CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Omgevingsplan Laar Nieuw Laar - regels

Raadsvergadering Sint-Michielsgestel 21 december 2023, gemeente boxtelBij agendapunt: 13 Raadsvoorstel Bestemmingsplan Laar - Nieuw Laar29.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan - Regels -

Omgevingsplan Laar Nieuw Laar Gemeente Sint-Michielsgestel

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Omgevingsplan Laar Nieuw Laar Gemeente Sint-Michielsgestel

IDN-nummer:

NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01

Status:

vastgesteld

Datum:

november 2023

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene en inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Uitleg omgevingsplan Zorgplichten Maatwerkvoorschriften Gelijkwaardige maatregelen Onderzoeksplicht bij omgevingsvergunning Begrippen Wijze van meten

5 6 7 8 9 10 21

Hoofdstuk 2 Toedeling van functies aan locaties

23

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Agrarisch Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Bedrijf Groen - Landschappelijke inpassing Verkeer Verkeer - Zandpad

23 47 53 67 69 71

Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Water Wonen - 1 Wonen - 2

73 74 82

Hoofdstuk 3 Regels voor overige bouwactiviteiten

89

Artikel 17

Overige bouwregels

89

Hoofdstuk 4 Regels voor overige activiteiten

91

Artikel 18 Artikel 19

91 94

Activiteiten met gevolgen voor milieuwaarden Voorzien in voldoende parkeerbehoefte

Hoofdstuk 5 Regels voor sectorale aspecten

95

Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24

95 97 99 101 103

Leiding - Gas Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 4 Zoneringen

Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotregels

105

Artikel 25 Artikel 26

105 106

Overgangsrecht Slotregel

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

3

Regels

4

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Algemene en inleidende regels

Uitleg omgevingsplan

1.1 Tabellen Voor zover in deze regels tabellen zijn opgenomen, is uitsluitend hetgeen in de betreffende tabel is vermeld, toegestaan. Dat betekent bijvoorbeeld dat: als in de tabel functies 'Specifieke vorm van agrarisch – x' wordt genoemd, uitsluitend die functies zijn toegestaan en voor zover van toepassing onder de daarbij vermelde voorwaarden; als in de tabel maatvoeringen worden genoemd, die maatvoeringen als minimum of maximum gelden, afhankelijk van hetgeen in de tabel is aangegeven. 1.2 Onderling verband tussen regels 1. De regels over toegestane functies en gebruik en de regels voor bouwactiviteiten en overige activiteiten gelden aanvullend aan elkaar: a. voor hetgeen ingevolge de regels over toegestane functies en gebruik niet is toegestaan, mag ook niet worden gebouwd; b. een gebruik dat niet overeenstemt met hetgeen is opgenomen in de regels voor bouwactiviteiten of overige activiteiten, is niet toegestaan. 2. Voor zover enerzijds de regels over toegestane functies en de regels voor bouwactiviteiten en overige activiteiten en anderzijds de regels voor sectorale functies en sectorale aspecten onderling tegenstrijdig zijn, hebben de regels voor sectorale functies en sectorale aspecten voorrang. 3.

Voor zover de Overige bouwregels tegenstrijdig zijn met de bouwregels die gelden binnen bouwvlakken als bedoeld in 8.4, 10.4, 15.4, 16.4 hebben de Overige bouwregels voorrang. 4. Voor zover de regels in Hoofdstuk 5 nadere bepalingen inhouden ten opzichte van het bepaalde in Hoofdstuk 2 gaat het bepaalde in Hoofdstuk 5 voor.

1.3 Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit 1. Indien de kolom of rij "Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit" is ingevuld, kan het bevoegd gezag (indien daarvoor een vergunningaanvraag wordt ingediend) van de bijbehorende regeling afwijken door het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan. 2. Waarvoor kan worden afgeweken en onder welke voorwaarden, is vermeld in de kolom "Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit". Voor zover van toepassing vormen Hoofdstuk 3,Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 daarnaast het toetsingskader voor deze vergunning. 3. Bij de vergunningverlening kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld met het oog op de doelstellingen voor het gebied Laar - Nieuw Laar zoals verwoord in de Gebiedsvisie Laar - Nieuw Laar en met het oog op het bereiken van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, waarbij mede het bepaalde in Artikel 18 in acht wordt genomen, alsmede het bepaalde in Artikel 2.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

5

Artikel 2

Zorgplichten

2.1 Zorgplicht voor een ieder Een ieder draagt bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit omgevingsplan voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. 2.2 Activiteit met nadelige gevolgen Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de bedoelde activiteiten nadelige gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. b. c.

alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteiten achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

2.3 Verhouding tot specifieke regels Aan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 wordt in ieder geval voldaan, voor zover bij wettelijk voorschrift, besluit of in dit omgevingsplan specifieke regels zijn gesteld met het oog op de doelen van dit omgevingsplan, en die regels worden nageleefd.

6

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 3

Maatwerkvoorschriften

Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen voor de activiteiten genoemd in Hoofdstuk 2, Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 4 met betrekking tot onder andere: a. b. c. d. e.

de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de externe veiligheid (voorkoming en bestrijding van calamiteiten); de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van bebouwing en naaste omgeving; ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; Deze voorschriften dienen tot ten minste eenzelfde niveau van veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving te leiden als de geldende voorschriften, en zo mogelijk tot een hoger niveau.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

7

Artikel 4

Gelijkwaardige maatregelen

Als regels betreffende bouwactiviteiten, milieubelastende of andere activiteiten voorschrijven dat een maatregel moet worden getroffen, kan op aanvraag door het college van burgemeester en wethouders toestemming worden verleend om, in plaats daarvan, een gelijkwaardige maatregel te treffen. Deze bevoegdheid geldt niet indien de wettelijke regels dat uitsluiten of een bepaalde maatregel voorschrijven. Met de gelijkwaardige maatregel wordt ten minste hetzelfde en bij voorkeur een beter resultaat bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd. Indien er een vergunningplicht geldt, dan kan het verzoek daartoe worden gedaan bij de aanvraag om omgevingsvergunning.

