Bijlage 4 - Bindend advies zonnepark De Vorst- BOPA motivering (onderbouwing)
Tekst van het document
Zonnepark De Vorst te Boxtel Gemeente Boxtel
Zonnepark De Vorst te Boxtel
1
colofon
projectnaam Zonnepark De Vorst te Boxtel datum 11 december 2025 projectnummer P07685 opdrachtgever Novar BRO projectleider RTa projectteam RVe bron kaft BRO review TAu
Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl
Zonnepark De Vorst te Boxtel
2
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Plangebied Juridisch-planologisch kader Lees wijzer
6.7
4
4 4 4 5
2
Beschrijving bestaande situatie
6
3
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
7
4
5
3.1 3.2
Inrichtingsmaatregelen Technische inpassing zonnepark
Relatie met het omgevingsplan 4.1 4.2
Toets aan het omgevingsplan Strijdigheid met het omgevingsplan
12
12 12
13
5.1.1 5.1.2 5.1.3
13 13 15
5.2 5.3
Verhouding tot Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Toepassing Zonneladder Instructieregels Rijk (AMvB’s)
16 16
5.3.1 5.3.2
16 17
5.3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Omgevingsverordening Noord-Brabant
5.4 5.5
6
6.1
6.2
6.3 6.4
6.5
Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied
6.6 5.3.2.2 Artikelen 5.7 t/m 5.10: basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
Zonnepark De Vorst te Boxtel
5.3.2.4 Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting 5.3.3 Conclusie
Verhouding tot regionaal beleid 5.4.1
RES 1.0 Noord-Brabant
20
21 21
5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4
21 21 22 23
Structuurvisie verfrissend Boxtel Visie duurzaam Boxtel 2030 Visie zonne- en windenergie Boxtel Duurzaamheidsagenda Boxtel 2022-2026
Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
6.9
21
Gemeentelijk beleid
Omgevingsaspecten
13
Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking Verhouding tot provinciaal beleid
Artikel 5.11
6.8
8 10
Beleidskaders 5.1
5.3.2.3
Water Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Natuur en landschap
31
6.8.1 6.8.2 6.8.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
31 32 33
6.9.1
Toetsingskader
Luchtkwaliteit
6.10 Geur
6.11
25
25
30
6.7.1 6.7.2 6.7.3
6.10.1 Toetsingskader 6.10.2 Onderzoek 6.10.3 Conclusie
35 35 35
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
25
6.2.1 6.2.2 6.2.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
6.13 Trillingen
Omgevingsveiligheid
25 26 26
26
6.3.1 6.3.3
Toetsingskader Conclusie
6.14 Elektromagnetische straling
Activiteiten en milieuzonering
26 27
27
6.4.1 6.4.2 6.4.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geluid – (spoor)wegverkeer
27 28 29
29
6.5.1 6.5.2 6.5.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
29 29 30
6.6.1 6.6.2 6.6.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bodem
30
34 35 35
35
6.12.1 Toetsingskader 6.12.2 Onderzoek 6.12.3 Conclusie 6.13.1 Toetsingskader 6.13.2 Onderzoek 6.13.3 Conclusie 6.14.1 6.14.2 6.14.3 6.15.3
7
34
34
6.11.1 Toetsingskader 6.11.2 Onderzoek 6.11.3 Conclusie
6.12 Archeologie
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
34
Cultuurhistorie
25 25 25
6.1.1 6.1.2 6.1.3
30 30 31
Toetsingskader Onderzoek Conclusie Conclusie
35 35 36 36
36 36 36 36
36 36 37 37 37
Participatie
38
7.1.1 7.1.2
38 38
7.1
Participatieplan Procesparticipatie Financiële participatie
38
30 30 30
3
8
Financiële en maatschappelijke verantwoording 8.1 8.2
Financieel-economische haalbaarheid Maatschappelijke verantwoording 8.2.1
Procedure omgevingsvergunning
Separate bijlagen
Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Weging van het waterbelang Bijlage 4: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 5: Tec hnische tekeningen zonnepark Bijlage 6: Tec hnische tekeningen batterij Bijlage 7: Kwaliteitsbijdrage
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
40
40 40 40
41
41 41 41 41 41 41 41
Voor een reguliere omgevingsvergunningprocedure dient een ruimtelijke motivering te worden opgesteld die aan dient te tonen dat het ruimtelijk initiatief bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties. Voorliggende rapportage betref t deze ruimtelijke motivering.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten zuiden van de kern Boxtel, ter hoogte van de splitsing Brede Heide en De Vorst. Het plangebied wordt aan vrijwel alle zijde begrenst door agrarische percelen. Ten oosten wordt het plangebied echter begrenst door de straat De Vorst. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Boxtel, sectie N en nummer 192. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 71.350 m2 (7,1 ha). Figuur 1 geef t de globale begrenzing van het plangebied weer.
Novar heef t het planvoornemen om ter hoogte van de splitsing Brede Heide en De Vorst te Boxtel, op een perceel een zonnepark en bijbehorende bouwwerken te realiseren. Naast de ontwikkeling van het zonnepark is het voornemen om ook een (maatschappelijke) meerwaarde te creëren op het gebied van landschap, water- en ecologische aspecten. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied 1994’ 1, welke geldt onder het tijdelijke omgevingsplan. Er dient derhalve een juridische-planologische procedure te worden doorlopen om van het tijdelijke omgevingsplan af te wijken. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa), onder de Omgevingswet.
1
Figuur 1: Globale aanduiding begrenzing plangebied (rood omkaderd)
1.3
Juridisch-planologisch kader
Op grond van het tijdelijke omgevingsplan vigeert ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1994’, zoals onherroepelijk vastgesteld op 23 f ebruari 1995. Conf orm het bestemmingsplan Buitengebied 1994’ is ter plaatse van het plangebied de gebiedsbestemming ‘Agrarisch gebied -A-‘ toegestaan. Conf orm artikel II.7 zijn de als zodanig aangegeven gronden bestemd voor de ontwikkeling van een duurzame landbouw, de uitoef ening van de agrarische bedrijf svoering op bestaande aangegeven agrarische bedrijf scentra, alsmede voor
In verband met de vaststellingsdatum van vigerend bestemmingsplan zijn bepaalde begripsbepalingen gedateerd. Voor de juridisch-planologische volledigheid zijn deze begrippen in onderhavige ruimtelijke motivering wel opgenomen.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
4
kleinschalige landschapselementen en extensief recreatief medege-
verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omge-
bruik.
vingsaspect het toetsingskader geschetst. In hoof dstuk 7 wordt het participatieproces behandeld. Tot slot wordt hoof dstuk 8 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze ruimtelijke motivering gevoegd.
Figuur 2: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan, met plangebied globaal rood omkaderd
1.4
Leeswijzer
De voorliggende ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoof dstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het plangebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoof dstuk 2 bevat een projectbeschrijving, waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied. In hoof dstuk 3 wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkelingen, waarna in hoof dstuk 4 de relatie met het omgevingsplan wordt aangehaald. Vervolgens wordt er in hoof dstuk 5 getoetst aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. Daarna zal de voorgenomen ontwikkeling in hoof dstuk 6 worden getoetst aan de
Zonnepark De Vorst te Boxtel
5
2
Beschrijving bestaande situatie
Het plangebied is ter hoogte van de splitsing Brede Heide en de Vorst gelegen, in het buitengebied ten zuiden van de kern Boxtel. In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als agrarisch perceel waar verschillende gewassen op worden geteeld. Binnen het plangebied zijn twee greppels aanwezig. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door een boomkwekerij. Aan de noordzijde voorzien bestaande bomen en struiken (houtsingel) in combinatie met een rietkraag een robuuste overgang naar de
Bestaande overgang met riet en houtsingel
Zicht naar het oosten
De Vorst met laanbomen
Zicht naar het noorden
Zicht naar het noorden ter hoogte van het gemeentelijk perceel.
