CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4d Ontginningsweg Advies ODBN 060325

Raadsvergadering Boxtel 16 september 2025, gemeente boxtelBij agendapunt: Bindend advies zonnepark Ontginningsweg4.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Victorialaan 1

| 5213 JG ’s-Hertogenbosch je

088-7430 000 www.odbn.nl

info@odbn.nl |

db Omgevingsdienst Brabant

Gemeente

Noord

Boxtel

(geanonimiseerd) Postbus

10000

5280 DA BOXTEL

Datum

Ons kenmerk

06-03-2025

Z/243225

Bijlage(n)

Uw

(geanonimiseerd) eng Registratienummer

kenmerk

1372280

(geanonimiseerd) Onderwerp Beoordeling milieuparagraaf: Ontginningsweg ong Boxtel

(geanonimiseerd) Omgevingsdienst Brabant Noord verzocht milieuaspecten ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel” te beoordelen die is opgesteld door BRO op 17 december 2024. In deze brief leest u het resultaat van onze beoordeling. Op

11 februari 2025

de

stuurde

u

ons

een

e-mail waarin

u

de

in de

Dit is het

plan

Initiatiefnemer

zonnepark te realiseren op een aantal percelen in het buitengebied langs de Ontginningsweg (ten westen van Brede Heide 14) (sectie N, perceelnummers 359, 1045 en 1046). De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9,5 hectare. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van zonnepanelen inclusief bijbehorende voorzieningen zoals batterij en transformatorstations, en wordt voorzien van landschappelijke inpassing. Op grond van de vigerende bestemming is de ontwikkeling van een zonneweide niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet gebruik worden gemaakt van de vergunning om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. is voornemens

van

De -__

-

-

de gemeente

een

Boxtel

volgende milieuaspecten zijn akkoord Milieueffectrapportage Bodem Geur

-__Luchtkwaliteit -_Natuur

(onderdeel soortenbescherming)

Zie onderstaande

De Pas -__

-_

beoordeling.

volgende milieuaspecten zijn niet akkoord of ze dienen de volgende milieuaspecten aan: Activiteiten en milieuzonering Geluid

-__Natuur

(onderdeel gebiedsbescherming) -__Omgevingsveiligheid

te worden

toegevoegd

Zie onderstaande beoordeling.

Beoordeling milieuaspecten Onderstaande paragraafnummering volgt de ruimtelijke onderbouwing. Paragraaf 5. 1 Milieueffectrapportage Akkoord. Wat is beoordeeld? -

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024.

Wat volgt uit de beoordeling? De paragraaf geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerking: Er wordt verwezen naar de categorie “Industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit , stoom , en warm water”. Dit is afkomstig uit het inmiddels vervallen Besluit milieueffectrapportage. Onder het Omgevingsbesluit bestaat deze categorie niet meer – enkel

“Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit , stoom of warm water”. We raden aan de verwijzing aan te passen of te verwijderen. Paragraaf 5. 2 Bodem Akkoord. Paragraaf 5. 5 Activiteiten en milieuzonering Niet akkoord. Wat is beoordeeld? -

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024.

Wat volgt uit de beoordeling? De paragraaf geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De paragraaf hanteert de VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering 2023’. Dit is echter geen officiële uitgave en deze kan niet gebruikt worden als toetsingskader voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gebruik de VNG publicatie 2009 of 2024. Benoem welke VNG bedrijfsactiviteit (SBI-code) uit de lijst uit de bijlage van de VNG is gehanteerd voor de transformatoren. Benoem of er aan de bijbehorende geluidwaarde wordt -

-

-

voldaan (VNG 2024) of dat er aan de bijbehorende richtafstanden wordt voldaan (VNG 2009). Gesteld wordt dat de meest dichtstbijzijnde woning op circa 150 meter ligt. Dit is correct (Brede Heide 14). Er wordt enkel ingegaan op transformatoren , niet op eventuele hinder van andere technische onderdelen die horen bij het zonnepark. Beschouw alle onderdelen (bijvoorbeeld inkoopstation , omvormers , batterijopslag(en)). De koelsystemen van batterijopslagen en omvormers kunnen namelijk een relevante geluidbelasting veroorzaken tot op grote afstand (zie ook de nadere toelichting onder 5. 7 ‘Geluid’). Hoewel mogelijk aan de indicatieve toetsing uit de VNG handreiking wordt voldaan voor de transformatoren , kan er daarom niet zonder meer worden aangenomen dat het zonnepark geen geluidsoverlast in de omgeving veroorzaakt , of dat er sprake is van een evenwichtige toedeling

