CConstaterende datboxtel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting (1278914).pdf

Raadsvergadering Boxtel 8 februari 2022, gemeente boxtelBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Luissel 16’ Boxtel (regnr 1278914)13.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

24

dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: - Zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); - Zij verstoord worden (toename van geluid of licht); - Hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Gelet op de aard van het initiatief aan de Luissel 16, dient met name bepaald te worden of ter plaatse van de te slopen bebouwing, beschermde natuurwaarden voorkomen, die verstoord zouden kunnen worden. Verboden handelingen dienen te worden voorkomen en handelingen mogen niet leiden tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het (onopzettelijk) doden, verwonden of verontrusten van deze soorten is zonder ontheffing niet toegestaan. Gezien het huidige intensieve gebruik van het bouwvlak en de landbouwgronden grenzend aan het bouwvlak is de aanwezigheid van beschermde of bijzondere soorten echter niet te verwachten.

Door middel van de ‘Effectenindicator soorten’ van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is gekeken of de werkzaamheden voor het realiseren van de beoogde situatie een bedreiging vormt voor de beschermde diersoorten. Voor de realisatie is er sprake van de activiteiten ‘slopen en/of asbest verwijderen’ en ‘woning bouwen’ (verbouwen). Uit de effectenindicator volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten onwaarschijnlijk is, zie afbeelding 11. Geconcludeerd kan worden dat er geen ontheffing noodzakelijk is in het kader van de Wet Natuurbescherming.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

25

Afbeelding 11: Effectindicator soorten 4.4 Bodemkwaliteit Een historisch en verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 dient te worden uitgevoerd wanneer de bestemming en/of gebruik wordt gewijzigd en wanneer een gebouw of gebruik wordt gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. In onderhavige situatie verandert de functie van de woning niet. Derhalve is het uitvoeren van een bodemonderzoek niet noodzakelijk. Wel wordt opgemerkt dat op een later moment wanneer de woning wordt uitgebreid of een deel van de aanwezige gebouwen wordt gesloopt zoals wordt beschreven, het in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk alsnog bodemonderzoek noodzakelijk is. Ten aanzien van het aspect bodem zijn er daarom geen bezwaren voor de beoogde ontwikkeling.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

26

4.5 Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie Voorafgaand aan de realisatie van de beoogde bedrijfsopzet moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische, cultuurhistorische en aardkundige waarden.

4.5.1

Cultuurhistorie en aardkunde

Uit de kaart behorende bij paragraaf 3.2.4 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant blijkt dat het plangebied niet in gebied ligt met aardkundige of cultuurhistorische waarden, zie afbeelding 12.

Afbeelding 12: Uitsnede kaart 3 Iov 4.5.2

Archeologie

De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. In het vigerende bestemmingplan is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – Categorie 4’ opgenomen. Indien een ontwikkeling de bouw van een bouwwerk met een grotere oppervlakte dan 500 m2 betreft en dit dieper dan 50 cm onder maaiveld geschiedt, dan dient ter plaatse een archeologisch onderzoek plaats te vinden. In de beoogde situatie wordt geen bouwwerk toegevoegd en wordt de bodem niet dieper dan 50 cm onder maaiveld geroerd. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de beoogde kleinschalige ontwikkeling geen belemmering vormt ten aanzien van het aspect archeologie. Om eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied toekomstig te behouden blijft de dubbelbestemming ‘Waarde-ArcheologieCategorie 4’ van kracht en wordt opgenomen in het bestemmingsplan. 4.6 Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing van het beoogde initiatief aan de Luissel 16 te Boxtel wordt afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap.

De openheid van de polder en de (laan)beplanting van de linten van Luissel zijn kenmerkend voor het plangebied. Behoud en versterking van de gebiedskenmerken en kwaliteiten is het uitgangspunt.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