Zicht naar het zuiden op een agrarisch perceel
aangrenzende percelen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de weg De Vorst. De Vorst is aan weerszijden voorzien van eikenbomen. Langs het wegprof iel loopt een sloot met hier en daar rietopslag. Het wegprof iel ligt duidelijk hoger in het landschap. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door een ander agrarisch perceel welke eveneens in gebruik is voor de teelt van gewassen. Dit perceel kan mogelijk enige hinder ondervinden met de voorgenomen ontwikkeling van het zonnepark. Daarom is bij de verdere uitwerking (zie hoof dstuk 3) een groene buf f er voorzien die het zicht op het zonnepark vanaf dit perceel ontneemt. Navolgende f otocollage geef t de bestaande situatie weer.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
6
3
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnepark, inclusief de nodige batterijsystemen en bijbehorende bouwwerken. Na een periode van 25 jaar zal het zonnepark en bijbehorende landschappelijke inpassing worden verwijderd en het oorspronkelijke gebruik worden hersteld. Verder voorziet de ontwikkeling op hoofdlijnen in de volgende maatregelen in het landschap: 1.
aanplanten houtsingels aan zuid- en oostzijde (gedeeltelijk);
2.
aanplanten houtwal, parallel aan De Vorst;
3.
aanplanten struweelhagen in noord-zuidrichting;
4.
aanleg bloem- en kruidenrijke zoom;
5.
vrijhouden van de leidingenstrook;
6.
vrijhouden bestaande greppel ten behoeve van een kleinschalige opzet;
7.
transf ormatoren integreren in het zonnepark;
8.
panelen in lijn met de verkaveling.
Belangrijk onderdeel van de inpassing is het doortrekken van de houtwal langs de kant van De Vorst. Conf orm het inpassingsplan voor GreentechPark is hier een aardenwal van 2m hoog voorgesteld die begroeid wordt met bomen en struiken. Door deze robuuste groenstructuur wordt het zicht vanuit de naastgelegen percelen beperkt en ontstaat er één geheel in aansluiting op GreentechPark. De vier bestaande eiken bomen op het terrein blijven gehandhaafd. Op eigen grond is het niet mogelijk om deze structuur geheel langs De Vorst door te zetten. Om het zicht op de zonnepanelen te beperken is er een houtsingel voorgesteld ter hoogte van het gemeentelijk perceel in de noordoosthoek. Novar is in gesprek met de grondeigenaar om het perceel te betrekken bij de ontwikkeling. Navolgend wordt nader ingegaan op bovengenoemde maatregelen. Een uitgebreide toelichting op de landschappelijke inpassing inclusief tekeningen is opgenomen in bijlage. Eerdere versies van de landschappelijke inpassing zijn ook opgenomen in verschillende onderzoeken. Sindsdien is het ontwerp nog minimaal gewijzigd, maar dit is niet van invloed geweest op de onderzoeksresultaten.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Figuur 3: Landschappelijke inpassing Zonnepark De Vorst
7
3.1 1.
Inrichtingsmaatregelen Aanplanten houtsingels aan zuid- en oostzijde
Om het kleinschalige karakter van het kampenlandschap ter plaatse te-
4.
Aanleg bloem- en kruidenrijke zoom
Meervoudig ruimtegebruik
De randen langs het zonnepark worden ingericht als bloem- en kruiden-
Natuur
rug te brengen worden er aan de zuid- en oostzijde houtsingels aange-
rijke zoom. Hiermee gaat de aandacht uit naar een geschikt mengsel,
Binnen het inpassingsplan wordt er bijgedragen aan een combinatie tus-
plant. De houtsingels hebben een minimale breedte van 10 meter, waar-
dat past bij de bodemsamenstelling. Hiermee kan de biodiversiteit ter
sen zonnepanelen en extensieve natuur. Denk hierbij aan het inzaaien
bij een strook van 1m langs de rand is vrijgehouden voor onderhoud.
plaatse worden versterkt.
van een kruidenmengsel behorende bij landschapstype en de bodemsa-
Om schaduwwerking op het zonnepark te beperken, zullen er soorten worden toegepast die relatief laag blijven tot ca. 8 - 10 meter hoog. 2.
Aanplanten houtwal, parallel aan De Vorst
Langs De Vorst wordt een houtwal aangelegd. Vanaf de insteek is een 3
menstelling, en enkel verkregen bij leveranciers aangesloten bij ‘Het Le5.
Vrijhouden van de leidingenstrook
Aan de oostzijde van het plangebied ligt een leidingenstrook. Deze
nale zadencollectie van wilde plantensoorten in Nederland die voor ver-
strook wordt binnen het inpassingsplan vrijgehouden, zodat met onder-
schillende doeleinden kan worden gebruikt, zoals voor de bescherming
houd en of problemen de leidingen altijd bereikbaar zijn.
van bedreigde soorten, of het kweken van algemene plantensoorten
meter vrije zone aangehouden, waarna een aardenwal oploopt tot +2m ten opzichte van het huidige maaiveld. Het is hierbij van belang dat de grondwal één gelijkmatige landschappelijke lijn vormt. De eindhoogte
vend Archief ’ is een project gericht op het ontwikkeling van een natio-
voor commerciële zaadmengsel van wilde oorsprong. 6.
Vrijhouden bestaande greppel voor een kleinschalige opzet
Een greppel in het plangebied blijf t gewaarborgd en blijf t vrij van zonne-
van de grondwal dient hiermee aan te sluiten op de wal van het bedrij-
panelen en inpassingsmaatregelen. Door het behoud van deze structuur
venterrein, zodat plaatselijke hoogteverschillen in het prof iel worden
wordt de kleinschaligheid nog extra benadrukt. De andere greppels bin-
voorkomen. Ten behoeve van de realisatie van de grondwal zal grond
nen het plangebied blijven allemaal behouden.
worden aangevoerd. In de strook van 17m worden inheemse bomen en struiken geplaatst die zorgen voor opgaand groen. Ter hoogte van de leidingenstrook mag geen opgaande beplanting worden toegepast. Deze strook blijf t open en zal bestaan uit kruidenrijk grasland.
7.
Transformatoren integreren in het zonnepark
De transf ormatoren/nutsvoorzieningen worden geïntegreerd in het zonnepark. Dit betekent dat deze voorzieningen in lijn met de panelen worden gepositioneerd. Daarnaast worden ze te midden van het zonnepark
3.
Aanplanten struweelhagen in noord-zuidrichting
Ter overgang naar de reeds aanwezige boomkwekerij en De Vorst wor-
geplaatst, zodat deze vanaf de randen niet zichtbaar zijn. De transf ormatoren en inkoopstation hebben een hoogte van max. 4.00m.
den er in noord-zuidrichting struweelhagen aangeplant. Deze gemengde hagen hebben een minimale breedte van 6 meter en een uiteindelijke
8.