ODBN Kenmerk

2

Z/243225

-

van functies aan locaties. Er moet een akoestisch onderzoek uit worden gevoerd , in ieder geval voor de omvormers en batterijopslag(en). Zie de beoordeling onder paragraaf 5. 7 ‘Geluid’. De locatie van de verschillende technische onderdelen blijkt niet duidelijk uit de ruimtelijke

onderbouwing (enkel uit een tekening in de bijlage). Op de situatietekening in paragraaf 3. 1 van de onderbouwing (figuur 10 , Landschappelijke inpassing) ontbreekt een legenda of aanduiding van de onderdelen. We raden de gemeente aan om de exacte posities vast te leggen en een duidelijke tekening op te nemen in de ruimtelijke onderbouwing. Paragraaf 5. 7 Geluid Niet akkoord. Wat is beoordeeld? -

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024.

Wat volgt uit de beoordeling? Paragraaf 5. 7. 1 ‘Geluid: (Spoor)wegverkeer’ geeft aanleiding tot het maken van de volgende

opmerkingen: Deze subparagraaf is akkoord. Er wordt geen nieuw geluidgevoelig gebouw opgericht , waardoor de regels uit het Bkl voor een geluidgevoelig gebouw niet van toepassing zijn. Paragraaf 5. 7. 2 ‘Geluid: Milieuzonering’ , in samenhang met paragraaf 5. 5 ‘Activiteiten en milieuzonering’ , geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De onderbouwing is nog niet voldoende. Het is niet aangetoond dat er op omliggende woningen sprake is van een aanvaardbaar geluid en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is nog niet aangetoond. Vul de paragrafen aan met een akoestisch onderzoek/berekening: 1. Neem een berekening van het geluid van in ieder geval het energieopslagsysteem en de omvormers op. Volgens de landschappelijke inrichting worden er omvormers en een energieopslagsysteem (EOS) met batterijen geplaatst. De koeling van deze onderdelen kan een relevante geluidbron zijn. 2. Bepaal de geluidbelasting bij de woningen in de omgeving én op een afstand van 100 meter van de locatie van het zonnepark (verschillende windrichtingen). Houd rekening met een mogelijk tonaal karakter van de installaties. 3. Het plangebied is gelegen in een landelijke omgeving. Er geldt een standaard norm van 50 dB(A) etmaalwaarde. Dit is een hoge waarde voor de omgeving.

Om een onnodig en ongewenste grote geluidemissie te voorkomen , adviseren we om op een afstand van 100 meter van de locatie van de activiteiten te streven naar langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (L ArLT ) van ten hoogste: o 50 dB(A) in de dagperiode (7. 00-19. 00 uur). o 45 dB(A) in de avondperiode (19. 00-23. 00 uur). o 40 dB(A) in de nachtperiode (23. 00-7. 00 uur). Toon aan dat hieraan wordt voldaan. Bij overschrijding dient onderzocht te worden hoe hier aan voldaan kan worden. We adviseren de gemeente om geluidwaarden als voorschrift in de omgevingsvergunning BOPA of in een maatwerkvoorschrift vast te leggen – zie de hieronder voor de toelichting. In de onderbouwing is uitgegaan van de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering uit 2023. In oktober 2024 is er echter een nieuwe handreiking Activiteiten en Milieuzonering uitgebracht. De beoordelingssystematiek wijkt af van de versie uit 2023. ,

