Bijlage 4 - Logboek omgevingsdialoog (participatie omgeving) Werststeeg
Tekst van het document
Verplichtingen NPRES Het NPRES heeft met de 30 RES-regio’s afgesproken dat ze jaarlijks gegevens aanleveren over de voortgang van opwekopgave volgens een vastgesteld begrippenkader. Daarbij wordt de opwek van projecten die in de pijplijn zitten (waarvan de opwek nog niet gerealiseerd is) door NPRES afgeschaald met een realisatiegraad (de realisatiekans). Die wordt bepaald door de fase in de pijplijn (voortraject, vergunningaanvraag, vergunningverlening, subsidiebeschikking en bouw, huidig gerealiseeerd) en de mate van netcongestie. Zo worden vergunde, maar nog niet gerealiseerde projecten voor zon op veld in onze regio met structurele netcongestie, maar voor 10% meegerekend. Dit in tegenstelling tot vergunde, maar nog niet gerealiseerde windprojecten, die voor 90% worden meegerekend. In opdracht van de Stuurgroep heeft de afdeling O&S van de gemeente ’s-Hertogenbosch de data voor de monitoring verzameld en verwerkt in een 5e monitor. Hieraan geven wij onderstaande duiding.
1
Progressie opwek
Figuur 1
In 2023 bedroeg de progressie (inclusief realisatiegraad) 53% van de doelstelling (figuur 1). Als de realisatiegraad niet wordt meegenomen is dat 101% (figuur 2). Ter vergelijking: in 2022 waren deze cijfers 44% respectievelijk 81%. Er wordt dus voortgang geboekt, de regio is op de goede weg. Maar zelfs als we slagen in het doel van vergunningverlening voor 2025, dan zal door de netcongestie en het gegeven dat we in de regio voor een relatief groot deel aangewezen zijn op zon op veld, het opwekdoel volgens het NPRES begrippenkader worden afgeschaald. Het is dan aan gemeenten, netbeheerders en de initiatiefnemers om hiervoor oplossingen te bedenken waarmee het opwekdoel in 2030 gerealiseerd kan worden.
Figuur 2
Voor de gemeenten geldt dat ze geen of weinig invloed hebben op de afschaling door netcongestie. Daarom is voor hen de progressie van het RES-doel zonder afschaling van belang en dan blijkt dat de productie inclusief pijplijn is gestegen van 81 naar 101%. Dit betekent overigens, vanwege de kans dat projecten alsnog niet vergund kunnen worden, dus niet dat ons doel gehaald wordt. In figuur 2 valt op dat de opwek in de fasen ‘huidig gerealiseerd’ en ‘subsidiebeschikking en bouw’ in 2023 is afgenomen ten opzichte van 2022. Hiervoor zijn twee verklaringen te geven. In de eerste plaats is een gedeelte te verklaren doordat een deel van de fase ‘subsidiebeschikking en bouw’ doorschuift naar de fase ‘huidig gerealiseerd’ en een ander deel uit de pijplijn kan vallen doordat de subsidie vervalt of naar de fase ‘vergunningverlening’ terugvalt als de vergunning wordt vernietigd. Voor een ander deel kan als volgt worden verklaard. In 2022 is ten onrechte voor zon op dak gerekend met het zelfde aantal productie-uren als voor zon op land. Echter volgens het NPRES-begrippenkader dient voor zon op dak met 900 uur productie te worden gerekend en niet (zoals in 2022 is gebeurd) met 950 uur productie. In 2023 is wel met de goede cijfers gerekend, waardoor er sprake is van een terugval.
2
Progressie opwek per gemeente Als we de progressie van het RES-doel per gemeente bekijken, dan zien we dat de verschillen in relatieve en in absolute zin groot zijn, maar dat ook de verschillen in- en exclusief realisatiegraad groot zijn.