Panelen in lijn met de verkaveling
hoogte van 3 tot 5m. Door de f lanken van het park aan te planten ont-
Ter versterking van de aanwezige verkavelingsstructuur worden de pa-
staat er een sterke kamerstructuur, wat typisch is voor het kampenland-
nelen in een zuid-opstelling geplaatst. De panelen volgen hiermee de
schap. Ook zal het meest noordelijke veld van het middelste veld wor-
verkavelingsstructuur om onnodige raf elranden te voorkomen. De
den opgeknipt middels een struweelhaag. De noordzijde van het park
hoogte van de paneelconstructie bedraagt max. 1.80m.
zal worden ingepast door de reeds aanwezige groenstructuur, hier staan diverse berken bomen en struiken langs de bestaande watergang/greppel.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
8
Landbouw
van de biodiversiteit bovenop en is de keuze gemaakt om aan de ran-
Het zonnepark combineren met kleinvee, zoals schapen is voor de ont-
den geen grasklavermengsel toe te passen, maar een bloem- en krui-
wikkeling van een zonnepark de uitgelezen kans om in te zetten voor
denrijk grasland. Naar verwachting zullen de toe te passen soorten bin-
extensief beheer. Door de inpassingsmaatregelen zal het zonnepark
nen de struwelen en houtwal voldoende invulling geven aan een moge-
niet tot nauwelijks zichtbaar zijn. Bewoners hebben uitgesproken liever
lijk f oerageergebied langs het zonnepark. Tevens zal het hekwerk 15 cm
geen schapen in het veld te hebben. Novar respecteert deze wens en
boven de grond worden aangebracht, zodat de doortreedbaarheid van
heef t vooralsnog niet het voornemen het veld met schapen te laten be-
klein wild (zoals de das) kan worden gegarandeerd. In bijlage 2
grazen. Mocht uit gesprekken met bewoners later anders blijken, dan
quicksan f lora en f auna wordt nader ingegaan op de das. Na een aan-
kan dit alsnog toegepast worden. Hierbij dient een af gewogen beslissing
vullend veldbezoek te hebben uitgevoerd op en rondom de planlocatie
te worden genomen, aangezien de begrazing van schapen een negatief
zijn geen sporen aangetrof f en van de das, er worden dan ook geen ne-
ef f ect zal hebben op de leef omgeving van de das. Hiernaast zijn twee
gatieve ef f ecten verwacht op het leef gebied van deze soort.
dwarsdoorsnedes weergeven waarop bovengenoemde inrichtingsmaatregelen gevisualiseerd zijn. Foerageergebied das In het gebied aan De Vorst staat de ontwikkeling van het zonnepark en GreentechPark Brabant gepland. Voor beide initiatieven is natuuronderzoek uitgevoerd. Stichting dassenwerkgroep Brabant laat weten dat er geen dassenactiviteiten in het plangebied zelf zijn aangetrof f en. Stichting dassenwerkgroep geef t echter aan dat er min. twee bewoonde dassenburchten aanwezig zijn in de directe omgeving (binnen de bosschage langs het spoor), waarvan één op een af stand van maximaal 200 meter van het plangebied. Het is dus zeer aannemelijk dat het plangebied van beide plannen tot het f oerageergebied van dassen behoort. Dit wordt ook bevestigd door de aanwezigheid van wissels (vaste paden) richting het plangebied. Om rekening te houden met dit f oerageergebied wordt er in het inpassingsplan rekening gehouden met het toe te passen sortiment, welke aantrekkelijk is voor de leef omgeving van de das (zie hiervoor de beplantingsindicatie in bijlage 1). Daarnaast gaat de voorkeur uit naar een grasklavermengsel aan de randen van het zonnepark om de regenwormenstand te bevorderen. Hoe korter het gras, hoe beter de regenwormen bereikbaar zijn als voedselbron.
Echter staat met de realisatie van het zonnepark het versterken Figuur 4: Dwarsdoorsnedes inrichtingsmaatregelen landschappelijk inpassingsplan
Zonnepark De Vorst te Boxtel
9
3.2
Technische inpassing zonnepark
De zonnepanelen komen in een noord/zuid opstelling te liggen in lijn
Batterij
Camera’s
In het landschappelijk plan is aan de noordkant van het perceel van het
Een van de eisen van verzekeraars is cameratoezicht op zonneparken.
met de verkaveling. Het zonnepark bestaat uit drie velden met panelen
zonnepark een reservering gemaakt voor een batterijopslagsysteem
Hiervoor is door Bauwatch een plan opgesteld. Om het zonnepark te be-
welke samen het gehele zonnepark vormen. De omvang van de velden
(EOS –systeem). Als beide parken (De Vorst + De Beerze) worden ge-
veiligen, worden er op vijf strategische posities cameramasten geplaatst
is van noord naar zuid als volgt; 1,68 hectare, 2,34 hectare en 1,07 hec-
realiseerd, wordt één grote batterij met een maximale oppervlakte van
(zie overzichtstekening). De cameramasten zijn voorzien van meerdere
tare. Tussen het meest noordelijke en het middelste veld zal een stru-
1.527 m² geplaatst bij De Vorst. Wordt alleen park De Vorst gebouwd,
camera’s (zie f iguur 6) die gericht zijn evenwijdig aan het hekwerk en op
weelhaag worden aangeplant van min.6 meter breed in oost- westrich-
dan komt er een kleinere batterij die in ieder geval binnen de maximale
de dode hoek rond de cameramast zelf . Het bereik van de camera’s is
ting. Tussen het middelste en meest zuidelijke veld wordt ruimte vrijge-
maat blijf t. Wanneer uitsluitend park Beerze wordt gerealiseerd, komt er
aangegeven op de overzichtstekening. De camera’s maken geen beel-
houden voor behoud van de bestaande greppel. Vanwege de ruimte
geen batterij; in dat geval sluiten we capaciteitsbeperkende contracten
den van de openbare ruimtes, alleen van het gebied binnen het hek-
tussen de panelen zal er daadwerkelijk circa 3,18 hectare worden be-
af om te voldoen aan de provinciale eis van netneutrale aansluiting.
werk. De cameramasten worden maximaal 4 meter hoog.
plangebied 44,8% bedekt wordt met panelen. Het zonnepark zal voor
Door de snelle ontwikkeling van batterijsystemen is het op dit moment
maximaal 25 jaar worden vergund. Na het verstrijken van de gestelde
Hekwerk
nog niet te voorspellen hoe de installaties er over enkele jaren precies
Ter af scheiding van het openbaar terrein en het zonnepark wordt langs
termijn zal het zonnepark en bijbehorende landschappelijke inpassing
uit zullen zien. Het belangrijkste is daarom het gereserveerde vlak waar-
de binnenrand van de inpassing een sober en industrieel hekwerk aan-
worden af gebroken en zal het plangebied worden hersteld naar de oude
binnen de batterijen worden geplaatst. Dit vlak heef t een maximale op-
gebracht (2.00m hoog). Om migratie van klein f auna niet te benadelen
toestand (geschikt voor agrarisch gebruik). Dit is zo ook vastgelegd in
pervlakte van circa 1.527 m², terwijl de maximale hoogte van de installa-
wordt het hekwerk 15 cm boven de grond aangebracht. Het hekwerk
de AOK. Zowel het zonnepark als de landschappelijke inpassing/kwali-
ties 4 meter bedraagt.
staat op ruime af stand van zowel de panelen als openbare weg.
dekt met panelen. Dit betekent dat er binnen de 7,1 hectare van het
teitsverbetering betref f en dus maatregelen die worden gezien als tijdelijke investering en f unctie van het gebied. De samenstelling van het zonnepark is als volgt:
Het vermogen en de capaciteit van het beoogde systeem zal worden af gestemd op de aansluitcapaciteit en de beoogde omvang van beide
Het hekwerk en overige technische elementen worden uitgevoerd in een
zonneparken (±16,5 MWp). Het batterijopslagsysteem bij De Vorst be-
gebiedseigen kleur (donkergroen). Een f aunavriendelijk hekwerk is daar-
•
Circa 9060 zonnepanelen met een totaal van ca. 6,5 MWp.
draagt 6,5 MWp. De af stand tot het netstation zal ca. 1 km bedragen.
naast een randvoorwaarde, welke is opgenomen in de vergunning.