8

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 5

Onderzoeksplicht bij omgevingsvergunning

In het kader van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit dient indien nodig middels onderzoek aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de voor die omgevingsplanactiviteit gestelde voorwaarden en dat de activiteit (bestaande uit een functiewijziging en/of bebouwing) uitvoerbaar is.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

9

Artikel 6

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 6.1 plan het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 'Omgevingsplan Laar Nieuw Laar' van de gemeente Sint-Michielsgestel. 6.2 bestemmingsplan met verbrede reikwijdte het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet, bestaande uit de de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0845.BP2023BLCLaarNLaar-VA01. 6.3 aan huis gebonden bedrijf: het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid c.q. beperkte bedrijfsmatige opslag, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten;

6.4

aan huis gebonden beroep:

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;

6.5 aanbouw: een aan een hoofdgebouw toegevoegd afzonderlijk gebouw dat in functioneel opzicht een integrerend onderdeel van het hoofdgebouw vormt en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

6.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

6.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

10

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.8 abiotische waarden: het geheel van waarden in verband met het abiotisch milieu (= niet levende natuur), in de vorm van aardkundige en/of hydrologische kenmerken, zowel op zichzelf als in relatie tot de aanwezigheid of nabijheid van (ontwikkelingsmogelijkheden voor) een waardevol biotisch milieu (= levende natuur, gevormd door organismen en leefgemeenschappen);

6.9 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 6.10 afhankelijkewoonruimte: een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;

6.11 agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf; a. b.

c.

d.

glastuinbouwbedrijf: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt; veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; grondgebonden veehouderij: een veehouderij(tak) waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; intensieve veehouderij: een veehouderij(tak) met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens- , vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; overig agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt; (vollegronds)teeltbedrijf: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt;

6.12 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

11

6.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

6.14 bebouwingsconcentratie: een kernrandzone, bebouwingslint of een bebouwingscluster;

6.15 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 6.16 bed & breakfast: bed & breakfast is een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. De accommodatie mag niet over een afzonderlijke keuken beschikken;

6.17

bedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven daaronder niet begrepen;

6.18

bestaand:

bij gebruik: het legale gebruik zoals aanwezig op het moment van inwerkingtreding van het plan, tenzij in de regels anders is bepaald;

bij bouwwerken: de legaal aanwezige bebouwing die op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaat, wordt gebouwd of mag worden gebouwd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning. 6.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

6.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

12

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.21 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 6.22 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand of een aangebouwd gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en/of functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

6.23 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

6.24 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

6.25

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

6.26 bouwperceelsgrens: een grens van een bouwperceel;

6.27 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

6.28 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

13

6.29 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur;

6.30 dagrecreatie: recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang;

6.31 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

6.32 extensieve recreatie die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen en zonder specifiek ruimtegebruik;

6.33 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt;

6.34 geluidgevoelige functies in of krachtens de Wet geluidhinder aangewezen geluidsgevoelige functies, gebouwen, ruimtes en/of terreinen. 6.35 geurgevoelige object: geurgevoelige object overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij; 6.36 geurverordening: Verordening geurhinder en veehouderij 2017 gemeente Sint-Michielsgestel, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn openbare vergadering van 9 februari 2017; 6.37 gevellijn: een denkbeeldige lijn, strak langs de voorgevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrens;

14

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.38 hedonische waarde: maat bepaald volgens de Nederlandse voornorm 2818 voor de (on)aangenaamheid van een geur,uitgedrukt op een schaal van H=-4 (uiterst onaangenaam) tot H=+4 (uiterst aangenaam); 6.39 hedonisch gecorrigeerde geuremissie: geuremissie van een bron gedeeld door de hedonische weegfactor F; 6.40 hedonisch gewogen geurbelasting: geurbelasting op basis van hedonisch gecorrigeerde geuremissies van alle geurbronnen; 6.41 hedonische weegfactor F: verhouding tussen de geurconcentratie die behoort bij de hedonische waarde van H=–1 van een geurbron en de normwaarde van 1 ouE/m3; 6.42 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk is aan te merken;

6.43

horeca

het bedrijfsmatig voor gebruik ter plaatse verstrekken van dranken en van in dezelfde onderneming bereide maaltijden en andere etenswaren, het voorgaande al dan niet in combinatie met het exploiteren van een zaalaccommodatie en het bedrijfsmatig verstrekken van overnachtingsmogelijkheden. Hieronder wordt niet verstaan functies als discotheek, nachtclubs, speelautomatenhallen e.d.;

6.44 huishouden: een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Vaak is een huishouden gebaseerd op bloedverwantschap en huwelijksverbinding of een met een huwelijksverbinding gelijk te stellen samenlevingsverband. 6.45 ingrijpende wijziging van de bedrijfsvoering: een wijziging van de bedrijfsvoering waarvoor andere dan standaardmaatregelen en / of voorzieningen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de milieuwaarden in artikel 18.3. 6.46 inwoning: het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, met dien verstande dat woningsplitsing en/of kamerbewoning niet is toegestaan;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

15

6.47 landschappelijkewaarde: bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang;

