CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.3b - Bijlage bij toelichting - Bodemrapport deel 2

Commissie Leefomgeving en Duurzaamheid Sint-Michielsgestel 19 september 2024, gemeente boxtelBij agendapunt: 8 Raadsvoorstel Gebiedsontwikkeling Venstraat15.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORTAGE Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Venstraat 1 en 2 Sint-Michielsgestel

Rapportage verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem Venstraat 1 en 2 Sint-Michielsgestel Opdrachtgever

Van Hoven & Oomen Postbus 50 4850 AB Ulvenhout

Contactpersoon

De heer B. Derikx

Rapportnummer

16921.013

Versienummer

D1

Status

Eindrapportage

Datum

1 februari 2023

Opsteller

De heer S. Heijink, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

De heer ir. F.F.J.M. Top

DAAROM ECONSULTANCY KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadvies- en -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. GELDIGHEID ONDERZOEK Het bodemonderzoek betreft een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 2

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ......................................................................................................... 2

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ....................................................................................... 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................................ 3 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................................ 4 Toekomstige situatie...................................................................................................................... 5 Calamiteiten ................................................................................................................................... 5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ..................................................... 5 Aangrenzende terreindelen/percelen............................................................................................ 6 Terreininspectie ............................................................................................................................. 6 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ..................................................................... 7 Bodemopbouw en geohydrologie.................................................................................................. 7

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) .............................. 8

5

VELDWERK................................................................................................................................................. 8 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

LABORATORIUMONDERZOEK.................................................................................................................. 11 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Algemeen ....................................................................................................................................... 8 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest............................................................................... 9 Grondonderzoek ............................................................................................................................ 9 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal ....................................... 10 Grondwateronderzoek ................................................................................................................. 11

Uitvoering analyses ...................................................................................................................... 11 Toetsingskader ............................................................................................................................. 13 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ............................... 15 Resultaten verkennend onderzoek asbest................................................................................... 16

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .............................................................................................. 17

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering

16921.013 versie D1

1 / 19

1

INLEIDING

Van Hoven & Oomen heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem op de locatie Venstraat 1 en 2 te Sint-Michielsgestel. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging op de onderzoekslocatie. In dit rapport zijn ook de opmerkingen van de gemeente Sint Michielsgestel verwerkt (zie mail B. Derikx naar Y. Boswinkel, d.d. 2 november 2022) naar aanleiding van het voorgaand verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend onderzoek asbest in bodem (Econsultancy, projectnummer: 16921.001, d.d. 7 oktober 2021). Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten is bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 5.000 m²) is gelegen aan de Venstraat 1 en 2 te Sint-Michielsgestel (zie bijlage 1).

16921.013 versie D1

2 / 19

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Sint Michelsgestel, sectie L, nummers 227, 494 (gedeeltelijk) en 529 (gedeeltelijk). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 5,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 151.585, Y = 407.760.

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 3-1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 3-1 Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon: de heer B. Derikx), d.d. 9 november 2022

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Sint-Michielsgestel (contactpersoon: mevrouw A. Godijn), d.d. 10 november 2022, Omgevingsdienst Noord Brabant (online tool; geraadpleegd d.d. 10 november 2022)

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 3 januari 2023

16921.013 versie D1

3 / 19

3.2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie In dit rapport zijn ook de opmerkingen van de gemeente Sint Michielsgestel verwerkt (zie mail B. Derikx naar Y. Boswinkel, d.d. 2 november 2022) naar aanleiding van het voorgaand rapport verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend onderzoek asbest in bodem (Econsultancy, projectnummer: 16921.001, d.d. 7 oktober 2021). In dit kader is de onderzoekslocatie verdeeld in 3 deellocaties. Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 Het westelijk terreindeel behorend bij van Venstraat 1 (ten noorden van de Wolfsdreef) heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. Circa 1970 is op het terrein een veldschuur (± 240 m²) gerealiseerd. Rond de bebouwing zijn bomen aanwezig. De onderzoekslocatie (< 50 m²) is onverhard en bevindt zich ten westen, aan de achterzijde van de veldschuur. In 2020 is een asbestinventarisatie uitgevoerd door Bodem & Asbest BV (projectnummer 220-SMVenabij1-ai, d.d. 2 juli 2020). Daarna is door een erkend sloopbedrijf het asbesthoudende dak van de veldschuur vervangen. De vergunning voor het verwijderen van de platen door een gecertificeerd bedrijf wordt beschouwd als afdoende bewijs dat er geen asbest op het maaiveld terecht is gekomen of achter is gebleven.

