkruiden 1 jaar na inzaai: 3 tot 4x maaien. - Laat het onkruid niet hoger worden dan 20-30cm, en maai tot 5cm - Vervolgbeheer één tot twee keer per jaar maaien en het maaisel afvoeren.

Aanplant - oppervlakte: ca. 1.778 m2 - 1 plant per m2 - 3-jarig bosplantsoen - maat 100-125 cm hoogte - planten in driehoeksverband - buitenrij op 0.5m uit de rand

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

13

4.4

Meerwaardecreatie

Gezien de interessante ligging van het plangebied (nabijheid van Kampina) grenzend aan een de Beerze (NNB) is er voor gekozen om gedurende de exploitatie van het plan een luwe plek te maken t.b.v. het verhogen van de lokale biodiversiteit. Zonneparken bieden door hun ongemoeidheid kansen voor herstel van biodiversiteit.

In het algemeen kan men stellen dat als de inrichting en het beheer van zonneparken zorgen voor de instandhouding van bloem- en kruidenrijke vegetaties, dit belangrijke leefgebieden kunnen zijn die een bijdrage leveren aan ecologische verbindingen tussen natuurgebieden. Enkele voordelen per soortgroep: Zoogdieren Voor zoogdieren functioneren zonneparken als leefgebied. Indien het grasland tussen en onder de panelen kruidenrijk is en veel dekking geeft, is het in potentie een aantrekkelijker leefgebied dan intensief gebruikte agrarische graslanden. Het toevoegen van struweel langs de beekloop draagt bij aan het het leefgebied van de bever.

Insecten Met het inzaaien van bloemrijke vegetaties wordt ingezet op het verhogen van de dichtheid aan vlinders en hommels. Met name dagvlinders zijn sterk afhankelijk van bloemrijke vegetaties en het voorkomen van specifieke waardplanten. Landschappelijke meerwaarde Met de realisatie van het zonnepark gaan geen landschapselementen verloren. Bij aanplant van nieuwe groenstructuren is er rekening gehouden met een inheemse en diverse soortensamenstelling. Denk hierbij aan een bes-en vruchtdragend sortiment. De nieuwe groenstructuren en de vegetatie bloem- en kruidenrijk grasland hebben als doel de biodiversiteit te verhogen. In vrijwel het gehele gebied wordt kruidenrijk grasland gerealiseerd en beheerd. De structuren van de aan te planten bomen en struiken in oost-west richting vormen de hoofdstructuur en herstellen het kleinschalige landschap.

Vogels In het algemeen is door de aanleg van een zonnepark een verschuiving in de samenstelling van de vogelsoorten die het gebied gebruiken te verwachten, omdat verschillende soortgroepen vermoedelijk verschillend op de aanleg van een zonnepark reageren. Zonnepanelen bieden potentieel nieuwe nestlocaties. Door de aanplant van struweel naast de Beerze is er een geleidelijke overgang naar het zonnepark. Deze lage delen zijn een geschikte broedbiotoop/ rust- en foerageergebied voor o.a. moerasvogels.

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

14

Bijlage 1 - Landschappelijke inpassing

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

Sche

epdo

nkse

weg E’

4

1

5 E

Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap

LADONK

A’

A

3 2

2

2 C’

C

Attentiegebied EHS 1

Ontwerpprincipe landschap •

KAMPINA

Loxv

1) meervoudig ruimtegebruik - natuur: aanleg van vochtig bloemen kruidenrijk grasland;

weg

e

Maatregelen landschappelijke inpassing

Agrarisch met waarden Natuur en landschap

ense

er z

Faunavriendelijk sober hekwerk, geplaatst binnenzijde beplante berm op ruime afstand tot de openbare weg;

5

Be

•

4

Indicatief getekend panelenveld in lijn met verkavelingsrichting oost/west opstelling; transformators binnenplans opgenomen, geclusterd achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onderling gelijke afstand georganiseerd;

2

2) meervoudig ruimtegebruik - natuur: ruimte voor extra waterbergingvernatting; 3) aanplant van robuust struweel haaks op de Beerze; 4) aanleggen poelen in combinatie met wilgen en struiken;

D

5) aanleg houtwal.

