Bijlage 4 - Bindend advies zonnepark De Vorst- BOPA motivering (onderbouwing)
Tekst van het document
Zonnepark De Vorst te Boxtel Gemeente Boxtel
Zonnepark De Vorst te Boxtel
1
colofon
projectnaam Zonnepark De Vorst te Boxtel datum 28 maart 2025 projectnummer P07685 opdrachtgever Novar Nederland B.V. BRO projectleider RTa projectteam RVe bron kaft BRO review TAu
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonnepark De Vorst te Boxtel
2
Inhoudsopgave 6.11 Cultuurhistorie
1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
4 4 4 5
Aanleiding Plangebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer
6
Omgevingsaspecten
22
6.1
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
22
6.1.1 6.1.2 6.1.3
22 22 22
6.2
2
Beschrijving bestaande situatie
6
3
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
7
3.1 3.2
8 10
4
5
Inrichtingsmaatregelen Technische inpassing zonnepark
Relatie met het omgevingsplan
11
4.1 4.2
11 11
Toets aan het omgevingsplan Strijdigheid met het omgevingsplan
Beleidskaders
12
5.1
Verhouding tot Rijksbeleid
12
5.1.1 5.1.2
12 12
5.2 5.3 5.4 5.5
Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s)
Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking Verhouding tot provinciaal beleid
13 13
5.3.1 5.3.2
13 14
Omgevingsvisie Noord-Brabant TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
18
5.4.1
18
Gemeentelijk beleid
19
5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4
19 19 19 21
Structuurvisie verfrissend Boxtel Visie duurzaam Boxtel 2030 Visie zonne- en windenergie Boxtel Duurzaamheidsagenda Boxtel 2022-2026
Zonnepark De Vorst te Boxtel
6.4
6.5
6.6
6.7
Verhouding tot regionaal beleid RES 1.0 Noord-Brabant
6.3
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
22
6.2.1 6.2.2 6.2.3
22 23 23
6.9
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Omgevingsveiligheid
23
6.3.1 6.3.3
23 24
Toetsingskader Conclusie
Activiteiten en milieuzonering
24
6.4.1 6.4.2 6.4.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
24 24 24
Geluid – (spoor)wegverkeer
24
6.5.1 6.5.2 6.5.3
24 25 25
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bodem
25
6.6.1 6.6.2 6.6.3
25 25 25
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Water 6.7.1 6.7.2 6.7.3
6.8
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
25 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
25 25 26
Natuur en landschap
26
6.8.1 6.8.2 6.8.3
26 27 29
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Luchtkwaliteit 6.9.1
Toetsingskader
6.10 Geur 6.10.1 6.10.2 6.10.3
29 29
29 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
29 30 30
6.11.1 6.11.2 6.11.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
31
6.12.1 6.12.2 6.12.3
31 31 31
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
6.13 Trillingen
31
6.13.1 6.13.2 6.13.3
31 31 31
6.14.1 6.14.2 6.14.3 6.15.3
8
30 30 30
6.12 Archeologie
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
6.14 Elektromagnetische straling
7
30
Toetsingskader Onderzoek Conclusie Conclusie
31 31 32 32 32
Participatie
33
7.1
Participatieplan
33
7.1.1 7.1.2
33 33
Procesparticipatie Financiële participatie
Financiële en maatschappelijke verantwoording
34
8.1 8.2
Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording
34 34
8.2.1
34
Procedure omgevingsvergunning
Separate bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Weging van het waterbelang Bijlage 4: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 5: Technische tekeningen zonnepark Bijlage 6: Technische tekeningen batterij
3
1
Inleiding
1.2
Plangebied
1.3
Juridisch-planologisch kader
Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten zuiden van de kern
Op grond van het tijdelijke omgevingsplan vigeert ter plaatse van het
1.1
Aanleiding
Boxtel, ter hoogte van de splitsing Brede Heide en De Vorst. Het plange-
plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1994’, zoals onherroe-
Novar heeft het planvoornemen om ter hoogte van de splitsing Brede
bied wordt aan vrijwel alle zijde begrenst door agrarische percelen. Ten
pelijk vastgesteld op 23 februari 1995. Conform het bestemmingsplan
Heide en De Vorst te Boxtel, op een perceel een zonnepark te realise-
oosten wordt het plangebied echter begrenst door de straat De Vorst.
Buitengebied 1994’ is ter plaatse van het plangebied de gebiedsbestem-
ren. Naast de ontwikkeling van het zonnepark is het voornemen om ook
Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Boxtel, sectie N
ming ‘Agrarisch gebied -A-‘ toegestaan. Conform artikel II.7 zijn de als
een (maatschappelijke) meerwaarde te creëren op het gebied van land-
en nummer 192. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt
zodanig aangegeven gronden bestemd voor de ontwikkeling van een
schap, water- en ecologische aspecten.
71.350 m2 (7,1 ha). Figuur 1 geeft de globale begrenzing van het plan-
duurzame landbouw, de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering
gebied weer.
op bestaande aangegeven agrarische bedrijfscentra, alsmede voor
De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Bui-
kleinschalige landschapselementen en extensief recreatief medege-
tengebied 1994’1, welke geldt onder het tijdelijke omgevingsplan. Er
bruik.
dient derhalve een juridische-planologische procedure te worden doorlopen om van het tijdelijke omgevingsplan af te wijken. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), onder de Omgevingswet. Voor een reguliere omgevingsvergunningprocedure dient een ruimtelijke motivering te worden opgesteld die aan dient te tonen dat het ruimtelijk initiatief bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voorliggende rapportage betreft deze ruimtelijke motivering.
Figuur 1: Globale aanduiding begrenzing plangebied (rood omkaderd)
1
Figuur 2: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan, met plangebied globaal rood omkaderd
In verband met de vaststellingsdatum van vigerend bestemmingsplan zijn bepaalde begripsbepalingen gedateerd. Voor de juridisch-planologische volledigheid zijn deze begrippen in onderhavige ruimtelijke motivering wel opgenomen.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
4
1.4
Leeswijzer
De voorliggende ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het plangebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving, waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkelingen, waarna in hoofdstuk 4 de relatie met het omgevingsplan wordt aangehaald. Vervolgens wordt er in hoofdstuk 5 getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. Daarna zal de voorgenomen ontwikkeling in hoofdstuk 6 worden getoetst aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. In hoofdstuk 7 wordt het participatieproces behandeld. Tot slot wordt hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze ruimtelijke motivering gevoegd.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
5
2
Beschrijving bestaande situatie
Het plangebied is ter hoogte van de splitsing Brede Heide en de Vorst gelegen, in het buitengebied ten zuiden van de kern Boxtel. In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als agrarisch perceel waar verschillende gewassen op worden geteeld. Binnen het plangebied zijn twee greppels aanwezig. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een boomkwekerij. Aan de noordzijde voorzien bestaande bomen en struiken (houtsingel) in combinatie met een rietkraag een robuuste overgang naar de
Bestaande overgang met riet en houtsingel
Zicht naar het oosten
De Vorst met laanbomen
Zicht naar het noorden
Zicht naar het noorden ter hoogte van het gemeentelijk perceel.