Vanwege het ontbreken van een goot en verharding onder de dakrand aan de achterzijde van de schuur is druppelzoneonderzoek naar asbest aan die zijde noodzakelijk. Aan de overige zijden is geen druppelzone aanwezig: aan de voorzijde is onder de dakrand een klinkerverharding en een regengoot aanwezig en de dakhelling is niet zijwaarts gericht geweest. Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat er op het oostelijke terreindeel van Venstraat 1 en 1A vanaf tenminste 1900 bebouwing aanwezig is geweest. Het woonhuis (± 260 m²) en de achterliggende stallen (± 86 m²) dateren van 1901. Ten zuiden daarvan zijn in 1986 resp. 2001 een tweetal ligboxenstallen gebouwd (totaal ± 1.576 m²). Sindsdien zijn er geen wezenlijke veranderingen meer doorgevoerd op de locatie. Tussen de bebouwing is een klinkerverharding aanwezig. De rest van het terrein is onverhard en het noordelijke deel is in gebruik als siertuin, behorend bij het woonhuis. De onderzoekslocatie (< 50 m²) is onverhard en bevindt zich ter plaatse van Venstraat 1A, aan de noordwest zijde van de carport (± 65 m²) waarvan in 2015 het asbesthoudende dak verwijderd is. In 2015 is een asbestonderzoek type A uitgevoerd door Asbest Advies Brabant (projectnummer 14268, d.d. 18 april 2014). Hierna is door een erkend sloopbedrijf het asbesthoudende dak van de carport verwijderd.

De vergunning voor het verwijderen van de platen door een gecertificeerd bedrijf wordt beschouwd als afdoende bewijs dat er geen asbest op het maaiveld terecht is gekomen of achter is gebleven. Echter vanwege het ontbreken van een goot en verharding onder de voormalige dakrand aan beide zijden van de carport is druppelzone-onderzoek naar asbest noodzakelijk. Deellocatie C: Venstraat 2 Op Venstraat 2 is de bebouwing van veel oudere datum en is een voorbeeld van een zich in de loop der eeuwen uitbreidend boerderijcomplex in de Meierij. De boerderij van het type kortgevelboerderij (± 260 m²) met schuren (± 140 m² en ± 280 m²) en een bakhuis (± 70 m²) dateren van 1596 (bron: BAG viewer). De boerderij

16921.013 versie D1

4 / 19

en het bakhuis staan onder monumentenzorg. Tussen de bebouwing is een klinkerverharding aanwezig. De rest van het terrein is onverhard en het zuidwestelijke deel is in gebruik als siertuin, behorend bij het woonhuis. Op het noordelijk deel van het perceel bevindt zich een houtopstand en weiland. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Sint-Michielsgestel bekend, heeft er op geen van de onderzoekslocaties onderzoekslocatie opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.

3.3 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens op Venstraat 1 en 1A de beide woonboerderijen te restaureren en de overige bebouwing af te breken. Op de vrijgekomen ruimte worden nieuwe woningen inclusief parkeerplaatsen en siertuin gerealiseerd. Op Venstraat 2 wordt de bestaande bebouwing grotendeels gerestaureerd en voor een klein deel afgebroken. Ook hier worden nieuwe woningen gerealiseerd, inclusief parkeerplaatsen en siertuin.