Figuur 3
Figuur 4
Gemeenten met de kleinste opgave hebben vaak relatief veel dakoppervlak en hebben mede daardoor een groot gedeelte van de opgave al gerealiseerd met zon op dak. Ook zien we dat bij gemeenten met een grotere opgave een groot deel nog in de eerste fasen van de pijplijn zit, waar de realisatiegraad laag is. Van de andere kant zijn er ook gemeenten die een pijplijn hebben die groter is dan de opwekopgave, waardoor er ruimte is voor vertraging of uitval van projecten. En zelfs als het (oa door netcongestie) niet lukt om de hele opgave in 2030 gerealiseerd te hebben, 3
dan spreekt uit de investeringsplannen van de netbeheerders de verwachting dat dat deel in de jaren vlak na 2030 gerealiseerd kan worden. Realisatie opwekdoel onzeker De huidige gegevens over opwek laten zien dat met de huidige plannen de doelstelling van zowel de individuele gemeenten niet zondermeer bereikt kan worden. En daarmee is dus ook het regionale doel nog niet bereikt. Stelligheid past hier echter niet. De afspraak uit het reeds genoemde begrippenkader dat vergunde zonprojecten die nog niet kunnen leveren (bijvoorbeeld door netcongestie) slechts voor 10% meegerekend kunnen worden, maakt een aanvullende en individuele analyse noodzakelijk. Kan het vergunde, maar nog niet aangesloten, project tijdig (gelet op verleende SDE-subsidie) worden aangesloten, dan kan dit project uiteindelijk wel voor 100% worden meegeteld. Dit maakt dat we het niet alleen moeten hebben over of er voldoende projecten in voorbereiding zijn, maar ook over hoe de netcongestie kan worden opgelost, zodat vergunde projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Hoe dan ook, zijn gesprekken nodig over de vraag of, en zo ja hoe, de doelstellingen per gemeente wel (tijdig) bereikt kunnen worden en wat daarvoor nodig is.
Besparingsopgave Het doel van 11% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2017 in de gebouwde omgeving wordt bepaald door de besparing op warmte (met name aardgas) en elektriciteit. Het gaat hierbij dus niet om de energiebesparing in de mobiliteit en grote industriële complexen in Nederland. Als we kijken naar het (totale) energieverbruik (figuur 5), dan zien we dat een energiebesparing van 7,8% is gerealiseerd. Als je de trendlijn doortrekt naar 2030, dan is het realistisch te veronderstellen dat het doel van 11% in 2030 of eerder gerealiseerd zal worden. Verder is een besparing van de warmtevraag bereikt van 16,3%. Door de elektrificatie is het elektriciteitsgebruik juist met 3,5% toegenomen. Dat geeft aan dat we verduurzamen door elektrisch vervoer en warmtepompen. Dat die toename beperkt is, komt door energiebesparing in het elektriciteitsverbruik, maar ook omdat zonnepanelen achter de meter bij kleinverbruik (huishoudens en MKB) niet als opwek, maar als energiebesparing worden meegeteld. Doordat de energie-inhoud van de warmtevraag veel groter is dan van de elektriciteitsvraag, wordt toch een totale energiebesparing van 7,8% gerealiseerd. Deze gegevens zijn gebaseerd op de beschikbare CBS-gegevens uit de Klimaatmonitor en die lopen altijd een jaar achter, waardoor niet de cijfers over 2023, maar over 2022 beschikbaar zijn.
4
Figuur 5
Kijken we naar de verschillen per gemeente (figuur 6) dan zien we dat er verschillen zitten in de besparing in de energievraag. Die verschillen kunnen het gevolg zijn van ontwikkelingen binnen de gemeente (bv de vestiging van enkele grotere energieverbruikers of elektrisch vervoer ).