•
Het zonnepark genereert in totaal circa 7.856.000 KWh per jaar, wat
De totale omvang van beide parken is gebaseerd op een opslagsysteem
gelijk staat aan het elektriciteitsverbruik van ruim 2.800 huishou-
van 8MW/32MWh. Wanneer enkel De Vorst zal worden gerealiseerd is
dens.
er sprake van 3MW/12MWh.
•
•
De zonnepanelen worden bevestigd aan een stalen constructie welke in de grond wordt geboord, hierdoor is een f undering van be-
De Batterij zal daarnaast net als het hekwerk en de overige installaties
ton niet nodig (zie bijlage 5 voor de technische tekeningen).
worden uitgevoerd in een gebiedseigen kleur of zal met een inpassing
Alle kabels en leidingen welke zijn benodigd voor de werking van
uit het zicht worden gehouden.
het zonnepark worden zo veel mogelijk uit het zicht, ondergronds en onder de zonnepanelen aangelegd in kabelgoten.
Voor aanvullende inf ormatie met betrekking tot de lay-out en het ontwerp van een generiek EOS verwijs ik u naar de technische tekeningen, welke als bijlagen zijn toegevoegd (bijlage 6).
Zonnepark De Vorst te Boxtel
10
Figuur 5: Overzichtstekening cameraposities
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Figuur 6: Voorbeeld van een cameramast op een zonnepark
11
4
Relatie met het omgevingsplan
4.1
Toets aan het omgevingsplan
Met de ontwikkeling wordt het bestaande agrarische gebruik van het plangebied tijdelijk beëindigd en zal het gebied worden heringericht ten behoeve van de exploitatie van een zonnepark. De beoogde ontwikkeling is strijdig met het vigerend bestemmingsplan en kan daardoor niet direct gerealiseerd worden. Er dient derhalve een juridisch-planologisch procedure te worden doorlopen om van het tijdelijke omgevingsplan af te wijken en de ontwikkeling mogelijk te maken. De te doorlopen procedure betref t een reguliere omgevingsvergunningsprocedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) onder de omgevingswet.
4.2
Strijdigheid met het omgevingsplan
Op grond van het tijdelijke omgevingsplan vigeert ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1994’, zoals onherroepelijk vastgesteld op 23 f ebruari 1995. Conf orm het bestemmingsplan Buitengebied 1994’ is ter plaatse van het plangebied de gebiedsbestemming ‘Agrarisch gebied -A-‘ toegestaan. Conf orm artikel II.7 zijn de als zodanig aangegeven gronden bestemd voor de ontwikkeling van een duurzame landbouw, de uitoef ening van de agrarische bedrijf svoering op bestaande aangegeven agrarische bedrijf scentra, alsmede voor kleinschalige landschapselementen en extensief recreatief medegebruik. De realisatie van het zonnepark past niet binnen deze bestemming en is daarmee in strijd met artikel II.7.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
12
5
Beleidskaders
Uitvoeringsagenda van de NOVI. Hierin wordt gesproken over de voor-
• of de eigendomssituatie beperkingen op legt (bv bij huur),
keursvolgorde voor energietransitie (zonneladder), namelijk het realise-
• of er obstakels (schoorstenen, dakramen) op dakvlakken aanwezig zijn,
5.1
Verhouding tot Rijksbeleid
ren van zonnepanelen op daken en gevels, onbenutte terreinen in be-
• of de constructie van het dak een belasting met zonnepanelen toelaat,
bouwd gebied, landelijk gebied (stortplaatsen etc.) en vervolgens op
• of er sprake is van een asbesthoudende dakbedekking,
landbouw- en natuurgronden.
• of er sprake is van congestie in grootverbruik.
ling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals
Zoals in paragraaf 5.4 zal worden toegelicht, is het realiseren van zon
Aan de hand van de kengetallen van het NPRES begrippenkader is de
die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow.
op daken en/of bebouwd gebied niet voldoende om te kunnen voldoen
realistische potentie voor grootschalige zonnestroom in beeld gebracht
aan de doelstelling van duurzame energietransitie binnen de gemeente
(>15 kWp per installatie, installaties aangesloten op kleinverbruik aanslui-
Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekom-
Boxtel. Het realiseren van zonneweiden in het landelijk gebied, en in dit
tingen ‘achter de meter’ tellen mee bij de besparingsopgave). Die kenge-
stige ontwikkeling van de leef omgeving in Nederland. De intentie van
geval landbouwgrond, is daarom noodzakelijk. De onderhavige locatie is
tallen zijn: 2,3 m2 nodig per m2 paneel, 350 Wp per paneel, 900 vollast-
het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maat-
na een zorgvuldige af weging door de gemeente als ontwikkellocatie
uren per jaar en panelen met een oppervlakte van 1,63 m2. Bij elke be-
schappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden ge-
voor een zonneweide aangewezen. Van belang hierbij is dat de ruimte-
lemmering is de potentie af geschaald met een percentage en bij 3 belem-
dacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatveran-
lijke kwaliteiten van het gebied niet te veel worden aangetast en de
meringen of meer is ervan uitgegaan dat dit dakvlak geen realistische po-
dering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woning-
(maatschappelijke) meerwaarde in acht wordt genomen. Middels het
tentie bezit.
bouw.
landschappelijke inpassingsplan wordt het behoud van de ruimtelijke
5.1.1
Nationale omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet heef t het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invul-
kwaliteiten en de maatschappelijke meerwaarde geborgd. GeconcluEen centraal aspect van de NOVI is de f ocus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de f ysieke leef omgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: •
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
•
duurzaam economisch groeipotentieel;
•
sterke en gezonde steden en regio’s;
•
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Doorwerking plangebied Het realiseren van een zonneweide levert een belangrijke bijdrage aan een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, welke ook in 2050 CO2 arm is. Specif iek aan zonneweiden is aandacht besteed in de
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Aantal belemmeringen
Aantal TWh
0 belemmeringen
0,0099
1 belemmering
0,0112
In de NOVI is de Voorkeursvolgorde zon (ook wel zonneladder), geïntro-
2 belemmeringen
0,00085
duceerd. Hierin wordt de gewenste prioritering aangegeven voor locaties
3 belemmeringen
Nihil
4 belemmeringen
Nihil
5 belemmeringen
Nihil
3. Zonne-energie op terreinen en objecten in het landelijk gebied
TOTAAL
0,0220
4. Zonne-energie op landbouw- en natuurgronden
Tabel 1: Realistische potentie grootschalige zon op gebouwen
Trede 1. Realistische potentie zonnestroom op daken en gevels Die rea-
In tabel 1 is die realistische potentie in beeld gebracht en wordt de opwek
listische potentie wordt beperkt door een aantal belemmeringen:
ingeschat op 0,0220 TWh, of tewel 27,5% van de opgave. Uit de 5e mo-
• de vormf actor (die grillig gevormde of smalle dakvlakken van gebouwen
nitor van de RES NOB blijkt dat 0,029 TWh gerealiseerd is of in de pijplijn
uitsluit),
zit, of tewel 36,5%. Dat er al meer is gerealiseerd dan de realistische po-
• of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken,
tentie is te verklaren doordat als belemmering er al rekening mee is ge-
• of het dakvlak onderdeel is van een monument,
houden of er al bestaande PV-panelen liggen op dakvlakken. Die potentie
deerd kan worden dat de ontwikkeling in lijn is met de NOVI. 5.1.2
Toepassing Zonneladder
voor de opwek van zonne-energie. De voorkeursvolgorde kent 4 treden: 1. Zonne-energie op daken en gevels 2. Zonne-energie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied
13
is trede 1 kan dus groeien naar 0,220+0,029=0,051 TWh, of tewel 63,8%
waardoor de overkappingen niet gewenst zijn, omdat die deze evenemen-
voor woningbouw. Uit vervolgonderzoek blijkt dat 18 van de 43 onder-
van de opwekopgave. De potentie voor zonnestroom op gevels is niet
ten belemmeren. Ten tweede omdat niet alle overkappingen op parkeer-
zochte locaties kansrijk zijn voor woningbouw. Van de locaties met een
onderzocht, omdat hiervoor geen data of kengetallen beschikbaar zijn,
plaatsen stedenbouwkundig gewenst zijn of anderszins niet passen in ge-
lage kansrijkheid hebben de meeste een kleine impact voor de woning-
maar er wordt niet verwacht dat de realistische potentie hiervoor groot is.
