Bijlage 5 - Omgevingsplan Laar-Nieuw Laar - bijlagen bij regels
Tekst van het document
karakteristieke getoogde betonvensters met ventilatiedorpel
schaal in het buitengebied van de gemeente Berlicum werden
verdwenen. Doordat binnen de bestaande gevelopeningen
gebouwd. Kenmerkend hierbij is enerzijds de traditionele
nieuwe vensters zijn geplaatst, met in hoofdopzet een soortgelijke
architectuur, zowel wat betreft opzet van de hoofdvorm
indeling (echter zonder de karakteristiek van de ventilatiedorpels
(langgevelboerderij met dwarsdeel) als de detaillering en
en met geglazuurde vensterbanktegels), is de oorspronkelijke opzet
anderzijds wat betreft bedrijfsvoering gebouwd volgens de
vanaf de openbare ruimte bezien, nog wel herkenbaar/
nieuwste inzichten (betonvensters voor een goede ventilatie,
beleefbaar.
stenen plafonds vanwege de brandveiligheid, et cetera). Het pand heeft een hoge typologische waarde als voorbeeld van
De boerderij is bovendien van belang als een representatief werk
een (vroege) wederopbouwboerderij, gebouwd door het BWB.
uit het oeuvre van een voor de naoorlogse boerderijenbouw belangrijke architect, H. Tibosch.4
Architectuur — De traditionele, streekgebonden architectuur is niet alleen kenmerkend voor de vroege wederopbouwperiode in het algemeen, maar in het bijzonder ook voor het door het Bureau ▄▄▄▄▄▄▄
Wederopbouw Boerderijen (onder leiding van H.A. Van Eck) beoogde beeld voor de moderne boerderij. De keuze voor de
4
traditionele, streekeigen karakteristiek had bovendien een hoge symbolische waarde.
21
Het belang van architect Tibosch wordt door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in het deelrapport Boerderijen, categoriaal onderzoek wederopbouw 1945-1965, onderschreven: zie pp.91-92.
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Gaafheid — Oud Laar 9 is in hoofdopzet redelijk gaaf behouden.
bijzonder de periode 1945-1955. Als geheel vormt het landelijk
Bij het voorhuis is de dakkapel aan de achterzijde later
gebied ten oosten van Berlicum als hierdoor een toonbeeld van de
toegevoegd. Dit is echter een reversibele ingreep, die bovendien
naoorlogse agrarische architectuur. Doordat vrijwel alle boerderijen
niet zichtbaar is vanaf de openbare weg. De uitbreiding tegen de
uit de pen van één architect komen, H. Tibosch, is bovendien
achtergevel van het voorhuis is vanaf de publieke ruimte wel
sprake van een sterk esthetisch samenhangend ensemble, waarbij
beleefbaar (westelijke blinde kopgevel). Vanwege de duidelijke
tussen de gebouwen in detaillering, formaat en compositie toch
bouwnaad en dezelfde materialisatie en detaillering, heeft de
een zeer aangenaam afwisselend geheel is ontstaan. Het
uitbouw geen nadelige invloed op de belevingswaarde van de
ensemble van boerderijen draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit
boerderij.
van het buitengebied: de boerderijen versterken elkaar.
De voordeur met omlijsting is nog authentiek en geeft inzicht in de
Cultuurhistorie — Oud Laar 9 maakt deel uit van een groot aantal
sobere, doch ambachtelijke en fraai gedetailleerde vormgeving
boerderijen dat in de periode meteen na de oorlog in het
die kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Hoewel alle
buitengebied van de gemeente Berlicum werd gebouwd. Het
vensters in het voorhuis zijn vervangen, zijn deze in opzet gelijk aan
gegeven dat vrijwel alle boerderijen van na 1945 dateren, vormt
de oorspronkelijke exemplaren (en geplaatst in de oorspronkelijke
indirect een belangrijke herinnering aan de verwoestingen die dit
gevelopeningen).
deel van het land in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog hebben doorstaan, waarbij vrijwel geen enkele vooroorlogse
Ook bij het achterhuis is de oorspronkelijke opzet nog grotendeels
boerderij werd gespaard.
behouden. Ondanks dat de grote schuurdeuren zijn verdwenen, is de oorspronkelijke opzet nog duidelijk herkenbaar (en reversibel).