Figuur 6
Genomen besluiten door de Stuurgroep In de Voortgangsrapportage namen we op dat we de voortgang van de RES tweemaal per jaar gaan monitoren. Gelet op de snelheid waarmee de opwek gerealiseerd kan worden vanwege externe factoren (zie hiervoor) en het bestuurlijke gesprek dat plaats gaat vinden heeft de Stuurgroep besloten dat een halfjaarlijkse monitoring op dit moment niet zinvol is. Monitoring vraagt veel capaciteit en middelen terwijl in deze fase een tussentijdse monitor weinig nieuwe relevante informatie oplevert. In de Voortgangsrapportage is tevens opgenomen dat gestart wordt met de voorbereiding van de herijking van de RES. Hiertoe zou een plan-MER proces opgestart moeten worden. Tijdens de heisessie(s) van de Stuurgroep is ook geconcludeerd dat de huidige samenwerkingsstrategie onvoldoende aansluit bij de uitdagingen die er liggen in de RES NOB (netcongestie, schaarse 5
ruimte, veranderende regelgeving). De Stuurgroep besloot dan ook om de nieuwe samenwerkingsstrategie (na 2025) te laten prevaleren boven het starten van het traject naar een RES 2.0. Met de vriendelijke groet, de stuurgroep RES NOB, namens deze, Marieke Moorman voorzitter stuurgroep RES Noordoost Brabant Contact Heeft u vragen naar aanleiding van deze voortgangsrapportage, dan kunt u contact opnemen via info@resnob.nl. Voor meer informatie zie ook RES Noordoost Brabant | Energiewerkplaats Brabant
6
BIJLAGE L Verslag 2e informatieavond Zonnepark Werststeeg
Datum:
14 november 2024
Locatie:
Den Durpsherd te Berlicum (recreatiezaal)
Tijd:
19.30-21.30
Aanwezigen: 10-12 omwonenden 2 Kronos-medewerkers, 1 gemeenteambtenaar
AGENDA
•
SAMENVATTING
•
INLEIDING VOORAF
•
PRESENTATIE KRONOS
•
ALGEMENE VRAGEN EN ANTWOORDEN
•
OPGEHAALDE BELANGEN TIJDENS DIALOOG
•
EINDE
•
BIJLAGEN
SAMENVATTING Er zijn 38 uitnodigingen verstuurd. Er zijn circa 10-12 mensen gekomen op deze avond. Het merendeel had zich voor deze avond aangemeld, enkele zijn onaangemeld gekomen. Vanuit de gemeente was er 1 ambtenaar aanwezig om vragen te beantwoorden. Kronos Solar gaf een presentatie aangaande “Wat is het beste ontwerp voor een zonnepark op deze locatie”, en beantwoordde daarna vragen. Hierop volgend zijn verschillende belangen opgehaald. Aan het einde is ook de mogelijkheid geboden anoniem middels een ideeënformulier belangen aan te geven (bijlage 2).
1
INLEIDING Tijdens de laatste informatieavond is de vraag gesteld waarom er over de inrichting van het zonnepark gepraat wordt terwijl er, volgens de vraagsteller, geen draagvlak is voor het plan. Deze vraag is ook na de informatieavond door enkele omwonenden gesteld. Uit deze vragen blijkt dat er nog veel onbegrip bestaat bij omwonenden over de regelgeving en procedures. Daarom is besloten om voorafgaand aan de bespreking van het ontwerp eerst kort stil te staan bij deze vraagstukken die nog leven in de omgeving. Dit is gedaan aan de hand van drie vragen: Waarom vragen we uw belangen? Er zijn veel partijen met belangen of wensen als het gaat om een zonnepark. Denk daarbij aan bijvoorbeeld gemeente, provincie, natuurorganisaties, Waterschap, Gasunie. Ook omwonenden hebben belangen en wensen. Wij proberen al deze belangen te verzamelen. Logischerwijs komen niet al deze belangen met elkaar overeen, en botsen ze soms. Daarom moet een afweging worden gemaakt tussen de verschillende belangen. Deze afweging moet door de ontwikkelaar worden gemotiveerd (waarom is een bepaald belang wel of niet in het ontwerp verwerkt), en wordt, waar mogelijk, meegenomen in het ontwerp.