meentelijk beleid (bv verkeerskundig op veiligheid). Zo vraagt de vastge-
bouwopgave, maar bieden mogelijk wel kansen voor veldopstellingen van
De potentie in trede 1 wordt dus ingeschat op 63,8% van de lokale RES
stelde Strategie Klimaatadaptatie 2022-2026 om meer openbaar groen
zonnepanelen. Uit toekomstig vervolgonderzoek moet blijken of een deel
opwekopgave.
om waterberging te realiseren en hittestress te voorkomen.
van de opgave na 2030 op deze locaties uitgevoerd kan worden. Hierbij
Enexis heef t een energietransitieroute bekend gemaakt, waarin ze de ko-
dient wel aangetekend te worden dat locaties met een lage kansrijkheid
Hierbij wordt opgemerkt dat er geen rekening is gehouden met economi-
mende jaren het elektriciteitsnet in alle buurten van de gemeente verzwa-
of kleine impact voor woningbouw uit dat onderzoek voor veldopstellingen
sche belemmeringen. Die kunnen de benutting van de potentie in trede 1
ren. Daarvoor worden tientallen transf ormatorhuisjes bijgeplaatst. Op of
ook niet kansrijk zijn, omdat ze te klein zijn voor een rendabele business-
verder vertragen of belemmeren.
nabij die locaties zijn er kansen om binnen de concessie van Vattenf al
case, planologisch niet inpasbaar zijn of dat er te veel belemmeringen zijn
openbare laadpleinen te combineren met overkapte parkeerterreinen met
(bv vanwege schaduw van groen). Locaties met belemmeringen voor wo-
Trede 2. Potentie op terreinen en objecten binnen bebouwd/stedelijk ge-
zonnepanelen. Daarbij lijkt het overkappen van een klein aantal parkeer-
ningbouw, die niet gelden voor veldopstellingen kunnen mogelijk wel in-
bied
plaatsen haalbaar en kan de opwek rechtstreeks gebruikt worden voor
gezet worden, maar dan nog is die realistische potentie niet groter dan
Op parkeerplaatsen
het laden. De mogelijkheden hiervoor kunnen onderzocht worden en hier-
enkele duizenden vierkante meters en levert het geen relevante bijdrage
De potentie van zonneparken op parkeerplaatsen in stedelijk gebied valt
voor kan in het omgevingsprogramma duurzaamheid en het omgevings-
voor de opwekopgave in 2030
in trede 2 van de zonneladder. Er is data beschikbaar (bron: AHN4, ka-
plan ruimte geboden worden. Dit vraagt tijd en tot 2030 is het niet realis-
daster/RVO) waaruit de praktische potentie van zonnestroom op parkeer-
tisch dat hiervoor meer dan 100 parkeerplaatsen overkapt kunnen wor-
Trede 3. Potentie op terreinen en objecten in het landelijk gebied In bij-
plaatsen bepaald kan worden. Uitgangspunten hierbij zijn dat de parkeer-
den. Dan gaat het om zo’n 750 panelen of tewel 1,8% van de praktische
lage 2 bij de RES 1.0 NOB is in het rapport “achtergrond verbruik en po-
plaats geschikt is voor installaties > 15 kWp en door de complexiteitsf ac-
potentie en wordt de realistische potentie op parkeerplaatsen in geschat
tentie” het potentieel van de opwek van zon op restgronden (tabel 4.10,
tor van de belemmeringen blijkt 35% van de parkeerplaatsen geen be-
op minder dan 0,3% van de RES opwekopgave.
blz 53) ingeschat op 3 TJ. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen restgronden binnen (trede 2) of buiten (trede 3) stedelijk gebied, maar dat
lemmeringen te hebben. Op restgronden
komt overeen met 1% van de RES opwekopgave (0,000833 TWh). In de toelichting van artikel 5.54, lid 1 staat dat bij meervoudig ruimtege-
Eenheid
Waarde
Binnen de gemeente Boxtel zijn geen braakliggende gronden, restterrei-
Totaal te benutten panelen
40003
nen langs industriële plassen of pauzelandschappen van enige omvang
bruik uitgegaan moet worden van ruimte op gronden of objecten langs
Totale potentie TWh
0,0137
in stedelijk gebied aanwezig die als zonnepark ingezet kunnen worden.
spoorlijnen en wegen, op water, op stortplaatsen, grond- en slibdepots,
Hierom is geconcludeerd dat buiten parkeerplaatsen geen noemenswaar-
op vloeivelden, RWZI-terreinen of ten dienste van de agrarische f unctie
dige potentie is die een bijdrage kan leveren aan de totale opgave vanuit
(agri-PV). Langs de rijksweg A2 en spoorlijnen zijn mogelijkheden, maar
trede 2. Hiermee wordt de realistische potentie in trede 2 geschat op min-
Rijkwaterstaat heef t bekend gemaakt dat er op zijn vroegst in 2029 ruimte
der dan 0,3% van de RES opwekopgave.
is voor een voorverkenning in het kader van het programma Opwek van
Tabel 2: Potentie zon op parkeerplaatsen Uit tabel 2 blijkt een praktische potentie van 0,0137 TWh, of tewel 17% van de lokale RES opwekopgave. Het is echter niet realistisch te veronderstellen dat 35% van alle parkeerplaatsen in de gemeenten bedekt kunnen worden met zonnepanelen om meerdere redenen. Ten eerste omdat veel parkeerplaatsen worden gebruikt voor evenementen of markten
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Energie op Rijksvastgoed (OER) in de regio naar de potentie. Die potentie Daarnaast moet op grond van de Handreiking toepassing trede 4 zon-
langs de A2 wordt voor het gehele traject tussen ’s-Hertogenbosch en
neladder onderbouwd worden of de benutting van andere gronden binnen
Eindhoven ingeschat op bruto 48 hectare, maar moet verdeeld worden
trede 2 mogelijk is. Daar is geen concreet onderzoek naar gedaan. In
over 4 gemeenten en uit de (voor-)verkenning kan alleen maar blijken dat
2024 is wel een onderzoek gedaan naar mogelijke inbreidingslocaties
die bruto potentie netto minder wordt. Gezien deze onzekerheden wordt
14
geen bijdrage ingeschat voor de RES opwekopgave tot 2030. Daardoor
voorhand kan hiervoor geen potentie bepaald worden. De potentie in
op ecologisch dubbelgebruik als anderzijds extra waterbergend ver-
is deelname aan het programma OER een optie voor de opgave vanaf
trede 3 wordt dus ingeschat op 1% van de lokale RES opwekopgave.
mogen. Onder de panelen worden bassins aangebracht.
