CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4e Ontginningsweg Advies ODBN 170625

Raadsvergadering Boxtel 16 september 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark Ontginningsweg2.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Victorialaan 1

(geanonimiseerd) [|

| BN (geanonimiseerd) s-Hertogenbosch

2

1 d hb n

www.odbn.nl

Omgevingsdienst Brabant

Gemeente

Noord

Boxtel

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Datum

Ons kenmerk

Telefoonnummer

17-06-2025

Z/252404

088-7430

Bijlage(n)

Uw

1

Contactpersoon

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |

000

Registratienummer

kenmerk

-

Onderwerp Beoordeling milieuparagraaf: Zonnepark Ontginningsweg ong

-

Boxtel

EN

Geachte (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

milieuaspecten in de ruimtelijke onderbouwing “[naam plan]” te beoordelen. de milieuaspecten ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel” te beoordelen die is opgesteld door BRO op 17 december 2024. Deze beoordeling gaat enkel in op de aspecten die niet akkoord waren. Op

12 mei 2025

verzocht

u

ons

om

de

in de

Dit is het

plan

Initiatiefnemer

is voornemens

zonnepark te realiseren op een aantal percelen in het buitengebied van de gemeente Boxtel langs de Ontginningsweg (ten westen van Brede Heide 14) (sectie N, perceelnummers 359, 1045 en 1046). De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9,5 hectare. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van zonnepanelen inclusief bijbehorende voorzieningen zoals batterij en transformatorstations, en wordt voorzien van landschappelijke inpassing. Op grond van de vigerende bestemming is de ontwikkeling van een zonneweide niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet gebruik worden gemaakt van de vergunning om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. een

Samenvatting beoordeling De volgende milieuaspecten zijn niet akkoord. -_Omgevingsveiligheid

Deze

moeten

nog worden aangepast.

volgende milieuaspecten zijn akkoord, mits. Deze hebben hierop geen herbeoordeling uit. Activiteiten en milieuzonering -__Natuur en landschap (onderdeel gebiedsbescherming) De

nog aandacht

nodig

-__

De -__

volgende milieuaspecten zijn akkoord.

Deze

hoeven

niet te worden

Geluid

Voor de

uitgebreide beoordeling

wordt

verwezen

naar

bijlage

1.

aangepast.

maar

wij voeren

Neem gerust contact met ons op Hebt u nog vragen? Dan kunt u een e-mail sturen

Graag daarbij

het zaaknummer vermelden.

vrijdag tussen

8.30 tot 17.00

uur.

naar

of bellen (geanonimiseerd) BN

kunt

ons

telefonisch

U kunt ook

onze

website bezoeken

U

informatie. Met Het

vriendelijke groet, Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst

Brabant Noord

(geanonimiseerd) Omgevingsdienst Dit document

Brabant

Noord

is digitaal ondertekend.

Bijlage(n):

1

In afschrift aan:

Gemeente

ODBN

4706-2025

Kenmerk

Z/252404

Beoordeling milieuaspecten Boxtel

bereiken

naar

(geanonimiseerd)

maandag tot en (www.odbn.nl) voor meer van

met

Bijlage 1

Beoordeling milieuaspecten

Onderstaande paragraafnummering volgt de ruimtelijke onderbouwing. Paragraaf 5. 5 Activiteiten en milieuzonering Akkoord , mits. Wat is beoordeeld? -

-

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024. Bijlage 4; situatie tekening , Boxtel O , Chint Solar , 28 maart 2025.

Wat volgt uit de beoordeling? De paragraaf geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De paragraaf hanteert de VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’. In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van Bedrijven en milieuzonering (2009). We raden aan dit aan te passen. We raden aan op te nemen voor welk milieuaspect de richtafstand van 50 meter is. We raden eveneens aan om de richtafstanden voor alle aspecten separaat te benoemen. Zie de beoordeling voor het aspect geluid van het zonnepark en haar onderdelen onder paragraaf 5. 7 ‘Geluid’. In Bijlage 4 Situatie tekening is opgenomen waar de verschillende onderdelen van het zonnepark gesitueerd zijn. We raden de gemeente aan om de exacte posities vast te leggen en een duidelijke tekening op te nemen in de ruimtelijke onderbouwing.

Paragraaf 5. 7 Geluid Akkoord. Wat is beoordeeld? -

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024.

Wat volgt uit de beoordeling? De paragraaf geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: Het is gewenst om in de omgevingsvergunning het geluidsniveau op 100 meter van de grens van het zonnepark vast te leggen van 50 dB(A) overdag , 45 dB(A) ’s avonds en 40 dB(A) ’s nachts , Dit zorgt voor een goede verdeling van functies op locaties. Dit kan met separate maatwerkvoorschriften of via voorschriften bij de BOPA.