ODBN Kenmerk

3

Z/243225

Toelichting akoestische beoordeling van het EOS De batterijen zijn in het plan voorzien in de zuidwesthoek van het zonnepark. Dit is op een afstand van minimaal 300 meter van de woningen in de omgeving. Volgens beschikbare gegevens over energieopslagsystemen kan het geluidvermogenniveau (L) W tot circa 95 dB(A) per unit bedragen. Afhankelijk van de toegepaste installatie kan er sprake zijn van een tonaal karakter van het geluid. Een toeslag van 5 dB moet dan toegepast worden bij de bepaling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L ArLT ). Met name bij plaatsing van meerdere units , kunnen op een afstand van 300 meter de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in agrarische gebieden worden overschreden. ,

Toelichting voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor de BOPA In basis heeft de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) alleen betrekking op de aspecten die niet voldoen aan het omgevingsplan en de daarin tijdelijk opgenomen elementen zoals bestemmingsplannen en de van rijkswege geldende regels volgens hoofdstuk 22 (de Bruidsschat). Het zonnepark is geen agrarische activiteit. Voor deze activiteit gelden daarom de waarden voor geluid volgens artikel 22.63 , eerste lid. Het hoeft voor de activiteiten op de locatie van het zonnepark redelijkerwijs geen probleem te zijn om bij de woningen in de omgeving aan de waarden voor geluid uit het omgevingsplan te voldoen. De waarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau volgens artikel 22.63 , eerste lid van de regels uit het (tijdelijk) omgevingsplan bedraagt 50 dB(A) etmaalwaarde. In redelijkheid kan gesteld worden dat die waarde in deze omgeving en met de afstanden tot de woningen in de omgeving onnodig én ongewenst ruim zijn. We stellen daarom voor om met voorschriften in de omgevingsvergunning , of met een besluit voor maatwerkvoorschriften de geluidemissie van de activiteiten op de locatie te beperken.

De VNG handreiking van oktober 2024 is met name gericht op de realisatie van nieuwe bedrijventerreinen en werkterreinen , of op het realiseren van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de buurt van bedrijventerreinen of werkterreinen. Het zonnepark beschouwen we hierbij als een

werkterrein. Omdat de woningen op grote afstand liggen , wordt in aansluiting op de VNG handreiking geadviseerd om de geluidemissie van het zonnepark te reguleren door aan te sluiten bij de definitie ‘zone geluid verruimd’ uit de VNG handreiking. We stellen voor om als voorwaarde in de omgevingsvergunning voor de BOPA , of in een maatwerkbesluit , vast te leggen dat ten gevolge van de activiteiten op de locatie het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (L ArLT ) op een afstand van 100 meter van de grens van het zonnepark (werkterrein) , op een beoordelingshoogte van 5 meter niet meer mag bedragen dan: 50 dB(A) in de dagperiode (7. 00-19. 00 uur). 45 dB(A) in de avondperiode (19. 00-23. 00 uur). 40 dB(A) in de nachtperiode (23. 00-7. 00 uur). ,

Met deze voorwaarde zal de geluidbelasting bij de woningen op afstanden van 300 meter of meer minimaal 10 dB lager zijn. Er is daarmee sprake van aanvaardbaar geluid bij de woningen.

Paragraaf 5. 8 Geur (onderdeel agrarische geur) Akkoord.

ODBN Kenmerk

4

Z/243225

Paragraaf 5. 11 Luchtkwaliteit Akkoord. Paragraaf 5. 12 Natuur en landschap (onderdeel gebiedsbescherming) Niet akkoord. Wat is beoordeeld? -

-

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024. ‘Stikstofberekening (Aerius) voor het nieuw te bouwen zonnepark (Boxtel)’ , Mug Ingenieursbureau , 28 mei 2024.

Wat volgt uit de beoordeling? Het stikstofdepositieonderzoek geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De AERIUS berekeningen van zowel de bouw- als gebruiksfase zijn niet toegevoegd. Hierdoor zijn enkel de uitgangspunten te controleren. De berekeningen zullen ook toegevoegd moeten -

worden aan de ruimtelijke onderbouwing. De uitgangspunten voor de realisatiefase zijn realistisch. Het lijkt erop dat er beweid zal worden met schapen (zie landschappelijk inpassingsplan). Dit is echter niet meegenomen in de gebruiksfase. Mogelijk zal hierdoor stikstofdepositie plaatsvinden op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en zal intern gesaldeerd moeten worden.