Bijvoorbeeld een eerder voorstel wat we van een omwonende gehad hebben is om alle panelen links van de gasleidingstrook weg te laten, maar dit zorgt voor een verlies van circa 1,5ha aan panelen, wat betekent dat het zonnepark te weinig stroom oplevert om het rendabel te kunnen maken. Daarmee is dat belang niet haalbaar met een duidelijke motivering. Hoe zit het met draagvlak? Het is bij ons bekend dat er omwonenden zijn die tegen het zonnepark zijn. Het is ook begrijpelijk dat mensen niet blij zijn met de komst van een zonnepark in de buurt van hun woning. Wij organiseren informatieavonden zoals deze in een poging om draagvlak te vergroten. Dit gebeurt door het beantwoorden van vragen en het wegnemen van zorgen. Ook gebeurt dit door de belangen en wensen van omwonenden op te halen en mee te nemen in het ontwerp. Draagvlak is geen voorwaarde voor het voeren van een dialoog over het ontwerp. Het is geen wettelijke eis om iedereen juichend in de zaal te hebben voordat een ontwerp kan worden besproken. Wanneer is er een goede omgevingsdialoog gevoerd? Tijdens de vorige bijeenkomst is de opmerking gekomen dat Kronos hier een avond organiseert met als enige doel om het af te vinken van het lijstje, en dat de dialoog dan waarschijnlijk positiever wordt afgeschilderd dan hij werkelijk was.
Lezers van het verslag hebben hopelijk kunnen zien dat dit niet het geval is, en dat ook de negatieve meningen op een eerlijke manier zijn opgenomen. Het verslag is ook gecontroleerd door omwonenden, en de opmerkingen die daarop zijn gekomen zijn meegenomen in de definitieve versie van het verslag. Wat voor ons belangrijk is, is dat belanghebbenden goed geïnformeerd zijn, en dat ze voldoende mogelijkheid hebben gehad om informatie te verkrijgen en hun belangen te delen. Dit is wat er ook vanuit de regelgeving van ons wordt gevraagd. Om die reden laten we ook altijd weten dat u op verschillende manieren contact met ons kunt zoeken voor beantwoording van vragen, het maken van opmerkingen en het aangeven van belangen.
2
PRESENTATIE ONTWERP Doel van de presentatie is om belangen op te halen met als kernvraag “Wat is het beste ontwerp voor een zonnepark op deze locatie”. Aan het begin van de presentie is eerst nadere uitleg gegeven over alle componenten waaruit een zonnepark bestaat en de randvoorwaarden waaraan een zonnepark moet voldoen. Vervolgens is het huidige conceptontwerp gedeeld met alle aanwezigen. Hierbij zijn zijaanzichten, plattegronden en foto’s gedeeld om een zo goed mogelijk beeld te geven van het huidige ontwerp. Zie bijlage 1 voor de presentatie.
ALGEMENE VRAGEN EN ANTWOORDEN •
•
•
•
•
•
Biodiversiteit en onderhoud. Hoe garandeer je het onderhoud? Kruidenrijk grasland kan na verloop van tijd gewoon raaigras worden. Er komt een beheer- en onderhoudsplan dat onderdeel wordt van de vergunning. Daarnaast hebben we een monitoringsplicht vanuit de SDE++ subsidie m.b.t de kwaliteit van ecologie, bodem en water. Zonnepark Heidebos ligt ook aan de Werststeeg, waarom wordt hier niet over gesproken? Zonnepark Heidebos is van een andere projectontwikkelaar (Sunvest). Het is één van de 3 projecten (een 4e, kleiner park van 0,3ha is afgevallen). Gemeenteambtenaar geeft vervolgens nadere toelichting hierover. Het gaat vanavond dus alleen om zonnepark Werststeeg. Wat is de kans dat het dan wel of niet doorgaat op basis van de vergunning? Kronos: Er is op dit moment geen garantie dat dit ook door gaat. Dit is afhankelijk van vergunning, SDE en financial close. Gemeente: De gemeenteraad moet ermee instemmen. Omwonenden kunnen zienswijze indienen of in beroep gaan na vergunningverlening. Lopen de 3 trajecten ongeveer gelijk in de procedure? Gemeente: Zo ongeveer wel, gemeente moet zorgen dat de vergunning ongeveer in 2025 verleend moet zijn, dat halen we niet helemaal maar doen we ons best mee. Ook kijkend naar de provinciale verordening die nu nog ruimte geeft (er komen nieuwe eisen).
