Bijlage 6 knip 5, Bijlagenboek BP Woonwerklocatie Hamsestraat
Tekst van het document
Aangezien het plangebied nog deels binnen de beschermingszone gelegen is, zouden er uitstralingseffecten mogelijk kunnen zijn vanuit de Natte Natuurparel tot binnen het plangebied met een hogere GHG tot gevolg. Deze effecten zijn vooralsnog niet nader bekend. Bij het vooroverleg met het waterschap is aangegeven dat een grondwaterstandsverhoging tot 30 cm niet onrealistisch is. Dit is relevant voor benodigde ophogingen (en dus kosten en haalbaarheid) van het plan. Hierop dient men reeds te anticiperen. Middels een grondwaterstudie, samenhangend met de maatregelen bij de Groote Waterloop en Natuurparel De Scheeken, kan nader inzicht verkregen worden in de toekomstige grondwaterstanden. Om te voldoen aan de ontwateringsdiepte van 0,7 meter bij wegen en het bouwpeil bij de panden van 30 cm hoger dan de toekomstige wegen in het plangebied is vooralsnog een wegpeil van ca. 9,8 m +NAP geadviseerd en voor de vloerpeilen minimaal 10,1 m +NAP. Voor de tuinen is een maaiveldhoogte van ca. 9,6 m +NAP geadviseerd. Het gebruik van kruipruimtes ter plaatse wordt afgeraden. Hiervan kan afgeweken worden maar dan is een nadere onderbouwing met een langdurige meetreeks wenselijk geacht. De neerslag in het toekomstig woongebied kan zonder beperkingen via (mol)goten of ondergrondse lijnafwatering naar een aan te leggen hemelwatervoorziening of de ‘watermachine’ afstromen.
In het stelsel dienen voorzieningen getroffen worden om zand en bladeren af te vangen. Voor het totaal verhard oppervlak dient ter plaatse minimaal ca. (37.258m2 x 60 mm=) 2.235 m3 hemelwater verwerkt te worden. Hieronder zijn de inpassingmogelijkheden en aandachtspunten opgenomen waarmee rekening gehouden dient te worden bij de verdere planuitwerking. In eerste instantie wordt gestreefd naar een groene, robuuste planinrichting waarbij het dicht verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt wordt (groene tuinen en inrichting openbare ruimte, open bestrating en/of infiltratie op eigen perceel,…). Voorts kan hemelwater op eigen initiatief hergebruikt worden voor bijvoorbeeld besproeiing van de tuin. Op de bijgebouwen kunnen eventueel groendaken toegepast worden waardoor de piekafvoer afneemt (afhankelijk van de beeldkwaliteit en het onderhoudsaspect). De ambitie is om het afgekoppelde hemelwater vast te houden en te infiltreren via een getrapte en vertraagde afvoer nabij de woonpercelen. Al het schone hemelwater kan verzameld worden middels een watergang of duiker richting de voorgenomen in te passen ‘watermachine’ in zuidelijke richting tussen de toekomstige bouwvelden. Pagina 16 van 19
Waterparagraaf Hamsestraat te Liempde / AM19097
Het opgevangen hemelwater van de woningbouwontwikkeling kan en zal tussen de bouwvelden ingepast worden in de bestemming Natuur. Dit gebeurt zichtbaar en bovengronds. Door de benodigde ophoging bij de woningen voor voldoende ontwateringsdiepte is ter plaatse van het groot onverhard oppervlak nabij de bouwvelden voldoende verwerkingsmogelijkheid aanwezig. Dit kan bijvoorbeeld via een vloeiweidesysteem of een fijnmazig slotensysteem met beperkte diepte en natuurlijke oevers waardoor het water tevens gezuiverd wordt alvorens het deels infiltreert of in de Groote Waterloop uitstroomt. Naast waterretentie wordt hierbij gedacht aan recreatief medegebruik als natuurlijk spelen en een laarzenpad. Hierbij wordt rekening gehouden met de gecombineerde wensen en eisen vanuit groen, landschappelijke inrichting en spelen. Een oppervlak van 14.000 m2 x 16-18 cm volstaat voor de benodigde waterberging. Deze ruimte is ruimschoots beschikbaar in het planvoornemen (ca. 4,5 ha wordt bestemd als Natuur).