6.48 landschapselementen: groenelementen met landschappelijke waarden die bepalend zijn voor het omliggende landschap en in hoofdzaak bestaan uit m.n. inheemse beplanting in de vorm van struiken, bomen en kruidenlaag;

6.49 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;

6.50 mestbewerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigingen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest; 6.51 milieuwaarden: waarden op het gebied van geluid, geur, luchtkwaliteit, bodem en andere milieuaspecten waarvoor in dit plan normen worden gesteld; 6.52 nevenactiviteit: activiteiten waarvoor een gedeelte van de vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen als zodanig mag worden gebruikt en die uitgevoerd worden naast het eigenlijke beroep of de hoofdactiviteit, ze zijn ondergeschikt aan de primair toegekende functie (vaak agrarisch); 6.53 Natura 2000: een samenhangend netwerk van leefgebieden en soorten die van belang zijn vanuit het perspectief van de Europese Unie als geheel, ingesteld door de Europese Unie. Op die gebieden is de Vogel- en/of Habitatrichtlijn van toepassing; 6.54 Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet natuurbescherming; 6.55 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige biotopen bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren;

16

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

6.56 omgevingskwaliteit: de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde; 6.57 omgevingsplanactiviteit: activiteit waarvoor in het omgevingsplan een vergunningplicht is gecreëerd en regels zijn gesteld; 6.58 ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; 6.59 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en omsloten door maximaal één wand of meerdere wanden wanneer de overkapping tegen bestaande wanden wordt gebouwd zonder op deze wanden te rusten; 6.60 paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 6.61

paardenfokkerij:

een (overig agrarisch) bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen worden verricht aan en/of met paarden die primair gericht zijn op het fokken van paarden en pony's; 6.62 paardenhouderij: een bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen worden verricht aan en/of met paarden die primair gericht zijn op het stallen en of verhandelen van paarden en pony's; 6.63 parapluhooiberg: een vrijstaand bouwwerk dat bestaat uit één (dragende) paal in het midden, eventueel omsloten door wanden van maximaal 3 meter hoogte, en een dak dat in sommige gevallen langs de paal op en neer kan bewegen; 6.64 participatie Het voeren van overleg met de directe omgeving waarbij: a. b. c. d.

e. f. g.

de initiatiefnemer alle eigenaren en huurders binnen een straal van 250 m vanaf de locatie van de beoogde ontwikkeling benaderd aan een vorm van overleg deel te nemen; de beoogde ontwikkeling door de initiatiefnemer aan de deelnemers aan het overleg wordt toegelicht; de deelnemers aan het overleg in de gelegenheid worden gesteld op de beoogde ontwikkeling te reageren; de initiatiefnemer, tijdens het overleg of op een later vervolgoverleg met de deelnemers, aangeeft: 1. met welke opmerkingen in het plan rekening gehouden kan/zal worden; 2. met welke opmerkingen in het plan geen rekening gehouden kan/zal worden en waarom niet; de initiatiefnemer een schriftelijk verslag opstelt van de het gevoerde overleg met de omgeving en dit aan de deelnemers van het overleg toestuurt; de deelnemers binnen 2 weken na verzending van het verslag schriftelijk kunnen reageren richting de initiatiefnemer; de initiatiefnemer het verslag samen met eventuele schriftelijke reacties indient bij het doen van een omgevingsvergunning activiteit op grond van het bepaalde in dit omgevingsplan.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

17

6.65 perceelgrens: een grenslijn tussen aaneengesloten eigendommen;

6.66 prostitutie: het zich of een ander beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

6.67 recreatie: vrijetijdsbesteding zoals verblijfsrecreatie, dagrecreatie, agrotoerisme en extensief recreatief medegebruik zoals wandelen, fietsen, paardrijden, vissen, zwemmen, roeien, kanoën etc.;

6.68 recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

6.69 risicovolle inrichting: a. een inrichting waarvoor ingevolge het besluit externe veiligheid een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij in het bestemmingsplan toegelaten kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, of b. een inrichting waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer afstanden gelden met het oog op de externe veiligheid, met uitzondering van gasdrukmeet- en regelstations. 6.70 site-sharing: het delen van antenne-opstelpunten;

6.71 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

6.72 toename van stikstofemissie: a. Er is sprake van een toename van stikstofemissie van gronden en bouwwerken wanneer de emissie N/kg/jaar * meer bedraagt dan de emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden en bouwwerken; b. Indien een gelijkblijvende of een afname van emissie N/kg/jaar afkomstig van het ten tijde van de vaststelling van het plan feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik van de betreffende gronden

18

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

en bouwwerken een hogere stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, dan wordt dit eveneens beschouwd als een toename van stikstofemissie. * wanneer in deze regels 'stikstofemissie' of 'emissie N/kg/jaar' wordt gebruikt, wordt de hiervan onderdeel uitmakende hoofdletter 'N' bedoeld als verzamelnaam voor NH3 (ammoniak) en NOx (stikstofoxiden). 6.73 trekkershut: een recreatiewoonverblijf van eenvoudige constructie en beperkte omvang (maximaal 20 m²) ten behoeve van passanten;

6.74 tuin: de gronden van een bouwperceel behorende bij een woning, voorzover gelegen buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak;

6.75 uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

6.76 veehouderijbebouwing: agrarische bedrijfsgebouwen in de vorm van stallen, waarin dieren gehouden kunnen worden, ten behoeve van de veehouderij; dit in tegenstelling tot overige agrarische bedrijfsgebouwen zoals werktuigloodsen, sleufsilo's, voerplaten, mestsilo's, mestvergistingsinstallaties en uitpandige luchtwassers; 6.77 verblijfsrecreatie: vormen van recreatie die mede gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf;