Paragraaf 5. 12 Natuur en landschap (onderdeel gebiedsbescherming) Akkoord , mits. Wat is beoordeeld? -

-

-

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel’ , projectnummer: P07285 , opgesteld door: BRO , datum: 1 mei 2025 Rapport stikstofberekening ‘Zonnepark Boxtel’ , projectnummer: 22301219 , opgesteld door: Mug Ingenieursbureau , datum: 3 april 2025 AERIUS-berekening realisatiefase ‘Zonnepark Boxtel’ , kenmerk: S2YYAwG8eyza , opgesteld door: Mug Ingenieursbureau , datum: 4 april 2025 , 07:40

ODBN Kenmerk

3

Z/252404

-

AERIUS-berekening gebruiksfase ‘Zonnepark Boxtel’ , kenmerk: RqfxT2tgAqBB , opgesteld door: Mug Ingenieursbureau , datum: 4 april 2025 , 07:40

Wat volgt uit de beoordeling? Het stikstofdepositieonderzoek geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De uitgangspunten voor zowel de realisatiefase als de gebruiksfase zijn realistisch en correct ingevoerd in AERIUS Calculator. In paragraaf 2. 2 van de landschappelijke inpassing wordt aangegeven dat er begraasd zal worden door schapen. Wanneer dit daadwerkelijk het geval is kan hierdoor mogelijk stikstofdepositie plaatsvinden op Natura 2000-gebieden en zal intern gesaldeerd moeten worden. De paragraaf ‘Natuur en Landschap’ (5.12) , onderdeel gebiedsbescherming , uit de ruimtelijke onderbouwing geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De resultaten van de berekeningen zijn correct opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Er wordt nu niet intern gesaldeerd. Echter kan het zijn dat er met een aanpassing in de berekening stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreedt waardoor men intern moet salderen. Op 18 december heeft de Raad van State een uitspraak gedaan betreffende intern salderen (Rechtspraak over intern salderen wijzigt - Raad van State). Door deze uitspraken is voor het onderdeel gebiedsbescherming van een BOPA-aanvraag , waarbij sprake is van intern salderen , een passende beoordeling 1 nodig. Dit betekent dat mogelijk voor het project een natuurvergunning moet worden aangevraagd. Voor het verlenen van de BOPA zijn de gevolgen

onduidelijk: o

De huidige wetgeving met jurisprudentie kan geïnterpreteerd worden dat bij een BOPA voor het aspect Natura 2000 enkel een uitvoerbaarheidstoets geldt (oftewel , de vraag wordt gesteld of een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit verkregen kan worden). Op dit moment worden omgevingsvergunningen Natura 2000-activiteit met betrekking tot intern salderen niet verleend , omdat het additionaliteitsbeginsel 2 niet

onderbouwd kan worden (Document NoordBrabant - Statenmededeling Duiding uitspraak Raad van State intern salderen Rendac en Amercentrale en uitspraak Rechtbank Den Haag inzake Greenpeace - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie. nl)). ▪ Vanwege dit feit zijn wij van mening dat bij deze uitleg van de wetgeving/jurisprudentie , de BOPA niet uitvoerbaar is , het is immers onduidelijk of er sprake is van ETFAL , en dus ook niet verleend kan worden. ▪ Echter , een ander argument luidt dat wanneer sprake is van intern salderen , dit er niet per definitie toe leidt dat een omgevingsvergunning Natura 2000activiteit nooit kan worden verleend , omdat ook met de uitspraak van RvS van 18 december intern salderen nog steeds mag worden betrokken bij de passende beoordeling bij de aanvraag om een dergelijke vergunning. Het sluit niet uit dat de omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit in de toekomst wél zou kunnen worden verleend. Dit zou betekenen dat de uitvoerbaarheidstoets van de BOPA 1 Volgens

BIJ12 is een passende beoordeling een ecologisch onderzoek dat wordt uitgevoerd wanneer een plan of project mogelijk significante negatieve effecten heeft op een Natura 2000-gebied. Dit onderzoek is verplicht op grond van de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn. Het doel is om te beoordelen of het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied zal aantasten. 2 De

Rendac en Amercentrale uitspraken hebben tot gevolg dat intern salderen alleen kan als voldaan is aan het additionaliteitsvereiste. Dat betekent dat intern salderen alleen als mitigerende maatregel kan worden ingezet als de wijziging of beëindiging van de bestaande vergunde situatie niet nodig is als instandhoudings- of passende maatregel. Dit dient steeds in het concrete geval bij de inzet van intern salderen als mitigerende maatregel in een passende beoordeling beoordeeld en gemotiveerd te worden.