Ze vertegenwoordigen tegelijkertijd ook de veerkracht van de jaren
De tuindeuren in de achtergevel sluiten wat betreft plaatsing en
na de oorlog en het belang dat vrijwel meteen na de bevrijding
uitvoering niet binnen de karakteristiek van de boerderij. Vanaf de
aan de agrarische sector werd gehecht. Mede door de inzet van
publieke ruimte is deze echter niet zichtbaar.
het Bureau Wederopbouw Boerderijen, dat kon leunen op de ervaringen in de meest moderne ontwikkelingen in de agrarische
Ruimtelijk ensemble — In Berlicum in het algemeen en het gebied
sector die door de personeelsleden was opgedaan in de jaren
Laar-Oud Laar in het bijzonder is sprake van een zeer hoge
dertig (Wieringermeer), kon binnen relatief korte tijd een groot
concentratie boerderijen uit de wederopbouwperiode, in het
aantal boerderijen weer worden herbouwd en de productie
22
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
worden hervat (op een meer efficiënte wijze met daardoor een hogere productie). Concluderend Aan Oud Laar 9 kan vanwege haar typologie, architectuur (esthetica), gaafheid van de hoofdstructuur (vanaf de straat zichtbare aanbouw achterhuis uitgezonderd) en de historische relatie tot het omliggende landschap en de nabijgelegen boerderijen, een hoge ruimtelijke en cultuur- en architectuurhistorische waarde worden toegekend en is aanwijzing als cultuurhistorisch waardevol object aan te bevelen.
23
Oud Laar 9 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
4
Bronnen Gemeentearchief, bouwdossiers. Kaartenarchief Kadaster (topografische kaarten): www.topotijdreis.nl Beeldbank Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (kadastrale minuutkaart): beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.meertens.knaw.nl/bwb/page/gemeente/0845 (archief BWB). Lamberts, B., Boerderijen, categoriaal onderzoek wederopbouw 1945-1965, Zeist 2007 Elpers, S., Wederopbouw boerderijen. Agrarisch erfgoed in de strijd over traditie en modernisering 1940-1955, Rotterdam 2019. Elpers, S., ‘Het archief van het Bureau Wederopbouw Boerderijen’, in: Vakblad Vitruvius 3 (april 2008), pp.40-47.
24
Res nova Monumenten Erfgoed in ontwikkeling
drs Don Rackham 06 – 47 14 21 51 drs Margreeth W. Bangert 06 – 1 45 42 47 Postadres: Lindestraat 10 6101ES Echt Internet: don@resnovamonumenten.nl margreeth@resnovamonumenten.nl www.resnovamonumenten.nl
25
Laar 11 Berlicum
Notitie waardenindicatie Res nova Monumenten 2020 www.resnovamonumenten.nl
Laar 11 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
Inhoudsopgave 1
Inleiding................................................................................................................................3 1.1 Opmaat .......................................................................................................................3 1.2 Opname en productie .............................................................................................3
2
Ligging en omschrijving ....................................................................................................4 2.1 Ligging en cultuurhistorie ..........................................................................................4 2.2 Wederopbouwboerderijen ......................................................................................5 2.2.1 Typologie van de boerderij ...........................................................................5 2.2.2 Berlicum en wederopbouw ....................................................................... 11 2.3 Korte beschrijving Laar 11 ..................................................................................... 13
3
Waardenindicatie ........................................................................................................... 21
4
Bronnen ............................................................................................................................. 23
2
Laar 11 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
1
Inleiding
notitie dient als onafhankelijke onderbouwing om vast te kunnen stellen of de boerderij als cultuurhistorisch waardevol object kan
1.1 Opmaat
worden aangemerkt.