Zicht naar het zuiden op een agrarisch perceel
aangrenzende percelen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de weg De Vorst. De Vorst is aan weerszijden voorzien van eikenbomen. Langs het wegprofiel loopt een sloot met hier en daar rietopslag. Het wegprofiel ligt duidelijk hoger in het landschap. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door een ander agrarisch perceel welke eveneens in gebruik is voor de teelt van gewassen. Dit perceel kan mogelijk enige hinder ondervinden met de voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark. Daarom is bij de verdere uitwerking (zie hoofdstuk 3) een groene buffer voorzien die het zicht op het zonnepark vanaf dit perceel ontneemt. Navolgende fotocollage geeft de bestaande situatie weer.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
6
3
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnepark. Na een periode van 25 jaar zal het zonnepark worden verwijderd en het oorspronkelijke gebruik worden hersteld. Verder voorziet de ontwikkeling op hoofdlijnen in de volgende maatregelen in het landschap: 1.
aanplanten houtsingels aan zuid- en oostzijde (gedeeltelijk);
2.
aanplanten houtwal, parallel aan De Vorst;
3.
aanplanten struweelhagen in noord-zuidrichting;
4.
aanleg bloem- en kruidenrijke zoom;
5.
vrijhouden van de leidingenstrook;
6.
vrijhouden bestaande greppel ten behoeve van een kleinschalige opzet;
7.
transformatoren integreren in het zonnepark;
8.
panelen in lijn met de verkaveling.
Belangrijk onderdeel van de inpassing is het doortrekken van de houtwal langs de kant van De Vorst. Conform het inpassingsplan voor GreentechPark is hier een aardenwal van 2m hoog voorgesteld die begroeid wordt met bomen en struiken. Door deze robuuste groenstructuur wordt het zicht vanuit de naastgelegen percelen beperkt en ontstaat er één geheel in aansluiting op GreentechPark. De vier bestaande eiken bomen op het terrein blijven gehandhaafd. Op eigen grond is het niet mogelijk om deze structuur geheel langs De Vorst door te zetten. Om het zicht op de zonnepanelen te beperken is er een houtsingel voorgesteld ter hoogte van het gemeentelijk perceel in de noordoosthoek. Novar is in gesprek met de grondeigenaar om het perceel te betrekken bij de ontwikkeling. Navolgend wordt nader ingegaan op bovengenoemde maatregelen. Een uitgebreide toelichting op de landschappelijke inpassing inclusief tekeningen is opgenomen in bijlage. Eerdere versies van de landschappelijke inpassing zijn ook opgenomen in verschillende onderzoeken. Sindsdien is het ontwerp nog minimaal gewijzigd, maar dit is niet van invloed geweest op de onderzoeksresultaten.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Figuur 3: Landschappelijke inpassing Zonnepark De Vorst
7
3.1
Inrichtingsmaatregelen
dat past bij de bodemsamenstelling. Hiermee kan de biodiversiteit ter
geschikt zijn. Het hekwerk staat op ruime afstand van zowel de panelen
plaatse worden versterkt.
als openbare weg.
rug te brengen worden er aan de zuid- en oostzijde houtsingels aange-
5. Vrijhouden van de leidingenstrook
Camera’s
plant. De houtsingels hebben een minimale breedte van 10 meter, waar-
Aan de oostzijde van het plangebied ligt een leidingenstrook. Deze
Een van de eisen van verzekeraars is cameratoezicht op zonneparken.
bij een strook van 1m langs de rand is vrijgehouden voor onderhoud.
strook wordt binnen het inpassingsplan vrijgehouden, zodat met onder-
Hiervoor is door Bauwatch een plan opgesteld. Om het zonnepark te be-
Om schaduwwerking op het zonnepark te beperken, zullen er soorten
houd en of problemen de leidingen altijd bereikbaar zijn.
veiligen, worden er op vier strategische posities cameramasten ge-
1. Aanplanten houtsingels aan zuid- en oostzijde Om het kleinschalige karakter van het kampenlandschap ter plaatse te-
worden toegepast die relatief laag blijven tot ca. 8 - 10 meter hoog.
plaatst (zie overzichtstekening). De cameramasten zijn voorzien van 6. Vrijhouden bestaande greppel voor een kleinschalige opzet
meerdere camera’s (zie afbeelding 5) die gericht zijn evenwijdig aan het
2. Aanplanten houtwal, parallel aan De Vorst
Een greppel in het plangebied blijft gewaarborgd en blijft vrij van zonne-
hekwerk en op de dode hoek rond de cameramast zelf. Het bereik van
Langs De Vorst wordt een houtwal aangelegd. Vanaf de insteek is een 3
panelen en inpassingsmaatregelen. Door het behoud van deze structuur
de camera’s is aangegeven op de overzichtstekening. De camera’s ma-
meter vrije zone aangehouden, waarna een aardenwal oploopt tot +2m
wordt de kleinschaligheid nog extra benadrukt. De andere greppels bin-
ken geen beelden van de openbare ruimtes, alleen van het gebied bin-
ten opzichte van het huidige maaiveld. Het is hierbij van belang dat de
nen het plangebied blijven allemaal behouden.
nen het hekwerk.
van de grondwal dient hiermee aan te sluiten op de wal van het bedrij-
7. Transformatoren integreren in het zonnepark
Meervoudig ruimtegebruik
venterrein, zodat plaatselijke hoogteverschillen in het profiel worden
De transformatoren/nutsvoorzieningen worden geïntegreerd in het zon-
Natuur
voorkomen. In de strook van 17m worden inheemse bomen en struiken
nepark. Dit betekent dat deze voorzieningen in lijn met de panelen wor-
Binnen het inpassingsplan wordt er bijgedragen aan een combinatie tus-
geplaatst die zorgen voor opgaand groen. Ter hoogte van de leidingen-
den gepositioneerd. Daarnaast worden ze te midden van het zonnepark
sen zonnepanelen en extensieve natuur. Denk hierbij aan het inzaaien
strook mag geen opgaande beplanting worden toegepast. Deze strook
geplaatst, zodat deze vanaf de randen niet zichtbaar zijn. De transfor-
van een kruidenmengsel behorende bij landschapstype en de bodemsa-
blijft open en zal bestaan uit kruidenrijk grasland.
matoren en inkoopstation hebben een hoogte van max. 4.00m.
menstelling, en enkel verkregen bij leveranciers aangesloten bij ‘Het Le-
grondwal één gelijkmatige landschappelijke lijn vormt. De eindhoogte
vend Archief’ is een project gericht op het ontwikkeling van een natio3. Aanplanten struweelhagen in noord-zuidrichting
8. Panelen in lijn met de verkaveling
nale zadencollectie van wilde plantensoorten in Nederland die voor ver-
Ter overgang naar de reeds aanwezige boomkwekerij en De Vorst wor-
Ter versterking van de aanwezige verkavelingsstructuur worden de pa-
schillende doeleinden kan worden gebruikt, zoals voor de bescherming
den er in noord-zuidrichting struweelhagen aangeplant. Deze gemengde
nelen in een zuid-opstelling geplaatst. De panelen volgen hiermee de
van bedreigde soorten, of het kweken van algemene plantensoorten
hagen hebben een minimale breedte van 6 meter en een uiteindelijke
verkavelingsstructuur om onnodige rafelranden te voorkomen. De
voor commerciële zaadmengsel van wilde oorsprong.
hoogte van 3 tot 5m. Door de flanken van het park aan te planten ont-
hoogte van de paneelconstructie bedraagt max. 1.80m.
staat er een sterke kamerstructuur, wat typisch is voor het kampenlandschap. Ook zal het meest noordelijke veld van het middelste veld wor-
Hekwerk
den opgeknipt middels een struweelhaag.
