CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Nota van wijzigingen tweede gewijzigde vaststelling_CHW plan Laar Nieuw Laar dd 9

Commissie Samenleving, Economie en Bestuur Sint-Michielsgestel 21 januari 2026, gemeente boxtelBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit Laar-Nieuw Laar9.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 6 bij het besluit van de gemeenteraad van Sint-Michielsgestel d.d. 4 februari 2026 tot het nemen van een herstelbesluit (in de vorm van een tweede gewijzigde vaststelling , als bedoeld in artikel 6:19 van de Awb) van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar'

Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01 is op 21 december 2023 gewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van ingestelde beroepen en gelijktijdige verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, heeft de Voorzieningenrechter bij uitspraak van 16 september 2024 met zaaknummer ECLI:NL:RVS:2024:3707, een voorlopige voorziening getroffen, en het besluit van de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel van 21 december 2023 waarbij het bestemmingsplan "Omgevingsplan Laar - Nieuw Laar" gewijzigd is vastgesteld, geschorst voor zover het betrekking heeft op de plandelen met de bestemming "Agrarisch" aan de Nieuw Laar 5a en de Laar 31-33-35 en Nieuw Laar 11 in Berlicum. De uitspraak in voorlopige voorziening heeft in combinatie met de aangevoerde beroepsgronden tot nieuwe inzichten geleid en vormt mede aanleiding voor een herstelbesluit (zoals bedoeld in artikel 6:19 Algemene wet bestuursrecht) in de vorm van een tweede gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02. De wijzigingen die met een tweede gewijzigde vaststelling zijn doorgevoerd, zijn in onderstaande wijzigingenoverzicht opgenomen.

1

Wijzigingenoverzicht bestemmingsplan met verbrede reikwijdte ‘Omgevingsplan Laar Nieuw Laar’ Nr. 1 1.1

Op de verbeelding aangebrachte wijzigingen De bij de eerste vaststelling op de verbeelding opgenomen situatie ter plaatse van Laar 31/33/35, zoals opgenomen in onderstaande,

wordt als volgt gewijzigd:

2

De wijzigingen hebben betrekking op: • Aanpassing van de aanduiding ‘bouwvlak’ • Aanpassing van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ • Aanpassing van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bouwperceel’ • Aanpassing van de functietoedeling ‘Groen – Landschappelijke Inpassing’ • Opname van de aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting 4’

3

1.2

De bij de eerste vaststelling op de verbeelding opgenomen situatie ter plaatse van Nieuw Laar 5a, zoals opgenomen in onderstaande,

wordt als volgt gewijzigd:

4

De wijzigingen hebben betrekking op: • Aanpassing van de aanduiding ‘bouwvlak’ • Aanpassing van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ • Opname van de functietoedeling ‘Groen – Landschappelijke Inpassing’ • Opname van de aanduiding ‘overige zone – voorwaardelijke verplichting 5’

5

1.3

De bij de eerste vaststelling op de verbeelding opgenomen situatie ter plaatse van Laar 32a, zoals opgenomen in onderstaande,

wordt als volgt gewijzigd:

6

De wijziging heeft betrekking op: • Opname van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 5’ 1.4

7

De bij de eerste vaststelling op de verbeelding opgenomen situatie ter plaatse van Schellekesveld 14, zoals opgenomen in onderstaande,

wordt als volgt gewijzigd:

1.5

8

De wijziging heeft betrekking op: • Opname van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 6’ De bij de eerste vaststelling aangehouden plangrens ten zuiden van Oud Laar, zoals opgenomen in onderstaande

wordt als volgt gewijzigd:

1.6

9

De wijziging heeft betrekking op: • Aanpassing van de plangrens naar aanleiding van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Woonlocatie Laarzicht Middelrode’ d.d. 6 februari 2025 met planidentificatienummer: NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarzicht-VA01 Ten opzichte van de eerste vaststelling wordt bij deze tweede gewijzigde vaststelling voorzien in opname van de aanduiding ‘overige zone - beperkkingen veehouderij’:

2. 2.1

In de regels en bijlagen bij de regels aangebrachte wijzigingen Voorafgaand aan Hoofdstuk 1 wordt de navolgende passage ingevoegd met betrekking tot de tweede gewijzigde vaststelling: Tweede gewijzigde vaststelling Het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' en met identificatienummer NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01 is op 21 december 2023 gewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van ingestelde beroepen en gelijktijdige verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, heeft de Voorzieningenrechter bij uitspraak van 16 september 2024 met zaaknummer ECLI:NL:RVS:2024:3707, een voorlopige voorziening getroffen, en het besluit van de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel van 21 december 2023 waarbij het bestemmingsplan "Omgevingsplan Laar - Nieuw Laar" gewijzigd is vastgesteld, geschorst voor zover het betrekking heeft op de plandelen met de bestemming "Agrarisch" aan de Nieuw Laar 5a en de Laar 31-3335 en Nieuw Laar 11 in Berlicum. De uitspraak in voorlopige voorziening heeft in combinatie met de aangevoerde beroepsgronden tot nieuwe inzichten geleid en vormt mede aanleiding voor een herstelbesluit (zoals bedoeld in artikel 6:19 Algemene wet bestuursrecht) in de vorm van een tweede gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte met plannaam 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' en met identificatienummer

10

NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02. De wijzigingen die met een tweede gewijzigde vaststelling zijn doorgevoerd, zijn grijs gemarkeerd in de regelset opgenomen.

2.2.

In artikel 1.1 wordt voorzien in de navolgende grijs gemarkeerde aanpassingen: 1.1 Tabellen Voor zover in deze regels tabellen zijn opgenomen, is uitsluitend hetgeen in de betreffende tabel is vermeld, toegestaan. Onder omstandigheden is hetgeen (mede is) toegestaan gekoppeld aan een aanduiding. Dat betekent bijvoorbeeld dat: 

als in de tabel functies 'Specifieke vorm van agrarisch – x' wordt genoemd, uitsluitend die functies zijn toegestaan op een locatie waarop deze aanduiding van toepassing is en voor zover van toepassing onder de daarbij vermelde voorwaarden; als in de tabel maatvoeringen worden genoemd, die maatvoeringen als minimum of maximum gelden, afhankelijk van hetgeen in de tabel is aangegeven.