27

Afbeelding 13: Landschappelijke inpassing en stedenbouwkundige schets plangebied Vanaf het lint zijn enkele doorzichten mogelijk naar het achterliggende landschap. Op het erf zijn reeds groenelementen aanwezig die voor een gelaagdheid zorgen. Er wordt erfverharding verwijderd waardoor er meer ruimte is voor groen. Er worden nieuwe solitaire bomen geplant (eik, beuk, paardenkastanje, krentenboompje, es en/of de Hollandse linde) voor een geleidelijke overgang naar het achterliggende open landschap. Ten slotte wordt het lage bestaande struweel aan de voorkant van het perceel gerevitaliseerd (bijvoorbeeld met een meidoorn, hazelaar, hondsroos, inlandse vogelkers, wilde kardinaalsmuts, sporkehout of de gewone vlier). Door deze landschappelijke inpassing wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken. Op 21 april 2021 is het plan door de WUBBB behandeld. De WUBBB gaat unaniem akkoord met het beoogde plan mits de toe te passen meidoorn van een hybride soort is. Verder wordt nog als suggestie naar voren gebracht om een bloemenweide aan te leggen aangezien dit de biodiversiteit in het gebied ten goed komt. Dit advies wordt meegenomen in de beoogde landschappelijke inpassing van het plangebied.

4.7 Bedrijven en milieuzonering De handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (editie 2009) is een publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en dient als hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: - Het al in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen;

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

28

-

Aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

De VNG-publicatie is een hulpmiddel om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet in te vullen. Gemeenten beslissen uiteindelijk zelf over een bepaalde locatie. De handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten en bijbehorende richtafstanden van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de omgevingstypen: - Rustige woonwijk en rustig buitengebied: een woonwijk (of vergelijkbaar omgevingstype) die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Er komen enkel wijkgebonden voorzieningen voor en er is weinig verstoring door verkeer. - Gemengd gebied: een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor of er is sprake lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid. Ook gebieden die direct naast de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied, hier is sprake van verhoogde milieubelasting door geluid. Het plangebied ligt in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit type wordt gekenmerkt door een matige tot sterk functiemenging. In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals onder andere agrarische bedrijven, recreatie en bedrijven.

Het bedrijf aan huis, in dit geval een kleinschalig timmerbedrijf, valt volgens de Bedrijvenlijst, behorende bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ van de gemeente Boxtel onder de milieucategorie 2. Volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een timmerbedrijf vergelijkbaar met een aannemersbedrijf met werkplaats: b.o. <1.000 m2. Hiervoor geldt ook milieucategorie 2. Gezien de kleinschaligheid van het timmerbedrijf dat initiatiefnemer als eenmanszaak exploiteert en enkel door de initiatiefnemer en bewoner van het plangebied wordt uitgevoerd, is het bedrijf het meest overeenkomstig met deze milieucategorie. Ook gezien de vervoersbewegingen en milieubelasting, is het timmerbedrijf niet te vergelijken met een gemiddeld aannemersbedrijf met een bedrijfsvloeroppervlakte kleiner dan 1000 m 2. Daar vinden voortdurend aan- en afvoerbewegingen plaats en worden allerlei activiteiten ondernomen binnen de inrichting. Initiatiefnemer zal op locatie van derden werkzaam zijn, waarvoor hij ’s ochtends en ’s avonds terugkeert. Er kan dus worden gesteld dat het timmerbedrijf kleiner is dan een gemiddeld aannemersbedrijf in deze categorie. Er is dus maximaal sprake van een milieucategorie 2 bedrijf. Deze maximale milieucategorie en de kleinschaligheid van het timmerbedrijf zal ok als zodanig worden opgenomen in bijbehorende regels van dit bestemmingsplan.

Het plangebied ligt in omgevingstype ‘gemengd gebied’. Dit omgevingstype wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving bevinden zich direct naast woningen andere functies zoals o.a. agrarische bedrijven, recreatie en bedrijven. Voor het timmerbedrijf, gelegen in gemengd gebied, is de richtafstand 10 meter. De dichtstbijzijnde woning van derden, gelegen aan het Luissel 17, is gelegen op een afstand van circa 14 meter van het beoogde bestemmingsvlak t.b.v. het timmerbedrijf. Er wordt dus voldaan aan de richtafstand zoals opgenomen in de VNG-publicatie. Het beoogde bedrijf aan huis, in dit geval in de vorm van een kleinschalig timmerbedrijf, veroorzaakt geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen voor omliggende (agrarische) bedrijven of woningen. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Op grond hiervan kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden. 4.8

4.8.1

Geur

Individuele hinder

De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels betreffende geurhinder ten opzichte van de tot veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld staan. Voor kleinere bedrijven zijn deze regels opgenomen in het Activiteitenbesluit. De wetgeving heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van geurbelasting door het opnemen van geurnormen of vaste afstanden. Hierbij is het mogelijk dat de gemeenteraad afwijkende normen vaststelt in een gemeentelijke geurverordening. Met deze

