CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - Bindend advies zonnepark De Vorst - Bijlagen BOPA motivering (onderbouwing)

Raadsvergadering Boxtel 16 december 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Nieuw bindend advies zonnepark De Vorst18.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ten aanzien van broedvogels dient, om schadelijke handelingen op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

6.1.1

AERIUS-berekening

Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd worden. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het aspect stikstofdepositie geen aparte vergunning benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden. Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van belang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan, graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW). Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanlegfase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personenauto’s, enz.) ook meegenomen te worden. Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie.

Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

14

7

Samenvatting

Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 1,4 km

Mogelijk

-

Uitvoering mogelijk indien uit-

gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of een omgevingsvergunning. In de tabel is tevens weergegeven of maat-

komst onder 0,00 mol/ha/j

regelen noodzakelijk zijn om flora- en fauna-activiteiten met schadelijke

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 400 m

Nee

-

Ecologische waarde en ken-

handeling voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

merken blijven gelijk Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Algemeen

Potentieel aanwezig

Sprake van schadelijke handeling

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Vleermuizen

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Ja

Te voorkomen

Met betrekking tot de das dient contact op te worden genomen met de

Zorgplicht heeft betrekking op een soort als de

dassenwerkgroep om de exacte locaties van de dassenburchten en

egel

Grondgebonden zoogdieren

de functionaliteit van het plangebied voor de das te bepalen. Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

15

8    

    

         

Geraadpleegde bronnen Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen. Van Hoof, P & R, Creemers, 2023. Fotoveldgids amfibieën. alle soorten en stadia in beeld.1e Druk, Stichting RAVON, Nijmegen. https://www.ndff.nl/, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Geraadpleegd op 29 oktober 2024 https://www.bij12.nl/ (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur/ (informatiekaart natuur (IKN)) https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/beschermde-soortenindicator-besi/ (beschermde soortenindicator (BeSI) https://www.eis-nederland.nl/ (soortgegevens ongewervelden) https://www.floron.nl/ (soortgegevens planten) https://www.ravon.nl/ (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) https://sovon.nl/ (soortgegevens vogels) https://www.natura2000.nl/gebieden (Natura 2000-gebieden) https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten (verspreidingsgegevens planten) https://www.vlinderstichting.nl/ (soortgegevens vlinders en libellen) https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/geconsolideerde-teksten-omgevingswet/ (wettekst Omgevingswet) https://www.zoogdiervereniging.nl/ (soortgegevens zoogdieren) Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant

  

https://www.brabant.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/natuurnetwerk-brabant-(nnb) (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant) https://www.dassenwerkgroepbrabant.nl/ (gegevens das in Noord-Brabant) https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 (grenzen beschermde gebieden)

Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

16

Amsterdam Nachtwachtlaan 20 1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

’s-Hertogenbosch Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Zonnepark de Vorst te Boxtel

17

Bijlage 3 - Weging van het waterbelang

Weging van het waterbelang Zonnepark De Vorst te Boxtel (Gemeente Boxtel)

Weging van het waterbelang Zonnepark De Vorst te Boxtel (Gemeente Boxtel)

Aeres Milieu Projectnummer

: AM24500

Status rapport

: Definitief vs2

Datum

: 27 maart 2025

Opdrachtgever

: BRO Willemsplein 2 5211 AK 's-Hertogenbosch

Opgesteld door

: dhr. J. Martens MSc.

Gecontroleerd door

: dhr. M. Vrolix bc.

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Pagina | 2

AM24500

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

BUREAUSTUDIE BESTAAND WATERSYSTEEM ..............................................................................................................................................8 2.1.

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................8

2.2.

Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................8

3.

PLANVOORNEMEN EN AFWEGING ................................................................................................................................................................. 13

4.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 15

Bijlagen: 1. Topografische overzichtskaart 2. Concepttekening planvoornemen 3. Geraadpleegde literatuur

Pagina | 3

AM24500

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een weging van het waterbelang opgesteld voor een voorgenomen ontwikkeling ter hoogte van deZonnepark De Vorst te Boxtel. Ter plaatse bevindt zich momenteel akkerland met enkele watergangen. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1. Adres onderzoekslocatie

: Zonnepark De Vorst te Boxtel

Gemeente

: Boxtel

Waterschap

: Dommel

Kadastrale registratie

: Boxtel, sectie N, nummer 192

Oppervlakte

: ca. 7,1 ha

Peil maaiveld

: 7,8 tot 8,8 m +NAP

Peil grondwater

: 7,2 m +NAP

Afbeelding 1: Begrenzing van de onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto en kadastrale situatie: PDOK-viewer

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze weging van het waterbelang is een voorgenomen ontwikkeling ter plaatse. Men is voornemens een nieuwe zonneweide aan te leggen. Deze ontwikkeling heeft mogelijks invloed op de bestaande waterhuishouding. Tevens dient rekening gehouden te worden met het geldend beleid. Het is noodzakelijk om vroegtijdig de toekomstige waterstromen in beeld te brengen, zodat deze op een duurzame manier verwerkt kunnen worden en het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast tot gevolg heeft. Een grotere plantekening is opgenomen in bijlage 2.

Pagina | 4

AM24500

Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling d.d. 27-03-2025 (bron: opdrachtgever)

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie), de gehanteerde uitgangspunten, de randvoorwaarden, en de mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te verwerken om tot een duurzame neutrale herontwikkeling te komen. Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie.

Beleid Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal, waterschaps- naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit te (laten) voeren en door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem. Pagina | 5

AM24500

Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. In de Omgevingswet staan alle regels voor de ruimte waarin we wonen, werken en ontspannen: onze leefomgeving. Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter. Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Er wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Vanuit de Omgevingswet heeft de provincie naast een omgevingsvisie een omgevingsverordening vastgesteld voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken.

Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. De concretere invulling om dit te verwezenlijken is opgenomen in o.a. de omgevingsverordening. Verder is een Regionaal Water en Bodem programma (RWP 2022-2027) door de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Doel van dit nieuwe RWP is een klimaat adaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het Waterbeheerprogramma “Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving”. Het waterschap werkt aan drie waterdoelen die elk een programmatische aanpak hebben. In het plan voor de komende jaren kiest het waterschap voor een aanzienlijke wijziging en aanscherping van de doelstellingen om de watertransitie mogelijk te maken. Dit heeft ook gevolgen voor gemeentelijke ruimtelijke plannen. In 2050 wil De Dommel een leefomgeving die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daarbij past.

Dat laatste wil zeggen: een waterhuishouding die robuust, flexibel en in balans is met de natuur en de omgeving, én zorgt voor een goede waterkwaliteit.

Pagina | 6

AM24500

Voor deze watertransitie worden drie principes gehanteerd die inhoudelijke sturing geven: - Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. - Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. - Wat schoon is moet schoon blijven. Deze programma’s zijn in het WBP verder uitgewerkt naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. In de waterschapsverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten, waar in het werkgebied mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. De regels zijn nu specifiek gekoppeld aan bepaalde gebieden waar ze gelden en toegespitst op activiteiten die iemand kan doen. Activiteiten zijn toegestaan, mits er wordt voldaan aan voorwaarden in de verordening. Middels het omgevingsloket kan dit gecontroleerd worden. De gemeente Boxtel heeft een verbreed gemeentelijk rioleringsplan (2020-2024), waarin het beleid ten aanzien van grond-, vuil- en regenwater is vastgelegd overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Hierbij heeft de gemeente als doelstelling om in 2050 klimaatbestendig en water robuust ingericht te zijn. Om dit te bereiken moet er hydrologisch neutraal ontwikkeld worden.

Gezien de geohydrologische omstandigheden binnen de gemeente hanteert de gemeente het uitgangspunt dat perceeleigenaren in nieuw- en herbouw situaties (uit- en inbreidingen) hun hemelwater altijd redelijkerwijs zelf kunnen verwerken. Dit betekent het kunnen bergen/verwerken van de neerslaggebeurtenissen uit de Keur (bergingseis van 60 mm). Als ondergrens hanteert de gemeente een verhardingstoename van 250 m2. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden een aantal uitgangspunten gehanteerd ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerders. Inrichtingen van waterhuishoudingen voor plannen worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem.

Leeswijzer Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven in hoofdstuk 2. Vervolgens is in hoofdstuk 3 het planvoornemen beschreven met de verwachte wijzigingen en aandachtspunten. Tot slot worden er in hoofdstuk 4 nog algemene aandachtspunten beschreven.

Pagina | 7

AM24500

2. BUREAUSTUDIE BESTAAND WATERSYSTEEM 2.1.

Inleiding

Het plangebied is zuidelijk in het buitengebied van de gemeente Boxtel gelegen en bevindt zich in het kampenlandschap. Noord-, zuid-, en westelijk grenst het perceel aan akkerland. Oostelijk ligt de straat De Vorst. Het plangebied is geheel onverhard en binnen en rondom het plangebied bevinden zich diverse watergangen. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografische overzichtskaart opgenomen. Over het algemeen is er een beperkt hoogteverschil aanwezig binnen de onderzoekslocatie. Het maaiveld kent een maaiveldhoogte variërend tussen 7,9 en 8,8 m +NAP. Globaal gezien is het maaiveld aflopend in noordelijke richting met een verlaging nabij de aanwezige kleine greppels. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen visueel weer.

7,9

8,4

8,8

Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (rood) (bron: AHN Nederland)

2.2.

Watersystemen

De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Bijkomend wordt de visie van de gemeente omtrent klimaat adaptief ontwikkelen kort samengevat. Hieronder zijn de relevante aspecten kort beschreven.

Pagina | 8

AM24500

Bodemopbouw en grondwater Van de onderzoekslocatie is diverse informatie geraadpleegd bij o.a. het Omgevingsloket, BRO-loket, bodematlas NoordBrabant, bodemdata Nederland en ons eigen archief. Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (2023) ligt het plangebied op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss. Volgens de Bodemkaart komt binnen het plangebied naar verwachting een veldpodzolgrond voor. Deze is naar verwachting opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De verwachte bodemopbouw bepaald middels het BRO-loket wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Diepte [m-mv.]

Lithostratigrafie

Lithologie

0,0 – 16,1

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand

16,1 – 20,4

Formatie van Boxtel

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand

20,4 – 28,6

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand

Tabel 1: Verwachte bodemopbouw (bron: BRO-loket)

Op basis van de verwachte bodemopbouw zal er een goede tot matige (verticale) doorlatendheid aanwezig zijn in het plangebied. Volgens de kwel- en infiltratiekaart van de provincie Noord-Brabant ligt het plangebied in een gebied waar kwel kan optreden. Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterwingebied of -beschermingsgebied. Binnen en in de ruime omgeving van het plangebied zijn verschillende grondwatermonitoringspunten bekend bij de grondwatertools. Op basis van deze meetreeksen kan een inschatting gemaakt worden van de lokale verwachte grondwaterstanden. Aanliggend oostelijk van het plangebied ligt grondwatermonitoringsput (B51B1848). Hierin is een gemiddelde grondwaterstand gemeten van ca. 7,4 m +NAP en een GHG van ca. 8,0 m +NAP. Hierin is slechts een korte meetreeks opgenomen. Ca. 300 meter noordoostelijk ligt grondwatermonitoringsput (B51B0284). Hierin is een gemiddelde grondwaterstand gemeten van ca. 7,2 m +NAP en een GHG van ca. 7,8 m +NAP. Tevens is gekeken naar de indicatieve kaart met grondwaterstanden van waterschap De Dommel (zie afbeelding 4). Binnen het plangebied komt naar verwachting een GVG voor tussen 0,2 (noordelijk) en 0,8 m +NAP (zuidelijk). De GHG binnen het plangebied komt naar verwachting voor tussen 0,2 (noordelijk) en 0,4 (zuidelijk) m +NAP.