2.3

In artikel 1.3 wordt voorzien in de navolgende grijs gemarkeerde aanpassingen:

1.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit 1. Indien de kolom of rij "Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit" is ingevuld, verleent het bevoegd gezag (indien daarvoor een vergunningaanvraag wordt ingediend en aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan) van de bijbehorende regeling afwijken door het verlenen van een omgevingsvergunning voor de betreffende afwijken van het omgevingsplanactiviteit. 2. Waarvoor een omgevingsvergunning kan wordt verleend afgeweken en onder welke voorwaarden, is vermeld in de kolom of rij "Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit". Voor zover van toepassing vormen Hoofdstuk 3,Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 daarnaast het toetsingskader voor deze vergunning. Bij de vergunningverlening kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld met het oog op de doelstellingen voor het gebied Laar - Nieuw Laar zoals verwoord in de Gebiedsvisie Laar - Nieuw Laar en met het oog op het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, waarbij mede het bepaalde in Artikel 18 in acht wordt genomen, alsmede het bepaalde in Artikel 2.

2.4

In artikel 6.2 wordt voorzien in de navolgende grijs gemarkeerde aanpassing. Daarnaast wordt de publicatieversie van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gewijzigd van VA01 naar VA02. 6.2

11

bestemmingsplan met verbrede reikwijdte

2.5

het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, bestaande uit de de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA02; De begripsbepaling ‘bouwperceel’ in artikel 6.25 wordt in overeenstemming gebracht met de begripsbepaling die is opgenomen in de provinciale Interim OmgevingsVerordening zoals deze gold voor 1 januari 2024 (nu het oude recht van toepassing blijft op de eerste vaststelling van het bestemmingsplan en het herstelbesluit) en luidt na aanpassing als volgt: 6.25 bouwperceel: aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan;

2.6

De begripsbepaling ‘dikke fractie’ wordt toegevoegd in artikel 6.32 onder vernummering van overige artikelen: 6.32

2.7

vaste mest die ontstaat uit scheiding van drijfmest alsmede uit scheiding van digestaat dat overblijft na (co)vergisting;. De begripsbepaling ‘dunne fractie’ wordt toegevoegd in artikel 6.33 onder vernummering van overige artikelen: 6.33

2.8

12

mestbewerking:

de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, compostering hygiënisatie of indamping van mest; Het begrip ‘mestscheiding’ wordt toegevoegd in artikel 6.53 onder vernummering van overige artikelen: 6.53

2.10

dunne fractie:

vloeibare mest die ontstaat uit scheiding van drijfmest alsmede uit scheiding van het digestaat dat overblijft na (co)vergisting;. De begripsbepaling ‘mestbewerking’ in artikel 6:52 wordt integraal vervangen door: 6.52

2.9

dikke fractie:

mestscheiding

het scheiden van drijfmest en digestaat in een dunne en dikke fractie. Het begrip ‘nadere regels zorgvuldige veehouderij’ wordt toegevoegd in artikel 6.56 onder vernummering van overige artikelen:

6.56

2.11

6.62

2.12

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit:

de omgevingsvergunning als bedoeld artikel 7c lid 14 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet gelezen in samenhang met artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met inachtneming van die wetten zoals die golden vóór 1 januari 2024; Het begrip ‘omgevingsplanactiviteit’ wordt in artikel 6.63 integraal vervangen door: 6.63

2.13

nadere regels zorgvuldige veehouderij

Door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 19 juli 2022 ten behoeve van een zorgvuldige veehouderij vastgestelde regels (versie 2.2), vastgelegd met planidn NL.IMRO.9930.wijznrbzv22-va01; Het begrip ‘omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit’ wordt toegevoegd in artikel 6.62 onder vernummering van overige artikelen:

omgevingsplanactiviteit

een activiteit waarvoor in het bestemmingsplan een vergunningplicht is gecreëerd en regels zijn gesteld; Artikel 8.1 wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

8.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan:

13

Kolom 1.1 Hoofdfunctie(s)

Kolom 1.2 Nadere uitleg of voorwaarden

Kolom 1.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

Met inachtneming van het bepaalde in kolom 1.2 ('nadere uitleg of voorwaarden') van artikel 8.1 van deze planregels, zijn de volgende functies toegestaan: a. een agrarische bedrijfsuitoefening, (met in achtneming van de overige bepalingen uit dit artikel), waaronder mede begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik;

Bouwvlak en relatieteken: Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' is één agrarisch bedrijf toegestaan. Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee of meer aanduidingen 'bouwvlak' dan

Het is verboden om zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit ander gebruik aan te vangen ten opzichte van het artikel 8.1 in kolom 1.1

b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding zijn hierop de bepalingen met en 1.2 vermelde gebruik of 'bouwvlak' een grondgebonden veehouderij; betrekking tot een enkel voorwaarden. De gevallen c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding bouwvlak van waarin dit mogelijk is, 'intensieve veehouderij', een intensieve overeenkomstige toepassing. alsmede de voorwaarden veehouderij; waaronder gebruik d. ter plaatse van de aanduiding Intensieve veehouderij: gemaakt kan worden, zijn 'landschapselementen', landschapselementen; Ter plaatse van de aanduiding vermeld in artikel 8.4. e. wonen uitsluitend in een bedrijfswoning; 'intensieve veehouderij' geldt f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm voor de intensieve van wonen - plattelandswoning' wonen in een veehouderijactiviteiten het plattelandswoning; volgende: g. de uitoefening van een aan huis gebonden 1. uitsluitend de beroep in de bedrijfswoning, met dien verstande bedrijfsactiviteiten die op dat het oppervlak ten behoeve van de datum van eerste vaststelling beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 van van het plan (21 december het vloeroppervlak per woning bedraagt en 2023) onherroepelijk zijn uitgevoerd wordt door de bewoner; vergund, zijn toegestaan. Dat h. een bed&breakfast accommodatie in een houdt in dat: bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen.