6.78 verkoopvloeroppervlak: in een detailhandelsvestiging voorkomende hoeveelheid bedrijfsvloeroppervlakte, gemeten in m2 op de vloer van de bedrijfsruimte, ten behoeve van de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen of het verlenen van hieraan aanverwante diensten; 6.79 voor stikstofgevoelige habitats: stikstofgevoelig habitattypen of leefgebiedtypen binnen Natura2000-gebieden waarbij de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden of er sprake is van een naderende overschrijding (KDW minus 70 mol N/ha/jr, zoals opgenomen in de meest actuele versie van de het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator, zoals beschikbaar op www.aerius.nl of een eventuele wettelijk bepaalde opvolger van dat rekenmodel.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

19

6.80 water grondoppervlak dat in principe bedekt is met water. Rivier, kanaal, beek, meer en oppervlaktewater in algemene zin; 6.81 waterhuishoudkundige voorzieningen: waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 6.82 wet/wettelijke regelingen: indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 6.83 wonen: het gehuisvest zijn of het huisvesten van personen in een woning/woonhuis. 6.84 woning: Een complex van ruimten dat dient voor de huisvesting van: 1. één huishouden, of; 2. één huishouden plus maximaal twee individuele personen, of; 3. maximaal 4 individuele personen. 6.85 woon- en leefklimaat: onder een goed woon- en leefklimaat wordt verstaan dat er een toetsing plaatsvindt aan de geldende normen voor geur, bodem, geluid en luchtkwaliteit; 6.86 zorgvuldige veehouderij: veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving; 6.87 SAB: Stichting Advisering Buitengebied.

De Stichting Advisering Buitengebied is een koepelstichting, waarin de Vereniging van Brabantse Gemeenten (VBG), de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) en de provincie Noord-Brabant zitting hebben. Onder de koepelstichting zijn drie dochterstichtingen ingesteld. Deze stichtingen adviseren de Brabantse gemeenten over voorgenomen bedrijfsontwikkelingen in het buitengebied. de stichting Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; de stichting Adviescommissie Toerisme & Recreatie; de stichting Adviescommissie Glastuinbouw.

20

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Artikel 7

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 7.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 7.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 7.3 de inhoud van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren en dakvlakken, inclusief erkers en dakkapellen met dien verstande dat bij woonruimten in gebouwen, die niet uitsluitend voor bewoning zijn bestemd, de inhoud van de woning wordt gemeten boven de afgewerkte vloer van de woonlaag c.q.

woonlagen; 7.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 7.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 7.6 afstand tot de bouwperceelsgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 7.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 7.8

peil: voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang, vermeerderd met 0,2 meter; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein, vermeerderd met 0,2 meter;

7.9 vloeroppervlakte: de vloeroppervlakte van een gebouw is de som van de bruto-vloeroppervlakten van alle tot het gebouw behorende binnenruimten en geeft de grootte van het gebouw weer. De vloeroppervlakte wordt in vierkante meter (m²) uitgedrukt. Berekeningen: Lengten in één richting tenminste in decimeters bepalen. Product van lengten in twee richtingen, tenminste in centimeters bepalen;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

21

22

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Hoofdstuk 2 locaties Artikel 8

Toedeling van functies aan

Agrarisch

8.1 Toegestane functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende functies en gebruik toegestaan: 1. Hoofdfunctie(s)

Nadere uitleg of voorwaarden Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

23

Functies die passend zijn in het gebied Bouwvlak en relatieteken: Door middel van een 'Agrarisch' en hierin gelegen agrarische Ter plaatse van de aanduiding omgevingsvergunning bedrijfslocatie(s), waaronder in ieder geval “bouwvlak” is één agrarisch omgevingsplanactiviteit worden begrepen: bedrijf toegestaan. kan worden afgeweken van a. een agrarische bedrijfsuitoefening, waaronder Indien blijkens de aanduiding het bepaalde in 8.1 mede begrepen hobbymatig agrarisch 'relatie' sprake is van een Toegestane functies en grondgebruik; koppeling van twee of meer gebruik onder 1 b. ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' een aanduidingen 'bouwvlak' dan (hoofdfunctie(s) en nadere grondgebonden agrarisch bedrijf; zijn hierop de bepalingen met uitleg of voorwaarden). De c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding betrekking tot een enkel gevallen waarin dit 'intensieve veehouderij', een intensieve bouwvlak van mogelijk is, alsmede de veehouderij; overeenkomstige toepassing. voorwaarden waaronder d. ter plaatse van de aanduiding gebruik gemaakt kan 'landschapselementen', een landschapselement; Intensieve veehouderij: worden, zijn vermeld in e. wonen uitsluitend in een bedrijfswoning; Ter plaatse van de aanduiding 8.3 f.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm 'intensieve veehouderij' geldt van wonen - plattelandswoning' wonen in een voor de intensieve plattelandswoning; veehouderijactiviteiten het g. de uitoefening van een aan huis gebonden volgende: beroep in de bedrijfswoning, met dien verstande 1. uitsluitend de vergunde dat het oppervlak ten behoeve van de situatie voor wat betreft de beroepsmatige activiteiten, maximaal 100 m2 activiteiten bouwen en milieu, van het vloeroppervlak per woning bedraagt en waaronder begrepen de uitgevoerd wordt door de bewoner; veehouderijbebouwing, h. een bed&breakfast accommodatie in een emissie, diersoorten en bedrijfswoning met maximaal 5 kamers en voor dieraantallen is toegestaan; maximaal 10 personen. Dit is inclusief de 2. het gebruik als bedoeld aanwezige accommodatie in bijgebouwen die onder punt 1 is uitsluitend door het bevoegd gezag middels een toegestaan voorzover binnen 2 omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit jaar na het onherroepelijk verleend kan worden; worden van dit i. ter plaatse van de aanduiding 'besloten gebied', bestemmingsplan een het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapsinpassing is waarden, in het bijzonder voor het op de gerealiseerd en in stand wordt verbeelding aangeduide besloten gebied; gehouden. Hierbij geldt het j.