Pagina | 9

AM24500

Afbeelding 4: Indicatieve grondwaterstanden binnen het plangebied (bron: Waterschap De Dommel)

Oppervlaktewater Rondom het plangebied zijn diverse watergangen aanwezig die deels onder het beheer van het waterschap De Dommel vallen, zie afbeelding 5. Door het waterschap wordt onderscheid gemaakt tussen A- en B-watergangen op basis van de functie en omvang van de watergang. A-watergangen zijn de belangrijkste wateren met een afvoer van minimaal 30 liter per seconde of met een bijzondere functie. B-watergangen zijn minder belangrijke wateren met een afvoer tussen de 10 - 30 liter per seconde. In onderstaande afbeelding zijn de aanwezige B-watergangen rondom het plangebied weergegeven. Noord- en westelijk ligt een B-watergang. Centraal doorheen het plangebied lopen enkele droogvallende greppels welke voor de lokale afwatering naar de omliggende B-watergangen zorgen. Voor het eventueel dempen van (delen van) B-watergangen is een watervergunning verplicht. Het planvoornemen ziet echter niet op aanpassingen aan de aanwezige B-watergangen. Binnen het plangebied liggen twee greppels voor de lokale afwatering. De zuidelijke greppel blijft behouden voor een kleinschalig karakter, de noordelijk greppel zal worden gedempt. Deze dient niet gecompenseerd te worden gezien deze op eigen perceel ligt en derden/buurpercelen hiervan geen hinder ondervinden. Een overzicht van de wijzigingen door het planvoornemen is opgenomen in hoofdstuk 3.

Pagina | 10

AM24500

Afbeelding 5: Uitsnede leggerkaart met aanduiding plangebied (bron: waterschap De Dommel)

Afvalwater Binnen het plangebied zijn geen panden aanwezig. Bij een zonnepark verblijven er geen personen op het perceel en zal ook geen afvalwater geproduceerd worden waardoor dit aspect geen belemmering vormt.

Hemelwater Het plangebied is geheel onverhard (akkerland). Hemelwater kan derhalve lokaal in de bodem infiltreren of oppervlakkig afstromen naar de aanwezige oppervlaktewateren. Ten behoeve van het agrarisch gebruik zijn enkele greppels aanwezig welke voor de afvoer van overtollig water in nattere periodes instaan. Volgens de Bodematlas van Provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen een gebied waar meestal kwel optreed (gelegen nabij beekdal). De mogelijkheid tot infiltratie en de infiltratiesnelheid is onder andere afhankelijk van de lokale bodemopbouw en optredende grondwaterstanden. Indien noodzakelijk voor de (natuur)ontwikkeling kan (indicatief) een beter beeld van de lokale bodemopbouw verkregen worden door het plaatsen van profielboringen en enkele infiltratiemetingen. Dit wordt niet noodzakelijk geacht. Aanbrengen van verhard oppervlak leidt tot versnelde afstroom van hemelwater. Dit is slecht voor het waterhuishoudkundige systeem doordat er minder vocht de bodem in trekt en hemelwater versneld naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. Des te meer hemelwater de bodem in kan trekken, des te kleiner wordt de kans op wateroverlast en droogte. Echter de kwaliteit van het hemelwater mag niet verslechteren en binnen het plangebied mogen geen handelingen plaatsvinden die de milieu hygiënische condities van het water schaden.

Een nadere toelichting op de toekomstige verhardingen door de planontwikkeling is opgenomen in hoofdstuk 3.

Pagina | 11

AM24500

Klimaatadaptatie Het is van belang om Nederland klimaatbestendig en water robuust in te richten. Risico’s voor waterveiligheid, wateroverlast en droogte mogen ondanks de klimaatverandering niet toenemen. Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte. De gemeente Boxtel werkt samen met Brabant Water en waterschap De Dommel aan water en klimaatadaptatie. Hierbij is het streefdoel om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben. Samen hebben ze de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Hieraan kan een plan een bijdrage leveren door dit zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Om de invloeden van de klimaatveranderingen in beeld te brengen heeft de gemeente een klimaatstresstest uitgevoerd. De gemeente Boxtel is bezig met het opstellen van een omgevingsvisie waarin de gemeentelijke ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn worden vastgelegd. De gemeente Boxtel zal inspanningen moeten leveren om de in deze visie vastgestelde doelen te realiseren. Aan de hand van een omgevingsplan kunnen regels worden vastgesteld om de gemeentelijke doelen te bereiken. Ook in de gemeente Boxtel is er sprake van verdroging en hittestress.

Hier kan de gemeente iets aan doen door vergroening van de leefomgeving en het openbaar gebied, het grondwaterpeil door regenwater af te koppelen van het riool en lokaal vast te houden. Naast een voldoende hoge ligging dient water zoveel mogelijk groen en hergebruikt of lokaal verwerkt te worden. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Verder kan water zoveel mogelijk vastgehouden worden voor droge periodes. Dit kan door de inpassing van hemelwaterinfiltratie, grondgebonden groenstructuren of groene daken waardoor ook het risico op hittestress zoveel mogelijk wordt beperkt. Op de website https://bouwadaptief.nl/ zijn voorbeelden van mogelijke maatregelen en klimaatadaptatieve projecten opgenomen.