Is er nog meer bekend over de verkenning van de ecoloog? Is er nog gesproken met natuurgroepen of eigenaren/omwonenden in de omgeving? Er is destijds een quickscan gedaan. Dit is niet enkel een ‘snel onderzoekje’ maar daadwerkelijk een veldonderzoek en literatuurstudie. Er zitten wel dassen in het gebied maar deze gebruiken het terrein niet als foerageergebied. Wel zijn er steenuilen aanwezig. We hebben gesproken met de steenuilengroep aangaande de nestkasten. Ecoloog is momenteel bezig met vervolgonderzoek naar de steenuil (n.a.v. de quickscan). Daarbij moeten we rekening houden dat er aanpassingen gedaan moeten worden aan het ontwerp om te zorgen dat het gebied aantrekkelijker wordt of blijft voor de steenuil. We hebben niet omwonenden gevraagd welke dieren er leven in het gebied. Dit heeft namelijk geen directe wetenschappelijke basis. Wanneer iemand bijvoorbeeld een das gezien heeft weet je nog steeds niet of deze foerageert in het gebied of enkel passeert. Maar op het moment dat jij hectares vol plaveit met platen dan kan ik mij niet indenken dat de steenuil gelukkig is, want die moet veel meer moeite doen om aan zijn voer te komen? Voor een steenuil geldt dat grote open velden niet heel aantrekkelijk zijn om in te jagen. Zij houden meer van een kleinschaliger landschap. Hagen en heggetjes waar ze jagen op 3
•
• •
•
•
•
•
muizen. Wij kunnen dit in het zonnepark toepassen. De gasleidingstrook kan hier bijvoorbeeld een geschikt gebied voor zijn. Ze houden immers ook van een corridor. Aantrekken van muizen alhier is ook een mogelijkheid. Eventueel ook (een deel van) de rijen verder uit elkaar plaatsen vanaf de nestkasten zodat zo ook daar in een corridor kunnen jagen. Hoe voorkom je dan een potentiële muizenplaag? De muizen dienen hopelijk als voedsel voor de steenuilen. Dit is duidelijk een voorbeeld van een tegengesteld belang. Hierin moet dus een afwezig worden gemaakt. Ditzelfde geldt voor de poelen. Ik zit ook niet te wachten op allerlei muggen? Ook een goed voorbeeld van een ander belang, waar we een afweging moeten maken. Doen jullie ook de aanplanting en wie is daarvoor verantwoordelijk? Wij zijn daar verantwoordelijk voor. Alles binnen het opstalrecht is onze verantwoordelijkheid, dus ook de aanplant en het beheer daarvan. Wat is het voordeel voor de burger? Er zitten 2 kanten aan. Het zonnepark moet ergens komen en staat altijd bij iemand in zijn achtertuin. Als het uiteindelijk bij jou in je achtertuin komt heb je helaas pech. Dat is uiteindelijk een last. Wat zijn nou de lusten? Dat kan middels financiële participatie (medeeigenaarschap) of een omgevingsfonds. Daarnaast is er natuurlijk een klimaatprobleem en wij proberen daar met zijn allen wat aan te doen.
Een zonnepark heeft daarom voor de generaties na ons ook een waarde. Wanneer wordt de financiële participatie gestart? Dit start pas nadat de vergunning binnen is. Niet alle cijfers zijn op dit moment duidelijk (we zijn dan verder in de tijd). Waarom is het geen onderdeel van de vergunning? We hebben met de gemeente een anterieure overeenkomst waar deze afspraken worden geborgd. Daar wordt momenteel nog aan gewerkt. Er zijn momenteel drie verschillende opties, middels een vast route: 1. Streven naar 50% mede eigenaarschap. 2. Gemeente vult aan tot 50% (wanneer omgeving het niet redt) 3. Omgevingsfonds met een x bedrag per MWh/MWp per jaar. De insteek is optie 1, mede-eigenaarschap. De andere zijn in basis terugvalopties. Betekent dit dat ook een mogelijke uitkomst kan zijn dat er geen enkele financiële participatie komt? Nee, de genoemde opties zijn de hoofdoptie en twee terugvalopties, juist zodat gegarandeerd kan worden dat er altijd financiële participatie is.