De paragraaf ‘Natuur en Landschap’ (5.12) , onderdeel gebiedsbescherming , uit de ruimtelijke onderbouwing geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De resultaten van de berekeningen zijn correct opgenomen in de motivering. Er wordt nu niet intern gesaldeerd. Echter kan het zijn dat er met een aanpassing in de berekening stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreedt waardoor men intern moet salderen. Op 18 december heeft de Raad van State een uitspraak gedaan betreffende intern salderen (Rechtspraak over intern salderen wijzigt - Raad van State). De uitspraak betekent dat voor intern salderen voortaan een passende beoordeling nodig is. Het is mogelijk dat voor het project een vergunning voor een Natura 2000-activiteit moet worden aangevraagd. Voor het verlenen van de BOPA zijn de gevolgen onduidelijk: De ODBN heeft als standpunt dat Natura 2000 een aspect is dat meegenomen moet worden o bij de toets voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). En dat er daarom momenteel geen sprake kan zijn van ETFAL wanneer er stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000-gebieden en een BOPA dus niet verleend kan worden. Hier is o

ODBN Kenmerk

echter nog geen jurisprudentie over. De huidige wetgeving met jurisprudentie kan ook geïnterpreteerd worden dat bij een BOPA voor het aspect gebiedsbescherming/Natura 2000 enkel een uitvoerbaarheidstoets geldt (oftewel , de vraag wordt gesteld of een natuurvergunning verkregen kan worden in plaats van dat de natuurvergunning al is verkregen). Op dit moment worden natuurvergunningen met betrekking tot intern salderen niet verleend , omdat het additionaliteitsbeginsel niet onderbouwd kan worden (Document NoordBrabant - Statenmededeling Duiding uitspraak Raad van State intern salderen Rendac en Amercentrale en uitspraak Rechtbank Den Haag inzake Greenpeace - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie. nl)). Vanwege dit feit zijn wij van mening dat bij deze uitleg van de wetgeving/jurisprudentie , de BOPA niet uitvoerbaar is en dus ook niet verleend kan worden.

5

Z/243225

Echter , een andere argumentatie luidt dat wanneer sprake is van intern salderen , dit er niet per definitie toe leidt dat een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nooit kan worden verleend , omdat ook met de uitspraak van RvS van 18 december intern salderen nog steeds wordt toegelaten bij de aanvraag om de natuurvergunning. Het sluit niet uit dat de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit in de toekomst wél zou kunnen worden verleend. Dit zou betekenen dat de uitvoerbaarheidstoets van de BOPA met succes kan worden doorlopen. o Zonder jurisprudentie is het onduidelijk of voldaan wordt aan ETFAL en/of dat de BOPA uitvoerbaar zal zijn. Het bevoegd gezag zal dus een keuze moeten maken of het de BOPA zal verlenen met het oog op het aspect gebiedsbescherming/Natura 2000. Bij het verlenen van de BOPA loopt bevoegd gezag het risico dat bij een eventueel bezwaar op het onderdeel Natura 2000 , de vergunning geen stand houdt. Concluderend kan gesteld worden dat de AERIUS-berekening aangepast moet worden. Het is mogelijk dat door deze aanpassing een vergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig is. Er is onvoldoende jurisprudentie is om te bepalen of de BOPA dan verleend kan worden met het oog op het aspect Natura 2000. Hierover dient het bevoegd gezag een keuze te maken. o

-

Paragraaf 5. 12 Natuur en landschap (onderdeel soortenbescherming) Akkoord. Wat is beoordeeld? -

-

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024. ‘Quickscan Flora en Fauna Zonnepark Ontginningsweg Boxtel’ , BRO , 21 mei 2024.

Wat volgt uit de beoordeling? De quickscan geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De quickscan is correct uitgevoerd. De conclusies worden door ons gedeeld. De paragraaf ‘Natuur en landschap’ (5.12) , onderdeel soortenbescherming , uit de ruimtelijke onderbouwing geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: De conclusies uit de quickscan zijn volledig opgenomen in de onderbouwing. Er is voldoende zekerheid dat er geen omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit uit de Omgevingswet nodig is. Er is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt zodat het projectgebied aan zal sluiten op de natuurwaarden rondom het gebied. Bij het participatieplan geven bewoners ook aan dat natuur belangrijk is voor het projectgebied. In het landschappelijk inpassingsplan worden verschillende maatregelen genoemd , zoals: houtwallen met inheemse soorten die geplant worden , het gebied blijft toegankelijk voor soorten door de aanleg van faunapassages en de toevoeging van mest en pesticiden wordt niet toegestaan. Of het gebied geschikt wordt voor natuur hangt echter van meer factoren af dan nu wordt voorgeschreven.