De gemeente Berlicum kent een bijzonder hoge concentratie boerderijen die meteen na de Tweede Wereldoorlog, tussen 1945
1.2 Opname en productie
en 1956 zijn gebouwd. Al deze gebouwen komen uit de koker van één architect, de uit Berlicum afkomstige H. Tibosch. Het overgrote
Op 6 maart 2020 heeft een opname ter plaatse plaatsgevonden.
deel van deze boerderijen is nog aanwezig en dragen in hoge mate bij aan de karakteristiek van het buitengebied. Een gedeelte
Deze notitie is van de hand van drs Don Rackham.
van de boerderijen is in de loop van de tijd verbouwd en fungeert als woonhuis, een deel is nog in bedrijf. Met de ontwikkelingen in de agrarische sector staan gemeenten met een hoge concentratie agrarische bebouwing voor een uitdaging: hoe om te gaan met deze boerderijen als ze niet meer als boerenbedrijf in gebruik zijn. Het is van belang dat hier op voorhand goed over wordt nagedacht, temeer ook vanwege de vaak hoge ruimtelijke en architectuurhistorische waarde die deze gebouwen vertegenwoordigen. Een van de mogelijkheden die kunnen bijdragen aan behoud van boerderijen, is woningsplitsing. Vigerend beleid biedt hiervoor de ruimte, met als voorwaarde dat de boerderij kan worden aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol object. Res nova Monumenten is gevraagd om een cultuurhistorische waardenindicatie voor de boerderij, Laar 11 op te stellen. Deze
3
Laar 11 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
2
Ligging en omschrijving
Ter plekke van het erf van Laar 11 is ten minste al in de eerste helft van de negentiende eeuw sprake van een boerenerf. Deze lag
2.1 Ligging en cultuurhistorie
echter op de locatie van de huidige bijgebouwen ten noordoosten van de huidige boerderij. Of hier meteen na de oorlog nog enige
Laar 11 is gelegen in het buitengebied, ten oosten van Berlicum en
tijd een noodboerderij heeft gestaan, is onbekend (zie paragraaf
ten noorden van Middelrode. Vanuit het noordoosten nadert de
2.2).
bebouwing van Berlicum gestaag richting de boerderij. De boerderij wordt hiervan aan de westzijde afgesloten door een oude bomenrij (windsingel) die ten minste is terug te voeren tot de bouw van de boerderij in 1950-1951.
Afb. 2 Kadastrale minuutkaart, 1811-1832. De oorspronkelijke boerderij is rood omcirkeld. De wederopbouwboerderij is iets naar het zuidwesten verplaatst. Bron: beeldbank Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Afb. 1 Luchtfoto van het buitengebied Laar-Nieuw Laar. Laar 11 is rood omcirkeld. Bron: ruimtelijkeplannen.nl
4
Laar 11 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
wederopbouwboerderij en de context waarin deze tot stand is gekomen.1
2.2.1 Typologie van de boerderij Ontwikkeling van de boerderij in het interbellum — Nederland kent een grote diversiteit aan vooroorlogse boerderijtypes. Deze types zijn streekgebonden, waarbij tradities, verschil in bedrijfstypen, samenhang met de grondsoort en kavelindeling, et cetera, bepalend zijn geweest voor de specifieke verschijningsvorm. De hoofdvormen van deze streekeigen volumes wijzigden gedurende
Afb. 3 Topografische kaart uit 1870. Hier is dezelfde opzet als op de kadastrale minuutkaart zichtbaar. . Bron: www.topotijdreis.nl.