Dit is inclusief de - op het perceel aan Laar aanwezige accommodatie in bijgebouwen die 31/33/35 te Berlicum door het bevoegd gezag middels een uitsluitend de uitoefening van omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit de bedrijfsactiviteiten zijn verleend kan worden; toegestaan, zoals vergund in de i. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', revisievergunning van 8 het behoud, herstel en ontwikkeling van de november 2011 (met kenmerk: waarden, in het bijzonder voor het op de 257468), inclusief de verbeelding aangeduide besloten gebied; veranderingsvergunningen van j. ter plaatse van de aanduiding 'historisch 15 november 2012 (met landschappelijk gebied', het behoud, herstel en kenmerk: 429861), 27 ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder september 2016 (met voor het op de verbeelding aangeduide historisch kenmerk: 410229), 2 oktober

14

landschappelijk gebied; 2017 (met kenmerk: k. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische 20120185), 3 juli 2018 (met verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en kenmerk: 2018087) en 27 ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder december 2021 (met kenmerk: voor het op de verbeelding aangeduide OV2021264), welke als bijlage archeologische verwachtingswaarde; 10 bij de planregels zijn l. het bewerken van ter plaatse geproduceerde gehecht. producten; - op het perceel aan Nieuw m. verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen Laar 5a te Berlicum uitsluitend producten als nevenactiviteit tot maximaal 100 de uitoefening van de m2; bedrijfsactiviteiten zijn n. agrarisch natuurbeheer en/of toegestaan, zoals vergund in de landschapsbeheer; revisievergunning van 24 maart o. extensief dagrecreatief medegebruik; 2020 (met kenmerk: p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm UV20160130), welke als bijlage van agrarisch - parapluhooiberg' een paraplu 9 bij de planregels zijn gehecht. hooiberg; q. een paardenbak ter plaatse van de aanduiding 2. een wijziging van het onder 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; 1 genoemde vergunde gebruik r.

bestaand legaal gebruik van een veldschuur ter is toegestaan, onder de plaatse van de aanduiding 'specifieke cumulatieve voorwaarden dat: bouwaanduiding - veldschuur', waaronder - de milieuhinder (waaronder begrepen het houden van maximaal 5 paarden; ook begrepen de emissies en s. een minicamping uitsluitend ten behoeve van deposities) daardoor niet 10 camperplaatsen ter plaatse van de aanduiding toeneemt; 'specifieke vorm van recreatie - minicamping'; - dit plaatsvindt binnen de t. mestbewerking uitsluitend ter plaatse van de bestaande bouwwerken of aanduiding 'bouwvlak' op het perceel aan Laar vervangende bouwwerken die 31/33/35 te Berlicum (met in achtneming van de worden opgericht ter plaatse overige bepalingen uit dit artikel, waaronder van die bestaande begrepen kolom 1.2 uit artikel 8.1); bouwwerken; en u. behoud en herstel van cultuurhistorische - de bestaande diersoorten (te

15

waarden ter plaatse van de aanduiding weten varkens en voor Nieuw 'cultuurhistorische waarden'. Laar 5 tevens rundvee) én de v. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding totale dieraantallen zoals 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' onherroepelijk vergund in de algenteelt in een inpandige ruimte die is onder 1 genoemde aangesloten op een chemische luchtwasser met vergunningen niet wijzigen. biobed en een uittredesnelheid van minimaal 5 Met dien verstande dat er wel m/s naar de buitenlucht. uitwisseling mag plaatsvinden w. ter plaatse van het bouwvlak op het perceel binnen de op grond van de aan Laar 11 te Berlicum en ter plaatse van de hierboven genoemde functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - vergunningen vastgelegde 1' op het perceel Laar 11 te Berlicum, zijn, in diercategorieën. afwijking van artikel 8.1 sub b van deze planregels, geen (grondgebonden) veehouderijen Mestbewerking toegestaan, behalve een veehouderij in de vorm Mestbewerking binnen het van het houden van maximaal 35 ooien.

Verder is bouwvlak aan Laar 31/33/35 is binnen het bouwvlak op het perceel aan Laar 11 uitsluitend toegestaan te Berlicum en de functieaanduiding 'specifieke onder de navolgende vorm van agrarisch -1' op het perceel aan Laar 11 cumulatieve voorwaarden: te Berlicum, in aanvulling op hetgeen op grond - mestbewerking is uitsluitend van artikel 8.1 ter plaatse is toegestaan, een toegestaan indien dit inpandig caravanstalling met een vloeroppervlakte van plaatsvindt in een ruimte die is maximaal 1000 m2 toegestaan. aangesloten op een chemische luchtwasser met biobed en een uittredesnelheid van minimaal 5 m/s naar de buitenlucht. - uitsluitend de mest die op het eigen bedrijf aan Laar 31 /33/35 wordt geproduceerd, mag voor de mestbewerking worden gebruikt (ook wel: 'bedrijfseigen mest');

16

- de hedonisch gewogen geurimmissie vanwege de mestbewerking en verband houdende activiteiten (in de vorm van onder andere laden en lossen, verladen en mengen) ter plaatse van geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij in het buitengebied maximaal 0,5 ouE(H)/m3 bedraagt (98percentielwaarde). - de maximaal toegestane capaciteit van de mestbewerking de in bijlage 8 bij de planregels genoemde hoeveelheden niet overschrijdt en geen andere producten of stoffen worden gebruikt dan genoemd in deze bijlage 8 bij de planregels. Uit deze bijlage volgt onder meer dat - jaarlijks maximaal 15.000 ton bedrijfseigen mest mag worden gescheiden (als onderdeel van de mestbewerking); - jaarlijks maximaal 14.864 ton biomassa mag worden vergist (als onderdeel van de mestbewerking), uitsluitend

17

bestaande uit (1) maximaal 3.750 ton/jaar dikke fractie (die tot stand is gekomen uit de voornoemde scheiding van bedrijfseigen mest), (2) maximaal 1.000 ton/jaar glycerine, met dien verstande dat andere co-producten niet zijn toegestaan en (3) aangevuld met water. Beperkingen veehouderij 1. Binnen de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt dat:: a. uitbreiding van, vestiging van en omschakeling naar een veehouderij is uitgesloten; b. een toename van de bestaande oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten; c. een toename van de bestaande oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitgesloten. 2. Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing indien sprake is