Ter afscheiding van het openbaar terrein en het zonnepark wordt langs de binnenrand van de inpassing een sober en industrieel hekwerk aan-
4. Aanleg bloem- en kruidenrijke zoom
gebracht (2.00m hoog). Om migratie van klein fauna niet te benadelen
De randen langs het zonnepark worden ingericht als bloem- en kruiden-
wordt op strategische plekken voorzien in een faunadoorgang. In een la-
rijke zoom. Hiermee gaat de aandacht uit naar een geschikt mengsel,
ter stadium zal worden onderzocht waar deze doorgangen het meest
Zonnepark De Vorst te Boxtel
8
Landbouw
van de biodiversiteit bovenop en is de keuze gemaakt om aan de ran-
Het zonnepark combineren met kleinvee, zoals schapen is voor de ont-
den geen grasklavermengsel toe te passen, maar een bloem- en krui-
wikkeling van een zonnepark de uitgelezen kans om in te zetten voor
denrijk grasland. Naar verwachting zullen de toe te passen soorten bin-
extensief beheer. Door de inpassingsmaatregelen zal het zonnepark
nen de struwelen en houtwal voldoende invulling geven aan een moge-
niet tot nauwelijks zichtbaar zijn. Bewoners hebben uitgesproken liever
lijk foerageergebied langs het zonnepark. Tevens zal het hekwerk
geen schapen in het veld te hebben. Novar respecteert deze wens en
rondom het park worden voorzien van faunapassages, zodat de
heeft vooralsnog niet het voornemen het veld met schapen te laten be-
doortreedbaarheid van klein wild (zoals de das) kan worden gegaran-
grazen. Mocht uit gesprekken met bewoners later anders blijken, dan
deerd. Het verwerken van het advies van Stichting dassenwerkgroep
kan dit alsnog toegepast worden. Hierbij dient een afgewogen beslissing
Brabant wordt meegenomen bij de aanpassingsronde na de ter inzage-
te worden genomen, aangezien de begrazing van schapen een negatief
legging.
effect zal hebben op de leefomgeving van de das. Hiernaast zijn twee dwarsdoorsnedes weergeven waarop bovengenoemde inrichtingsmaatregelen gevisualiseerd zijn. Foerageergebied das In het gebied aan De Vorst staat de ontwikkeling van het zonnepark en GreentechPark Brabant gepland. Voor beide initiatieven is natuuronderzoek uitgevoerd. Stichting dassenwerkgroep Brabant laat weten dat er geen dassenactiviteiten in het plangebied zelf zijn aangetroffen. Stichting dassenwerkgroep geeft echter aan dat er min. twee bewoonde dassenburchten aanwezig zijn in de directe omgeving (binnen de bosschage langs het spoor), waarvan één op een afstand van maximaal 200 meter van het plangebied. Het is dus zeer aannemelijk dat het plangebied van beide plannen tot het foerageergebied van dassen behoort. Dit wordt ook bevestigd door de aanwezigheid van wissels (vaste paden) richting het plangebied. Om rekening te houden met dit foerageergebied wordt er in het inpassingsplan rekening gehouden met het toe te passen sortiment, welke aantrekkelijk is voor de leefomgeving van de das (zie hiervoor de beplantingsindicatie in bijlage 1). Daarnaast gaat de voorkeur uit naar een grasklavermengsel aan de randen van het zonnepark om de regenwormenstand te bevorderen. Hoe korter het gras, hoe beter de regenwormen bereikbaar zijn als voedselbron. Echter staat met de realisatie van het zonnepark het versterken
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Figuur 4: Dwarsdoorsnedes inrichtingsmaatregelen landschappelijk inpassingsplan
9
3.2
Technische inpassing zonnepark
ontwerp van een generiek EOS verwijs ik u naar de technische tekenin-
De zonnepanelen komen in een noord/zuid opstelling te liggen in lijn
gen, welke als bijlagen zijn toegevoegd (bijlage 6). Deze zijn gebaseerd
met de verkaveling. Het zonnepark bestaat uit drie velden met panelen
op een opslagsysteem van 10MW/40MWh met een technisch opper-
welke samen het gehele zonnepark vormen. De omvang van de velden
vlakte van ongeveer 1527m².
is van noord naar zuid als volgt; 1,68 hectare, 2,34 hectare en 1,07 hectare. Tussen het meest noordelijke en het middelste veld zal een struweelhaag worden aangeplant van min.6 meter breed in oost- westrichting. Tussen het middelste en meest zuidelijke veld wordt ruimte vrijgehouden voor behoud van de bestaande greppel. Vanwege de ruimte tussen de panelen zal er daadwerkelijk circa 3,18 hectare worden bedekt met panelen. Dit betekend dat er binnen de 7,1 hectare van het plangebied 44,8% bedekt wordt met panelen. De samenstelling van het zonnepark is als volgt:
Circa 13.100 zonnepanelen met een totaal van 8,6 mWp.
Het zonnepark genereert in totaal circa 7.856.000 KWh per jaar, wat gelijk staat aan het elektriciteitsverbruik van ruim 2.800 huishoudens.
De zonnepanelen worden bevestigd aan een stalen constructie welke in de grond wordt geboord, hierdoor is een fundering van beton niet nodig (zie bijlage 5 voor de technische tekeningen).
Alle kabels en leidingen welke zijn benodigd voor de werking van het zonnepark worden zo veel mogelijk uit het zicht, ondergronds en onder de zonnepanelen aangelegd in kabelgoten.
Batterij Figuur 6: Voorbeeld van een cameramast op een zonnepark
In het landschappelijk plan is aan de noordkant van het perceel van het zonnepark een reservering gemaakt voor een batterijopslagsysteem (EOS –systeem). De exacte omvang van het gereserveerde EOS-gebied zal nader definitief moeten worden vastgesteld. Daarnaast worden het vermogen en de capaciteit van het beoogde systeem afgestemd op de aansluitcapaciteit en de beoogde omvang van de zonneparken (±25 MWp). Voor aanvullende informatie met betrekking tot de lay-out en het Figuur 5: Overzichtstekening cameraposities
Zonnepark De Vorst te Boxtel
10
4
Relatie met het omgevingsplan
4.1
Toets aan het omgevingsplan
Met de ontwikkeling wordt het bestaande agrarische gebruik van het plangebied tijdelijk beëindigd en zal het gebied worden heringericht ten behoeve van de exploitatie van een zonnepark. De beoogde ontwikkeling is strijdig met het vigerend bestemmingsplan en kan daardoor niet direct gerealiseerd worden. Er dient derhalve een juridisch-planologisch procedure te worden doorlopen om van het tijdelijke omgevingsplan af te wijken en de ontwikkeling mogelijk te maken. De te doorlopen procedure betreft een reguliere omgevingsvergunningsprocedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) onder de omgevingswet.