Oppervlaktewater van enige omvang is alleen beschikbaar op de Lang-
Trede 4. Potentie op landbouw- en natuurgronden Op natuurgronden
5.1.3
spier, maar die wordt recreatief te intensief gebruikt om deze te benutten
(binnen NNB) zijn zonneparken niet toegestaan en op landbouwgronden
Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een
voor een drijvend zonnepark.
alleen nog bij uitzondering of op basis van overgangsrecht. De totale po-
buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoof dstuk 5
tentie in trede 1, 2 en 3 en de zonnepanelen die al gerealiseerd zijn op
van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies, het
voornamelijk
beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactivi-
2030.
grootschalige daken
worden
wordt
ingeschat
op
0,051+0,00024+0,0008= 0,05204 TWh of tewel 65% van de RES opgave.
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
teit.
Omdat geen windenergie benut kan worden is voor de realisatie van de RES opwekopgave additioneel de opwek van 0,028 TWh zon op veld
Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevings-
noodzakelijk. Daarvoor is van 16 december 2020 tot 1 f ebruari 2021 een
vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd
tender voor zonneparken opengesteld in de gemeente en is op maart
wordt als:
2022 door het college besloten om 48 hectare te gunnen aan 4 initiatief -
a.
van instructie(regel)s;
nemers door in te stemmen met de ingediende principeverzoeken voor 4 zonneparken. Daarmee wordt 0,042 TWh opgewekt. Samen met de po-
de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond
b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heef t op een voorbescher-
tentie uit de treden 1, 2 en 3 houdt dit in dat daarmee 0,094 TWh gerea-
mingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidings-
liseerd is of wordt voorbereid. Dat is 117% van het RES opwekdoel.
besluit);
De vraag naar elektriciteit in 2050 zal naar verwachting tot 3 tot 4 maal
c.
de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert.
groter dan de RES-opwekopgave voor 2030 waardoor meer productie van duurzame energie noodzakelijk is. Die overproductie is nodig om dat het niet zeker is dat alle potentie ook tijdig gerealiseerd kan worden en de
Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van f unc-
vraag naar elektriciteit naar verwachting f link stijgt. Daarnaast past die
ties aan locaties voor onder andere de volgende hoof donderwerpen:
Voormalige stortplaatsen in de gemeente zijn onderzocht. Daaruit blijkt
overproductie binnen het streven om zo snel mogelijk energieneutraal te
•
Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1 Bkl);
dat een aantal stortplaatsen onder NNB vallen of te klein zijn (minder dan
zijn.
•
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl);
1 hectare). Gezien de mogelijke verontreiniging en de beperkte grootte is
Momenteel is 36,5% van de RES opwekopgave gerealiseerd en samen
•
beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);
geen exploitatie als zonnepark mogelijk. Uit de tabel blijkt dat het door-
met de 52,5% van de vier zonneparken uit de tender we op 89% RES
•
beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waar-
gaans niet om ongebruikte gronden gaat, maar hebben ze een f unctie.
opwekopgave zitten. Er is dus nog een f linke stap die we moeten zetten
onder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen,
Het RWZI-terrein is en wordt in de toekomst al benut voor de eigen ener-
om de RES opwekopgave te realiseren.
geluid en geur en bodemkwaliteit;
gievoorziening van waterschap De Dommel en door Energiecoöperatie
De gemeente Boxtel heef t geconcludeerd dat er dus niet in voldoende
Dommelstroom. Op voormalige agrarische bebouwing (VAB) is in het
mate worden voorzien in duurzame energie door de ontwikkeling van
VAB-beleid geen specif ieke ruimte opgenomen. Dit is maatwerk en op
andere vormen van duurzame energie in tredes 1, 2 en 3. Er kan niet
Tabel 3: Voormalige stortplaatsen
worden voorzien in de behoef te voor duurzame energie binnen het stedelijk gebied. Voor de beoogde ontwikkeling wordt er enerzijds ingezet
Zonnepark De Vorst te Boxtel
•
beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erf goed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;
•
het behoud van ruimte voor toekomstige f uncties (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
15
het behoeden van de staat en werking van inf rastructuur of voorzie-
met de exploitant. Het technische ontwerp van het zonnepark zal zoda-
De eerste vraag die moet worden beantwoord, is of de beschreven ont-
ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl),
nig worden uitgevoerd dat een verplaatsing van de zonnepanelen tech-
wikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betref t. Dit begrip is gedef i-
waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-
nisch en praktisch haalbaar is zonder signif icante verstoring van de ex-
nieerd als: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zee-
voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, f iets- en wandelroutes,
ploitatie. In het geval dat de verplaatsing na vergunningverlening nood-
haventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of an-
aanwijzing van woningbouwcategorieën;
zakelijk wordt, zal een passende f inanciële vergoeding overeengeko-
dere stedelijke voorzieningen”.
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buiten-
men worden met de betrokken partijen om eventuele negatieve gevol-
ruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).
gen van de exploitatie te vergoeden. Hiermee wordt het behoud van
Een zonneweide wordt gelet op deze def initie niet beschouwd als een
ruimte voor toekomstige f uncties gewaarborgd en wordt meer specif iek
stedelijke ontwikkeling, zie hiervoor ook de uitspraak van de Af deling
Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassings-
voldaan aan de instructieregels zoals opgenomen onder paragraaf 5.1.6
Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 januari 2019,
bereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op
van het Bkl.
ECLI:NL:RVS:2019:178. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan
•
•
een specif ieke activiteit. Daarnaast bevat af deling 5.2 van het Bkl instructieregels over de uitoef ening van taken voor de f ysieke leef omgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kan het college van burgemeesters en wethouders de Minister vragen om een onthef f ing van bepaalde instructieregels te verlenen (af deling 5.3 Bkl). Doorwerking plangebied Onderhavige ontwikkeling voorziet in een aanvraag van een buitenplanse omgevingsvergunning. Derhalve dient conf orm de bestemmingsplanregels (geldend onder het tijdelijke omgevingsplan) verantwoord te
5.2
Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening
gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het plangebied op verschillende relevante ruimtelijke- en milieuaspecten. Aanvullend blijkt uit correspondentie met bevoegd gezag dat er in de toekomst wordt verwacht dat het hoogspanningsstation Boxtel zal worden uitgebreid. Daarmee zal een derde ondergrondse hoogspanningskabel worden aangelegd, waarvan het tracé door het plangebied loopt. Gevolg daarvan is dat de taf els met zonnepanelen 3 meter naar het westen moeten opschuiven, op het moment dat deze kabel wordt aangelegd. Indien dat
van een zorgvuldige locatiekeuze, met toepassing van de ‘zonneladder’ van de gemeente (zie nader par. 5.4). Het initiatief is daarmee in lijn met het gedachtengoed van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
(artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige af weging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en inf rastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet
5.3
5.3.1
Verhouding tot provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant
worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ont-
Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie
wikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikke-
Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen
ling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ont-
geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie f ormuleert de provincie
wikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren,
haar ambitie over hoe zij de Brabantse leef omgeving er in 2050 uit wil
detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.”
laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee
worden dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van f uncties aan locaties. In voorliggende ruimtelijke motivering wordt in hoof dstuk 6
ook niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Wel is er sprake
ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee Doorwerking plangebied
aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van
De voorgenomen ontwikkeling betref t de realisatie van een zonnepark in
de ambities nodig in de vorm van programma’s.
het buitengebied van de gemeente Boxtel. De gronden hebben in de huidige situatie een agrarische bestemming. Initiatief nemer wil een
Met de visie geef t de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de ver-
nieuwe invulling geven aan het gebied door op een passende locatie
betering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de f ocus
een zonneweide te realiseren, welke bijdraagt aan de transitie naar
op vier hoof dopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan
duurzame energie en een opwaardering van de biodiversiteit.
energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoof dopgave staan
het geval is dient een passende vergoeding te worden overeengekomen
Zonnepark De Vorst te Boxtel
16
ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid
het landelijk gebied. Voor het ontwikkelen van zonneparken in het Lan-
en omgevingskwaliteit.
delijk gebied zijn, in artikel 5.54 ‘zonneparken in Landelijk gebied’, spe-
Voor het project De Vorst betekent dit dat het plan wordt getoetst aan
cif ieke regels opgenomen. Daarnaast is artikel 5.46 ‘Groenblauwe waar-
het recht zoals dat gold op 1 januari 2024, en dus niet aan de aange-
Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duur-
den’ relevant. Deze regels zijn hierna weergegeven en worden daarna
scherpte regels die nadien zijn vastgesteld in de Omgevingsverordening
zame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het
toegelicht.