Deze staan beschreven in Verkenning van bodem en vegetatie in 25 zonneparken in Nederland: Eerste overzicht van de ligging van zonneparken in Nederland en stand van de kennis over het effect van zonneparken op de bodemkwaliteit - Research @WUR en Natuur in zonneparken interactief bouwstenen document. pdf (zonopinfra. nl). Zo kan gedacht worden aan het volgende: o

ODBN Kenmerk

Beheer: omdat het zonnepark op landbouwgrond wordt gebouwd , zullen er veel voedingsstoffen in de grond zitten. Dit is beperkend voor de biodiversiteit. Als de bodem niet wordt afgegraven voor de aanleg van het park , zal beheer moeten zorgen voor verschraling. In bovengenoemd onderzoek wordt aangegeven dat het essentieel is dat er de eerste 5 jaar

6

Z/243225

-

wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Bij gebruikmaking van schapen , is drukbegrazing de beste methode. Hierbij wordt het projectgebied opgedeeld in minimaal 3 compartimenten , waarbij de schapen circa 1 maand op 1 compartiment zijn , waarna ze naar het volgende compartiment worden verplaatst. o Ontwerp: Een zuid-opstelling heeft een voordeliger effect op biodiversiteit dan een oostwest-opstelling. Bij de afstand tussen panelen kan een afstand worden aangehouden van minimaal 200 cm. Als er gebruik gemaakt wordt van een tractor bij het beheer is een afstand van 250-300 cm voldoende. Een hogere opstelling van de panelen wordt ook aanbevolen , zodat dieren er onderdoor kunnen lopen (het beste is minimaal 15, meter , maar hierdoor zijn de panelen mogelijk zichtbaar voor de omgeving , waardoor er een afname is van de landschappelijke waarde). Bij het verlenen van de vergunning zouden eisen opgesteld kunnen worden , bijvoorbeeld betreft beheer (maaien en afvoeren) , zuid-opstelling of een maximale bedekking van de ondergrond van 50%-55% met panelen.

Paragraaf 5. 13 Omgevingsveiligheid Niet akkoord. Wat is beoordeeld? -

-

Ruimtelijke onderbouwing ‘Zonnepark Ontginningsweg Boxtel Gemeente Boxtel’ , BRO , 17 december 2024. Bijlage 3 , Tekening situatie , 7 oktober 2024 , Chint. Bijlage 1 , Landschappelijke inpassing , 16 december 2024 , BRO.

Wat volgt uit de beoordeling? Paragraaf 5. 13 geeft aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen: Een uitsnede van de Atlas Leefomgeving ontbreekt. In bijlage 1 is een uitsnede van het plangebied opgenomen. Deze kan worden overgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Voor het toekomstig Zonnepark Ontginningsweg is conform Bkl artikel 5. 2 advies aangevraagd bij de Veiligheidsregio. Dit advies wordt op een later moment toegezonden. Met betrekking tot de ‘Structuurvisie buisleidingen 2012-2035’ maken wij de volgende opmerkingen: Binnen het plangebied ligt een reserveringsgebied met betrekking tot de ‘Structuurvisie buisleidingen 2012-2035’. Deze gebieden zijn gereserveerd voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang. In deze gebieden zijn geen activiteiten toegestaan die de aanleg belemmeren. Doel van de Structuurvisie is om ruimte vrij te houden in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen die provinciegrens- en vaak ook landsgrensoverschrijdend zijn. Meer informatie is te vinden op IPLO onder instructieregels Rijk over buisleidingen. Uit bijlage 1 van de motivering blijkt dat er gebouwd gaat worden op het reserveringsgebied. Dit is niet toegestaan en dient aangepast te worden. In bijlage 2 van dit advies is het reserveringsgebied voor deze buisleidingen te raadplegen.