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

29

opgenomen normen moet rekening gehouden worden bij beslissingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De gemeente Boxtel heeft een verordening vastgesteld om af

Afbeelding 14: Uitsnede kaart geurverordening, plangebied is rood omcirkeld te wijken van deze wettelijke normen. Zoals uit afbeelding 14 duidelijk wordt is ter plaatse van het plangebied (rood omcirkeld) sprake van een gecumuleerde geurbelasting van minder dan 10 ouE/m3. Op basis van dit gegeven kan een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied gegarandeerd worden. Daarnaast is het van belang dat door de beoogde ontwikkeling de naastgelegen veehouderij niet onevenredig mag worden belemmerd, zowel niet met het omzetten naar de beoogde woonfunctie met bedrijf aan huis als het verbouwen/uitbreiden van de beoogde burgerwoning. Initiatiefnemer wenst niet alleen dat deze veehouderij onevenredig wordt beperkt, maar dat in het geheel de in de omgeving aanwezige veehouderijen niet worden beperkt. De bedrijfsgebouwen aan het Luissel 16 zijn in de huidige en in de beoogde situatie niet belemmerend voor de naastgelegen veehouderij aan het Luissel 18. Deze gebouwen zijn namelijk geen gevoelige objecten en worden dus niet beschermd. In deze kan de beoogde ontwikkeling, vanuit de bedrijfsgebouwen, niet meer beperkend zijn dan nu het geval is. De huidige bedrijfswoning aan het Luissel 16 betreft een gevoelig object, omdat de woning als sinds 1992 geen deel meer uitmaakt van een veehouderij. Zoals eerder aangegeven is initiatiefnemer voornemens om de woning uit te breiden.

Dit mag, gebruik maken van de afwijkingsregeling, tot een maximum van 660 m3. Het is daarbij van belang dat door de uitbreiding van de woning de naastgelegen veehouderij aan het Luissel 18 niet onevenredig (en vanuit de optiek van initiatiefnemer in het geheel niet) wordt beperkt. In de situatietekening is, aan de hand van de laatste milieuvergunning (d.d. 24-12-2018), een ‘niet uitbreidingszone’ binnen het bestemmingsvlak van het Luissel 16 gelegd. De woning mag niet in deze zone worden uitgebreid, om te voorkomen dat de woning meer beperkend wordt voor het bedrijf aan het Luissel 18 dan nu het geval is. Deze zone is bepaald door 50 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van de veehouderij te leggen en tevens minimaal 25 meter van de dichtstbijzijnde gevel van een bedrijfsgebouw van de veehouderij. Op de situatietekening in afbeelding 13 is de zone gearceerd. Hierin mag initiatiefnemer de woning dus niet

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

30

uitbreiden, om te voorkomen dat het bedrijf aan het Luissel 18 meer wordt beperkt dan nu het geval is. 4.9 Luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn geïmplementeerd op het gebied van grenswaarden voor diverse stoffen. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. Voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn in bijlage 2 bij de Wm bepaalde milieukwaliteitseisen voor de buitenlucht opgenomen. Deze milieukwaliteitseisen betreffen grenswaarden van concentraties voor zwaveldioxide, stikstofoxiden (NO x als NO2) zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen zoals het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigde stoffen. Fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. In de directe omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die de luchtkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden ter plaatse van het plangebied. Daarnaast is de achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) binnen de gemeente Boxtel dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden van de GCN-kaarten van het RIVM.

Zo is de achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied 14,37 μg/m 3, zie afbeelding 15, de norm bedraagt 40 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied bedraagt 8,2 μg/m3, zie afbeelding 16, waar de norm eveneens 40 μg/m3 bedraagt.

Afbeelding 15: Uitsnede GCN-kaart Fijnstof (PM10)

Afbeelding 16: Uitsnede GCN-kaart Stikstof (NO2)

De verkeersaantrekkende werking van de nieuwe ontwikkeling is bepalend voor de luchtkwaliteit ter plaatse. In paragraaf 4.11 van dit bestemmingsplan is het aspect verkeer beschreven. Hieruit volgt dat de beoogde ontwikkeling een verkeersaantrekkende werking heeft van 4 motorvoertuigbewegingen per dag.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