Verlegging B-watergang
Hemelwater naar watermachine
Bestaande B-watergang behouden
Op onderstaande afbeelding is de globale verwerkingswijze opgenomen. De nadere invulling van de maaiveldprofilering en invulling van de watermachine wordt later in samenwerking met de gemeente en het waterschap gedetailleerd opgesteld in relatie met de EVZ Groote Waterloop.
Afbeelding 10: Globale verwerkingswijze hemelwater op ontwerp woongebied 11-2022 [bron: opdrachtgever]
Pagina 17 van 19
Waterparagraaf Hamsestraat te Liempde / AM19097
Voor het afvalwater van de bouwvelden dient een separaat DWA-stelsel aangelegd te worden met een eigen rioolgemaal dat het verzamelde afvalwater dan verpompt naar de RWZI. Door de bouw van ca. 111 woningen bedraagt de totale toekomstige hoeveelheid afvalwater naar verwachting ca. 3,3 m3/uur (ca. 33 m3/dag). Voor de rioolaansluiting dient ten tijde een aanvraag bij de gemeente Boxtel ingediend te worden. Op basis van het huidige schetsontwerp vinden wijzigingen plaats in het oppervlaktewater. Er wordt geen primair oppervlaktewater gedempt. De centrale B-watergang wordt ca. 25 meter verlegd naar het westen in het groen. Bij de verlegging van de centrale B-watergang dient rekening gehouden te worden met de bestaande afvoer vanaf de Hamsestraat. Vooralsnog is geen rekening gehouden met een toekomstige scheiding van het gemeentelijk stelsel van Liempde. Indien ten tijde noodzakelijk blijkt, kan de bestaande duiker en/of de B-watergang oostelijk gecompenseerd worden zodat hierdoor geen verhoogd risico op wateroverlast ontstaat. Verder zal de B-watergang nabij de Hamsestraat plaatselijk aangepast worden (aanleg inritten en eventueel verbreden) en de zuidelijk binnen het plangebied gelegen B-watergang wordt afgebogen zodat de bestaande afvoer behouden blijft. De oost- en zuidelijk gelegen B-watergangen worden door het planvoornemen niet gewijzigd.
De overige c-watergangen kunnen zonder watervergunning gedempt worden. Door de bestaande hoge grondwaterstanden, de toekomstige ophoging voor de woonontwikkeling en de ligging van de bouwvelden met tussenin groen waarin hemelwater verwerkt wordt en de B-watergangen gecompenseerd worden, is er geen nadelig effect door deze dempingen te verwachten. Middels deze waterparagraaf is een inzicht verkregen in de mogelijke gevolgen en knelpunten ten behoeve van het bestemmingsplan. Door hiermee rekening te houden, wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Voor de verdere planuitwerking zijn enkele aandachtspunten aanwezig: - Ten behoeve van de hoge grondwaterstanden dienen de toekomstige wegen en woonkavels opgehoogd te worden. Bij voorkeur stroomt het hemelwater bovengronds naar de aan te leggen hemelwatervoorziening. Door de benodigde ophoging voor de nieuwbouw kan bovengrondse afvoer middels greppels eenvoudig ingepast worden. Het afschot en de stromingsrichtingen zijn afhankelijk van de indeling op de kavels en het landschappelijke inpassing. - Afhankelijk van de uiteindelijke ophoging en samenstelling van dit pakket wordt geadviseerd om piekgrondwaterstanden i.v.m. de slechte bodemdoorlatendheid van de bestaande bodem af te vangen middels een drainageleiding met overstort op het GHG-peil naar de vloeivelden.