OPGEHAALDE BELANGEN TIJDENS DIALOOG •
•
Nu zijn alle panelen op het zuiden gericht. Je hoort de laatste tijd ook oost west opties? Is dat nog een optie? We kiezen voor zuid omdat hierdoor meer licht op de bodem valt. We moeten ook aan de eisen kunnen voldoen van de SDE++ subsidie (natuurinclusief). We kunnen wel kijken naar een andere optie, echter tot op heden levert dit geen groot voordeel op. We proberen ook de kavellijnen goed te volgen, anders kan het landschappelijk rommeliger worden. Is er ruimte om de toegangsweg elders te leggen in plaats van voor mijn deur? In theorie wel. Hij ligt momenteel hier omdat daar ook al een overgang over de sloot zit. In theorie kunnen we een nieuwe overgang maken over de sloot. Wellicht zijn er alternatieven 4
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
plekken? Wellicht aan de Werstkant of via (over) de gasleiding? Dit was niet de eerste keuze voor de entree. We hebben ook naar het bestaande pad vanaf de Werststeeg gekeken, maar we denken dat dit te smal is. We moeten ook rekening houden met de bouw en toegang. We zullen dit belang meenemen. Het doel van de interne weg is met name om het transformatorstation te bereiken. Ook met die stations kun je schuiven. Is het mogelijk om de schapen ook aan de voorzijde (buiten het hekwerk langs de Werststeeg) te laten grazen? Ik vind het leuk om de schapen te kunnen zien. Ja, dat is in principe mogelijk. Dit is afhankelijk van de inrichting. Als er geen recreatie komt (wens recreatie met o.a. bankje, oplaadpunt enz) is het gewoon (kruidenrijk)gras. Is het een optie om de panelen ten westen van de gasleidingsstrook weg te laten? Dan missen we te veel panelen, zo’n 1,5ha, wekken we te weinig op en krijgen we het financiële plaatje niet rond. Enkele rijen weglaten is bespreekbaar (omhoogschuiven). Dat zijn we nader aan het onderzoeken. Waarom zit er een knik in het ontwerp ten zuid oosten bij de gasleiding? Dit komt vermoedelijk door de gasleidingstrook, om meer groen te behouden. Het is wellicht logischer om het hekwerk door te trekken. Kan de pizzapunt (panelen westzijde gasleiding) niet voor de boerderij ten noorden? Daar ligt het in zichtlijn van een andere woning.
Deze woning wordt al aan verschillende zijden ingebouwd. Het ligt dan tevens ook dichter bij de andere woningen aan de Werstkant. Dit is dus wederom een belangenafweging. Is er dan misschien een combinatie mogelijk, een verdeling van de lasten? We zouden inderdaad kunnen kijken of het mogelijk is om een aantal panelen erbij te zetten op het lege vlak aan de noordzijde, en een aantal weghalen aan de zuidzijde. We gaan dit onderzoeken. Met het oog op steenuilen zou het potentieel ook beter zijn wat meer van de zuidzijde vrij te laten Ja, dat zou zeker kunnen. We gaan dit verder bekijken. Het hekwerk en de panelen zelf, welke hoogte krijgen die? Grofmazig hekwerk met houten palen, circa 1,90 hoog. Gaas 10 cm boven de grond t.b.v. kleine zoogdieren die dan het park kunnen gebruiken als foerageergebied. Panelen staan op circa 2 meter. Struweel er omheen wordt (minimaal) 3 meter. Hoe ga je voorkomen dat het groen dan op juist hoogte wordt onderhouden. Ivm minimale en maximale hoogte groen? Voorkomen dat het niet op 1,5 meter worden afgezaagd Alles wordt vastgelegd in een beheerplan. Daarin worden ook de (snoei) hoogtes bepaald. Niet overal is 5 meter struweel, andere delen weer 3 meter, waarom? In het zuiden zijn er direct aanwonenden die er direct opkijken, vandaar daar breder struweel. Ik woon zelf op de Werstkant en kijk nu precies op die punt uit (noord oostelijke punt).