31

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2020

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer

0,0%

NO2 in μg/m3

0,00

in μg/m3

0,00 1,2

PM10 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

4

Hieruit is te concluderen dat ter plaatste van het plangebied een aanvaardbare luchtkwaliteit aanwezig is en dat ten aanzien van luchtkwaliteit, rekening houdend met de beoogde ontwikkeling, er derhalve geen bezwaren zijn ten aanzien van de gewenste ontwikkeling. 4.10 Geluid Bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige objecten/terreinen waarbij mensen enige tijd verblijven, dient getoetst te worden aan de Wet geluidhinder. Wet geluidhinder maakt onderscheid in 3 typen geluidshinder, namelijk wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Aangezien er in het kader van Wet geluidshinder geen nieuwe geluidsgevoelige objecten/terreinen worden gerealiseerd en er geen geluidsgevoelige activiteiten plaats zullen vinden op locatie, volstaat de toetsing in het kader van bedrijven en milieuzonering. In het kader van bedrijven en milieuzonering is getoetst aan de richtafstanden, waar aan wordt voldaan. Voor wat betreft geluid zijn er dan ook geen belemmeringen. 4.11 Verkeer en parkeren Het plangebied ligt aan de Luissel, een verharde doorgaande weg in het buitengebied van Boxtel. Het plangebied kan zowel in noordelijke- als in zuidelijke richting verlaten worden. Dagelijkse transportbewegingen van en naar de locatie betreffen enkel het vertrek in de ochtend en aankomst in de middag/avond van initiatiefnemer met bus en werktuigen. Overdag is hij werkzaam op externe locaties.

De dagelijkse transportbewegingen van en naar de locatie zijn dus ook niet anders dan dit bij de huidige woonfunctie/agrarische functie het geval is (4 voertuigbewegingen per dag). Sporadisch zal er levering van materialen en goederen plaatsvinden aan het Luissel 16, echter vindt levering van goederen over het algemeen plaats op locatie bij de klanten. De beoogde situatie heeft een vergelijkbare publieks- en verkeersaantrekkende werking als de bestaande situatie, waardoor geen onevenredige aantasting plaatsvindt. Daarbij kan worden opgemerkt dat het timmerbedrijf een veel kleinere verkeersaantrekkende werking heeft dan dit het geval zou zijn bij een volwaardig agrarisch bedrijf. Het Luissel beschikt over voldoende wegcapaciteit en een voldoende wegconstructie om de verkeersbewegingen van het timmerbedrijf af te wikkelen. Zowel het parkeren en het laden en lossen van goederen en materialen kan op eigen terrein worden voorzien, waarbij voldoende manoeuvreerruimte tussen de gebouwen aanwezig is. Initiatiefnemer beschikt niet over zware vervoersmiddelen die de wegconstructie van het Luissel zal doen belasten, maar over lichte vervoersmiddelen in de vorm van een werkbus met aanhanger. De nieuwe situatie leidt niet tot verkeersonveilige situaties.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

32

Met het bedrijf aan huis, in dit geval in de vorm van een kleinschalig timmerbedrijf, wordt geen functie mogelijk gemaakt met een grote parkeerbehoefte. Het CROW schrijft in haar publicatie ‘Kerncijfers parkeren en verkeersgeneratie’ voor uiteenlopende functies kencijfers voor. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied wordt een parkeernorm van 2 voorgeschreven. Deze parkeerruimte is aanwezig naast de bestaande bedrijfswoning. Het kleinschalige timmerbedrijf kan onder de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) worden geschaard. Hiervoor geld in het buitengebied een parkeernorm 0,8 per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Uitgaande van maximaal 400 m2 aan bedrijfsvloeroppervlakte komt dit neer op 3,6 parkeerplaats voor de bedrijfsfunctie. Binnen het eigen terrein is ruimschoots de ruimte om 5 á 6 auto’s te parkeren. Opgemerkt dient te worden dat de parkeerplaatsen behorende bij het bedrijf aan huis niet benodigd zijn, aangezien initiatiefnemer een eenmanszaak exploiteert en verder geen parkeerruimte nodig heeft voor werknemers en dergelijke. Daarbij worden machines en werktuigen inpandig geparkeerd. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering vormt ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren.

4.12 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Externe veiligheid gaat nadrukkelijk niet over de veiligheid van de mensen die werkzaam zijn binnen het bedrijf of binnen een risicogebied van een transportroute.