Pagina | 12

AM24500

3. PLANVOORNEMEN EN AFWEGING Men is voornemend een nieuwe zonneweide aan te leggen binnen de gemeente Boxtel. Het plangebied wordt momenteel agrarisch gebruikt en is volledig onverhard, met omliggend enkele oppervlaktewateren. Het planvoornemen ziet toe op een meervoudig ruimtegebruik waarbij er aandacht is voor bijkomend groen (verhogen lokale biodiversiteit) en een recreatief wandelpad. Ook is het voornemen om westelijk een struweelsingel aan te leggen en oostelijk een zoom met bloem- en kruidenrijk grasland aan te leggen. Het terrein vertoont een gering hoogteverschil variërend tussen ca. 7,9 tot 8,8 m +NAP. Globaal gezien is het plangebied aflopend in noordelijke richting met lokaal een verlaging richting de aanwezige greppels. De gemiddelde grondwaterstand ligt naar verwachting op ca. 7,2 m +NAP en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) op ca. 7,8 tot 8,0 m +NAP. Dit komt overeen met een ontwateringsdiepte van ca. 0,1 tot 0,8 m -mv. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden worden gehandhaafd of zelfs verhoogd. Gezien het toekomstige gebruik als zonnepark (geen bewoonde bebouwing en installaties op stellingen) speelt het grondwater geen belemmerende factor behoudens ter plaatse van de benodigde transformatorhuis(jes).

Voor de benodigde transformatorhuisjes wordt aanbevolen deze eventueel verhoogd boven het maaiveld te plaatsen om wateroverlast te voorkomen. Deze transformators worden binnenplans opgenomen, geclusterd achter elkaar, parallel aan de panelen, langs één centrale lijn op onderling gelijke afstand georganiseerd. Indien er toegangswegen worden aangelegd is een lichte verhoging van 10 cm boven het bestaand maaiveld geadviseerd zodat (grond)water geen overlast oplevert. Bij normale wegen wordt een minimale ontwateringsdiepte van 70 cm geadviseerd maar omdat het eigen toegangswegen zijn voor een beperkt toegankelijk gebied, is een minimale ontwateringsdiepte minder van belang en mag hiervan afgeweken worden. Toekomstige onderhoudswegen worden net als de bestaande paden bij voorkeur voorzien van een grof grindpakket op een doorlatend geotextiel (dikte afhankelijk van de benodigde draagkracht) waardoor grondwater geen overlast zal veroorzaken en water lokaal in de bodem kan wegzijgen. Conform het geldende beleid is compensatie vereist vanaf een verhardingstoename van meer dan 500 m 2 en kan tot 10.000 m2 gebruik gemaakt worden van de rekenregel (zie Algemene regels verhard oppervlak Brabantse waterschappen). Vanuit de gemeente dient compensatie aangelegd worden vanaf 250 m2. De geplande verharding bij de Vorst is circa 202 m2 (info opdrachtgever).

Dit omvat de transformatoren, het inkoopstation en de batterij. De toegangsweg en de veiligheidszones om de trafo’s, het inkoopstation en de batterij heen worden halfverhard (grindverharding) uitgevoerd. Derhalve is er geen verplichting tot compensatie van de verhardingstoename. Het afstromend hemelwater zal direct nabij de verharding lokaal oppervlakkig afgeleid worden en in de bodem infiltreren. Door de aanleg van een zonnepark (panelen op stellingen met open grondoppervlak) is geen aanvullende compensatie noodzakelijk voor het planvoornemen. Hemelwater kan verder rechtstreeks tussen de panelen op eigen perceel infiltreren in de bodem welke ingezaaid wordt met gras. Afhankelijk van de invulling en type verharding dient voor enkele toegangswegen, het wandelpad en de transformators lokale wateropvang ingepast te worden in het omliggende groen. Rondom wordt namelijk een struweel en bloem- en kruidenrijk grasland aangelegd. Pagina | 13

AM24500

Binnen en rondom het plangebied zijn meerdere watergangen aanwezig. Voor het dempen van een overige watergang is geen vergunning benodigd. Doordat deze op eigen perceel ligt, vormt dit ook geen overlast voor derden. Er vinden geen wijzigen plaats in/nabij de B-watergangen. Wanneer voor de ontsluiting van het zonnepark een dam met duiker nodig is in een B-watergang, dan gelden hiervoor algemene regels vanuit de Waterschapsverordening. B-watergangen hebben geen beschermingszone. Aanliggende eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor beheer en onderhoud (en dus voor het reserveren van voldoende ruimte hiervoor). Momenteel wordt minimaal 1 meter ruimte gehouden tussen de insteek en landschappelijke inpassing zodat onderhoud mogelijk is/blijft voor de aangrenzende eigenaren. De initiatiefnemer hanteert dit reeds zo bij andere zonneparken waar dit geen probleem oplevert. Door de voorgenomen landschappelijke inpassing, beperkte verhardingstoename welke lokaal kan infiltreren op eigen terrein in de bodem, het toepassen van waterdoorlatende verharding voor o.a. de toegangsweg en het wandelpad en rekening te houden met het bestaand oppervlaktewater wordt door het planvoornemen hydrologisch gezien neutraal ontwikkeld en is er ter plaatse en in de directe omgeving door het planvoornemen geen verhoogd risico op wateroverlast te verwachten.

Eventueel benodigde vergunningen of meldingen worden niet middels deze weging van het waterbelang geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden zoals onder andere het Omgevingsloket.

Pagina | 14

AM24500

4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Bij het voldoen aan de milieu hygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •

Daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.

•

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/staal (niet verzinkt)/aluminium, bij voorkeur geen gecoate materialen i.v.m. verwering.