LENNISHEUVEL

D’

Vigerend bestemmingsplan Dubbelbestemming - Leiding - Gas (omdat op deze strook geen boringen mogen plaatvinden worden hier geen panelen geplaatst)

2

4

Gebiedsaanduiding milieuzone - beekherstel Interim omgevingsverordening NB

2

Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap

Regionale waterberging

5

Reservering waterberging Natuur Netwerk Brabant Element B

Hekwerk

3

Paden Transformator

B’

Inkoopstation Poort in hekwerk Recreatiepad langs hekwerk (langs de Beerze) , laarzenpad Oude/ historische meandering Beerze

Landschappelijke inpassing Zonnepark Boxtel-Beerze Gemeente Boxtel

datum

getekend

projectnr.

pagina

formaat

schaal

29-04-2025

IB

P06384

1/1

A3

1:2.500

Sche

epdo

nkse

weg E’

4

53m

1

5 E

42m 30m Leefgebied soorten van kleinschalig cultuurlandschap

LADONK

A’

A

2

3 2

2 C’

C

Attentiegebied EHS 1

4

KAMPINA

5

Loxv

Agrarisch met waarden Natuur en landschap

weg

e

ense

er z

Be

60m

2

D

LENNISHEUVEL

D’

2

80m 4

11m 2

Leefgebied soorten van half-open cultuurlandschap 5

B

20m

3 B’

Landschappelijke inpassing Zonnepark Boxtel-Beerze Gemeente Boxtel

datum

getekend

projectnr.

pagina

formaat

schaal

29-04-2025

IB

P06384

1/1

A3

1:2.500

Bijlage 2 - Dwarsprofielen

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

1:250

Bijlage 3 - Beoordeling waterbergend vermogen

Landschappelijke inpassing Zonnepark - Boxtel, gemeente Boxtel

advies

projectnaam Zonnepark Boxtel Beerze datum 1 mei 2025 projectnummer P06384 opdrachtgever Novar BRO projectleider RT projectteam IB review RT

Waterbergend vermogen Een deel van het gebied is aangewezen als regionale waterberging (donkerblauw) en als reservering waterberging (lichtblauw), zie figuur 1. Volgens Artikel 5.49 Regionale waterberging in de omgevingsverordening Noord-Brabant gelden de volgende uitgangspunten: a. strekt mede tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied; b. bepaalt dat bouwactiviteiten zijn toegestaan ten dienste van de waterberging met een maximale bouwhoogte van 2 meter; en c.

stelt beperkingen aan het ophogen van gronden en het aanbrengen of wijzigen van kaden, voor zover deze activiteiten niet worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud.

Voor het reserveringsgebied geldt eveneens het behoud van het waterbergend vermogen in het gebied, benoemd onder onderdeel a. Met oog op de realisatie van een zonnepark aan de Loxvenseweg, dient te worden onderbouwd of de beoogde ontwikkeling het waterbergend vermogen niet aantast. Uitgangspunt is dat de panelen binnen de regionale waterberging uitgesloten zijn. Binnen het ontwerp is hier zo nauwkeurig mogelijk rekening mee gehouden (zie figuur 2) . Wel spelen de esthetiek en positie van de panelen hierbij een grote rol. De zonnepanelen worden binnen het ontwerp op basis van een oost-west opstelling gepositioneerd in de lengte richting van de verkaveling, zodat onnodige rafelranden worden voorkomen.

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch

Het waterschap heeft haar zorgen geuit over de bodemkwaliteit ter plaatse. Door een oost-west opstelling zou een groot deel van het zon-

+31 (0)73 208 91 55

licht op de bodem worden beperkt. Echter wordt er binnen het ontwerp

info@bro.nl

gewerkt met bifacial zonnepanelen.

Figuur 1: zonering regionale waterberging (donkerblauw) en reservering waterberging (lichtblauw)

www.bro.nl

1/4

Figuur 3: Aansluiting op bestaande watergangen (principe dwarsprofiel)

Figuur 2: landschappelijke inpassing

Zonnepark Boxtel Beerze

2/4

Deze panelen onderscheiden zich van conventionele, monofaciale pa-

van ca. 14.000 panelen, zullen er ca. 1500 palen worden aangebracht in

bassin aan de noordwestzijde zal op natuurlijke wijze moeten worden af-

nelen doordat zij zonlicht aan beide zijden kunnen opvangen en omzet-

de grond. Dit komt overeen met ca. 0,009 m3 (0,05mx0,1mx1,8m) per

gevoerd naar de Beerze, aangezien hier niet voldoende capaciteit wordt

ten in elektriciteit. Naast direct zonlicht benutten bifacial panelen ook het

paal en ca. 13,5 m3 voor 1500 palen. Naar verwachting zal de fundering

verwacht. Met een aan te leggen opening in de bassin door een grep-

gereflecteerde licht van de ondergrond – bijvoorbeeld afkomstig van

van de zonnepanelen het waterbergend vermogen niet beperken, het

pel/wadi zal het water naar de Beerze worden geleid.

gras, zand of wit folie. Dit leidt tot een verhoogde opbrengst van duur-

gaat hier immers om smalle palen er zullen geen grote afscheidingen of

zame elektriciteit, waardoor het rendement van het zonnepark toeneemt,

andere barrières worden aangebracht.

zie figuur 4.