18

van een grondgebonden veehouderij die voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de 'nadere regels zorgvuldige veehouderij'; Ter zake van alle toegestane (gebruiks)functies geldt dat moet worden voldaan aan het bepaalde in Hoofdstuk 3 Regels voor overige bouwactiviteiten, Hoofdstuk 4 Regels voor overige activiteiten en Hoofdstuk 5 Regels voor sectorale aspecten. Kolom 2.1 Bijbehorende functie(s)

Kolom 2.2 Nadere uitleg of voorwaarden

Kolom 2.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

a. bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: n.v.t.: functies zijn rechtstreeks b. voor het perceel aan Laar 31/33/35 te Berlicum ontsluitingswegen en toegelaten. geldt in afwijking van sub a (uit kolom 2.1 van paden, artikel 8.1 van de planregels) dat als sprake is van parkeervoorzieningen een hoofdfunctie zoals omschreven in artikel 8.1, (ook ten behoeve van lid 1 onder b of c (uit kolom 1.1 van artikel 8.1 aangrenzende van de planregels) (grondgebonden veehouderij functietoedelingen, of intensieve veehouderij), dat de bij deze functie groenvoorzieningen, behorende voorzieningen uitsluitend zijn nutsvoorzieningen, water, toegestaan binnen het bouwvlak en/of de waterhuishoudingkundige bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding voorzieningen. bouwperceel'.

2.14

19

Artikel 8.2 wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

8.2 Verboden functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende functies en gebruik verboden: Kolom 1. Verboden functie(s) en gebruik binnen Kolom 2. Nadere uitleg of voorwaarden de locatie 'Agrarisch':

Kolom 3. Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

Met inachtneming van het bepaalde in kolom 2 Gronden en bouwwerken die n.v.t. (van artikel 8.2) zijn binnen de locatie 'Agrarisch' buiten het bouwvlak en/of de volgende functies en gebruik verboden: de bouwaanduiding a. het houden van dieren binnen gebouwen 'specifieke bouwaanduiding anders dan op de begane grond, ongeacht bouwperceel' liggen, mogen voorzieningen voor dierenwelzijn; niet ten dienste van de b. detailhandel met uitzondering van de grondgebonden veehouderij detailhandel in streekeigen producten als of de intensieve veehouderij onderdeel van de op grond van artikel 8.1 of 8.4 worden gebruikt. Op deze toegelaten activiteiten; gronden kunnen dus ook c. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. geen bouwwerken worden LPG); opgericht of voorzieningen d. seksinrichtingen; worden gerealiseerd die e. opslag van goederen en materialen buiten het functioneel bij de bebouwing bouwvlak; in het bouwvlak voor een f. het gebruik van gebouwen, behoudens de veehouderij horen. Deze bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke delen van de percelen zijn bewoning en direct daarmee verband houdend daarmee ook niet aan te gebruik van voorzieningen zoals merken als 'erf' in de zin van gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, artikel 1 van bijlage II van het kook- en wasgelegenheid; Besluit omgevingsrecht g. (proef)boringen naar gas, waaronder (hierna: 'Bor').

Om die reden schaliegas; kunnen buiten het bouwvlak h. risicovolle inrichtingen; en/of de bouwaanduiding i. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen. 'specifieke bouwaanduiding j. het gebruiken of het laten gebruiken van – bouwperceel’ geen 20

gronden en bouwwerken waarbij een toename vergunningvrije bouwwerken van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de zoals bedoeld in artikel 2 van betreffende gronden of bouwwerken. bijlage II van het Bor worden k. voor het perceel aan Laar 31/33/35 gebruik van opgericht voor de gronden of bouwwerken buiten het bouwvlak veehouderij. Bouwwerken en en/of de bouwaanduiding 'specifieke voorzieningen die ter plaatse bouwaanduiding - bouwperceel' ten dienste van - met inachtneming van de de (grondgebonden) veehouderij en/of bouwregels - kunnen worden intensieve veehouderij. opgericht, kunnen alleen voor de overige toegelaten functies die zijn opgenomen in artikel 8.1 van de planregels en waarvoor geen (functie)aanduiding geldt, worden gebruikt.

2.15

In artikel 8.3 wordt een bepaling ingevoegd betreffende ‘Voorwaardelijke verplichtingen’ onder vernummering van overige artikelen:

8.3

Voorwaardelijke verplichtingen

8.3.1 Landschappelijke inpassing Nieuw Laar 5a Het (feitelijk) gebruiken of bebouwen van de gronden met de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 5' ten behoeve van de functies zoals omschreven in artikel 8.1, sub b of c van de planregels (zie kolom 1.1. uit artikel 8.1 van de planregels; te weten grondgebonden of intensieve veehouderij) , is uitsluitend toegestaan voor zover binnen 2 jaar na aanvang van deze gebruiks- of bouwactiviteit, de landschappelijke inpassing conform het landschapsinpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 6 bij de regels is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 8.3.2

Sloop bouwwerken buiten bouwvlak/ bouwaanduiding en landschappelijke inpassing Laar 31/33/35

Het (feitelijk) gebruiken of bebouwen van de gronden met de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 4' ten behoeve van de functies zoals omschreven in artikel 8.1, sub b of c van de planregels (zie kolom 1.1. uit artikel 8.1 van de planregels; te weten grondgebonden of intensieve veehouderij), is uitsluitend toegestaan voor zover (1) alle bouwwerken ten behoeve van de veehouderij buiten het bouwvlak of de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' zijn gesloopt én (2) binnen 2 jaar na aanvang van 21

2.16

deze gebruiks- of bouwactiviteit, de landschappelijke inpassing conform het landschapsinpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 5 bij de regels is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Daarbij geldt dat de realisatie betrekking heeft op de landschapsinpassingsmaatregelen als bedoeld in A4 tot en met A9 uit het aangehaalde landschapsinpassingsplan. De instandhouding heeft hierbij betrekking op de landschapsinpassingsmaatregelen als bedoeld in A1 tot en met A9. Artikel 8.4. Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit toegestane functies en gebruik en Artikel 8.4.1 betreffende ‘Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten’ worden gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen: 8.4 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit toegestane functies en gebruik Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 8.1, kolom 1.3, op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 8.4.1 Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten Uitbreiding van de varkenshouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' binnen de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend toegestaan als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: a.

Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 9.878 dieren en het maximum aantal stuks rundvee ter plaatse van Nieuw Laar 5a bedraagt niet meer dan 27 dieren, waarbij geldt dat: 1. het maximum aantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a niet meer bedraagt dan 3.878 en het maximum aantal stuks rundvee ter plaatse van Nieuw Laar 5a bedraagt niet meer dan 27 en zulks met een maximum per diercategorie en per stal zoals vermeld in onderstaande tabel en zoals nader geduid in de afbeelding die is opgenomen in bijlage 11:

Tabel Maximale dierbezetting Nieuw Laar 5a bij uitbreiding intensieve veehouderij Nieuw Laar 5a

22

stal

soort / diercategorie

maximaal aantal

1

gespeende biggen

201

1

kraamzeugen

50

2

guste en dragende zeugen

546

3

vleesvarkens

192

3

opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking

768

3

dekberen 7 maanden en ouder

4

4

guste en dragende zeugen

821

5

vleesvarkens

1.296

1b

overig rundvee

27

2.

het maximum aantal varkens ter plaatse van Laar 31/33/35 niet meer bedraagt dan 6.000 en zulks met een maximum per diercategorie en per stal zoals vermeld in onderstaande tabel en zoals nader geduid in de afbeelding die is opgenomen in bijlage 12:

Tabel Maximale dierbezetting Laar 31/33/35 bij uitbreiding intensieve veehouderij Laar 31/33/35 stal

soort / diercategorie

maximaal aantal

4 en 5

guste en dragende zeugen

1.050

6 en 7

kraamzeugen (incl. biggen tot spenen)

300

6 en 7

gespeende biggen

1.040

6 en 7

opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking

1.170

8 en 9

kraamzeugen (incl. biggen tot spenen)

645

10 en 11

guste en dragende zeugen

1.778

10 en 11

dekberen 7 maanden en ouder

17

3.

b. c. 23

voor uitsluitend Nieuw Laar 5a geldt dat kan worden geschoven in de hiervoor genoemde diercategorieën tot de maxima genoemd in artikel 8.4.1 sub a lid 1 van deze planregels (maximaal 3878 varkens), voor zover de (cumulatieve) milieuhinder (waaronder ook begrepen de emissies en deposities en o.a. op gebied van geur, geluid en verkeersbewerkingen) daardoor niet toeneemt.

De best beschikbare techniek voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of hiermee gelijkwaardige technologie; Bij de toepassing van een gecombineerd luchtwassersysteem wordt tenminste voldaan aan het navolgende:

1. 2.

d.

e.

f.

g.

h.

24

de uittredesnelheid van het gecombineerd luchtwassersysteem bedraagt te allen tijde minimaal 7 m/s; voldaan dient te worden aan de de maatregelen zoals bedoeld in Bijlage 7 bij deze regels worden uitgevoerd ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het gecombineerd luchtwassersysteem; 3. ter handhaving van de onder punt 1 en 2 gestelde voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende algemeen geldende verplichtingen:  het bijhouden van een administratie van gegevens betreffende de continue monitoring van onder punt 1 en 2 genoemde maatregelen; De best beschikbare techniek voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of hiermee gelijkwaardige technologie;  het ter inzage geven van deze gegevens op eerste aanvraag van een daartoe bevoegde ambtenaar. Er vindt géén toename plaats van de stikstofemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf, tenzij de emissie afkomstig van het met deze omgevingsvergunning aangevraagde 'gebruik na wijziging van gronden en bouwwerken', ten opzichte van de emissie afkomstig van de feitelijke planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan vanuit die gronden en bouwwerken niet leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr op voor stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied.

Of sprake is van een toename van stikstofdepositie als bedoeld onder d, dient als volgt te worden bepaald:  er wordt een verschilberekening gemaakt met gebruik van de op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest actuele versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator. voor wat betreft Nieuw Laar 5a invulling wordt gegeven aan het navolgende: 1. het houden van vee ter plaatse van Onrooi 12 te Boxtel, zoals bedoeld in Bijlage 5 Passende beoordeling incl. bijlagen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en meer specifiek geduid in de hiervan onderdeel uitmakende bijlage 6, is beëindigd en verzekerd is dat hervatting van die activiteiten rechtens is uitgesloten. Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij:, welke zijn opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten en geldend op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan: 1.

de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving en gelet op de volgende aspecten inpasbaar is in de omgeving:  er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden;  de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid;  een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd;

2.

i.

j. k. l.

is aangetoond dat de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, in de bebouwde kom niet hoger is dan 5 Ou / m3 en in het buitengebied niet hoger is dan 10 Ou/ m3, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde geurnormen- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 3. participatie heeft plaatsgevonden, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. In het kader van staldering als bewijs is overlegd dat: geldt dat een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, door het oprichten of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf, alleen is toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering onder 1. ingeval van sloop tenminste 120% en in geval van herbestemming tenminste 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. de sanering onder 1.

plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling. Voor dit plangebied wordt de toepassing van de ruimte voor ruimteregeling bij de sanering als bedoeld onder 1. hierbij niet aangemerkt als een provinciale saneringsregeling; 4. het bewijs dat aan de voorwaarden als vermeld onder 1 en 2 is voldaan, is uitgegeven door of namens gedeputeerde staten; 5. onder een bestaand dierenverblijf wordt verstaan: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu, ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, ex artikel 2, eerste lid, onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal is te zijn; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing met een omvang van tenminste 10% ten opzichte van het bouwperceel verzekerd is te zijn.