4.2
Strijdigheid met het omgevingsplan
Op grond van het tijdelijke omgevingsplan vigeert ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1994’, zoals onherroepelijk vastgesteld op 23 februari 1995. Conform het bestemmingsplan Buitengebied 1994’ is ter plaatse van het plangebied de gebiedsbestemming ‘Agrarisch gebied -A-‘ toegestaan. Conform artikel II.7 zijn de als zodanig aangegeven gronden bestemd voor de ontwikkeling van een duurzame landbouw, de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering op bestaande aangegeven agrarische bedrijfscentra, alsmede voor kleinschalige landschapselementen en extensief recreatief medegebruik. De realisatie van het zonnepark past niet binnen deze bestemming en is daarmee in strijd met artikel II.7.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
11
5
Beleidskaders
Uitvoeringsagenda van de NOVI. Hierin wordt gesproken over de voor-
5.1
Verhouding tot Rijksbeleid
ren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in be-
5.1.1
Nationale omgevingsvisie
bouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op
Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van func-
landbouw- en natuurgronden.
ties aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen:
In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de
c.
keursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk het realise-
de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1 Bkl);
ling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals
Zoals in paragraaf 5.4 zal worden toegelicht, is het realiseren van zon
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl);
die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow.
op daken en/of bebouwd gebied niet voldoende om te kunnen voldoen
beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);
aan de doelstelling van duurzame energietransitie binnen de gemeente
beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waar-
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invul-
Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekom-
Boxtel. Het realiseren van zonneweiden in het landelijk gebied, en in dit
onder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen,
stige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van
geval landbouwgrond, is daarom noodzakelijk. De onderhavige locatie is
geluid en geur en bodemkwaliteit;
het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maat-
na een zorgvuldige afweging door de gemeente als ontwikkellocatie
schappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden ge-
voor een zonneweide aangewezen. Van belang hierbij is dat de ruimte-
dacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatveran-
lijke kwaliteiten van het gebied niet te veel worden aangetast en de
dering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woning-
(maatschappelijke) meerwaarde in acht wordt genomen. Middels het
bouw.
landschappelijke inpassingsplan wordt het behoud van de ruimtelijke kwaliteiten en de maatschappelijke meerwaarde geborgd. Geconclu-
Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak
en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;
deerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de NOVI.
ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl),
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
5.1.2
torale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een
nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de
buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5
NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een
van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies, het
onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:
beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactivi-
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
teit.
duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s;
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd
Zonnepark De Vorst te Boxtel
aanwijzing van woningbouwcategorieën;
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).
bereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op
2050 CO2 arm is. Specifiek aan zonneweiden is aandacht besteed in de
voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,
Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassings-
Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevings-
een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorziewaaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-
graliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sec-
Het realiseren van een zonneweide levert een belangrijke bijdrage aan
het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van inte-
Doorwerking plangebied
beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden
een specifieke activiteit.
wordt als:
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels over de uitoe-
a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond
fening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder
van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbescher-
meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kan het college
mingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidings-
van burgemeesters en wethouders de Minister vragen om een onthef-
besluit);
fing van bepaalde instructieregels te verlenen (afdeling 5.3 Bkl).
12
Doorwerking plangebied
worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ont-
haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil
Onderhavige ontwikkeling voorziet in een aanvraag van een buiten-
wikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikke-
laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog
planse omgevingsvergunning. Derhalve dient conform de bestemmings-
ling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ont-
niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee
planregels (geldend onder het tijdelijke omgevingsplan) verantwoord te
wikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren,
ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee
worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies
detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.”
aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s.
aan locaties. In voorliggende ruimtelijke motivering wordt in hoofdstuk 6 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het plangebied op ver-
Doorwerking plangebied
schillende relevante ruimtelijke- en milieuaspecten. Aanvullend blijkt uit
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark in
Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de ver-
correspondentie met bevoegd gezag dat er in de toekomst wordt ver-
het buitengebied van de gemeente Boxtel. De gronden hebben in de
betering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus
wacht dat het hoogspanningsstation Boxtel zal worden uitgebreid. Daar-
huidige situatie een agrarische bestemming. Initiatiefnemer wil een
op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan
mee zal een derde ondergrondse hoogspanningskabel worden aange-
nieuwe invulling geven aan het gebied door op een passende locatie
energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en
legd, waarvan het tracé door het plangebied loopt. Gevolg daarvan is
een zonneweide te realiseren, welke bijdraagt aan de transitie naar
een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan
dat de tafels met zonnepanelen 3 meter naar het westen moeten op-
duurzame energie en een opwaardering van de biodiversiteit.
ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid
schuiven, op het moment dat deze kabel wordt aangelegd. Indien dat
en omgevingskwaliteit.
het geval is dient een passende vergoeding te worden overeengekomen
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ont-
met de exploitant. Het technische ontwerp van het zonnepark zal zoda-
wikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft. Dit begrip is gedefi-
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duur-
nig worden uitgevoerd dat een verplaatsing van de zonnepanelen tech-
nieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-
zame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het
nisch en praktisch haalbaar is zonder significante verstoring van de ex-
haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of an-
bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtege-
ploitatie. In het geval dat de verplaatsing na vergunningverlening nood-
dere stedelijke voorzieningen”.
bruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een ac-
zakelijk wordt, zal een passende financiële vergoeding overeengeko-
tieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken
men worden met de betrokken partijen om eventuele negatieve gevol-
Een zonneweide wordt gelet op deze definitie niet beschouwd als een
bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en
gen van de exploitatie te vergoeden. Hiermee wordt het behoud van
stedelijke ontwikkeling, zie hiervoor ook de uitspraak van de Afdeling
gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.
ruimte voor toekomstige functies gewaarborgd en wordt meer specifiek
Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 januari 2019,
voldaan aan de instructieregels zoals opgenomen onder paragraaf 5.1.6
ECLI:NL:RVS:2019:178. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan
Doorwerking plangebied
van het Bkl.
ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Wel is er sprake
Middels onderhavige ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage worden
van een zorgvuldige locatiekeuze, met toepassing van de ‘zonneladder’
geleverd aan de provinciale doelstellingen omtrent energietransitie naar
van de gemeente (zie nader par. 5.4). Het initiatief is daarmee in lijn met
duurzame energie. In het Provinciaal omgevingsplan wordt aangegeven
het gedachtengoed van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
dat er een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd dient te wor-
5.2
Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening
5.3
Verhouding tot provinciaal beleid
(artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afwe-
5.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
ging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele
Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie
besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet
Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen
den waarin het ruimtelijk ontwerp van het initiatief wordt onderbouwd. Zoals in hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke motivering reeds is gemotiveerd, wordt aan deze voorwaarde voldaan.
geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie
Zonnepark De Vorst te Boxtel
13
5.3.2
TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie;
graslanden mogelijk is. De planlocatie ligt op ruime afstand van het ste-
Op 5 december 2023 is de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant
2. binnen Stedelijk gebied;
delijk gebied. Kortom: de gemeente Boxtel zal de realisatie van zonne-
vastgesteld. Deze vervangt de interim omgevingsverordening Noord-
3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen
parken nodig hebben om te kunnen voorzien in voldoende aanbod van
Brabant (1 maart 2020, nadien meermaals geactualiseerd). De TAMomgevingsverordening is een vertaling van de provinciale Omgevingsvi-
bestaand ruimtebeslag op bouw-percelen; en
duurzame energie.