4.12.1 Regelgeving

De regelgeving rondom externe veiligheid is opgenomen in diverse besluiten en regelingen. Besluiten en regelingen, waarin de aanvaardbare risico’s zijn vastgelegd, voor Luissel 16 kunnen zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De normen in de besluiten zijn vastgelegd in de vorm van grenswaarden en richtwaarden. De grenswaarden geven de milieukwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste in stand moet worden gehouden. De richtwaarden geven de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De externe veiligheidsrisico’s worden uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) binnen het invloedsgebied. In onderstaand kader worden deze risico’s nader uitgelegd. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft inzicht in de theoretische kans op overlijden van een individu op een bepaalde horizontale afstand van een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico wordt bepaald door te stellen dat een (fictief) persoon zich 24 uur per dag gedurende een heel jaar onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt.

De plaatsgebonden risicocontour is een contour waarbij alle punten met een gelijk risico met elkaar verbonden worden. Deze punten worden bepaald door de kans van optreden van diverse ongeval scenario’s. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is 10-6 per jaar en geldt voor nieuwe situaties. Hierbinnen mogen geen kwetsbare objecten worden toegevoegd en ook nieuwe beperkt kwetsbare objecten, zijn in beginsel niet toegestaan. Als het plaatsgebonden risico 10-8 per jaar is, wordt het als verwaarloosbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico wordt behalve de ongevalfrequentie en het aantal transporten van gevaarlijke stoffen, tevens bepaald door de hoeveelheid aanwezige mensen in de nabijheid van een mogelijk ongeval. Met het groepsrisico wordt aangegeven hoe groot het aantal dodelijke slachtoffers bij een ongeval kan zijn op basis van de hoeveelheid aanwezige mensen. Naarmate de groep slachtoffers groter wordt, moet de kans op een dergelijk ongeval (kwadratisch) kleiner zijn. Bij het bepalen van het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde, hiervoor zijn geen vaste contouren beschikbaar.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

33

Invloedsgebied Gebied aan weerszijden van een weg, spoorweg of binnenwater waar ten hoogste 1% van de in dat gebied aanwezige personen kan overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die weg, spoorweg of binnenwater waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor wat betreft risicobedrijven is het invloedsgebied het gebied, dat in het Reglement externe veiligheid inrichtingen is bepaald, waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken.

Afbeelding 17: Uitsnede risicokaart, plangebied blauw omcirkeld 4.12.2 Toetsing aan beleid

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (omschakelen naar wonen en een bedrijf aan huis in de vorm van een kleinschalig timmerbedrijf) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij het plangebied. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op het plangebied. Het plan voorziet niet in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten aangezien er in de huidige situatie ook al sprake is van de aanwezigheid van een bedrijfswoning aan de Luissel 16. Aangezien het plangebied niet binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Het plangebied ligt op grote afstand van nabijgelegen wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, de Rijksweg A2 ligt namelijk op een afstand van circa 4,7 kilometer van het plangebied en de A65 op een afstand van circa 4,3 kilometer van het plangebied.

Tevens is het plangebied gelegen nabij het spoortraject Eindhoven-Tilburg (afstand circa 325 meter). Artikel 7 BEVT geeft aan dat bij een ruimtelijk besluit binnen het invloedsgebied van een transportas waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt in de toelichting in gegaan moet worden op de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

34

De maatregelen die genomen kunnen worden om de risico`s te beperken en de hulpverlening te ondersteunen bij het bestrijden van de gevolgen van een incident kunnen worden onderverdeeld in bronmaatregelen, effectmaatregelen en maatregelen ten behoeve van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens is de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied belangrijk. De bevolking binnen het plangebied bestaat enkel uit de initiatiefnemer zelf. Op het spoortraject worden een aantal transporten uitgevoerd met gevaarlijke stoffen. Voor het plangebied zijn uitsluitend de transporten van toxische vloeistoffen en toxische gassen van invloed op het plangebied doordat deze binnen het invloedsgebied liggen. Dit betekent wanneer er een ongeluk gebeurt met deze stoffen, het plangebied binnen het risicogebied ligt. Voor toxische vloeistoffen is het mogelijk om de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Wanneer het gaat om toxische gassen kan bronbestrijding alleen plaatsvinden indien het om een lekkage gaat.

De brandweer zal dit gat proberen te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is echter alleen mogelijk wanneer de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied, daar waar de wind vandaan komt. Van belang is dat de bron van beide zijde te bereiken is. Bij ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank of lading, zal de effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De kans op zo min mogelijk slachtoffers is het grootst wanneer er voldoende mogelijkheden zijn om de vergiftiging te behandelen. Daarnaast is de kans op zo min mogelijk slachtoffers wanneer er een snelle evacuatie/ontruiming plaatsvind. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Bij een toxische wolk bestaat de kans dat mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Echter bepaald de hoeveelheid ingeademde stof, blootstellingsduur en de concentratie of een persoon daadwerkelijk overlijd. Wanneer er een incident plaatsvindt is het van belang dat omwonenden schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Indien dit niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk.