3.4 Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Sint-Michielsgestel blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

3.5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie In 2021 is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 16921.001, d.d. 7 oktober 2021) op Venstraat 1. Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn een tweetal deellocaties geïdentificeerd, het westelijk terreindeel met een oppervlakte van ± 1.315 m2 en het oostelijk terreindeel met een oppervlakte van ± 6.760 m2. Op het westelijk terreindeel zijn zintuiglijk in de bovengrond geen verontreinigingen aangetroffen. De bovengrond is licht verontreinigd met minerale olie en PAK. Zintuiglijk zijn in de ondergrond geen verontreinigingen aangetroffen. De ondergrond is licht verontreinigd met PAK en in het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetoond. Op het oostelijk terreindeel is de bovengrond over vrijwel de gehele deellocatie zwak tot matig puinhoudend en lokaal zwak baksteen-, kolengruis en/of matig dakpanhoudend. Bij twee boringen is asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm ter plaatse van deze twee boringen eveneens asbest aangetoond. Echter, de concentratie asbest blijft ruim onder de helft van de interventiewaarde. De bovengrond is lokaal licht verontreinigd met

16921.013 versie D1

5 / 19

kwik. In de ondergrond is tot maximaal 1,0 m -mv, zeer lokaal de grond zwak tot matig puinhoudend. In de ondergrond en in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygienische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Uit de rapportage van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie met behulp van het bodeminformatiesysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord Brabant blijkt dat er een k Venstraat 1 Sintvoerd zou zijn. Nadere gegevens zoals datum, auteur en opdrachtnummer ontbreken echter. Ook is er in het systeem een bovengrondse dieseltank geregistreerd. Deze tank is omstreeks 2012 verwijderd en het is onbekend of hierbij een onderzoek is uitgevoerd.

3.6 Aangrenzende terreindelen/percelen In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt: Aan de noordzijde bevindt zich de openbare weg Venstraat met daarvoor bomen en struiken en daar achter akkerlanden; aan de oostzijde bevindt zich een sloot met daarachter akkerland; aan de zuidzijde bevindt zich een sloot met daarachter akkerland; aan de westzijde bevinden zich woonhuizen met bijbehorende siertuinen en akkerland. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.

3.7 Terreininspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Tijdens de terreininspectie werd op de tuin van Venstraat 2, ten noorden van de bebouwing, een plantenbak bestaande uit asbestverdacht materiaal aangetroffen (zie foto F09). De zijplanken hiervan zijn grotendeels ingegraven en volledig intact. Aangezien het een potentiële bron voor bodemverontreiniging betreft, is asbestinspectiegat C06 hier vlak naast gezet.

16921.013 versie D1

6 / 19

Tevens werd naast de afgebroken garage op het terrein van Venstraat 1A een asbestverdacht dak-element aangetroffen (zie foto F11). De codering op de plaat geeft aan dat deze asbestvrij is.

3.8 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond, op zowel de ontgravings- als de toepassingskaart, Hertogenbosch, Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Meierijstad, Mill & ST. wel de ontgravingsVoor het gebied waarin onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, is géén asbestkansenkaart vastgesteld.

3.9 Bodemopbouw en geohydrologie De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 3,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

16921.013 versie D1

7 / 19

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 4-1 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 4-1 Onderzoeksstrategie Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte stoffen

Onderzoeksstrategie

A

druppelzone veldschuur Venstraat 1

< 50 m2

asbest, PCB

VEP

B

druppelzone carport Venstraat 1A

< 50 m2

asbest, PCB

VEP

C

Venstraat 2

± 4.970 m²

metalen, PAK, minerale olie en asbest

VED-HE-NL

Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: VEP : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig

Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Atmosferische depositie kan leiden tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water.

5

VELDWERK

5.1 Algemeen Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuis. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b beva tiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is op 3 en 4 januari 2023 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De gaten/boringen en peilbuis zijn geplaatst met behulp van een schep en een edelmanboor. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of

16921.013 versie D1

8 / 19

een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Het materiaal uit de druppelzones van deellocaties A en B alsook dat van deellocatie C is, omdat het verdacht is op het voorkomen van asbestvezels, niet gezeefd. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat. Indien er asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is dit verzameld.