4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied.
sie naar concrete en juridisch ingekaderde regels.
b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in Belangrijke voorwaarde is dat de noodzaak van de ontwikkeling volgt uit
Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getrof-
Doorwerking projectgebied
een onderzoek waaruit blijkt dat de mogelijkheden voor de opwekking
fen om de impact op de omgeving te beperken.
Op de Basiskaart van de omgevingsverordening is het projectgebied ge-
van duurzame energie binnen Stedelijk gebied en op daken onvol-
legen in het ‘Landelijk gebied’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in
doende is. In opdracht van de gemeente Boxtel is door Generation
Zoals onder sub a is betoogd is het enkel realiseren van zonnepanelen
artikel 5.8 en verder is de basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in
Energy een onderzoek verricht naar de verwachte energiebehoefte. De
op daken niet voldoende. In het gemeentelijk beleid is daarom gekeken
het landelijk gebied. Voor het ontwikkelen van zonneparken in het Lan-
resultaten van dit onderzoek zijn verweven in de visies van Boxtel zoals
naar andere mogelijke invullingen van duurzame energie buiten be-
delijk gebied zijn, in artikel 5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, spe-
beschreven onder paragraaf 5.5. Naar verwachting zal de energiebe-
staand stedelijk gebied. De locatie is passend binnen het gemeentelijk
cifieke regels opgenomen. Daarnaast is artikel 5.46 ‘Groenblauwe waar-
hoefte in 2030 3.5 PJ bedragen. Op basis van de huidige mogelijkheden
beleid van de gemeente Boxtel. Bovendien is onderhavige locatie een
den’ relevant. Deze regels zijn hierna weergegeven en worden daarna
om duurzame energie op te wekken (inclusief 10% landbouwgronden
van de vier locaties welke als geschikt zijn aangewezen vanuit gemeen-
toegelicht.
met zonnepanelen) zal naar verwachting 1.7 PJ aan duurzame energie
telijk beleid. Daarnaast heeft de ontwikkeling geen negatieve effecten op
worden opgewekt. Er dient derhalve te worden verkend op welke manie-
een veilige en gezonde leefomgeving. De ontwikkeling is al met al pas-
Doorwerking plangebied
ren er duurzame energie kan worden gewekt. De gemeente Boxtel heeft
send binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied.
Op de Basiskaart van de omgevingsverordening is het projectgebied ge-
naar aanleiding van dit onderzoek en ook de gestelde ambities een af-
legen in het ‘Landelijk gebied’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in
wegingskader opgesteld voor zonne- en windenergie. De doorwerking
c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder
artikel 5.8 en verder is de basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in
van het gemeentelijk beleid zal in paragraaf 5.4 nader worden bespro-
de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project.
het landelijk gebied. Voor het ontwikkelen van zonneparken in het Lan-
ken.
delijk gebied zijn, in artikel 5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, spe-
Er kan een maatschappelijke meerwaarde worden gecreëerd door mid-
cifieke regels opgenomen. Deze regels zijn hierna weergegeven en wor-
De gemeente Boxtel heeft geconcludeerd dat er dus niet in voldoende
del van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen worden
den daarna toegelicht.
mate worden voorzien in duurzame energie door de ontwikkeling van
om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt ge-
andere vormen van duurzame energie. Hiernaast kan er ook niet aan de
leverd aan andere maatschappelijke doelen. Enkele voorbeelden hier-
Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied
behoefte voor duurzame energie worden voldaan binnen het stedelijk
van zijn eveneens educatieve mogelijkheden voor scholen in de omge-
Lid 1
gebied of kan er worden voldaan door middel van meervoudig ruimtege-
ving, inzet op ontwikkeling van innovatieve technieken, realiseren van
Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige op-
bruik of bestaand ruimtebeslag op buurpercelen. Voor de beoogde ont-
zonne-energie installaties op daken van maatschappelijke gebouwen en
stellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellin-
wikkeling wordt er enerzijds ingezet op ecologisch dubbelgebruik. Onder
het aanbieden van zonne-energie installaties aan particulieren en bedrij-
gen voor het opwekken van duurzame energie als:
de panelen wordt een kruidenrijk graslandmengsel aangebracht.
ven in de omgeving tegen een gereduceerde prijs.
a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor
De waterbergende functie van het gebied blijft met de komst van het
duurzame energie:
zonnepark behouden, waarmee een functiecombinatie met extensieve
Zonnepark De Vorst te Boxtel
14
Middels het landschappelijke inpassingsplan zijn inrichtingsmaatregelen
In overleg is afstemming met andere gemeenten niet nodig geweest.
windenergie alleen de locatie langs de A2 ten noorden van Boxtel als
voorgesteld waarbij de nadruk ligt om het beoogde zonnepark in te pas-
Het beleid is reeds afgestemd op de RES welke regionaal is afgestemd
een geschikte plek voor beperkte windenergie wordt gezien.
sen in de omgeving, waarbij de bestaande landschappelijke waarden
met de aansluitende gemeente binnen de RES Noordoost-Brabant. Ini-
Bij de voortgangsrapportage van de RES NOB uit 2023 is een onder-
worden versterkt.
tiatiefnemers hebben daarnaast in een vroegtijdig stadium contact ge-
zoek van Generation Energy gevoegd, waarin de potentiegebieden van
zocht met de lokale netwerkbeheerder.
zon en wind in de regio worden geconcretiseerd. Daarnaast is door
Het zonnepark draagt tevens bij aan het versterken van de (lokale) biodiversiteit. In de huidige situatie is het plangebied bestemd voor agra-
To70 een onderzoek uitgevoerd naar de luchtvaartbelemmeringen voor g. de ontwikkeling is afgestemd met de netwerkbeheerder.
risch gebruik. De ecologische waarde van agrarische gronden zijn laag
windenergie in de regio. Uit het onderzoek van Generation Energy blijkt een theoretische technische potentie van 7 windturbines van 5,6 Mega-
vanwege het gebrek aan diversiteit in planten en bloemen en zijn daar-
Zoals onder sub f reeds beschreven, is door initiatiefnemer vroegtijdig
watt in het gedeelte van de gemeente dat ligt binnen radar- en lucht-
door beperkt geschikt als habitat voor (beschermde) soorten. Door de
contact gezocht met de lokale netwerkbeheerder om de ontwikkeling af
vaarttoetsingsvlakken en 7 van deze windturbines buiten deze vlakken
inrichtingsmaatregelen die zijn voorgesteld in het landschappelijke in-
te stemmen.