•

Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag vervuild of afvalwater op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Het is verboden om chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.

Pagina | 15

AM24500

Aeres Milieu

Bijlage 1 Topografische overzichtskaart

AM24500

Aeres Milieu

Bijlage 2 Concepttekening planvoornemen

AM24500

toegang kabeltracé en inrit zonnepark ruimte voor opslag en techniek

P

nieuwe struweelhaag ca. 6 meter breed 1,07 ha

greppels vrijhouden voor kleinschalig karakter

2,34 ha panelen indicatief noord/zuid opstelling in lijn met de verkaveling

1,68 ha 1’

nieuwe houtsingel

nieuwe houtwal 2 4 bestaande eiken

2’

1

leidingenstrook vrijhouden 1m onderhoudspad versterking in natuurnetwerk door nieuwe ecologische verbindingszone

Landschappelijke inpassing Zonneweide De Vorst Gemeente Boxtel

Datum: Maart 2025

Schaal: 1:1.500

Getekend: RT

Formaat: A3S

Tekeningnr.:

Projectnr.: P07685

N

plangrens

hekwerk

1

1’

akker; maïs

1

min.10

4

vrije ruimte

aan te planten houtsingel, boom- en struikvormers (struiken 3-5 meter hoog, bomen 8-10 meter hoog)

onderhoudspad

bestaande sloot

zonnepanelen i.c.m. inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland

+2m t.o.v. huidig maaiveld

plangrens

hekwerk

2

onderhoudspad

Zone leiding

vrijwaring 5m

leidingenstrook

5 zonnepanelen i.c.m. inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland

Dwarsprofielen Zonneweide De Vorst Gemeente Boxtel

10

2’

vrijwaring 5m

5

9

3

17

3

aan te leggen houtwal boom- en struikvormers (aarden wal 2m hoog, struiken 3-5 meter hoog, bomen 8-10 meter hoog)

bestaande sloot

3 wegprofiel De Vorst met aan weerszijden bomen

bestaande sloot

Datum: Maart 2025

Schaal: 1:200

info@bro.nl

Getekend: RT

Formaat: A3L

telefoon +31 (0)411 85 04 00

Tekeningnr.:

Projectnr.: P07685

Bosscheweg 107 Boxtel www.bro.nl

N

Aeres Milieu

Bijlage 3 Geraadpleegde literatuur

AM24500

Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •

Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024, Gemeente Boxtel;

•

Waterbeheerprogramma 2022-2027, Waterschap De Dommel;

•

Waterschapsverordening Waterschap De Dommel;

•

Omgevingsvisie en omgevingsverordening provincie Noord-Brabant;

•

Landelijke Handreiking Watertoets;

•

Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;

•

Nationaal Bestuursakkoord Water, 2003 en actueel 2008;

•

Waterwet;

•

Het Nationaal Waterplan;

•

Kader Richtlijn Water;

•

Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.

Overige literatuur •

Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;

•

Ruimtelijke plannen Nederland;

•

Bodematlas provincie Noord-Brabant.

Internet •

www.dewatertoets.nl

•

www.boxtel.nl

•

www.dommel.nl

•

www.brabant.nl

•

www.BROloket.nl

•

www.ahn.nl

•

www.pdok.nl

Pagina | 16

AM24500

Bijlage 4 - Stikstofdepositieonderzoek

advies

projectnaam AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel

1. Inleiding

Bij de bepaling van de stikstofdepositie kan een activiteit door het ver-

De eigenaar (hierna: initiatiefnemer) van de percelen gelegen aan de De

oorzaken van stikstofdepositie in een Natura 2000- gebied als een Na-

Vorst te Boxtel is voornemens op deze percelen een zonnepark te ont-

tura 2000-activiteit moet worden aangemerkt. Dit volgt uit artikel 4.15 lid

datum 27 maart 2025

wikkelen. Het plangebied betreft het perceel dat kadastraal bekend

1 van de omgevingsregeling. De methode voor het berekenen van stik-

staalt als gemeente Boxtel, sectie N en nummer 192. Het plangebied

stofdepositie op Natura-2000 gebieden is de AERIUS calculator van toe-

heeft een oppervlakte van circa 7,1 hectare en wordt momenteel ge-

passing. Mocht er aan de hand van een stikstofberekening blijken dat er

bruikt voor het telen van verschillende gewassen.

geen stikstofdepositie ontstaat hoger dan 0,00 mol/ha/jaar bij omlig-

projectnummer P07685

gende Natura 2000 gebieden dan is een passende beoordeling aan de

opdrachtgever Novar Nederland B.V.

In verband met de aan te vragen omgevingsvergunning is het van be-

hand van het omgevingsplan niet nodig, aangezien er geen significante

lang om inzicht te hebben of met onderhavige ontwikkeling sprake is van

gevolgen verwacht zijn.

BRO projectleider RTa

stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

projectteam RVe

De Omgevingswet heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelricht-

den. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is ‘Kampina & Oister-

review WvdH

lijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als

wijkse Vennen’ op circa 1,4 kilometer afstand ten westen van het plan-

Doorwerking plangebied

2. wettelijk kader natura 2000-gebieden

Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

voortoets. Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden.

5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Figuur 1 geeft de ligging van het project weer ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebie-

gebied.

jecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een

Willemsplein 2

Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een zonnepark betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. Onderhavig document en bijgevoegde Aerius-bijlagen geven hier invulling aan.

Op grond van art. 2.15a van de Ow heeft het Rijk omgevingswaarden voor stikstofdepositie vastgesteld. Deze omgevingswaarden zijn bedoeld als resultaatverplichtingen. Het uiteindelijke doel hiervan is om de stik-

info@bro.nl

stofdepositie op termijn te verminderen tot het niveau dat noodzakelijk is

www.bro.nl

voor een gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats.