Voor de toepassing van dit artikel geldt dat met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de borging hiervan, dat het bevoegd gezag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7af lid 14 en 15 van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan): m. in afwijking van artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning bepaalt dat:

25

1.

de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging minder bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand; of 2. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde van de in de geurverordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte. n. in afwijking van de artikelen 3.115, tweede lid, aanhef en onder b, en 3.118, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een dierenverblijf bij maatwerkvoorschrift bepaalt dat de geurbelasting, bedoeld in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van dat besluit (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan), minder bedraagt dan het in dat lid bedoelde gemiddelde.

2.17

Artikel 8.4.2 betreffende ‘Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen: 8.4.2 Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen is uitsluitend toegestaan, als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

l.

2.18

26

de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2 van de woning, de gronden en/of bijgebouwen gezamenlijk; alleen detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende beroep of bedrijf is toegestaan; de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2; horeca is niet toegestaan; het beroep of bedrijf mag geen onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben; voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; buitenopslag is niet toegestaan; reclame-uitingen zijn niet toegestaan; laden en lossen mag uitsluitend op eigen terrein plaatsvinden; de activiteit dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.

Artikel 8.4.3 betreffende ‘Nevenactiviteiten’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

8.4.3 Nevenactiviteiten De volgende nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan, als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.

5. 6.

7. 8. 9.

27

niet aan het buitengebied gebonden bedrijven in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten tot een maximale oppervlakte van 400 m²; agrarisch-verwante bedrijven en agrarisch-technische bedrijven, waarbij de bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking zoals loon- en grondverzetbedrijven niet zijn toegestaan; statische opslag tot een maximale oppervlakte van 1.000 m², mits het geen handelsactiviteiten betreft; verblijfsrecreatie (minicamping, camperplaatsen en/of trekkershutten) met een maximale oppervlakte van 1 hectare, grenzend aan en/of liggend binnen een agrarisch bouwvlak of grenzend aan een bestemmingsvlak wonen met dien verstande dat: a. de al bestaande (mini)campings niet van deze nevenactiviteit gebruik mogen maken; b. er maximaal 5 trekkershutten opgericht mogen worden; c. er maximaal 10 camperplaatsen opgericht mogen worden; d. een standplaats op een minicamping heeft een minimale oppervlakte van 230 m² en een camperplaats heeft een minimale oppervlakte van 100 m2; e. verblijfsrecreatie uitsluitend plaatsvindt in de periode van 1 maart tot en met 1 november en van 16 december tot en met 16 januari; f. de afstand van het terrein tot de woningen van omwonenden dient minimaal 50 meter te bedragen; g.

er een woning op het betreffende bouwvlak aanwezig is; h. er landschappelijke inpassing plaatsvindt van minimaal 30% van de oppervlakte van de minicamping; groepsaccommodatie tot een maximale oppervlakte van 400 m²; een bed & breakfast accommodatie in bijgebouwen bij een bedrijfwoning voor maximaal 10 personen verdeeld over maximaal 5 kamers. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in de bedrijfswoning, waarbij de totale oppervlakte aan bed & breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 100 m2; dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen tot een maximale oppervlakte van 400 m²; horeca ten dienste van extensieve recreatie, zoals een theetuin en een ijs/snackverkooppunt tot maximaal 100 m² (gezamenlijke oppervlakte van binnen- en buitenruimte); zorgfuncties en/of maatschappelijke functies tot een maximale oppervlakte van 400 m²;

10. bij cumulatie van meerdere vormen van nevenactiviteiten/verbrede landbouw dan wel aan huis gebonden beroepen mag het totale daarvoor te gebruiken bruto vloeroppervlak niet meer bedragen dan 400 m² behalve wanneer sprake is van een combinatie met statische opslag of een minicamping. In het geval van statische opslag is een maximale oppervlakte voor nevenactiviteiten van in totaal 1000 m² toegestaan waarvan minimaal 600 m2 dient te worden ingezet ten behoeve van statische opslag . Als het gaat om een minicamping is maximaal een oppervlak van 5000 m² voor nevenactiviteiten toegestaan waarvan minimaal 4600 m2 dient te worden ingezet ten behoeve van de minicamping. mits tevens is voldaan aan de volgende algemene voorwaarden: 11. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij het agrarisch bouwvlak behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden aangetast; 12. door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt; 13. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19. Parkeervoorzieningen ten behoeve van een nevenactiviteit behorend bij een aanduiding agrarisch bouwvlak dienen binnen dit agrarische bouwvlak te worden gerealiseerd; 14. de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; 15.

indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. 16. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; 17. de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend.

2.19

Artikel 8.4.4 betreffende ‘Tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

8.4.4 Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen is uitsluitend toegestaan, als daar een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

28

een dergelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; de huisvesting uitsluitend werknemers betreft die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten. Dit dient te allen tijde door de ondernemer te kunnen worden aangetoond middels het bijhouden van een nachtregistratie;

3.

de huisvesting niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedraagt. In uitzonderlijke gevallen kan de periode worden verlengd tot maximaal 8 maanden. Het opstellen van een bedrijfsplan is dan noodzakelijk. Daarnaast dient in deze gevallen de Stichting Advisering Buitengebied (SAB) om advies te worden gevraagd; 4. de huisvesting kan plaatsvinden in een bestaand, een uit te breiden dan wel een nieuw op te richten bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan, met dien verstande dat de gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van het nachtverblijf niet meer bedraagt dan 10-15 m2 per persoon; 5. er geen sprake is van zelfstandige wooneenheden; 6. het maximaal aantal personen dat gehuisvest wordt niet meer dan 20 bedraagt; 7. de afwijking kan uitsluitend worden verleend indien is aangetoond dat voldoende structurele voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke huisvesting ontbreken; 8. het agrarische bedrijf dient de hoofdfunctie te blijven. De huisvesting van seizoensarbeiders dient gekoppeld te zijn aan een nog in werking zijnd agrarisch bedrijf. Bij beëindiging van de agrarische functie is het huisvesten van seizoenarbeiders niet meer toegestaan; 9. de huisvesting dient vooraf te worden getoetst op de algemene criteria, zoals (externe) veiligheid, hygiëne, lucht, bodem, riolering, water, verkeer, geluid, natuur en landschap en milieuzonering; 10.

er dient voorzien te worden in voldoende adequate parkeerplaatsen binnen het bouwvlak, waarbij dient te worden uitgegaan van 1 parkeerplaats per bed; 11. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dien dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap.