diverse eeuwen nauwelijks. In het interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen, komt hier geleidelijk aan verandering in. Aspecten als de invoering van de Woningwet in 1901, maar ook de introductie van nieuwe bouwmaterialen, speelden hierbij een rol. Daarnaast werd de boerderijbouw steeds meer uit handen van
2.2 Wederopbouwboerderijen
timmermannen en aannemers genomen en werden plannen voor nieuwe boerderijen door architecten opgesteld: de karakteristiek
Inleiding — Aangezien Laar 11 is gebouwd in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, en deze, zoals blijkt uit de oorspronkelijke bouwtekening, is ontworpen door het Bureau Wederopbouw
▄▄▄▄▄▄▄
Boerderijen, is het, voordat de boerderij wordt behandeld, kort aandacht te besteden aan de typologie van de
1
5
De tekst over de typologie van de wederopbouwboerderij is grotendeels gebaseerd op: Lamberts, B., Boerderijen, categoriaal onderzoek wederopbouw 1945-1965, Zeist 2007; Elpers, S., Wederopbouw boerderijen. Agrarisch erfgoed in de strijd over traditie en modernisering 1940-1955, Rotterdam 2019; Elpers, S., ‘Het archief van het Bureau Wederopbouw Boerderijen’, in: Vakblad Vitruvius 3 (april 2008), pp.40-47.
Laar 11 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
van de boerderij sloot aan op de algemene ontwikkelingen in
schade aan bebouwing en land werd verder vergroot doordat
esthetica.
grote delen van het platteland werden geïnundeerd. Het meest getroffen gebied was de Grebbelinie in de Gelderse Vallei. De
De inpoldering van de Wieringermeer en de ontginning van dit
wederopbouw van ruim 300 boerderijen in dit gebied vond al
nieuwe land in de jaren ‘30, heeft een belangrijke rol gespeeld in
binnen een jaar plaats. Deze voortvarende aanpak was ingezet
de ontwikkeling van de boerderijtypologie en heeft de basis
omdat de agrarische sector een belangrijke rol speelde in de
gevormd voor de boerderijbouw uit de wederopbouwperiode. Bij
voedselvoorziening. De snelheid waarmee de boerderijen weer
de boerderijen in de Wieringermeerpolder zien we voor het eerst
werden gebouwd hangt verder samen met het gegeven dat er
dat boerderijen seriematig worden gebouwd door de Staat der
een aparte instelling werd opgericht om de (eerste) wederopbouw
Nederlanden (de eigenaar van de polders). Hierbij werden vijf
in goede banen te leiden: het Bureau Wederopbouw Boerderijen
standaardtypes ontwikkeld, waarbij de vormgeving was gebaseerd
(BWB).
op een gemiddelde van alle Nederlandse boerderijtypes (echter in hoofdopzet duidelijk ter herleiden tot de Friese stelp en kop-
Het BWB werd opgericht op 15 juli 1940. De Bouwkundige Afdeling
rompboerderij). De boerderij werden gekenmerkt door nieuwe
van de Wieringermeerdirectie, onder leiding van ir. Andries Dirk van
materialen, zoals gelamineerde schuurspanten en betonnen
Eck werd ingeschakeld om de BWB te leiden. De ideeën over
vensters met ventilatiedorpel. De concepten die in de
bedrijfsvoering en esthetica die Van Eck in de jaren dertig in de
Wieringermeer werden toegepast (standaardisatie, nieuwe
Wieringermeer heeft toegepast, werden hierdoor tijdens de
materialen en rationele vormgeving) werden tijdens de Tweede
wederopbouw landelijk uitgerold. Nederland werd in zes districten
Wereldoorlog (eerste wederopbouwfase) en na de Tweede
ingedeeld. Het BWB stelde daarnaast zeven gewestelijke
Wereldoorlog (tweede wederopbouwfase) bepalend in de
architectencommissies op. Deze hadden als doel om het
boerderijbouw.
architectonisch niveau van de wederopbouwwerkzaamheden te bevorderen en waarborgen. De eerste taak was om per district een
De eerste wederopbouwfase: gedurende de oorlog — In de
lijst met architectenbureaus aan te wijzen, waarop de boeren een
periode 1940-1945 werd er in ons land een enorme schade
beroep konden doen bij het opstellen van het plan.