ter plaatse van de aanduiding 'historisch navolgende: landschappelijk gebied', het behoud, herstel en - voor de locatie Laar 31 dient ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder invulling te worden gegeven voor het op de verbeelding aangeduide historisch aan het landschappelijk gebied; landschapsinpassingsplan k. ter plaatse van de aanduiding 'archeologische zoals opgenomen in Bijlage 5 verwachtingswaarde 2', het behoud, herstel en Landschapsinpassing Laar 31. ontwikkeling van de waarden, in het bijzonder De realisatie heeft hierbij voor het op de verbeelding aangeduide betrekking op de archeologische verwachtingswaarde; landschapsinpassingsmaatreg l. het bewerken van ter plaatse geproduceerde elen als bedoeld in A4 tot en producten; met A9 in betreffend m. verkoop van zelf voortgebrachte of streekeigen landschapsinpassingsplan. De producten als nevenactiviteit tot maximaal 100 instandhouding heeft hierbij m2; betrekking op de n. agrarisch natuurbeheer en/of landschapsinpassingsmaatreg

24

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

landschapsbeheer; elen als bedoeld in A1 tot en o. extensief dagrecreatief medegebruik; met A9; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm - voor Nieuw Laar 5a geldt dat van agrarisch - parapluhooiberg' een paraplu de realisatie en hooiberg; instandhouding van de q. een paardenbak ter plaatse van de aanduiding landschapsinpassingsmaatreg 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; elen tenminste 10% van de r. bestaand legaal gebruik van een veldschuur ter omvang van de aanduiding plaatse van de aanduiding 'specifieke 'intensieve veehouderij' bouwaanduiding - veldschuur', waaronder omvatten waarbij de begrepen het houden van maximaal 5 paarden; landschapsinpassingsmaatreg s. een minicamping uitsluitend ten behoeve van elen beantwoorden aan de 10 camperplaatsen ter plaatse van de kaders zoals opgenomen in aanduiding 'specifieke vorm van recreatie Bijlage 6 Kaders minicamping'; Landschapsinpassing Nieuw t. mestbewerking; Laar 5a; u. behoud en herstel van cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding Mestbewerking: 'cultuurhistorische waarden'. Mestbewerking is uitsluitend v. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding toegestaan onder navolgende 'specifieke bouwaanduiding - bouwperceel' voorwaarden: algenteelt in een gesloten systeem zonder - de mestbewerking vindt emissies naar de buitenlucht. plaats voor ter plaatse, op het v.

een camping met 35 kampeerplaatsen ter eigen bedrijf, geproduceerde plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van mest; recreatie - 1'. - onder de voorwaarde dat de hedonisch gewogen geurimmissie vanwege de mestbewerking ter plaatse van geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij in het buitengebied maximaal 0,5 ouE(H)/m3 bedraagt (98-percentielwaarde). Specifieke vorm van agrarisch -1: Ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - 1' zijn naast een grondgebonden agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij, tevens de volgende functies toegestaan: - veehouderij uitsluitend in de vorm van het houden van 35 ooien; - caravanstalling met een vloeroppervlakte van maximaal 1000 m2.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

25

Voldaan moet worden aan het bepaalde in Hoofdstuk 3 Regels voor overige bouwactiviteiten en Hoofdstuk 4 Regels voor overige activiteiten en Hoofdstuk 5 Regels voor sectorale aspecten.

2. Bijbehorende functie(s)

Nadere uitleg of Omgevingsvergunning voorwaarden omgevingsplanactiviteit a. Bij de hoofdfuncties behorende voorzieningen. Voorbeelden: n.v.t.: functies zijn rechtstreeks ontsluitingswegen en toegelaten. paden, parkeervoorzieningen (ook ten behoeve van aangrenzende functietoedelingen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, waterhuishoudingkundige voorzieningen. 8.2 Verboden functies en gebruik Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende functies en gebruik verboden: 1. Verboden functie(s) en gebruik binnen de locatie 'Agrarisch':

26

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Binnen de locatie 'Agrarisch' zijn de volgende n.v.t. functies en gebruik verboden: a. het houden van dieren binnen gebouwen anders dan op de begane grond, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn; b. detailhandel met uitzondering van de detailhandel in streekeigen producten als onderdeel van de op grond van artikel 8.1 of 8.3 toegelaten activiteiten; c. een verkooppunt voor motorbrandstoffen (incl. LPG); d. seksinrichtingen; e. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak; f. het gebruik van gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor permanente of tijdelijke bewoning en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte, sanitair, kook- en wasgelegenheid; g. (proef)boringen naar gas, waaronder schaliegas; h. risicovolle inrichtingen; i. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen. j. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende gronden of bouwwerken. k. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken behorende tot de inrichting, waarbij een toename van stikstofemissie plaatsvindt vanuit de betreffende inrichting.