Met betrekking tot de hogedruk aardgasleiding A-525 en A-526 maken wij de volgende opmerkingen: Binnen het plangebied liggen twee hogedruk aardgasleidingen genaamd A-525 en A-526. Deze buisleidingen moeten benoemd worden in de ruimtelijke onderbouwing. Op pagina 39 van de onderbouwing wordt gezegd dat er een strook rond de gasleidingen wordt vrijgehouden. Echter wordt niet benoemd om hoeveel meter dit gaat. Conform art. 4. 1113 van

ODBN Kenmerk

7

Z/243225

-

het Bal geldt er een afstand van 5 meter vanuit het hart van de buisleiding. Dit moet worden vermeld. Bovendien moet deze afstand duidelijk worden weergegeven op de tekeningen. Door het aanleggen van een zonnepark worden er veel palen in de grond gezet. Aardgastransportleidingen zijn kathodisch beschermd zodat het corrosieproces wordt gestopt. Door de hoeveelheid palen kan , afhankelijk van het materiaal , de kathodische bescherming van de buisleiding worden aangetast. Gezien de ligging van buisleidingen in het plangebied , ontbreekt de beschouwing hiervan in de ruimtelijke onderbouwing. Hierop moet de onderbouwing worden uitgebreid. De afstemming tussen Gasunie en de initiatiefnemer , zoals vermeld op pagina 36 in de onderbouwing , is in deze situatie van groot belang.

Met betrekking tot de batterijopslag maken wij de volgende opmerkingen: Bij het zonnepark vindt eveneens batterijopslag plaats. In de onderbouwing wordt hier niet op ingegaan. Deze batterijopslag dient meegenomen te worden in de onderbouwing. Bij de diverse onderdelen van het zonnepark , waaronder ook de batterijopslag , kan er sprake zijn van elektromagnetische spanning. In de onderbouwing ontbreekt er een beschouwing wat dit effect betekent voor de aanwezige buisleidingen met gevaarlijke stoffen in relatie tot de

kathodische bescherming. Aanvullend advies aan de gemeente: EOS en maatwerkvoorschrift Onderdeel van het zonnepark is de plaatsing van een batterijopslag (EOS , Elektriciteit Opslag Systeem). Omdat een EOS niet uitputtend in het Bal is geregeld voor het aspect externe veiligheid , gelden er geen rijksregels voor deze mba. Bij een EOS kan vanwege de aanwezige Liion batterijen een thermal runaway ontstaan. Dit is een ongewenst chemisch proces waarbij de temperatuur van een batterijcel stijgt , met ontbranding van de batterijcel als gevolg. Door deze brand is er het gevaar dat ook de andere batterijcellen tot ontbranding komen. Bij deze brand komen naast hitte ook giftige stoffen vrij die gevaar voor de omgeving kunnen veroorzaken. Vanwege de noodzaak om de veiligheid te regelen met betrekking tot EOS’en is de PGS-richtlijn PGS37-1 (richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen) opgesteld. De definitieve versie (1. 0) van PGS37-1 is in december 2023 gepubliceerd , na vaststelling door het Bestuurlijk Omgevingsberaad (Bob). Het voornemen bestaat om PGS37-1 vervolgens aan te wijzen in het Besluit activiteit leefomgeving (Bal). Vooruitlopend kan hierop al op worden geanticipeerd door middel van de zorgplicht.

De ODBN adviseert de gemeente om maatwerk op te stellen op basis van de zorgplicht die is opgenomen in het omgevingsplan via de bruidsschatregels (art. 22. 44 Invoeringsbesluit Omgevingswet). De specifieke zorgplicht in artikel 22. 44 van de bruidsschat (omgevingsplan) geldt voor alle activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken en die niet als milieubelastende activiteit zijn aangewezen in het Bal (zie artikel 22.41 , lid 1 , en artikel 22.44 , lid 1 , 2 en 4 , van de bruidsschat). Dit betekent dat PGS 37 verplicht kan worden als invulling van de zorgplicht en dat de toepassing van PGS 37 op grond van artikel 22. 45 met een maatwerkvoorschrift kan worden vastgelegd. Aanvullend advies aan de gemeente: Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 Binnen het plangebied ligt een reserveringsgebied met betrekking tot de Structuurvisie buisleidingen. Doel van de Structuurvisie is om ruimte vrij te houden in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen die provinciegrens- en vaak ook landsgrensoverschrijdend zijn. In deze gebieden zijn geen activiteiten toegestaan die de aanleg belemmeren.