De Luissel vormt een geschikte vluchtroute. In onderhavige situatie vind geen toename plaats van aantal personen in het plangebied en is enkel de initiatiefnemer aanwezig en deze is op de hoogte van de risico`s. Derhalve is verdere beoordeling aan het Bevt niet van toepassing en volstaat bovenstaande beperkte verantwoording. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is in de nabijheid (g)een dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen. De dichtstbij gelegen leidingen zijn gelegen ten noorden (olieleiding) en ten zuiden (gasleiding) van het plangebied en deze leidingen liggen op een afstand van respectievelijk circa 500 en 320 meter van het plangebied. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.

Conclusie

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen consequenties heeft voor het bestemmingsplan. 4.13 Technische infrastructuur In of nabij het plangebied liggen geen planologisch relevante buisleidingen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 17). Voordat er gebouwd wordt zal

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

35

er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van het plangebied in beeld te brengen.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

36

5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit wijzigingsplan. 5.1 Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2 Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.

Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming ‘Agrarisch’ - Enkelbestemming ‘Wonen’ - Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie-Categorie 4’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Attentiegebied waterhuishouding’ - Dubbelbestemming ‘Waarde – Waardevolle vegetaties’ - Functieaanduiding ‘Bedrijf aan huis – timmerbedrijf’ - Gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – boringsvrije zone’ - Gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ - Gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ - Maatvoeringaanduiding ‘maatvoeringsvlak’ - Maatvoeringaanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak’ - Maatvoeringaanduiding ‘maximum volume’ Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. In het bestemmingsplan is de voormalige enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ gewijzigd in de enkelbestemming ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘Bedrijf aan huis – timmerbedrijf’ teneinde de vestiging van het kleinschalige timmerbedrijf van de initiatiefnemer mogelijk te maken.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

37

5.3 Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan om zodoende de oppervlakte van de bijgebouwen te regelen tot een maximum van 400 m2 ten behoeve van het bedrijf aan huis in de vorm van een kleinschalig timmerbedrijf en een burgerwoning welke na een verbouwing wordt vergoot tot maximaal 660 m3. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

38

6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1 Financiële uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling aan de Luissel 16 te Boxtel betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het (voor)ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties.

6.2.1

Vooroverleg

In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, Waterschap De Dommel en provincie Noord-Brabant. Het Waterschap De Dommel heeft in haar vooroverlegreactie aangegeven te kunnen instemmen met het bestemmingsplan Luissel 16 te Boxtel. De vooroverlegreactie is in bijlage 3 bijgevoegd. De provincie Noord-Brabant heeft een vooroverlegreactie gegeven waarin nog enkele opmerkingen werden benoemd waarop het ontwerp bestemmingsplan aangepast dient te worden. Deze opmerkingen zij in onderliggend bestemmingsplan verwerkt. De gehele vooroverlegreactie van de provincie Noord-Brabant is in bijlage 4 bijgevoegd. De Veiligheidsregio heeft in haar reactie aangegeven dat er in de toelichting aandacht gegeven moet worden aan artikel 7 BEVT gezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van een transportas waar vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Er dient hierbij ingegaan te worden op de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Dit is in de toelichting verwerkt. Verder concludeert de Veiligheidsregio dat de bestemmingswijziging niet leidt tot wijzigingen in de bestaande risicoprofiel, de mogelijkheden t.a.v. zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Om deze reden zijn i.r.t. het aspect Externe veiligheid geen belemmeringen voor de gewenste bestemmingswijziging.

6.2.2

Zienswijzen en beroep

De vaststellingsprocedure van het wijzigingsplan vindt plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het wijzigingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien een ieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het wijzigingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

39

7. Bijlagen Bijlage 1: AERIUS berekening Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3: Vooroverlegreactie Waterschap De Dommel Bijlage 4: Vooroverlegreactie provincie Noord-Brabant Bijlage 5: Advies Veiligheidsregio

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

40

Bestemmingsplan Luissel 16 Boxtel

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MijnGemeenteDichtbij&id=cc6b03eb-437f-4525-adc5-e22cad3617b2