8.3

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteittoegestane functies en gebruik

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in 8.1 Toegestane functies en gebruik, verlenen op aanvraag voor de volgende omgevingsplanactiviteiten indien wordt voldaan aan de en onder navolgende voorwaarden: 8.3.1

Uitbreiding intensieve veehouderijactiviteiten

Uitbreiding van de veehouderijactiviteiten ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' binnen de aanduiding 'bouwvlak' is uitsluitend in de vorm van een varkenshouderij en onder navolgende voorwaarden mogelijk: a.

Het maximum aantal varkens in het plangebied bedraagt niet meer dan 12.878 dieren, waarbij geldt dat: 1. het maximumaantal varkens ter plaatse van Nieuw Laar 5a niet meer bedraagt dan 3.878; en 2. het maximumaantal varkens ter plaatse van Laar 31 niet meer bedraagt dan 9.000.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

27

b.

c.

d.

e.

f.

g.

28

De best beschikbare techniek voor het gehele bedrijf worden toegepast, waaronder mede begrepen een gecombineerd luchtwassersysteem met een maximaal geurverwijderingsrendement of hiermee gelijkwaardige technologie; Bij de toepassing van een gecombineerd luchtwassersysteem wordt tenminste voldaan aan het navolgende: 1. de uittredesnelheid van het gecombineerd luchtwassersysteem bedraagt te allen tijde minimaal 7 m/s; 2. voldaan dient te worden aan de maatregelen zoals bedoeld in Bijlage 7 bij deze regels ten behoeve van de waarborging van een goede werking van het gecombineerd luchtwassersysteem; 3. ter handhaving van de onder punt 1 en 2 gestelde voorwaarden, wordt voldaan aan de volgende algemeen geldende verplichtingen: het bijhouden van een administratie van gegevens betreffende de continue monitoring van onder punt 1 en 2 genoemde maatregelen; het bij het bedrijf bewaren van deze gegevens voor een periode van minimaal vijf jaar, en; het ter inzage geven van deze gegevens op eerste aanvraag van een daartoe bevoegde ambtenaar.

Er vindt géén toename plaats van de stikstofemissie vanaf het betreffende agrarische bedrijf, tenzij de emissie afkomstig van het met deze omgevingsvergunning aangevraagde 'gebruik na wijziging van gronden en bouwwerken', ten opzichte van de emissie afkomstig van de feitelijke planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan vanuit die gronden en bouwwerken niet leidt tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr op voor stikstofgevoelige habitats in enig Natura 2000-gebied. Of sprake is van een toename van stikstofdepositie als bedoeld onder d, dient als volgt te worden bepaald: er wordt een verschilberekening gemaakt met gebruik van de op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning meest actuele versie van het wettelijk voorgeschreven rekenmodel AERIUS Calculator. voor wat betreft Nieuw Laar 5a invulling wordt gegeven aan het navolgende: 1. het houden van vee ter plaatse van Onrooi 12 te Boxtel, zoals bedoeld in Bijlage 5 Passende beoordeling incl. bijlagen bestemmingsplan met verbrede reikwijdte en meer specifiek geduid in de hiervan onderdeel uitmakende bijlage 6, is beëindigd en verzekerd is dat hervatting van die activiteiten rechtens is uitgesloten.

Er worden maatregelen getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij:, welke zijn opgenomen in de Nadere regels zorgvuldige veehouderij, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten en geldend op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan: 1. de ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving en gelet op de volgende aspecten inpasbaar is in de omgeving: er is rekening gehouden met de gevolgen van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling voor de in het plan begrepen gronden en de naaste omgeving, in het bijzonder wat betreft de bodemkwaliteit, de waterhuishouding, de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden, de ecologische waarden, de aardkundige waarden en de landschappelijke waarden; de omvang van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, de omvang van de bebouwing en de beoogde functie, past in de omgeving gelet op de bestaande en toekomstige functies in de omgeving en de effecten die de ontwikkeling op die functies heeft, waaronder de effecten vanwege milieuaspecten en volksgezondheid; een op de beoogde ruimtelijke ontwikkeling afgestemde afwikkeling van het personen- en goederenvervoer is verzekerd; 2.

is aangetoond dat de cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij, in de bebouwde kom niet hoger is dan 5 Ou / m3 en in het buitengebied niet hoger is dan 10 Ou/ m3, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde geurnormen- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

h.

i. j. k.

daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 3. participatie heeft plaatsgevonden, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling. In het kader van staldering geldt dat een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij, door het oprichten of het in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf, alleen is toegestaan als bewijs is overlegd dat: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering onder 1. ingeval van sloop tenminste 120% en in geval van herbestemming tenminste 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; 3. de sanering onder 1. plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of in gebruik nemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling. Voor dit plangebied wordt de toepassing van de ruimte voor ruimteregeling bij de sanering als bedoeld onder 1. hierbij niet aangemerkt als een provinciale saneringsregeling; 4.

het bewijs dat aan de voorwaarden als vermeld onder 1 en 2 is voldaan, is uitgegeven door of namens gedeputeerde staten; 5. onder een bestaand dierenverblijf wordt verstaan: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu, ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, ex artikel 2, eerste lid, onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren. de ontwikkeling geen belemmering vormt uit oogpunt van externe veiligheid; de ontwikkeling dient hydrologisch neutraal te zijn; op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn.