ODBN Kenmerk

4

Z/252404

o

o

met succes kan worden doorlopen. Enkel een aanvraag voor een vergunning Natura 2000-activiteit is hierin onvoldoende , omdat hiermee niet vaststaat dat deze verkregen kan worden. Er zal dan in de BOPA-aanvraag ook onderbouwd moeten worden of een natuurvergunning verleend kan worden. Een ander standpunt is dat het aspect Natura 2000 meegenomen moet worden bij de ETFAL-toets. En dat wanneer er stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000gebieden er geen sprake kan zijn van ETFAL en een BOPA dus niet verleend kan worden. Hier is echter nog geen jurisprudentie over , behalve dat gebiedsbescherming mee wordt genomen in de ETFAL-beoordeling. Een laatste standpunt is dat gebiedsbescherming niet hoeft worden meegenomen in de beoordeling van de BOPA. Gebiedsbescherming wordt namelijk niet expliciet genoemd in artikelen 8.0a , lid 2 , 8.0b , 8.0c , 8. 0d en 8. 0e van het Bkl en de daaraan gekoppelde artikelen. Zoals echter genoemd in een uitspraak van de rechtbank in Gelderland wordt daarin gebiedsbescherming meegenomen in de beoordeling van een BOPA. Er is hierover daarentegen nog geen uitspraak van de Raad van State. Wij verwachten dat wanneer een BOPA wordt verleend zonder de eventuele ▪ gevolgen inzichtelijk te maken op Natura 2000-gebieden , deze geen stand zal

houden bij de rechtbank. Zonder jurisprudentie is het onduidelijk of voldaan wordt aan ETFAL en/of dat de BOPA uitvoerbaar zal zijn. Het bevoegd gezag zal dus een keuze moeten maken of het de BOPA zal verlenen met het oog op het aspect Natura 2000. Bij verlenen van de BOPA loopt het bevoegd gezag het risico dat de vergunning geen standhoudt wanneer bezwaar wordt gemaakt op het aspect Natura 2000. Er zal duidelijk gemaakt moeten worden of het zonnepark beheerd wordt door begrazing met schapen. Als dit het geval is zal het stikstofdepositieonderzoek aangepast moet worden. Het is mogelijk dat door deze aanpassing een vergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig is. Er is onvoldoende jurisprudentie is om te bepalen of de BOPA dan verleend kan worden met het oog op het aspect Natura 2000. Hierover dient het bevoegd gezag een keuze te maken. o

-

Paragraaf 5. 13 Omgevingsveiligheid Niet akkoord. Wat is beoordeeld? -

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel’ , projectnummer: P07285 , BRO , 1 mei 2025.

-

Tekening situatie , Chint , 28 maart 2025.

Wat volgt uit de beoordeling? De aangeleverde documenten geven aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: In hoofdstuk 7 , onder het kopje " Vooroverlegreactie Veiligheidsregio " , wordt niet duidelijk of is getoetst of voldaan wordt aan de eisen van Gasunie met betrekking tot de aantasting van de kathodische bescherming bij de plaatsing van de zonneweide. Deze eisen zijn vastgelegd in de NIPV-handreiking 'Plaatsing zonneweide nabij een stalen buisleiding'. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat deze handreiking wordt meegenomen in het overleg met de Gasunie. Op basis hiervan zijn er twee mogelijke handelingsopties: o De initiatiefnemer bereikt vooraf overeenstemming met de Gasunie over de borging van de o

ODBN Kenmerk

kathodische bescherming. Het bereiken van overeenstemming met Gasunie wordt vastgelegd als voorwaardelijke verplichting in het ruimtelijk plan.

5

Z/252404

-

-

-

-

Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting kan voor de initiatiefnemer nadelige gevolgen hebben. Zo bestaat het risico dat uiteindelijk minder vierkante meters van het