ODBN Kenmerk

8

Z/243225

kunnen de

reserveringsgebied voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang uitwerken in het omgevingsplan. Dan is voor iedereen duidelijk waar het reserveringsgebied ligt. De uitwerking verplicht de gemeente niet tot de aanduiding ‘buisleiding in het omgevingsplan. De voorwaarden zijn als volgt: Het reserveringsgebied moet binnen de grenzen van het zoekgebied liggen. -_Er blijft een doorgaande strook beschikbaar voor de aanleg van buisleidingen. Het reserveringsgebied sluit aan op de reserveringsgebieden van buurgemeenten. Wanneer de toekomstige buisleiding door meerdere gemeenten loopt, moeten deze buisleidingen wel op elkaar aansluiten. De breedte van het reserveringsgebied is gelijk aan de breedte van het grootste deel van het reserveringsgebied. Gemeenten

ligging van

het

-__

-__

-__

Meer

informatie is te vinden op IPLO onder

instructieregels

Rijk

over

buisleidingen.

Overige aspecten Paragraaf 5.6 Elektromagnetische straling De beoordeling van elektromagnetische straling in andere gevallen dan bovengrondse hoogspanningslijnen, valt niet onder de reikwijdte van de ODBN. Voor zonnepanelen zelf, alsmede de omvormers, transformatoren, en batterijopslag, kan sprake zijn van elektromagnetische velden. Wij verwijzen hiervoor naar het Kennisplatform Elektromagnetische Velden van o.a. het RIVM en TNO (https://www.kennisplatform.nl/), de ‘GGD-richtlijn medische milieukunde: EMV en gezondheid’ (website RIVM) en het herijkt Rijksadvies ‘Voorzorgbeleid voor magneetvelden bij elektriciteitsvoorzieningen’ (21 april 2023) gericht aan bevoegde gezagen en netbeheerders. Het advies van de GGD is om het voorzorgsprincipe van de overheid bij hoogspanningsmasten (een grens van 0,4 micro Tesla) ook te hanteren bij andere bronnen van elektromagnetische velden. Daarom geldt het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van een zonnepark door de afstand tot gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte daar niet boven de advieswaarde Heeft

u

nog

van

0,4 UT komt.

vragen?

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) bel naar mamn-

gerust contact op bij vragen. U kunt een e-mail sturen naar (geanonimiseerd) Graag daarbij het zaaknummer vermelden. U kunt ons telefonisch m

met

vrijdag tussen

8.30 tot

17.00 uur.

U kunt

ook

onze

bereiken

website bezoeken

van maandag (www.odbn.nl) voor

tot en meer

informatie. Met Het

vriendelijke groet, Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst

Brabant Noord

(geanonimiseerd) Teamraânâger

*

Omgevingsdienst Dit document

Afdeling Brabant

Gemeenten Noord

is digitaal ondertekend.

Bijlage(n): In afschrift aan:

ODBN

06-03-2025

Kenmerk

Z/243225

1. Uitsnede

Atlas

2. Uitsnede

met

Gemeente

Boxtel

Leefomgeving Structuurvisie

Externe

Veiligheid buisleidingen 2012-2035

9

Bijlage 1

Uitsnede Atlas Leefomgeving Externe Veiligheid

Uitsnede Atlas Leefomgeving met projectie zonnepark Ontginningsweg

ODBN Kenmerk

10

Z/243225

Bijlage 2

Uitsnede met Structuurvisie buisleidingen 2012-2035

Uitsnede ODBN GIS-viewer met projectie Structuurvisie buisleidingen 2012-2035

ODBN Kenmerk

11

Z/243225

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=886351ae-3e56-4263-8b9f-76b6b752e14f