(uitgaande van een 50% invulling in potentiegebieden.
passingsplan wordt de diversiteit aan planten en bloemen vergroot
In aanvulling op bovenstaand beschreven is door de gemeente Boxtel
waardoor het plangebied beter als habitat kan worden gebruikt door (be-
tevens een ladderonderbouwing opgesteld voor de onderbouwing van
Daarbij dient aangetekend te worden dat bij de bepaling van die theore-
schermde) soorten.
zonneparken in landelijk gebied (conform artikel 5.54 Omgevingsveror-
tische potentie voor geluidsbeperkingen is uitgegaan van een afstand
dening Noord-Brabant.
van 350 meter tot losse bebouwing en 500 meter tot woonkernen (uitgaande van de “tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken”). In-
Initiatiefnemers zullen daarnaast een zorgvuldig participatietraject met de omgeving doorlopen om de wensen te verkennen. Dit traject zal wor-
Art. 5.54, lid 1: Behoefte, zonneladder en mogelijkheden andere
middels zijn de ontwerp Nationale milieunormen voor windenergie gepu-
den vastgelegd in een participatieplan, waarbij naast participeren in het
vormen van duurzame energie
bliceerd, die medio 2025 van kracht worden en wordt uitgegaan van een
proces ook wordt gekeken naar de mogelijkheden voor financiële partici-
De zonneparken uit de uitgezette tender zijn bedoeld om te voorzien in
minimale afstand van 2 x de tiphoogte tot elke bebouwing. Voor een 5,6
patie conform het gemeentelijk beleid.
de lokale opwekopgave die regionaal is overeengekomen in de Regio-
MW turbines houdt dit een minimale afstand in van 482 meter tot elke
nale Energie Strategie Noordoost Brabant (RES NOB 1.0, 2021). Die
woning. Uitgaande van deze milieunormen zal de theoretische potentie
d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt
opwekopgave aan duurzame energie voor de gemeente Boxtel bedraagt
verder beperkt worden en zijn nog maar 2 grote windturbines mogelijk
toegelaten;
0,08 TWh. Conform het bepaalde in het Klimaatakkoord, dat een uitwer-
langs de A2 ten noorden van Boxtel, waardoor niet voldaan wordt aan
e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn
king is van de Klimaatwet moet deze opgave voor 2025 vergund zijn, zo-
de eis uit de provinciale Omgevingsverordening dat windparken een
de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzienin-
dat deze voor 2030 gerealiseerd kan worden. Het Nationaal Programma
clustergrootte hebben van minimaal 3 windturbines.
gen, worden verwijderd;
RES (NPRES) ondersteunt en monitort deze opgave en gaat ervan uit
Het zonnepark zal middels een omgevingsvergunning worden vergund
dat deze opgave wordt ingevuld met grootschalig zon op gebouw, groot-
Daarnaast moet aangetekend worden dat voor de luchtvaartbeperkin-
schalig zon op veld en grootschalig wind.
gen alleen is uitgegaan van de strenge toets voor radar van militaire
en kent een tijdelijk dubbelgebruik van 25 jaar. Na een periode van 25
vliegvelden, waardoor alleen noordelijke deel van de gemeente reële
jaar zal het zonnepark worden verwijderd en het oorspronkelijke gebruik
Potentie grootschalig wind in de gemeente Boxtel
mogelijkheden zijn en in het zuidelijke deel alleen mogelijkheden zijn
worden hersteld.
De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en wind-
voor turbines met hoogtebeperking. Naar de mogelijkheden voor wind-
energie, die in september 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. In
energie wordt nog nader onderzoek gedaan, maar voor de realisatie van
het Beleidsakkoord 2021-2026 van het college is opgenomen dat voor
de RES opwekopgave voor 2030 kan windenergie geen rol spelen.
f. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
15
Daarnaast zijn dit alleen de harde belemmeringen voor windenergie,
zonnestroom op gebouwen in de gemeente bepaald en is de praktische
In tabel 1 is die realistische potentie in beeld gebracht en wordt de op-
maar er zijn ook zachte belemmeringen voor windenergie die getoetst
potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald. Trede 1. Realistische potentie zonnestroom op daken en gevels
wek ingeschat op 0,0220 TWh, oftewel 27,5% van de opgave. Uit de 5e
moeten worden aan artikel 5.51 (windturbines in landelijk gebied). Daarvoor is van belang dat de windturbines passen in de gewenste ontwikke-
Die realistische potentie wordt beperkt door een aantal belemmeringen:
pijplijn zit, oftewel 36,5% Er is of wordt dus nu al meer dan de realisti-
ling van het gebied en voor windenergie is in het kleinschalige karakter
de vormfactor (die grillig gevormde of smalle dakvlakken van gebou-
sche potentie gerealiseerd en die potentie zal ondanks de netcongestie
van het landschap binnen het Nationaal Landschap van Gogh geen
monitor van de RES NOB blijkt dat 0,029 TWh gerealiseerd is of in de
wen uitsluit);
tot 2030 naar verwachting nog enigszins groeien. De potentie voor zon-
ruimte. Gezien de landschappelijk, ecologische, cultuurhistorische waar-
of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken;
nestroom op gevels is niet onderzocht, omdat hiervoor geen data of ken-
den in de gemeente is de kans klein dat een rendabele cluster van mini-
of het dakvlak onderdeel is van een monument;
getallen beschikbaar zijn, maar er wordt niet verwacht dat de realisti-
maal 3 windturbines wordt gevonden in de gemeente. Voor windturbines
of de eigendomssituatie beperkingen op ligt (bv bij huur);
sche potentie hiervoor groot is. De potentie in trede 1 wordt dus inge-
met hoogtebeperking (tiphoogte 150 meter) is in de SDE++ subsidiere-
of er obstakels (schoorstenen, dakramen) op dakvlakken aanwezig
schat op 36,5% van de lokale RES opwekopgave.
geling een afzonderlijke categorie opgenomen, maar daarbij wordt uitgegaan van rendabele clusters van 15 megawatt, wat neerkomt op clusters
zijn;
van minimaal 5 turbines. De kans binnen de gemeente een passende
of de constructie van het dak een belasting met zonnepanelen toe-
Trede 2. Potentie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied
laat;
Op parkeerplaatsen
invulling wordt gevonden binnen het voorgestelde gebied is klein.
of er sprake is van een asbesthoudende dakbedekking;
Er is data beschikbaar (bron: AHN4, kadaster/RVO) waaruit de prakti-
Daarom rest voor de invulling van de RES opwekopgave voor 2030 vol-
of er sprake is van congestie in grootverbruik.
sche potentie van zonnestroom op parkeerplaatsen bepaald kan wor-
gens het NPRES begrippenkader alleen grootschalig zon op gebouw en zon op veld.
den. Uitgangspunten hierbij zijn dat de parkeerplaats geschikt is voor inAan de hand van de kengetallen van het NPRES begrippenkader is de
stallaties > 15 kWp en door de complexiteitsfactor van de belemmerin-
realistische potentie voor grootschalige zonnestroom in beeld gebracht
gen blijkt 35% van de parkeerplaatsen geen belemmeringen te hebben.
Potentie grootschalig zon op gebouw en zon op veld
(>15 kWp per installatie, installaties aangesloten op kleinverbruik aan-
Ter voldoening van artikel 5.54, lid 1 is de toepassing van de zonnelad-
sluitingen ‘achter de meter’ tellen mee bij de besparingsopgave). Die
der, zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) noodza-
kengetallen zijn: 2,3 m2 nodig per m2 paneel, 350 Wp per paneel, 900
kelijk. In de NOVI is de Voorkeursvolgorde zon (ook wel zonneladder),
vollasturen per jaar en panelen met een oppervlakte van 1,63 m2. Bij
geïntroduceerd. Hierin wordt de gewenste prioritering aangegeven voor
elke belemmering is de potentie afgeschaald met een percentage en bij
locaties voor de opwek van zonne-energie. De voorkeursvolgorde kent 4
3 belemmeringen of meer is ervan uitgegaan dat dit dakvlak geen realis-
Uit tabel 2 blijkt een praktische potentie van 0,0137 TWh, oftewel 17%
treden:
tische potentie bezit.