Voor de toepassing van dit artikel geldt dat met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de borging hiervan, dat het bevoegd gezag overeenkomstig het bepaalde in artikel 7af lid 14 en 15 van het Besluit uitvoering Crisis en herstelwet (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan): l.

in afwijking van artikel 3, vierde lid, van de Wet geurhinder en veehouderij (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning bepaalt dat: 1. de toename van de geurbelasting ten gevolge van die wijziging minder bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand; of 2. de totale geurbelasting na die wijziging minder bedraagt dan het gemiddelde van de in de geurverordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte. m. in afwijking van de artikelen 3.115, tweede lid, aanhef en onder b, en 3.118, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan) als voorwaarde bij verlening van deze omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een dierenverblijf bij maatwerkvoorschrift bepaalt dat de geurbelasting, bedoeld in artikel 3.115, tweede lid, onder b, van dat besluit (zoals dat luidde ten tijde van vaststelling van dit plan), minder bedraagt dan het in dat lid bedoelde gemiddelde. 8.3.2 Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

29

Een aan huis gebonden beroep in bijgebouwen of een aan huis gebonden bedrijf in hoofd- of bijgebouwen is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l.

de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 100 m2 van de woning, de gronden en/of bijgebouwen gezamenlijk; alleen detailhandel die rechtstreeks verband houdt met het ter plaatse uitgeoefende beroep of bedrijf is toegestaan; de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2; horeca is niet toegestaan; het beroep of bedrijf mag geen onevenredig verkeersaantrekkende werking hebben; voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19; buitenopslag is niet toegestaan; reclame-uitingen zijn niet toegestaan; laden en lossen mag uitsluitend op eigen terrein plaatsvinden; de activiteit dient milieuhygiënisch aanvaardbaar te zijn. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening.

8.3.3

Nevenactiviteiten

De volgende nevenactiviteiten onder de navolgende voorwaarden: 1.

2. 3. 4.

5. 6.

7.

30

niet aan het buitengebied gebonden bedrijven in de vorm van de categorie 1 en 2 bedrijven conform de in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten in categorie 1 en 2 opgenomen Lijst van Bedrijfsactiviteiten tot een maximale oppervlakte van 400 m²; agrarisch-verwante bedrijven en agrarisch-technische bedrijven, waarbij de bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking zoals loon- en grondverzetbedrijven niet zijn toegestaan; statische opslag tot een maximale oppervlakte van 1000 m², mits het geen handelsactiviteiten betreft; verblijfsrecreatie (minicamping, camperplaatsen en/of trekkershutten) met een maximale oppervlakte van 1 hectare, grenzend aan en/of liggend binnen een agrarisch bouwvlak of grenzend aan een bestemmingsvlak wonen met dien verstande dat: a. de al bestaande (mini)campings niet van deze nevenactiviteit gebruik mogen maken; b. er maximaal 5 trekkershutten opgericht mogen worden; c. er maximaal 10 camperplaatsen opgericht mogen worden; d. een standplaats op een minicamping heeft een minimale oppervlakte van 230 m² en een camperplaats heeft een minimale oppervlakte van 100 m2; e. verblijfsrecreatie uitsluitend plaatsvindt in de periode van 1 maart tot en met 1 november en van 16 december tot en met 16 januari; f. de afstand van het terrein tot de woningen van omwonenden dient minimaal 50 meter te bedragen; g.

er een woning op het betreffende bouwvlak aanwezig is; h. er landschappelijke inpassing plaatsvindt van minimaal 30% van de oppervlakte van de minicamping; groepsaccommodatie tot een maximale oppervlakte van 400 m²; een bed & breakfast accommodatie in bijgebouwen bij een bedrijfwoning voor maximaal 10 personen verdeeld over maximaal 5 kamers. Dit is inclusief de aanwezige accommodatie in de bedrijfswoning, waarbij de totale oppervlakte aan bed & breakfast accommodatie niet meer mag bedragen dan 100 m2; dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen tot een maximale oppervlakte van 400 m²;

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

8.

horeca ten dienste van extensieve recreatie, zoals een theetuin en een ijs/snackverkooppunt tot maximaal 100 m² (gezamenlijke oppervlakte van binnen- en buitenruimte); 9. zorgfuncties en/of maatschappelijke functies tot een maximale oppervlakte van 400 m²; 10. bij cumulatie van meerdere vormen van nevenactiviteiten/verbrede landbouw dan wel aan huis gebonden beroepen mag het totale daarvoor te gebruiken bruto vloeroppervlak niet meer bedragen dan 400 m² behalve wanneer sprake is van een combinatie met statische opslag of een minicamping. In het geval van statische opslag is een maximale oppervlakte voor nevenactiviteiten van in totaal 1000 m² toegestaan waarvan minimaal 600 m2 dient te worden ingezet ten behoeve van statische opslag . Als het gaat om een minicamping is maximaal een oppervlak van 5000 m² voor nevenactiviteiten toegestaan waarvan minimaal 4600 m2 dient te worden ingezet ten behoeve van de minicamping. mits tevens is voldaan aan de volgende algemene voorwaarden: 11. de agrarische functie van aangrenzende, niet bij het agrarisch bouwvlak behorende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden aangetast; 12. door de wijziging geen onevenredig grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt; 13. voldoende parkeergelegenheid binnen het bouwvlak wordt gerealiseerd zoals bedoeld in artikel 19.

Parkeervoorzieningen ten behoeve van een nevenactiviteit behorend bij een aanduiding agrarisch bouwvlak dienen binnen dit agrarische bouwvlak te worden gerealiseerd; 14. de aanwezige landschappelijke en ecologische kwaliteiten mogen niet worden aangetast; 15. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dient dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het bepaalde in provinciale omgevingsverordening. 16. op basis van een erfbeplantingsplan dient de landschappelijke inpassing verzekerd te zijn; 17. de werkzaamheden dienen door de bewoner te worden uitgeoefend. 8.3.4

Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders

Tijdelijke huisvesting van seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen is toegestaan, indien onder andere voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. 2.