Voor bouwactiviteiten in waterbergingsgebieden is tevens een onderbouwing dat reële alternatieven voor de bouw- of gebruiksactiviteit

Het waterschap gaf aan dat de smalle strook direct langs de beek jaar-

ontbreken en eventueel vervangende maatregelen die borgen dat het

Een belangrijk bijkomend voordeel is dat deze panelen geen kunststof-

lijks kan overstromen met een waterdiepte tot 80cm. Eens in de 10 jaar

waterbergend vermogen van het gebied gelijk blijft nodig. Het hekwerk

laag aan de achterzijde bevatten. Hierdoor zijn ze deels lichtdoorlatend,

komt de waterstand van de Beerze aan de zuidkant van de Scheep-

rondom het zonnepark zal op voldoende afstand worden gepositioneerd.

wat betekent dat een deel van het zonlicht de bodem bereikt. Dit stimu-

donkseweg op ongeveer 7,6m. Een groot deel van het perceel over-

Hierbij zal min. 25 meter afstand worden gehouden van de insteek van

leert de groei van vegetatie onder en tussen de panelen en draagt zo bij

stroomt nu eens tussen de 25 en 50 jaar. Het perceel kan met frequen-

de Beerze en op min. 10 meter van de insteek van de Heerenbeekloop (

aan de bevordering van biodiversiteit binnen het plangebied.

tie van eens in de 50 jaar bijna geheel overstromen. De waterdiepten

A-watergang ten zuiden van het plangebied). Zie voor deze afstanden

dicht langs de beek zal dan (ruim) meer dan een meter bedragen, aan

bijlage 1 van het inpassingsplan. Door de aanwezigheid van een gaslei-

de oostzijde van het perceel betreft dit waarschijnlijk enkele centimeters.

ding en de bijbehorende vrijwaringszones, ontbreken alternatieven voor

Daarnaast wordt in de configuratie bewust ruimte gelaten tussen de panelen. Deze openingen zorgen ervoor dat zowel zonlicht als regenwater

het plaatsen van panelen.Daarbij is het zuidwesterlijke deel van het

de bodem gelijkmatig kunnen bereiken. Dit voorkomt erosie of het ont-

De panelen liggen met name in het reserveringsgebied. De panelen

plangebied onderdeel van het

staan van geconcentreerde waterstromen die de bodemstructuur zou-

worden daarnaast opgenomen in te realiseren bassins. De bassins heb-

waterbergingsgebied, waardoor ook hier geen panelen geplaatst

den kunnen aantasten. Door deze technische en ecologische keuzes

ben een diepte van max. 0,25 cm (zie figuur 3). Door deze laag van het

kunnen worden.

wordt een zonnepark gerealiseerd dat op een zorgvuldige en natuur-

maaiveld af te graven ontstaat er extra bergend vermogen. Bovendien

vriendelijke wijze is ingepast in het landschap.

blijven de bassins boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand,

Dit alles maakt dat een groot deel van het plangebied niet ingevuld kan

waardoor de bassins volledig kunnen worden benut als waterbergende

worden met panelen. Om het zonnepark toch rendabel te houden, dient

maatregel. Hierbij gaat om ca. 18.240 m3. Deze maatregel compenseert

het overgebleven deel optimaal ingevuld te worden met panelen en is

een kleine afname van het bergend vermogen (13,5 m3) door de aan-

nauwelijks speelruimte.

wezigheid van de fundering van de zonnepalen. Daarnaast gaf het waterschap aan dat er al eerder het planvoornemen Na een eventuele overstroming zal het water geleidelijk aan terug-

bestaat om de historische loop van de Beerze ter plaatse van de project-

vloeien naar de Beerze. Het water in de bassins zal in loop van tijd infil-

locatie te herstellen. Op dit moment is daar nog geen inrichtingsvisie

treren in de ondergrond. De oostzijde heeft bij overstroming, ten op-

voor. In het inpassingsplan is daarentegen wel rekening gehouden met

Figuur 4 Links: monofacial panelen met wit kunstof onder de cellen,

zichte van de westzijde, met een minder grote waterdiepte te maken.

deze oude loop. De invulling van de landschappelijke maatregelen slui-

rechts: bifacial panelen met afstand tussen de cellen.