- Er dient rekening gehouden te worden met de bestaande hemelwaterduiker tussen de Roderweg nrs. 30 en 32 richting naar de centraal door het plangebied gelegen B-watergang. Uit overleg van de gemeente blijkt dat met deze wil laten vervallen en de bestaande afvoer is oostelijke richting te verleggen, zie paarse pijl op afbeelding 10. Opgemerkt wordt dat is uitgegaan van enkele inschattingen van de toekomstige verharding om een goed beeld van de benodigde waterberging te kunnen bepalen. Bij een nadere uitwerking / detaillering van de plannen dient de benodigde waterberging aangepast te worden aan het effectief verhard oppervlak. Hiervoor dient voldoende ruimte voor de hemelwaterverwerking ingepast te worden, welke binnen het plangebied aanwezig is. Bij het stedenbouwkundig ontwerp dient rekening gehouden te worden met de afstromingsrichtingen en de benodigde ophoging voor de wegen en woonpercelen waarbij eenvoudig (bij voorkeur bovengrondse) afstroming naar de benodigde waterbergingsvoorziening gerealiseerd kan worden. Voorafgaand aan de bouwvergunning dient in overleg met de gemeente Boxtel en waterschap De Dommel het RWA- en DWA- stelsel met de ‘watermachine’ gedetailleerd uitgewerkt te worden conform de geldende normen.
Eventuele wijzigingen in het oppervlaktewatersysteem worden bij voorkeur in een vooroverleg met het waterschap besproken alvorens dat de benodigde watervergunning aangevraagd kan worden. Een watervergunning is benodigd voor de werkzaamheden in het oppervlaktewater (dempen en verleggen watergangen) en de verhardingstoename groter dan 10.000 m 2. Verantwoordelijkheden moeten van te voren worden vastgelegd (zoals o.a. onderhoud,…). Eventueel benodigde vergunningen zoals voor een bronnering, de bouwwerkzaamheden of wijzigingen in het watersysteem worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden zoals onder de Omgevingsvergunning. Pagina 18 van 19
Waterparagraaf Hamsestraat te Liempde / AM19097
4.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN
Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks afstromen. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ter voorkoming van foutieve aansluitingen worden bij gescheiden stelsels buizen in twee verschillende kleuren toegepast, overeenkomstig de NPR 3218. In de bouwvergunning wordt de verplichting opgenomen om het afvalwater en hemelwater gescheiden aan te leveren. Toe te passen duurzame materialen: - daken: dakpannen van natuurlijk, beton, keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber; - Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur tevens geen gecoate materialen. - Ontsluitingspaden/wegen/terrassen; voorzien van natuurlijk of niet uitloogbare materialen zoals grind of beton. De benodigde waterberging dient aangelegd te worden voordat het verhard oppervlak gerealiseerd wordt.
Aanbevelingen voor het ontwerpen van een compensatievoorziening zijn: - Leg de compensatievoorziening zodanig aan dat deze gemakkelijk te onderhouden is. Hierbij moet gedacht worden aan maaien en schoonmaken. Een flauw talud is ook gemakkelijker te onderhouden. - Een bovengrondse compensatievoorziening is gemakkelijker (en dus goedkoper) te onderhouden dan een ondergrondse compensatievoorziening en is hierdoor ook bedrijfszekerder. Bij ondergrondse compensatievoorzieningen wordt een voorfiltering / sedimentvang geadviseerd. - Aanbevolen wordt om een veilige compensatievoorziening te maken. Mensen en dieren moeten niet zo maar in de voorziening kunnen vallen of zich zelf kunnen bezeren. Er mogen geen gevaarlijke constructies gebouwd zijn (onder andere niet te steile taluds,...). - Door maatwerkoplossingen (aanleg voorzieningen, hergebruik,…) of specifieke gebiedskenmerken kan de omvang van de benodigde compensatie worden beperkt. Het is noodzakelijk de afvoer van afgekoppeld hemelwater naar de hemelwatervoorziening goed te dimensioneren. Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het is aan te bevelen een noodoverlaat naar een lager gelegen terrein of nabijgelegen oppervlaktewater te voorzien om excessieve neerslag toch af te kunnen voeren.