1/8

Figuur 1: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied(en) (Bron: AERIUS Calculator)

AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel

2/8

3. Het planvoornemen De wens van de initiatiefnemers is om het huidige agrarische perceel te gebruiken voor het realiseren van een zonnepark. Daarvoor zal merendeel van de gehele oppervlakte van 7,1 ha benut worden. Naast het zonnepark worden eveneens ingrepen gedaan aan de omgeving om de kwaliteiten van het landschap mee te nemen en te versterken. Om het zonnepark landschappelijk in te passen zijn de volgende ontwerpprincipes toegepast: 1. Versterken kampenlandschap door het toepassen van robuuste groenstructuren; 2. Gestructureerde positie van de panelen en bouwwerken: panelen in lijn met de verkaveling in zuidopstelling, trafo’s centraal op de locatie; 3. Recreatieve aansluiting langs de zuid- en oostzijde van het plangebied. Het plangebied is door de jaren heen zijn kleinschaligheid verloren. Met de komst van het zonnepark kan dit kleinschalige karakter worden teruggebracht door de aanplant van verschillende soorten landschapselementen. Navolgende afbeelding weergeeft het landschappelijk inpassingsplan waarop het zonnepark evenals de landschappelijke inpassingen zijn weergeven.

Figuur 2: Landschappelijk inpassingsplan planvoornemen

AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel

3/8

4. AERIUS-berekening

Hierin is “B” het brandstofverbruik in liter per uur, volgens de relatie op

gehanteerd dat elk uitgaand lichtverkeersvoertuig, oftewel 50% van de

Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege

basis van het AUB rapport van TNO2 en is “Pmax” het maximale ver-

lichtverkeersbewegingen, een koude start heeft.

stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit

mogen van het werktuig in kW. Voor de inzet van mobiele werktuigen is

deze berekening blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase

gerekend met Stageklasse V die ten tijden van de realisatie gemiddeld 6

Voor middelzwaar verkeer of zwaar verkeer geldt dat zij doorgaans niet

geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de

à 7 jaar oud zijn. Zie hiervoor tabel 1 met de invoergegevens en bijge-

langer dan 2 uur geparkeerd staan met de motor uit. Veel van deze

door AERIUS gegenereerde rapportage voor de aanleg- en gebruiks-

voegde AERIUS- rapportage.

voertuigbewegingen zijn ten behoeve van levering van materialen waar-

fase opgenomen. In het voorliggende document worden de ingevoerde gegevens kort toegelicht.

door ze niet langer dan 2 uur geparkeerd hoeven te staan. Middelzwaar Verkeer bouw en grondwerkzaamheden

en zwaar verkeer dat zich wél langer dan 2 uur op het terrein bevindt

Ten behoeve van de aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, on-

staan deze periode niet altijd met de motor uit. Zie hiervoor voorgaand

Aanlegfase

der andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verkeers-

‘stapvoets rijden’ en navolgend ‘stationair draaien’.

Bij de realisatie van het zonnepark worden diverse mobiele werktuigen

generatie is weergeven in tabel 1. De bewegingen zijn over de aanlig-

ingezet en zal bouwverkeer plaatsvinden. Dit zorgt voor emissies aan

gende wegen vanaf het plangebied gemodelleerd tot aan de Keulse-

Om onzekerheden op te kunnen vangen is er voor 10% van de middel-

stikstof. Er is dan ook een stikstofonderzoek uitgevoerd naar deze

baan, waar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. Voor

zwaar en zwaar verkeersbewegingen een koude start ingevoerd.

bouwfase. Voor de beoogde ontwikkeling is een bouwperiode van circa

meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-

6 maanden aangehouden.

rapportage. Voor het bouwverkeer is een file marge van 10% aangehou-

Stationair draaien zware vrachtwagens

den.

Daarnaast geldt voor het bouwverkeer dat dit zij soms stationair draaien.

(Mobiele) werktuigen

Dit houdt in dat zij met draaiende motor op eigen terrein stilstaan, bij-

Voor de inzet van de (mobiele) werktuigen is uitgegaan van een gemid-

Stapvoets rijden

voorbeeld tijdens het laden/lossen of tijdens het wachten op het vrijko-

deld gebruik van mobiele werktuigen voor de beoogde ontwikkeling, op

Voor het middelzwaar en zwaar verkeer dat zich binnen de contouren

men van een losplaats. De emissiecijfers die hiervoor zijn gebruikt ko-

basis van eerder uitgevoerde berekeningen. Gezien de ontwikkelaar

van het plangebied verplaatst, geldt dat deze overwegend stapvoets rij-

men uit de bijlage van de handreiking ‘Instructie gegevensinvoer voor

geen gegevens met betrekking tot de aanlegfase beschikbaar heeft, is

den. Daarom is voor deze categorie een aparte lijnbron toegevoegd

AERIUS calculator 2024.2’ van BIJ12. Voor het stationair draaien is uit-

uitgegaan van kencijfers en ervaringscijfers van eerdere berekeningen.

waarbij een file marge van 100% is aangehouden.

gegaan dat elk voertuig, dat valt onder zwaar vrachtverkeer, circa 10 mi-

Het brandstofverbruik van de mobiele werktuigen is berekend aan de

nuten stationair draait gedurende de bouwfase. De gegevens hiervan

hand van de volgende formule uit het “Instructie gegevensinvoer voor

Koude start verkeer

AERIUS Calculator 2024.2” 1 (februari 2024, BIJ12):

Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart wor-

1 2

zijn opgenomen in tabel 1.

den nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. Denk hierbij bijvoor-

Conclusie

beeld aan een geparkeerde auto waarbij tijdens het starten in de eerste

De totale emissie van de verkeersgeneratie en mobiele werktuigen is

10 á 30 seconden na start een hogere koude start-emissie plaatsvindt.

volgens de berekening 49,1 NOx/kg/j en 1,4 NH3/kg/j. Het rekenresul-

Er is daarom een aparte vlakbron ingevoerd voor alle voertuigen die op

taat is daarmee niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De aanlegfase zorgt

de projectlocatie een koude start hebben. Hierbij wordt als uitgangspunt

dan ook niet voor negatieve effecten op natura 2000-gebieden.