Hierdoor worden er aan de oostzijde geen problemen verwacht. De

ten op een eventuele hermeandering, zodat in een latere fase, mocht

westzijde blijft gevrijwaard van panelen, waardoor een hoge waterstand

het terrein worden teruggeven, de ontwikkelde inpassingsmaatregelen/

rechtstreeks kan terugvloeien naar de Beerze. Enkel het water in de

natuur niet hoeft te worden verwijderd. Zie in bijlage 1 diverse kaarten

De panelen worden op palen geplaatst. Deze palen worden maximaal 4 meter de grond in geslagen en zijn circa 5 bij 10cm breed. Uitgaande

Zonnepark Boxtel Beerze

die de argumentatie verduidelijken.

3/4

Bijlage 1 - Kaartmateriaal

Hoogtekaart (meters +NAP)

8,2 7,5

8

7,6

8,1

8,5 8,6

7,7 >9m

Inundaties eens in de 25 jaar

Jaarlijkse inundatie

Inundatie eens in de 10 jaar (waterstand zuidkant scheepdonkseweg 7,58m)

Inundatie 1/50jaar

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

‘s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

Bijlage 2 - Quickscan flora en fauna

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Definitief

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel datum 23 april 2025 projectnummer P06384 opdrachtgever Novar Nederland BV BRO projectleider RTa opgesteld door KPe interne controle MvdS bron kaft BRO

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

Toetsing Toetsing

Vaatplanten 5.8.1

Conclusie 6.1

13

Vervolgtraject en advies

13

6.1.1 6.1.2 6.1.3

13 13 13

AERIUS-berekening Soortgericht onderzoek Aanbevelingen

7

Samenvatting

14

8

Geraadpleegde bronnen

15

8

10

10 11

11 11

11 11

11 11

11

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

6

Toetsing

5.9 Specifieke zorgplicht 5.10 Invasieve exoten

11

12 12

12 12

12 12

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Ten behoeve van de realisatie van een zonnepark langs de Beerze te Boxtel, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgaan in de Omgevingswet (Ow). In deze wet vindt men de beschermingsregels voor soortenbescherming en gebiedsbescherming als uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ook de bescherming van houtopstanden is hierin opgenomen. Daarnaast vindt provinciale gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), welke is uitgewerkt in de respectievelijke omgevingsverordening.

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Omgevingswet en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 28 oktober 2020 tussen 14.30 – 15.30 uur door een ecoloog van BRO 1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 14°C, vrijwel geheel bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 4 Bft. Op 05 oktober 2023 tussen 10.00 – 11.00 uur is een aanvullend veldbezoek verricht. Het was circa 18°C, vrijwel geheel bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 4 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van NDFF-gegevens, verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd.

Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZK genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van Boxtel, ingeklemd tussen bedrijventerrein Ladonk en de Beerze. Langs de zuidzijde ligt de Heerenbeekloop, welke ter hoogte van de zuidwesthoek uitmondt in de Beerze. Langs de noordzijde ligt de Scheepdonkseweg, een autovrij zandpad. Langs de westzijde ligt de Beerze, omzoomd door een vegetatie van wilgen en elzen, met hieromheen kruidenrijk grasland. Langs de noord- en oostzijde zijn lanen met zomereik aanwezig. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit enkele akkers, samen ongeveer 12 hectare groot, waar suikerbieten op geteeld wordt. In het noordoosten van het plangebied is een klein weilandjes met paardenstal aanwezig, deze is niet meer in gebruik.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Initiatiefnemer wil binnen het plangebied, op de thans onbebouwde gronden, een zonnepark oprichten van circa 6,6 hectare. Ter hoogte van de Pinkstelaarseweg zal een doorsteek, voor recreatief gebruik, naar de Beerze worden gecreëerd. Rond het gehele zonnepark zal ruigte begroeiing en struwelen worden aangeplant. Langs de westzijde van het plangebied worden enkele laagtes en poelen aangelegd met hier omheen boomgroepen, ter versterking van de natuurlijke waarden. Het deelgebied in het oosten zal natuurlijk worden ingericht. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie. Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

5

Figuur 4: Plangebied gezien vanaf zuidgrens.