Hierbij geldt dat het bevoegd gezag de verleende omgevingsvergunning omgevingsactiviteit voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders kan intrekken indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijke grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is, dan wel onvoldoende inspanningen geleverd zijn om in meer structurele vormen van huisvesting te voorzien. 2.20

Artikel 8.4.5 betreffende ‘Plattelandswoning’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen: 8.4.5 Plattelandswoning Het gebruik van een agrarische bedrijfswoning, als bedoeld in artikel 8.1 onder f, als plattelandswoning is uitsluitend toegestaan, als daarvoor een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

3. 29

De betreffende woning ligt binnen een agrarisch bouwvlak; De agrarische bedrijvigheid is en blijft als hoofdfunctie aanwezig. De aanwezigheid van een reëel bestaand bijbehorend bedrijf kan in ieder geval worden aangetoond middels een advies van de SAB; De bouwregels zoals die gelden voor de reguliere agrarische bedrijfswoning zijn van overeenkomstige toepassing;

4. De luchtkwaliteit ter plaatse van de betreffende woning dient te voldoen aan titel 5.2 van de Wet milieubeheer. 2.21

Artikel 8.7.2. betreffende ‘Het plaatsen van een mestvergistingsinstallatie’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

8.7.2 Het plaatsen van een mestvergistingsinstallatie Het plaatsen van een mestvergistingsinstallatie binnen de aanduiding bouwvlak aan het Laar 31/33/35 is toegestaan indien wordt aan de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5.

2.22

de hoogte van de silo's ten behoeve van een mestvergistingsinstallatie mag maximaal 10 meter bedragen en de doorsnede maximaal 25 meter; de maximale capaciteit van een vergistingsinstallatie bedraagt 14.864 ton/jaar biomassa, bestaande uit 3.750 ton/jaar dikke fractie na mestscheiding, 1.000 ton/jaar glycerine en aangevuld met water. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden niet onevenredig worden aangetast; uitsluitend de mest die op het eigen bedrijf aan Laar 31/33/35 wordt geproduceerd mag worden verwerkt; de ontwikkeling dient gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening;

Artikel 9.1 betreffende ‘Toegestane functies en gebruik’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

9.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: 1. Hoofdfunctie(s) Functies die passend toegestaan zijn in het gebied 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden', waaronder in ieder geval worden begrepen: a. een agrarische grondgebonden bedrijfsuitoefening, waaronder mede begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. ter plaatse van de aanduiding

30

Nadere uitleg of voorwaarden

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

'landschapselementen', een landschapselement; c. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; d. ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; e. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; f. agrarisch natuurbeheer en/of landschapsbeheer; g. extensief dagrecreatief medegebruik; h. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied.

2. Bijbehorende functie(s)

Nadere uitleg of voorwaarden

a. Bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: ontsluitingswegen en paden, parkeervoorzieningen (ook ten behoeve van aangrenzende functietoedelingen, groenvoorzieningen, 31

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit n.v.t.: functies zijn rechtstreeks toegelaten.

nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudingkundige voorzieningen.

2.23

Artikel 10.1 betreffende ‘Toegestane functies en gebruik’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen: 10.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Bedrijf' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: 1. Hoofdfunctie(s)

Nadere uitleg of voorwaarden

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

Functies die passend toegestaan zijn binnen de locatie 'Specifieke vorm van Door middel van een 'Bedrijf', waaronder in ieder geval worden begrepen: bedrijf - 5': omgevingsvergunning a. bedrijfsuitoefening ter plaatse van navolgende ter plaatse van de omgevingsplanactiviteit kan aanduidingen overeenkomstig de hierbij beschreven aanduiding 'specifieke worden afgeweken van het toegestane functies en gebruik: vorm van bedrijf - 5' is bepaalde in 10.1 lid 1 een paardenhouderij (hoofdfunctie(s) en nadere 1. 'specifieke vorm van bedrijf - 1': uitsluitend toegestaan uitleg of voorwaarden). De een installatiebedrijf en daarnaast een museum met overeenkomstig de gevallen waarin dit mogelijk een maximale vloeroppervlakte van 100 m2; vergunde situatie voor is, alsmede de voorwaarden 2. 'specifieke vorm van bedrijf - 2': wat diersoorten en waaronder gebruik gemaakt een hoveniersbedrijf; dieraantallen. kan worden, zijn vermeld in 3. 'specifieke vorm van bedrijf - 3': 10.3. een grondverzet- en loonbedrijf; Voldaan moet worden 5. 'specifieke vorm van bedrijf - 5' een organisatie en aan het bepaalde in Door middel van een adviesbureau en een paardenhouderij'; Hoofdstuk 3 Regels voor omgevingsvergunning 6. 'specifieke vorm van bedrijf - 6' een opslagbedrijf; overige bouwactiviteiten omgevingsplanactiviteit als 7.

'specifieke vorm van bedrijf - 7' een en Hoofdstuk 4 Regels bedoeld in 18.2, kan tevens caravanstallingsbedrijf en eiergroothandel tot voor overige activiteiten naast de toegestane maximaal de vloeroppervlakte van de bestaande en Hoofdstuk 5 Regels bedrijfsuitoefening als functies in de bestaande gebouwen. voor sectorale aspecten. bepaald in 10.1 lid 1 onder a, b. wonen in een bedrijfswoning; binnen de maximum c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening', een toegestane bebouwde

32

nutsvoorziening; d. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in de bedrijfswoning, met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner; e. een bed&breakfast accommodatie in een bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in bijgebouwen die door het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit verleend kan worden; f. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; g. ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; h. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide archeologische verwachtingswaarde; i. detailhandel: als nevenactiviteit, uitsluitend voorzover dit rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende bedrijf, tot een maximum verkoopvloeroppervlak:van 200 m2; j. extensief dagrecreatief medegebruik.