Het is zeker mogelijk een goede combinatie van meerdere soorten voorzieningen aan te leggen om de locatie hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Aan de hand van de aan te leggen afvoerstelsels én lokale wensen of voorkeuren én uit een kostenberekening etc. kan een beslissing hierover worden genomen. Ook de landschappelijke invulling en veiligheid vervullen een belangrijke rol. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating(en) e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn. Indien geen alternatieven mogelijk zijn, dient de toepassing zo effectief mogelijk plaats te vinden. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).
Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool(DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Ook moet zoveel mogelijk worden vermeden dat bergings- en infiltratievoorzieningen te dicht bij bebouwing worden aangelegd vanwege potentiële waterdoorslag e.d. Eventueel moeten waterkerende voorzieningen worden aangebracht om vochtdoorslag te verhinderen, zoals waterkerende wanden, muren of folie.
Pagina 19 van 19
Waterparagraaf Hamsestraat-Roderweg te Liempde / AM19097
BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart
Waterparagraaf Hamsestraat-Roderweg te Liempde / AM19097
BIJLAGE 2 Tekening toekomstige situatie
LEGENDA Plangebied Plangebied
Enkelbestemmingen Bedrijf - Woon-werklocatie
B-WW
Bouwvlakken bouwvlak
Maatvoeringen maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
7 11
Verklaringen ondergrond
B-WW
7 11
BESTEMMINGSPLAN WOONWERKLOCATIE HAMSESTRAAT Gemeente Boxtel NL.IMRO.0757.BP07woonwHamsestr-OTW1
schaal:
1:1000
voorontwerp:
..-..-.... / tekenaar
projectnr. BRO:
P02081
formaat:
A3
ontwerp:
24-08-2022 / MV
projectnr. VWP:
20BROBO030
concept:
03-06-2020 / ES
vastgesteld:
..-..-.... / tekenaar
bestandsnaam:
20BROBO030-005.dwg
Bosscheweg 107
Ruimte omin
te leven
5282 WV Boxtel
www.bro.nl
verbeelding: Viewpoint ©
T 0411 850 400
info@bro.nl
www.viewpoint.nl
LEGENDA Plangebied
2 7 [vrij]
Plangebied
11
Enkelbestemmingen G
Groen
[tae]
N
Natuur
[vrij]
WG
Woongebied
2
Dubbelbestemmingen
[vrij]
7 11
7
7
[vrij]
11
[vrij]
[aeg]
7
WR-A3
Waarde - Archeologie 3
WR-A4
Waarde - Archeologie 4
9
11
4 WR-ANNB
[tae]
Waarde - Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant
Functieaanduidingen G
[aeg] [vrij]
(swg-we)
17
7 4
11
7
specifieke vorm van woongebied - woonerf
Bouwvlakken
WR-A3
[tae]
11
ontsluiting
(os)
WG
G
bouwvlak
[sba-o]
Bouwaanduidingen [vrij]
[aeg]
aaneengebouwd
[sba-o]
specifieke bouwaanduiding - onbebouwd
[sba-rarw]
[sba-rarw]
specifieke bouwaanduiding - rug aan rugwoningen
(swg-we)
[tae]
twee-aaneen
[vrij]
vrijstaand
[tae]
[tae] (os)
[aeg] [vrij]
[aeg]
7 11
7
WR-ANNB
Maatvoeringen
11
9
maximum aantal wooneenheden
36
7
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
9
11
Verklaringen
[sba-rarw]
[tae]
ondergrond
(swg-we)
[aeg]
N
[vrij]
G 7 11
22
BESTEMMINGSPLAN WOONLOCATIE HAMSESTRAAT-RODERWEG Gemeente Boxtel NL.IMRO.0757.BP07WOONLHAMSTR-OTW1
projectnr. BRO:
P02964
status:
ontwerp
wijziging:
..-..-.... / tekenaar
projectnr. VWP:
21BROBO093
concept:
21-12-2021 / MV
wijziging:
..-..-.... / tekenaar
schaal:
1:1000
voorontwerp:
..-..-.... / tekenaar
wijziging:
..-..-.... / tekenaar
formaat:
A2
ontwerp:
15-11-2022 / RM
wijziging:
..-..-.... / tekenaar
deelplan:
1 van 1
vastgesteld:
..-..-.... / tekenaar
bestandsnaam:
21BROBO093-006.dwg
Bosscheweg 107 Ruimte om in te leven
5282 WV Boxtel
www.bro.nl
verbeelding: Ruimteloket ©
T 0411 850 400
info@bro.nl
www.ruimteloket.nl
154076
154101
154126
154151
154176
154201
154226
154251
154276
154301
154326
154351
154376
154401
154426
154451
154476
154501
154526
154551
154576
154601
154626
397125 397100 397075 397050 397025 397000 396975 396950 396925 396900 396875 396850 396825
Legenda oppervlaktes november 2022 1 vrij
396800
Boorpuntenkaart (A3) AM19097 Liempde Hamsestraat-Roderstraat
2 vrij aeg tae
Schaal
396775
396775
396800
396825
396850
396875
396900
396925
396950
396975
397000
397025
397050
397075
397100
397125
397150
154051
397150
154026
N
3 aeg 6 ontsluiting Plangebied Achtergrond: Topo PDOK Actueel 25 cm en BP-voornemen
154026
154051
154076
154101
154126
154151
154176
154201
154226
154251
154276
154301
154326
154351
154376
154401
154426
154451
154476
154501
154526
154551
154576
154601
154626
396750
v1.0_12-12-2022_LK
396750
4 alle typen
Overzicht verwachte toekomstige verharding BP Hamsestraat nov-22 21BROBO093-006 oppervlak aantal oppervlak per verhardingsVerwacht verhard id bouwvlak wooneenheden wooneenheid percentage oppervlak vrij 7 549,27 70% 1 3.845 4 672,27 60% 1 2.689 2 759,13 60% 1 1.518 vrij+aeg+tae 17 160,24 90% 2 2.724 4 161,44 90% 2 646 2 350,01 70% 2 700 9 186,26 90% 2 1.676 aeg 9 174,04 90% 3 1.566 alle 36 371,31 70% 4 13.367 alle 22 386,69 70% 4 8.507 ontsluiting 90% 6 2.506 90% 6 4.752 Bestemming 54.608 Wonen totaal 112 verschil Wonen-bouwvlak 10.111 Oppervlak wonen buiten bouwvlak; max 15% 4 woonwerkkavels 350+150/kavel+60 overig som verhard waterberging bui 60mm
2691 1613 911 2452 581 490 1509 1410 9357 subtot wonen 5955 26969 2255 subtot weg 4277 6532
1517 2240 37258 m 2235 m
2
3
Waterparagraaf Hamsestraat-Roderweg te Liempde / AM19097
BIJLAGE 3 Geraadpleegde literatuur
Waterparagraaf Hamsestraat-Roderweg te Liempde / AM19097
Wet- en regelgeving - Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP-6), Gemeente Boxtel, 2020-2024; - Watervisie gemeente Boxtel; - Handreiking watertoets, Waterschap De Dommel; - Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap De Dommel; - Notitie Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk, Waterschap De Dommel; - Provinciale Omgevingsvisie Noord-Brabant; - Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; - Nationaal Bestuurakkoord Water, Publicatie Nederland leeft met water, 2003 en actualisatie 2008; - Waterwet, 2009; - Het Nationaal Waterplan; - Kader Richtlijn Water; - Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur - Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006; - WebViewer Waterschap De Dommel; - Ruimtelijke plannen Nederland; - Bodematlas Noord-Brabant.
http://www.boxtel.nl http://www.dommel.nl http://www.brabant.nl
Bijlage 8 Geuronderzoek
Bestemmingsplan "Woonwerklocatie Hamsestraat" (vastgesteld)
1027
ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN WOON- EN LEEFKLIMAAT HAMSESTRAAT LIEMPDE
oo
1
De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde 20200805.v02 27 oktober 2022 BRO
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5
2.
WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6
2.1. 2.2. 2.3.
Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8
3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ......................................................................................................... 10 3.4. 3.5. 3.6.
Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 10 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12
4.
GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 13
4.1. Afstanden ................................................................................................................................... 14 4.2. Voorgrondbelasting vergunde situatie 18 december 2018 ........................................................ 15 4.2.1. Vergunde situatie ............................................................................................................... 15 4.2.2. Maximale planologische mogelijkheden ............................................................................ 16 4.3. Voorgrondbelasting vergunde situatie 1 augustus 2022 ........................................................... 18 4.3.1. Vergunde situatie ............................................................................................................... 18 4.3.2. Maximale planologische mogelijkheden ............................................................................ 19 4.4. 4.5.
Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 21 Beoordeling woon- en leefklimaat ............................................................................................. 23
5. CONCLUSIE.................................................................................................................................. 25 BIJLAGE I. KAART AFSTANDEN ............................................................................................... 26 BIJLAGE II. VOORGRONDBELASTING HAMSESTRAAT 5 VERG. 18 DECEMBER 2018 ...... 27 BIJLAGE III. VOORGRONDBELASTING HAMSESTRAAT 5 VERG. 1 AUGUSTUS 2022 ........ 28 BIJLAGE IV. KAART ACHTERGRONDBELASTING.................................................................... 29 BIJLAGE V. VEEHOUDERIJGEGEVENS ..................................................................................... 30
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
3
1.
INLEIDING
1.1.
Situatie
De gemeente Boxtel onderzoekt de mogelijkheden voor woningbouw binnen het plangebied Hamsestraat-Roderweg in Liempde. De beoogde situatie is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Plangebied
In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
4
1.2.
Vraagstelling
Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Punt 2 valt niet binnen de scope van dit onderzoek. Of veehouderijen worden belemmerd wordt separaat onderzocht. Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
5
2.
WETTELIJK KADER
2.1.
Wet geurhinder en veehouderij
In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.
2.2.
Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten
Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.
2.3.
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak
1
ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
6
worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.
Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
7
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN
3.1.
Uitgangspunten veehouderijen
Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.
3.2.
Geuremissie en geurimmisie
De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.
3.3.
Verschillende beoordelingen
3.3.1.
Voorgrondbelasting
Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Binnen bebouwde kom Ligging geurgevoelig object2* Concentratiegebied Geen concentratiegebied * de gemeente Boxtel ligt in een concentratiegebied.
2
3 ouE/m3 2 ouE/m3
Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3
gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
8
De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Boxtel een aangepaste geurnorm heeft vastgesteld. Daarom moet worden uitgegaan van de standaardnormen uit de Wgv. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning 2010 voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De berekende waarden voor de geurbelasting zijn bij beide verspreidingsmodellen gelijk (sinds versie 2010). Hiertoe moeten alle parameters, inclusief de rekennauwkeurigheid (20%) en ruwheid in V-Stacks Gebied gelijk worden gesteld aan de parameters in V-Stacks Vergunning.
3.3.2.
Afstanden
Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Boxtel een aangepaste afstandseis heeft vastgesteld. Daarom moet worden uitgegaan van de standaard afstandseisen uit de Wgv. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object.
Ten slotte geldt voor een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van een veehouderij een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
9
3.3.3.
Achtergrondbelasting
De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3
4 ouE/m3 6 ouE/m
3
Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting
De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.
3.4.
Geurbelasting versus geurhinder
In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
10
beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2. Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m3 8 – 13 ouE/m3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m3 13 – 20 ouE/m3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m3 20 – 28 ouE/m3 3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m 28 – 38 ouE/m3 3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m 38 – 50 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Boxtel ligt in een concentratiegebied.
De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.
3.5.
Geurgevoelig object
Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
11
Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelige objecten.
3.6.
Bebouwde kom
Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt.
Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De te realiseren geurgevoelige objecten maken onderdeel uit van een bebouwde kom.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
12
4.
GEURBEREKENINGEN
In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3.
Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies
Onderzoek geurhinder veehouderijen Hamsestraat Liempde Datum: 27 oktober 2022 ; Referentie: 20200805.v02
13