Figuur 5: Heerenbeekloop langs zuiden plangebied.

Figuur 6: Plangebied gezien vanuit het noorden.

Figuur 7: Paardenstal in noordoosten plangebied.

Figuur 8: Westgrens plangebied.

Figuur 9: Plangebied gezien vanaf laan oostzijde.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

6

3 3.1

Toetsing gebiedsbescherming

Uit vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij de gebruiksfase

andere externe effecten. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB

geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op

wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Wettelijke gebiedsbescherming

voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstof-

De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking

depositie uitgesloten worden.

op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden.

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

Conform artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 0,4 kilometer afstand ten westen van het projectgebied (zie figuur 10). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling een zonnepark betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

3.2

het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB grenst aan de westzijde van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen (de realisatie van een zonnepark) zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB redelijkerwijs niet worden aangetast. Het zonnepark zal niet worden bemest of bespoten, wat een verminderde uitspoeling van ongewenste stoffen in de Beerze betekent. Daarnaast wordt de natuur waar mogelijk versterkt, Het zonnepark zorgt vrijwel niet voor een toename aan geluid, trillingen of

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform Omgevingswet, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom (bebouwingscontour houtkap). Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 11.111, lid 2 Bal, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 11.126 Bal). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 11.129 Bal om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Onder de Omgevingswet geldt een specifieke zorgplicht voor houtopstanden (artikel 11.116 Bal). Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwingscontour houtkap bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Omgevingswet bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 10:

Ligging NNB (groen) en Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

8

5

Toetsing soortenbescherming

Conform de Omgevingswet is een flora- en fauna-activiteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten, en hiervoor

De Ow regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te bescher-

11.54 Bal) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees be-

men soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbe-

schermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies

scherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden

zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling

voor alle drie de categorieën de activiteiten met schadelijke gevolgen. Een

bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een

vergunning hiervoor wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art.

aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Er geldt een vergunningsplicht wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd zoals beschre-

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

ven in paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.5 Bal. In tabel 1 staan de belangrijkste schadelijke handelingen uitgewerkt.

Vogels (Art. 11.37 Bal)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(Art. 11.46 Bal)

(Art. 11.54 Bal)

De Ow heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in

Art. 11.37 lid 1 onderdeel a Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel a Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel a Bal

Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

gen Art. 11.37 lid 1 onderdeel b Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel d Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel b Bal

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

Art. 11.37 lid 1 onderdeel c Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel c Bal

-

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

A en B’ van de Ow (Bijlage IX onder A en B Bal). Beschermde soorten

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitat-

Art. 11.37 lid 1 onderdeel d en lid 3 Bal

Art. 11.46 lid 1 onderdeel b Bal

richtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Ver-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

drag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

beschermingsregimes kennen elk hun eigen vergunningsplichtige activitei-

de staat van instandhouding van de desbetref-

ten. De regels voor vogels en overige Europese soorten zijn letterlijk over-

fende vogelsoort

Vogels (artikel 11.37 Bal)

Europees beschermde soorten (artikel 11.46 Bal)

Nationaal beschermde soorten (artikel 11.54 Bal)

-

genomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten gelden regels die geïnspireerd

-

zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de vergunningsplichtige activiteiten per regime weergegeven.

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Beerze te Boxtel

Art. 11.46 lid 1 onderdeel e Bal

Art. 11.54 lid 1 onderdeel c Bal

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

Onder de Omgevingswet is een specifieke zorgplicht opgenomen voor alle

Op het terrein is enkel een stal aanwezig. Bij de interne controle hiervan

5.1.1

‘flora- en fauna-activiteiten’ (11.27 Bal). Hierin wordt gesteld dat nadelige

zijn geen nest(rest)en of sporen (zoals braakballen of krijtstrepen) van een

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen, beperkt of ongedaan ge-

soort met jaarrond beschermd nest aangetroffen. Hierdoor kunnen broed-

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

maakt. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de

locaties van soorten als kerkuil, steenuil en huismus worden uitgesloten.

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke ha-

In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied zijn tevens

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand

bitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen

geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en

groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatrege-

ransuil aangetroffen, al is een nest door het aanwezige bladerdek niet vol-

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de

len te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.

ledig uitgesloten. Wel kunnen in het opgaand groen rond het plangebied

wetteksten wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.

mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop,

Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=7edbf142-eea2-40f6-80f8-088635cf70e7