CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Verordening reclamebelasting 2022.pdf

Raadsvergadering Boxtel 21 december 2021, gemeente boxtelBij agendapunt: Tariefaanpassingen en overige wijzigingen van de gemeentelijke heffingen voor het jaar 2022 (reg nr 1277414)1.304 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2022 De raad van de gemeente Boxtel; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 november 2021; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; beslui t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 20 22

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: - reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; - onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoof dstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; - jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, binnen het gebied zoals aangegeven in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetrof f en.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. 2.

3.

4. 5.

6.

De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. De hef f ingsmaatstaf is een vast bedrag vermeerderd met een bedrag dat af hankelijk is van de op de voet van hoof dstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoof dstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de hef f ingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 230,50. Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt vermeerderd met een bedrag van € 1, 75 per € 1.000,00 aan WOZ-waarde, voor het meerdere waarmee de WOZ-waarde een bedrag van € 131.000,00 te boven gaat. De belasting bedraagt maximaal € 862,00.

7.

Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betref f ende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2. 3.

4.

De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalf de gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalf de gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 8 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; b. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; c. aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschrif ten rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; d. die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen; e. bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; f. aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën, en die betrekking hebben op de f unctie van het gebouw.

Artikel 9 Termijnen van betaling 1.

2.

3.

In af wijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald: a. in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 5.000,00 , uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet; b. in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00, in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede twee maanden later. In af wijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor zover de aanslagen worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00 , en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen word en af geschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie bedraagt.

De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In af wijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor zover de aanslagen niet worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag

4.

daarvan, niet meer is dan € 5.000,00 , en zolang de verschuldig de bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden af geschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorg aande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening reclamebelasting 2021’ van 8 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijf t op de belastbare f eiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding 1. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de hef f ing is 1 januari 2022.

Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting 2022’. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 21 december 2021. De gemeenteraad van Boxtel, de griffier, mw. I.H.M. Smits de voorzitter, R.S. van Meygaarden

Bijlage 1, zoals bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting 2022

Het gebied waarbinnen de reclamebelasting van toepassing is: Rechterstraat vanaf het knooppunt met de Fellenoord, Stationsstraat tot en met nummer 43, oneven nummers, en tot en met nummer 32, even nummers (kruising van de Stationsstraat met de Prins Bernhardstraat). Verder zijn in voornoemd gebied opgenomen de Rozemarijnstraat, de Markt, de Clarissenstraat tot de kruising met de Oude Kerkstraat, de Kruisstraat, de Croonpassage, de Molenstraat tot en met nummer 6, oneven en even nummers, en de Prins Hendrikstraat tot en met nummer 1, oneven nummers, en tot en met nummer 12a, even nummers.

Behoort bij raadsbesluit van 21 december 2021. Mij bekend, de grif f ier, mw. I.H.M. Smits

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=8306a3db-0dc0-4cb9-8817-648633a4e8c3