3.

4.

5. 6. 7. 8.

9.

een dergelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; de huisvesting uitsluitend werknemers betreft die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten. Dit dient te allen tijde door de ondernemer te kunnen worden aangetoond middels het bijhouden van een nachtregistratie; de huisvesting niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedraagt. In uitzonderlijke gevallen kan de periode worden verlengd tot maximaal 8 maanden. Het opstellen van een bedrijfsplan is dan noodzakelijk. Daarnaast dient in deze gevallen de Stichting Advisering Buitengebied (SAB) om advies te worden gevraagd; de huisvesting kan plaatsvinden in een bestaand, een uit te breiden dan wel een nieuw op te richten bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan, met dien verstande dat de gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van het nachtverblijf niet meer bedraagt dan 10-15 m2 per persoon; er geen sprake is van zelfstandige wooneenheden; het maximaal aantal personen dat gehuisvest wordt niet meer dan 20 bedraagt; de afwijking kan uitsluitend worden verleend indien is aangetoond dat voldoende structurele voorzieningen ten behoeve van de tijdelijke huisvesting ontbreken; het agrarische bedrijf dient de hoofdfunctie te blijven.

De huisvesting van seizoensarbeiders dient gekoppeld te zijn aan een nog in werking zijnd agrarisch bedrijf. Bij beëindiging van de agrarische functie is het huisvesten van seizoenarbeiders niet meer toegestaan; de huisvesting dient vooraf te worden getoetst op de algemene criteria, zoals (externe) veiligheid,

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

31

hygiëne, lucht, bodem, riolering, water, verkeer, geluid, natuur en landschap en milieuzonering; 10. er dient voorzien te worden in voldoende adequate parkeerplaatsen binnen het bouwvlak, waarbij dient te worden uitgegaan van 1 parkeerplaats per bed; 11. indien gebouwen voor deze functie worden uitgebreid dan dien dit gecombineerd te worden met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Hierbij geldt dat het bevoegd gezag de verleende omgevingsvergunning omgevingsactiviteit voor de tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders kan intrekken indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijke grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is, dan wel onvoldoende inspanningen geleverd zijn om in meer structurele vormen van huisvesting te voorzien. 8.3.5

Plattelandswoning

Het gebruik van een agrarische bedrijfswoning, als bedoeld in 8.1 Toegestane functies en gebruik onder f, als plattelandswoning onder de navolgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4.

De betreffende woning ligt binnen een agrarisch bouwvlak; De agrarische bedrijvigheid is en blijft als hoofdfunctie aanwezig. De aanwezigheid van een reëel bestaand bijbehorend bedrijf kan in ieder geval worden aangetoond middels een advies van de SAB; De bouwregels zoals die gelden voor de reguliere agrarische bedrijfswoning zijn van overeenkomstige toepassing; De luchtkwaliteit ter plaatse van de betreffende woning dient te voldoen aan titel 5.2 van de Wet milieubeheer.

8.4 Bouwregels bouwvlak Binnen de locatie 'Agrarisch' gelden binnen het bouwvlak de volgende bouwregels:

Bedrijfsgebouwen: 1. Maximale bouwhoogte 2. Maximale goothoogte 3. Maximale oppervlakte bij een agrarische bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' 4. Maximale oppervlakte bij een agrarisch bedrijf niet zijnde een intensieve veehouderij Teeltondersteunende kassen: 1. Maximale bouwhoogte 2. Maximale goothoogte 3. Maximale oppervlakte

32

Bouwregel

Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit

11 m 6m

Zie hiervoor 8.6 Zie hiervoor 8.6

Bestaande oppervlakte

Zie hiervoor 8.6

n.v.t. met dien verstande dat het bepaalde in 8.5 in acht moet worden genomen

n.v.t. 6m n.v.t. 5000 m2

n.v.t. n.v.t.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

Bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen: 1. Maximale bouwhoogte bedrijfswoning 2. Maximale goothoogte bedrijfswoning 3. Maximale inhoudsmaat bedrijfswoning

4. Maximale bouwhoogte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen 5. Maximale goothoogte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen 6. gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bijgebouwen, aan- en uitbouwen

10 m

n.v.t.

6m

n.v.t.

750 m3, exclusief onderkeldering n.v.t. (of inclusief onderkeldering indien deze ten behoeve van de verblijfsfunctie wordt gebruikt) inclusief aan-en uitbouwen indien deze ten behoeve van de verblijfsfunctie worden gebruikt of in ieder geval niet meer dan op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerp-bestemmingsplan en het geen woning betreft welke in het verleden gesplitst is geweest. 6m

3,5 m

bedraagt in het bebouwingsgebied:niet meer dan: a. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied; b. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; c. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.

bestemmingsplan Omgevingsplan Laar Nieuw Laar

33

7. Dakhelling

Er wordt voorzien in een kap

zonder kap, mits dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de locatie en niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Erf- en perceelsafscheidingen De bouwhoogte bedraagt maximaal: - 2 meter indien gelegen achter de voorgevel van de bedrijfswoning; - 1 meter indien gelegen voor de voorgevel van de bedrijfswoning. Carport of overkapping Maximaal 1 vrijstaande carport of overkapping behorende bij de bedrijfswoning, met dien verstande dat: met dien verstande dat: 1. de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet mag worden overschreden; 2. de carport of overkapping uitsluitend mag worden gebouwd met een plat dak; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; 4. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 25 m²; Hooiberg (anders dan een parapluhooiberg)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=6471835b-0733-49fa-8b09-9c69f713b2e4