Noord-Brabant.
bruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een ac-
In verband met de aanscherping van het provinciale beleid ten aanzien
5.3.2.1
tieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken
van zonneparken in landelijk gebied, zoals opgenomen in de geldende
Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied
bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en
Omgevingsverordening Noord-Brabant, is in artikel 10.12, vierde lid
Lid 1
gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken.
overgangsrecht opgenomen voor initiatieven die zich reeds in een ver-
Binnen Landelijk gebied is nieuwvestiging mogelijk van zelfstandige op-
gevorderd stadium bevinden. Dit overgangsrecht is van toepassing op
stellingen van zonnepanelen om te kunnen voldoen aan de doelstellin-
het planvoornemen De Vorst.
gen voor het opwekken van duurzame energie als:
bevorderen van regionale af spraken, het sturen op zorgvuldig ruimtege-
Doorwerking plangebied Middels onderhavige ontwikkeling kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de provinciale doelstellingen omtrent energietransitie naar
Voor initiatieven waarvoor vóór 1 juli 2025 een besluit is genomen tot
duurzame energie. In het Provinciaal omgevingsplan wordt aangegeven
vaststelling van een omgevingsplan of verlening van een omgevingsver-
dat er een goede landschappelijke inpassing gerealiseerd dient te wor-
gunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, geldt het recht
den waarin het ruimtelijk ontwerp van het initiatief wordt onderbouwd.
zoals dat gold op 1 januari 2024. Gedeputeerde Staten kunnen deze ter-
Zoals in hoof dstuk 3 van deze ruimtelijke motivering reeds is gemoti-
mijn op verzoek van het gemeentebestuur eenmalig verlengen met
veerd, wordt aan deze voorwaarde voldaan.
maximaal zes maanden, indien naar hun oordeel sprake is van gegronde redenen waardoor besluitvorming vóór 1 juli 2025 niet haalbaar
5.3.2
Omgevingsverordening Noord-Brabant
was.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening van Noord-Brabant in werking getreden. De Omgevingsverordening vormt het toetsingskader
Het overgangsrecht is bedoeld voor plannen die aantoonbaar al in een
voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provinci-
vergevorderd stadium verkeerden op het moment dat de ontwerpversie
ale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de f ysieke
van de gewijzigde verordening in procedure werd gebracht. Het is na-
leef omgeving en vervangt alle bestaande verordeningen. Er kunnen in
drukkelijk niet bedoeld voor initiatieven die pas in een laat stadium zijn
de omgevingsverordening naast direct werkende regels ook instructiere-
ontwikkeld en daardoor niet aan de gestelde termijnen kunnen voldoen.
gels zijn opgenomen over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen.
Het college van burgemeester en wethouders heef t op 20 maart 2025 de provincie schrif telijk verzocht om uitstel te verlenen op grond van het
Doorwerking projectgebied
in artikel 10.12, vierde lid, opgenomen overgangsrecht. Dit verzoek be-
Op de Basiskaart van de omgevingsverordening is het projectgebied ge-
trof vier zonneparken: Renbaan/Esschebaan, De Beerze, De Vorst en
legen in het ‘Landelijk gebied’. Zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in
Ontginningsweg. Gedeputeerde Staten hebben dit verzoek gehonoreerd
artikel 5.8 en verder is de basis randvoorwaarde voor ontwikkelingen in
en uitstel verleend tot 1 januari 2026.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
Artikel 5.54 Zonneparken in Landelijk gebied
a. uit onderzoek blijkt dat de aanleg van het zonnepark noodzakelijk is omdat in onvoldoende mate voorzien kan worden in de behoefte voor duurzame energie: 1. door de ontwikkeling van andere vormen van duurzame energie; 2. binnen Stedelijk gebied; 3. door meervoudig ruimtegebruik in Landelijk gebied of binnen bestaand ruimtebeslag op bouw-percelen; en 4. op gronden aansluitend op Stedelijk gebied. Belangrijke voorwaarde is dat de noodzaak van de ontwikkeling volgt uit een onderzoek waaruit blijkt dat de mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie binnen Stedelijk gebied en op daken onvoldoende is. In opdracht van de gemeente Boxtel is door Generation Energy een onderzoek verricht naar de verwachte energiebehoef te. De resultaten van dit onderzoek zijn verweven in de visies van Boxtel zoals beschreven onder paragraaf 5.5. Naar verwachting zal de energiebehoef te in 2030 3.5 PJ bedragen. Op basis van de huidige mogelijkheden om duurzame energie op te wekken (inclusief 10% landbouwgronden met zonnepanelen) zal naar verwachting 1.7 PJ aan duurzame energie worden opgewekt. Er dient derhalve te worden verkend op welke manieren er duurzame energie kan worden gewekt. De gemeente Boxtel heef t
17
naar aanleiding van dit onderzoek en ook de gestelde ambities een af -
Daarnaast moet aangetekend worden dat voor de luchtvaartbeperkingen
Onderhavige ontwikkeling is gesitueerd op de locatie De Vorst, één van
wegingskader opgesteld voor zonne- en windenergie.
alleen is uitgegaan van de strenge toets voor radar van militaire vliegvel-
de vier geselecteerde locaties. De ontwikkeling is gelegen op een pas-
den, waardoor alleen noordelijke deel van de gemeente reële mogelijk-
sende locatie voor opwekking van zonne-energie en levert een signif i-
Potentie grootschalig wind in de gemeente Boxtel
heden zijn en in het zuidelijke deel alleen mogelijkheden zijn voor turbines
cante bijdrage aan de doelstellingen op het gebied van energietransitie.
De potentie voor windenergie is onderzocht in de Visie zonne- en wind-
met hoogtebeperking. Naar de mogelijkheden voor windenergie wordt
De locatie is passend binnen het gemeentelijk beleid van de gemeente
energie, die in september 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. In
nog nader onderzoek gedaan, maar voor de realisatie van de RES op-
Boxtel. Daarnaast heef t de ontwikkeling geen negatieve ef f ecten op een
het Beleidsakkoord 2021-2026 van het college is opgenomen dat voor
wekopgave voor 2030 kan windenergie geen rol spelen.
veilige en gezonde leef omgeving. De ontwikkeling is al met al passend
windenergie alleen de locatie langs de A2 ten noorden van Boxtel als een
Daarnaast zijn dit alleen de harde belemmeringen voor windenergie,
binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De volgende maatrege-
geschikte plek voor beperkte windenergie wordt gezien.
maar er zijn ook zachte belemmeringen voor windenergie die getoetst
len worden o.a. getrof f en om de impact op de omgeving te beperken:
moeten worden aan artikel 5.51 (windturbines in landelijk gebied). Daar-
•
Aanplant gedegen landschappelijke inpassing d.m.v. grondwal
Bij de voortgangsrapportage van de RES NOB uit 2023 is een onderzoek
voor is van belang dat de windturbines passen in de gewenste ontwikke-
met struwelen, struweelhagen en bloem- en kruidenrijk gras-
van Generation Energy gevoegd, waarin de potentiegebieden van zon en
ling van het gebied en voor windenergie is in het kleinschalige karakter
land.