5.2 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest Er zijn op het maaiveld wel materialen aangetroffen. In tabel 5-1 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 5-1 Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte van geïnspecteerde locatie

5.000 m²

Conditie toplaag

Droog

Beperkingen van de inspectie

Geen

Weersomstandigheden

Neerslag > 10 mm/dag; Zicht > 50 m

Zand, klei/leem en/of veen

Zand

Los of (deels) vastgereden

Los

Geen/matige vegetatie

Geen

Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)

90-100 %

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

ja

5.3 Grondonderzoek Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 5-2 zijn vermeld. Tabel 5-2 Uitgevoerde werkzaamheden Deellocatie

Veldwerk Boringen/gaten/peilbuizen

Analyses Verharding

Grond

Grondwater

A

druppelzone veldschuur Venstraat 1

2 (sleuf druppelzone 1,0 x 0,3 x 0,1 m)

onverhard

asbest (kwantitatief) (1x) PCB (1x)

-

B

druppelzone carport Venstraat 1A

2 (sleuf drupplzone 1,0 x 0,3 x 0,1 m)

onverhard

asbest (kwantitatief) (1x) PCB (1x)

-

C

Venstraat 2

14 (0,5 m -mv) 3 (2,0 m -mv) 17 gaten (*A) 1 (peilbuis)

klinkers/onverhard

bovengrond standaardpakket (3x) asbest (kwantitatief) (3x) ondergrond standaardpakket (1x)

standaardpakket (1x)

(*A)

De gaten hebben een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m en worden gecombineerd uitgevoerd met de boringen.

16921.013 versie D1

9 / 19

5.4 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is plaatselijk bovendien zwak humeus. Op het erf van de boerderij op Venstraat 2 ter plaatse van boring C12 (traject 0,05-0,50) en boring C15 (traject 0,00-0,50) is de bovengrond plaatselijk zwak tot matig betonhoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend en zwak aardewerkhoudend. Bovendien is de ondergrond ter plaatse van boring C12 ( traject 0,50-1,00) matig baksteenhoudend en matig betonhoudend. In de tuin ten noorden van de oude boerderij op Venstraat 2, ter plaatse van boring C01 (traject 0,00-0,70) is de bovengrond zwak baksteenhoudend. Tijdens de inspectie is er, afgezien van de plantenbak op het perceel van Venstraat 2, geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het materiaal van de vaste plantenbak is niet geanalyseerd omdat het intact en ingegraven was. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In het veld zijn van de bovengrond (0,0-0,5 m -mv) 4 grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van analytisch onderzoek. Tabel 5-2 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Er zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen in de bodem waargenomen.

Tabel 5-2 Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen Gat/boring

Einddiepte (m -mv)

Traject (m -mv)

Waargenomen verontreinigingen

Deellocatie C: Venstraat 2 C01

2,80

0,00 - 0,70

zwak baksteenhoudend

C12

2,00

0,05 - 0,50

matig betonhoudend, sterk baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend

0,50 - 1,00

matig baksteenhoudend, matig betonhoudend

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak betonhoudend

C15

0,50

Tabel 5-4 geeft een overzicht van de in het veld samengestelde (meng)monsters. Tabel 5-4 Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters (Meng)monster

Monsters (in m -mv)

Bijzonderheden

Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 ASB-MMA1

A01 (0,00-0,10) A02 (0,00-0,10)

verdachte laag (druppelzone; zintuiglijk schoon)

Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A ASB-MMB1

16921.013 versie D1

B01 (0,00-0,10) B02 (0,00-0,10)

verdachte laag (druppelzone; zintuiglijk schoon)

10 / 19

(Meng)monster

Monsters (in m -mv)

Bijzonderheden

Deellocatie C: Venstraat 2 ASB-MMC1

C02 (0,00-0,50) C03 (0,00-0,50) C04 (0,00-0,50) C05 (0,00-0,50) C08 (0,00-0,50) C09 (0,00-0,50)

verdachte laag (bovengrond; zintuiglijk schoon)