Berekend aan de hand van formule uit hoofdstuk 8.4 van: BIJ12 in opdracht van RIVM, ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024.2’ (februari 2024), p. 53. Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305, p. 26

AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel

4/8

Invoergegevens Zonnepark De Vorst

Gebruiksfase

Vermogen

Stage klasse

Draaiuren

Brandstofverbruik (liters/uur)

Brandstofverbruik (liters/jaar)

Adblue (6%) (l/j)

Graafmachine Shovel Verreiker Mini heimachine Mini kraan Trilplaat

Elektrisch 120 80 60 80 20

V V V V V V

194 115 184 92 138 69

x 11,940 8,140 6,240 8,140 2,440

x 1373 1498 574 1123 168

x 82 90 34 67

Bouwverkeer Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer

Verkeersgeneratie (mvt/jaar) 552 138 414

Bouwverkeer stationair Zwaar verkeer

Aantal uur 69,138

De realisatie van het zonnepark zal logischerwijs gasloos worden opgeleverd. Dit zorgt dan ook niet voor een stikstofemissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen wél voor stikstofemissie. Verkeersgeneratie In de huidige situatie bestaat het plangebied vrijwel volledig uit agrarische gronden. De toekomstige situatie heeft een verwaarloosbare verkeersaantrekkende werking. Er zal uitsluitend sprake zijn van incidenteel verkeer ten behoeve van onderhoud, controle en beheer van het zonnepark en de groene inpassing. Zo zal het terrein enkele keren per jaar ge-

Mobiele werktuigen

Aanleg en terreinafwerking

Totaal Emissie NOX (kg/jaar) 11,3

Voertuigen met een koude start 276 14 41

maaid worden en vindt een aantal keer per jaar een bezoek van een monteur plaats ten behoeve van storingen of onderhoud. Hiervoor zijn 120 verkeersbewegingen per jaar gemodelleerd (licht verkeer).

wegtype stad stagnerend

Srmwegtype jaar niet-snelweg 2025

g/uur stationair NH3 0,8964

g/uur staionair Nox 74,575

Emissie NOX (kg/jaar) 0 8,2 9 3,8 6,9 3,7 31,6 Emissie NOX (kg/jaar) 1,3 Emissie NH3 Emissie NOX (kg/jaar) (kg/jaar) 0,06 5,16

Tabel 1: Invoergegevens AERIUS-calculator aanlegfase

De bewegingen zijn over de zelfde route gemodelleerd als het bouwverkeer. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie De totale emissie van de verkeersgeneratie is volgens de berekening 0,0759 NOx/kg/j en 0,0092 NH3/kg/j. Het rekenresultaat is daarmee niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De gebruiksfase zorgt dan ook niet voor negatieve effecten op natura 2000-gebieden.

AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel

5/8

5. Resultaten en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht op grond van artikel 8.74b lid 1 Bkl.

6. Bijlagen Bijlage 1: AERIUS stikstofberekening aanlegfase Bijlage 2: AERIUS stikstofberekening gebruiksfase

AERIUS-berekening Zonnepark De Vorst te Boxtel

6/8

Bijlage 1 - AERIUS stikstofberekening aanlegfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BRO De Vorst, - Boxtel Zonnepark De Vorst Aanlegfase Zonnepark De Vorst

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RXqPyAv9YYhh 27 maart 2025, 14:33 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanlegfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Aanlegfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

2026 -

1,4 kg/j

49,0 kg/j

2/8

Projectberekening

Aanlegfase Zonnepark De Vorst (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 4 5 6

Anders... | Anders... | Aanduiding plangebied (globaal) Anders... | Anders... | Bouwverkeer stationair Verkeer | Koude start: overig | Bouwverkeer koude start Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen bouwfase Verkeersnetwerk

RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

60,0 g/j 26,7 g/j 1,1 kg/j 0,2 kg/j

5,2 kg/j 1,3 kg/j 31,5 kg/j 11,1 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase Zonnepark De Vorst" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

5/8

Projectberekening

Aanlegfase Zonnepark De Vorst, Rekenjaar 2026 1

Naam

Anders... | Anders...

Aanduiding Uittreedhoogte plangebied Warmteinhoud (globaal) Spreiding Locatie X:150757,88 Y:397964,36 Oppervlakte 7,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,0 m 0,000 MW 0m

2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:151221,04 Y:396960,2 Lengte 3.209,20 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

4

Anders... | Anders...

RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

-

-

552,0 /jaar 138,0 /jaar 414,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam Bouwverkeer Uittreedhoogte stationair Warmteinhoud Locatie X:150757,88 Spreiding Y:397964,36 Oppervlakte 7,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer plangebied Locatie X:150715,07 Y:397826,86 Lengte 1.213,44 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

0,0 m 0,000 MW 0m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

6,9 kg/j 1,7 kg/j 0,2 kg/j

In file

10,0 % 10,0 % 10,0 % 0,0 % 4,2 kg/j 1,0 kg/j 47,0 g/j

In file

0,0 /jaar 138,0 /jaar 414,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 100,0 % 100,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

5,2 kg/j 60,0 g/j

6/8

Projectberekening

5

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig

Bouwverkeer koude start X:150757,88 Y:397964,36 7,64 ha

NOₓ NH₃ Koude starts

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Mobiele werktuigen bouwfase X:150757,88 Y:397964,36 7,64 ha

Naam

Stageklasse

1,3 kg/j 26,7 g/j

276,0 /jaar 14,0 /jaar 41,0 /jaar 0,0 /jaar

NOₓ NH₃

Shovel

Brandstof­verbruik

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 1373 l/j ja

Draaiuren AdBlue verbruik

Verreiker

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 1498 l/j ja

184 u/j 90 l/j

Mini heimachine

Stage-V, >= 2019 , 56-75 kW, diesel, SCR: ja 574 l/j

92 u/j 34 l/j

Mini kraan

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: 1123 l/j ja

138 u/j 67 l/j

Trilplaat

Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, SCR: 168 l/j nee

69 u/j

115 u/j 82 l/j

31,5 kg/j 1,1 kg/j Stof Emissie

NOₓ

8,2 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 9,0 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 3,8 kg/j NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 6,9 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 3,7 kg/j NH₃ 1,3 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.1.3_20250325_2d340884eb Database versie 2024.1.3_2d340884eb_calculator_nl_stable RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

7/8

Projectberekening

Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RXqPyAv9YYhh (27 maart 2025)

8/8

Bijlage 2 - AERIUS stikstofberekening gebruiksfase

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

BRO De Vorst, - Boxtel Zonnepark De Vorst Gebruiksfase Zonnepark De Vorst met referentiesituatie

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RYAf1FrRJTmC 04 oktober 2024, 15:44 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Gebruiksfase Zonnepark De Vorst - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RYAf1FrRJTmC (04 oktober 2024)

2025 -

9,2 g/j

75,9 g/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase Zonnepark De Vorst (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 3 

Anders... | Anders... | Aanduiding plangebied (globaal) Verkeer | Koude start: overig | Bouwverkeer koude start Verkeersnetwerk

RYAf1FrRJTmC (04 oktober 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,7 g/j 6,5 g/j

16,5 g/j 59,5 g/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RYAf1FrRJTmC (04 oktober 2024)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase Zonnepark De Vorst" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RYAf1FrRJTmC (04 oktober 2024)

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase Zonnepark De Vorst, Rekenjaar 2025 1

Naam

Anders... | Anders...

Aanduiding Uittreedhoogte plangebied Warmteinhoud (globaal) Spreiding Locatie X:150757,88 Y:397964,36 Oppervlakte 7,64 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Bouwverkeer Locatie X:151221,04 Y:396960,2 Lengte 3.209,20 m Wegtype Buitenweg Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0m Verkeer Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Verkeer | Koude start: overig

Naam Locatie Oppervlakte

Type voertuig

Bouwverkeer koude start X:150757,88 Y:397964,36 7,64 ha

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

0,0 m 0,000 MW 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

59,5 g/j 8,2 g/j 6,5 g/j

In file

120,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

10,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

16,5 g/j 2,7 g/j

Koude starts

60,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024_20240924_e658fbbf94 Database versie 2024_e658fbbf94_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website RYAf1FrRJTmC (04 oktober 2024)

6/6

Bijlage 5 - Technische tekeningen zonnepark

niet op schaal Zuid-oriëntatie

Azimut [°] Hoogte h [m] Afstand laagste module - grond c [m] Rijafstand p [m] Gangpadbreedte a [m] Geprojecteerde tafellengte w p [m] Paneel lengte PL [m] paneel breedte [m]

h

PL ±0.00

c

1

Algemene doorsnede door panelenveld

a

wp p

as per plot max. 1.8 min. 0.70 min. 10 min. 2.5 min. 7.38 max. 2.5 max 1.4

2

Transformatorstation niet op schaal, eenheden in m (objecten op schaal op een andere tekening)

max 3.50

max. 4.00

max. 6.50

±0.00

±0.00

Zijaanzicht

Vooraanzicht

3

Container voor reserveonderdelen Hoogte vanaf de grond h [m]

niet op schaal max. 2.50

h

max. 2.60

max. 6.20

±0.00

Vooraanzicht

Zijaanzicht

max. 3.00

niet op schaal

max. 4

netbeheerder

ZON PV

EOS

max. 4

4

Inkoopstation

max. 9

±0.00

Zijaanzicht links

Vooraanzicht

Vooraanzicht

Vooraanzicht

niet op schaal

min. 2.00

max. 0.1

min. 0.15

4

Hekwerk met faunapassage aan onderzijde

±0.00

Betonnen fundering

max. 2.50

max. 2.50

Emmasingel 4 9726AH Groningen

tel: 085 30 30 850 www.Novar.nl

Project:

Boxtel de Vorst Project Location:

Boxtel lat. 51.570 lon.5.325

inkoopstation

System information:

Blusput

PV modules:

9060 Pieces

Brand & type:

xxxxx

PV module dimensions: 2500mm x 1400mm

Technische ruimte EOS

0 meter

20 meter 40 meter 60 meter 80 meter 100 meter

PV module power:

720 Wp

Total system size:

6212 kWp

Inverter:

TBD

Site Orientation: N ju

n

n

W

6

ju

mrt/sep

mrt/sep c de

de c

O

Z

Azimuth 0,0

Drawing Status

7

4 Transformator

Rev :

Description: :

Date:

A

Permit design Boxtel de vorst

26-3-2025

6

6

Project nummer: GM281

4

Title: PV Layout Design

3.5

17

Paper format: A0 Scale: See drawing Version: 00 Drawn: WDR

R10

Drawing number:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=b69fde87-c438-4be2-965d-128e08f36d7b