Kan daar niet ook wat meer begroeiing, zo dik als mogelijk? We nemen dat mee in de belangen. Ok, maar toe hoever wordt dat gehonoreerd? We moeten naar alle belangen kijken en daar een afweging in maken. We kunnen nu helaas geen garanties geven. Je had het vorige keer over batterijen, staan die al ingetekend? Die staan hier. Staat er nu 1 in maar zullen er 2 worden. Kunnen in loop van tijd nog veranderen. Is er een mogelijkheid voor een buurtbatterij? 5
•
•
•
Dat gaat over opslag voor de buurt. De batterijen zijn voor het park zelf om de pieken af te vlakken (indirecte verplichting vanuit de SDE). Woningen in de buurt zijn aangesloten op het laagspanningsnet, terwijl het zonnepark op het middenspanningsnet zit. Hoe zit het met de veiligheid van het project. Wordt het beveiligd? Ook aangaande de accu’s? Er is camerabewaking 24/7 (naast het hekwerk). Ook zijn er eisen vanuit de verzekering. Met de veiligheidsregio wordt de veiligheid verder afgestemd en advies opgevolgd. Hoe hoog staan de camera’s? Circa 3 meter hoog op het voorbeeld. Camera’s nemen enkel beeld op binnen de contouren van het zonnepark. Is er planschade? Is die er? Komt die er? Gemeente: Daar zijn wettelijke spelregels voor. Dit heet tegenwoordig nadeelcompensatie (onder de omgevingswet). Je komt alleen in aanmerking als je nadeel zo groot is dat je gecompenseerd moeten worden. Daar zijn taxateurs voor. (nadeel moet groter zijn dan 4 %, meen ik) Gemeente kan schade doorhevelen naar Kronos.
EINDE • • • •
Bij het einde zijn nogmaals de contactgegevens van Kronos gedeeld Ook is de mogelijkheid geboden anoniem middels een ideeënformulier belangen aan te geven. Kronos heeft aangegeven een verslag van de avond te maken en deze te delen met alle aanwezigen en iedereen op de mailinglijst. Het uiteindelijke ontwerp zal ook met omgeving worden gedeeld. Belangen zullen hierin zoveel als mogelijk worden afgewogen en waar mogelijk worden geïntegreerd in het ontwerp. Ecologisch vervolgonderzoek voor de steenuil loopt nog. Hier zal het ontwerp mogelijk ook nog invloed op hebben.
BIJLAGEN • •
Bijlage 1-Presentatie Kronos Solar Bijlage 2-Ideeenformulier
6
BIJLAGE M
Informatieavond Zonnepark Werststeeg
14.11.2024
Agenda
1.Inleiding 2.Ontwerp 3.Dialoog 4.Afsluiting
1. Inleiding
Inleiding Doel van de avond: Verzamelen van belangen • Waarom vragen we uw belangen? • Wij vragen iedereen die een belang heeft om dit met ons te delen
• We maken een afweging van alle verschillende belangen • Waar mogelijk worden de belangen verwerkt in het ontwerp
• Hoe zit het met draagvlak? • Informatieavonden worden georganiseerd om het draagvlak te vergroten • Draagvlak is geen voorwaarde voor het voeren van een dialoog over het ontwerp
• Wanneer is er een goede omgevingsdialoog gevoerd? • Belanghebbenden zijn voldoende geïnformeerd • Belanghebbenden hebben voldoende mogelijkheid gehad om informatie te verkrijgen en hun
belangen te delen