ASB-MMC2

C12 (0,07-0,50) C15 (0,00-0,50)

verdachte laag (bovengrond; zwak tot matig betonhoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend)

ASB-MMC3

C10 (0,07-0,50) C11 (0,07-0,50) C13 (0,00-0,50) C14 (0,00-0,50) C16 (0,00-0,50) C17 (0,00-0,50)

verdachte laag (bovengrond; zintuiglijk schoon)

5.5 Grondwateronderzoek Uitvoering veldwerk Centraal op deellocatie C is een peilbuis geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 3 januari 2023 is ingeschat. Grondwaterbemonstering De grondwaterbemonstering is op 11 januari 2023 uitgevoerd door de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 5-3 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 5-3 Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater

6

Peilbuisnummer

Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

C01

centraal op onderzoekslocatie

1,8-2,8

1,30

575

116

6,7

LABORATORIUMONDERZOEK

6.1 Uitvoering analyses Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 5 grondmengmonsters samengesteld. De grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten:

16921.013 versie D1

11 / 19

-

standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

-

PCB grond: droge stof, organische stof en polychloorbifenylen (PCB);

-

standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

Tabel 6-1 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 6-1 Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten Grond(meng)monster

Traject (m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 MMA1

A01 (0,00-0,10) A02 (0,00-0,10)

PCB grond

verdachte laag (druppelzone; zintuiglijk schoon)

PCB grond

verdachte laag (druppelzone; zintuiglijk schoon)

Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A MMB1

B01 (0,00-0,10) B02 (0,00-0,10)

Deellocatie C: Venstraat 2 MM1

C01 (0,00-0,50) C15 (0,00-0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak betonhoudend)

MM2

C05 (0,00-0,50) C09 (0,00-0,50) C13 (0,00-0,50) C16 (0,00-0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (zintuiglijk schoon)

M3

C12 (0,05-0,50)

standaardpakket grond

bovengrond (matig betonhoudend, sterk baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend)

MM4

C01 (0,70-1,20) C01 (1,20-1,50) C01 (1,50-2,00) C12 (1,00-1,50) C12 (1,50-2,00) C17 (1,00-1,50) C17 (1,50-2,00)

standaardpakket grond

ondergrond (zintuiglijk schoon)

16921.013 versie D1

12 / 19

Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 5 (meng)monsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -

asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).

Tabel 6-2 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 6-2 Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket (Meng)monster

Monsters (in m -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 ASB-MMA1

A01 (0,00-0,10) A02 (0,00-0,10) asbest (kwantitatief)

verdachte laag (druppelzone asbest dak)

Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A ASB-MMB1

B01 (0,00-0,10) B02 (0,00-0,10) asbest (kwantitatief)

verdachte laag (druppelzone asbest dak)

Deellocatie C: Venstraat 2 ASB-MMC1

C02 (0,00-0,50) C03 (0,00-0,50) asbest (kwantitatief) C04 (0,00-0,50) C05 (0,00-0,50) C08 (0,00-0,50) C09 (0,00-0,50)

verdachte laag (bovengrond; zintuiglijk schoon)

ASB-MMC2

C12 (0,07-0,50) C15 (0,00-0,50) asbest (kwantitatief)

verdachte laag (bovengrond; zwak tot matig betonhoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend)

ASB-MMC3

C10 (0,07-0,50) C11 (0,07-0,50) asbest (kwantitatief) C13 (0,00-0,50) C14 (0,00-0,50) C16 (0,00-0,50) C17 (0,00-0,50)

verdachte laag (bovengrond; zintuiglijk schoon)

6.2 Toetsingskader Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

16921.013 versie D1

13 / 19

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.

Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:

concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.