wind in de regio worden geconcretiseerd. Daarnaast is door To70 een
van het landschap binnen het Nationaal Landschap van Gogh geen
onderzoek uitgevoerd naar de luchtvaartbelemmeringen voor windener-
ruimte. Gezien de landschappelijk, ecologische, cultuurhistorische waar-
gie in de regio. Uit het onderzoek van Generation Energy blijkt een theo-
den in de gemeente is de kans klein dat een rendabele cluster van mini-
•
Voldoende af stand tot nutsvoorzieningen i.v.m. geluid e.d.
retische technische potentie van 7 windturbines van 5,6 Megawatt in het
maal 3 windturbines wordt gevonden in de gemeente. Voor windturbines
•
Vrijwaringszone leidingtracé in acht nemen + inrit aan noord-
gedeelte van de gemeente dat ligt binnen radar- en luchtvaarttoetsings-
met hoogtebeperking (tiphoogte 150 meter) is in de SDE++ subsidierege-
westzijde voor voldoende af stand tot De Vorst en aansluiting op
vlakken en 7 van deze windturbines buiten deze vlakken (uitgaande van
ling een af zonderlijke categorie opgenomen, maar daarbij wordt uitge-
Greentech.
een 50% invulling in potentiegebieden).
gaan van rendabele clusters van 15 megawatt, wat neerkomt op clusters
Daarbij dient aangetekend te worden dat bij de bepaling van die theoreti-
•
Toepassing van gebiedseigen soorten ter versterking en behoud van de biodiversiteit ter plaatse.
van minimaal 5 turbines. De kans binnen de gemeente een passende in-
c. de ontwikkeling een maatschappelijke meerwaarde geeft, waaronder
vulling wordt gevonden binnen het voorgestelde gebied is klein. Daarom
de mogelijkheid voor de omgeving om te participeren in het project.
sche potentie voor geluidsbeperkingen is uitgegaan van een af stand van
rest voor de invulling van de RES opwekopgave voor 2030 volgens het
350 meter tot losse bebouwing en 500 meter tot woonkernen (uitgaande
NPRES begrippenkader alleen grootschalig zon op gebouw en zon op
Er wordt maatschappelijke meerwaarde gecreëerd door middel van
van de “tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken”). Inmiddels
veld.
meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getrof f en worden om de
zijn de ontwerp Nationale milieunormen voor windenergie gepubliceerd,
impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd
die medio 2025 van kracht worden en wordt uitgegaan van een minimale
b. de ontwikkeling past in de gewenste ontwikkelingsrichting, bedoeld in
aan andere maatschappelijke doelen. Enkele voorbeelden hiervan zijn
af stand van 2 x de tiphoogte tot elke bebouwing. Voor een 5,6 MW turbi-
Artikel 5.12, en inzicht is geboden in de maatregelen die worden getrof-
eveneens educatieve mogelijkheden voor scholen in de omgeving, inzet
nes houdt dit een minimale af stand in van 482 meter tot elke woning. Uit-
fen om de impact op de omgeving te beperken.
op ontwikkeling van innovatieve technieken, realiseren van zonne-ener-
gaande van deze milieunormen zal de theoretische potentie verder be-
gie installaties op daken van maatschappelijke gebouwen en het aan-
perkt worden en zijn nog maar 2 grote windturbines mogelijk langs de A2
Zoals onder sub a is betoogd is het enkel realiseren van zonnepanelen
bieden van zonne-energie installaties aan particulieren en bedrijven in
ten noorden van Boxtel, waardoor niet voldaan wordt aan de eis uit de
op daken niet voldoende. In het gemeentelijk beleid is daarom gekeken
de omgeving tegen een gereduceerde prijs.
provinciale Omgevingsverordening dat windparken een clustergrootte
naar andere mogelijke invullingen van duurzame energie buiten be-
hebben van minimaal 3 windturbines.
staand stedelijk gebied. In de visie zonne- en windenergie is de uitgif te van de 50 hectare zonneparken in de vorm van een tender opgenomen.
Zonnepark De Vorst te Boxtel
18
Middels het landschappelijke inpassingsplan zijn inrichtingsmaatregelen voorgesteld waarbij de nadruk ligt om het beoogde zonnepark in te passen in de omgeving, waarbij de bestaande landschappelijke waarden
3.
het projectvennootschap van de initiatief nemer tot 50% van de aan-
Zoals onder sub f reeds beschreven, is door initiatief nemer vroegtijdig
delen;
contact gezocht met de lokale netwerkbeheerder om de ontwikkeling af
Donatie: Indien lokaaleigenaarschap niet mogelijk blijkt vanwege on-
te stemmen.
worden versterkt en de impact van het zonnepark op de omwonenden
voldoende interesse en draagvlak uit de directe omgeving en de ge-
zoveel mogelijk wordt beperkt.
meente er niet voor kiest om zelf direct te investeren, dan biedt de
5.3.2.2
initiatief nemer de mogelijkheid om een donatie te doen aan een lo-
Artikelen 5.7 t/m 5.10: basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies
Het zonnepark draagt tevens bij aan het versterken van de (lokale) bio-
kaal omgevingsf onds ter verduurzaming van de lokale omgeving of
In par. 5.1.2 van de Omgevingsverordening zijn de basisprincipes voor
diversiteit. In de huidige situatie is het plangebied bestemd voor agra-
t.b.v. de inwoners van de gemeente.
een evenwichtige toedeling van functies opgenomen. Hierbij wordt op
risch gebruik. De ecologische waarde van agrarische gronden zijn laag
Deze 3 vormen van participatiemogelijkheden zijn tevens geborgd in de
basis van art. 5.7 rekening gehouden met:
vanwege het gebrek aan diversiteit in planten en bloemen en zijn daar-
AOK.
•
inrichtingsmaatregelen die zijn voorgesteld in het landschappelijke in-
d. is geborgd dat het zonnepark tijdelijk, voor ten hoogste 25 jaar, wordt
De onderhavige ontwikkeling vindt plaats buiten het ‘bestaand ruimtebe-
passingsplan wordt de diversiteit aan planten en bloemen vergroot
toegelaten;
slag’ zoals gedef inieerd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
waardoor het plangebied beter als habitat kan worden gebruikt door (be-
e. juridisch en financieel is geborgd dat na het verstrijken van de termijn
Aan de locatiekeuze is een zorgvuldig af wegingsproces vooraf gegaan,
schermde) soorten.
de opstelling voor zonne-energie en de daarbij behorende voorzienin-
waarbij de betref f ende locatie in de gemeentelijke visie op zonne- en
gen, worden verwijderd;
windenergie is aangewezen als geschikt voor de ontwikkeling van een
zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8);
door beperkt geschikt als habitat voor (beschermde) soorten. Door de
Initiatief nemers zullen daarnaast een zorgvuldig participatietraject met
zonnepark. Zoals eerder in deze aanvraag gemotiveerd, voldoet het initi-
de omgeving doorlopen om de wensen te verkennen en hiermee maat-
Het zonnepark zal middels een omgevingsvergunning worden vergund
atief aan de specif ieke voorwaarden zoals opgenomen in artikel 5.54
schappelijk draagkracht te creëren. Dit traject is vastgelegd in een parti-
en kent een tijdelijk dubbelgebruik van 25 jaar. Na een periode van 25
van de verordening. Daarmee is sprake van een verantwoorde ruimte-
cipatieplan, waarbij naast participeren in het proces ook is gekeken naar
jaar zal het zonnepark en bijbehorende landschappelijke inpassing wor-
lijke inpassing, in lijn met zowel het gemeentelijk als provinciaal beleid.
de mogelijkheden voor f inanciële participatie conf orm het gemeentelijk