van de lokale RES opwekopgave. Het is echter niet realistisch te veron-
1. Zonne-energie op daken en gevels.
derstellen dat 35% van alle parkeerplaatsen in de gemeenten bedekt
2. Zonne-energie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied.
kunnen worden met zonnepanelen om meerdere redenen. Ten eerste
3. Zonne-energie op terreinen en objecten in het landelijk gebied.
omdat veel parkeerplaatsen worden gebruikt voor evenementen of
4. Zonne-energie op landbouw- en natuurgronden.
markten en de overkappingen niet gewenst zijn. Ten tweede omdat niet alle overkappingen op parkeerplaatsen stedenbouwkundig gewenst zijn
TKI Urban Energy onderzocht in 2023 samen met Generation Energy in
of anderszins niet passen in gemeentelijk beleid (bv verkeerskundig op
opdracht van de landelijke overheid (RVO) de potentie van zonnestroom
veiligheid). Zo vraagt de vastgestelde Strategie Klimaatadaptatie 2022-
op gebouwen en parkeerplaatsen. Op basis van deze studie en data van CBS en het Kadaster is de realistische potentie van grootschalige
Zonnepark De Vorst te Boxtel
16
2026 om meer openbaar groen om waterberging te realiseren en hitte-
maar blijken dat die bruto potentie netto minder wordt. Gezien deze on-
Trede 4. Potentie op landbouw- en natuurgronden
stress te voorkomen. Enexis heeft een energietransitieroute bekend ge-
zekerheden wordt geen bijdrage ingeschat voor de RES opwekopgave
Op natuurgronden (binnen NNB) zijn zonneparken niet toegestaan en
maakt, waarin ze de komende jaren het elektriciteitsnet in alle buurten
tot 2030. Daardoor is deelname aan het programma OER een optie
op landbouwgronden alleen nog bij uitzondering of op basis van over-
van de gemeente verzwaren. Daarvoor worden tientallen transformator-
voor de opgave vanaf 2030. Oppervlaktewater van enige omvang is al-
gangsrecht. De totale potentie in trede 1, 2 en 3 wordt ingeschat op
huisjes bijgeplaatst op of nabij die locaties zijn er kansen voor om bin-
leen beschikbaar op de Langspier, maar die wordt recreatief te intensief
0,029+0,00024+0,0008=0,0291 TWh oftewel 36,3% van de RES op-
nen de concessie van Vattenfal openbare laadpleinen te combineren
gebruikt om deze te benutten voor een drijvend zonnepark.
gave.
met overkapte parkeerterreinen met zonnepanelen. Daarbij lijkt het overkappen van een klein aantal parkeerplaatsen haalbaar en kan de opwek
Omdat geen windenergie benut kan worden is voor de realisatie van de
rechtstreeks gebruikt worden voor het laden. De mogelijkheden hiervoor
RES opwekopgave additioneel de opwek van 0,051 TWh zon op veld
kunnen onderzocht worden en hiervoor kan in het omgevingspro-
noodzakelijk. Daarvoor is van 16 december 2020 tot 1 februari 2021 een
gramma duurzaamheid en het omgevingsplan ruimte geboden worden.
tender voor zonneparken opengesteld in de gemeente en is op juni
Dit vraagt tijd en tot 2030 is het niet realistisch dat hiervoor meer dan
2022 door het college besloten om 48 hectare te gunnen aan 4 initiatief-
100 parkeerplaatsen overkapt kunnen worden. Dan gaat het om zo’n
nemers door in te stemmen met de ingediende principeverzoeken voor 4
750 panelen oftewel 1,8% van de praktische potentie en wordt de realis-
zonneparken. Daarmee wordt 0,042 TWh opgewekt. Samen met de po-
tische potentie op parkeerplaatsen in geschat op minder dan 0,3% van
tentie uit de treden 1, 2 en 3 houdt dit in dat daarmee 0,0713 TWh gere-
de RES opwekopgave.
aliseerd is of wordt voorbereid. Dat is 89% van het RES opwekdoel.
Trede 3. Potentie op terreinen en objecten in het landelijk gebied
Artikel 5.54. lid 2: Uitzonderingen voor zonneparken op landbouw-
In bijlage 2 bij de RES 1.0 NOB is in het rapport “achtergrond verbruik
In tabel 3 zijn de voormalige stortplaatsen in de gemeente weergege-
grond.
en potentie” het potentieel van de opwek van zon op restgronden (tabel
ven. Daaruit blijkt dat een aantal stortplaatsen onder NNB vallen of te
In artikel 25 is opgenomen dat het recht van toepassing blijft zoals dat
4.10, blz. 53) ingeschat op 3 TJ. Daarbij is geen onderscheid gemaakt
klein zijn (minder dan 1 hectare). Gezien de mogelijke verontreiniging en
gold op 1 januari 2024 voor zonneparken die voor 1 juli 2025 vergund
tussen restgronden binnen (trede 2) of buiten (trede 3) stedelijk gebied,
de beperkte grootte is g0 een rendabele exploitatie als zonnepark mo-
zijn. In lid 2 zijn drie uitzonderingsgronden opgenomen op basis waar-
maar dat komt overeen met 1% van de RES opwekopgave (0,000833
gelijk. Daarnaast zijn gronden veelal in eigendom van particulieren en
van zonneparken op landbouwgrond zijn toegestaan. Ervan uitgaande
TWh). In de toelichting van artikel 5.54, lid 2 moet bij meervoudig ruimte-
zijn zonneparken op veel van die locaties ongewenst, waardoor het ge-
dat de vergunningen voor de zonneparken uit de tender verleend kun-
gebruik uitgegaan worden van ruimte op gronden of objecten langs
bruik van die gronden als zonnepark niet voor de hand ligt. maar die
nen worden voor 1 juli 2025, zijn deze uitzonderingen dus niet van toe-
spoorlijnen en wegen, op water, op stortplaatsen, grond- en slibdepots,
zijn te klein van omvang om een rendabele exploitatie als zonnepark
passing op de zonneparken in de eerste tender. Desondanks wordt hier-
op vloeivelden, RWZI-terreinen of ten dienste van de agrarische functie
mogelijk te maken. Uit de tabel blijkt dat het doorgaans niet om onge-
onder toegelicht hoe hiermee aandacht aan besteed is.
(agri-PV). Langs de rijksweg A2 en spoorlijnen zijn er mogelijkheden,
bruikte gronden gaat, maar hebben ze een functie. Het RWZI-terrein is
maar Rijkwaterstaat heeft bekend gemaakt dat er op zijn vroegst in 2029
en wordt in de toekomst al benut voor de eigen energievoorziening van
In lid 2 onder b is opgenomen dat er een voorkeur is voor landbouw-
ruimte is voor een voorverkenning in het kader van het programma Op-
waterschap de Dommel en door Dommelstroom. Op voormalige agrari-
gronden waarvan beleidsmatig is vastgelegd dat het landbouwkundig
wek van Energie op Rijksvastgoed (OER) in de regio naar de potentie.