16921.013 versie D1

14 / 19

Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

6.3 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek Tabel 6-3 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 6-3 Overschrijdingen toetsingskaders grond Grond(meng)monster

Traject (m -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 MMA1

A01 (0,00-0,10) A02 (0,00-0,10)

-

-

-

-

-

-

Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A MMB1

B01 (0,00-0,10) B02 (0,00-0,10)

Deellocatie C: Venstraat 2 MM1

C01 (0,00-0,50) C15 (0,00-0,50)

lood, PAK

-

-

MM2

C05 (0,00-0,50) C09 (0,00-0,50) C13 (0,00-0,50) C16 (0,00-0,50)

-

-

-

M3

C12 (0,05-0,50)

lood, zink

-

-

MM4

C01 (0,70-1,20) C01 (1,20-1,50) C01 (1,50-2,00) C12 (1,00-1,50) C12 (1,50-2,00) C17 (1,00-1,50) C17 (1,50-2,00)

-

-

-

16921.013 versie D1

15 / 19

Tabel 6-4 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 6-4 Overschrijdingen toetsingskader grondwater Grondwatermonster

Situering peilbuis

C01

centraal op onderzoekslocatie

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

zink

-

-

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.

6.4 Resultaten verkennend onderzoek asbest Tabel 6-5 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 6-5 Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm) (Meng)monster

Traject (m -mv)

Asbestgehalte (< 20 mm)

Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 ASB-MMA1

A01 (0,00-0,10) A02 (0,00-0,10)

< 0,9 mg/kg d.s.

Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A ASB-MMB1

B01 (0,00-0,10) B02 (0,00-0,10)

1,3 mg/kg d.s.

Deellocatie C: Venstraat 2 ASB-MMC1

C02 (0,00-0,50) C03 (0,00-0,50) C04 (0,00-0,50) C05 (0,00-0,50) C08 (0,00-0,50) C09 (0,00-0,50)

<0,4 mg/kg d.s.

ASB-MMC2

C12 (0,07-0,50) C15 (0,00-0,50)

<0,7 mg/kg d.s.

ASB-MMC3

C10 (0,07-0,50) C11 (0,07-0,50) C13 (0,00-0,50) C14 (0,00-0,50) C16 (0,00-0,50) C17 (0,00-0,50)

<0,5 mg/kg d.s.

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten.

16921.013 versie D1

16 / 19

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Econsultancy heeft in opdracht van Van Hoven & Oomen een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd aan de Venstraat 1 en 2 te Sint-Michielsgestel. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging op de onderzoekslocatie. In dit rapport zijn ook de opmerkingen van de gemeente Sint Michielsgestel verwerkt (zie mail B. Derikx naar Y. Boswinkel, d.d. 2 november 2022) naar aanleiding van het voorgaand verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend onderzoek asbest in bodem (Econsultancy, projectnummer: 16921.001, d.d. 7 oktober 2021). De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is plaatselijk bovendien zwak humeus. Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: druppelzone veldschuur Venstraat 1 De onderzoekslocatie (< 50 m²) is onverhard en bevindt zich ten westen, aan de achterzijde van de veldschuur. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "Verdacht, plaatselijke bodembelasting (VEP). Vanwege het ontbreken van een goot en verharding onder de dakrand aan de achterzijde van de schuur kunnen door verwering asbestvezels in de toplaag van de bodem terecht gekomen zijn.

Daarnaast zijn asbestcementgolfplaten verdacht op het gebruik van PCB bij productie en zijn druppelzones derhalve ook verdacht op het voorkomen van PCB. Hierdoor is de toplaag (0,0 - 0,1 m) verdacht is op het voorkomen van asbest en PCB. Er zijn op het maaiveld ter plaatse van de druppelzone van deellocatie A geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Zintuiglijk zijn in het opgegraven materiaal van de bovengrond geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond is analytisch geen verontreiniging met PCB aangetoond. Het materiaal is, omdat het verdacht is op het voorkomen van asbestvezels, niet gezeefd. Analytisch is in de fractie < 20 mm geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als plaatselijk verdacht dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie verworpen. Er zijn op de deellocatie A geen milieuhygiënische belemmeringen voor de geplande ontwikkeling aangetroffen. Deellocatie B: druppelzone carport Venstraat 1A De onderzoekslocatie (< 50 m²) is onverhard en bevindt zich ter plaatse van Venstraat 1A, aan de noordwest zijde van de carport waarvan in 2015 het asbesthoudende dak verwijderd is.