geleden. Wat betreft het platteland werd in de beginperiode vooral in mei 1940 grote schade verricht. Ruim 800 boerderijen
Daarnaast stelde ze centrale richtlijnen op (wat betreft
werden (veelal uit voorzorg) gesloopt of verwoest. Aanvullende
materiaalgebruik, veiligheid, hygiëne, aantal deuren per stuks vee,
6
Laar 11 te Berlicum waardenindicatie 16 maart 2020
bevestiging en vloerafwerking voor het vee, breedte van de
Opvallend hierbij is de algemene ontheffing die gold voor nieuw te
voergangen, plaatsing van de melkkoeling, afwerking van de
bouwen boerderijen in de Noordoostpolder. Dit kwam enerzijds
wanden, etc.) en toetsten zij bouwplannen die werden opgesteld
omdat de bezetter deze polder als belangrijke uitbreiding van het
door architecten/aannemers die niet door de
landbouwareaal beschouwde, maar ook omdat men dit als
architectencommissie waren aangesteld.
proefproject gebruikte voor de ontginning van gebieden in oostelijk Europa. Daarnaast paste het toepassen van ontheffingen voor de
De kosten voor de herbouw van de boerderij werden grotendeels
boerenbouw binnen de Blut-und-Boden filosofie: de boer vormt de
betaald door de overheid. Van de boer werd een bijdrage van
basis van het zuivere Germaanse ras. Tussen 1942 en 1944 werden
gemiddeld 10-25% verwacht. De hoogte van het percentage was
in de polder zo’n 60 boerderijen gebouwd. Hierbij werd een tweetal
afhankelijk van de ouderdom van de boerderij. De redenatie
types toegepast, één gericht op de akkerbouw en één voor het
achter de eigen bijdrage was dat de nieuwe boerderij minder
gemengd bedrijf. Wat betreft vormgeving waren ze afgeleid van
onderhoud nodig had en efficiënter en daarmee ook
de boerderijtypologieën in de Wieringermeer. De bouw in de
winstgevender zou zijn dan de oorspronkelijke boerderij. Uiteraard
Noordoostpolder stopte vanaf juli 1944.
waren de boeren zelf niet blij met de eigen bijdrage. Tweede wederopbouwfase: na de oorlog —De grootste schade De regel was dat men bij de bouw moest uitgaan van de minimum
aan het agrarisch areaal werd veroorzaakt aan het eind van de
noodzakelijke afmetingen en een sober gebouw (men hield een
oorlog. Ruim vijftigduizend boerderijen werden, zowel door
zogenaamde ‘luxelijst’ bij, waarop materialen en constructies
toedoen van de bezetters als de geallieerden, verwoest of (zwaar)
stonden vermeld die vermeden moesten worden). Een groter of
beschadigd. Met name Noord-Brabant en Gelderland werden
luxer gebouw dan noodzakelijk was mogelijk, maar de meerkosten
zwaar getroffen met respectievelijk 2307 en 2689 volledig
waren volledig voor rekening van de eigenaar.
verwoeste boerderijen. Inundaties, bom- en granaatinslagen, mijnenvelden, aangelegde vliegvelden, tankgrachten et cetera
De resultaten van de eerste wederopbouwfase konden aan het
hadden bovendien geleid tot een verwoesting of beschadiging
eind van 1943 worden vastgesteld op circa 550 boerderijen van de
van ruim 375.000 hectare landbouwgrond.
ruim 800 verwoeste boerderijen. Dat dit resultaat, ondanks het door de bezetter opgelegde bouwverbod werd behaald, is te danken
Een totaal schadeoverzicht voor Noord-Brabant laat zien dat er,
aan de ontheffing die men bij de bouw van boerderijen kreeg.
behalve de genoemde 2307 totaal verwoeste boerderijen ook 1657
7