33

oppervlakte worden voorzien in het aanvangen of veranderen van een functie dan wel een ingrijpende wijziging van de bedrijfsvoering overeenkomstig de regels als bedoeld in 18.2.

2. Bijbehorende functie(s)

Nadere uitleg of voorwaarden

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

a. Bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: n.v.t.: functies zijn rechtstreeks ontsluitingswegen en toegelaten. paden, parkeervoorzieningen (ook ten behoeve van aangrenzende functietoedelingen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudingkundige voorzieningen.

2.24

Artikel 15.1 betreffende ‘Toegestane functies en gebruik’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

15.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Wonen - 1' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: a. b. c. d. e. f. g.

34

wonen in een woning; een bed & breakfast accommodatie met maximaal 5 kamers en voor maximaal 10 personen binnen het hoofdgebouw. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in het hoofdgebouw, met dien verstande dat het oppervlak ten behoeve van de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 van het vloeroppervlak per woning bedraagt en uitgevoerd wordt door de bewoner; behoud en herstel van cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' en 'specifieke vorm van wonen - 5' statische opslag in bijgebouwen in bestaande bruto vloeroppervlakte; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 3' een hoveniersbedrijf in bestaande omvang; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4' kleinschalige bedrijvigheid tot en met een maximum milieucategorie 2 als bedoeld in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 alsmede een vakantiewoning met een gezamenlijk begane grondvloeroppervlakte van 315 m2;

h.

ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide besloten gebied; i. tuinen, erven en terreinen; j. ter plaatse van de aanduiding 'historisch landschappelijk gebied', het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder voor het op de verbeelding aangeduide historisch landschappelijk gebied; k. parkeervoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; m. groenvoorzieningen. n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parapluhooiberg' een paraplu hooiberg; o. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' een camping met een maximum van 35 kampeerplaatsen binnen de begrenzing van deze aanduiding in het plangebied.

2.25

Artikel 15.4.2 betreffende ‘Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

15.4.2 Bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.

35

de oppervlakte van al dan niet met vergunning gebouwde bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied:, met uitzondering van parapluhooibergen als bedoeld in lid f, bedraagt per woning niet meer dan: a. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; b. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m 2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; c. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m 2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; d. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 325 m 2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2'; e. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de maximum oppervlakte van bijbehorende bouwwerken 364 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 4';

f.

b. c. d. e.

f.

2.26

in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 kan de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken zoals bedoeld in lid a onder 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - recreatie' worden vermeerderd met een maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte , voorzover hierbij binnen het plangebied het maximum begane grond vloeroppervlakte van 220 m2 voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte niet wordt overschreden. g. In afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 tot en met 3 bedraagt de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken 555 m2 zoals bedoeld in lid a onder 1 tot en met 3 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 6'. de afstand van de bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrens dient minimaal 1 meter te bedragen; de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de woning bedraagt niet meer dan 30 meter. Deze maatvoering dient ook in acht te worden genomen bij de herbouw van een bijgebouw; bijbehorende bouwwerken mogen niet vóór de gevellijn gebouwd worden; de maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3,5 meter en de maximale hoogte 6 meter.

In afwijking hiervan geldt voor gebouwen ten behoeve van sanitair en een gemeenschappelijke ruimte ter plaatse van de aanduiding 'overige zone recreatie' enkel een maximale bouwhoogte van 5 meter. in afwijking van het bepaalde in lid b, c en e en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parapluhooiberg' is een parapluhooiberg: toegestaan, met dien verstande dat: 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 meter; 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 de bouwhoogte met maximaal 2 meter mag worden overschreden ten behoeve van de paal; 4. de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 49 m2; 5. aan- en uitbouwen niet zijn toegestaan; 6. de bouwhoogte van de wanden maximaal 3 meter mag bedragen; 7. tussen de wanden en de goothoogte minimaal 2 meter vrij van wanden en/of muren dient te zijn;

Artikel 24 betreffende ‘Zoneringen’ wordt gewijzigd op grijs gearceerde onderdelen:

Artikel 24

Zoneringen

24.1 Gebiedszoneringen Voor de overige gebiedszoneringen gelden de volgende regels. Ter plaatse van de aanduiding:

36

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

2.27

37

'overige zone - archeologische verwachtingswaarde 2’; 'overige zone - besloten gebied'; 'overige zone - historisch landschappelijk gebied'; 'overige zone - landschapselement'; 'wetgevingzone - wijzigingsgebied'; 'overige zone - recreatie'; 'overige zone - voorwaardelijke verplichting .. (numeriek)'; 'overige zone - beperkingen veehouderij'.

is het bepaalde in Hoofdstuk 2 Toedeling van functies aan locaties van toepassing, voorzover de bovenstaande aanduidingen hierin voorkomen. In de bijlagen bij de regels is ‘Bijlage 5 Landschapsinpassing Laar 31’ vervangen door ‘Bijlage 5 Landschapsinpassing Laar 31/33/35’. Hierbij is de landschapsinpassing inhoudelijk gewijzigd door de contouren van de landschapsinpassing af te stemmen op de gewijzigde vormgeving van de aanduidingen ‘bouwvlak’, ‘specifieke bouwaanduiding – bouwperceel’, ‘intensieve veehouderij’. Daarnaast is de landschappelijke inpassing op onderdelen gewijzigd door deze af te stemmen op de feitelijke situatie. In onderstaande is een uitsnede van de Landschapsinpassing Laar 31/33/35 weergegeven:

2.28

38

In de bijlagen bij de regels is ‘Bijlage 6 Kaders Landschapsinpassing Nieuw Laar 5a’ gewijzigd in ‘Bijlage 6 Landschapsinpassing Nieuw Laar 5a’. Hierbij is voorzien in een concrete landschapsinpassing voor Nieuw Laar 5a. Een en ander ter vervanging van bij de eerste vaststelling van het plan opgenomen kaders. In onderstaande is een uitsnede van de Landschapsinpassing Nieuw Laar 5a weergegeven:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3c4ff6fe-f84b-497d-b7d4-9e03eb4645af