16921.013 versie D1

17 / 19

Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "Verdacht, plaatselijke bodembelasting" (VEP). Vanwege het ontbreken van een goot en verharding onder de voormalige dakrand aan noordwest zijde van de carport kunnen door verwering asbestvezels in de toplaag van de bodem terecht gekomen zijn. Daarnaast zijn asbestcementgolfplaten verdacht op het gebruik van PCB bij productie en zijn druppelzones derhalve ook verdacht op het voorkomen van PCB. Hierdoor is de toplaag (0,0 - 0,1 m) verdacht is op het voorkomen van asbest en PCB. Er zijn op het maaiveld ter plaatse van de druppelzone van deellocatie B geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Zintuiglijk zijn in het opgegraven materiaal van de bovengrond geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond is analytisch geen verontreiniging met PCB aangetoond. Het materiaal is, omdat het verdacht is op het voorkomen van asbestvezels, niet gezeefd. Analytisch is in de fractie < 20 mm geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als plaatselijk verdacht dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie verworpen. Er zijn op de deellocatie B geen milieuhygiënische belemmeringen voor de geplande ontwikkeling aangetroffen.

Deellocatie C: Venstraat 2 De onderzoekslocatie ter plaatse van Venstraat 2 (± 4.970 m²) is vanwege de intensieve bewoning over een lange periode verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Verwacht werd, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Tijdens de inspectie is er op het maaiveld, afgezien van de vaste plantenbak in de tuin ten noorden van de oude boerderij, geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het materiaal van de vaste plantenbak is niet geanalyseerd omdat het intact en ingegraven was. In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig betonhoudend, zwak tot sterk baksteenhoudend en zwak aardewerkhoudend. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met lood, zink en PAK. De ondergrond is plaatselijk matig baksteenhoudend en matig betonhoudend. In de ondergrond zijn analytisch geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met zink.

16921.013 versie D1

18 / 19

De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt op basis van de lichte verontreiniging voor deze deellocatie bevestigd. Gelet op de aard en mate van de lichte verontreinigingen in de bovengrond bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem. In geval van grondwerkzaamheden op de deellocatie C behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen. Econsultancy adviseert wel het asbestverdachte materiaal van de plantenbak ter plaatse door een erkende asbestverwijderaar af te laten voeren. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy 1 februari 2023 16921.013 versie D1

19 / 19

Bijlage 2a Locatieschets

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto F01.

Foto F02.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto F03.

Foto F04.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto F05.

Foto F06.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto F07.

Foto F08.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto F09.

Foto F10.

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto F11.

Foto F12.

Bijlage 3a Boorprofielen

Pagina 1 van 3

Profielen asbestinspectiegaten en boringen

Inspectiegat/Boring: A01 Datum veldwerk: 0

3-1-2023 1

0 10

Inspectiegat/Boring: A02 bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

Inspectiegat/Boring: B01 Datum veldwerk: 0

3-1-2023 1

0 10

3-1-2023

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

50

100

7

3-1-2023 1

0 10

bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

Datum veldwerk: 0

3-1-2023 1

0 10

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

Inspectiegat/Boring: C02 bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donker zwartbruin, Edelmanboor

6

0

Inspectiegat/Boring: B02 gras

Inspectiegat/Boring: C01 Datum veldwerk:

Datum veldwerk:

Datum veldwerk:

3-1-2023

0

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

50 70

Zand, matig fijn, matig siltig, donkeroranje, Edelmanboor

1

2 150

150

Zand, zeer fijn, matig siltig, donkeroranje, Edelmanboor

3 200

250 280

Inspectiegat/Boring: C03 Datum veldwerk:

3-1-2023

0

0

Inspectiegat/Boring: C04 gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

50

3-1-2023

0

0

50

50

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

Inspectiegat/Boring: C06 gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1

3-1-2023

0

50

Inspectiegat/Boring: C05 Datum veldwerk:

Datum veldwerk:

Datum veldwerk:

4-1-2023

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

bosgrond

50

Projectcode: 16921.013 Getekend volgens NEN 5104

Pagina 2 van 3

Profielen asbestinspectiegaten en boringen

Inspectiegat/Boring: C07 Datum veldwerk:

4-1-2023

0

0

Inspectiegat/Boring: C08 bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

50

Datum veldwerk:

3-1-2023

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor

2 100

100

Inspectiegat/Boring: C09 Datum veldwerk:

3-1-2023

0

0

Inspectiegat/Boring: C10 gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1 50

50

4-1-2023

0 7

0 1 50

2

30 50

Datum veldwerk:

4-1-2023

0 7

0 1 50

Inspectiegat/Boring: C11 Datum veldwerk:

2

30 50

Volledig klinkers, Edelmanboor

Datum veldwerk:

4-1-2023

0 5

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

1 50

50 2

100

3 150

150 4

200

200

Inspectiegat/Boring: C13 4-1-2023

0

50

50

4-1-2023

0

0 1 50

50

Datum veldwerk:

4-1-2023

0

0

tegel Volledig klinkers, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig betonhoudend, sterk baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, donker beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig baksteenhoudend, matig betonhoudend, donker beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal geelcreme, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, donker geeloranje, Edelmanboor

braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor

1 50

50

Inspectiegat/Boring: C15 Datum veldwerk:

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor

Inspectiegat/Boring: C14 braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

1

Volledig klinkers, Edelmanboor

Inspectiegat/Boring: C12 klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

0

klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

100

Datum veldwerk:

gras

Inspectiegat/Boring: C16 braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak betonhoudend, donker beigebruin, Edelmanboor

Datum veldwerk:

4-1-2023

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor

1 50

gras

50

Projectcode: 16921.013 Getekend volgens NEN 5104

Pagina 3 van 3

Profielen asbestinspectiegaten en boringen

Inspectiegat/Boring: C17 Datum veldwerk:

4-1-2023

0

0

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker zwartbruin, Edelmanboor

4 50

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, Edelmanboor

1 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, donkergeel, Edelmanboor

2 150

150

Zand, matig fijn, matig siltig, donker oranjegeel, Edelmanboor

3 200

200

Projectcode: 16921.013 Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 3b. F

gaten

veldwerk d.d. 3 en 4 januari 2023

Foto 1. Asbestinspectiegat A01

Foto 2. Asbestinspectiegat A02

Foto 3. Asbestinspectiegat B01

Foto 4. Asbestinspectiegat B02

Foto 5. Asbestinspectiegat C02

Foto 6. Asbestinspectiegat C03 03 ***.***.NEN

Foto 7. Asbestinspectiegat C04

Foto 8. Asbestinspectiegat C06

Foto 9. Asbestinspectiegat C07

Foto 10. Asbestinspectiegat C08

Foto 11. Asbestinspectiegat C09

Foto 12. Asbestinspectiegat C10

03 ***.***.NEN

Foto 13. Asbestinspectiegat C11

Foto 14. Asbestinspectiegat C12

Foto 15. Asbestinspectiegat C13

Foto 16. Asbestinspectiegat C14

Foto 17. Asbestinspectiegat C15

Foto 18. Asbestinspectiegat C16

03 ***.***.NEN

Foto 19. Asbestinspectiegat C17

03 ***.***.NEN

Bijlage 4a Analysecertificaten

    

 

     











     



 











































































































 









 



  



         



 

 

         

  

   



 

























































         

    

   

  

 

 





         

    

   



















































 





 



         

    

   

    

 

     





     























 





























































































































































































































































































 









 







  

 

  

  



         

 

         

  

    

 

     



     









































 



 



 











































































































































 











 







  

    



         

    

 

         

  

   



 































De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=2669cba7-bd65-4333-9ca9-a292f54a85a1