zonnepark gerealiseerd kunnen worden. Bovendien zal de formulering van een voorwaardelijke verplichting juridisch zorgvuldig moeten worden uitgewerkt. Gelet hierop verdient het de voorkeur dat vooraf volledige overeenstemming wordt bereikt tussen de initiatiefnemer en de Gasunie. Dit biedt meer duidelijkheid voor alle betrokken partijen en voorkomt mogelijke knelpunten in een later stadium van de planvorming. In paragraaf 5. 13. 2 onder het kopje “Onderzoek” is vermeld dat er intensieve afstemming plaatsvindt tussen de initiatiefnemer en de Gasunie over het reserveringsgebied van de ‘Structuurvisie buisleidingen 2012-2035’ , dat binnen het plangebied is gelegen. Het doel van deze Rijksstructuurvisie is om ruimte te reserveren voor toekomstige ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het betreft doorgaans buisleidingen die provincie- en vaak ook landsgrensoverschrijdend zijn. Binnen het reserveringsgebied zijn geen activiteiten toegestaan die de aanleg van dergelijke buisleidingen kunnen belemmeren. Aan weerszijden van het reserveringsgebied ligt een zogenaamd zoekgebied van 250 meter. Binnen dit zoekgebied kan de gemeente de ligging van het reserveringsgebied optimaliseren , waardoor er ruimte is voor een betere inpassing in de lokale situatie. In het zoekgebied gelden geen specifieke verplichtingen of beperkingen.

Echter , als binnen dit zoekgebied ontwikkelingen worden toegestaan die de toekomstige aanleg van buisleidingen belemmeren , vermindert de ruimte voor optimalisatie. De gemeente verliest daarmee flexibiliteit om de ligging van het reserveringsgebied later nog aan te passen. De uiteindelijke ligging van het reserveringsgebied moet worden vastgelegd in het omgevingsplan , zodat voor alle betrokkenen duidelijk is waar dit gebied zich bevindt. Gezien de ligging binnen de gemeentegrenzen van Boxtel , is het noodzakelijk dat de gemeente Boxtel nauw bij dit proces wordt betrokken. Daarbij moet rekening worden gehouden met de volgende voorwaarden: o Het reserveringsgebied dient binnen de grenzen van het zoekgebied te blijven. Er moet een doorgaande strook beschikbaar blijven voor de aanleg van buisleidingen. o o Het reserveringsgebied moet aansluiten op de reserveringsgebieden van aangrenzende o o

gemeenten. Bij buisleidingen die over meerdere gemeenten lopen , dient sprake te zijn van onderlinge afstemming en continuïteit in de tracés. De breedte van het reserveringsgebied moet gelijk zijn aan die van het breedste deel

daarvan. -

-

-

Ter ondersteuning van de risicobeoordeling is gebruikgemaakt van de door het RIVM ontwikkelde rekenmethode voor energieopslagsystemen (EOS) , zoals beschreven in het rapport " Rekenmethode omgevingsveiligheid lithiumhoudende energiedragers " (RIVM-rapport 20240194 , 2025). Deze methode is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) met als doel het plaatsgebonden risico (PR) en de aandachtsgebieden van EOS’en op een uniforme en betrouwbare wijze te berekenen. Het RIVM adviseert deze methode toe te passen bij ruimtelijke planvorming , zodat veiligheidsrisico’s op een verantwoorde wijze

kunnen worden afgewogen. Uit toepassing van deze rekenmethode op de huidige versie van het plan blijkt dat er geen zeer kwetsbare , kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten van externe aard zijn gelegen binnen de PR10⁻⁶-contour of binnen een aandachtsgebied , zoals vastgesteld op basis van de vaste afstanden in bijlage 1 van het genoemde RIVM-rapport. Daarmee vormt de huidige planopzet geen belemmering voor het aspect externe veiligheid. Wel dient rekening te worden gehouden met het feit dat de exacte uitvoering van de EOS’en in de toekomst nog kan wijzigen. Bij een eventuele wijziging van het plan moet opnieuw worden

ODBN Kenmerk

6

Z/252404

-

-

getoetst of voldaan wordt aan de afstanden en uitgangspunten zoals opgenomen in het RIVMrapport. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat ook bij gewijzigde planvormen de externe veiligheid niet in het geding komt. Er is aangegeven dat bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met de richtlijn PGS 37-1 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) , waarin veiligheidsmaatregelen zijn opgenomen voor de opslag van energie in lithium-ion batterijen. Deze richtlijn is van belang voor zowel de ruimtelijke inpassing als voor de veilige bedrijfsvoering van energieopslagsystemen (EOS). Op basis van het huidige plan is geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect externe veiligheid. Het opleggen van aanvullende maatwerkvoorschriften wordt op dit moment dan ook niet noodzakelijk geacht. Wel heeft de initiatiefnemer aangegeven vrijwillig te voldoen aan de uitgangspunten van PGS 37-1 , waarmee invulling wordt gegeven aan de algemene zorgplicht. Bij een eventuele wijziging van het plan moet echter wel opnieuw worden beoordeeld of maatwerkvoorschriften noodzakelijk zijn.

ODBN Kenmerk

7

Z/252404

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=3767e9f8-7dda-4738-afec-b4e9e4e3199d