sche bebouwing (VAB) is in het VAB-beleid geen specifieke ruimte op-
gebruik wordt beëindigd. Daarom is in de tender voorrang gegeven aan
Die potentie langs de A2 wordt voor het gehele traject tussen ’s-Herto-
genomen. Dit is maatwerk en op voorhand kan hiervoor geen potentie
de in de (inmiddels vervallen) structuurvisie opgenomen gebieden waar
genbosch en Eindhoven ingeschat op bruto 48 hectare, maar moet ver-
bepaald worden. De potentie in trede 3 wordt dus ingeschat op 1% van
verstedelijking afweegbaar is. Twee van de vier zonneparken uit de ten-
deeld worden over 4 gemeenten en uit de (voor-)verkenning kan alleen
de lokale RES opwekopgave.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
17
der liggen op gronden waar verstedelijking afweegbaar is. In de inmid-
kerheidstelling opgenomen in de anterieure overeenkomst. Die borg-
de contouren van de strategie voor besparing, grootschalige opwek van
dels vastgestelde Omgevingsvisie zijn deze gebieden niet meer opgeno-
stelling voor de ontmanteling wordt opgenomen in de omgevingsvergun-
duurzame energie en de warmtetransitie.
men. Zonneparken worden doorgaans met een buitenplanse omge-
ning.
vingsplanactiviteit (BOPA) voor een periode van 25 jaar vergund en
De energieopgave voor de regio Noordoost Brabant is minimaal 1,6
daarin is het niet goed mogelijk om daarin op te nemen dat na die 25
Onder d van lid 3 is opgenomen dat de ontwikkeling een maatschappe-
TWh hernieuwbare elektriciteit. Hiermee draagt de regio bij aan 4,3%
jaar het landbouwkundig gebruik wordt beëindigd, omdat die BOPA is
lijke meerwaarde geeft, waaronder de mogelijkheid voor de omgeving
van de totale landelijke opgave (35 TWh). De regio beoogt zonne- en
gericht op het opnieuw in gebruik nemen van de landbouwgrond na de
om te participeren in het project. De zonneparken uit de tender zijn ge-
windenergie als de voornaamste methoden het doel voor de opwekking
periode van 25 jaar. Desondanks mag aangenomen worden dat op zon-
richt op het streven om minimaal 50% lokaal eigendom te realiseren en
van energie te verwezenlijken. Voor beide hernieuwbare bronnen zijn
neparken op gronden waar verstedelijking afweegbaar op termijn het
de inspanning hiervoor wordt anterieur overeengekomen met de aanvra-
zoekgebieden aangewezen, waarin zonne- en windenergie mogelijk is.
landbouwkundig gebruik wordt beëindigd
ger. In die zin hebben ze een maatschappelijke meerwaarde doordat lokaal zeggenschap verkregen kan worden over de lokale opwekopgave.
Doorwerking plangebied
Verder is in lid 2 onder c opgenomen dat de ontwikkeling van het zonne-
Onder e van lid 3 is opgenomen dat de ontwikkeling past binnen de regi-
Voorliggend plan is op de zoekgebieden Zonne-energiekaart van de
park bijdraagt aan de vermindering van netcongestie of zorgt voor ver-
onale afspraken. Hieraan wordt voldaan doordat in de RES NOB 1.0 af-
RES NOB gelegen in een gebied aangewezen als zowel gemeentelijk
groting van een efficiënter netwerkgebruik, wat blijkt uit een advies van
spraken zijn gemaakt over de lokale opwekopgave van de 10 gemeente
zoekgebied voor zon op land als voor technische potentie voor zon op
de netwerkbeheerder. Hierover wordt opgemerkt dat het verkrijgen van
in regio Noordoost Brabant voor de realisatie van het RES doel voor
land (figuur 7). De zonneweide draagt met ca. 7,1 ha. aan zonnepane-
een advies van de netwerkbeheerder niet past binnen de termijn waarin
2030. Vanwege de luchtvaartbelemmeringen in de regio zijn de moge-
len bij aan de regionale doelstellingen om te komen tot minimaal 1,6
vergunningen onder het oude recht verleend kunnen worden, maar dat
lijkheden voor windenergie in de regio beperkt is de regio voor een groot
TWh duurzaam opgewekte elektrische energie. Het zonnepark wordt
er wel wordt uitgegaan dat de zonneparken alleen prioriteit krijgen voor
deel aangewezen op zonneparken op landbouwgronden. Dus ook regio-
landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met de ge-
een aansluiting op het netwerk als na vergunningverlening een dergelijk
naal zijn er nagenoeg geen mogelijkheden voor de samenwerking in de
biedskenmerken van het gebied met oog voor ontwikkeling van flora en
advies wordt verkregen. In die zin wordt verwacht dat de initiatieven uit
realisatie van de lokale opwekopgave door een deel daarvan in een an-
fauna. Meervoudig ruimtegebruik vormt naast het zonnepark een inte-
de tender aan deze uitzondering zullen voldoen.
dere gemeente te realiseren.
grale opgave voor de gehele ontwikkeling. Bij inpassing worden de in-
Artikel 5.54, lid 3: voorwaarden omgevingsplannen voor zonnepar-
5.4
Verhouding tot regionaal beleid
5.4.1
RES 1.0 Noord-Brabant
ken Onder a van lid 3 is opgenomen dat zonneparken passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarvoor is de ontwikkeling van zonneparken opgenomen in de vastgestelde Omgevingsvisie
In het Klimaatakkoord, gepubliceerd op 28 juni 2019, is afgesproken dat 30 energieregio's in Nederland onderzoeken hoe en waar duurzame energie het best opgewekt kan worden. Dit wordt het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie genoemd. Op basis van het onder-
van de gemeente.
zoek wordt per regio een Regionale Energiestrategie (RES) vastgelegd. Onder b en c van lid 3 is opgenomen dat geborgd is dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt toegelaten en dat de ontmanteling van het park hierna wordt geborgd. Hiervoor wordt een voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning en wordt ook een financiële ze-
De RES is een doorvertaling van het Parijs-akkoord en Klimaatakkoord
passingsmaatregelen zo ingezet dat deze de landschappelijke structuren op termijn versterkt. Omkeerbaarheid is het streven: het verwijderen van een zonneweide laat geen onuitwisbare sporen achter in het landschap. De inpassingsmaatregelen moeten in deze zin de landschappelijke structuur versterken. De ambities van energieopwekking, zoals opgenomen in de RES 1.0, worden nog steeds gehandhaafd. Uit het voortgangsrapport 2023 RES blijkt dat er nog steeds hoge noodzaak is voor opwekking van zonne-energie op land om deze ambitie te kunnen halen.
naar een regionaal niveau. De gemeentes in de regio Noordoost Brabant hebben samen met de provincie Noord-Brabant, de netbeheerder en de Waterschappen Aa en Maas en De Dommel toegewerkt naar de Concept-RES Noordoost Brabant (RES NOB). Hierin beschrijft de regio
Zonnepark De Vorst te Boxtel
18
In de structuurvisie wordt aangegeven dat de gemeente het thema duur-
in versnelling dient te komen, waarbij ook de mogelijkheden van groot-
zaamheid wil integreren binnen projecten van andere thema’s. Daar-
schalige energieopwekking wordt bekeken. De ontwikkeling van circa
naast wil de gemeente onderzoeken welke duurzaamheidprojecten juist
7,1 hectare zonnepark draagt bij aan en is in lijn met de Visie duurzaam
voor deze regio kansrijk zijn, gelet op de hier aanwezige beschikbare
Boxtel 2030.
duurzame natuurlijke hulpbronnen, aanwezige grondstoffen, infrastructuur en geologie. De ambitie van de gemeente is om bij deze projecten